• Schooladvies niet verplicht omhoog na goede Cito-uitslag

    Schooladvies niet verplicht omhoog na goede Cito-uitslag

    | 23 mei 2016 | Reacties (3)

    Nu van de meeste kinderen in groep 8 de score op de eindtoets bekend is, leggen scholen en ouders die uitslag naast het eerder afgegeven schooladvies. Bij een hogere Cito-score dan verwacht kan het schooladvies immers naar boven worden bijgesteld. Een hogere Cito-score geeft echter niet automatisch recht op een hoger schooladvies. Heroverwegen schooladvies is verplicht bij hogere Cito-score, […]

Mei en juni topmaanden voor schoolreisjes

Mei en juni topmaanden voor schoolreisjes

23 mei 2016 | Reacties (0)

Mei en juni zijn de maanden waarin de meeste kinderen op schoolreis gaan. Schoolreis, dat is lekker met de hele klas weg, zingen in de bus, lachen om de buschauffeur, in groepjes een pretpark of dierentuin in en bij terugkomst de grap van de lege bus. Maar schoolreis is ook: een extra kostenpost voor ouders.

Gemiddelde prijs van een schoolreis

schoolreisWat kost een schoolreis gemiddeld? Het is een vraag die veel ouders stellen wanneer ze vermoeden dat de schoolreis op hun school aan de dure kant is. De prijs van de schoolreis kan van school tot school namelijk behoorlijk verschillen. Dat heeft te maken met de duur van de reis (één dag of meerdere dagen), de gekozen bestemming en de wijze van vervoer (fietsen is gratis, een touringcar kost een lieve duit).

Sommige scholen betalen de schoolreis uit de vrijwillige ouderbijdrage, maar op de meeste scholen moet er apart voor worden betaald. Gemiddeld zo’n twintig euro per kind. Net als bij de ouderbijdrage ben je niet verplicht dit bedrag te betalen, maar als je niet betaalt kan het zijn dat je kind niet mee mag op schoolreis.

Kritiek op de schoolreis

De laatste jaren duiken in de media af en toe kritische geluiden op over schoolreizen, zowel van ouders als uit het onderwijsveld. Schoolreisjes zouden niet meer van deze tijd zijn (kinderen maken met hun ouders uitjes genoeg), onnodige duur zijn voor ouders en bovendien ten koste gaan van kostbare onderwijstijd. Over het algemeen staat de schoolreis echter niet ter discussie. Wel kiezen scholen iets vaker voor een educatieve in plaats van een recreatieve bestemming.

”Als gezin gaan we nooit naar een pretpark omdat we dat te duur vinden. Nu gaat Mick met schoolreis naar Bobbejaanland. Doordat ze een flinke groepskorting krijgen is het wel goedkoper dan normaal, maar 33 euro is voor ons gewoon veel geld. En ik weet dat we niet de enigen zijn die hier moeite mee hebben. Je zult maar werkloos zijn en drie kinderen op deze school hebben.”
Jennifer, moeder van Mick (8) en Lysanne (3) in Hét Basisschoolboek (Kosmos, 2013)

Meegaan met schoolreis is niet verplicht

Vind je de schoolreis te duur, heb je moeite met de bestemming, twijfel je of je astmatische dochter wel de juiste zorg krijgt als ze tijdens de schoolreis een aanval krijgt of zie je het om een andere reden niet zitten dat je kind meegaat op schoolreis? Dan is het goed om te weten dat meegaan niet verplicht is.

Omdat je er voor moet betalen kan de schoolreis niet worden beschouwd als onderdeel van het vaste onderwijsprogramma, dat immers gratis is. Ook activiteiten in de avonduren en in het weekeind vallen per definitie buiten de verplichte onderwijstijd. Als je besluit dat je kind niet meegaat op schoolreis, levert dit geen extra vrije dag op. Je kind moet gewoon naar school.

Schoolreis-weetjes

  • Zo’n negentig procent van de scholen gaat op schoolreis.
  • Mei en juni zijn de populairste maanden, gevolgd door juli en september.
  • Populaire bestemmingen zijn pretparken, dierentuinen en cultuurhistorische objecten.
  • De bus is met stip het belangrijkste vervoermiddel.
  • Gemiddeld wordt 125 kilometer (heen en terug) voor de schoolreis afgelegd.
  • Op 58 procent van de scholen mogen leerlingen zakgeld meenemen, met een gemiddeld maximaal bedrag van € 6,30.

Bron: Hét Basisschoolboek / NRIT (2012)

 

Verder lezen

Grammatica, leuker kun je het wél maken

Grammatica, leuker kun je het wél maken

20 mei 2016 | Reacties (0)

‘t Kofschip, zinsontleding, het verschil tussen hen en hun… voor de meeste kinderen is het taaie – en saaie -kost. Maar dat kan ook anders. Dankzij internet en nieuwe media zijn er tegenwoordig allerlei creatieve én grappige manieren om grammatica uit te leggen.

Mooie voorbeelden van leuke grammatica-uitleg zijn de clips die tv-programma Het Klokhuis maakte in de serie educatieve Snapje?-filmpjes (ook over andere onderwerpen dan grammatica). In het clipje over ‘d of t’ legt de Nederlandse rockband De Staat al zingend uit hoe het precies zit met d’s en t’s. Een paar keer luisteren en je krijgt het liedje nooit meer uit je hoofd:

Een ander handig Snapje-filmpje legt het verschil uit tussen als en dan. Door de sterke combinatie van muziek en beeld is deze uitleg een stuk gemakkelijker te onthouden dan ouderwetse grammaticaregels:

Lekker visueel (en grappig!) is de werkwoordspellinguitleg in de korte animatiefilmpjes van Clipphanger (van de NTR). Er is een clipphanger over stam +t: Snap je dit? Ja, jij snapt dit! Hé, da’s gek: ‘je snapt’, maar ‘snap je’. Snap je?. En eentje over ’t kofschip:

Dat zelfs het verschil tussen hen en hun valt uit te leggen op een manier die je hardop doet lachen, bewijst Járon Barends. Deze Interaction Designer en Frontend Developer maakte een website met een hilarische strip over het gebruik van zij, hen en hun:

Screenprint zijhenhun

Screenprint van Jarons grammaticacursus. Klik vooral ook even door tot aan het einde van de cursus. Daar leer je dat ‘hun hebben’ prima Nederlands is, ook al kun je dat nu nog niet geloven.

 

Het aardige van dit soort  grammatica-uitleg is dat het de stof niet alleen leuker maakt om te leren en makkelijker om te onthouden, maar ook dat het laat zien hoe veel lol je kunt hebben met taal. En dat is misschien nog wel het meest waardevol. Want taalplezier vormt de beste basis voor een goede taalbeheersing.

 

Verder lezen

10 tips om niets meer kwijt te raken op school

10 tips om niets meer kwijt te raken op school

16 mei 2016 | Reacties (1)

Komt jouw kind ook regelmatig thuis zonder broodtrommel, met maar één gymschoen of zonder jas? Of moet je bijna dagelijks helpen zoeken naar mysterieus verdwenen fietssleutels of bibliotheekboeken? Wanhoop niet! Deze tien tips helpen je kind om niets meer te kwijt te raken op school.

1. Klein beginnen

Van ‘alles vergeten’ naar ‘niets meer kwijtraken’ is een grote stap en waarschijnlijk een te grote stap. Geef je kind de opdracht om een hele week aan één bepaald item te denken, bijvoorbeeld haar jas of haar drinkbeker. De tweede week doe je er een tweede item bij. Door kleine, haalbare doelen te stellen groeit het zelfvertrouwen van je kind.

2. Maak een checklist

Stop een lijstje in de schooltas waarop alles staat wat je kind mee naar huis moet nemen.

3. Alles op vaste plekken

Kies een schooltas met aparte vakken en wijs een vast vak aan voor alles wat je kind moet meenemen. Laat je kind zelf de tas inpakken om zich ervan bewust te worden wat er precies meegaat naar school en wat dus ook weer mee naar huis moet.

4. Bedenk een ezelsbruggetje

Verzin een ezelsbruggetje dat je kind helpt om overal aan te denken. Bijvoorbeeld: Grote Beren Bouwen Jofele Flats, voor Gymtas – Broodtrommel – Beker – Jas – Fietssleutel. Of: Mijn Hond Speelt Trompet, voor Muts – Handschoenen -Sjaal – Tas. Een beetje mal misschien, maar het werkt wel!

5. Weinig meenemen

Wat je niet meeneemt, kun je ook niet kwijtraken. Laat je kind dus alleen het hoognodige meenemen. Bijvoorbeeld boterhammen in een plastic zakje en een pakje drinken in plaats van een broodtrommel en drinkbeker. Het bibliotheekboek? Dat blijft thuis. Altijd de fietssleutel kwijt? Dan maar lopend naar school.

6. Gestructureerd omkleden

Leer je kind om bij het omkleden voor gymles of schoolzwemmen gestructureerd te werk te gaan. Sokken in de schoenen stoppen, kleren netjes op een stapeltje leggen en de gym- of zwemtas daar bovenop. Na de gymles gaan de handdoek en gymkleren als eerste in de tas. Dit kun je thuis goed oefenen door dezelfde routine aan te houden bij het naar bed gaan en opstaan; daarmee voorkom je bovendien dat de slaapkamer van je kind het toneel is van rondslingerende kleren, verweesde sokken en al dan niet vieze onderbroeken.

7. Lik op stuk

Vraag je kind als het thuiskomt of alle spullen mee zijn. Heb je je broodtrommel? Heb je je gymtas? Heb je je boek meegenomen? Ja? Goed zo! Nee? Hup, even terug naar school en ophalen. Ook al regent het, ook al heeft je kind afgesproken met een vriendje, ook al heb je nog twee reserve drinkbekers in de kast staan – eerst even naar school om de spullen op te halen. Blijf dit consequent doen. Straf je kind niet door essentiële zoekgeraakte spullen, zoals gymschoenen, niet te vervangen. Maar is je kind die mooie, dure etui kwijtgeraakt, dan volstaat een goedkoper exemplaar als vervanging prima. En in een plastic diepvriesbakje passen de boterhammen net zo goed als in de kwijtgeraakte Skylander-broodtrommel.Op die manier ervaart je kind dat spullen kwijtraken consequenties heeft.

8. Label alle spullen

Het is verstandig om alles wat meegaat naar school te voorzien van de naam van je kind en het telefoonnummer. Je kunt hiervoor hippe naamlabels kopen, of simpelweg een watervaste stift hanteren.Vergeet vooral niet de gymspullen van de naam en telefoonnummer te voorzien en dan niet alleen de tas, maar ook beide schoenen, het sportshirt en -broekje. Vaak wordt er gegymd in sportzalen waarvan meerdere scholen gebruik maken. Schrijf in dat geval ook de school van je kind erbij, dat vergroot de kans dat je vergeten spullen terugkrijgt.

9. Weet waar de gevonden voorwerpen worden bewaard

Kinderen die altijd hun spullen kwijtraken, zullen niet van de ene op de andere dag georganiseerde types worden. Daar gaan tijd en oefening overheen. Tot het zo ver is, is de bak met gevonden voorwerpen je beste vriend. Ook al zijn spullen gelabeld, dat wil nog niet zeggen dat ze niet op de grote hoop kunnen belanden. En vind je in die bak met gevonden voorwerpen niet de spullen die jouw kind is kwijtgeraakt, dan vind je wel iets anders: de troost dat je kind niet de enige is die van alles kwijtraakt.

10. Wees mild

Niet alleen kinderen raken spullen kwijt, het overkomt ons volwassenen net zo goed. Hoe vaak moet je zelf op zoek naar je sleutels, je telefoon of je portemonnee? Kinderen nemen hun spullen mee naar drukke scholen, met overvolle kapstokken in een wirwar van andere kinderen die vaak al net zo ongeorganiseerd zijn. Als je het zo bekijkt is het niet zo gek dat er eens een handdoek in een verkeerde tas terechtkomt of een drinkbeker onder een kast rolt.


Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Geen foutloze Cito-eindtoets dit jaar

11 mei 2016 | Reacties (0)

Ruim 143.000 achtstegroepers maakten vorige maand de eindtoets van Cito. Geen van hen slaagde erin alle vragen goed te beantwoorden. Er waren wel vier kinderen die slechts één foutje hadden. Vorig waren er drie leerlingen die de Cito-toets foutloos maakten. Alle scholen waar de Cito-toets is afgenomen, hebben vandaag de uitslag per post ontvangen.

6.850 kinderen halen hoogste Cito-score van 550

Om de maximale Cit0-score van 550 te halen, is het niet nodig dat de toets foutloos wordt gemaakt. Er waren dit jaar 6.850 kinderen die de hoogste score haalden. De gemiddelde Cito-score was dit jaar 534,9, iets lager dan de afgelopen vier jaar. De adviezen voor het schoolniveau in het voortgezet onderwijs op basis van de Cito-toets laten vrijwel hetzelfde beeld zien als de adviezen in voorgaande jaren: ongeveer evenveel leerlingen hebben een advies voor vmbo, havo of vwo gekregen.

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Cito-eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen, iets wat vorig schooljaar overigens maar in 1 op de 6 gevallen gebeurde. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Wetswijzing om Cito-score leidend te maken

Als het aan Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, ligt, wordt de Cito-score leidend voor het schooladvies. In het programma WNL Op Zondag gaf ze onlangs aan nog voor volgend jaar de wet te willen wijzigen. “Als de citoscore hoger is dan het oordeel van de leraar, laat ik de citoscore zwaarder wegen.”

De eindtoets van Cito is een van de drie eindtoetsen die in groep 8 mogen worden afgenomen. Zo’n 80 procent van de basisscholen heeft voor de Cito-toets gekozen.

 

 

Verder lezen

Veel scholen vragen subsidie aan voor muziekles

Veel scholen vragen subsidie aan voor muziekles

10 mei 2016 | Reacties (0)

Muziekles op de basisschool was jarenlang een ondergeschoven kindje, maar het komt weer helemaal terug. Maar liefst 728 scholen hebben subsidie aangevraagd om komend schooljaar meer en betere muzieklessen te kunnen geven. Dat zijn er veel meer dan verwacht. Vanwege de grote animo past minister Jet Bussemaker de subsidieregeling aan. Het subsidiebudget dat voor 2017 was gereserveerd, wordt nu al gebruikt om de aanvragen te honoreren.

person-822803_640

Bussemaker is blij met de hernieuwde interesse van basisscholen om meer en beter muziekonderwijs te gaan geven. Ze hoopt dat in 2020 op alle scholen goed muziekonderwijs wordt gegeven. “Muziekonderwijs is ontzettend belangrijk voor de vorming van jonge mensen”, zegt Bussemaker. “Het stimuleert de creativiteit en samenwerking, en brengt daarmee onontdekte talenten van kinderen tot ontwikkeling. Kinderen kunnen daar de rest van hun leven veel plezier van hebben. Ik ben dan ook verheugd dat zo veel scholen op de regeling hebben ingeschreven. Dat enthousiasme wil ik belonen en daarom heb ik de regeling veranderd, zodat we geen enkel goed voorstel hoeven af te wijzen.”

Via de regeling Impuls Muziekonderwijs kunnen scholen subsidie aanvragen om de deskundigheid van hun leerkrachten te vergroten. Met het extra geld kunnen leraren getraind worden in het geven van muziekonderwijs en samenwerken met partijen uit het muziekveld, zoals muziekscholen, harmonieën, brassbands, fanfares, orkesten en poppodia. Scholen kunnen hun aanvraag indienen bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.

Niet alleen de subsidieregeling is in trek, ook de de activiteiten van het platform Méér Muziek in de Klas zijn een groot succes. Er zijn 375 inzendingen binnengekomen voor de muziekwedstrijd BZTshow XXL, de scholenwedstrijd die Méér Muziek in de Klas organiseert in samenwerking met de KRO-NCRV. Dertig van hen maken kans om in het najaar een optreden te verzorgen in twaalf speciale BZT muziekshows. De tien beste en meest originele vormen daarna het speciale orkest, de BZTband XXL, dat in december gaat optreden voor Koningin Máxima. Bekende artiesten als Gers Pardoel, Krystl en Maan helpen de kinderen bij de voorbereiding. De BZT muziekshows zijn vanaf 1 oktober te zien bij KRO-NCRV op NPO Zapp.

Muziek is goed voor breinontwikkeling

Muziek maken is leuk, maar ook heel belangrijk. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat de schoolprestaties van de kinderen verbeteren door muziek. Het draagt bij aan de ontwikkeling van het brein, de motorische ontwikkeling en het bevordert discipline en doorzettingsvermogen.

 

Verder lezen

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

9 mei 2016 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vindt je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Zittenblijven, wie neemt de beslissing?

Zittenblijven, wie neemt de beslissing?

2 mei 2016 | Reacties (0)

‘De school wil dat onze dochter blijft zitten in groep 3 omdat ze niet goed genoeg leest. Wij als ouders zijn het daar niet mee eens’, mailt een vader. ‘Ondanks diverse gesprekken blijft de school bij haar oordeel. Volgens de directeur neemt de school de eindbeslissing en hebben wij over zittenblijven niets te zeggen. Klopt dat wel?’


Zittenblijven is beslissing van de school

Het antwoord op die vraag is: ja, formeel klopt dat. Over het algemeen worden ouders nauw betrokken bij de beslissing om een leerling een jaar over te laten doen. Er zijn gesprekken om standpunten uit te wisselen en er wordt samen bekeken met welke extra inzet je kind zijn of haar achterstanden misschien nog kan inhalen. De school zal de mening van de ouders zwaar mee laten wegen, maar uiteindelijk is het de school die de knoop doorhakt wat betreft zittenblijven of overgaan.

Wat zijn de regels voor zittenblijven?

Er zijn geen algemeen geldende regels voor zittenblijven op de basisschool. Iedere school stelt zijn eigen regels op, die vermeld worden in de schoolgids. Veel scholen hanteren de stelregel dat een kind dat matig presteert op één vakgebied wel overgaat. Zittenblijven komt in beeld zodra een kind op verschillende gebieden niet mee kan komen.

Heeft je kind een leerstoornis, zoals dyslexie, dan is de beslissing gecompliceerder. Het probleem van je kind blijft immers bestaan, of je zoon of dochter nu wel of niet een jaar overdoet. Ook als je kind vanwege een leerstoornis blijft zitten, is er in het volgende schooljaar extra begeleiding nodig.

De vraag is dan of je kind voor die begeleiding moet blijven zitten of toch gewoon kan overgaan. En is die begeleiding er helemaal niet, dan heeft zittenblijven ook niet zo veel zin. Oudervereniging Balans gaat er bijvoorbeeld van uit dat zittenblijven alleen vanwege leesproblemen door dyslexie geen goede oplossing is.

De overheid vindt dat zittenblijven zoveel mogelijk vermeden moet worden, omdat de problemen die kinderen hebben vaak blijven bestaan, of ze nu wel of niet blijven zitten. Er gaan ook steeds meer geluiden op dat zittenblijven meestal geen zin heeft.

Zittenblijven hoort niet als een verrassing te komen

Je kind blijft niet van de ene op de andere dag zitten. Op de meeste scholen wordt rond het tweede rapport al aangegeven of het risico bestaat op doubleren. Natuurlijk is er dan nog geen definitieve beslissing. Die valt enkele weken voor het einde van het schooljaar.

Weetjes over zittenblijven

  • 17 Procent van de kinderen blijft een keer zitten op de basisschool
  • Op 6 procent van de basisscholen komt doubleren niet voor
  • Op zwakke en zeer zwakke scholen doet ongeveer een op de vijf leerlingen langer over de basisschool dan acht jaar
  • Hoe meer zittenblijvers op een school, hoe lager de scores op de eindtoets in groep 8, ook als rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken van leerlingen

Bron: Onderwijsverslag 2010/2011

 

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

28 april 2016 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

freeimages.com/Phanuphong Paothong

Schoolkamp: leuk, maar ook spannend

25 april 2016 | Reacties (0)

Voor veel kinderen is het schoolkamp hét hoogtepunt van het schooljaar. De meeste scholen gaan in groep 7 voor het eerst een paar dagen met de klas op pad. In groep 8 duurt het kamp vaak iets langer en is de bestemming nog weer iets verder van huis.

Op de fiets of met de bus naar een kampeerboerderij, camping of jeugdherberg. Zonder ouders of andere vertrouwde familieleden, maar met de juf of meester en alle klasgenoten. Wie slaapt bij wie? Ben ik de enige die nog een knuffel meeheeft, of die last heeft van heimwee? Blijven we echt tot ná middernacht bij het kampvuur zitten, zoals groep 8 van vorig jaar vertelde? Houd ik dat wel vol? Kamp is een topervaring, maar kamp is ook best spannend!

Dat is dan ook gelijk een achterliggende gedachte van op kamp gaan: zo’n meerdaagse schoolreis is een sociaal-emotionele uitdaging waar je kind ontzettend veel van leert. Samenzijn met een grote groep mensen, in een vreemde omgeving en zonder je ouders. Saamhorigheid, samenwerking en de eigen verantwoordelijkheid worden behoorlijk op de proef gesteld: hoe sta ik in de groep, hoe gaan we met elkaar om, welke rol speel ik in het geheel? Het schoolkamp is als een snelkookpan aan ervaringen. Na een paar dagen kamp lijkt je kind ineens een stukje ouder.

Sommige scholen gaan bewust aan het begin van het schooljaar op kamp. De groep groeit enorm naar elkaar toe: een fijne basis voor de rest van het schooljaar. Op de meeste scholen staat het schoolkamp echter aan het slot van schooljaar op het programma. In groep 7 als opmaat naar het laatste turbulente jaar, in groep 8 als onvergetelijke afsluiting van de basisschooltijd. Want reken maar dat je kind herinneringen opbouwt die hem de rest van zijn leven bijblijven.

Gun je kind bij thuiskomst de tijd om rustig bij te komen en bij te slapen. Vertellen komt later wel, als je kind daar nu geen zin in heeft. Het is soms best even omschakelen van die geweldige tijd met je klasgenoten, waarin je groots en meeslepend leefde, naar de saaiheid van het dagelijks leven en de alledaagsheid van je ouders.

Kamp en…

Heimwee. Er zijn elk jaar wel kinderen die last hebben van heimwee. Sommigen een beetje, anderen behoorlijk erg. In de klas zal de juf of meester hier van tevoren ook aandacht aan schenken. Het helpt soms al een stuk als je zoon of dochter weet dat er meer kinderen zijn met heimwee. Als ouder kun je je kind helpen het vertrouwen uit te stralen dat je kind een leuke tijd gaat hebben. Laat je kind een knuffel of foto van thuis meenemen, bespreek de heimwee met de leerkracht en stel een noodplan op voor als het écht niet gaat. Best kans trouwens dat je kind zich wel redt en het veel te druk heeft om heimwee te hebben.

Medicijngebruik. Geef van tevoren aan de leerkracht door welke medicijnen je kind gebruikt en wat het gebruik is. Over het algemeen bewaart de meester of juf de medicijnen voor de kinderen en houdt in de gaten wanneer de medicijnen ingenomen moeten worden.

Allergie. Bespreek allergieën vooraf met de meester of juf. Geef schriftelijk aan waar je kind precies allergisch voor is.

Bedplassen. In bijna elke groep zit wel een leerling, meestal een jongen, die nog regelmatig in bed plast. Waarschijnlijk zul je al van alles hebben geprobeerd om je kind van het bedplassen af te helpen. Als het kamp nog een aantal maanden weg ligt, kan het zin hebben je kind met een plaswekker te laten trainen. Lukt dat niet (meer), dan kun je de huisarts vragen medicijnen voor te schrijven die de nachtelijke plasproductie stilleggen. Probeer ze wel eerst thuis uit om de dosering goed te krijgen. Geef je kind zo nodig uit voorzorg een bedzeiltje en reservelaken mee. Bespreek het bedplassen ook met de leerkracht. Op veel scholen wordt bedplassen, net als heimwee, in de klas besproken als een van de problemen waar kinderen last van kunnen hebben op kamp. Je hebt trouwens grote kans dat je kind op kamp droog zal blijven. De nachten zijn korter en kinderen slapen vaak veel lichter dan thuis.

Verder lezen