• Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog hulp nodig heeft met ritsen en knopen.

    4000 Woorden en grotendeels zindelijk

    redactie | 15 mei 2012 | Reacties (0)

    Wat moet mijn kind kunnen bij de start van de basisschool? Veel ouders van bijna 4-jarigen stellen zich die vraag. Kleuters hoeven geen toelatingsexamen te doen, maar er gelden wel bepaalde basiseisen. Zo moeten kinderen zindelijk zijn, over een behoorlijke woordenschat beschikken en verstaanbaar kunnen praten.

    [caption id=”attachment_4514″ align=”alignright” width=”300″ caption=”Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog… Lees meer >>

  • In de lessen met een hond leren kinderen hoe ze hondengedrag moeten interpreteren. Foto: Suzan Swaters

    Hond in de klas moet hondenbeet voorkomen

    redactie | 14 mei 2012 | Reacties (0)

    Jaarlijks worden zo’n 150.000 mensen in Nederland gebeten door een hond. Vooral jonge kinderen zijn vaak slachtoffer omdat ze niet goed weten hoe ze met een hond moeten omgaan. Deze week worden op veel basisscholen speciale lessen gegeven aan de kinderen in de onderbouw. Mét een echte hond in de klas.

    De lessen worden verzorgd door vrijwilligers van van het Sophia SnuffelCollege. Met hun speciaal daarvoor getrainde hond leren zij… Lees meer >>

  • Docent praat anders met allochtone ouders

    Docent praat anders met allochtone ouders

    redactie | 9 mei 2012 | Reacties (0)

    De communicatie tussen ouders met een niet-Nederlandse achtergrond en de leerkracht verloopt vaak moeizaam. Docenten praten met migrantenouders anders over schoolprestaties kind. Nederlandse ouders stimuleren hun kinderen op een andere manier om goed te presteren op school dan ouders met een migratieachtergrond. De visie van docenten sluit vaak beter aan bij die van Nederlandse ouders.

    Inzet versus persoonlijkheid

    De verschillen in de communicatie met ouders zijn gebleken uit onderzoek van… Lees meer >>

Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog hulp nodig heeft met ritsen en knopen.

4000 Woorden en grotendeels zindelijk

15 mei 2012 | Reacties (0)

Wat moet mijn kind kunnen bij de start van de basisschool? Veel ouders van bijna 4-jarigen stellen zich die vraag. Kleuters hoeven geen toelatingsexamen te doen, maar er gelden wel bepaalde basiseisen. Zo moeten kinderen zindelijk zijn, over een behoorlijke woordenschat beschikken en verstaanbaar kunnen praten.

Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog hulp nodig heeft met ritsen en knopen.

De vaardigheden waarover een nieuwbakken kleuter moet beschikken bij de start van de basisschool vallen uiteen in twee categorieën: cognitieve vaardigheden (weten, kennen en begrijpen) en praktische vaardigheden (kunnen). Waar vanuit het onderwijsveld en beleidsmakers vooral aandacht is voor de cognitieve ontwikkeling van kleuters, staan ouders vaak voor het probleem hoe ze hun kleuter in praktisch opzicht klaarstomen voor de basisschool.

Praktische vaardigheden

Dit moet je kind kunnen:

  • op zijn/haar beurt wachten
  • zich prettig voelen in een groep
  • om hulp durven vragen
  • zelf naar de wc gaan
  • zelf aan- en uitkleden
  • belangstelling tonen voor interactie met andere kinderen
  • zich korte tijd concentreren op een taak
  • verstaanbaar praten
  • bouwen met blokken
  • een vouwblaadje dubbelvouwen

Niet zindelijk, niet naar school?

Mag de school je kind weigeren omdat het nog niet zindelijk is? Ja, dat mag. Met ministerie van onderwijs noemt dit expliciet als weigeringsgrond. Als je erover nadenkt, valt het ook wel te begrijpen, hoe vervelend dan ook voor individuele ouders. Ga maar na: een leerkracht heeft twintig tot soms wel dertig kleuters onder zijn of haar hoede. Als de leerkracht kinderen moet verschonen, blijft de rest van de klas zonder toezicht achter. Om diezelfde reden wordt vaak als eis gesteld dat kinderen zelf hun billen kunnen afvegen. Kan je kind dit niet of  niet goed? Bespreek het dan met de leerkracht en zie even aan hoe het gaat. Veel kinderen doen bewust alleen thuis een grote boodschap.

Knopen, ritsen, veters

De meeste (bijna-)vierjarigen lukt het redelijk goed om zichzelf aan en uit te kleden. Maar het open en dicht doen van knopen en ritsen is vaak nog een probleem. Hoewel er scholen zijn die explicitiet aan de ouders melden dat de kleuters zelf ritsen en knopen moeten kunnen dichtmaken, geven de officiële richtlijnen aan dat het niet erg is als je kind nog hulp nodig heeft bij het dichtdoen van ritsen en knopen. Veters strikken is voor de meeste kleuters ook nog te moeilijk, maar schoenen in kleutermaten worden bijna uitsluitend nog verkocht met ritsen of klittenband.

De meeste kleuterklassen zijn zo georganiseerd dat hulp is gebouwd in het systeem. Jonge kleuters worden vaak gekoppeld aan oudere kleuters, hun ‘maatje’. Dat maatje helpt hen hun jas dicht te ritsen of handschoenen aan te trekken. Vooral in combinatiegroepen is dit maatjessysteem heel gangbaar. Jonge kleuters leren hier snel van (je zult versteld staan hoe snel je kind ineens leert zelf de rits dicht te maken); oudere kleuters vinden het vaak erg leuk om de kleintjes te helpen.

Hoe goed moet je kind kunnen praten?

Kinderen die naar de basisschool gaan, moeten verstaanbaar kunnen praten. Dat wil niet zeggen dat ze alle klanken moeten kunnen zeggen of foutloos moeten spreken. De stelregel is dat een kleuter bij aanvang van de basisschool 75 procent van de klinkers en medeklinkers van het Nederlandse taalsysteem heeft verworven. Het is niet erg als je kind nog moeite heeft met moeilijke medeklinkercombinaties en bijvoorbeeld ‘tap’ in plaats van ‘trap’ zegt. Wel zou je kind zover moeten zijn dat het onbeklemtoonde lettergrepen niet langer weglaat (je kind zegt dus niet langer ‘naan’ maar ‘banaan’).

Naast uitspraak van de woorden is natuurlijk ook de mate van taalbeheersing van belang. Daarmee komen we op het vlak van de cognitieve vaardigheden.

Cognitieve vaardigheden

Dit moet je kind kennen/weten/begrijpen:

Taal

  • passieve woordenschat van 4000 woorden
  • actieve woordenschat 2000 woorden
  • maakt eenvoudige samengestelde zinnen (en, dan, toen, en toen) en vraagzinnen (wie, wat, waar, hoe)
  • mag nog fouten maken met onregelmatige vervoegingen (‘ik loopte’)
  • begrijpt wie-/wat-/waarvragen, aanwijsvragen, luistervragen, keuzevragen, voorspelvragen
  • weet dat er een relatie is tussen klanken en letters
  • herkent een paar lettersymbolen (als P van parkeren, M van McDonald’s)

Rekenen

  • heeft al eens gehoord van driehoek/cirkel/vierkant (benoemen hoeft nog niet)
  • heeft gehoord van de basiskleuren rood, blauw, geel, groen (benoemen hoeft nog niet)
  • kan overweg met klei
  • heeft enig besef van meetkundige begrippen als voor-achter-naast-in-etc.
  • heeft enig besef van tijd (ochtend, middag, avond, nacht)
  • snapt de begrippen groter, hoger, langer, etc.
  • herkent enkele getalsymbolen (weet bijvoorbeeld hoe de 1 en de 2 heten)
  • kan een beetje (mee)tellen: bijvoorbeeld 1-2-3

Grote verschillen in ontwikkeling

Deze opsomming is niet uitputtend, maar geeft een globaal beeld van in het instapniveau op de basisschool. Gaat je kind naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf, dan wordt ook daar al toegewerkt naar de doelen voor het begin van groep 1. Dat heet ‘voorschoolse educatie’. Is het erg als je kind sommige dingen nog niet beheerst? Nee, in principe niet. Bij kinderen op deze leeftijd kunnen de verschillen in ontwikkeling groot zijn. Je buurjongetje van net vier kan misschien al vlot tot twintig tellen, terwijl jouw kleuter aan het eind van groep 1 slechts met haperen tot tien komt. Kleuters ontwikkelen zich echter met grote sprongen. Je zult ontdekken dat je kind van de ene op de andere dag ineens dingen kan die een week eerder nog veel te moeilijk waren.

Leerachterstanden

Toch is het goed om je bewust te zijn van eventuele achterstanden van je kind, vooral op taalgebied. Ongeveer 200.000 kleuters beginnen met een taalachterstand aan de basisschool. Die achterstand bedraagt soms wel één of twee jaar. Die taalachterstanden hangen vaak samen het opleidingsniveau van hun ouders of het feit dat de kinderen thuis een andere taal spreken dan Nederlands. Deze achterstand wordt tijdens de schoolloopbaan niet meer ingehaald.

Het ministerie van onderwijs is daarom in het schooljaar 2011-2012 een landelijke proef gestart waarbij peuters met een taalachterstand kunnen meedoen aan een ‘startgroep’. In de startgroep komen de kinderen minimaal 5 dagdelen van 2,5 uur per week spelenderwijs in aanraking met de Nederlandse taal. Hierdoor worden ze beter voorbereid op het basisonderwijs. In totaal doen 30 scholen mee aan deze landelijke proef. De scholen zijn verantwoordelijk voor het leeraanbod van de peuters. Zij werken daarbij nauw samen met peuterspeelzalen of een kinderdagverblijf.

Denk je dat je kind een taalachterstand heeft? Bij  het consultatiebureau of het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen ze je verder helpen met tips en adviezen. Daar weten ze ook welke voorschoolse educatiemogelijkheden er zijn in jouw woonplaats.

Meer weten? Een compleet overzicht van alle doelen vind je hier


Verder lezen

In de lessen met een hond leren kinderen hoe ze hondengedrag moeten interpreteren. Foto: Suzan Swaters

Hond in de klas moet hondenbeet voorkomen

14 mei 2012 | Reacties (0)

Jaarlijks worden zo’n 150.000 mensen in Nederland gebeten door een hond. Vooral jonge kinderen zijn vaak slachtoffer omdat ze niet goed weten hoe ze met een hond moeten omgaan. Deze week worden op veel basisscholen speciale lessen gegeven aan de kinderen in de onderbouw. Mét een echte hond in de klas.

De lessen worden verzorgd door vrijwilligers van van het Sophia SnuffelCollege. Met hun speciaal daarvoor getrainde hond leren zij kinderen van groep 1 t/m 4 hoe ze het gedrag van honden moeten interpreteren. Dat moet helpen om hondenbeten bij kinderen te voorkomen.

Blijvende verminking

Jaarlijks worden er ongeveer 150.000 Nederlanders door een hand gebeten. Kinderen zijn vaker het slachtoffer dan volwassenen en worden vooral gebeten in het gezicht. Wonden kunnen leiden tot blijvende verminking en psychische problemen. Opvallend is kinderen in de meeste gevallen (77%) worden gebeten door een bekende hond en vaak thuis (65%).

In de lessen met een hond leren kinderen hoe ze hondengedrag moeten interpreteren. Foto: Suzan Swaters

Uit internationaal onderzoek is gebleken dat de kans op een hondenbeet met 86% afneemt als kinderen het gedrag van honden juist interpreteren. Hoe dat moet, wordt uitgelegd bij het Sophia SnuffelCollege. De vrijwilligers van het Sophia SnuffelCollege staan overal in het land voor de klas om kinderen in drie lessen de hondentaal te leren begrijpen. De ervaring heeft geleerd dat veel kinderen na de drie lessen een stuk minder bang zijn voor honden of zelfs helemaal van hun angst voor honden af zijn.

Van handpop tot echte hond

Bij het eerste bezoek maken de kinderen kennis met een handpop. Tijdens de tweede en derde les komt de hond mee de klas in en wordt de theorie in praktijk gebracht. De kinderen leren wanneer ze een hond mogen benaderen, wat de reactie van de hond betekent en welke regels er gelden voor de omgang met en de verzorging van honden. Zo mogen de kinderen de hond aan hun hand laten ruiken, mits de ouders en het baasje toestemming geven. Wanneer het dier zijn kop wegdraait of wegloopt, is het zaak hem met rust te laten. Als de hond goed reageert, dan mag hij zachtjes geaaid worden onder de kin of achter de oren, maar nooit op de kop! Na afloop van de lessenreeks krijgen de kinderen een SnuffelDiploma en een werkboekje met spelletjes en informatie voor de ouders.

Bekijk hier een filmpje van zo’n hondenles:

Veiligheid voorop

Tijdens de lessen staat de veiligheid van de kinderen voorop. De honden die deelnemen aan het project hebben allemaal de Sophia SnuffelCollege Hondengedragstest doorstaan, die speciaal gericht is op kindvriendelijkheid en stressbestendigheid.

Verder lezen

Scholen hoogbegaafden weg bij Leonardo

Scholen hoogbegaafden weg bij Leonardo

9 mei 2012 | Reacties (0)

Het rommelt in hoogbegaafdenland. De afgelopen jaren zijn Leonardoscholen, speciale scholen voor hoogbegaafde leerlingen, als paddestoelen uit de grond geschoten. Nu ligt een groot deel van de aangesloten scholen en klassen overhoop met het bestuur en zegt de samenwerking op, zo meldt het AD vandaag.

De scholen  verwijten de stichting een gebrekkig lessenpakket, belangenverstrengeling en gebrek aan financiële transparantie. Ze vinden dat ze geen waar voor hun geld krijgen. Inmiddels heeft bijna een kwart van de 70 Leonardoscholen de stichting vaarwel gezegd.

Verder lezen

Docent praat anders met allochtone ouders

Docent praat anders met allochtone ouders

9 mei 2012 | Reacties (0)

De communicatie tussen ouders met een niet-Nederlandse achtergrond en de leerkracht verloopt vaak moeizaam. Docenten praten met migrantenouders anders over schoolprestaties kind. Nederlandse ouders stimuleren hun kinderen op een andere manier om goed te presteren op school dan ouders met een migratieachtergrond. De visie van docenten sluit vaak beter aan bij die van Nederlandse ouders.

Inzet versus persoonlijkheid

De verschillen in de communicatie met ouders zijn gebleken uit onderzoek van drie Utrechtse wetenschappers. Zij analyseerden een aantal gesprekken tussen leerkrachten en ouders die in groep 8 gevoerd werden over het schooladvies voor het vervolgonderwijs. Uit de analyse van de gesprekken bleek dat leerkrachten verschil maakten in het verklaren van de schoolprestaties van kinderen. Leerkrachten schreven de schoolprestaties van allochtone kinderen vaak toe aan ‘inzet’ (‘je best doen’). De prestaties van Nederlandse kinderen werden door leerkrachten vaker toegeschreven aan psychologische factoren, zoals concentratie of faalangst. Ook Nederlandse ouders noemden vaker oorzaken die te maken hadden met de persoonlijkheid van het kind.

Anticiperen op verwachtingen

Nederlandse ouders en leerkrachten leken er bij voorbaat vanuit te gaan dat ze het met elkaar eens zijn in gesprekken en anticipeerden daar ook op. Nederlandse ouders bleken vaker in staat om ‘eigen’ verklaringen in te brengen waardoor ze meer invloed hadden in het gesprek en de diagnose. De gesprekken met de Nederlandse ouders bleken ook interactiever van aard dan die met de migrantenouders.

In de gesprekken met migrantenouders verwachtten leerkrachten juist verschillen in visie: daardoor hadden ze de neiging om al voordat ouders iets gezegd hadden bepaalde verklaringen die ouders zouden kunnen geven voor slechte of goede prestaties te weerleggen.

Betere communicatie mogelijk

Mariëtte de Haan, een van de onderzoekers, is van mening dat de communicatie tussen leerkrachten en vooral migrantenouders verbeterd kan worden door bewuster om te gaan met de verschillen in visie, houding en gedrag. “Leerkrachten kunnen toetsen of er sprake is van een gedeelde visie. Ook kunnen scholen nadenken over alternatieve manieren om ouders met een migratieachtergrond de schoolcarrière van hun kinderen te laten ondersteunen, gezien de verschillen met Nederlandse ouders.”

Ander beeld van leerkracht als professional

De Haan: “Wat ook opvalt is dat allochtone ouders meer afstand tot de leerkracht houden. Zij zien een groot verschil in verantwoordelijkheid tussen de leerkracht als professional en henzelf als ouders. Nederlanders maken dat verschil minder.” Overigens constateerden de onderzoekers dat naarmate migrantenouders hoger zijn opgeleid, ze in hun gedrag en houding meer lijken op Nederlandse ouders.

Verschillen werken belemmerend

De verschillen in visie maken het voor allochtone ouders en leerkrachten lastiger om als partners op te trekken, al proberen beide partijen dit zeker wel te realiseren, stellen de onderzoekers. Allochtone ouders zijn in deze gesprekken in het nadeel door hun gebrek aan ervaring, minder kennis van de taal en bekendheid met het Nederlandse schoolsysteem ten opzichte van Nederlandse ouders. Daar komt bij dat hun pedagogische visie soms afwijkt van die van de school.

Het onderzoeksproject ‘De rol van de school in de socialisatie van migrantengezinnen’ richt zich op communicatieve processen op scholen als spiegel van de wisselwerking tussen school en gemeenschap. Het is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, een onderdeel van NWO, en is uitgevoerd aan de Universiteit Utrecht.

Verder lezen

Nederlandse kinderen drinken meer dan een halve liter frisdrank per dag.

Bijna kwart Nederlanse kinderen is te dik

7 mei 2012 | Reacties (0)

Van de Nederlands kinderen in groep 6, 7 en 8 is zo’n 22 procent te dik, 6 procent heeft zelf extreem overgewicht. Dat blijkt uit recent Europees onderzoek naar overgewicht bij kinderen. De Nederlandse kinderen zijn daarmee minder dik dan gemiddeld in Europa. In de onderzochte zeven landen heeft 30 procent van de kinderen overgewicht en er bij 1 op de 10 kinderen sprake van extreem overgewicht.

Overgewicht komt veel voor onder schoolkinderen in verschillende landen in Europa. De onderzoekers van het VU medische centrum bekeken het gewicht van schoolkinderen van 10 tot 12 jaar in België, Griekenland, Hongarije, Nederland, Noorwegen, Slovenië en Spanje. Het werd uitgevoerd in de lente van 2010 onder 3.398 jongens en 3.727 meisjes (minimaal duizend 10- tot 12-jarige kinderen per land).

Frisdrank

Nederlandse kinderen drinken meer dan een halve liter frisdrank per dag.

In Griekenland is overgewicht bij kinderen het grootste probeem: daar kampt de helft van de kinderen met overgewicht; bij één op de vijf Griekse kinderen is sprake van extreem overgewicht. In Noorwegen werden de laagste percentages gemeten; 19% van de Noorse kinderen is te dik, 4% heeft extreem overgewicht.

Nederlandse kinderen drinken het meeste frisdrank

“Het is niet gemakkelijk om de verschillen tussen deze landen te verklaren”, stelt onderzoekscoördinator professor Johannes Brug van VU medisch centrum. Het onderzoek toonde aan dat kinderen in Griekenland het minst sporten, kinderen in Griekenland en Hongarije het meest televisie kijken, kinderen in België het langst slapen, en kinderen in Nederland de grootste hoeveelheden frisdrank drinken (maar liefst 0.6 liter per dag).

Het team van onderzoekers uit 15 organisaties in Europa toonde aan dat de jongens gedurende de onderzochte periode over het algemeen dikker waren dan meisjes, meer televisie keken en meer frisdrank dronken. Meisjes deden echter minder aan sport. Kinderen van hoog opgeleide ouders waren slanker, behalve in Griekenland en Spanje.

“Het is duidelijk dat er verschillen zijn in de culturele tradities, familiegebruiken en eetgewoonten tussen de verschillende Europese landen”, zegt professor Brug. “Het onderzoek laat zien dat kinderen één ding gemeen hebben – ze worden allen blootgesteld aan meerdere factoren die overgewicht bij de kinderen veroorzaken. Slechts één oorzaak aanpakken zal dan ook niet werken.”

De reltaten van het ENERGY-onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift PLoS-ONE . Kijk ook op www.projectenergy.eu

Boekentip 1 : Gezond leven is kinderspel

Boekentip!

Is jouw kind ook te dik? Vind je het moeilijk om je kind gezond te laten eten? Weet je niet hoe je kind moet afwennen frisdrank te drinken? Dan is het boek Gezond leven is kinderspel.Dé trukendoos voor ouders van de Belgische dieetsauteur Sonja Kimpen een echte aanrader.

Gezond leven is kinderspel is géén kookboek. Op geen van de 308 bladzijden valt een recept te vinden. Ook geen tips als ‘dien het eten op in de vorm van een leuk gezichtje’. ‘Onrealistisch’ noemt Kimpen dat soort trucs. Bovendien “zullen ze snel doorhebben dat jouw versierkunst niet bedoeld is om het leuk te maken maar enkel dient om dat wat op het bord ligt in hun mond te krijgen. Kinderen zijn niet dom!”

Wat het boek wel geeft zijn tal van strategieën en heel veel inspiratie om altijd de gezondste weg te kiezen. Zowel voor jezelf als ouder, die het goede voorbeeld moet geven, als voor kinderen, die daarmee een fantastische basis leggen voor de rest van hun leven. Kimpen gaat daarin heel ver. Zelfs op kinderfeestjes probeert ze de gastjes water te laten drinken in plaats van frisdrank, sap of limonade: “Als jullie dorst hebben, vinden hier jullie hier het water. Als je plakspul wilt, mag je ook [maakt een wegwerpgebaar] frisdrank drinken.”

Onrealistisch? Het leuke aan het boek is dat ook Kimpens inmiddels volwassen zonen Niels en Arne stukjes geschreven hebben. Zij konden de aanpak van hun moeder lang niet altijd waarderen, maar uiteindelijk zijn ze haar visie wel gaan delen. De aanhouder wint dus en die boodschap sterkt je om als ouder de strijd aan te gaan en ook zelf het goede voorbeeld te geven.

 

Boekentip 2: Vet! Kinderen over obesitas.

Boekentip!

22 Procent van de Nederlandse kinderen is te dik, meldt het VUmc-onderzoek. Dat zijn de cijfers. Het boek Vet! Kinderen over obesitas laat zien welke kinderen er schuil gaan achter de statistieken. Hoe werden ze zo dik? Wat vinden ze van hun uiterlijk, en wat vindt de buitenwereld ervan? Inger Boxsem en Wout Jan Balhuizen portretteren in woord en beeld een aantal kinderen met overgewicht. Ouders vertellen in het boek over de strijd voor een gezond gewicht van hun kind.

Achterin Vet! geeft diëtistGwendell Fondoe Aubèl tips over wat je wel en wat je juist niet moet doen om kinderen een gezond gewicht te laten krijgen en houden. Wel doen, bijvoorbeeld: “Geef kinderen fruit en water mee naar school als tussendoortje. Als je water kiest scheelt dat 1700 kcal per maand: een hele dag eten.” Kaas op brood? Niet doen: “Niet voor niets is kaas uit de schijf van vijf gehaald. gewone kaas bestaat voor achtenveertig procent uit vet!”


Verder lezen

De AOb heeft fel actie gevoerd tegen de plannen voor het passend onderwijs en de prestatiebeloning  'Haagse poppenkast', noemde de vakbond de plannen.

Bezuiniging ‘passend onderwijs’ op de helling

24 april 2012 | Reacties (0)

De bezuinigingen op passend onderwijs lijken niet door te gaan nu het kabinet-Rutte is gevallen. De vakbonden en de oppositiepartijen roepen de Eerste Kamer op de invoering van de wet passend onderwijs controversieel te verklaren. Gevoelige thema’s worden doorgaans uitgesteld tot na de verkiezingen.

De AOb heeft fel actie gevoerd tegen de plannen voor het passend onderwijs en de prestatiebeloning 'Haagse poppenkast', noemde de vakbond de plannen.

Het lijkt er op dat de plannen voor passend onderwijs en het invoeren van prestatiebeloning toch al gesneuveld waren tijdens het Catshuisoverleg. Dat blijkt uit de details van het Catshuisakkoord waarover CDA, VVD en PVV zaterdag geen overeenstemming konden bereiken.  “Dat is enorme  winst voor het onderwijs”, constateert voorzitter Walter Dresscher van de Algemene Onderwijsbond (AOb). “Blijkbaar wilden de regeringspartijen eindelijk luisteren naar het massale verzet tegen deze twee onzinnige plannen. Dat kunnen ze nu ook los van het totaalpakket regelen.”

Grote onzekerheid voor scholen

Voor scholen betekent de nieuwe situatie wel dat de voorbereiding op het nieuwe schooljaar in grote onzekerheid plaatsvindt. Want nu het totale akkoord niet doorgaat,  doemen er uitvoeringsproblemen op.  Bij de AOb melden zich volgens de bond iedere dag tientallen leden die een ontslagaanzegging hebben gekregen in verband met de eerste ronde bezuinigingen op passend onderwijs. Besturen nemen daarmee alvast een voorschot op de wet die nu bij de Eerste Kamer ligt, maar nog niet is goedgekeurd.

“Ik roep minister Van Bijsterveldt op om snel duidelijkheid te scheppen in de nu ontstane chaos, zegt Dresscher. “Het ligt voor de hand om de bezuinigingen op passend onderwijs snel stop te zetten, zodat schoolbesturen en onderwijspersoneel weten waar ze aan toe zijn. Dat brengt weer rust op de scholen die druk bezig zijn reorganisatieplannen door te voeren. De voorbereiding van de prestatiebeloning kan per direct worden stopgezet. In de Tweede Kamer zal voor deze voorstellen een ruime meerderheid te vinden zijn, nu behalve de oppositie ook de coalitie van deze plannen af wil.”

Passend onderwijs lijkt onneembare hobbel

Als de Eerste Kamer het passend onderwijs inderdaad controversieel verklaart, is dat al de tweede keer. Ook bij de val van het vorige kabinet (het laatste kabinet-Balkenende) in 2010 sneuvelde het passend onderwijs in de besluitvorming vanwege het controversiële karakter. Daarvoor werd de invoering al eens uitgesteld omdat de plannen te inwikkeld waren en op te veel weerstand stuitten in het onderwijsveld.



(bron: Thuisinonderwijs.nl/AllePersberichten.nl)

Verder lezen

Citoscore belangrijker dan schooladvies?

Citoscore belangrijker dan schooladvies?

23 april 2012 | Reacties (0)

Het is al jarenlang een veel gehoorde klacht van ouders: middelbare scholen selecteren te strikt op basis van de Cito-score, die ze zwaarder laten wegen dan het schooladvies. Vooral in gebieden waar het dringen is voor een plekje in de brugklas wordt de Cito-score als harde toelatingseis gesteld, terwijl de toets hier nooit voor bedoeld is. Officieel zou het schooladvies, dat niet is gebaseerd op een momentopname, zwaarder moeten wegen.

‘Ook de juf begrijpt de afwijzing niet’

Vader Kees vertelt:
“Femke was grieperig in de Cito-week. Of het daardoor komt, weet ik niet, maar ze scoorde ‘maar’ 543 op de Cito-toets. Twee punten te weinig voor automatische toelating op het gymnasium waar ze graag naar toe wil. Ze was helemaal overstuur.

Wij troostten haar, want de juf had al aangegeven dat zij wel een gymniumadvies zou geven. Ze had immers altijd A’s gehaald op al haar reguliere Cito-toetsen, op één keer een heel hoge B na. We hadden er dan ook alle vertrouwen in dat het goed zou komen.

Tot we twee weken geleden een kort, onpersoonlijk briefje kregen. Femke is afgewezen op basis van haar Cito-score. We hebben de school gebeld, maar ze waren onverbiddelijk. Ook de juf heeft meteen contact gezocht met de middelbare school, want zij begrijpt de afwijzing ook niet. Maar het mocht niet baten: als Femke’s Cito-score één punt hoger was geweest, had de juf mogen komen praten. Nu niet.”

Inmiddels is Femke aangemeld voor een gymnasium in een stad 25 kilometer verderop. “Daar werd ze zonder problemen toegelaten op basis van het schooladvies. Dat is heel natuurlijk fijn, maar het betekent wel dat onze dochter van net 12 elke dag zelfstandig met de trein heen en weer moet. Terwijl ze op drie minuten lopen van het plaatselijke gymnasium afwoont.”

(De namen in dit stukje zijn gefingeerd; de ouders hopen er alsnog met de school van hun eerste keuze uit te komen.)

Eerder onderzoek van Cito heeft aangegeven dat een meerderheid van de scholen (58 procent) al dan niet na overleg het advies van de basisschool volgt als dat niet overeenkomt met de Cito-score. Slechts 0,3 procent zou in zo’n geval uitsluitend op de eindtoest af gaan. Tussen wat scholen zeggen te doen en de ervaringen van ouders lijkt dus een grote kloof te zitten.

5010 inventariseert ervaringen van ouders

Ervaringen met de toelating van je kind kan je tussen 10.00 en 15.00 uur melden bij 5010.

Ook bij de landelijke ouderorganisaties voor het onderwijs worden deze geluiden gehoord. De organisaties, die opereren onder de noemer 5010, roepen ouders op om hun ervaringen door te geven. Ze willen zo in kaart brengen of het ontstane beeld klopt met de werkelijkheid.

De Cito-toest is nadrukkelijk niet bedoeld als toelatingsexamen voor het voortgezet onderwijs. De toets meet wat de leerlingen in de acht jaar van hun basisschooltijd hebben geleerd. Oefenen voor de toets is dan ook niet nodig, zo wordt keer op keer vanuit Cito en het onderwijs benadrukt.

“In heb het altijd gezien als ‘pushen’ als ouders hun kinderen gingen prepareren voor de Cito-toets. Nee, dat zouden wij écht niet gaan doen”, zegt Charlotte Tempels, moeder van zoon Bas die in groep 8 zit. “Maar toch hebben wij Bas heel veel laten oefenen. Bij ons in Utrecht is het moeilijk om een goede brugklasplek te vinden. We wilden niet dat een twijfelachtige Cito-score dat nog eens extra lastig zou maken. Het heeft zijn vruchten wel afgeworpen. Bas zat bij de entreetoets in groep 7 op niveau vmbo/havo, bij de eindtoets is hij uitgekomen op havo/vwo.”

 


Verder lezen

Keikiz.tv maakt ziekenhuis minder eng

Keikiz.tv maakt ziekenhuis minder eng

17 april 2012 | Reacties (0)

Morgen wordt de website Keikiz.tv gelanceerd, een onafhankelijk platform waar kinderen en ouders informatie kunnen vinden over het ziekenhuis en ziek zijn. De site moet bij kinderen de angst voor het ziekenhuis wegnemen.

Informatie die aansluit bij het kind

Kinderen die ziek zijn en naar het ziekenhuis moeten, zijn erg afhankelijk van de informatie die ze krijgen van de huisarts, het ziekenhuis en hun ouders. In veel gevallen sluit de manier waarop ze de informatie krijgen te weinig aan bij de beleving van het kind. Keikiz.tv brengt daar verandering in door kinderen beter voor te bereiden op een bezoek aan of verblijf in het ziekenhuis.

Filmpjes over behandelingen

Kinderen kunnen Flop Keikiz.tv filmpjes bekijken met uitleg over diverse behandelingen in het ziekenhuis, zoals het ondergaan van een hartfilmpje en het laten maken van een röntgenfoto. De hoofdrol in de filmpjes is voor de presentatoren van bekende kinderprogramma’s, zoals Jetske van den Elsen, Evelien Bosch, Ewout Genemans, en Vivienne van den Assem. Ook kunnen kinderen op Keikiz.tv vragen stellen over medische onderwerpen en antwoorden vinden op vragen als: Wat moet ik meenemen als ik een nacht in het ziekenhuis moet blijven? Wat is narcose en doet het pijn? Wat is een MRI-onderzoek? Is de ziekte van Pfeiffer besmettelijk?

‘Wegnemen van angst stimuleert genezingsproces’

Jeroen van Leeuwen, initiatiefnemer van Keikiz.tv: “Een opname in een ziekenhuis maakt veel indruk op een kind. Het wegnemen van een aantal onzekerheden vermindert de angst en spanning van een ziekenhuisbezoek en stimuleert het genezingsproces. Vandaar dat wij met Keikiz.tv op een eigentijdse en kindvriendelijke manier informatie verschaffen die nodig is om een kind vertrouwd te maken met het ziekenhuis en al zijn facetten. We spelen daarmee in op de trend dat kinderen steeds meeronline op zoek gaan naar informatie en filmpjes bekijken.”

Bekijk hier alvast de trailer van keikiz.tv


Verder lezen

Huiswerk leidt niet tot betere schoolprestaties, zo blijkt uit Australisch onderzoek.

‘Huiswerk is slecht voor de schoolresultaten’

16 april 2012 | Reacties (0)

Huiswerk op jonge leeftijd is eerder slecht voor de schoolresultaten dan goed. Dat concludeert een groep Australische wetenschappers verbonden aan de universiteit van Sydney op basis van internationaal onderzoek. Pas halverwege de middelbare school wordt huiswerk zinvol.

Huiswerk heeft averechts effect

Huiswerk leidt niet tot betere schoolprestaties, zo blijkt uit Australisch onderzoek.

Nederlandse basisscholen mogen zelf bepalen of ze hun leerlingen huiswerk opgeven en hoeveel dat is. Van die vrijheid maken ze op uiteenlopende manieren gebruik. Sommige scholen beginnen al in groep 5 met huiswerk meegeven. Voor andere scholen is groep 8, ter voorbereiding op de middelbare school, vroeg genoeg.

Ook de hoeveelheid huiswerk wisselt sterk. Is de ene achtsegroeper met twintig minuten huiswerk per week klaar, op een andere school krijgen de leerlingen soms wel voor een half uur tot drie kwartier werk per dag mee.

Meer huiswerk, slechtere resultaten

Het Australische onderzoek vergeleek de resultaten van 10.000 scholieren in verschillende landen, waar verschillend wordt aangekeken tegen huiswerk. “In landen waar de kinderen meer tijd kwijt waren aan huiswerk, waren de schoolresultaten lager”, zegt onderwijspsycholoog Richard Walker, een van de onderzoekers. Dezelfde correlatie tussen huiswerk en schoolresultaten werd vastgesteld bij het vergelijken van kinderen uit hetzelfde land die verschillende hoeveelheden huiswerk kregen.

“Kinderen die te veel huiswerk krijgen”, zegt Walter, “hebben het gevoel dat het huiswerk ten koste gaat van dingen die ze zelf leuk en waardevol vinden om te doen. Dat is een belangrijk gegeven, omdat huiswerk maken daardoor tot iets vervelends wordt.”

Huiswerkvrije school

Helemaal geen huiswerk dan maar? Er zijn basisscholen die daarvoor kiezen, net als een groeiend aantal middelbare scholen. Er valt wat voor te zeggen op basis van het Australische onderzoek. Pas in de bovenbouw van de middelbare school heeft het maken van huiswerk een meetbaar positief effect op de schoolresultaten. “Tot die leeftijd heeft huiswerk eigenlijk geen zin.”

Franse ouders boycotten huiswerk

In Frankrijk woedt momenteel een verhitte discussie over de zin en onzin van huiswerk. Ouders in Frankrijk hebben opgeroepen tot een boycot van huiswerk. De oudervereniging FCPE vindt dat Franse kinderen te veel belast worden en dat het huiswerk vaak zinloos en vermoeiend is.

“Als een kind zijn werk op school niet gedaan krijgt, zie ik niet in hoe ze thuis voor elkaar moeten krijgen”, zei FCPE-voorzitter Jean-Jacques Hazan. Hij vindt de scholen de verantwoordelijkheid om kinderen iets te leren doorschuiven naar ouders, wat leidt tot wrijving binnen gezinnen. “Van ouders wordt verlangd dat ze het werk doen dat de leerkracht op school had moeten doen.” De ouders vinden dat er betere manieren zijn om hun kinderen kennis bij te brengen.

Officieel is huiswerk op de basisschool in Frankrijk afgeschaft. Toch is het er heel gebruikelijk dat de kinderen extra taken mee naar huis krijgen. Zo spenderen leerlingen in het basisonderwijs toch nog elke dag een half uur aan extra opdrachten.


Verder lezen

’14 Procent leerkrachten krijgt onvoldoende’

’14 Procent leerkrachten krijgt onvoldoende’

14 april 2012 | Reacties (3)

Veertien procent van de juffen en meesters op de basisschool voldoet niet aan de eisen, de overgrote meerderheid wel. Dat blijkt uit berichtgeving in de Telegraaf, die delen heeft ingezien van een rapport van de Onderwijsinspectie over de kwaliteit van docenten.

De Onderwijsinspecite heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van leerkrachten in zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Hiervoor werden lessen van ruim 2500 leraren bijgewoond. Het onderwijsverslag wordt woensdag aangeboden aan minister Van Bijsterveldt van Onderwijs.

In het basisonderwijs zijn volgens de Onderwijsinspectie minder docenten die hun vak niet goed genoeg in de vingers hebben dan in het voorgezet onderwijs. 86 Procent van de meesters en juffen beheerst het vak. Op de havo geeft bijna een derde van de leraren ondermaats les. Op het vmbo is dat een kwart, op het vwo een vijfde.

Verder lezen