• Hoe kies je een basisschool

    Hoe kies je een basisschool?

    | 28 november 2016 | Reacties (10)

    Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke […]

  • Tips om je kind te helpen met concentreren

    Tips om je kind te helpen met concentreren

    | 22 november 2016 | Reacties (0)

    Je dochter is een dromer. Je zoon kan niet stilzitten.  Je kind is door het minste of geringste afgeleid. Misschien heb je tijdens het tienminutengesprek te horen gekregen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren. Is dat erg? Hoe kun je je kind helpen? In dit artikel zetten we het voor je op […]

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

1 december 2016 | Reacties (0)

Over een paar dagen is het pakjesavond. Wat is er dan leuker om samen met je kind(eren) een avontuur aan te gaan om Piet te helpen. In het donker kan Piet de namen op de pakjes niet namelijk niet lezen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Piet de pakjes toch goed bezorgt?

sfeer_oeno

Dat is de vraag die centraal staat in een serie gratis te downloaden lessen die is ontwikkeld door het Wetenschapsknooppunt TU Delft en Ontwerpbureau Meeple. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten van groep 1 tot en met 4, maar ze vormen ook een superleuke activiteit om thuis met je kind(eren) te doen. Het draait namelijk allemaal om onderzoeken en ontwerpen en om vanuit verwondering op zoek te gaan naar antwoorden.

Download de sinterklaasactiveit hier

Piet heeft hulp nodig

Het begint allemaal met een brief van Sinterklaas, waarin hij persoonlijk de hulp van je kinderen inroept:

Ik zit namelijk met iets,
Piet ziet in het donker helemaal niets.

Als hij een pakje in de schoorsteen stopt,
Weet hij niet zeker of het allemaal wel klopt.

[…]

Kunnen jullie uitzoeken hoe dat gaat met Piet op het dak?
Als hij boven is met alle pakjes in de zak.

Hebben jullie een idee?
Denken jullie met Sint en de Pieten mee?

O jee, een probleem dus. Dat kennen we natuurlijk wel van het Sinterklaasjournaal en andere sinterklaasverhalen.

Is het probleem wel een probleem?

Het leuke is alleen dat we hier niet klakkeloos aannemen dat het probleem bestaat. Want we zijn dan wel zoete kindertjes, dat wil nog niet zeggen dat we alles voor zoete koek slikken 😉 Eerst zelf maar eens even kritisch nadenken.

Je kinderen gaan daarom ontdekken hoe vervelend de situatie is voor Piet. Want kan hij niet voelen wat er in de pakjes zit? Of gewoon een zaklantaarn gebruiken om de namen te lezen? Dat gaat je kind zelf ervaren! Op naar de speeltuin om met een zak met pakjes en een zaklantaarn in de hand een klimrek te beklimmen. Neuh… da’s inderdaad niet echt handig.

Ideeën verzinnen en een prototype maken

De volgende stap is dat je kinderen ideeën gaan bedenken om het probleem op te lossen. De handleiding gaat hierbij natuurlijk uit van een schoolse situatie; dat zul je voor thuis een beetje aan moeten passen, maar dat maakt voor het proces niet uit. Stimuleer je kind(eren) om zo veel mogelijk mogelijke oplossingen te bedenken. Niets is te gek! In deze fase is alles goed, ook oplossingen die alleen in dromen voor kunnen komen of die je nooit zou kunnen uitvoeren.

De volgende stap is namelijk om ideeën te selecteren en die daadwerkelijk uit te proberen. Dat betekent: knutselen, bouwen en misschien zelfs wel (veilig) experimenteren met stroom!

Tips:

  • Lees de handleiding goed door, zodat je weet wat er komt. Sommige dingen zul je thuis anders willen/moeten dan beschreven in de handleiding. Gewoon doen; het is niet de bedoeling dat je thuis schooltje gaat spelen. Dit is gewoon een leuke activiteit voor in de sinterklaasperiode, die toevallig ook nog eens leerzaam is.
  • Controleer of je de benodigde materialen in huis hebt (en of je ze gemakkelijk kunt vinden).
  • Prikkel je kind door vragen te stellen, maar geef geen antwoorden. Je kunt zelf ook meedoen met ontwerpen maken en prototypes bouwen, maar let erop dat je je kind alle ruimte laat om zelf met ideeën te komen en vrijuit te experimenteren.

header_oeno

Onderwijstrend: Ontwerpen en onderzoeken

‘Onderzoekend en ontwerpend leren’ is een echte trend in het onderwijs. Deze manier van leren brengt kinderen vaardigheden bij die te maken hebben met een wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Kinderen moeten een beroep doen op hun creativiteit en denkvaardigheden.

Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de kinderen veel leren en het geleerde makkelijker onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen.

 

Verder lezen

Hoe kies je een basisschool

Hoe kies je een basisschool?

28 november 2016 | Reacties (10)

Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke beslissing, die de komende acht jaar en zelfs nog na de basisschooltijd van invloed is op je kind. Neem daarom de tijd om zorgvuldig en weloverwogen een school te kiezen.

Welke criteria laat je meewegen?

Om een school te kunnen kiezen, zal je eerst voor jezelf op een rijtje moeten hebben wat jullie als ouders belangrijk vinden aan een school. Alle ouders hanteren hun eigen criteria, afhankelijk van hun eigen ideeën en opvattingen en hun persoonlijke omstandigheden.

Met stip op één in vrijwel alle lijstjes in tijdschriften en op websites staat: kijk naar je kind. Het klinkt volkomen logisch en dat is het ook. Natuurlijk is het verstandig om bij de schoolkeuze rekening te houden met je kind: hoe zelfstandig is je kind, wat voor soort onderwijs past bij zijn of haar karakter. Staar je daar echter niet blind op. Als je naar je driejarige zoon of dochter kijkt, is het nog moeilijk te voorspellen tot wat voor soort schoolkind hij of zij zal uitgroeien of wat met wat voor leerproblemen je later misschien te maken krijgt.
Denk ook aan eventuele broertjes of zusjes, die een heel ander karakter kunnen hebben dan de oudste. Alleen al uit praktische overwegingen kiezen vrijwel alle ouders ervoor hun kinderen naar dezelfde school te laten gaan.

De keuze voor een school is een mix van rationele en emotionele argumenten. Probeer in kaart te brengen welke criteria je wilt laten meewegen bij je schoolkeuze. Daarmee vergemakkelijk je de uiteindelijke keuze.

Aspecten die je kunt laten meewegen bij de schoolkeuze:

  • openbaar of aansluitend bij eigen geloof of levensbeschouwing
  • onderwijstype
  • locatie en schoolroute
  • schoolpopulatie: wie zijn de toekomstige vriend(innet)jes van je kind?
  • schoon en goed onderhouden schoolgebouw
  • aandacht voor leer- en gedragsproblemen
  • sociale normen en waarden (pestprotocol)
  • goede sfeer en uitstraling
  • hoe zijn tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld
  • schooltijden
  • wat betaal je aan ouderbijdrage
  • aandacht voor cultuur en natuur
  • inzet van moderne leermiddelen als computer en tablet
  • kwaliteit van het onderwijs
  • goede aansluiting met voortgezet onderwijs
  • wat wordt er precies van ouders verwacht
  • gemiddelde groepsgrootte
  • schoolgrootte
  • veel of weinig parttimers (duobanen) voor de klas
  • heeft of krijgt de school te maken met krimp

Grote scholen, kleine scholen

Wat is beter, een kleine school of een grote school? Beide hebben voor- en nadelen. Kleine scholen voelen vaak wat knusser en vertrouwder aan. Iedereen kent elkaar, er is veel persoonlijk aandacht en de communicatie verloopt makkelijk. Daar staat tegenover dat de werkdruk voor het personeel op kleine scholen vaak hoger is. Wisselen van klas is meestal niet mogelijk, omdat er geen parallelgroepen zijn.

Op heel kleine scholen zitten soms leerlingen met drie jaar leeftijdsverschil in één groep. De grootte van de school zegt niets over de groepsgrootte: kleine scholen kunnen grote groepen hebben en grote scholen kunnen kleine groepen hebben. Combinatiegroepen (bijvoorbeeld groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) komen op zowel grote als kleine scholen voor; soms uit noodzaak, vaak ook omdat daar bewust voor wordt gekozen.

Dit zeggen ouders:

De meeste kinderen in onze wijk zitten op de katholieke school. Niet omdat hun ouders gelovig zijn, maar omdat die school een continurooster heeft.”

De dorpsschool is zo klein dat het de vraag is of die over een paar jaar nog bestaat. Toch kiezen we er bewust voor want de school staat heel goed bekend.”

Als we ons van tevoren had gerealiseerd dat op deze school niet één meester werkt, hadden we misschien wel een andere school gekozen.”

Lieneke is een echt ‘montessorikind’, maar Ties, onze jongste, was misschien wel beter af geweest op een reguliere school.”

Er wordt op deze school erg veel aandacht besteed aan creativiteit, muziek, toneelspelen. Dat past echt bij onze dochter. Bovendien zit hij hier vlak om de hoek!”

Of thuis naar school…

Naar aanleiding van een aantal reacties op dit artikel (zie hieronder), noemen we hier ook een andere keuze: je kunt besluiten je kind thuis les te geven. In Nederland volgen naar schatting tussen 200 en 2000 kinderen op principiële gronden thuisonderwijs (ter vergelijking: ruim 1,6 miljoen kinderen gaan naar de basisschool). In andere landen is home schooling een bekend fenomeen; zo wordt in Amerika zo’n vijf procent van alle kinderen thuis onderwezen. Deze vorm van onderwijs staat daar hoog aangeschreven; uit onderzoeken is gebleken dat kinderen in Angelsaksische landen die thuisonderwijs gekregen hebben, verder waren in zowel hun schoolvorderingen als in hun sociaal-emotionele ontwikkeling dan leeftijdsgenoten die naar school gingen (bron: Kohnstamm Instituut).

Thuisonderwijs is in Nederland geen bij wet geregelde vorm van onderwijs. Om je kind zelf thuis te mogen geven is vrijstelling van de leerplicht nodig. Vrijstelling kan worden verleend als je kind op basis van psychische of lichamelijke gronden ongeschikt is om naar een gewone school te gaan of als er binnen redelijke afstand geen enkele school te vinden is die past bij de levensbeschouwelijke richting van de ouders.

Verder lezen

Tips om je kind te helpen met concentreren

Tips om je kind te helpen met concentreren

22 november 2016 | Reacties (0)

Je dochter is een dromer. Je zoon kan niet stilzitten.  Je kind is door het minste of geringste afgeleid. Misschien heb je tijdens het tienminutengesprek te horen gekregen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren. Is dat erg? Hoe kun je je kind helpen? In dit artikel zetten we het voor je op een rijtje.

hoe-leert-een-kind-zich-concentreren

”De juf gaf aan dat Jayden moeite heeft om zich te concentreren. Tijdens het zelfstandig werken kan zijn aandacht niet vasthouden. Hij bemoeit zich met alles en iedereen behalve zijn eigen taakjes. Ik herken het wel van thuis. Jayden doet uren over een bord eten omdat zij druk is met alles om zich heen. Maar als hij met Lego speelt of aan het gamen is, kan hij zich urenlang concentreren. Hoe kan dat?”

 

Wat is concentratie?

Concentratie wordt vaak omschreven als aandacht of focus. Aandacht is een mechanisme dat de enorme hoeveelheid aan prikkels die op ons afkomt filtert. Het richten van de aandacht valt daarbij te vergelijken met de werking van een vergrootglas.* Het wordt ook wel ‘selectiviteit in de waarneming’ genoemd.** Daarbij spelen ook de factoren ‘tijd’ en ‘intensiteit’ een rol. We hebben het pas over concentratie als je gedurende wat langere tijd met een zekere intensiteit met iets bezig bent.

‘Concentratievermogen’ is geen in beton gegoten waarde. Dat blijkt wel uit het verhaal van Jayden. Bij zijn schooltaakjes kan hij moeilijk de aandacht vasthouden, maar als hij aan het spelen is, is hij langere tijd volledig gefocust.

Vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie

Dat de concentratie varieert is een verschijnsel dat iedereen vertoont. Denk maar aan jezelf. Stel, je wordt op een feestje aangesproken door een aardige, maar ook nogal saaie persoon. Hij steekt een ellenlang verhaal af over een van zijn hobby’s. Omdat je het sneu vindt om niet even met hem te praten, probeer je op gepaste momenten ‘ja’ en ‘nee’ te zeggen en een vraag te stellen. Dat lukt matig. Zodra twee vrienden van je pal achter je een gesprek beginnen waaraan je dolgraag zou willen meedoen, is je concencratie helemaal weg. “Eh… sorry, wat zei je….?”

Als het gaat om concentratie, is er een onderscheid in vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie. Als je iets doet wat je leuk vindt en waar je zelf voor kiest (vrijwillige concentratie), komt de concentratie vanzelf en kun je je dieper en langer focussen. Moet je je verplicht op een bepaalde taak richten (gedwongen concentratie), dan is dit een stuk moeilijker.

Dat een kind op school vaak dingen moet doen waar hij of zij niet zelf voor kiest, wil niet zeggen dat er bij schoolwerk alleen maar sprake is van gedwongen concentratie. Bij een kind dat het taakje met plezier en motivatie doet, vallen gedwongen concentratie en vrijwillige concentratie samen.

Leeftijd en concentratie

Ook leeftijd speelt een belangrijke rol bij concentratie. Jonge kinderen hebben een veel kortere aandachtsboog dan oudere kinderen. Hun aandacht wordt al snel door iets anders opgeëist. Ze kunnen zich bij het uitvoeren van een taak veel moeilijker afsluiten voor afleidende prikkels dan oudere kinderen. Als richtlijn geldt:

  • 6 jaar: 10 minuten
  • 10 jaar: 20 minuten
  • 13 jaar en ouder: 30 minuten

Kán je kind zich niet concentreren of lúkt het concentreren niet?

Daarnaast is aanleg een factor. De één kan zich van nature nu eenmaal makkelijker afsluiten voor prikkels en invloeden van buitenaf dan de ander. Bij kinderen met ADD of ADHD zijn de concentratieproblemen groter dan gemiddeld. Dit betekent echter niet dat je kind ‘dus’ ADD of ADHD ‘heeft’.

Concentratieproblemen zijn onder te verdelen in twee soorten:

  1. je kind heeft wel het vermogen om zich te concentreren, maar het lukt niet. Bijvoorbeeld doordat er de omstandigheden zijn die dit moeilijk maken. Dit worden concentratiebelemmeringen genoemd. Belemmeringen kunnen zijn: de leerstof is te moeilijk, de les is saai, de klas is rumoerig of je kind heeft te weinig geslapen.
  2. er is sprake van een concentratiestoornis: het concentratievermogen ontbreekt. Bij een concentratiestoornis kan het gaan om de tijdsduur van concentratie (slechts heel kort), om snel afgeleid zijn of om niet efficiënt kunnen focussen.

Bij de meeste kinderen met concentratieproblemen is er geen sprake van een stoornis.

Concentreren is iets wat je in je ontwikkeling moet leren. Het is een vaardigheid die je kind kan (en moet) oefenen. Meestal gebeurt dat vanzelf. Maar er zijn ook dingen die je kunt doen om te helpen zolang je kind zich uit zichzelf nog niet goed genoeg kan concentreren.

 

Hoe verbeter je de concentratie?

Laten we beginnen met wat niet werkt, maar wat – gek genoeg – de eerste methode is die meestal wordt geprobeerd. Namelijk zeggen tegen het kind dat het zich moet concentreren:

  • “Houd je hoofd er nu eens bij.”
  • “Concentreer je nou eens.”

Of, in een variant: “Zit eens stil. Als je zo beweegt kun je je toch niet concentreren?”

Hoewel de eerste twee opmerkingen wel kunnen helpen om een kind eraan te herinneren dat dit een situatie is die om zijn concentratievaardigheden vraagt, helpen ze niet om die vaardigheden daadwerkelijk te vergroten. Zonder de ‘skills’ om te focussen, valt er maar weinig te concentreren.

Beweging helpt kinderen om zich te concentreren

Wiebelen en friemelen

De tweede opmerking (‘zit eens stil’) berust op een ouderwetse opvatting die door modern onderzoek is verworpen. Tegenwoordig is bekend dat beweging juist goed is voor de concentratie. Kinderen die tijdens de reken- en taallessen bewegen, leren veel meer dan kinderen die stilzitten, zo ontdekten wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze leren met meer aandacht en zijn beter bij de les.

Dat geldt niet alleen voor ‘grote’ bewegingen, maar ook voor ‘kleine’. Denk maar aan de tekeningetjes die je zelf maakt tijdens een vergadering of telefoongesprek. Ze helpen om je aandacht erbij te houden. Ook kinderen gebruiken (onbewust) die techniek: ze friemelen aan hun kleren, kauwen op hun pen, wippen heen en weer op hun stoel, draaien een haarlok om hun vingers of neuriën een liedje.

Als volwassene vinden we dat gedrag vaak irritant en vragen we het kind ermee op te houden. Dat is jammer, want daarmee maken we het voor een kind moeilijker om zich te concentreren. Soms kan het niet anders. Want het gedrag dat het ene kind helpt om zich te concentreren, kan voor klasgenoten zó storend zijn dat zij zich juist niet meer kunnen concentreren.

Als jouw kind zo’n stoorzendertje is, kan het een goed idee zijn om op zoek te gaan naar een manier waarop jouw kind kan friemelen of bewegen zonder dat het anderen stoort. Er zijn allerlei attributen te koop die kunnen helpen, zoals een wiebelkussen voor beweeglijke kinderen, een tangle waarmee je kind kan friemelen of speciale sieraden om op te kauwen of sabbelen. Bespreek het vooral ook even met de leerkracht voordat je iets aanschaft. Op school is soms al materiaal aanwezig en soms hebben scholen een duidelijke voorkeur voor producten.

Regelmatig sporten en bewegen

Beweging tijdens het concentreren helpt, maar ook gewoon sporten en bewegen verbeteren het concentratievermogen. Jongeren die veel bewegen kunnen zich beter concentreren op school, zo bleek vorig jaar uit promotieonderzoek aan de Open Universiteit. Alleen al met de fiets of lopend naar school gaan in plaats van met de auto bleek – opvallend genoeg specifiek voor meisjes – te helpen om zich op school beter te kunnen concentreren.

De gunstige werking van beweging op het concentratievermogen is ook wat kinderen en leerkrachten ontdekken die op school meedoen met de Daily Mile: elke dag een kwartier hardlopen tijdens schooltijd om kinderen voldoende te laten bewegen. Het verschijnsel begon in Engeland en krijgt sinds dit schooljaar ook in Nederland voet aan de grond: als de concentratie inzakt, gaat de hele klas een kwartiertje hardlopen en iedereen kan weer fris en gefocust aan de slag.

Leerlingen groep 6 De Bakelgeert rennen elke dag The Daily Mile

De kinderen van groep 6 van basisschool De Bakelgeert in Boxmeer gaan iedere doordeweekse dag 1,5 kilometer hardlopen. Tussen de lessen door lopen ze rondjes in het park. Het project heet The Daily Mile en is overgewaaid vanuit Schotland.

‘Laat je niet afleiden’

“Laat je toch niet zo afleiden.” Een andere dooddoener om tegen een snel afgeleid kind te zeggen. Het kind kiest er immers niet voor om afgeleid te raken, het gebeurt gewoon… Je kind weet wel dat er aandacht nodig is om iets te leren, maar het lukt nog niet om de nieuwsgierigheid naar al het andere om hem heen lang genoeg te onderdrukken. Jonge basisschoolkinderen hebben hiervoor nog niet genoeg zelfdiscipline.

concentratie-werkplek-kids-f-type-1-_-tbv-tafel-70-x-50-cm-kopen_-_-heutink-nlZolang het je kind nog niet lukt om zich af te sluiten voor prikkels die zijn of haar aandacht vragen, kan het helpen om te zorgen dat de prikkels je kind niet bereiken. Geluidsdempende koptelefoons zijn op de basisschool al helemaal ingeburgerd. Ze houden niet alle geluiden tegen, maar dempen stemmen van klasgenoten net genoeg om ze te kunnen negeren.
Op veel scholen mogen de kinderen zelf kiezen waar ze gaan zitten tijdens het zelfstandig werken. Kinderen die van rust houden, kiezen een rustig plekje. Kinderen die juist gedijen bij wat reuring (voor sommigen is dat juist goed voor de concentratie!) kiezen een wat rumoeriger omgeving. Heeft jouw kind op school geen keuze over de werkplek, of laat je zoon of dochter zich ook op een rustige plek nog te veel afleiden, dan kan een speciaal scherm op het tafeltje een uitkomst zijn. Die houdt visuele prikkels tegen: je kind heeft geen uitzicht meer en moet dus wel naar het taakje kijken.

 

Concentreren kun je leren

Trucjes en hulpmiddelen kunnen je kind helpen, maar uiteindelijk is het doel natuurlijk dat je kind zich op eigen kracht kan concentreren. Dat is een vaardigheid waar je kind levenslang de vruchten van zal plukken.

Train het werkgeheugen

Uit onderzoek blijkt dat problemen in de aandacht en concentratie vaak te maken hebben met problemen met het werkgeheugen. Het werkgeheugen is de plek waar informatie tijdelijk wordt opgeslagen in de hersenen. Door het werkgeheugen te trainen, wordt het groter.

Kleuters kunnen al heel goed oefeningetjes doen. Geef je kind bijvoorbeeld kleine opdrachtjes waarin je de uiteindelijke taak even uitstelt: “Loop eerst naar de voordeur, ga dan naar de keuken, haal twee mandarijntjes op en bouw daarna een legotoren van vijf blokjes.” Je kunt de reeks steeds langer maken. Daarmee traint je kind zijn werkgeheugen. Kleuters vinden dit vaak erg leuke spelletjes om te doen.

Wat helpt om de concentratie beter vast te houden: leer je kind om een grote opdracht in kleinere taakjes op te delen. ‘Ruim je kamer op’ kan een te grote opdracht zijn. De kans is groot dat je kind na een minuut op de grond zit te spelen met speelgoed dat eigenlijk had moeten worden opgeruimd. Door zo’n taak op te delen leert je kind niet alleen naar een doel toe te plannen, maar wordt het werk ook opgedeeld in kleine brokjes die concentratie vragen, waarna er even gepauzeerd kan worden. Eerst de verkleedkleren in de la doen. Dan alle knuffels in de mand stoppen. De stiften moeten in het pennenbakje. Tot slot alleen nog even alle Playmobil opruimen en klaar is Kees.

 

Spelletjes spelen om beter te leren concentreren

schaken kinderen

Een van de leukste manieren om je concentratie te trainen is spellen spelen. Bij heel veel spellen speelt het vermogen om de aandacht erbij te houden een rol. Neem maar eens een kijkje in de spelletjeskast; je komt daarin vast spellen tegen waarbij concentreren belangrijk is, zoals Memory, Stratego, Halli Galli, Dokter Bibber, etcetera. Of haal het schaakbord uit de kast. Kinderen die regelmatig schaken kunnen zich duidelijk merkbaar beter concentreren.

Ook belangrijk voor de concentratie

  • Voldoende slaap
  • Een gezond ontbijt
  • Voldoende water drinken
  • Goede balans tussen concentreren en ontspannen
  • Geen zorgen, angst of spanningen of last van veranderingen

 

Of is het toch een concentratiestoornis?

Zoals gezegd: er zijn veel kinderen die concentratieproblemen hebben. Maar concentratieproblemen kunnen ook een dieperliggende oorzaak hebben. Vermoed je dat er bij jouw kind meer aan de hand is? Bespreek dit dan met de leerkracht of met je huisarts. Vertel waarover je je zorgen maakt en waarom. Samen kunnen jullie bepalen of er extra hulp nodig is en wat dan de beste aanpak is.

 

* Liesbeth van Beemen, Ontwikkelingspsychologie, Wolters-Noordhoff (2006), p.102

** Jacques Soonius, Psychologie in hoofdlijnen, Boom Lemma (2014), p. 36

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

17 november 2016 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

14 november 2016 | Reacties (0)

Voor sommige kleuters is naar school gaan erg vermoeiend. Veel kinderen hebben na een poosje een dipje, waarin ze hangerig of dwars zijn, moeite hebben met opstaan, of misschien wat vaker in bed plassen. Heb je het gevoel dat je kind op zijn tandvlees loopt, houd hem dan gerust eens een middagje thuis om bij te tanken. Zolang je kind nog geen 5 is, mag dat.

moethuishoudenvanschool

Overleg wel altijd met de leerkracht en overdrijf niet: ook al is een 4-jarige nog niet leerplichtig, het is wel de bedoeling dat je kind zoveel mogelijk meedraait in het normale schoolritme.

5-jarige kleuter: vrijstelling aanvragen

Als je kind 5 is, is hij of zij wel leerplichting. Dan moet je kind dus iedere schooldag naar de basisschool. Als je kind niet naar school gaat, ben je zelfs strafbaar.

Toch mag je ook je 5-jarige kleuter  af en toe wat korter naar school laten gaan als een hele schoolweek nog wat te vermoeiend is. De leerplichtwet biedt de mogelijkheid om, in overleg met de schooldirecteur, een vijfjarige kleuter vijf uur per week thuis te houden om overbelasting te voorkomen. Mocht dit nog niet genoeg blijken te zijn, dan mag je daar nog 5 extra uren vrijstelling bovenop vragen.

Totdat je kind 6 jaar is, kun je hem of haar dus maximaal 10 uur per week Het gaat dan om een officiële (gedeeltelijke) vrijstelling van de leerplichtwet. Je hebt dus toestemming nodig van de directeur.

Verder lezen

Kinderen denderen van feest naar feest

Kinderen denderen van feest naar feest

10 november 2016 | Reacties (0)

Het begint met Sint Maarten en vlak daarna komt sinterklaas alweer in Nederland aan. 11 November is de dag die het startpunt markeert van het grote feesthoppen dat tot het einde van het jaar doorgaat. En de ouders, juffen en meesters, zij hoppen mee. Of ze nou willen of niet. “Het voelt als een stroomversnelling, maar wel een heel gezellige.”

Sint Maarten, sinterklaas, kerst: de feestdagen vliegen in razend tempo voorbij. Het is de gezelligste tijd, maar ook de drukste tijd op de basisschool.

Een kleine verzuchting in de koffiekamer op de eerste schooldag na de herfstvakantie. Pff, het gaat weer beginnen: de meest intensieve periode van het schooljaar. De vakantieverhalen zijn amper verteld of de knutselspullen worden tevoorschijn gehaald. Sint Maarten staat voor deur. Lampionnetjes maken. En dat is nog maar de aftrap van het feestseizoen, dat pauzeloos door rolt via de intocht van sinterklaas naar pakjesavond en kerst.

Sinterklaastijd: veel stress bij kinderen

“Het is een ontzettend leuke tijd, maar als leerkracht loop je wel op je tandvlees”, zegt juf Nicolette, groepleerkracht van een groep 1-2.  “Met name sinterklaas is heel onrustig. Dat geeft veel spanning en stress bij de kinderen. Ik probeer er zo laat mogelijk over te beginnen, maar er hoeft in de kring maar één kind te vertellen dat hij iets van sinterklaas heeft gezien en de hele klas gaat erin mee. De periode tussen de herfstvakantie en de kerstvakantie is pittig. Een collega verzuchtte vanochtend nog dat zij er een hekel aan heeft omdat het zo druk is.”

En dan heeft de basisschool waar Nicolette werkt het nog relatief gemakkelijk. Aan Sint Maarten wordt namelijk geen aandacht besteed, vertelt ze. Een weloverwogen besluit. “Dat wordt te veel van het goede. Bovendien staan lang niet alle ouders erachter dat hun kinderen langs de deuren gaan om snoep op te halen.” Dat scheelt weer een feest; een voordeel dat de scholen in gebieden waar Sint Maarten nooit wordt gevierd sowieso hebben.

Op school waar juf Jannet voor groep 7 staat,  is Sint Maarten juist wel een grote happening. Lampionnetjes knutselen staat er op hoog niveau: geen voorgekauwd concept, maar eigen ontwerp. De kinderen bedenken wat ze willen maken, tekenen een ontwerp en stellen een werkplan op, dat vervolgens stap voor stap wordt uitgevoerd. Een grote lampionnenshow op de avond voor Sint Maarten is de eerste in de reeks eindejaaractiviteiten.

“Het is allemaal een hoop werk en het kost veel energie, maar dit is wel een ontzettend leuke periode in het schooljaar”, vindt Jannet. “Een goede planning is heel belangrijk. Als je alles aan laat komen op het laatste moment, geeft dat te veel stress.” Ruim voor de herfstvakantie begint op school de voorbereiding op Sint Maarten, sinterklaas en kerst al. “Iedereen weet daardoor precies waar hij of zij aan toe is. Dat ontlast de leerkrachten.”

Pauze tussen sinterklaas en kerst

Ook op de school waar juf Marloes locatieleider is,  is de planning strak. Marloes: “Sint Maarten, sinterklaas, kerst. We doen overal aan mee. Het voelt als een stroomversnelling, maar wel een heel leuke. In blokken van twee weken razen we door de feesten heen. Meteen na Sint Maarten gaan de sinterklaasspullen de klas in. Na sinterklaas brengen we direct alles in kerstsfeer. Dat is de vervelendste overgang. Het zou fijner zijn om even een pauze in te lassen, maar vaak kan dat niet omdat twee weken na sinterklaas de kerstvakantie al begint. Dan zou de kerstboom maar een week staan.”

Als de kerstvakantie laat valt, is dat een zegen. Iets meer rust tussen sinterklaas en kerst. Nadeel is dat de kinderen lang door moeten tot ze vakantie hebben en dat de periode tussen herfstvakantie en kerstvakantie extra lang is. “De kinderen worden moe, er komt duidelijk minder binnen dan normaal”, weet juf Nicolette. “Dit is ook geen periode om belangrijke toetsen te houden. Dat zou echt een vertekend beeld opleveren doordat kinderen beneden hun normale niveau scoren.”

“November en december zijn heel gezellig maanden op school, maar je moet er als leerkracht goed op letten dat je toch voldoende aan de gewone lesstof toekomst”, beaamt juf Marloes. “Dan maar een iets minder uitgebreid kerstproject. De onderwijsinspectie is er immers ook nog en die verlangt terecht dat de lesstof aan bod komt.” Overigens helpt de structuur van de normale lessen ook om de rust te bewaren, weet juf Jannet. “Wij proberen sinterkaas en kerst zo veel mogelijk in de normale lessen te verweven, zodat het ritme niet wordt verstoord. De feesten worden uitgebreid gevierd, maar wel op de momenten dat het echt nodig is. Niet de hele tijd door.”

 

Doseer de drukte

Niet alleen voor leerkrachten, ook voor ouders van jonge kinderen zijn de laatste twee maanden van het jaar ondanks alle gezelligheid vaak behoorlijk intensief. Zes tips om de drukte te beperken:

  1. Vier het feest na feest. Stel een sinterklaasverbod in tot na Sint Maarten en begin pas met kerst na sinterklaas. Dus nog geen pepernoten in september (ook goed voor de lijn!) of al naar een sinterklaasfilm in de herfstvakantie. De intocht van sinterklaas is een mooi startpunt van de sinterklaasperiode.
  2. Las pauzes in tussen de feesten. De landelijk intocht van sinterklaas is dit jaar  dag na Sint Maarten. Voor sommige kinderen kan dit te snel op elkaar volgen. Overweeg dan Sint Maarten een jaar over te slaan of bezoek de intocht in een dorp waar sinterklaas een week later aankomt. Wacht na pakjesavond een week met het in huis halen van de kerstsfeer. Op steeds meer plaatsen wordt sinterklaas op initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Autisme na pakjesavond uitgewuifd. Ook voor niet-autistische kinderen is de afsluiting van de sinterklaasperiode vaak erg abrupt, zeker als gelijk wordt doorgegaan met kerst.
  3. Berg de speelgoedfolders, die al in september uitkwamen, uit het zicht tot het tijd wordt een verlanglijst te maken (of haal ze helemaal niet tevoorschijn). Het bladeren door speelgoedgidsen biedt weliswaar voorpret, maar verhoogt de spanning onnodig.
  4. Beperkt het aantal sinterklaas- en kerstvieringen. Wie wil, kan al snel kiezen uit minstens zes sinterklaasvieringen: thuis, op school, op de BSO of kinderdagverblijf, bij de sportclub, op het werk van papa, op het werk van mama en misschien ook nog wel bij opa en oma of samen met vrienden. Om dat met kerst nog eens dunnetjes over te doen. Maak weloverwogen een keuze.
  5. Beperk het schoenzetten tot één à twee keer per week.
  6. Laat je kind niet naar meerdere sinterklaasseries op televisie kijken. Elke serie heeft zijn eigen verhaal vol spanning en onzekerheden, die jonge kinderen nog als werkelijkheid beleven. Beperk het tv-aanbod bijvoorbeeld tot het Sinterklaasjournaal, waarop vaak op school ook wordt ingehaakt.

Verder lezen

6 Tips om veilig Sint Maarten te lopen

6 Tips om veilig Sint Maarten te lopen

8 november 2016 | Reacties (2)

11 November is de dag dat ik mijn lichtje branden mag – althans in de delen van Nederland. Gaat jouw kind ook Sint Maarten lopen? Misschien wel voor het eerst zonder ouders erbij? Met de tips uit dit artikel zul je je kind met een gerust gevoel op pad laten gaan.

Normaal gesproken stel je als ouder duidelijke grondregels op voor de veiligheid van je kind: voor het donker thuis zijn, geen snoep aannemen van onbekenden, niet bij vreemde mensen aanbellen… Tot het 11 november is en je kind nou net díe dingen gaat doen die normaal in het ‘verboden rijtje’ staan.

Bij jonge kinderen loop je zelf als ouder nog mee. Maar zo in groep 4 of 5 komt het moment dat je kind zonder ouder erbij wil  ‘lichtje lopen’, gezellig met een groepje vriendjes of vriendinnetjes. Veel ouders vinden dat die eerste keer best een beetje eng. Maar met goede afspraken valt dat allemaal wel mee. Bovendien is het goed om je te realiseren dat er waarschijnlijk geen andere avond in het jaar is waarop de sociale controle ’s avond op straat zo groot is als op 11 november. Er zijn immers heel veel kinderen en volwassenen op pad.

De do’s en don’t voor een geslaagde Sint Maarten:

  • Maak duidelijke afspraken over de route die wordt gelopen. Stippel een route uit langs goed verlichte straten, waar normaal gesproken meer kinderen met lampionnetjes op pad zijn. Natuurlijk probeer je zoveel mogelijk bekenden van jouw kind en van de andere kinderen in het groepje op te nemen in de route. Spreek af in welke richting de route wordt gelopen. Op die manier kun je je kind gemakkelijk vinden als dat nodig is. Het hangt natuurlijk sterk van je woonomgeving af hoe strikt je deze afspraken wilt maken. Soms is ‘aan deze kant van de grote weg blijven’ al voldoende.
  • Spreek af hoe je kind en de rest van de groep zich dienen te gedragen. Kinderen in een groepje, vooral als ze stijf staan van suikers, kleurstoffen en adrenaline, gedragen zich soms net even wat anders dan je als ouder zou willen. Het kan geen kwaad om van te voren even te benadrukken dat Sint Maarten geen snoeprooftocht is met snelafgeraffelde liedjes en stukgescheurde lampions: er moet netjes gezongen worden en keurig worden bedankt. Uiteraard krijgen kleinere kinderen alle ruimte en rust om hun liedje te zingen. Bewoners van huizen waar niet wordt opengedaan, worden met rust gelaten. Dus niet op ramen bonzen of respectloze liedjes zingen (al vinden sommigen dat dit juíst ook bij de traditie hoort).
  • Geef je kind een mobiele telefoon mee, dan kan het jou bereiken om te overleggen als er toch van de route wordt afgeweken en jij kunt een keertje bellen om te vragen hoe het gaat.
  • Neem van tevoren een aantal ‘wat doe je als’-scenario’s door met je kind en het liefst met het hele groepje. Wat doe je als je binnen gevraagd wordt omdat daar het snoep ligt? Niet doen. Wat doen jullie als jullie onderweg ruzie krijgen? Toch bij elkaar blijven. Wat doe je als je nodig moet plassen? Niet bij vreemden vragen of je naar het toilet mag, maar altijd bij een goede bekende (en natuurlijk niet stiekem tegen een heg aanplassen!).
  • Geef je kind reservebatterijen mee voor in de lampion. Controleer ook even of de constructie van de lampion voldoende weers- en gebruiksbestendig is. Er worden soms prachtige lampions geknutseld op school, maar de ontwerpen zijn helaas niet altijd even gebruiksvriendelijk. Als je denkt dat de lampion het eind van de straat niet haalt, kun je overwegen een kant-en-klare (reverse)lampion mee te geven. Het is sneu voor je kind als het helemaal zonder lampion verder moet lopen (bovendien wordt dat ook niet altijd op prijs gesteld door de mensen bij wie wordt aangebeld).
  • Wens je kind veel plezier! Sint Maarten is een hartstikke leuk feest en voor veel kinderen is met een groepje langs deuren gaan in het donker, met het licht van de lampionnetjes en een steeds verder uitpuilende zak snoep een geweldige ervaring.

Tot welke leeftijd kan je kind Sint Maarten lopen?

Er komt een moment dat je kind te oud is om Sint Maarten te lopen. Die grens ligt zo rond een jaar of elf, tot en met groep 7. Groep 8 kan vaak nog nét, mits de kinderen niet voordringen, keurig zingen, netje bedanken en een lampion bij zich hebben. Brugklasser zijn echt te oud.

Er zijn wel verschillen per wijk of plaats. In de ene plaats kan het heel normaal zijn dat alle kinderen van de basisschool lampionnetje lopen, ergens anders kun je zomaar van de buurvrouw te horen krijgen dat ze je dochter van tien eigenlijk te oud vindt voor Sint Maarten.

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Schooladvies wordt niet vaak aangepast

2 november 2016 | Reacties (0)

Basisscholen blijken nog steeds terughoudend te zijn in het naar boven bijstellen van het schooladvies. Slechts bij één op de vijf leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, is het schooladvies vorig schooljaar veranderd naar een hoger schoolniveau.

Dat blijkt uit een evaluatie van de eindtoets die staatssecretaris Sander Dekker naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Vorig jaar werden er nog minder schooladviezen bijgesteld: toen ging het om slechts één op de zes leerlingen. Dekker meldt dat er ten opzichte van vorig jaar twee keer zo veel schooladviezen zijn bijgesteld. “Dat laat zien dat de eindtoets daadwerkelijk als second opinion functioneert.”

‘Ongewenst en in strijd met de wet’

Tegelijkertijd is er ook nog een aanzienlijke groep scholen die niet of nauwelijks tot bijstelling van het schooladvies overgaat. Vaak gaat dit om kleine scholen met hooguit een handvol leerlingen dat voor heroverweging in aanmerking komt. Er zijn echter ook grote(re) schoolbesturen waarbij hun scholen voor alle leerlingen – ondanks fors hogere eindtoetsresultaten – bij het oorspronkelijke schooladvies zijn gebleven.

Dit laatste is volgens de staatssecretaris  ‘zeer ongewenst en ook in strijd met de wet’. De school heeft immers de wettelijke plicht om per leerling de afweging te maken of het advies bij een hoger toetsresultaat wordt bijgesteld. De inspectie zal het gesprek aangaan met de schoolbesturen waar niet of nauwelijks tot bijstelling wordt overgegaan,

Afgelopen schooljaar waren er 62.000 leerlingen die de eindtoets zo goed hadden gemaakt dat er opnieuw naar hun schooladvies moest worden gekeken. Van hen hebben uiteindelijk 12.700 leerlingen een aangepast schooladvies gekregen. Hierbij valt op dat de school het advies vaker bijstelt naarmate de afwijking tussen het schooladvies en het toetsadvies groter is. Van alle leerlingen die een hele schoolsoort hoger scoorden op de eindtoets, is het advies in één op de drie gevallen aangepast.

Leerlingen die beperkt beter scoorden op de eindtoets – bijvoorbeeld een leerling met vmbo-t/havo-advies die een havo-toetsadvies ontvangt – behouden veel vaker hun oorspronkelijke schooladvies. Soms komt dat doordat de leerling al geplaatst op het hoogste niveau van het oorspronkelijke advies; dan is het niet meer nodig om het advies aan te passen.

 

Verder lezen

Leraren ervaren stress bij inzet van technologie

Leraren ervaren stress bij inzet van technologie

2 november 2016 | Reacties (0)

Leraren willen technologie wel vaker inzetten in de les, maar gebrek aan lesmateriaal en training leidt tot stress en weerhoudt ze daarvan. Gevolg is dat technologie vooral wordt ingezet als middel om lesstof digitaal te verwerken, terwijl het bijbrengen van noodzakelijke 21ste-eeuwse vaardigheden achterblijft. Dat blijkt uit onderzoek van Samsung uitgevoerd door de universiteiten Tilburg, Gent en Louvain.

technologie-in-het-onderwijs

Barrières voor leraren

Leraren vinden de mogelijkheden die technologie biedt voor het lesgeven erg waardevol. Toch kiest driekwart van de leraren (74%) voor traditionele lesmethoden en slechts 29% voor het innovatieve gebruik van technologie. Zo worden tablets vooral gebruikt om traditionele lesvormen één-op-één te digitaliseren. Leraren ervaren stress als zij de les op een geheel nieuwe wijze moeten inrichten. Ook worden zij onzeker bij de gedachte dat leerlingen vaak beter kunnen omgaan met technologie dan zijzelf. Verder zijn ze bang de controle over de les te verliezen en vinden ze huidige lesmethoden voorspelbaarder en beter geschikt voor de leerdoelen.

Noodzakelijke 21ste-eeuwse vaardigheden

De kenniseconomie stelt nieuwe eisen aan de vaardigheden die leerlingen moeten leren.* In plaats van kennisoverdracht, staat kennisconstructie centraal en in plaats van gebruik van boeken en schriften, wordt het palet uitgebreid met het gebruik van technologie. Leraren spelen een cruciale rol in het overbrengen van 21ste-eeuwse vaardigheden en het verantwoord gebruik van digitale middelen door leerlingen. Leraren geven de volgende aanbevelingen om dit te bewerkstelligen:

  • Meer tijd en flexibiliteit om te experimenteren voor leraren
  • Apps en hardware gebruiksvriendelijker maken
  • Digitaal lesmateriaal meer op maat aanbieden
  • Training en ondersteuning via bijvoorbeeld een buddysysteem

* Recentelijk ontving staatssecretaris Dekker een advies van Onderwijs2032 waarin de aandacht voor 21ste-eeuwse vaardigheden in het onderwijs wordt onderschreven.

Over het onderzoek: het onderzoek is uitgevoerd door imec-MICT van de Universiteit Gent, in samenwerking met Tilburg University en de Université Catholique de Louvain in de periode april t/m juni 2016 in opdracht van Samsung.

“Wij zien de enorme mogelijkheden van technologie in het onderwijs. Ook zien we dat leerlingen voorop lopen in het gebruik van technologie. Maar als het gaat om de ontwikkeling van kritisch denken, leren samenwerken of kennisconstructie, hebben leerlingen begeleiding nodig van leraren die net zo vertrouwd zijn met technologie als zijzelf”, zegt Michiel Dijkman, Manager Corporate Affairs van Samsung. “Dit onderzoek is onderdeel van ons Smart Education Hub-programma, waarin wij Nederlandse scholen ondersteunen bij het digitaliseren, zowel in middelen als in training van leraren. Zodat de leerlingen met 21ste-eeuwse vaardigheden beter uitgerust zijn voor de toekomst.”

Campagne #vlogjeleraar
Om leraren digitaal wegwijs te maken, start Samsung met YouTuber Dylan Haegens de campagne #vlogjeleraar. Tijdens de campagne daagt Dylan zijn kijkers uit de les van hun leraar te vloggen. Deelnemende leraren maken kans op YouTube-les van Dylan, terwijl de leerlingen uit die klas een meet & greet winnen met Dylan.

Verder lezen