• Steeds meer scholen kiezen voor andere schooltijden

    Steeds meer scholen kiezen voor andere schooltijden

    | 22 juni 2016 | Reacties (1)

    Basisscholen verlaten in hoog tempo de klassieke schooltijden en gaan over op andere roosters dan het traditionele model met een lange middagpauze en een vrije woensdagmiddag. De helft van de scholen heeft dat al gedaan. Vooral het continurooster is populair. Vier jaar geleden hanteerde nog ruim driekwart van de scholen het traditionele schoolmodel. Dit schooljaar (2015-2016) was […]

Kleine scholen mogen toch openblijven

Kleine scholen mogen toch openblijven

17 juni 2016 | Reacties (0)

Honderd kleine scholen die met sluiting werden bedreigd, mogen toch openblijven. Het gaat om scholen die eigenlijk te weinig leerlingen hebben, maar verder goed functioneren. Deze scholen dreigden door een nieuwe wet de moeten sluiten, maar staatssecretaris Dekker van Onderwijs komt ze tegemoet.

Het gaat in de meeste gevallen om christelijke scholen. Nu staat nog in de wet dat de laatste school van ‘een richting’ in een straal van 5 kilometer moet worden beschermd. Zo’n school hoeft dus ook niet dicht als de ondergrens van het aantal leerlingen niet wordt gehaald. Dekker was eerst van plan van plan om de scholen in krimpregio’s nog maximaal tien jaar te financieren. Daar is hij nu – vanuit pedagogisch oogpunt – van terug gekomen. De scholen mogen permanent openblijven.

CNV Onderwijs is positief over de beslissing van de staatssecretaris. “Deze scholen hebben een belangrijke functie in de regio en dragen bij aan de leefbaarheid en het onderlinge contact. Kleine scholen, met minder dan 23 leerlingen, presteren vaak goed. Passend onderwijs wordt daar in optima forma gegeven.”

 

Verder lezen

Kind met autisme gebaat bij maatwerk op school

Kind met autisme gebaat bij maatwerk op school

13 juni 2016 | Reacties (0)

Kinderen met autisme kunnen zich beter staande houden op een reguliere school als er ruimte is voor maatwerk: de school kijkt naar wat dit individuele kind nodig heeft. Op veel scholen wordt echter te strikt vastgehouden aan regeltjes, of weten docenten niet hoe ze kunnen inspelen op de behoeftes van autistische kinderen. Het gevolg is dat de kinderen het niet redden, van school wisselen of zelfs thuis komen te zitten.

autisme kind school

Dat blijkt uit een analyse door de werkgroep Vanuit autisme bekeken. De werkgroep bekeek ruim zestig praktijksituaties en had gesprekken met leerlingen met autisme en hun ouders en betrokkenen uit onderwijs, zorg en gemeenten. Dit resulteerde in een rapport dat beleidsmakers, schoolbestuurders, leerkrachten en ouders moet aanzetten en ondersteunen om een passende leerplek te bieden aan leerlingen met autisme. Het eerste exemplaar is vandaag overhandigd aan de staatssecretarissen Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport).

De werkgroep stelt dat circa 40% van de thuiszitters (kinderen die wel leerplichtig zijn, maar niet naar school gaan) autisme heeft. Om die reden vragen ervaringsdeskundigen met autisme aandacht voor de knelpunten en misvattingen die passend onderwijs voor leerlingen met autisme belemmeren.

Monique Post, als ervaringsdeskundig adviseur betrokken bij het rapport: “Vaak ontbreekt er een visie op diversiteit. Uitzonderingen ziet men als privilege, in plaats van regel. Daarom zien scholen vaak niet hoe ze dat maatwerk kunnen bieden. Terwijl kinderen met autisme juist duidelijk aangeven dat ze gezien willen worden als mens en niet als probleem dat opgelost moet worden.”

Maatwerk: kleine aanpassingen

Maatwerk kan een grote opgave zijn voor leraren. De hele groep heeft immers aandacht nodig, en bovendien heeft de leerkracht te maken met dwingende normen waaraan de leerlingen moeten voldoen. De kunst is volgens de schrijvers van het rapport om te zoeken naar kleine maar essentiële aanpassingen waardoor de spanning niet oploopt bij de leerling met autisme en hij of zij ruimte krijgt om de informatie op zijn eigen manier te verwerken. “Aandacht voor details en echt luisteren naar de leerling kunnen grote aanpassingen vaak voorkomen.” Een voorbeeld van zo’n kleine aanpassing is dat een leerling op drukke momenten een koptelefoon mag dragen. Of dat hij een time-out mag nemen, of een rustige en afgeschermd plekje in de klas krijgt waar hij zich even terug kan trekken.

Kira, 9 jaar: “Ik zou willen dat kinderen zelf keuzes mogen maken en niet allemaal hetzelfde hoeven te doen. En minder uit boeken en meer doe dingen.”  Thomas, 12 jaar geeft aan dat hij graag een dier op school zou willen “om mee te knuffelen als ik verdrietig of overprikkeld ben.”

Merel van Vroonhoven, voorzitter van de Werkgroep Vanuit autisme bekeken en bestuursvoorzitter van de Autoriteit Financiële Markten: “Passend onderwijs begint met een overtuiging dat we beter af zijn in een diverse samenleving. De school is een samenleving in het klein. Als een visie hierop ontbreekt, is passend onderwijs ver te zoeken. Ik hoop van harte dat dit rapport alle betrokkenen op scherp zet. Ga zelf op zoek naar oplossingen. Ze zijn er, en er mag veel meer dan veel mensen denken. Volg je hoofd én je hart!”

De overhandiging aan de staatssecretarissen is de eerste in een lange reeks. Meer dan tachtig ervaringsdeskundigen met autisme overhandigen van 13 juni tot en met 22 juni het rapport aan hun eigen school of gemeente, om hen op te roepen om vanuit autisme te kijken naar passend onderwijs.

Het rapport kun je hier lezen.

Verder lezen

Kleutervriendschappen, ontroerend en wispelturig

Kleutervriendschappen, ontroerend en wispelturig

13 juni 2016 | Reacties (0)

Als je kleuter een poosje op school zit, zal hij voorkeuren ontwikkelen voor bepaalde kinderen. Met Kim speelt hij graag in de poppenhoek, Cas is zijn favoriete kameraad in de bouwhoek en met Frank en Dana kan hij heerlijk schommelen. Als ouder heb je weinig invloed op die voorkeuren, al zou je dat soms misschien best willen. Luister naar de verhalen van je kind en stel belangstellende vragen. Daaruit kun je opmaken wat zijn rol is in de groep, hoe je kind tegen anderen aankijkt en hoe hij zichzelf ziet.

boy-441943_640

Speelafspraakjes van kleuters

Na een tijdje ontstaan de eerste kleutervriendschappen. En echte vriendjes, daar speel je ook na schooltijd mee. Maak je niet druk als je kind nog geen aanstalten maakt om af te spreken met klasgenootjes. Bij de jongste kleuters is het heel normaal dat dit een paar maanden tot soms wel een jaar duurt voordat ze behoefte hebben aan speelafspraakjes. Het grote kleuterdaten barst over het algemeen pas los in groep 2. Sommige kinderen vinden bijna gelijk hun ‘Best Friend Forever’, andere spreken eerst af met Jan en alleman voordat de echte vriendjes komen bovendrijven.

Speelafspraakjes zijn ingewikkelde materie, zowel voor de kinderen als voor hun ouders. Voordat de logistieke fase is bereikt – bij wie, tot hoe laat, gelijk mee of na het eten brengen en lukt dat wel want we moeten ook nog naar zwemles – moet de wens tot een speelafspraak eerst worden uitgesproken. Sommige kinderen rennen hand in hand met hun vriendje op hun ouders af en roepen halverwege het schoolplein al dat er die middag samen gespeeld gaat worden. Het kan echter ook maar zo dat je kind wat onduidelijk staat te dralen bij de fiets. Of dat een andere kleuter zich zwijgend maar met hoopvolle blik in jullie buurt opstelt. Jonge kleuters hebben vaak wat hulp van volwassenen nodig bij het maken van een speelafspraak.

Samen vragen is een leerzame ervaring voor je kind. Laat de kinderen het voortouw nemen en spring bij wanneer nodig. Ja, dat duurt veel langer dan wanneer de ouders even over de hoofden van de kinderen heen iets afspreken, maar het is wél een leerzame training in sociale vaardigheden: hoe nodig je iemand uit, hoe overleg je over afspraken, hoe reageer je als de andere kinderen niet met jou willen spelen?

Samen spelen? Een uur is lang genoeg voor een 4-jarige

Houd speelafspraakjes in het begin kort. Een uurtje, anderhalf uur is voor kinderen van vier jaar lang genoeg. Sommige kleuters spelen heel gezellig samen (maar vaak ook nog naast elkaar), met andere zal het stroever lopen. Ga er in elk geval vanuit dat jonge kleuters nog wel begeleiding nodig hebben van een volwassene om leuk samen te kunnen spelen. Als de kinderen elkaar beter kennen en al vaker goed samen hebben gespeeld, kun je wat langer afspreken.

kids-running-348159_640


Afspraak is niet altijd afspraak bij jonge kinderen

Afspreken gaat bij kleuters nog al eens gepaard met tranen met tuiten. Afspraak is afspraak… tenzij een nieuwe afspraak de oude vervangt, menen kleuters vaak. Waren Joep en Christel aan het begin van de dag vast van plan samen te spelen, als de school uitgaat stormt Joep met Lucas naar buiten. Was hij toch even vergeten dat hij al met Christel had afgesproken toen Lucas hem bij de zandtafel vroeg of hij wilde spelen. En ja, nu heeft hij al met Lucas afgesproken…

Lastig is ook dat kleuters vaak niet even ver zijn in hun ontwikkeling als het gaat om het begrijpen en gebruiken van begrippen als ‘morgen’ en ‘overmorgen’, of de dagen van de week. Als Tom een afspraak maakt voor ‘donderdag’, kan dat in zijn beleving nog een vaag begrip zijn. Terwijl jouw kind al precies weet dat ze nu hebben afgesproken op de dag die komt na woensdag.

Helemaal voorkomen kun je zulke verwarrende situaties niet. Ze horen bij de kleuterleeftijd en maken deel uit van het groeiproces. Wel kan het helpen om als regel in te voeren dat speelafspraakjes zoveel mogelijk op de dag zelf worden gemaakt.

sand-pit-780855_640

Zeg gerust ‘nee’ als je kind met een vriendje wil spelen

Sommige kinderen willen elke dag wel afspreken met een vriendje. En jij maar kinderen van anderen entertainen, of op en neer crossen om je kind te halen en te brengen. Natuurlijk vind je het leuk dat je dochter vriendinnetjes heeft en gun je hun die speelafspraakjes, maar denk ook aan jezelf. Zeg gerust eens ‘nee’. Omdat je eigenlijk nog even een boodschap wilt doen. Omdat je slecht geslapen hebt en helemaal geen puf hebt om de billen af te vegen van het vriendinnetje dat dat nog niet zelf kan. Of omdat je gewoon liever een middagje gezellig met je kind alleen doorbrengt. Merk je dat dit strijd geeft, benoem dan één of twee vaste dagen tot ‘speeldagen’. Op die manier weet iedereen waar hij of zij aan toe is.

 

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 juni 2016 | Reacties (5)

Mei en juni zijn de maanden van de Cito-toetsen. Vaste prik op het programma is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan en moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden geleden (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Luxeverzuim boete vakantie

Dagje eerder op vakantie kost 100 euro per kind

6 juni 2016 | Reacties (0)

Kunnen we niet een dag eerder op vakantie? Lekker voor de drukte uit. Of nog net even een goedkopere vlucht meepikken. Aantrekkelijk? Bedenk dan dat een dagje eerder weg een duur grapje kan worden. Dit wordt luxeverzuim genoemd en kan je op een boete van 100 euro per kind (per dag) komen te staan.

Luxeverzuim boete vakantie

‘Maar ze doen toch niets meer op de laatste schooldag…’

Het mag niet. Echt niet. Daar is de leerplichtwet heel duidelijk over. Dat er op die laatste schooldag voor de zomervakantie geen normale lessen zijn (“ze doen toch niets meer op school, die dag kunnen de kinderen ook wel missen”) maakt daarbij niet uit. En ook niet dat op het vakantiepark waar je naartoe gaat vrijdag de ‘wisseldag’ is.

De laatste schooldag voor de zomervakantie lijkt misschien weinig nuttig, maar bedenk dat het voor je kind een belangrijke dag is. Het is de feestelijke, gezamenlijke afsluiting van het schooljaar, waarschijnlijk de laatste dag met deze leerkracht en misschien ook wel het afscheid van deze groep.

Ziekgemeld? Dat wordt gecontroleerd

Als de school vermoedt dat er sprake is van luxeverzuim, wordt er melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar. Maar de afgelopen jaren zijn leerplichtambtenaren ook zelf steeds strenger gaan controleren op luxeverzuim. Met speciale acties op de laatste dag voor de vakantie gaan ze na of alle kinderen wel netjes op school zitten. Is een kind toevallig net die dag ziekgemeld? Dan controleert de leerplichtambtenaar of het kind wel echt ziek is.

Blijkt het gezin stiekem al op vakantie gegaan, dan wordt hier melding van gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Zelfs een halve dag ongeoorloofd verzuim wordt al doorgegeven. Ook op Schiphol lopen leerplichtambtenaren rond om na te gaan of er geen leerplichtige kinderen inchecken op een tijdstip dat ze nog op school horen te zitten.

Vliegvakantie, luxeverzuim, boete

‘Die boete kan wel uit’

De boetes voor luxeverzuim zijn op 1 januari 2014 verdubbeld. Eerder namen vooral rijkere ouders de gok nog wel eens. En als je een beetje slimme vlucht boekte, kon de boete er nog wel van af. Met een boete van 100 euro per kind per dag ligt dat wel anders. In totaal kan het boetebedrag zelfs oplopen tot maximaal 1800 euro voor twee weken. Maken ouders het heel bont met luxeverzuim, dan kan zelfs een (voorwaardelijke ) hechtenis worden opgelegd.

‘Maar het mag van de directeur…’

Sommige schooldirecteuren geven vrij gemakkelijk toestemming om eerder op vakantie te gaan. Je kunt als ouders natuurlijk altijd om een verlofbriefje vragen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Maar ook nu geldt: het mag niet en de leerplichtambtenaar controleert streng. Word je ‘betrapt’, dan heb je in dit geval als ouders geen probleem. De schooldirecteur die buiten de regels om verlofbriefjes heeft uitgeschreven, is wel de klos. Want er wordt melding van gemaakt bij de Onderwijsinspectie.

Controle op eerste schooldag

Ook een dag langer wegblijven van school mag niet. En ook dat controleren de leerplichtambtenaren steeds nauwgezetter. In veel plaatsen gaan ze op de eerste schooldag na de vakantie bij scholen langs om te checken of de leerlingen wel echt aanwezig zijn. Kinderen van wie de school aangeeft dat ze om onbekende reden niet op school zijn, worden thuis bezocht. Als er niemand thuis is, laat de leerplichtambtenaar een brief achter waarop ouders nog dezelfde dag moeten reageren.

Overigens heeft deze controle na de zomervakantie niet alleen met luxeverzuim te maken. Elk jaar zijn er kinderen van gescheiden ouders die niet meer terugkeren van vakantie nadat ze door de andere ouder zijn meegenomen naar het buitenland. Vorig jaar ging het om 25 kinderen.

Vorig schooljaar (2014-2015) waren er volgens het Nederlands Jeugdinstituut 6.429 gemelde gevallen van luxeverzuim. Dat is ongeveer negen procent van alle spijbelgevallen.

Verder lezen

Marbotic numbers cijfers ipad app

Marbotic: apps met echte, houten letters en cijfers

3 juni 2016 | Reacties (0)

Apps om letters en cijfers te leren zijn er volop. Het Franse bedrijf Marbotic voegt er iets aan toe: letters en cijfers. Echte letters en cijfers. Houten vormen die je als een stempel op het scherm drukt om spelenderwijs te leren. Marbotic weet daarmee het beste uit twee werelden te combineren. Wij zijn fan!

Marbotic numbers cijfers ipad app

 

 

marbotic letters app

Marbotic heeft zes apps uitgebracht, drie waarin letters centraal staan en drie waarin het draait om cijfers (zie verderop in dit artikel voor meer informatie). De apps kunnen ook zonder de houten vormen gebruikt worden (en zijn dan nog steeds een aanrader!); dan worden ze met de vingertoppen bediend.

Stempelen op een beeldscherm

De echte magic begint echter pas als je de houten vormen erbij gebruikt, de Smart Letters en Smart Numbers. De vormpjes zien eruit als puzzelstukken van een ouderwetse houten puzzel. Het zijn vrolijk gekleurde letters en cijfers, met bovenop een mooie glimmende nop om ze vast te pakken. De vormen zijn gemaakt van goed verlijmd multiplex en ze zijn keurig glad afgewerkt – je hoeft dus niet bang te zijn voor splinters. Aan de onderkant van het cijfer of de letter zitten drie rubberen nopjes. Door die drukpunten herkennen tablets de aanwezigheid van de houten cijfers en letters. De vormen zelf zijn dus vrij van elektronica en werken zonder batterijen.

In dit filmpje kun je zien hoe het ‘stempelen’ met de vormen werkt. Dit filmpje is in het Engels, maar de apps zijn er natuurlijk ook in een Nederlandse versie.

Marbotic Augmented toy : 10 digits and a tablet

This toy is on sale here : http://www.marbotic.fr/en/boutique/10-chiffres-10-doigts/ At Marbotic, we love tablets, but we also love beautiful wooden toys. The result of this double passion: an augmented toy to learn numbers with the head and the hands. Cocorico ! This wooden toy is made in France

Digitaal leren met tastbare materialen

Marbotic-oprichtster Marie Mérouze liet zich inspireren door het Montessori- en Vrije School-onderwijs. “Het is bekend dat interactie met een tablet het brein van kinderen stimuleert, maar leren doe je niet alleen maar met je brein”, zegt ze. “Leren doe je met je hersenen,  je lichaam en je emoties.” De combinatie van digitaal leren en leren met tastbare materialen helpt kinderen volgens haar met het ontwikkelen van motorische vaardigheden en het verwerven van nieuwe dingen als cijfers en letters.

In lijn met de Montessori-principes staat zelf ontdekken centraal in de apps. Er wordt niet expliciet onderwezen. De apps reageren op wat je kind doet, in plaats van dat je kind de app moet volgen. Door te experimenteren en de eigen nieuwsgierigheid te volgen, ontdekt je kind spelenderwijs van alles over cijfers, tellen en rekenen en over letters, klanken en woorden. Elke app heeft meerdere spellen of oefenvormen, die oplopen in moeilijkheidsgraad.

De vormgeving is heel rustig en er geen zijn overbodige geluiden. De apps geven visuele ondersteuning om je kind te helpen de materie te doorgronden. Een heldere kinderstem telt en spelt mee met wat er op het scherm gebeurt. Het enige minpuntje is dat de letterdoos gebruik maakt van hoofdletters en de klanken niet fonetisch spelt. Dat is wel een beetje verwarrend, omdat kinderen op school de letters op een andere manier krijgen aangeleerd.

De educatieve apps van Marbotic

Smart letters

Voor de Smart Letters zijn drie educatieve apps beschikbaar. Allemaal spreken ze een ander leerdoel aan. Let op: alleen beschikbaar voor iOS.

  Alfamonster | 3 tot 6 jaar oudKinderen leren het alfabet: hoe schrijf je elke letter en hoe klinkt deze? Ze zetten elke letter op het Alfamonster.
  Vocabubble | 4 tot 7 jaar oudIn een grappige wereld nieuwe woorden ontdekken en letters leren kennen.
Bla bla box | 4 tot 8 jaar oudKinderen leren schrijven: spelen met brieven, eigen woorden maken en luisteren naar klanken.

Smart Numbers

Ook voor de Smart Numbers zijn drie educatieve apps beschikbaar. En ook hier wordt bij iedere app aan een
ander leerdoel gewerkt. Beschikbaar voor iOS en Android.

10 vingers | 3 tot 5 jaar oudKinderen ontdekken getallen van 0 tot 10.
Tot 100 | 4 tot 7 jaar oudKinderen ontdekken getallen van 0 tot 100.
Meer of minder | 5 tot 8 jaar oudKinderen ontdekken optellen en aftrekken.

 

Zoals je in bovenstaand overzichtje kunt zien, kun je heel lang plezier hebben van de Smart Letters en Smart Numbers. Ze zijn al leuk als je kind net naar groep 1 gaat, maar in groep 4 of groep 5 helpen ze je kind ook zeker nog bij het leren. Dat is fijn, want helaas zijn de letter- en cijferdozen behoorlijk duur. Smart Letters kost € 60,48 en Smart Numbers kost € 42,33. De (betaalde) apps krijg je er dan gratis bij.

Marbotic Smart Letters en Smart Numbers zijn in Nederland te koop bij Heutink.

Verder lezen

papieren schoolagenda kopen

Papieren schoolagenda nog altijd een must-have

31 mei 2016 | Reacties (0)

Een schoolagenda, heeft mijn kind die eigenlijk nodig volgend jaar in de brugklas? Als je kind in groep 8 zit, kun je jezelf die vraag zomaar stellen. Vroeger was het kopen van een nieuwe agenda een van de belangrijkste zaken in het leven van een middelbare scholier. Maar is dat tegenwoordig, in het digitale tijdperk, ook nog zo?

welke agenda kopen?Raar maar waar, maar het antwoord is ja. Dat is althans de uitkomst van een onderzoek dat Hema hield onder ruim duizend jongeren. Hoewel het onderwijs in rap tempo digitaliseert, maakt 88% van alle Nederlandse scholieren komend schooljaar gewoon gebruik van de ‘traditionele’ schoolagenda. Sterker nog, een kwart van de ondervraagden gaf aan de agenda voor komend schooljaar nú al in huis te hebben.

Schoolagenda is onderdeel van de persoonlijke stijl

Waarom de papieren agenda onder jongeren nog steeds zó populair is? Voor 87% van hen is de agenda onderdeel van hun persoonlijke stijl en daarom onmisbaar. Een vijfde (22%) van alle scholieren kiest de agenda die zij het leukst vindt, ongeacht de prijs. Gemiddeld geven jongeren komend schooljaar 17 euro uit aan hun schoolagenda. Jongeren uit Overijssel lijken met 28 euro het meest te besteden aan een agenda, terwijl scholieren in Zeeland het met gemiddeld 11 euro moeten doen.

Met het uitzoeken en kopen van een schoolagenda, begint voor veel scholieren het stylen pas echt. De helft van de scholieren verandert de agenda namelijk naar eigen smaak. HEMA-woordvoerder Marry Jansen: “We zien dat jongeren enorm de behoefte hebben zichzelf te onderscheiden door enerzijds wel of juist niet voor een merkagenda te kiezen en anderzijds, de schoolagenda die ze kiezen, te personaliseren.

Ook jongens customizen hun agenda

De kans is tegenwoordig wel heel klein dat jongeren met dezelfde agenda als hun klasgenoot op school rondlopen: 47% van de Nederlandse scholieren personaliseren – ook wel customizen – hun schoolagenda om zo een eigen stijl te creëren. Niet alleen meisjes zijn daar bedreven in. Ook jongens customizen hun agenda met bijvoorbeeld stickers (37%), stempels (20%) en zelfs washi-tape (16%).

Wordt jouw brugpieper in spe hier een beetje zenuwachtig van (“maar ik weet helemaal niet hoe je een agenda customizet en dat schijnt heel belangrijk te zijn – help!”) dan heeft Hema daar iets op verzonnen. Niet alleen geeft het warenhuis op zijn website tips, maar het gaat deze zomer ook workshops geven om scholieren te leren hoe ze hun agenda kunnen pimpen. Heel persoonlijk natuurlijk, dat spreekt.

Uit het onderzoek van HEMA komen nog meer opvallende resultaten naar voren, namelijk dat: de schoolagenda glansrijk op de eerste plaats staat, in de top vijf van de meest favoriete schoolartikelen (gevolgd door de schooltas, schriften, pennen en map);

  • meer dan de helft (54%) van de Nederlandse jongeren tegenwoordig op een laptop in de klas werkt;
  • 40% van de scholieren bijles volgt via YouTube;
  • bijna de helft (43%) van de jongeren huiswerk per e-mail krijgt toegestuurd;
  • slechts 12% van de jongeren huiswerk bijhoudt in een digitale agenda;
  • 88% van de scholieren ernaar uitkijkt om een nieuwe agenda uit te zoeken (meisjes 93% versus jongens 81%).

Verder lezen

Vingerverven

‘Ontluikende geletterdheid’ en ander kleuterjargon

25 mei 2016 | Reacties (0)

‘Ontluikende geletterdheid’, ‘fonemisch bewustzijn’, ‘auditieve discriminatie’ – gaat dit over jouw kleuter? In een gesprekje met de leerkracht van groep 1 of 2 kan het je als ouders soms duizelen. Wat betekenen al die begrippen die de juf gebruik in hemelsnaam? Geen paniek, met dit korte cursusje kleuterjargon begrijp je het allemaal.

Jargon van het kleuteronderwijs

Ben jij al thuis in het jargon van groep 1 en 2? Als je kind in de kleutergroepen zit, is het handig om een aantal veelgebruikte onderwijstermen te kennen. Niet alleen begrijp je dan beter wat de juf je vertelt, het geeft je ook meer inzicht in wat je kind leert in groep 1 en 2 en hoe je kind dat leert. Want het kleuteronderwijs is meer dan in de zandbak spelen, schommelen, voorlezen en wachten tot de plasketting weer vrij is.

Veel meer dan vroeger duiken ook in groep 1 en 2 al letters en cijfers op en wordt je kind voorbereid op het schoolsere leren in groep 3. Woorden die in het onderwijs vaak worden gebruikt voor groep 1 en 2 zijn voorbereidend en ontluikend’. Ze geven precies aan waar het in de kleutergroepen om draait: spelenderwijs ontwikkelen keuters zich op allerlei manieren.

Voorbereidend lezen, rekenen en schrijven

VingervervenHet woord ‘voorbereidend’ kom je groep 1 en 2 tegen in combinatie met lezen, rekenen en schrijven. Hierbij worden activiteiten die bewust worden ingezet om je kind beetje bij beetje voor te bereiden op het echte leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3. Als je kind thuiskomt met een werkje waarin steeds drie paarden, drie geiten en drie olifanten zijn omcirkeld, zul je dit waarschijnlijk wel herkennen als een opstapje naar tellen en rekenen.

Veel vaker zul je helemaal niet doorhebben dat er een doel zat achter de activiteit waarover je kleuter je thuis vertelt. Was ophangen met wasknijpers of tekenen met scheerschuim zijn bijvoorbeeld prima oefeningen in voorbereiding op het leren schrijven. En spelen in de poppenkast of in de verkleedhoek (rollenspel) is weer heel goed voor de mondelinge taalvaardigheid en woordenschatontwikkeling.
In het artikel Voorbereidend lezen in groep 1 en 2 vind je nog veel meer voorbeelden van wat je kind doet bij ‘voorbereidend lezen’.

Beredeneerd aanbod

De leerkracht stelt dus een gestructureerd pakket aan activiteiten, werkjes en spelletjes samen dat kinderen stimuleert in hun ontwikkeling en helpt kennis en vaardigheden te vergaren die ze nodig hebben om in groep 3 te leren lezen, rekenen en schrijven. Dit heet een beredeneerd aanbod.

Ontluikende geletterheid, ontluikende gecijferdheid

Zoals een bloem ontluikt, zo ontvouwen ook kleuters zich in de loop van groep 1 en 2. Kinderen ontwikkelen allerlei inzichten ten aanzien van taal en rekenen. Die inzichten hebben ze nodig om te beginnen met leren lezen en leren rekenen. Door het woord ‘ontluikend’ kun je denken dat geletterdheid en gecijferdheid zich volledig spontaan ontwikkelen, maar dat is niet zo. Het inzicht in taal en rekenen ontwikkelt zich bij jonge kinderen vooral in interactie met de omgeving: de leerkracht, ouders, klasgenoten, broertjes en zusjes.

Ontluikende geletterdheid en ontluikende gecijferdheid gaan over in respectievelijk beginnend lezen en beginnend rekenen. Soms worden ontluikende geletterdheid en ontluikende gecijferheid voorbehouden aan de periode vóór de basisschool, maar ze worden net zo goed voor kleuters gebruikt.

Fonemisch bewustzijn

Fonemische bewustzijn is een voorbeeld van iets wat een kind ontwikkelt als zijn geletterdheid ontluikt. Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Het woord maan bestaat bijvoorbeeld uit de klanken m-aa-n (spreek uit: mmmm-aaaa-nnnn). Je begrijpt wel dat het zonder dit fonemisch bewustzijn niet lukt om te leren lezen.

Auditieve discriminatie

Auditieve discriminatie is een begrip dat met het voorgaande samenhangt. Het is het vermogen van je kind om klanken te herkennen. In groep 1 en 2 wordt dit geoefend met spelletjes met begin- en eindrijm, liedjes zingen en lettergrepen klappen.

Passieve en actieve woordenschat

Kleuters leren er ontzettend veel nieuwe woorden bij. De woorden die ze kennen zijn hun woordenschat. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de passieve woordenschat en de actieve woordenschat. De actieve woordenschat bestaat uit alle woorden die je kind zelf gebruikt. De passieve woordenschat is veel groter: dit zijn alle woorden die je kind begrijpt, ook al zal gebruikt het ze zelf nog niet.

De passieve woordenschat groeit van ongeveer 4000 woorden aan het begin van groep 1 tot ongeveer 7000 woorden aan het einde van groep 2. De actieve woordenschat neemt in de kleutergroepen toe van 2000 tot 3500. Een goede woordenschat is heel belangrijk. Lees ook: 5 tips om de woordenschat te vergroten om te ontdekken hoe je je kind kunt helpen nieuwe woorden te leren.

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Naast de aandacht voor taal, rekenen en motorische ontwikkeling is ook de sociaal-emotionele ontwikkeling een aspect dat veel aandacht krijgt in de kleuterjaren. Hierbij moet je denken aan het ontwikkelen van emoties, het zelfbeeld en het temperament van je kind.

Strikt genomen is de sociale ontwikkeling (begrip krijgen voor andere mensen en het ontwikkelen van positief gedrag ten opzichte van anderen) iets anders dan de emotionele ontwikkeling (leren om gevoelens van jezelf en anderen te begrijpen en daar goed mee om te gaan), maar de twee worden doorgaans als onafscheidelijk duo gebruikt.

Achterstanden in de sociaal-emotionele ontwikkeling worden vaak als argument genoemd bij de beslissing om kleuters na groep 2 niet te laten overgaan naar groep 3 maar een jaar langer te laten ‘doorkleuteren’.

Verder lezen

Mei en juni topmaanden voor schoolreisjes

Mei en juni topmaanden voor schoolreisjes

23 mei 2016 | Reacties (0)

Mei en juni zijn de maanden waarin de meeste kinderen op schoolreis gaan. Schoolreis, dat is lekker met de hele klas weg, zingen in de bus, lachen om de buschauffeur, in groepjes een pretpark of dierentuin in en bij terugkomst de grap van de lege bus. Maar schoolreis is ook: een extra kostenpost voor ouders.

Gemiddelde prijs van een schoolreis

schoolreisWat kost een schoolreis gemiddeld? Het is een vraag die veel ouders stellen wanneer ze vermoeden dat de schoolreis op hun school aan de dure kant is. De prijs van de schoolreis kan van school tot school namelijk behoorlijk verschillen. Dat heeft te maken met de duur van de reis (één dag of meerdere dagen), de gekozen bestemming en de wijze van vervoer (fietsen is gratis, een touringcar kost een lieve duit).

Sommige scholen betalen de schoolreis uit de vrijwillige ouderbijdrage, maar op de meeste scholen moet er apart voor worden betaald. Gemiddeld zo’n twintig euro per kind. Net als bij de ouderbijdrage ben je niet verplicht dit bedrag te betalen, maar als je niet betaalt kan het zijn dat je kind niet mee mag op schoolreis.

Kritiek op de schoolreis

De laatste jaren duiken in de media af en toe kritische geluiden op over schoolreizen, zowel van ouders als uit het onderwijsveld. Schoolreisjes zouden niet meer van deze tijd zijn (kinderen maken met hun ouders uitjes genoeg), onnodige duur zijn voor ouders en bovendien ten koste gaan van kostbare onderwijstijd. Over het algemeen staat de schoolreis echter niet ter discussie. Wel kiezen scholen iets vaker voor een educatieve in plaats van een recreatieve bestemming.

”Als gezin gaan we nooit naar een pretpark omdat we dat te duur vinden. Nu gaat Mick met schoolreis naar Bobbejaanland. Doordat ze een flinke groepskorting krijgen is het wel goedkoper dan normaal, maar 33 euro is voor ons gewoon veel geld. En ik weet dat we niet de enigen zijn die hier moeite mee hebben. Je zult maar werkloos zijn en drie kinderen op deze school hebben.”
Jennifer, moeder van Mick (8) en Lysanne (3) in Hét Basisschoolboek (Kosmos, 2013)

Meegaan met schoolreis is niet verplicht

Vind je de schoolreis te duur, heb je moeite met de bestemming, twijfel je of je astmatische dochter wel de juiste zorg krijgt als ze tijdens de schoolreis een aanval krijgt of zie je het om een andere reden niet zitten dat je kind meegaat op schoolreis? Dan is het goed om te weten dat meegaan niet verplicht is.

Omdat je er voor moet betalen kan de schoolreis niet worden beschouwd als onderdeel van het vaste onderwijsprogramma, dat immers gratis is. Ook activiteiten in de avonduren en in het weekeind vallen per definitie buiten de verplichte onderwijstijd. Als je besluit dat je kind niet meegaat op schoolreis, levert dit geen extra vrije dag op. Je kind moet gewoon naar school.

Schoolreis-weetjes

  • Zo’n negentig procent van de scholen gaat op schoolreis.
  • Mei en juni zijn de populairste maanden, gevolgd door juli en september.
  • Populaire bestemmingen zijn pretparken, dierentuinen en cultuurhistorische objecten.
  • De bus is met stip het belangrijkste vervoermiddel.
  • Gemiddeld wordt 125 kilometer (heen en terug) voor de schoolreis afgelegd.
  • Op 58 procent van de scholen mogen leerlingen zakgeld meenemen, met een gemiddeld maximaal bedrag van € 6,30.

Bron: Hét Basisschoolboek / NRIT (2012)

 

Verder lezen