• Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

    Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

    redactie | 16 mei 2013 | Reacties (0)

    Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

    Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

    Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met… Lees meer >>

  • Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

    Opvoedstijl beïnvloedt kans op pesten

    redactie | 26 april 2013 | Reacties (4)

    De manier waarop je je kind opvoedt, kan van invloed zijn of je kind wordt gepest of niet. Dat heeft een grootschalig Brits onderzoek aangetoond. Een te harde opvoeding is niet goed, maar een overbeschermende houding kan ook pesten in de hand werken.

    Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

  • Een speciale planagenda helpt kinderen om te leren plannen. Foto: CitrusPers

    Huiswerk maken begint met leren plannen

    Nienke Geessinck | 14 april 2013 | Reacties (4)

    “Mam! Ik heb morgen al die lastige toets!” Paniek bij jouw kind en bij jou. Want hoe krijgt jouw kind nu zo snel al die informatie opgeslagen? Een goede planning voorkomt dat je kind op het laatste moment nog aan zijn huiswerk moet beginnen. Maar plannen is moeilijk. Speciaal voor Thuisinonderwijs.nl geeft leerbegeleidster Nienke Geessinck handige tips om te leren plannen.

    Meer huiswerk

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Opvoedstijl beïnvloedt kans op pesten

26 april 2013 | Reacties (4)

De manier waarop je je kind opvoedt, kan van invloed zijn of je kind wordt gepest of niet. Dat heeft een grootschalig Brits onderzoek aangetoond. Een te harde opvoeding is niet goed, maar een overbeschermende houding kan ook pesten in de hand werken.


Opvoedstijl ouders beïnvloed gepest worden

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Wetenschappers van de universiteit van Warwick analyseerden 70 eerdere onderzoeken, waaraan in totaal meer dan 200.000 kinderen deelnamen. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Child Abuse & Neglect. Uit de analyse blijkt dat overbeschermde kinderen tussen 20 en 30 procent meer kans lopen om gepest te worden. Verwaarlozing verhoogt het risico met 40 procent, een strenge opvoeding met 28 procent.

Pesten: ook een probleem van thuis

De onderzoekers pleiten ervoor antipestprogramma’s niet binnen de schoolmuren te houden, maar ook nadruk te leggen op de invloed van positieve opvoedstijlen. Professor Dieter Wolke: “Er wordt vaak vanuit gegaan dat pesten alleen het probleem van scholen is. Dit onderzoek maakt duidelijk dat ouders ook een heel belangrijke rol spelen. We zouden hulpprogramma’s moeten opzetten waarin ouders worden gestimuleerd in een positieve opvoedstijl met warmte, genegenheid, communicatie en steun als kernwaarden.”

Te beschermend is ook niet goed

Wolke wijst er wel op dat het ook weer niet goed als ouders hun kinderen te veel willen beschermen. “Kinderen hebben betrokkenheid, steun en toezicht nodig van hun ouders. Daardoor lopen ze minder kans om gepest te worden. Als ouders daarin doorslaan en te beschermend zijn, verhoogt dat juist de kans dat hun kind het slachtoffer wordt van pesten. Hun kinderen leren niet omgaan met pestkoppen en dat maakt hen kwetsbaarder.”

Laat kinderen conflicten zelf oplossen

Welke opvoedstijl moet je kiezen om te voorkomen dat je kind wordt gepest? Volgens Wolke is het goed om duidelijke regels te stellen. Ouders moeten daarnaast betrokken zijn een warme emotionele band hebben met hun kinderen. “Laat je kinderen gerust wat onenigheid of ruzie hebben met leeftijdsgenoten. Daardoor leren ze hoe zelf conflicten kunnen oplossen. Dat leren ze niet als hun ouders bij het minste of geringste voor hen op de bres springen.”

Kunnen ouders pesten voorkomen?

De Britse onderzoekers leggen een zware nadruk op de opvoedstijl van ouders als het gaat om het verkleinden van het risico dat een kind pestslachtoffer wordt. Daarmee gaan ze verder dan de Nederlandse onderzoekster Mariëlle Bonnet, die vorig jaar promoveerde op de invloed van ouderschapsstijlen op pesten. Volgens haar moet de rol van opvoeding wel in perspectief worden gezien. Uit haar onderzoek bleek dat de klas de belangrijkste factor is bij het voorkomen van slachtofferschap. Daarna komen kenmerken van de school, buurt en de kinderen zelf.

 

Aanvulling, 28 april 2013

Hoe gevoelig pesten ligt, blijkt uit de reacties die de oorspronkelijke kop van dit artikel opleverde. ‘Kind gepest? Schuld van de ouders’, luidde de kop aanvankelijk. Bewust aangezet (wat ook in het artikel werd vermeld), want we wilden graag zo veel mogelijk ouders prikkelen om het artikel te lezen, opdat ze met de inhoud hun voordeel zouden kunnen doen. We hadden niet verwacht dat het woord ‘schuld’ zo letterlijk en zwaar zou worden opgevat. Het is nooit de bedoeling geweest om met een beschuldigende vinger richting ouders van gepeste kinderen te wijzen. Onze excuses aan iedereen die het zo heeft opgevat en zich daardoor gekwetst voelt. We hebben de kop en de tekst inmiddels aangepast.

– redactie Thuisinonderwijs.nl

 

Verder lezen

Kamperen à la Playmobil.

‘Camping is favoriet bij kinderen’

24 april 2013 | Reacties (0)

Nog even weg in de meivakantie? Of nog aan het nadenken voor de zomervakantie? Dan is het goed om te weten dat kinderen het liefst naar de camping gaan. Dat meldt althans speelgoedfabrikant Playmobil, die het uitgezocht heeft. Ruim de helft van de kinderen vermaakt zich op de camping beter dan in een appartement of hotel.

Buitenspelen en vriendjes maken

Kamperen à la Playmobil.

De speelgoedfabrikant heeft onderzoek gedaan onder 1000 Nederlandse kinderen van zes tot twaalf jaar. Waar heeft kamperen zijn populariteit aan te danken? Op de eerste plaats staat onbeperkt buitenspelen (63%), gevolgd door snel vriendjes maken (40%) en slapen in een tent (35%). Jongens zijn de grootste kampeerfanaten: bijna driekwart vindt kamperen leuk, tegenover twee derde van de meisjes.

Kinderen willen camping mét zwembad

Kinderen hebben net als volwassenen een vakantieverlanglijst, waarop al hun wensen voor een perfecte vakantie staan. Bovenaan deze lijst staat de aanwezigheid van een zwembad (74%), ook moet er voldoende ruimte zijn om buiten te spelen (54%) en doen kinderen graag nieuwe vriendschappen op (37%). Op vakantie slapen kinderen het liefst in een tent (21%) en hoewel het luchtbed minder comfortabel is, slaapt een kwart van de kinderen liever op een luchtbed dan op een matras. Hoewel kinderen het liefst in een tent slapen, zegt een derde dit stiekem toch wel spannend te vinden.

Kamperen aan de Costa favoriet

De kinderen uit het Playmobil-onderzoek gaan het liefst op vakantie in Spanje, gevolgd door Frankrijk en Italië. Ook Nederland is met een vierde plaats een geliefd vakantieland. Niet zo gek dus dat twee derde van de Nederlandse gezinnen regelmatig in Nederland op vakantie gaat. Eén op de tien gezinnen kiest zelfs altijd voor een vakantie in eigen land. Oefenen voor een kampeervakantie kunnen kinderen in de meeste gevallen thuis, want 60 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een (speelgoed)tent.

Vraag het je kind

De uitkomsten van het onderzoek passen precies in het straatje van opdrachtgever Playmobil. Die lanceert namelijk een nieuwe speelgoedlijn, waarin kamperen centraal staat. Voor ouders die willen weten wat hun kinderen het leukste vinden om te doen, lijkt het onderzoek van Playmobil nogal overbodig. Je kunt het immers gewoon aan je eigen kinderen vragen. Bovendien blijft een belangrijke vraag onbeantwoord: wat willen de Playmobil-poppetjes?


 

Verder lezen

‘Cyberpesten is erger dan gewoon pesten’

‘Cyberpesten is erger dan gewoon pesten’

19 april 2013 | Reacties (0)

Zo’n tweederde van de kinderen ervaart cyberpesten als erger dan pesten in de klas of op straat. Elk jaar zijn ruim 60.000 kinderen het slachtoffer van cyberpesten. Dit blijkt uit een onderzoek van Hyves onder 2.198 respondenten. In samenwerking met stichting Reactif voegt Hyves een module cyberpesten toe aan haar bestaande lespakket voor het veilig leren omgaan met sociale netwerken.

Cyberpesten blijft vaak verborgen

Het is voor ouders en docentenvaak lastig om digitaal pesten te signaleren, ook is de impact van cyberpesten op de slachtoffers voor veel daders vaak niet duidelijk. De cyberpestmodule geeft leerkrachten de mogelijkheid om het onderwerp op een toegankelijke manier bespreekbaar te maken. Het maakt leerlingen op de basisschool en in het voortgezet onderwijs bewust van hun eigen houding en invloed op digitaal pesten.

Inzicht in eigen rol bij pesten

Maarten Naaijkens, Hyves: “Hyves is al een paar jaar actief op het vlak van Mediawijsheid. Met meer dan 30.000 downloads vult het huidige lespakket duidelijk een behoefte in. Het thema cyberpesten is hier een logische aanvulling op.” De module bestaat uit een interactief filmpje, waarin kinderen op keuzemomenten beslissingen moeten nemen: worden ze medeplichtig aan het pesten, kiezen ze ervoor actief acties te ondernemen tegen het pestgedrag of negeren ze wat ze zien? Op die manier worden ze zich bewust van hun eigen rol en verantwoordelijkheid.

Cyberpesten, de cijfers

  • 40,3% van de kinderen geeft aan dat er op zijn of haar school nooit wordt gepraat over cyberpesten. 17,9% zegt dat er bijna nooit over wordt gepraat.
  • 42,6% van de kinderen pest zelf op sociale netwerken of ziet anderen die dit doen.
  • 42,8% van de kinderen denkt dat cyberpesten vaak begint als een grap, die door de ander niet wordt begrepen.
  • 23,1% van de kinderen praat met de ouders wanneer hij/zij gepest wordt, 18.8% stapt naar de leraar.
  • 23,4% van de pestkoppen vindt dat het slachtoffer erom vraagt, 39,9% heeft geen idee waarom hij het doet.

Hyves populair op basisschool

Waar volwassenen Hyves massaal hebben ingeruild voor Facebook en Twitter, is Hyves onder basisscholieren nog altijd het populairste medium. De leeftijd waarop kinderen hun eerste stappen zetten op Hyves, varieer vooral tussen de 7 en 10 jaar, zo blijkt uit onderzoek van Blink Uitgevers. In de bovenbouwgroepen heeft meer dan de helft van de kinderen een Hyves-pagina, ruim tien procent heeft een Facebook-profiel. Gezien de populariteit van Hyves vooral onder jongere kinderen, is het jammer dat in het anti-pestfilmpje middelbare scholieren van een jaar of vijftien de hoofdrollen spelen. Dat maakt het minder geschikt voor leerlingen van de basisschool.

Hoe voelt het als je kind voor het eerst in aanraking komt met cyberpesten? Columniste Susanne van der Poel schreef een column over het verdriet van haar zevenjarige dochter.

Verder lezen

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

15 april 2013 | Reacties (0)

Kinderen met dezelfde Cito-score krijgen op de ene basisschool een veel hoger schooladvies dan op de andere. Dat blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie. Op enkele tientallen scholen krijgt meer dan driekwart van de leerlingen een hoger schooladvies dan op basis van hun score op de Cito-eindtoets te verwachten zou zijn.

De onderwijsinspectie analyseerde de gegevens van 150.000 leerlingen die in 2012 in groep 8 zaten. 24 procent van de leerlingen kreeg een hoger schooladvies en 10 procent een lager schooladvies dan de eindtoets suggereert. Het maakt veel uit op welke basisschool een leerling zit. Op 7 procent van de scholen heeft de leerling 50 procent kans om een hoger advies te krijgen dan de toetsuitslag, terwijl 11 procent van de scholen bij geen enkele leerling hoger adviseert.

Regionale verschillen

Ook tussen de verschillende regio’s zijn de verschillen groot. In de vier grote steden krijgen leerlingen maar zelden een lager advies dan de toetsuitslag. In Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland zijn de adviezen vaak hoger dan de toetsuitslag, terwijl in Friesland juist relatief lager wordt geadviseerd.

Relatie basisschooladvies en resultaat eindtoets

Scholen voor voortgezet onderwijs moeten de plaatsing van leerlingen baseren op het basisschooladvies en het zogenaamde tweede objectieve gegeven (meestal de Eindtoets Basisonderwijs). Het advies van de basisschool is gebaseerd op de inschatting van de basisschooldirecteur, mede gelet op de prestaties van de leerling in zijn hele schoolloopbaan. Hierdoor kunnen er per leerling goede gronden zijn om het advies te laten afwijken van het resultaat van de eindtoets, dat immers een momentopname is.

Vervolgonderzoek

Uit inspectiegegevens blijkt dat het voor een leerling nogal wat uitmaakt op welke school hij zit. Op een deel van de scholen hebben leerlingen geen of weinig kans op een hoger advies, maar wel een grote kans op een lager advies dan op grond van hun score mag worden verwacht. De inspectie doet onderzoek naar de kwaliteit van het schooladvies.

 

Verder lezen

Een speciale planagenda helpt kinderen om te leren plannen. Foto: CitrusPers

Huiswerk maken begint met leren plannen

14 april 2013 | Reacties (4)

“Mam! Ik heb morgen al die lastige toets!” Paniek bij jouw kind en bij jou. Want hoe krijgt jouw kind nu zo snel al die informatie opgeslagen? Een goede planning voorkomt dat je kind op het laatste moment nog aan zijn huiswerk moet beginnen. Maar plannen is moeilijk. Speciaal voor Thuisinonderwijs.nl geeft leerbegeleidster Nienke Geessinck handige tips om te leren plannen.

Meer huiswerk

Een speciale planagenda helpt kinderen om te leren plannen. Foto: CitrusPers

Kinderen in de hoogste groepen van de basisschool krijgen geleidelijk meer huiswerk. Zo werken ze toe naar het voortgezet onderwijs, waar ze te maken krijgen met meer vakken en meer huiswerk. Het huiswerk wordt opgeschreven in een agenda op de dag wanneer het af moet zijn. Een agenda is onmisbaar voor scholieren, maar omdat ook huiswerk wordt opgegeven dat pas over een week of twee af moet zijn, is het overzicht al snel weg. Dit leidt tot stress en (onnodige) onvoldoendes.

Een planschema geeft overzicht

Voor sommige kinderen is het gebruik van alleen een agenda niet genoeg. Zij maken ook graag gebruik van planschema’s. In een planschema plan je op welke dag je welk huiswerk wil maken. Een voorbeeld van een planschema is te vinden op www.lereniseenmakkie.nl.

Het maken van een planning is voor kinderen erg moeilijk omdat hun hersenen nog niet volgroeid zijn. Ze zullen hierbij begeleiding van een volwassene nodig hebben.

Een goede planning heeft veel voordelen:

  • het huiswerk is overzichtelijk
  • er worden prioriteiten gesteld
  • het biedt houvast bij het maken van het werk
  • het werk kan opgedeeld worden in behapbare stukjes
  • bij ziekte wordt maar één onderdeel gemist
  • het resultaat is door plannen vaak beter, dit motiveert kinderen ermee door te gaan
  • het geeft ruimte in het hoofd, belangrijke zaken worden opgeschreven en hoeven niet meer onthouden te worden
  • het geeft ruimte voor activiteiten naast school; sport of afspreken met vrienden.

Speciale planagenda

Naast het planschema bestaat er ook planagenda’s. De planagenda werkt hetzelfde als het planschema. Je plant op welke dag je wat wilt gaan maken of leren. Het voordeel van een agenda is dat je planning in één boekje keurig bij elkaar zit. Geen losse blaadjes die spoorloos verdwijnen. De agenda waar ik zelf erg enthousiast over ben, is de agenda van CitrusPers. De agenda is eenvoudig in gebruik, is vrolijk, alles behalve saai en staat boordevol leuke weetjes, handige schema’s en tips om het leren makkelijker te maken. Deze agenda kan zowel in de bovenbouw van het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs gebruikt worden. Kijk voor een voorbeeld van deze agenda op www.citruspers.net.

Keuze in agenda’s die je kind leren plannen

Er zijn diverse agenda’s te koop die kinderen op een zeer gestructureerde manier helpen bij het plannen van huiswerk. Sommige zijn ontworpen met het oog op autistische kinderen of kinderen met ADHD of ADD, voor wie plannen extra moeilijk is. Deze agenda’s zijn ook zeer geschikt voor de hoogste groepen van het basisonderwijs. Want plannen is voor iederéén moeilijk.

In groep 7 gaan kinderen voor het eerst werken met een schoolagenda. Vaak krijgen ze die van school, soms moeten ze er zelf één kopen.

 

Over de auteur: Nienke Geessinck (1978) uit Eibergen (Gelderland) heeft negen jaar ervaring als groepsleerkracht in het basisonderwijs. Sinds april 2012 is ze voor zichzelf begonnen met de oprichting van Koppie Koppie . Koppie Koppie geeft bijles en huiswerkbegeleiding aan kinderen van de basisschool. Nienke is te volgen op Twitter en Facebook.

 


 

Verder lezen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

10 april 2013 | Reacties (0)

Steeds minder kinderen nemen deel aan het verkeersexamen op de fiets. Dat constateert Veilig Verkeer Nederland naar aanleiding van het theoretisch verkeersexamen dat morgen wordt afgenomen in groep 7 en 8 van de basisschool. Het theorie-examen wordt in heel Nederland op dezelfde dag gemaakt, voor het fietsexamen prikt iedere gemeente haar eigen datum.

Kinderen zonder fiets

In 2009 deed 9 procent niet mee aan het praktijkexamen. Twee jaar later, het laatst bekende cijfer bij VVN, steeg het aantal afhakers tot 13 procent. Dat zijn 20.280 leerlingen. Twee jaar geleden luidde Veilig Verkeer Nederland ook al de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Gebrek aan vrijwilligers om het verkeersexamen in goede banen te leiden, is een andere bedreiging voor dit oer-Nederlandse fenomeen, dat al sinds 1932 bestaat.

Alle somberheid ten spijt is het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland op het overgrote deel van de basisscholen vaste prik. In april of mei fietsen leerlingen van groep 7 of 8 met gekleurde hesjes voorzien van een rugnummer door het dorp of de stad om te laten zien dat ze de verkeersregels kennen. Een hele happening, die – als alles goed gaat – wordt afgesloten met het verkeerdiploma.

Verkeersexamen in groep 7 of 8

  • Het verkeersexamen wordt op zeventig procent van de deelnemende scholen gedaan in groep 7. De rest doet het in groep 8.
  • Het praktisch verkeersexamen wordt per gemeente georganiseerd; er is geen vaste landelijke datum. Het schriftelijke verkeersexamen (theorie) wordt door scholieren in heel Nederland op dezelfde datum (half april) gemaakt.
  • 95 Procent van de kinderen slaagt voor het schriftelijke examen. Het praktijkexamen wordt nog succesvoller afgelegd: 97 procent van de kinderen slaagt. Van de gezakte kinderen doet zestig procent een jaar later een nieuwe poging.

Bron: VVN

Het theoretisch verkeersexamen

Veilig Verkeer Nederland hanteert de volgende uitgangspunten:

  1. Het veilig toepassen van regels staat centraal, voor de kinderen zelf en voor anderen.
  2. De verkeerseducatie gaat uit van hoe de weg er in de praktijk uitziet en hoe daar veilig te handelen, ongeacht of de wegconstructies aan de wettelijke eisen voldoen.
  3. Het uitgangspunt van verkeerseducatie is altijd de situatie zoals kinderen die in de praktijk tegenkomen. Ook bijvoorbeeld buitenspelen op straat is daar onderdeel van. Dergelijk gedrag dat formeel verboden is, maar wel vaak voorkomt, wordt in het lesmateriaal besproken en ook in het schriftelijk verkeersexamen getoetst.
  4. Kinderen wordt geleerd rekening te houden met fouten en vergissingen van anderen. Dat speelt vooral bij voorrang verlenen en voor laten gaan. Kinderen wordt geleerd altijd bedacht te zijn op andere weggebruikers die zich niet aan de regels houden.

Herexamen

Gezakt? De dag na het schriftelijk Verkeersexamen staat er op de website een herexamen voor leerlingen die in eerste instantie zijn gezakt voor het schriftelijk verkeersexamen. Kinderen het theorie-examen niet halen mogen in principe wel meedoen aan het praktijkexamen, al zijn er scholen die daarvan afwijken.

‘En boem, daar liggen ze dan’

Mooie beelden uit de begintijd van het verkeersexamen in de jaren dertig:

 

Verder lezen

Nederlands kind is het gelukkigst

Nederlands kind is het gelukkigst

10 april 2013 | Reacties (0)

Nergens ter wereld zijn kinderen zo gelukkig als in Nederland.  Dat blijkt uit een rapport over kinderwelzijn van Unicef. Op onderwijs scoort Nederland zelfs het hoogste ter wereld. Het is niet de eerste keer dat ons land zo hoog staat. Vijf jaar geleden was Nederland ook al lijstaanvoerder wat betreft kindergeluk.

95 Procent van de kinderen is tevreden

Ons land scoort het beste van alle landen op het gebied van materieel welzijn, onderwijs en gedrag. Nederlandse kinderen staan op de vierde plaats waar het gaat om huisvesting en een vijfde plek wat betreft gezondheid en veiligheid. Volgens Unicef gaf maar lieft 95 procent van de Nederlandse kinderen zelf aan ook tevreden te zijn over hun leven. Wel pesten en vechten Nederlandse kinderen veel.

Crisis nog niet meegewogen in onderzoek

De top van de lijst wordt gedomineerd door de kleinere Noord-Europese landen, respectievelijk Nederland, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden. Griekenland en de Verenigde Staten scoren extreem laag. Er blijkt geen relatie te zijn tussen de hoogte van het nationaal inkomen en hoe het met kinderen gaat. Tsjechië bijvoorbeeld neemt een hogere plaats in op de ranglijst dan een aantal rijkere landen. Unicef zegt dat de meeste cijfers die gebruikt zijn in het onderzoek dateren uit 2009 en 2010. De gevolgen van de crisis voor het welzijn van kinderen zijn daardoor nog niet goed te zien in dit rapport.

Top-10 gelukkige kinderen

  1. Nederland
  2. Noorwegen
  3. IJsland
  4. Finland
  5. Zweden
  6. Duitsland
  7. Luxemburg
  8. Zwitersland
  9. België
  10. Ierland


Verder lezen

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

9 april 2013 | Reacties (0)

“Het roer moet radicaal om in het kleuteronderwijs”, vindt de werk- en steungroep kleuteronderwijs. De werkgroep, bestaande uit docenten en onderwijsdeskundigen, vindt de druk op kleuters om al heel jong te moeten presteren veel te groot. De werkgroep heeft een zwartboek over het kleuteronderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

Een kleuter is geen schoolkind

“Een kleuter is geen schoolkind, maar wordt wel als zodanig getest, gelabeld en behandeld”, stelt de werkgroep. “Leerkrachten van de groepen 1 en 2 worden sinds de komst van het basisonderwijs niet meer speciaal opgeleid voor het begeleiden van kleuters en hebben geen kennis van de ontwikkelingspsychologie van het jonge kind. Dat behoort, net als de angst voor latere leer- en gedragsproblemen en taalachterstanden, tot de oorzaken van het te vroeg aanbieden van letters en cijfers.”

Ontwikkeling kleuters centraal

De Werk- en Steungroep kleuteronderwijs, waaronder veel leerkrachten die nog goed opgeleid zijn, zet zich in voor onderwijs dat aansluit bij de neurologische en psychologische ontwikkeling van kleuters.

Verder lezen

Screenshop van de app Didakto Klokkijken

Didakto: app om klokkijken te oefenen

8 april 2013 | Reacties (1)

Leren klokkijken is voor veel kinderen best lastig. Columniste Yvon Mekkring beschreef hoe haar 11-jarige dochter Bo er nog steeds moeite mee heeft. Voor Bo en alle andere kinderen die willen leren klokkijken, is de nieuwe Didakto-app een aanrader: Didakto Klokkijken.

Screenshot van de app Didakto Klokkijken

Didakto Klokkijken komt uit de koker van Synedo, een Nederlandse ontwikkelaar van educatieve apps voor kinderen. Met de populaire apps Didakto Classic en Didakto Tafels heeft Synedo al aangetoond goede educatieve apps te kunnen leveren. Ook Didakto Klokkijken maakt de verwachtingen waar.

Oefenen met klokkijken

De nieuwe app (alleen voor iPad) biedt kinderen volop oefenmogelijkheden om te leren klokkijken. In zes verschillende activiteiten oefent je kind alle ins en outs van het klokkijken, zowel op een digitale klok als op een analoge klok. Je kunt als gebruiker zelf de moeilijkheidsgraad instellen (hele uren, halve uren, kwartieren, vijf minuten, één minuut, wel of geen secondewijzer). Overigens zijn het echt oefeningen, geen spelletjes, die je kind doet. Daar staat tegenover dat de oefeningen wel leuk zijn om te doen, met name door de manier waarop je de antwoorden moet ingeven.

Waar goed over nagedacht is, is de keuze uit klokken met verschillende uiterlijken waarmee je kind de oefeningen kan doen. Zo zijn er klokken waarbij zowel de uren als de minuten (in stapjes van vijf) duidelijk zijn aangegeven op de rand. Die zijn heel geschikt voor kinderen die het nog lastig vinden om uit te goochelen hoe de verschillende schaalverdelingen van de urenwijzer en de minutenwijzer ook alweer werken. Aan het andere einde van het spectrum heb je de keuze uit een klok met Romeinse cijfers of de bekende stationsklok, met alleen streepjes.

Oefenvormen in Didakto Klokkijken:

  • zeggen hoe laat het is, zowel dag als nacht, digitaal en analoog
  • de wijzers van de analoge klok op de (in woorden en digitaal) aangegeven tijd  zetten
  • optellen met tijd: de wijzers van de klok bijvoorbeeld 3 uur verder zetten
  • een weg van klokken zoeken in een doolhof, waarbij de tijden volgens een opgegeven patroon veranderen
  • de juiste digitale tijd combineren met de analoge tijd
  • de juist klok bij de genoemde tijd zoeken en andersom

Didakto Klokkijken kost € 1,79 en is geschikt voor de iPad. Verkrijgbaar in de App Store

 

 

Verder lezen