• Waarom tafels leren een blijvertje is

    Waarom tafels leren een blijvertje is

    | 21 september 2016 | Reacties (1)

    Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf. In welke groep worden de tafels geleerd? Het aanleren van de […]

  • Praten over je kind, niet over de cijfers

    Praten over je kind, niet over de cijfers

    | 15 september 2016 | Reacties (0)

    Ken je dat? Je komt net terug van een oudergesprek op school. De leerkracht heeft van alles verteld. Je hebt grafieken gezien met Cito-scores. Je weet nu precies welke cijfers je kind heeft gehaald voor welke toetsen. Of dat het nog niet zo vlot met die ‘ontluikende geletterheid’ van je kleuter. Een bomvol gesprek. Maar […]

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

21 september 2016 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (43) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

Verder lezen

Minder kinderen worden gepest op school

Minder kinderen worden gepest op school

19 september 2016 | Reacties (0)

Het goede nieuws is: het aantal kinderen dat op school wordt gepest is afgenomen sinds 2014. Het slechte nieuws: nog altijd wordt 10 procent van de kinderen minstens één keer per maand gepest. De strijd tegen het pesten moet daarom onverminderd worden doorgezet. Dat meldt staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) vandaag  aan het begin van de Week tegen het Pesten.

Pesten

Op de basisschool wordt volgens de nieuwste cijfers 10 procent van de leerlingen 1 keer per maand of vaker gepest. Twee jaar geleden was dat nog 14 procent. In het voorgezet onderwijs is sprake van een daling van 11 naar 8 procent.
“Dit is ontzettend goed nieuws”, zegt Dekker. “Het gaat om tienduizenden kinderen die nu met een fijner en veiliger gevoel naar school gaan.” Hij is blij dat scholen, leraren en alle andere betrokkenen de afgelopen jaren zo hard hebben gewerkt om het pesten terug te dringen.

‘Pesten heeft een enorme impact op kind’

Tegelijkertijd is er nog steeds een hoop werk te verrichten om te zorgen dat alle kinderen met een goed gevoel naar school kunnen. Dekker: “Pesten heeft een enorme impact op het leven van kinderen. Ze voelen zich verdrietig, willen vaak niet meer naar school en raken hun zelfvertrouwen kwijt. We moeten dus blijven vechten voor een veilige schoolomgeving. Elk kind dat wordt gepest, is er één te veel.”

Pesten kwam vier jaar geleden na een aantal tragische zelfmoorden bovenaan de politieke en maatschappelijk agenda te staan. Staatssecretaris Dekker en toenmalig Kinderombudsman Marc Dullaert kwamen daarop met een plan van aanpak. Scholen intensiveerden hun anti-pestaanpak en er kwam meer aandacht voor de effectiviteit van antipestmethoden. Sluitstuk was een wet die de verantwoordelijkheid van de school voor de sociale veiligheid van leerlingen beter regelt.

Hoopgevende cijfers

Dekker vindt de nieuwste cijfers hoopgevend. “Deze cijfers laten zien dat je verschil kunt maken, als je op school maar actief en serieus aan de slag gaat.” Ook de PO-Raad en de VO-raad zijn blij dat de inspanningen van scholen vruchten beginnen af te werpen. “Deze cijfers bieden weer aanknopingspunten om het gesprek over sociale veiligheid met zowel leerlingen, ouders en het onderwijsteam te blijven voeren”, aldus Rinda den Besten van de PO-Raad. En Paul Rosenmuller van de VO-raad: “Het is een mooi begin. We blijven ons hard maken om de strijd tegen het pesten op alle  scholen hoog op de agenda te houden.” Beide raden zullen hun leden actief informeren over de mogelijkheden die er zijn om pesten op school te blijven bespreken.

Of de daling de komende jaren kan worden omgezet in een trend moet gaan blijken uit de meting die over twee jaar weer wordt afgenomen.

De uitgebreide cijfers over pesten staan op de website Onderwijs in cijfers.

 

Verder lezen

Praten over je kind, niet over de cijfers

Praten over je kind, niet over de cijfers

15 september 2016 | Reacties (0)

Ken je dat? Je komt net terug van een oudergesprek op school. De leerkracht heeft van alles verteld. Je hebt grafieken gezien met Cito-scores. Je weet nu precies welke cijfers je kind heeft gehaald voor welke toetsen. Of dat het nog niet zo vlot met die ‘ontluikende geletterheid’ van je kleuter. Een bomvol gesprek. Maar voor je gevoel ging het nauwelijks over je kind.

omgekeerde-oudergesprekken

Niet over je zoon zoals jij hem kent van thuis: gevoelig, grappig en gek op het bedenken en uitvoeren van de meest fantastische timmerprojecten. En dan je dochter, die druk aan het rappen is en inspiratie put uit de dood van haar konijn, waar ze nog steeds erg verdrietig over is. En zou de juf eigenlijk wel beseffen dat je kind na drie jaar nog steeds moeite heeft met de scheiding van jou en je ex? Dat is toch ook belangrijk?

Ja, dat is het zeker. Maar in de traditionele oudergesprekken is vaak amper tijd voor dat soort zaken. Het is eenrichtingsverkeer vanuit de leerkracht die ouders bijpraat over de cognitieve ontwikkeling van hun kind: wat heeft je kind geleerd en hoe zijn de cijfers. En dat dan in tien minuten – die gesprekken heten niet voor niets tienminutengesprekken. Voor ouders, maar ook voor de school, zijn ze niet altijd even bevredigend…

Omgekeerde oudergesprekken: jij vertelt over je kind

Daarom gaan steeds meer scholen over op het houden van ‘omgekeerde oudergesprekken’ bij de start van het schooljaar. Tijdens die gesprekken staan niet de resultaten van je kind centraal – dat kan ook niet, want je kind is nog maar een paar weken bezig – maar het welbevinden van je kind. Welk karakter je kind heeft, waar hij of zij warm voor loopt, wie zijn vrienden zijn. Alles, kortom, wat je kind nodig heeft en wat de leerkracht moet weten om het schooljaar tot een succes te maken.

De opmars van het fenomeen omgekeerde oudergesprekken laat zien dat scholen ouders steeds meer serieus zijn gaan nemen als gesprekspartners. Dat is een goede zaak, want kinderen leren beter en gaan met plezier naar school wanneer hun ouders zich betrokken voelen bij de school. Als ouders krijg je zo de gelegenheid om samen met school op te trekken in het belang van je kind.

Bereid het gesprek goed voor

Net zoals een tienminutengesprek wat voorbereiding van je vraagt, is het verstandig om je ook goed voor te bereiden op een omgekeerd oudergesprek. Want ook daarin is de tijd beperkt. Door een goede voorbereiding zorg je dat je ook daadwerkelijk kunt vertellen wat jij belangrijk vindt. Het voorkomt bovendien dat je tijdens het gesprek niet goed weet wat je moet vertellen (en eenmaal thuis dan natuurlijk weer wel…).

Veel scholen geven vragenlijsten mee om het je als ouder wat gemakkelijker te maken. Zo’n vragenlijst kan een handig hulpmiddel zijn, maar voel je vrij om ervan af te wijken. Voor je het weet zit je uitsluitend de punten van de vragenlijst te bespreken en kom je er weer niet aan toe om te vertellen wat jíj echt belangrijk vindt en hoe jij je kind ziet.

Denk bijvoorbeeld na over:

  • Welk karakter heeft je kind? Probeer je kind te omschrijven in enkele kernwoorden als spontaan, behoedzaam, driftig, onrustig, verlegen, enzovoort.
  • Wat vind je kind makkelijk op school en wat juist moeilijk?
  • Waar ziet je kind tegenop en waar heeft hij/zij juist veel zin in?
  • Wat heeft je kind nodig om lekker in zijn vel te zitten?
  • Waar liggen de interesses van je kind, waar loopt je kind echt voor warm?
  • Wat heeft je kind nodig van de leerkracht om zich prettig te voelen?
  • Heeft je kind zich de afgelopen periode opvallend ontwikkeld? Nieuwe dingen geleerd, nieuwe interesses, ander gedrag?

Vergeet vooral ook niet om met je kind over het nieuwe schooljaar te praten. Vraag om input voor het gesprek. Of misschien mag je kind wel mee (op sommige scholen mag dat, afhankelijk van de leeftijd van het kind).

 

Verder lezen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

13 september 2016 | Reacties (1)

Wat moet je doen om een woord te kunnen lezen? De letters herkennen, weten welke klank erbij hoort en daarmee het woord vormen. Dat is een heel proces voor iets wat later – als het goed is – vanzelf gaat. Om het aan te leren, oefenen kinderen in groep 3 met ‘hakken en plakken’ of met ‘zoemend lezen’ of ‘zingend lezen’.

Welke manier er op de school van jouw kind wordt gebruikt, hangt af van de lesmethode en ook nog van de versie van die lesmethode. De meeste scholen gebruiken de methode Veilig Leren Lezen, waarin hakken en plakken gebruikt wordt. Vorig schooljaar is echter een nieuwe versie van Veilig Leren Lezen op de markt gekomen. Daarin leren de kinderen woorden lezen door middel van zoemend lezen. Als jullie school net een nieuwe leesmethode heeft aangeschaft, kan het dus zijn dan je kind hiermee aan de slag gaat. Ook nieuw (sinds vorig schooljaar) is de leesmethode Lijn 3. Die pakt het leren lezen weer net een beetje ander aan en heeft het over zingend lezen.

Wat is hakken en plakken?

Hakken en plakken is eigenlijk precies wat het begrip al aangeeft: het woord wordt eerst in stukjes (klanken) gehakt en daarna weer aan elkaar geplakt. Dit gaat het makkelijkst bij zogeheten ‘klankzuivere’ woorden. Dat zijn woorden waarbij de letterklanken zonder vervorming van de klanken worden uitgesproken. Een woord als tak is klankzuiver (t-a-k, maar peer niet omdat de ee-klank een beetje vervormt naar een i-klank. Op de meeste scholen wordt in groep 2 al een begin gemaakt met hakken en plakken.

Bij het hakken en plakken horen vaste handgebaren. Bij het hakken maken de leerlingen met twee platte handen tegen elkaar een hakbeweging; de kinderen spreken de klanken één voor één uit. Bij het plakken worden de klanken met een veegbeweging (soms een klapbeweging) van beide handen bij elkaar gevoegd en wordt het woord in zijn geheel uitgesproken. Op dit YouTube-filmpje oefenen twee meisjes met maan hakken en plakken:

maan roos vis 1

No Description

Hakken en plakken wordt vrijwel overal gebruikt en is ook onderdeel van het lesmateriaal. Bij de filmpjes van de methode Veilig leren lezen (maan-roos-vis) wordt het nieuwe woord bijvoorbeeld standaard gehakt en geplakt. Zoals op dit filmpje bij het woordje maan. Na een maand of drie leesonderwijs verdwijnt hakken en plakken naar de achtergrond en gaan kinderen steeds meer vloeiend lezen.

Zoemend lezen en zingend lezen

 

Bij zoemend lezen en zingend lezen worden de klanken lang aangehouden. In die tijd kan het kind vooruitkijken naar de volgende klank. Bij ‘zoemen’  en ‘zingend lezen’ worden de klanken van het woord uitgesproken zonder ze op te breken in aparte stukjes. De eerste letterklank wordt lang aangehouden, waarna de volgende eraan vastgeplakt word: mmmaaaan (maan) of sssssiiiiiiip (sip).

In dit filmje wordt uitgelegd hoe zoemend lezen werkt:

Veilig leren lezen – zoemend lezen

Uploaded by Uitgeverij Zwijsen on 2015-02-02.

Het zingend lezen is eigenlijk een andere manier van ‘plakken’. Onderwijskundige José Schraven, auteur van de methode Zo leer je kinderen lezen en spellen, is er een voorstander van om het hakken van woorden (de auditieve analyse) los te koppelen van de het plakken (de auditieve synthese) en ook in de kleutergroepen al te oefenen met zingend lezen in plaats van met hakken en plakken. Dat zou veel verwarring bij kinderen voorkomen.

Meer weten over lezen? Zie ook:

Verder lezen

Een jaar langer in groep 2? Liever niet

Een jaar langer in groep 2? Liever niet

12 september 2016 | Reacties (0)

‘Doorkleuteren’ is een begrip in Nederland: kinderen die aan het eind van groep 2 nog niet toe zijn aan groep 3, blijven een jaartje extra in de kleutergroepen. Dit jaar ging het om ruim 18.000 kinderen die groep 2 op de basisschool overdeden. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil hier een einde aan maken, omdat uit onderzoek blijkt dat kinderen niet blijvend profiteren van een derde jaar kleuterklas.

painting-808011_640

Soepeler overgang tussen groep 2 en groep 3

‘Op veel scholen is groep 2 heel speels en groep 3 heel schools. Daardoor vinden ouders en leraren de overstap voor kleuters vaak te groot’, constateert Dekker. Maar scholen kunnen hun onderwijs flexibeler indelen, waardoor kinderen makkelijker aansluiting vinden in groep 3. ‘Scholen denken vaak dat dat niet kan of mag, terwijl er meer dan genoeg ruimte voor is.’ Een mogelijkheid is volgens Dekker bijvoorbeeld dat kleuters ook halverwege het schooljaar van groep 2 naar groep 3 gaan.

Dekker roept basisscholen op om in actie te komen. Samen de de PO-raad heeft hij een rapport opgesteld waarin al het onderzoek beschreven staat naar het effect van een jaar langer kleuteren. Ook staat er uitleg in voor scholen wat ze allemaal mogen doen om kleuters zo soepel mogelijk naar groep 3 te geleiden.

Dekker: ‘Je ziet dat een flink aantal scholen echt stappen zet. Sommige scholen kiezen ervoor om leerlingen niet alleen in de zomer naar de volgende klas te doen, maar vaker in het jaar. Anderen geven in groep 3 heel erg speels les. En er zijn gecombineerde groepen 2/3. Daar waar scholen er werk van maken, zie je het aantal zittenblijvers dalen.’

Lees ook:

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

 

Extra jaar in groep 2 heeft alleen tijdelijk effect

“Tom heeft destijds groep 2 overgedaan. Hij was toen gewoon te ‘jong’ om naar groep 3 te gaan. Dat vonden we zelf ook.” Tom is inmiddels 10, maar zijn vader Bert staat nog steeds achter die beslissing. “Dat jaar extra kleuteren heeft hem echt goed gedaan. We hebben nooit spijt gehad. Ook sociaal had hij zo zijn draai gevonden. Hij kan zich nu niet eens meer goed herinneren dat hij ooit bij andere kinderen in de klas zat.”

In individuele gevallen kan een langer kleuteren prima uitpakken. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat de meeste kinderen die groep 2 over doen daar hooguit tijdelijk profijt van hebben. Sommige kinderen gaan een jaar later naar groep 3 vanwege een cognitieve achterstand; ze beheersen de lesstof van groep 2 nog niet voldoende. In groep 3 kunnen de ‘doorkleuteraars’ meestal wel goed meekomen, maar in de hogere groepen bouwen ze vaak opnieuw een achterstand op.

Sociaal-emotioneel geen winst

Als argumenten voor een jaar langer in groep 2 blijven worden vaak zaken genoemd als: te jong, te speels, te weinig concentratie. Dat zijn sociale-emotionele overwegingen. Gevoelsmatig lijkt het best logisch om zulke kinderen een jaartje extra kleuteren te ‘gunnen’. Maar ook in sociaal-emotioneel schieten de zittenblijvers maar weinig op met hun jaar extra in groep 2. Ze hebben veel vaker sociaal-emotionele problemen dan hun nieuwe en jongere klasgenoten, al zijn ze tijdelijk wel wat populairder bij hun nieuwe klasgenoten. Leerlingen spelen daarentegen liever met klasgenoten die in het normale tempo van groep 2 naar groep 3 zijn gegaan dan met zittenblijvers.

We zijn benieuwd naar jouw ervaringen. Is jouw kind blijven zitten in groep 2? Hoe heeft dit voor jouw kind uitgepakt? Zou je nu dezelfde beslissing nemen?

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hoger schooladvies voor kind uit hoogopgeleid gezin

8 september 2016 | Reacties (0)

Kinderen van hoogopgeleide ouders krijgen vaker een hoger schooladvies dan kinderen met dezelfde Cito-score maar met ouders die lager zijn opgeleid. De verschillen zijn vooral groot bij kinderen met een Cito-score tussen 537 en 544, een score die past bij een advies voor havo of havo/vwo.

Onderwijsongelijkheid

Maakt het voor het schooladvies uit of kinderen hoogopgeleide ouders hebben? Woordvoerder Tanja Traag geeft een toelichting.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (SBC). Het CBS volgde twaalf jaar lang de schoolloopbaan 19.000 kinderen die in het schooljaar 1999/2000 in de brugklas zaten. De uitkomsten van het CBS-onderzoek sluiten aan bij het rapport van de Onderwijsinspectie eerder dit jaar, waarin de inspectie waarschuwde voor een tweedeling in de maatschappij.

Bij een gelijke score op de cito-eindtoets in groep 8 kregen kinderen van hoogopgeleide ouders vaker een hoger schooladvies dan kinderen van ouders zonder universitaire of hbo-opleiding. Ongeveer de helft van de kinderen van laag- en middelbaar opgeleide ouders kreeg daadwerkelijk een havo-advies als dit overeen kwam met hun Cito-score. Van de kinderen uit een hoogopgeleid gezin kregen bijna zeven op de tien dit advies.

krijgen.

Grafiek Schooladvies naar score op de cito eindtoets, brugklascohort 1999/'00

Kinderen van hoogopgeleiden hoger instroomniveau brugklas

Kinderen van hoogopgeleide ouders kregen niet alleen vaker een hoger schooladvies, ze begonnen meestal ook op een hoger brugklasniveau.  Zo gingen kinderen van hoogopgeleide ouders met een citoscore van minstens 545, wat past bij een vwo-advies, twee keer zo vaak naar een vwo-brugklas als kinderen van lager opgeleide ouders.

Met dezelfde citoscore een hoger onderwijsniveau

De verschillen blijven de hele schoolloopbaan bestaan. Aan het einde van hun onderwijsloopbaan haalden kinderen van hoogopgeleide ouders gemiddeld een hoger onderwijsniveau dan andere kinderen met dezelfde Cito-score. Weer waren de verschillen het grootst bij de kinderen die in groep 8 een havo- of havo-/vwo-advies kregen. Zo haalde 62 procent van de kinderen uit een hoogopgeleid gezin uiteindelijk een hbo- of wo-diploma, terwijl 34 procent van de kinderen met laagopgeleide ouders en 44 procent van de kinderen met middelbaaropgeleide ouders dit niveau bereikte.

Grafiek Behaald onderwijsniveau na 13 jaar onderwijs naar score op de cito eindtoets, brugklascohort 1999/'00

Hoogopgeleide ouders praten vaker over school

Het CBS geeft een aantal verklaringen waarom kinderen uit een hoogopgeleid gezin gemiddeld een hoger onderwijsniveau bereiken dan andere kinderen met dezelfde Cito-score.

  • Kinderen van laagopgeleide ouders vaker ‘voorgesorteerd’ voor een brugklas op vmbo-niveau, van waaruit het minder gemakkelijk is om door te stromen naar het hoger onderwijs.
  • Kinderen met dezelfde Cito-eindscore presteerden in de brugklas beter naarmate hun ouders hoger opgeleid waren. Vooral binnen de groep met een Cito-score tussen 537 en 544 presteerden kinderen van hoogopgeleide ouders beter dan kinderen van laagopgeleide ouders.
  • Hoogopgeleide ouders gaven aan dat ze vaker dan andere ouders communiceren met hun kinderen over hoe het gaat op school, over bijvoorbeeld schoolprestaties of huiswerk.

 

Verder lezen

Jongen leest boek, huiswerk

7 tips voor het helpen met huiswerk

5 september 2016 | Reacties (0)

Een A4-tje met topografie, een lijst moeilijke woorden, de tafel van 6, de eerste boekbespreking, een spreekbeurt over huisdieren. Op de meeste basisscholen krijgen kinderen huiswerk mee naar huis. Voor een deel omdat er geleerd moet worden voor en toets, maar ook om te wennen aan het fenomeen huiswerk maken. Door als ouder thuis actief betrokken te zijn bij het schoolwerk, stimuleer je de ontwikkeling van je kind enorm. Maar hoe pak je dat precies aan?

Jongen leest boek, huiswerk

Het is niet niet jóúw huiswerk

Vooropgesteld: het is niet jóúw huiswerk. Je kind is zelf verantwoordelijk voor het maken (of niet maken) van huiswerk. Je zult niet de eerste ouder die vol goede bedoelingen zijn kind gaat helpen om er aan het eind van de middag achter te komen dat jij eigenlijk die hele spreekbeurt hebt geschreven, in plaats van je kind. Dat wil niet zeggen dat je je kind helemaal in zijn sop moet laten gaarkoken. De meeste kinderen kunnen echt wel wat hulp gebruiken bij hun huiswerk. Een goed uitgangspunt is dan ook: help je kind het zelf te kunnen doen.

 

Tips voor het helpen met huiswerk

 

1. Toon belangstelling

Vraag je kind wat het moet doen en bekijk het huiswerk.

2. Help je kind met het maken van een planning

Wat ga je eerst doen, hoe kun je het werk in overzichtelijke stukken opdelen, wat is een goede manier om een werkstuk te maken? Een goede planning kunnen maken, is misschien wel het allerlastigste onderdeel van huiswerk. Als je kind dit op de basisschool al leert, zal de overgang naar de middelbare school een stuk soepeler verlopen. Een volleerd planner zal je kind overigens nog lang niet zijn. Dat kan simpelweg niet. Het deel in de hersenen dat je gebruikt om te plannen, de frontale kwab, is pas rond het twintigste jaar uitontwikkeld.

3. Zorg voor een geschikte plek in huis waar je kind huiswerk kan doen

Dat hoeft niet de eigen slaapkamer van je kind te zijn. Vooral jongere kinderen vinden het vaak veel fijner om gewoon in de woonkamer met hun huiswerk bezig te gaan. Het hoeft niet muisstil te zijn, maar je kind moet wel ongestoord kunnen werken. Sommige kinderen vinden het prettig als er muziek aanstaat. De tv kun je echter beter uitzetten, want die leidt over het algemeen erg af.

4. Bepaal samen wat voor jouw kind de beste tijd is voor huiswerk

De persoonlijke voorkeur speelt hierbij een belangrijke rol. Wijs je kind erop dat je beter leert onthouden door herhaling: liever zes dagen achter elkaar tien minuten leren dan één dag een uur lang.

5. Overhoor je kind

Overhoren is niet alleen een manier om te testen of je kind de stof voldoende beheerst. Door te overhoren stimuleer je ook het zelfvertrouwen van je kind. Het geeft jou inzicht in de manier waarop je kind leert en de effectiviteit daarvan. Zo nodig kun je samen op zoek gaan naar nog betere manieren van werken. Tot slot is overhoren ook gewoon een extra herhaling van het geleerde.

6. Help het kind met praktische zaken

Laat je kind zien hoe je informatie op internet opzoekt en ga samen naar de bibliotheek. Zorg dat er inkt is voor de printer en help met het e-mailen van presentaties. Bezoek ook eens een museum dat aansluit bij de stof die je kind moet leren.

7. Moedig je kind aan

en zorg voor een positieve sfeer rond huiswerk.

Verder lezen

Schoolkinderen met laptop

Zijn de gegevens van je kind veilig?

2 september 2016 | Reacties (0)

Steeds meer leermateriaal op school is digitaal. Je kind moet inloggen en wordt ‘persoonlijk’ herkend. Hartstikke handig natuurlijk, maar hoe zit het met de bescherming van de persoonsgegevens van je kind?

Schoolkinderen met laptop

Het is een terechte vraag. Want niet alleen de school weet nu van alles over je kind, maar ook de uitgeverij van het digitale lesmateriaal. Voor- en achternaam, geboortedatum en soms moeten ook het Cito-niveau en andere gegevens worden ingevoerd. Al met al wordt er zo een interessant datapakketje over je kind samengesteld.

Waarom is dat eigenlijk nodig? Digitale leermiddelen houden de vorderingen van je kind bij, passen eventueel het niveau en de oefenstof aan en slaan die op in een leerlingvolgsysteem voor de leerkracht. Zo sluit het leermateriaal precies aan bij de onderwijsbehoefte van je kind en profiteert de docent optimaal van de voordelen van het leerlingvolgsysteem. Dat is een groot voordeel van digitale leermiddelen. Maar je wilt natuurlijk wel dat de gegevens van je kind veilig zijn.

Uit onderzoek van het Nederlands Instituut van Psychologen bleek onlangs dat scholen te makkelijk omgaan met privé-gegevens van leerlingen. Gegevens worden zonder toestemming gedeeld en ouders worden niet goed geïnformeerd. Dit onderzoek ging niet zo zeer over digitale leermiddelen, maar het geeft wel aan dat een blind vertrouwen ‘dat de school het wel goed zal doen’ misschien niet altijd op zijn plaats is.

Goed om te weten

Scholen zijn verantwoordelijk voor de zorgvuldige omgang met de persoonsgegevens van de leerlingen. De school moet hierover goede afspraken maken met educatieve uitgevers en leveranciers van software. Een speciaal convenant, dat de Wet bescherming persoonsgegevens vertaalt naar de onderwijswereld, geeft hiervoor handvatten. Dit convenant bestaat al een paar jaar, maar is deze zomer aangescherpt omdat de digitale ontwikkelingen in het onderwijs razendsnel gaan.

Goed om te weten: educatieve uitgeverijen die gegevens van je kind hebben, geven deze niet door aan derden. Behalve als ze daartoe wettelijk verplicht zijn of als de school dit vraagt. Dat laatste kan bijvoorbeeld als de gegevens weer worden uitgewisseld met een leerlingadministratiesysteem. De school blijft altijd zeggenschap houden over de gegevens van de leerlingen.

Wat kun je als ouder zelf doen?

Weet jij als ouder hoe de school van je kind omgaat met persoonsgegevens? Waarschijnlijk niet. Toch moet je dit, als het goed is, wel ergens kunnen terugvinden op de schoolwebsite of in de schoolgids, of misschien heb je er een brief over ontvangen. De school is namelijk verplicht om ouders in begrijpelijke taal en vooraf te informeren over het gebruik van persoonsgegevens. Is dit niet gebeurd? Trek aan de bel!

Als je precies wilt weten welke gegevens van je kind zijn vastgelegd buiten de school, kun je dat bij de school opvragen. De school moet dan een volledig overzicht geven, met daarbij een duidelijk omschrijving welke gegevens met wie zijn gedeeld en waarom. Zo houdt je zicht op wat er met de gegevens van je kind gebeurt. Ben je het niet eens met de gang van zaken? Geef dit bij de school aan. Betrek zo nodig ook de medezeggenschapsraad erbij.

Verder lezen

Hoofdluis steekt de kop op na zomervakantie

Hoofdluis steekt de kop op na zomervakantie

22 augustus 2016 | Reacties (0)

Luizenmoeders en -vaders kunnen zich opmaken voor drukke tijden. Na elke zomervakantie is er sprake van een flinke uitbraak van hoofdluis, doordat de meeste ouders in de vakantie niet zo alert zijn op hoofdluis bij hun kinderen. Op vrijwel alle basisscholen staan na de zomervakantie dan ook luizencontroles op het programma.

Landelijke Hoofdluismeting

Luizenmoeders pluizen het haar van de kinderen tijdens de luizencontrole. Foto: RIVM

Om in kaart te brengen hoe groot de hoofdluisbesmetting precies is, wordt in augustus en september een Landelijke Hoofdluismeting gehouden. Het resultaat van de meting wordt (anoniem) verwerkt op de website Luizenradar.nl, waarop je kunt zien in welke gebieden hoofdluis heerst. De Landelijke Hoofdluismeting is een initiatief van Prioderm, fabrikant van luizenbestrijdingsmiddelen

Het RIVM adviseert ouders wekelijks te controleren op hoofdluis door het haar met een stof- of luizenkam door te kammen. Regelmatige controle is de beste preventie tegen hoofdluis, maar het werkt natuurlijk alleen als alle ouders hun kinderen controleren. Daar blijkt het nog wel eens aan te schorten. Volgens basisscholen treft maar eenvijfde van de ouders voldoende maatregelen tegen hoofdluis treft, zo bleek eerder uit een enquête van Prioderm. Tweederde van de scholen meent dat ouders en de school het hoofdluisprobleem samen moeten aanpakken, maar slechts vier procent van de scholen lukt het tijd in te ruimen voor een wekelijkse controle. Op de meeste scholen (88%) staan alleen na de schoolvakanties luizencontroles op het programma.

Tips om hoofdluis te voorkomen of bestrijden

Heeft jouw kind hoofdluis of wil je weten wat je kunt doen om hoofdluis te voorkomen? Thuisinonderwijs.nl heeft de beste tips voor een effectieve luizenbestrijding voor je op een rijtje gezet  voor je op een rijtje gezet in dit artikel:

>>   De beste tips tegen hoofdluis >>

Verder lezen