Als rood en groen hetzelfde zijn

| 10 oktober 2016 | Reacties (0)

Kleur speelt een heel belangrijke rol op school, vooral in de laagste groepen. Niet alleen bij de expressievakken, maar ook bij leeractiviteiten. Maar wat als je kind kleurenblind is en de kleuren niet goed ziet?

Links: gewoon. Rechts: zo ziet een kind dat kleurenblind is dit plaatje.

 

Vooral jongens zijn kleurenblind

Kleurenblindheid is een aandoening die veel voorkomt, maar waar erg weinig aandacht voor is. Vraag je aan een leerkracht welke kinderen in de klas dyslectisch zijn, dyscalculie hebben of ADHD, dan wijst deze hen probleemloos aan. Vraag je wie er kleurenblind is, dan blijven veel leerkrachten het antwoord schuldig. Laat staan dat de meester of juf paraat heeft met wélke kleuren de leerling precies problemen heeft. En dat terwijl zo’n acht procent van alle jongens kleurenblind is (meisjes zijn bijna nooit kleurenblind) – een veel hoger percentage dan bij andere leerproblemen!

Kleurenblindheid is vooral lastig

Voor een deel zal het ermee te maken hebben dat kleurenblindheid meestal geen onoverkomelijke obstakels voor het leren oplevert. Het is echter wel een ontzettend lastige aandoening, vooral omdat kleurenblinde kinderen vaak zelf niet door hebben dat ze iets missen of iets anders zien.

Weinig kennis over kleurenblindheid

Helaas is op de meeste basisscholen weinig kennis over kleurenblindheid; een leerkracht die er niet bewust op let, zal het vaak niet herkennen, maar eerder concluderen dat je kind de kleuren nog niet herkent of bepaalde taakjes niet begrijpt. Een paar voorbeelden van welke misverstanden er kunnen ontstaan:

  • Je kleuter moet een ketting rijgen van twee rode gevolgd door drie groene kralen en bakt er helemaal niets van. Veel leerkrachten denken in zo’n situatie niet gelijk aan kleurenblindheid: ‘Hij zal de kleurennamen nog wel niet kennen…’ Of ‘het tellen is nog te moeilijk…’ Of ‘hij heeft nog niet voldoende concentratie om taakgericht bezig te zijn’. Terwijl jouw kleurenblinde zoon het taakje met blauwe en gele knikkers misschien wel probleemloos zou uitvoeren.
    Rode en groene kralen?

    Rode en groene kralen?

  • Je zoon doet in groep 4 een begrijpendlezenlesje over kabouters met rode en groene mutsen. Hij komt in de problemen als hij op de plaatjes met antwoorden die hij moet onderstrepen uitsluitend kabouters met bruinige mutsjes ziet – omdat rood, groen en bruin voor hem nu eenmaal één pot nat zijn. Hij zet op de gok een streep en heeft het fout. Als de juf of meester niet weet dat hij kleurenblind is, zal de conclusie al snel zijn dat dat je kind de tekst niet heeft begrepen. Als ze zich van zijn kleurenprobleem bewust is, kan ze door even met hem te praten achterhalen of hij de tekst wel of niet heeft begrepen.
  • Je zoon in groep 8 maakt een taak met ontleden. Hij moet een rode streep zetten onder de persoonsvorm en een groene streep onder de werkwoorden. Misschien vraagt de juf, heel alert, nog even aan je zoon of het kleurgebruik problemen voor hem opleverden. ‘Nee hoor’, antwoordt jouw prepuber, die vooral niet wil opvallen, met een puberaal staaltje zelfoverschatting, ‘déze rood en groen kan ik wel uit elkaar houden’. Tja, dan komen al die fouten dus toch doordat hij het ontleden niet begrijpt, concludeert de juf. Ze schrijft hem op de lijst van kinderen die extra moeten oefenen met ontleden. Als hij dat nodig heeft, prima natuurlijk. Maar misschien had ze je zoon eerst nog even een herkansing moeten geven zonder de invloed van kleuren.

Als de leerkracht niet voldoende gespitst is op kleurenblindheid (en je kind geeft het zelf ook niet goed aan), kunnen problemen of misverstanden die worden veroorzaakt door kleurenblindheid blijven bestaan. Terwijl ze vaak heel eenvoudig op te lossen zijn als iedereen zich bewust is van het probleem.

Schoolarts test op kleurenblindheid

In groep 2 wordt je kind bij de schoolarts meestal getest op kleurenblindheid. Vraag specifiek om zo’n onderzoek als je vermoedt dat je kind kleurenblind is, want sommige schoolartsen voeren het onderzoek niet meer.

Kleurenblindheid is een erfelijke aandoening, die verschillende vormen kent. Als je kind kleurenblind is, wil dit niet zeggen dat hij helemaal geen kleuren kan zien, maar wel zal hij moeite hebben met het onderscheid tussen bepaalde kleuren. Welke kleuren dat zijn en in welke mate, verschilt van persoon tot persoon, wat kleurenblindheid voor niet-kleurenblinden nog ingewikkelder maakt om te begrijpen.

De meeste kleurenblinden hebben moeite met rood en groen, maar soms ook met roze en grijs of blauw en paars. Probeer erachter te komen hoe jouw kind de kleuren ziet en geef eventueel een lijstje aan de leerkracht zodat die er alert op kan zijn.

Zelf testen?

Heb je het vermoeden dat je kind kleurenblind is? Dan kan de huisarts of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) je kind testen. Dat kan pas vanaf 4 jaar, omdat het voor peuters nog moeilijk is om kleuren van elkaar te onderscheiden.
Vaak wordt kleurenblindheid vastgesteld door middel van de Ishihara-test. Die test bestaat uit een set kaarten met gekleurde stippen, waarin in een afwijkende kleur voor niet-kleurenblinden een cijfer of plaatje te zien is, zoals deze

test-kleurenblindheid-ishihara

Deze test (en andere testen) kun je online ook vinden, bijvoorbeeld op kleurenblindheid.nl. Hoewel zo’n test op internet je goed kan helpen om na te gaan of je vermoeden dat je kind kleurenblind is ergens op gestoeld is, is het geen helemaal waterdicht bewijs. Wil je het echt zeker weten en wil je ook inzicht in de mate en vorm van kleurenblindheid van je kind, dan is het verstandig om de test bij een arts te herhalen.

Ongeveer acht procent van de jongens (en 0,4 procent van de meisjes) is kleurenblind, wat inhoudt dat ze moeite hebben met het onderscheid tussen bepaalde kleuren als rood-bruin-groen en blauw-roze-grijs. Kleurenblindheid is erfelijk. Wees dus extra alert als kleurenblindheid in je familie voorkomt.

Kleuren en school: 5 tips voor als je kind kleurenblind is

1. Vertel de leerkracht dat je kind kleurenblind is

Vraag de juf of meester om alert te zijn op problemen die kleurenblindheid kan opleveren. Ga na wat de leerkracht weet van kleurenblindheid. Geef voorbeelden van problemen waar je kind tegenaan kan lopen. Vertel ook dat je kind zelf niet altijd de meest betrouwbare persoon is om aan te geven of de kleuren een probleem zijn: als kleurenblinde kan je kind soms immers helemaal niet doorhebben dat hij of zij iets niet ziet. Heel verduidelijkend zijn foto’s waarin het beeld van een kleurenblinde wordt gesimuleerd:

Zo (rechts) ziet een bak kraaltjes eruit voor een kleurenblinde die moeite heeft met rood en groen.

Zo (rechts) ziet een bak kraaltjes eruit voor een kleurenblinde die moeite heeft met rood en groen.

En zo kunnen die kraaltjes eruit zien bij een kind blauwtinten anders ziet

En zo kunnen die kraaltjes eruit zien bij een kind blauwtinten anders ziet

Hoewel elke kleurenblinde de kleuren anders ziet, en zo’n foto dus slechts het beeld is van één kleurenblinde, geven dit soort foto’s wel een heel goed idee van hoe een kind dat kleurenblind is de wereld ziet. Voor veel leerkrachten is dit een echte eye-opener.

Herhaal dit gesprekje elk schooljaar. Een aantekening ‘is kleurenblind’ in het leerlingdossier is vaak niet voldoende om de leerkracht op scherp te krijgen.

2. Praat erover met je kind

Veel kinderen die kleurenblind zijn, ontwikkelen allerlei trucjes om met hun kleurenblindheid om te gaan. Hoewel dit op zich natuurlijk hartstikke slim is, is het nog veel gemakkelijker – en vaak ook verstandiger – om het ook gewoon hardop te zeggen als je de kleuren niet kan zien…

3. Plak stickertjes op kleurpotloden

Koop een doos met kleurpotloden voor je kind en plak op de potloden een stickertje met de naam van de kleur. Kan je kind nog niet lezen? Dan kun je samen kleine tekeningetjes afspreken die als kleur-icoontjes dienst kunnen doen. Denk aan: een boompje voor donkergroen, grassprieten voor lichtgroen, een zonnetje voor geel, golfjes water voor blauw en een varkentje voor roze.

4. Laat je kind een spreekbeurt houden over kleurenblindheid

Kinderen die kleurenblind zijn, worden door klasgenoten vaak voortdurend uitgedaagd om kleuren te benoemen. Omdat ze niet met alle kleuren moeite hebben, geloven klasgenootjes vaak niet dat ze kleurenblind zijn. Of ze denken ten onrechte dat je kind dom is omdat het de kleuren nog niet ‘kent’. Een spreekbeurt waarin je kind uitlegt wat kleurenblindheid inhoudt, maakt veel duidelijk.

5. Speciale versie van de eindtoets in groep 8

Bij de eindtoets in groep 8 wordt rekening gehouden met kinderen die kleurenblind zijn. Herinner de leerkracht er tijdig nog even aan dat je kind kleurenblind is, dan weet je zeker dat je kind geen boekje voor zijn neus krijgt met kleuren die hij niet goed kan zien.
Van de papieren editie van de centrale eindtoets (Cito) is een speciale zwart-wit versie voor kinderen die kleurenblind zijn. De online Cito-eindtoets geeft geen problemen voor kleurenblinden. Hetzelfde geldt voor de eindtoets van ROUTE8. Van de IEP Eindtoets is een
zwart-wit uitgave van de opgavenboekjes beschikbaar.

Heeft jouw kind last van zijn/haar kleurenblindheid?

Loopt jouw kind door kleurenblindheid ook tegen dingen aan op school? Of heb je er zelf ervaring mee? Wordt je zoon of dochter ermee gepest of heb je juist grappige dingen meegemaakt door de kleurenblindheid? Deel je verhaal hieronder en help andere ouders met jouw tips en tricks.

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , ,

Categorie: Groepen, Kleurenblindheid, Ouders en school

Schrijf een reactie