Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Goede cijfers, tegenvallende Cito's

Goede cijfers, tegenvallende Cito’s

8 februari 2017 | Reacties (1)

Het komt geregeld voor dat kinderen die normaal gesproken hoge cijfers halen slechts matig scoren op Cito-toetsen. Ouders begrijpen vaak niet hoe dat kan – en scholen leggen het ook lang niet altijd goed uit. Toch laat het verschijnsel zich wel verklaren, al zal de exacte oorzaak per kind verschillen.

Cito-toetsen zijn anders dan methodetoetsen

De normale cijfers krijgt je kind voor de reguliere toetsen die horen bij de lesmethode, de zogeheten methodetoetsen. Deze methodetoetsen zijn bedoeld om te controleren of de leerlingen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het is dus moeilijker om een hoge Cito-score te halen dan een goed cijfer op een methodetoets.

De methodegebonden toetsen sluiten bovendien naadloos aan op de lesstof. Er worden precies díe kennis en vaardigheden getoetst die je kind in de weken eraan voorafgaand uitgelegd heeft gekregen en intensief heeft geoefend. Deze informatie en kennis ligt dus nog vers in het geheugen. Cito-toetsen worden eens per halfjaar gehouden. Daardoor kan sommige kennis wat zijn weggezakt. Soms komen er ook dingen aan de orde die je kind helemaal nog niet heeft geleerd in de klas; de Cito-toetsen lopen niet altijd helemaal parallel aan het aanbod in de lesmethodes.

margequote blauwDaarnaast kan de vraagstelling in Cito-toetsen de score beïnvloeden. Zo’n toets ziet er anders uit dan wat je kind gewend is en de leerlingen moeten zelf bedenken welke oplossingsstrategie ze moeten gebruiken. Dat is soms best lastig!

Faalangste en stress

Soms ligt de oorzaak van zo’n verschil in scores bij de leerlingen, of bij de manier waarop die Cito-toetsen ervaart. Faalangst kan een rol spelen, als er te veel nadruk wordt gelegd op het belang van de Cito-toets. Was Cito-stress in het verleden nog vooral een woord dat in verband werd gebracht met de Cito-eindtoets in groep 8, steeds vaker duikt het begrip nu ook op in de lagere groepen. Scholen moeten de toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem elk jaar verplicht aanleveren bij de Onderwijsinspectie. Die controleert nauwlettend of het niveau schoolbreed aan de verwachtingen voldoet. Dit legt druk op scholen om te zorgen voor goede Cito-scores.

Nu de uitslag van de eindtoets in groep 8 niet meer meetelt voor het schooladvies, wordt er op nogal wat scholen nadrukkelijker gekeken naar de scores uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 bij de vaststelling van het schooladvies. Probeer als ouder te voorkomen dat je daarvan in de stress schiet. Dat is het wel het laatste waar je kind bij gebaat is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie is gebleken dat de Cito-scores uit het leerlingvolgsysteem een heel goede voorspeller zijn voor het niveau van voortgezet onderwijs dat kinderen aankunnen.

Of andersom: slechte cijfers, hoge Cito’s

Sommige leerlingen maken hun methodetoetsen maar matig, maar scoren ineens in de hoogste schaal tijdens Cito-toetsen. Dat kan het gevolg zijn van een slechte werkhouding: je kind heeft niet zo’n zin om zich erg in te spannen of interesseert zich maar matig voor het schoolvak en doet op gewone toetsen niet bijzonder zijn best. Maar een Cito-toets is anders, belangrijker en interessanter. Daar gaat hij wel even voor zitten. Het kan ook zijn dat de leerling onderpresteert: de normale stof is te gemakkelijk en biedt geen uitdaging, maar bij de moeilijkere vragen in de Cito-toets leeft hij op.

Wat de oorzaak ook is van opvallende verschillen tussen de gewone toetsen en de Cito-toetsen, voor de leerkracht moet zo’n verschil altijd een signaal zijn om precies na te gaan wat er aan de hand is. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Of alleen bij heel grote verschillen. Of alleen bij leerlingen die helemaal aan de onderkant of helemaal aan de bovenkant van de schaal zitten.

Als je vindt dat de leerkracht de toetsresultaten onvoldoende kan verklaren of te veel blijft hangen in algemeenheden, laat je dan niet te snel met een kluitje in het riet sturen. Vraag of de leerkracht of intern begeleider er nogmaals naar wil kijken en spreek af om er op een later tijdstip op terug te komen. Uiteindelijk is dat de winst van een leerlingvolgsysteem: dat leerkracht en ouders samen de uitslagen bekijken en samen bepalen hoe het gaat met het kind en of er wat extra’s gedaan moet worden.

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

6 februari 2017 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

30 januari 2017 | Reacties (9)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

De regels voor het schooladvies

De regels voor het schooladvies

18 januari 2017 | Reacties (6)

In groep 8 krijgt je kind een schooladvies voor de overgang naar de middelbare school. Dat is een belangrijk moment in de schoolloopbaan. Sinds twee jaar gelden er nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating tot het voortgezet onderwijs. Daarover bestaat echter nog veel onduidelijkheid, ook bij scholen. De afgelopen jaren ging er bij de toepassing van de nieuwe wet veel mis. In dit artikel kun je lezen hoe het precies zit.

Wat zijn de nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating?

schooladvies

  • Het schooladvies van de basisschool moet voor 1 maart worden vastgesteld
  • Dit schooladvies is bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat wil zeggen: de middelbare school moet je kind toelaten op het niveau van het schooladvies. Een hoger niveau mag ook. Plaatsing op een lager niveau mag alleen als jullie als ouders daarom verzoeken.
  • Alle leerlingen maken in groep 8 een verplichte eindtoets. De uitslag daarvan geldt als een tweede gegeven:

Eindtoets en schooladvies

Doet je kind het beter op de eindtoets dan verwacht, dan moet de basisschool het advies heroverwegen. De basisschool kan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Maar let op: dit hoeft niet! De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. De school moet de ouders betrekken bij haar overwegingen. De afgelopen twee schooljaren is weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen. Slechts bij één op de vijf leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, is het schooladvies vorig schooljaar veranderd naar een hoger schoolniveau. Het jaar daarvoor gebeurde dat bij nog minder kinderen.

Als het advies naar boven wordt bijgesteld, moet je kind op dit niveau worden toegelaten. De middelbare school mag je kind dan dus niet weigeren omdat er twijfel is over of je zoon of dochter het niveau wel aankan. Het kan gebeuren dat er op de middelbare school van je keuze geen plaats meer is op het nieuwe niveau. Dan mag je kind wel geweigerd worden en zul je op zoek moeten gaan naar een andere school. Helaaas komt het vaak voor dat middelbare scholen aangeven geen plaats meer te hebben voor kinderen van wie het schooladvies naar boven is bijgesteld.

Indien je kind de eindtoets minder goed maakt dan verwacht, dan blijft het eerder gegeven schooladvies gewoon gelden. Bijstelling naar beneden is dus niet aan de orde.

Het schooladvies is voor alle betrokkenen hetzelfde

Sommige basisscholen hanteren twee schooladviezen: één voor de ouders en één voor de scholen in het voortgezet onderwijs. De ouders krijgen dan bijvoorbeeld te horen dat hun kind een havo/vwo-advies heeft, maar aan het voortgezet onderwijs wordt geadviseerd het kind op de havo te plaatsen. Deze werkwijze is niet toegestaan.

Een dubbel schooladvies is toegestaan

In sommige plaatsen hebben basisscholen en middelbare scholen afgesproken alleen nog maar met ‘enkelvoudige’ schooladviezen te werken. Een kind kan dan bijvoorbeeld geen vmbo-t/havo-advies krijgen, maar alleen een vmbo-t- óf havo-advies. De Onderwijsinspectie keurt deze afspraken af. “Het dubbele schooladvies is geschikt voor leerlingen van wie nog niet geheel helder is in welke schoolsoort de leerling het beste tot zijn recht komt. Afspraken tussen basisscholen en vo-scholen om alleen nog maar enkelvoudige schooladviezen op te stellen zijn niet in het belang van deze leerlingen”, zo stelt de inspectie. Een schooladvies met drie of meer schooltypes mag niet meer worden gegeven.

Dekker heeft aan basisscholen nog eens duidelijk verteld dat ze het recht hebben om kinderen een dubbel advies te geven. Hij deed dat omdat schoolbesturen nog steeds onderling afspraken geen dubbele adviezen te accepteren. Dekker vond dat onwenselijk en heeft aangekondigd de onderwijsinspectie af te sturen op scholen die de hand lichten met de wet.

Middelbare scholen mogen kinderen met een dubbel advies niet automatisch op het laagste niveau van de twee plaatsen. Heeft je kind een ‘dubbel’ schooladvies, dan mag het in principe dus naar beide schoolsoorten. Maar als de middelbare school slechts één van die schoolniveaus aanbiedt, mag de school je kind weigeren als ze van mening is dat je kind beter af is in de andere schoolsoort. Zo kan een categoriaal gymnasium bijvoorbeeld een kind met een havo/vwo-advies weigeren als de school denkt dat deze leerling beter af zou zijn op een school die ook havo aanbiedt.

‘Plaatsingswijzers’ mogen schooladvies niet overrulen

Lokaal en regionaal gelden er afgesproken procedures voor de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Die procedures worden ‘plaatsingswijzers’ genoemd. Plaatsingswijzers geven houvast bij het opstellen van het schooladvies.

Vaak wordt bij plaatsingswijzers gekeken naar de resultaten op de Cito-toetsen (leerlingvolgsysteem) vanaf groep 6 of 7. Vooral rekenen en begrijpend lezen wegen zwaar. Het is gebleken dat met deze resultaten een goede inschatting te maken valt van het succes in  het voortgezet onderwijs. Ze zijn zelfs een betere voorspeller dan de score op de Cito-Eindtoets. Bij plaatsingswijzers leiden bepaalde scores dan tot een bepaald schoolniveau. Daarnaast wordt bij het schooladvies rekening gehouden met aspecten zoals werkhouding, motivatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, studiehouding of studievaardigheden.

Het toepassen van zulke plaatsingswijzers is toegestaan en ze kunnen zowel voor scholen als ouders duidelijkheid bieden. Het is echter belangrijk om te weten dat de plaatsingswijzer een hulpmiddel is voor de basisschool en niet door de middelbare school als toelatingseis mag worden gebruikt. Met andere woorden: als de basisschool besluit om een ander schooladvies te geven dan je op grond van de plaatsingswijzer zou verwachten, dan heeft de middelbare school dat te accepteren. Ook mag het voortgezet onderwijs geen aanvullende toetsen eisen om leerlingen te kunnen selecteren. Dat is tegen de wet. Scholen die toch selecteren, riskeren korting op hun subsidie.

Loting bij te veel aanmeldingen

Sommige middelbare scholen zijn zo populair dat er geen plek is voor alle leerlingen die zich aanmelden. Voorheen werden er vaak harde en hoge eisen gesteld aan de behaalde Cito-scores om een schifting aan te brengen. Dat kan en mag nu dus niet meer. Wat nog wel steeds is toegestaan is dat scholen een systeem van loten toepassen om te bepalen welke leerlingen worden toegelaten tot een schoolsoort binnen de school. Als je kind extra ondersteuning nodig heeft op school, mag dat geen rol spelen bij de loting.

(Bronnen: Onderwijsinspectie, PO-raad/VO-raad)

Waar kun je terecht voor vragen of klachten over het schooladvies?

Als je merkt dat scholen zich niet houden aan de regels voor het schooladvies en toelating, kun je daarvan bij de onderwijsinspectie melding doen. Staatssecreatris Dekker heeft ouders natuurlijk opgeroepen dit ook daadwerkelijk te doen. Daarnaast kun je contact opnemen met de informatie- en adviesdienst van Ouders & Onderwijs (via mail of het gratis telefoonnumer 0800-5010) Ouders & Onderwijs kan je adviseren welke stappen je kunt nemen om het probleem opgelost te krijgen. Ook verzamelt de ouderorganisatie  signalen van ouders en geeft die door aan de onderwijssector. Ouders & Onderwijs deed dit eerder al met de signalen van vorig jaar.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

5 januari 2017 | Reacties (0)

Na de kerstvakantie breekt de tweede helft van het schooljaar aan. In sommige groepen betekent dit dat de bakens merkbaar verzet worden. Lees hier wat je kunt verwachten in de komende periode.

Groep 2: oudste kleuters op weg naar groep 3

Checklist hoofdluis

In groep 2 worden de kinderen langzaam voorbereid op de overgang naar het meer schoolse leren dat hen volgend jaar in groep 3 te wachten staat. Om na de zomervakantie succesvol te kunnen leren lezen, wordt in groep 2 al heel wat voorbereidend werk gedaan. Op veel scholen wordt in de tweede helft van het schooljaar in groep 2 nog intensiever geoefend met letters en klanken herkennen, hakken en plakken en rijmen.

Ook tellen en sorteren krijgen meer aandacht, net als voorbereidende schrijfoefeningen. Maar natuurlijk wordt er ook nog gewoon volop gespeeld. Kleuters leren immers spelenderwijs.

Lees meer over de ontwikkeling en leerproces van kleuters in groep 2 in het het artikel Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

Groep 3: meer ruimte voor schrijven en rekenen

Tegen de tijd dat het kerstvakantie is, zijn kinderen in groep 3 vaak total loss. Ze hebben in een paar maanden tijd heel veel nieuwe dingen geleerd en de spanning en de drukte van Sinterklaas (waarin de meeste kinderen op deze leeftijd nog geloven) is daar nog eens overheen gekomen. Deze twee weken vakantie kon je kind goed gebruiken om bij te tanken. Je zult merken dat het schoolleven je kind in de tweede helft van het schooljaar minder energie kost. Je kind is er nu helemaal aan gewend.

Het proces van leren lezen gaat in de tweede helft van het schooljaar natuurlijk nog volop door, maar er komt nu ook meer ruimte voor andere vakken. Zo wordt met rekenen stapje voor stapje de overgang gemaakt van telvaardigheden naar echte sommen. Aan het eind van het schooljaar kan je kind probleemloos rekenen onder de tien en zijn ook sommen tot twintig voor de meeste kinderen gesneden koek.

In de loop van groep 3 zijn kinderen motorisch ver genoeg ontwikkeld om echt te leren schrijven. De meeste scholen beginnen daarmee dan ook na de kerstvakantie.Vaak begint schrijfonderwijs in groep 3 met het aanleren van losse (schrijf)letters. Vanaf eind groep 3 en in groep 4 leren de kinderen dan aan elkaar schrijven en komen ook de hoofdletters erbij. Er zijn ook scholen waar de kinderen direct het verbonden schrift (aan elkaar schrijven) leren.

Groep 7: het verkeersexamen komt eraan

In april of mei legt je kind op de fiets het verkeersexamen af . Dat is nog ver weg, maar er wordt nu al volop aandacht aan verkeerslessen gegeven. Je kind moet immers wel weten welke regels er allemaal gelden. Bovendien wordt het praktisch verkeersexamen vooraf gegaan door een theoretisch examen, waar je kind de komende maanden op wordt voorbereid.

Groep 8: het schooladvies en de eindtoets

Voor groep 8 breekt na de kerstvakantie een zeer intensieve periode aan: in januari en februari zijn er open dagen van middelbare scholen, voor eind maart formuleert de basisschool een schooladvies over het niveau van voortgezet onderwijs dat je kind aankan en in april moet je kind de verplichte eindtoets maken, die inzicht geeft in de reken- en taalvaardigheid van je kind. Alles staat in het teken van het afscheid van de basisschool. Het einde van het basisschooltijdperk komt ineens wel heel dichtbij. Sommige kinderen hebben het daar best moeilijk mee.

Zorg dat je kind goed uitgerust aan de tweede helft van het schooljaar begint en let er de komende maanden op dat je kind op tijd naar bed gaat en voldoende ontspanning krijgt. Probeer zelf ook relaxed en rustig te blijven, ook al is dit voor jou als ouder misschien ook best een spannende tijd.

Lees meer over de schoolkeuze in het artikel Hoe kies je een middelbare school?

Lees meer over het schooadvies in het artikel De regels voor het schooladvies

Alle groepen: hard werken en Cito-toetsen

In andere groepen zijn de verschillen met de eerste helft van het schooljaar minder duidelijk. Wel vormen deze rustige wintermaanden een periode waarin hard wordt gewerkt. Ook worden in januari of februari de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen in alle groepen (sommige scholen gebruiken andere toetsen). Mochten er twijfels zijn of je kind na de zomervakantie overgaat naar de volgende groep, dan wordt dit meestal in januari of februari al door de leerkracht bij de ouders aangekaart.

 

Verder lezen

10 Goede voornemens voor ouders

10 Goede voornemens voor ouders

2 januari 2017 | Reacties (0)

2017 is begonnen. Heb jij goede voornemens? Een paar kilo afvallen, gezonder leven… Thuisinonderwijs.nl heeft tien goede voornemens op een rijtje gezet speciaal voor ouders met schoolgaande kinderen.

1   Weg met de ochtendstress

  • Leg ’s avonds al spullen klaar en sta een kwartiertje eerder op
  • Gebruik een checklist om niets te vergeten
  • Zorg dat iedereen een goed ontbijt eet

gezonde lunch 2   Vul de broodtrommel met een gezonde lunch

  • Kies voor fruit en groente. Het Voedingscentrum geeft tips
  • Stop wat liefde in de broodtrommel met een leuk briefje. Schrijf ze zelf of download kant-en-klare broodtrommelbriefjes

3   Stimuleer zelfstandigheid

  • Kinderen kunnen meer zelf doen dan je denkt, dus stop met pamperen!
  • Geef je kind eenvoudige taken in huis

Leukedingen doen4   Gun je kind én jezelf vrije tijd

  • Eén sport of club  is voldoende
  • Houd bewust tijd vrij om met het hele gezin door te brengen
  • Ga samen leuke dingen doen

 5   Help mee op school

  • Bied af en toe je diensten aan als hulpouder
  • Doe niet meer dan waar je tijd voor hebt

 hardlopen6   Kom in beweging

  • Sporten geeft energie, die je als ouder goed kunt gebruiken
  • Door zelf te bewegen, geef je je kind het goede voorbeeld

7   Beperk de beeldschermtijd

  • Stel duidelijke limieten in voor de dagelijkste beeldschermtijd
  • Toon belangstelling voor de online activiteiten van je kind en praat er samen over
  • Zoek leuke en leerzame apps op

kinderbedtijd8   Hanteer strikte bedtijden

9   Praat vaker met je kind

  • … in plaats van tegen je kind
  • probeer minder te schreeuwen: positief opvoeden werkt beter en komt de sfeer ten goede

 10   Wel stimuleren, niet pushen

 

Verder lezen

Kerstvakantie, even lekker geen school

Kerstvakantie, even lekker geen school

23 december 2016 | Reacties (0)

Heerlijk, kerstvakantie. De eerste helft van dit schooljaar zit erop en de vakantie is dus welverdiend. Even lekker geen school. Geen ochtendstress, geen broodtrommels, geen huiswerk, geen toetsen, maar twee weken om bij te tanken.
Geniet ervan!

Fijne kerstvakantie1

Verder lezen