Zó bepalen scholen de groepsindeling

Zó bepalen scholen de groepsindeling

5 juni 2017 | Reacties (1)

In de laatste periode van het schooljaar wordt de groepsindeling voor het nieuwe schooljaar bekend gemaakt. Je krijgt te horen welke juf of meester je kind volgend jaar krijgt en of de groep intact blijft. Hoe komt die groepsindeling tot stand en welke criteria worden gevolgd?

Combinatiegroepen, splitsen en leerlingen husselen

De kleuters van groep 1 bereiken uiteindelijk allemaal groep 8. Maar op veel scholen is de kans groot dat de samenstelling van de groep gedurende de schoolloopbaan van je kind één of meerdere keren wisselt. Soms worden groepen gesplitst, of juist samengevoegd tot combinatiegroepen. Op sommige scholen is het beleid om de groepen van tijd tot tijd door elkaar te husselen. Andere kunnen niet anders, doordat de leerlingenaantallen dalen en ze moeten bezuinigen op personeel.

Hoe komt een nieuwe groep tot stand?

Er zijn geen voorgeschreven regels waaraan scholen zich moeten houden bij de groepsindeling. Veel scholen hebben echter wel op papier vastgelegd welke criteria ze aanhouden bij het maken van de groepsindeling. Zaken waarmee rekening wordt gehouden zijn bijvoorbeeld:

  • goede mix tussen kinderen die makkelijk leren en leerlingen die meer moeite hebben met de lesstof
  • de verdeling tussen jongens en meisjes
  • niet langer dan twee jaar bij dezelfde leerkracht
  • liever niet bij broertjes/zusjes in de klas

Bij vriendjes of vriendinnetjes in de klas?

Vriendschappen tussen kinderen staan soms wel en soms ook niet in dit lijstje. Het is waarschijnlijk het eerste waar jij en je kind naar kijken, maar voor de school niet het belangrijkste. Die heeft het leerproces als topprioriteit. Meestal wordt wel geprobeerd bevriende kinderen bij elkaar in de klas te houden, maar soms worden vriendjes bewust gescheiden omdat kinderen te afhankelijk van elkaar zijn of als de vriendschap een negatief effect heeft op de leerprestaties of de sfeer in de groep.

Groepsindeling niet altijd voor ieder kind ideaal

Kinderen indelen in nieuwe groepen is een ingewikkelde klus, waarbij de school het eigenlijk nooit goed kan doen. Natuurlijk kijkt de school als het goed is zorgvuldig naar de individuele belangen van de kinderen, maar uiteindelijk staat het totaalplaatje voorop. Er zullen dus altijd kinderen zijn voor wie de nieuwe groepsindeling niet de beste oplossing is.

Lees ook:
Niet eens met de groepsindeling? Do’s & don’ts
Wie staat er voor de klas? (En maakt dat wat uit)?
De voor- en nadelen van een combinatieklas
Hoe groot mag een klas zijn op de basisschool?

Verder lezen

4 jaar nog niet naar basisschool

‘Waarom mag mijn kleuter pas na de zomer naar school?’

29 mei 2017 | Reacties (0)

Je hebt het al vaak tegen je kind gezegd: “Als je straks vier bent, ga je naar school.” Maar als je kind in juni is geboren, is de kans groot dat het nog eventjes moet wachten. Veel basisscholen laten kinderen die in deze periode jarig zijn niet meer voor de zomervakantie in groep 1 beginnen. “Mag dat wel”, vraagt Marrit, moeder van Tom, zich af. “Nu mijn zoontje Tom vier is, heeft hij toch het recht om naar school te gaan?”

 

4 jaar nog niet naar basisschool

Volle klassen voor de zomer

Inderdaad, zodra kinderen vier jaar zijn mogen ze naar de basisschool. Toch is er een goede reden dat veel scholen in deze laatste weken van het schooljaar liever geen nieuwe kinderen meer toelaten. De kinderen die nu in groep 1 zitten, zitten na de zomervakantie in groep 2. Jouw kindje moet dan dus weer aan een nieuwe groep wennen. Bovendien zitten de instroomgroepen aan het eind van het schooljaar vaak erg vol. Voor je kind kan het prettiger zijn om dan na de zomervakantie te starten in de nieuwe instroomgroep. Dan heeft hij/zij de juf bijna voor zichzelf!

Wet: niet langer dan een maand wachten

Hoewel scholen vaak goede argumenten hebben om je kind nog even te laten wachten met naar school gaan, kan het natuurlijk dat je het er als ouder echt niet mee eens bent. Misschien vind jij dat jouw kind écht niet langer kan wachten omdat het zo aan de basisschool toe is. Of je vindt dat bezwaren van de school niet gelden voor jouw kind. Dan is het goed om te weten dat scholen verplicht zijn om kinderen minstens één keer per maand te laten starten. Moet jouw kind langer wachten en ben je het hier niet mee eens, dan zou je je kunnen beroepen op deze regel.

Na deze uitleg is Marrit niet van plan om de zaak op de spits te drijven. “Tom is wel teleurgesteld, maar het lijkt mij zelf voor hem eigenlijk ook fijner om gewoon na de zomervakantie te beginnen. Gelukkig mogen de nieuwe kindjes voor de vakantie wel alvast één middag samen proefdraaien. Zo weet Tom dan toch een beetje wat hij zich bij ‘school’ moet voorstellen.”

Extra kinderopvang regelen

Gaat je kind naar de kinderopvang, dan kun je tussen wal en schip belanden als je kind nog niet gelijk na zijn of haar vierde verjaardag op de basisschool kan starten. Het kind is immers te oud voor het kinderdagverblijf en heeft meer opvang nodig dan de paar uurtjes bso. Bij veel kinderopvangorganisaties zijn hierover goede afspraken te maken, mits het tijdig wordt aangekaart. Lukt dit niet, dan ben je aangewezen op informele kinderopvang van bijvoorbeeld opa’s en oma’s of je kunt proberen op je werk nog iets te regelen.

Verder lezen

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

3 mei 2017 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.

Verder lezen

Vermenigvuldigen op z'n Japans, een makkie

Vermenigvuldigen op z’n Japans, een makkie

26 april 2017 | Reacties (1)

Tafels leren, keersommen oefenen, kan dat niet gemakkelijker? Jawel, doe het vermenigvuldigen op zijn Japans. Niet met stokjes, wel met streepjes. Door keersommen om te zetten in streepjes wordt het een kwestie tellen om het antwoord te achterhalen. Bekijk onderstaand filmpje om te zien hoe dat in zijn werk gaat:

How do japanese multiply??

Well a rather interesting video ! How japanese multiply, a rather simple mathematic computation,or not? 😀 Please enjoy :D!

Laat het filmpje aan je kinderen zien en ze kijken je aan alsof je Hans Klok in hoogst eigen persoon bent. Hè, hoe kan dat? Deze Japanse manier van vermenigvuldigen lijkt wel magisch, maar is dat niet. Het is een uitwerking die is gebaseerd op de Vedische wiskunde, een bijzondere manier van rekenen uit eeuwenoude Indiase overlevering. Wil je meer uitleg over dit vermenigvuldigen met streepjes, klik dan op deze link.

Hoe fascinerend ook, in de dagelijkse praktijk is Japans vermenigvuldigen niet echt praktisch. Probeer het maar eens uit met getallen waar een 8 of 9 in komt (898×989, bijvoorbeeld): dat zijn een heleboel streepjes! Echt snel gaat het ook niet. In een fractie van de tijd waarin je alle lijnen hebt getrokken en alle kruispunten hebt geteld, reken je het antwoord ook op de gewone manier uit.

Is je zoon of dochter bezig het vermenigvuldigen onder de knie te krijgen, dan kan het erg leuk zijn om samen een keer naar deze alternatieve manier van uitrekenen te kijken. Al is het alleen maar om je kind te laten zien dat al dat tafels leren en keersommen oefenen echt wel ergens goed voor is.

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

6 april 2017 | Reacties (11)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Buiten spelen is super leerzaam

Buiten spelen is super leerzaam

16 maart 2017 | Reacties (0)

Het is voorjaar en buiten zijn weer volop kinderstemmen te horen. Want wat is er fijner dan lekker buiten spelen? Maar wist je dat buiten spelen ook nog eens heel erg leerzaam is?

Motorische ontwikkeling

Rennen, springen, fietsen, skateboarden, schommelen, takken verslepen, een kar trekken, voetballen:  buiten spelen kinderen lichamelijk veel actiever dan binnen. Al die lichaamsbeweging is niet alleen gezond, maar helpt kinderen ook om hun fysieke vaardigheden te oefenen en ontwikkelen. Ze leren de mogelijkheden van hun lichaam kennen en hun zelfvertrouwen groeit. Hun motorische ontwikkeling krijgt een boost en de hersenen worden volop gestimuleerd, waardoor er allerlei nieuwe verbindingen worden aangelegd.

Hefboomwerking, gewicht verdelen - ook wipwappen is leren!

Hefboomwerking, gewicht verdelen – ook wipwappen is leren!

Spelen en bewegen is dé manier om de wereld en jezelf te leren kennen. Als je van een muurtje wilt springen, moet je inschatten hoe hoog dat muurtje is en of je gevaar loopt. Op de fiets of op je longboard moet je afstand en snelheid inschatten om te weten wanneer je moet remmen. Als je met twee takken tegen elkaar slaat, maak je muziek. Of misschien breekt er een tak; dat leert je dat niet alles even sterk is. Als je een bal bovenaan een helling loslaat, rolt hij naar beneden. Hoe steiler de helling, hoe sneller de bal rolt. Spelen met water of zand en allerlei emmers en bakjes leert kinderen over grootte, vorm en volume. Ze ontdekken dat in een kleine emmer minder zand past dan in een grote. Dit zijn super leerzame ontdekkingen voor jonge kinderen!

Leren met alle zintuigen

Vooral kleuters gebruiken al hun zintuigen om te leren. Buiten krijgen ze daar volop gelegenheid toe. Ze zien vogels, vlinders, slakken, de poes van de buren. Ze horen de wind door de blaadjes ruizen, de sirene van de ambulance en het koeren van een duif. Ze ruiken de geur van bloemen en gemaaid gras en de geur van regen na een zomerdag. Ze voelen hoe het zand aanvoelt en hoe een lieveheersbeestje kriebelt op hun hand. Zelfs proeven is buiten aan de orde: hoe smaakt een regendruppel? En hé, waarom is een boterham met pindakaas buiten zo veel lekkerder dan binnen?

Bij het buiten spelen komt vaak meer fantasie kijken dan bij binnen spelen. Er is minder structuur. Kinderen verzinnen hun eigen spelletjes en de bijbehorende spelregels. Daarvoor moeten ze overleggen en onderhandelen met andere kinderen, ze moeten aangeven wat ze zelf belangrijk vinden en waar hun grenzen liggen, ze moeten conflicten oplossen en compromissen sluiten en ze zijn volop aan het organiseren. En dat zonder inmenging van volwassenen, die buiten meestal veel meer afstand houden van het kinderspel dan binnen.

Communicatie en woordenschat

Voor de kinderen is het niets meer dan gewoon spelen, maar als je goed kijkt, zie je dat ze door dit spel ontzettend veel leren op sociaal-emotioneel gebied. Ze leren er goed van communiceren en bouwen ook nog eens een grotere woordenschat op. Extra fijn is dat kinderen buiten mogen ravotten, rennen en schreeuwen – wat binnen meestal niet mag. Zo kunnen ze niet alleen hun energie kwijt, maar leren ze ook dat je je gedrag moet aanpassen aan je omgeving. Binnen gebruik je je ‘binnenstem’ en wordt er niet gerend, buiten mag je je ‘buitenstem’ gebruiken en is hollen juist fijn!

Tel daar nog eens bij op dat buiten spelen het immuunsysteem versterkt, zorgt dat kinderen voldoende vitamine D binnenkrijgen en dat ze beter laat slapen… Maar het allerbelangrijks is toch wel dat buiten spelen gewoon ontzettend fijn is om te doen!

 

Verder lezen

Douchen na gymles

Mag school douchen na gym verplichten?

9 maart 2017 | Reacties (16)

Mag de school je kind verplichten tot douchen na de gymles? En kan de school ook eisen dat er gedoucht wordt zonder onderbroek aan? Die vragen stellen veel ouders zich wanneer hun kinderen in de bovenbouw zitten en gaandeweg moeite krijgen met gezamenlijk- en zeker naakt -douchen.

Douchen na gymles

School kan douchen verplichten, maar naakt douchen niet.

“Mijn zoon Lars is tien en begint behoorlijk preuts te worden”, schrijft een moeder in een mail aan de redactie van Thuisinonderwijs.nl. “Om die reden weigert hij al een aantal maanden om na de gymles te douchen. Klasgenoten douchen in hun onderbroek. Nu hebben wij van school een brief gekregen dat alle kinderen na de gymles verplicht moeten douchen en dat het om hygiënische redenen niet de bedoeling is dat de onderbroek daarbij aanblijft.” In hoeverre mag de school dit van de kinderen eisen, zo vraagt de mailster zich af.

Schaamdouches

Douchen na gymles, maar ook op sportclubs, is een actueel thema. Steeds meer kinderen en jongeren hebben grote moeite met naakt douchen in groepsverband. Ze douchen in hun ondergoed of bij voorkeur helemaal niet meer. Een aantal scholen heeft speciale ‘schaamdouches’ ingericht: afgeschermde cabines waar leerlingen kunnen douchen die niet willen dat klasgenoten hen naakt zien.

 

In het voortgezet onderwijs wordt er vrijwel niet meer gezamenlijk gedoucht na het gymmen. Even flink spuiten met deodorant (of rollen: veel scholen verbieden spuitbussen) en klaar is Kees. In het basisonderwijs wordt over het algemeen nog wel gedoucht, meestal vanaf groep 5.  Veel basisscholen vermelden op hun site of in hun schoolplan dat douchen vanaf een bepaalde groep verplicht is.

Wel verplicht douchen, niet verplicht naakt douchen

Als de school douchen verplicht stelt, heeft je kind zich daar aan te houden. Wat de school niet mag verplichten, is dat je kind naakt onder de douche gaat, zo stelde de Landelijke Klachtencommissie Onderwijsgeschillen eind 2011. De commissie deed die uitspraak in de behandeling van een klacht van de moeder van een 7-jarig meisje. De moeder had eerst bij de school gevraagd of haar dochter niet meer hoefde te douchen. Toen dat verzoek werd afgewezen, vroeg zij toestemming voor haar dochter om in haar ondergoed te douchen. Daarmee ging de school ook niet akkoord, waarna het meisje de school verliet om naar een islamitische school te gaan. De uitspraak van de Klachtencommissie is interessant, omdat op veel aspecten uitvoerig wordt ingegaan:

Mag een school douchen verplicht stellen?

“De Commissie stelt voorop dat het aanleren van gezond gedrag een van de belangrijkste uitgangspunten is van bewegingsonderwijs. Douchen na de gymles valt ook onder dergelijk gezond gedrag. In zoverre mag een school de leerlingen dan ook verplichten na afloop van de gymles te douchen.

Mag een school omwille van hygiëne naakt douchen verplicht stellen?

“Het je in bijzijn van anderen bloot tonen vergt bij vrijwel ieder mens het overwinnen van bepaalde schaamtegevoelens. Deze gevoelens ontstaan bij het ontdekken van de eigen lichamelijke grens ten opzichte van die van een ander en zullen zich – afhankelijk van tal van factoren – meer of minder krachtig ontwikkelen. De factoren die schaamtegevoel beïnvloeden kunnen van allerhande aard zijn, zoals culturele, sociale, religieuze of fysieke factoren. Vaststaat dat schaamtegevoelens nooit los van de omgeving kunnen worden beschouwd. Het – bewust of onbewust – voorbijgaan aan dergelijke gevoelens kan de grens van iemands lichamelijke integriteit overtreden.

Gelet op het voorgaande doet de vraag zich voor of er rechtvaardiging bestaat voor het dwingen van een leerling zich in de groep te ontbloten. Het nastreven van optimaal hygiënische omstandigheden is op zichzelf een goede reden om leerlingen na de gymles naakt te laten douchen. De Commissie meent echter dat het douchen met onderbroek aan niet zodanig minder hygiënisch is dat dit rechtvaardigt dat kinderen tegen hun wil of die van hun ouders hun schaamtegevoelens opzij moeten zetten. Overigens is de Commissie van oordeel dat een school wel bevoegd is aan het douchen in onderbroek nadere  – hygiënische – voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld dat de desbetreffende leerlingen geacht worden na het douchen met schoon droog ondergoed terug de klas in te gaan.”

Kan de school via de schoolgids en/of na instemming van de MR een doucheprotocol opstellen dat naakt douchen afdwingt?

“De Commissie acht het recht op lichamelijke integriteit van de leerling van zo fundamentele aard, dat geen schoolbeleid – door de MR onderschreven of niet – een uitzondering op dit recht zou rechtvaardigen.”

Verder lezen