Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

11 juni 2013 | Reacties (0)

Als je kind in een klas zit met veel zorgleerlingen, maak je je daar misschien zorgen over. Gaat de extra aandacht voor deze leerlingen niet ten koste van de kinderen die gewoon meekomen? Dat is niet het geval, zo blijkt uit onderzoek.

Leerkracht kan omgaan met verschillen

“Het lijkt erop dat leerkrachten goed in staat zijn om de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden”, zeggen de onderzoekers van het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen. Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in een klas van het reguliere basisonderwijs heeft geen negatieve invloed op de prestaties van de andere leerlingen.

Uit schattingen van leerkrachten blijkt dat bijna een kwart van de kinderen in het reguliere basisonderwijs een zorgleerling is. Zorgleerlingen zijn kinderen met speciale onderwijsbehoeften, zoals kinderen met dyslexie, ADHD, een autistische stoornis of een verstandelijke beperking.

Meer zorgleerlingen in de klas door passend onderwijs

Het aantal zorgleerlingen in de klas zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen. Het is de bedoeling zorgleerlingen minder snel worden doorgestuurd naar het speciaal onderwijs. In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs, die in 2014 van kracht wordt, is namelijk vastgelegd dat schoolbesturen de plicht hebben om ‘een passende plek’ te zoeken voor kinderen die extra zorg of aandacht nodig hebben.

‘Zorgen van ouders zijn ongegrond’

“Veel ouders maken zich hier ongerust over”, zegt onderwijsonderzoeker dr. Jaap Roeleveld, een van de onderzoekers. “Ze vragen zich af of de reguliere leerlingen er onder zullen lijden als er meer zorgleerlingen in een klas terechtkomen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze vrees ongegrond is.”

De onderzoekers tonen aan dat het aandeel zorgleerlingen in een groep de prestaties van de andere kinderen niet beïnvloedt. Zo scoren reguliere kinderen in een klas met 25 tot 50 procent zorgleerlingen net zo goed op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling als reguliere kinderen in een klas waar maar een paar procent van de leerlingen in de categorie zorgleerling valt. Roeleveld: “Het is een hele opgave voor leerkrachten om leerlingen met zo sterk uiteenlopende behoeften in één klas te hebben. Uit onze resultaten leiden we nu af dat leerkrachten dat toch heel goed aan kunnen.”

Over het onderzoek

De onderzoekers, verbonden aan het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen, vergeleken de prestaties van kinderen in klassen met verschillende percentages zorgleerlingen op verschillende scholen. Ze maakten daarbij gebruik van de meest recente gegevens uit het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18) en het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar in het speciaal onderwijs (COOL Speciaal). Voor deze databestanden wordt de ontwikkeling gevolgd van enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.

De studie is bedoeld als nulmeting. Aan de hand van deze eerste meting kan de komende jaren in kaart gebracht worden wat de effecten zijn van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs.

Meer lezen over dit onderzoek? Klik hier


Verder lezen

Ouders belangrijker dan zwemles en Cito-feest

Ouders belangrijker dan zwemles en Cito-feest

7 juni 2013 | Reacties (3)

Contacten onderhouden met ouders vinden de leerkrachten hun belangrijkste taak naast het lesgeven. Meer dan zeventig procent van de meesters en juffen vindt het belangrijk om tijd te besteden aan ‘oudercontacten’. Daarmee wordt de relatie met ouders belangrijker gevonden dan correctiewerk (34,6 procent), het leerlingvolgsysteem bijhouden (54 procent) en groepsplannen schrijven (37,1 procent). Maar er zijn zo’n ook een heleboel dingen die wat de leerkrachten betreft wel geschrapt mogen worden. Dat blijkt uit onderzoek van vakbond CNV Onderwijs (zie Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu).

Welke activiteiten kunnen wel worden geschrapt op de basisschool?

Een interessante vraag in het onderzoek is welke activiteiten of taken wel mogen vervallen op de basisschool, als het aan de leerkrachten ligt. Dat levert de volgende lijst op:

afsluitend cito-feest 60 %
avondvierdaagse 57,3 %
aandacht voor obesitas 47,5 %
zwemlessen 43,2 %
carnaval 38,5 %
aandacht voor drugs/alcohol 31,6 %
paasontbijt 22,2 %
herfsttafel 16,3 %
seksuele voorlichting 14,4 %
schoolreisje 8,3 %
aandacht voor de
kinderboekenweek
5,8 %
lokaal ‘aankleden’ 5,6 %
verkeerseducatie 4,6 %
sportdag 4,5 %
musical groep 8 3,8 %
aandacht voor pesten 0,7 %

En als het aan ouders ligt?

Thuisinonderwijs.nl is benieuwd naar de mening van ouders. Moet het Cito-feest blijven? Is het Paasontbijt onmisbaar? Of zijn er misschien activiteiten die niet in deze lijst staan maar wat jou betreft wel geschrapt mogen worden? Laat het ons weten en schrijf hieronder je reactie.

Verder lezen

Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu

Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu

7 juni 2013 | Reacties (0)

Leerkrachten op de basisschool hebben genoeg van de vele extra taken die naast het lesgeven op hun bordje zijn. Zo’n tachtig procent van de meesters en juffen in basisonderwijs geeft aan dat de werkdruk erg hoog is en dat dit voornamelijk door de niet-lesgevende taken wordt veroorzaakt.

‘Werkdruk gaat ten koste van onderwijskwaliteit’

Dit blijkt uit een onderzoek van CNV Onderwijs onder zijn leden. Bijna de helft van de leerkrachten geeft aan gezondheidsklachten te hebben door de hoge werkdruk, bij zestig procent gaat het ten koste van het privéleven en tweederde van de respondenten heeft minder plezier in het werk. Uiteindelijk heeft dit ook negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs.

Tijd voor zorgleerlingen

De extra taken op basisscholen bestaan uit een te grote hoeveelheid administratieve taken zoals het schrijven van zeer uitgebreide handelingsplannen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben en groepsplannen. “In steeds meer klassen zitten kinderen die extra zorg nodig hebben, zoals kinderen met autisme, ADHD en gedragsproblemen. Voor deze kinderen moeten rapporten en plannen geschreven worden”, zegt Helen van den Berg, voorzitter van CNV Onderwijs.

‘Te veel bureaucratie in het onderwijs’

“Leraren willen de kinderen goed les geven en de aandacht en zorg bieden die nodig is. Daarbij hoort ook het afleggen van verantwoording, maar er is nu sprake van te ver doorgeschoten bureaucratie. De verantwoordingsplicht zorgt er ook voor dat er veel moet worden vergaderd. Daarin zijn scholen echt doorgeslagen. Ik wil met de onderwijsinspectie afspraken maken hoe we de bureaucratie kunnen verminderen.”

Scholen draaien op voor maatschappelijke problemen

Een ander probleem is dat maatschappelijke problemen te snel bij de school worden neergelegd. Volgens Van den Berg is er sprake van een vast patroon: “Er is een incident of gebeurtenis met veel media-aandacht, er komen Kamervragen en vervolgens worden centraal vanuit Den Haag maatregelen genomen en bij scholen neergelegd. Neem een lesprogramma over obesitas of een activiteit als de koningsspelen. Echt een superleuk initiatief. Toch zijn er scholen die door de vaste onderdelen in het programma niet kunnen meedoen, maar wel de druk van ouders of overheid ervaren om wel mee te doen.”

Te weinig hulp van ouders voor activiteiten

Dan zijn er ook nog veel activiteiten, zoals de avondvierdaagse, de sportdag, pleinwacht en verkeersles waarvoor hulp van ouders nodig is. “Op veel scholen zijn genoeg enthousiaste ouders te vinden om te helpen bij deze activiteiten. Op andere scholen kost het echter veel moeite om ouders betrokken te krijgen. Scholen moeten soms leren om ‘nee’ te zeggen als er te veel werk op de schouders van de leraren komt. Ook medezeggenschapsraden kunnen hierbij een belangrijke rol spelen om te voorkomen dat de werkdruk voor een schoolteam veel te hoog wordt”, aldus Van den Berg

Over het onderzoek: De online vragenlijst is uitgezet onder leden van CNV Onderwijs met een e-mailadres die als leraar werkzaam zijn in het primair onderwijs. 3565 leraren vulden de enquête in. Dat is een respons van 21%. Klik hier voor het onderzoek

Verder lezen

Koningsspelen 2013. Foto: Pascal Scheffers (CC)

Koningsspelen krijgen tweede editie

5 juni 2013 | Reacties (0)

Ook volgend schooljaar worden er op de basisscholen Koningsspelen gehouden. Op de laatste schooldag in april, vrijdag 25 april, kunnen de basisscholen hun leerlingen net als dit jaar een ontbijt en een sportdag aanbieden. Het is nog niet bekend of de Koningsspelen een jaarlijks terugkerende traditie worden.

1,3 Miljoen sportende kinderen

Koningsspelen 2013. Foto: Pascal Scheffers (CC)

De Koningsspelen zijn een sportdag voor de leerlingen van basisscholen en wordt voorafgegaan door een gezamenlijk ontbijt. Dit jaar werden de spelen voor het eerst georganiseerd in het kader van de inhuldiging van koning Willem-Alexander. In totaal deden bij de eerste editie op 26 april ruim 1,3 miljoen kinderen op 6.500 scholen in het basisonderwijs mee.

School organiseert Koningsspelen zelf

Hoe de Koningsspelen er volgend jaar precies uitzien moet de komende maanden duidelijk worden. Bekend is al wel dat de dag weer zal bestaan uit een Koningsontbijt en een Koningssportdag. Verder mag elke school zelf bepalen hoe de Koningsspelen worden vormgegeven. De organiserende Johan Cruyff Foundation en de Richard Krajicek Foundation gaan met verschillende partijen om de tafel om te kijken wat er weer landelijk georganiseerd kan worden.

‘Koningsspelen groot succes’

Sander Dekker, Staatssecretaris van onderwijs ondersteunt het initiatief voor het vervolg van de Koningsspelen: “De Koningsspelen waren een groot succes. Het onderstreept hoe belangrijk en leuk sport en bewegen is. Ik ben blij dat de Johan Cruyff Foundation en Richard Krajicek Foundation hier samen met andere maatschappelijke instanties een vervolg aan geven en hoop dat de scholen opnieuw met veel enthousiasme aan de Koningsspelen deelnemen.”

Verder lezen

Bij de drieminutentoets wordt een stopwatch gebruikt

Tempolezen is lezen tegen de klok

1 juni 2013 | Reacties (0)

Snel kunnen lezen is een belangrijke vaardigheid om informatie te kunnen verwerken. Daarom wordt er op school veel aandacht aan besteed. Op de meeste scholen wordt het leestempo twee keer per jaar getoetst door middel van de ‘drieminutentoets’ en een AVI-toets.

Tempo lezen

Tempo lezen is een oefenvorm om het leestempo omhoog te krijgen. Sneller lezen is belangrijk, omdat kinderen dan makkelijker onthouden wat ze gelezen hebben. Wanneer kinderen te langzaam lezen, zijn ze de eerste woorden al vergeten, voordat ze bij het laatste woord zijn. Een veelgebruikte methode in groep 3 om het leestempo te verhogen is Veilig en vlot, waarin het automatiseren van het woordbeeld (los van de context) een sleutelrol speelt.

Ook na groep 3 blijft het verhogen van het leestempo een belangrijk aandachtspunt, dat tot in groep 8 aan de orde komt. Immers, hoe hoger het leestempo, hoe meer stof je in korte tijd kunt verwerken. Dat is een belangrijke vaardigheid voor het vervolgonderwijs. Veel kinderen vinden tempo lezen saai, omdat het bestaat uit het lezen van losse woorden zonder context.

Bij de drieminutentoets wordt een stopwatch gebruikt

Drieminutentoets

De drieminutentoets (DMT) is een test om het leestempo en technisch leesniveau van je kind vast te stellen. De leerling moet in één minuut zo veel mogelijk woorden van een kaart met losse woorden lezen en dat drie keer met verschillende kaarten. De drieminutentoets wordt in groep 3 tot en met 7 tweemaal afgenomen: in januari/februari en in mei/juni. In groep 8 alleen in januari/februari.

AVI-toets

AVI-toetsen zijn een middel om vast te stellen op welk AVI-niveau een leerling leest. Bij deze toets leest de leerling een kaart met een tekst, oplopend in moeilijkheidsgraad. Het gaat hierbij om de vlotheid waarmee de leerling de tekst kan voorlezen. De meeste scholen nemen AVI-toetsen af in januari/februari en mei/juni.

Meer weten over lezen? Zie ook:


Verder lezen

Geen geld meer voor godsdienstles

Geen geld meer voor godsdienstles

30 mei 2013 | Reacties (0)

De godsdienstlessen op openbare basisscholen staan op de tocht. Minister Bussemaker van Onderwijs wil de subsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare basisscholen schrappen. Dat heeft ze vandaag aan de Tweede Kamer gemeld. Openbare basisscholen zijn verplicht dit vormingsonderwijs aan te bieden als ouders erom vragen. Over het algemeen worden hiervoor externe leraren ingehuurd.


Het kabinet gaat fors korten op subsidies in het onderwijs. In totaal gaat het om een bedrag van 200 miljoen euro. Volgens minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker wordt vooral geschrapt in subsidies die niet bijdragen aan echte onderwijstaken. Het uitgespaarde geld wordt wel op een andere manier in onderwijs gestoken.

Vanuit christelijke hoek is ontzet gereageerd op het plan om de subsidie voor godsdienstlessen (zo’n 10 miljoen euro) te schrappen. Te meer daar Bussemaker nog geen week geleden op een congres nog een lans brak voor meer zingeving op basisscholen. “Onderwijs leidt niet alleen op voor winst, maar ook voor burgerschap. Waar leven we voor, waar komen we vandaan? Daarin spelen symbolen, geschiedenis en geloof een belangrijke rol”, zo zei de minister zaterdag op een bijeenkomst in Amsterdam.

Godsdienstles? Dan maar naar bijzonder onderwijs

In een toelichting op het voornemen om de subsidie op godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs te schrappen, geeft Bussemaker aan dat ouders die toch wensen dat hun kind onderwijs krijgt op een levensbeschouwelijke grondslag terecht kunnen in het bijzonder onderwijs (christelijke of islamitische scholen). De bezuiniging raakt volgens haar ‘niet het kerndoel dat er aandacht besteed moet worden aan levensbeschouwelijke stromingen’, iets wat voor alle basisscholen geldt.

‘Humanistische school bestaat niet’

Het Humanistisch Verbond is zeer verontrust over de redenering die de minister gebruikt voor het schrappen van vormingsonderwijs. “Zij stelt dat ouders die wensen dat hun kind levensbeschouwelijk onderwijs krijgt, terecht kunnen in het bijzonder (overwegend godsdienstig) onderwijs. Maar humanisten beschikken weloverwogen niet over eigen bijzondere scholen”, schrijft het Humanistisch Verbond in een persbericht dat is verspreid naar aanleiding van de plannen.

Het Humanistisch Verbond is altijd voorstander geweest van seculiere levensbeschouwelijke vorming in het openbaar onderwijs. Humanisten hebben dan ook doelbewust nooit gekozen voor humanistische bijzondere scholen. “De keus om seculier levensbeschouwelijk onderwijs onderdeel te laten uitmaken van het openbaar onderwijs, sluit aan bij de wens van ouders, getuige de groeiende vraag naar deze lessen. Met haar voorstel gaat de minister daaraan voorbij”, aldus het Humanistisch Verbond.

Openbaar onderwijs benadeeld

Bovendien wordt met dit voorstel, zo stellen de humanisten, het openbaar onderwijs op achterstand gezet ten opzichte van het bijzonder onderwijs. Openbare scholen kunnen nu immers niet meer tegemoet komen aan de terechte vraag naar seculiere levensbeschouwelijke vorming.


Verder lezen

Kleine scholen hoeven niet dicht

Kleine scholen hoeven niet dicht

30 mei 2013 | Reacties (0)

Basisscholen hoeven niet dicht als ze minder dan honderd leerlingen hebben. De opheffingsnorm voor basisscholen blijft op een minimumaantal van 23 leerlingen staan. Wel krijgen kleine scholen vanaf augustus 2016 geen overheidstoeslag meer, maar door samenwerking te zoeken met andere scholen kunnen ze een bonus verdienen.

De dorpsschool mag blijven

Met dit plan wil staatssecretaris Dekker van onderwijs kleine scholen in Nederland behouden. Zijn plan is een reactie op het advies van de Onderwijsraad eerder dit jaar. Die stelde het bestaansrecht van basisscholen met minder dan honderd leerlingen ter discussie. Door dat advies dreigde sluiting voor één op de vijf basisscholen in Nederland. Vooral veel dorpen dreigden hun school te verliezen.

Dekker denkt dat zijn plan meer mogelijkheden biedt voor maatwerk. “Eén ding is zeker: scholen moeten meer samenwerken. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Ik besef dat het consequenties heeft voor ouders, leerlingen en personeel. Maar we moeten nu actie ondernemen om te voorkomen dat scholen langzaam wegkwijnen, verdwijnen en er in sommige gebieden straks niets meer te kiezen valt voor ouders en kinderen.”

Makkelijker samenwerken

Momenteel zijn er nog verschillende obstakels die samenwerking tussen scholen in de weg staan. Zo krijgen kleine basisscholen gemiddeld meer budget per leerling dan grotere scholen. Dat betekent dat kleine basisscholen er financieel op achteruit gaan, als ze voor samenwerking kiezen. Daarom gaat Dekker de financiering aanpassen zodat samenwerking tussen basisscholen wordt beloond in plaats van afgestraft. Verder blijkt dat lang niet alle schoolbestuurders in krimpgebieden de urgentie van het leerlingendaling-probleem inzien. Ook lopen kleine scholen aan tegen wettelijke belemmeringen. Overheidsregels die onnodige schaalvergroting in het onderwijs tegengaan, zitten onbedoeld ook samenwerking tussen kleine scholen in de weg. Daarom worden de regels van de fusietoets aangepast voor scholen in krimpgebieden.

Samenwerkingsscholen

In de praktijk staat een fors deel van de kleine basisscholen in een dorp, waar ook enkele andere basisscholen gevestigd zijn. Een samenwerkingsschool (fusie tussen een openbare en een bijzondere school) kan in zulke gevallen een goede oplossing zijn om divers onderwijs aan te kunnen blijven bieden. De vorming van een samenwerkingsschool wordt daarom gemakkelijker gemaakt, zoals ook al in het Regeerakkoord is aangekondigd.

Leefbaarheid in dorpen

Uit onderzoek blijkt dat bewoners van een dorp zonder school de leefbaarheid net zo hoog waarderen als die van een dorp met een school. Desalniettemin is het sluiten van de laatste school in een dorp een ingrijpende gebeurtenis. Maar de ontwikkeling van kinderen is en blijft volgens Dekker de belangrijkste taak van een school. “Onderwijskwaliteit moet voorop staan. Dat is niet alleen belangrijk voor leerlingen en hun ouders, maar ook voor de toekomst van regio’s waar leerlingendaling zich voordoet. Samenwerking tussen kleine scholen is het beste antwoord op krimp.”

Verder lezen

Zomer? Voorkom een vakantiedip!

Zomer? Voorkom een vakantiedip!

28 mei 2013 | Reacties (0)

Nog even en dan is het zomervakantie. Zes weken lang lekker uitslapen, buitenspelen en niet naar school. Maar ook zes weken waarin het niveau van je kind een flinke terugval kan maken. Dat verschijnsel, bekend als een zomerdip of vakantiedip, krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht.

Lezen en rekenen in de vakantie

Iedere juf of meester op de basisschool kent het verschijnsel wel. Kinderen die na de zomervakantie ineens de tafels niet meer kennen, of slechter lezen dan aan het eind van het schooljaar. Het klinkt gek, maar de zomervakantie is een heel belangrijke periode. Want wist je dat niveauverschillen tussen leerlingen voor een groot deel ontstaan in de grote vakantie? Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die bijvoorbeeld niet lezen tijdens de zomervakantie in niveau gelijk blijven of zelfs achteruit gaan, terwijl kinderen die veel lezen na de vakantie een hoger leesniveau hebben. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor bij rekenen.

Moet dan nou, leren in de vakantie?

Moet dat echt, in de vakantie ook nog met leren bezig zijn? Je zult het misschien bezwaarlijk vinden, zeker als je kind tijdens het schooljaar al op zijn tenen moet lopen om het bij te benen. Maar misschien is het nog wel vervelender voor je kind om steeds verder achterop te raken.

Vakantieboeken en oefenprogramma’s

De meeste ouders (73%) oefenen met lesstof tijdens de vakantie, zo blijkt uit onderzoek van het online oefenprogramma Squla. Ouders maken hierbij gebruik van bijvoorbeeld zomer- of vakantieboeken of online oefenprogramma’s als Squla. Toch blijft de zomerdip lastig te voorkomen; meer dan tachtig procent van de gezinnen geeft aan dat het lastig is vol te houden tijdens de zomer en stopt vaak na een tijdje met oefenen. Ongeveer de helft van de respondenten noemt recht op vakantie of gebrek aan tijd een obstakel en bijna zestig procent vindt het lastig hun kind te blijven motiveren.”Het kost ontzettend veel moeite om mijn dochter in de vakantie aan het lezen en rekenen te krijgen, want ze vindt de lesstof vaak saai. Dan gaat ze veel liever een spelletje spelen”, constateert een van de ondervraagde ouders.

Geen tijd of een zin

Niet alleen de kinderen zijn moeilijk te motiveren, ook bij de ouders ontbreekt het vaak aan tijd en zin, zo blijkt uit de Squla-enquête. Eenderde van de ouders (33%) wil liever zelf van de zomervakantie genieten. En ruim 37 procent zegt eigenlijk geen tijd te hebben om met de kinderen te oefenen. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan dat de leerkracht hen bovendien niet aangeraden heeft om tijdens de zomervakantie te blijven oefenen om een zomerdip te voorkomen. Dat laatste is opmerkelijk: vorig jaar hield Squla een peiling onder leerkrachten over de vakantiedip en daarin gaf 88 procent van de juffen en meesters aan ouders regelmatig aan te raden om wel met kinderen te oefenen tijdens de vakantie.

Tips om te oefenen in de vakantie

Duik met een boek de zomer in

Blijven lezen voorkomt een 'zomerdip'

In Brabant en Limburg bieden veel bibliotheken het zomerleesproject Duik met een boek de zomer in aan. Op school krijgen de kinderen een logboekje uitgereikt waarin ze bij kunnen houden welke boeken ze in de zomervakantie lezen. Voor elk gelezen boek krijgen ze een sticker, die ze op kunnen halen in de plaatselijke bibliotheek. Zo’n leeslogboekje kun je natuurlijk ook heel gemakkelijk zelf maken.

Folders en menukaarten

Leren in de vakantie gaat bijna ongemerkt. Wordt er op school veel gelezen volgens de leesmethode of in verhalende of informatieve boeken, als ouder heb je tijdens de vakantie een veel bredere verzameling leesmateriaal tot je beschikking. Denk aan vakantiefolders, het activiteitenprogramma op de camping, brochures van pretparken en bezienswaardigheden, de menukaart op het terrasje. Zo krijgt een leesoefening een echt vakantietintje. Als je je een beetje openstelt voor de mogelijkheden, kom je onderweg tal van dingen tegen waar je kind ongemerkt wat van opsteekt. De plattegrond van de camping is perfect oefenmateriaal om te leren kaartlezen, de autotocht naar Italië is een lesje aardrijkskunde on the road.

rekenen met croissantjes zomerdip

Rekenen met croissantjes

Croissantjes kopen en kaartjes schrijven

Probeer je kind in de vakantie te verlokken om te blijven schrijven en rekenen. Laat je zoon ansichtkaarten schrijven aan zijn vriendjes of een vakantiedagboek bijhouden. Laat je dochter uitrekenen hoe ver het nog is naar de volgende camping als je van de 80 kilometer er 25 hebt afgelegd. En hoeveel croissantjes moeten er gekocht worden in de kampwinkel als ieder gezinslid er twee wil eten?

Gestructureerd oefenen

Wil je je kind gestructureerder laten oefenen, direct aansluitend op de leerstof, dan zijn oefenprogramma’s als Ambrasoft of Squla interessant. ”Uit onsonderzoek is gebleken dat vooral de motivatie van kinderen om te blijven oefenen een obstakel voor ouders is. In mijn jaren voor de klas heb ik zelf gemerkt dat leren op een leuke en speelse manier juist de motivatie van kinderen vergroot en zo tot de beste resultaten leidt”, aldus Martine Zeeman, hoofdredacteur bij Squla. “Daarom zorgen we er bij Squla voor dat de manier waarop we de lesstof aanbieden, aansluit bij de belevingswereld van kinderen. Dat werkt: kinderen blijven door de spel- en competitie-elementen eindeloos aan de gang. En achter schermen duiken doen ze toch wel, ook in de zomerperiode. Dus dan maar liever verantwoord online spelen!”

Oefenen met apps

Het aanbod aan leerzame apps is enorm. Vrijwel alle app-ontwikkelaars proberen hun educatieve apps zo vorm te geven, dat ze niet alleen leerzaam zijn, maar ook een hoge fun factor hebben. Download in de vakantie af en toe een nieuw app en je kind zal met veel plezier aan het spelen (= oefenen) gaan. Op zoek naar leuke apps? In de categorie web & app worden geregeld nieuwe eduactieve apps voor kinderen in groep 1 tot en met 8 besproken.


Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Opvoedstijl beïnvloedt kans op pesten

26 april 2013 | Reacties (4)

De manier waarop je je kind opvoedt, kan van invloed zijn of je kind wordt gepest of niet. Dat heeft een grootschalig Brits onderzoek aangetoond. Een te harde opvoeding is niet goed, maar een overbeschermende houding kan ook pesten in de hand werken.


Opvoedstijl ouders beïnvloed gepest worden

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Wetenschappers van de universiteit van Warwick analyseerden 70 eerdere onderzoeken, waaraan in totaal meer dan 200.000 kinderen deelnamen. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Child Abuse & Neglect. Uit de analyse blijkt dat overbeschermde kinderen tussen 20 en 30 procent meer kans lopen om gepest te worden. Verwaarlozing verhoogt het risico met 40 procent, een strenge opvoeding met 28 procent.

Pesten: ook een probleem van thuis

De onderzoekers pleiten ervoor antipestprogramma’s niet binnen de schoolmuren te houden, maar ook nadruk te leggen op de invloed van positieve opvoedstijlen. Professor Dieter Wolke: “Er wordt vaak vanuit gegaan dat pesten alleen het probleem van scholen is. Dit onderzoek maakt duidelijk dat ouders ook een heel belangrijke rol spelen. We zouden hulpprogramma’s moeten opzetten waarin ouders worden gestimuleerd in een positieve opvoedstijl met warmte, genegenheid, communicatie en steun als kernwaarden.”

Te beschermend is ook niet goed

Wolke wijst er wel op dat het ook weer niet goed als ouders hun kinderen te veel willen beschermen. “Kinderen hebben betrokkenheid, steun en toezicht nodig van hun ouders. Daardoor lopen ze minder kans om gepest te worden. Als ouders daarin doorslaan en te beschermend zijn, verhoogt dat juist de kans dat hun kind het slachtoffer wordt van pesten. Hun kinderen leren niet omgaan met pestkoppen en dat maakt hen kwetsbaarder.”

Laat kinderen conflicten zelf oplossen

Welke opvoedstijl moet je kiezen om te voorkomen dat je kind wordt gepest? Volgens Wolke is het goed om duidelijke regels te stellen. Ouders moeten daarnaast betrokken zijn een warme emotionele band hebben met hun kinderen. “Laat je kinderen gerust wat onenigheid of ruzie hebben met leeftijdsgenoten. Daardoor leren ze hoe zelf conflicten kunnen oplossen. Dat leren ze niet als hun ouders bij het minste of geringste voor hen op de bres springen.”

Kunnen ouders pesten voorkomen?

De Britse onderzoekers leggen een zware nadruk op de opvoedstijl van ouders als het gaat om het verkleinden van het risico dat een kind pestslachtoffer wordt. Daarmee gaan ze verder dan de Nederlandse onderzoekster Mariëlle Bonnet, die vorig jaar promoveerde op de invloed van ouderschapsstijlen op pesten. Volgens haar moet de rol van opvoeding wel in perspectief worden gezien. Uit haar onderzoek bleek dat de klas de belangrijkste factor is bij het voorkomen van slachtofferschap. Daarna komen kenmerken van de school, buurt en de kinderen zelf.

 

Aanvulling, 28 april 2013

Hoe gevoelig pesten ligt, blijkt uit de reacties die de oorspronkelijke kop van dit artikel opleverde. ‘Kind gepest? Schuld van de ouders’, luidde de kop aanvankelijk. Bewust aangezet (wat ook in het artikel werd vermeld), want we wilden graag zo veel mogelijk ouders prikkelen om het artikel te lezen, opdat ze met de inhoud hun voordeel zouden kunnen doen. We hadden niet verwacht dat het woord ‘schuld’ zo letterlijk en zwaar zou worden opgevat. Het is nooit de bedoeling geweest om met een beschuldigende vinger richting ouders van gepeste kinderen te wijzen. Onze excuses aan iedereen die het zo heeft opgevat en zich daardoor gekwetst voelt. We hebben de kop en de tekst inmiddels aangepast.

– redactie Thuisinonderwijs.nl

 

Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten