redactie

rss feed

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: allemaal beestjes

8 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 9: Allemaal beestjes.

Als je je kind een beetje wilt sarren, moet je bij deze activiteit zeggen dat jullie naar de dierentuin gaan. Om vervolgens de achtertuin in te stappen en te zeggen: Zo, we zijn er! Flauw natuurlijk. Maar wel hartstikke waar. Want zelfs de kleinste achtertuin of het parkje om de hoek zit tjokvol dieren. Toegegeven, niet van het formaat olifant, maar het zijn vaak best bijzondere dieren. Een middagje dieren zoeken is dan ook een spannende vakantie-activiteit.

Hoeveel dieren zitten er in de tuin?

Sommige kinderen zijn er meteen voor te porren om bloempotten om te draaien en in donkere hoekjes te kijken op zoek naar beestjes. Andere vinden het maar eng. Of vies. Kijkt je kind nog een beetje bedenkelijk? Prikkel je zoon of dochter dan door te vragen hoeveel verschillende dieren hij of zij denkt dat er in jullie tuin te vinden zijn. Vlinders, de poes van de buren, het konijn, mieren en een vogel. Een stuk of vijf?

Plak daar maar gerust een nul of misschien wel twee nullen aan vast. In Nederlandse tuinen komen duizenden dierensoorten voor, van piepklein en met het blote oog bijna niet te zien tot dieren die je veel gemakkelijker kunt ontdekken, als vogels, padden en egels. Ter vergelijking: in Wildlands Emmen wonen maar honderd verschillende soorten dieren. Dus je hebt echt niets te veel gezegd met je ‘dierentuin’.

Speuren naar tuindieren

Op zoek naar alles wat kruipt, vliegt, loopt, fladdert, zoemt, piept en zingt. Als een mini-Freek Vonk op tuinsafari. Een glazen pot om kleine diertjes in te verzamelen is handig. Of een speciaal insectenbakje met een vergrootglas in het deksel. Maar ‘verzamelen’ met een fototoestel gaat ook prima. Dat is ook wel zo veilig als je kind allergisch is voor insectenbeten of -steken.

Laat je kind lekker zijn eigen gang gaan. Sommige kinderen lopen een vlug rondje door de tuin, kijken wat omhoog en omlaag en zeggen dat er maar twee dieren te vinden zijn. Anderen duiken gelijk bovenop een mierennest en proberen zo veel mogelijk mieren in hun bakje te doen. Het is leuk om te zien hoe je kind zoiets aanpakt. De snelle zoeker kun je verleiden om eens onder een tak of een tegel te kijken, de mierenverzamelaar kun je erop wijzen dat de tuin nog véél groter is en dat er ook nog andere dieren dan mieren te verzamelen zijn.

Jonge kinderen kun je zelf op weg helpen door een afstreepkaart te maken met bijvoorbeeld een vlinder, een slak, een vogel, een spin en een lieveheersbeestje. Lukt het je kleuter om alle dieren te vinden?

Ook Het Klokhuis vorig jaar op tuinsafari en maakt een documentaire over pissebedden:

YouTube

No Description

Welk dier heb ik gevonden?

Hoeveel dieren heeft je kind kunnen vinden in de tuin? Tien, twintig, zestig? Super! Maar… wat zijn dat nou eigenlijk precies voor dieren? Een mier en een slak zal je kind nog wel kunnen benoemen, maar een honderdpoot of een duizendpoot (weet jij het verschil; moet je echt pootjes tellen?) wordt al lastiger. Om nog maar te zwijgen van de groene struiksnuittor en de springkever. Dan biedt de website of app Dierenzoeker een uitkomst. Die kun je gebruiken om de meestvoorkomende dieren in de tuin te determineren. Dierenzoeker is ontwikkeld door tv-programma Het Klokhuis en natuurmuseum Naturalis.

Ook ’s nachts en ’s avonds op pad

Laat je kind ook eens ’s avonds als het donker is in de tuin op zoek gaan naar dieren (het is toch vakantie, dus een keertje laat opblijven kan best). Dan zijn er weer heel andere dieren actief dan overdag. Nachtvlinders bijvoorbeeld. Maar misschien zien jullie ook wel een vleermuis (in de schemering) of scharrelt er een egeltje rond!

Let op: controleer je kind na het dieren zoeken op teken. In het hoge gras of in de struiken kan je kind er gemakkelijk eentje oplopen. Teken moet je snel verwijderen om te voorkomen dat ze ziektes overbrengen.

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Verder lezen

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: denksporten

3 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 8: Denksporten.

Jarenlang moest je een beetje een nerd zijn om van denksporten als schaken, dammen en Go te houden. Maar dat is tegenwoordig wel anders. Steeds meer kinderen ontdekken hoe leuk denksporten zijn. En wist je dat ze ook nog eens heel goed zijn voor de ontwikkeling van kinderen? Niet voor niets worden schaken en dammen en soms ook de Oosterse denksport Go op scholen voor hoogbegaafde kinderen aangeboden als extra vak. Veel belangrijk nog: kinderen vinden denksporten leuk, zelfs sommige kleuters al!

Wat kunnen kinderen leren van denksporten?

  • beter concentreren
  • ruimtelijk inzicht
  • denken vanuit het perspectief van een ander
  • keuzes maken en consequenties daarvan accepteren
  • fouten durven maken
  • planmatig en methodisch denken (en nadenken over denken)
  • abstract denken
  • impulsen beheersen
  • prioriteiten stellen

Kortom: kinderen leren ontzettend veel denksporten. Naar de effecten van schaken op schoolprestaties is internationaal volop onderzoek gedaan. De uitkomsten zijn eigenlijk steeds hetzelfde: schaken stimuleert het denkvermogen en de prestaties op andere gebieden, zelfs de leesvaardigheid.

Hoe leer je een denksport?

Het Oosterse bordspel Go is in Nederland minder gangbaar, maar een dam- en schaakbord plus damschijven en schaakstukken zijn in bijna elke spellendoos te vinden. Grote kans dus dat ze het al wel in huis hebt. Of misschien heb je nog wel een echt houten bord in de kast liggen. Als je zelf kunnen dammen of schaken, kun je je kind zelf de spelregels leren. Of anders kan opa of oma dat vast wel. Is er niemand in je omgeving die de spelregels kent? Dan biedt – zoals altijd – internet een uitkomst.

Dammen

dammenDammen is waarschijnlijk de makkelijkste denksport om aan te leren, omdat de spelregels redelijk eenvoudig zijn. Dat wil overigens niet zeggen dat dammen daardoor makkelijker is dan schaken of Go, want dat is niet zo. Op hoog niveau is dammen minstens zo gecompliceerd als de andere denksporten.

Om te leren dammen is voor kinderen de website DamMentor.nl een goede start. De site is bedoeld voor kinderen die op een damclub zitten, maar je kunt er op prima zelf mee aan de slag. Je kind kan er gratis een complete damcursus voor beginners volgen.

 

Schaken

schaken kinderenHet grootste aanbod is er in websites om te leren schaken. Veel websites zien er echter nogal saai en weinig kindvriendelijk uit, of zijn in het Engels. Een leuke Nederlandstalige website voor kinderen om online te leren schaken is Chessity, een methode die ook veel bij schaaklessen op basisscholen wordt gebruikt. Je kind leert hier schaken door middel van allerlei games en spelletjes. Met een gratis account kan je kind kennismaken met de spelregels. Krijgt je kind de smaak te pakken, dan biedt een betaalde account meer games en lessen, tot aan vergevorderd niveau aan toe..

Een andere geschikte website voor kinderen om kennis te maken met schaken is de Schaak Maar Raak-Academy. Niet interactief, maar wel met een duidelijke uitleg en leuk vormgegeven.

Go

goNet als dammen is ook Go niet moeilijk om te leren, maar dan begint het pas: er wordt wel gezegd dat dit van alle denksporten de moeilijkste is… Een speciale website voor kinderen om Go te leren (al laat de vormgeving te wensen over) is 321go.org. Je kind kan het spel hier gratis leren, maar er moet wel een account worden aangemaakt. Vervolgens is er een hele cursus beschikbaar, gebaseerd op de methode van de Nederlandse Go Bond.

En dan… spelen!

Als je kind de regels van een denksport kent, heeft hij een spel geleerd waar hij de rest van zijn leven plezier aan kan beleven, waar ook ter wereld. Er is altijd wel iemand te vinden die kan schaken of dammen (Go in het Westen wat minder). Elke partij is anders en je wordt steeds beter. Op sommige scholen is een echte schaak- of damcultuur, waarin schoolteams meedoen aan toernooien en wedstrijden. Zodra kinderen de spelregels kennen, kunnen ze meestal al meedoen aan dit soort toernooien.

Het leuke aan denksporten als schaken en dammen is ook dat ze een brug slaan over de generaties. Opa of oma zal waarschijnlijk niet met je kind aan de Pokémon Go willen, maar voor een partijtje dammen of een potje schaken zijn ze vaak wel te porren.

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Verder lezen

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: naald en draad

1 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 7: Naald en draad.

 

Heb je een creatief kind dat het heerlijk vindt om te knutselen en te fröbelen? Grote kans dat handwerken dan ook in de smaak valt. Handwerken? Is dat niet suf en ouderwets? Welnee! Veel meisjes en jongens vinden het erg leuk om met naald en draad leuke dingen te maken.

Een sokpop maken

Een leuk project om de zomerverveling te verdrijven is een sokpop maken. Je hebt er weinig voor nodig en het is niet moeilijk om te doen. Dit filmpje laat je stap voor stap zien hoe je sokpop maakt:

Sokpop maken

Maak kennis met ‘Snuit’. Deze video laat je zien hoe je heel eenvoudig en met weinig, kosteloos materiaal deze sokpop maakt.

Borduren

Ook borduren is een leuke activiteit voor kinderen (en het is ook nog eens hartstikke goed voor de fijne motoriek!). Met een eenvoudig patroon kunnen zelfs kleuters al goed uit de voeten. Op deze website wordt uitgelegd hoe je je kind kunt leren borduren:

Top 10 Tips for Teaching Embroidery to Kids

By Cheryl Fall Teaching kids to embroider is fun and easy, and you’ll be helping them learn skills and embroidery basics that will last a lifetime! These Top Ten Tips can be used when teaching embroidery to children ages 4 through 10 – the perfect age for learning embroidery.

Zelf een gymtas naaien

Kinderen vanaf een jaar of negen kunnen leren om met een naaimachine om te gaan. Een leuk project om in de zomervakantie op te pakken is zelfs een gymtas naaien voor het nieuwe schooljaar. Een gymtasje is simpel om te maken en superleuk om na de vakantie mee naar school te nemen. Gebruik deze beschrijving van Kamiel en Odille:

KamielandOdille: Turntassen gemaakt op Simpele Wijze

Het is Turntasjestijd! Maar wel simpel want het moet snel gaan! Knip 2 stukken stof, bovenaan moet de stof 3 à 4 cm groter zijn dan de afmeting van de afgewerkte tas. Zorg voor 2 lintjes (kan ook van dezelfde stof genaaid zijn) van ongeveer 15 mm, 5-9 cm lang.

Lekker vintage: macramé

Macramé is een handwerktechniek waarmee draden zo worden geknoopt dat een patroon ontstaat. Eigenlijk past macramé niet onder de kop van dit artikel want een naald komt er dus niet aan te pas: de draden wordt met de hand geknoopt. Maar macrameën is veel te leuk om het niet te noemen. En weer helemaal hip tegenwoordig. Een leuk macramé-projectje om mee te beginnen is een armbandje. Hier lees je hoe:

Marikari

Af en toe moet je iets verzinnen om het kleine grut bij de computer weg te houden, want o, wat is dat verslavend voor ze. En omdat het weer nog steeds om te huilen is moest er iets leuks voor binnen verzonnen worden. Bij de plaatselijke handwerkwinkel (gelukkig is die nog in de buurt!)

Heeft je kind de smaak te pakken, dan is er van alles mogelijk. Tot aan het macrameën van een Minion aan toe (niet voor beginners!):

Macrame MINIONS (DIY)

Is it possible to make Minions with Macrame? I tried – look what happened 🙂 Macrame Minion from Despicable Me movie based on Kinder Surprise egg. Here used this technique: http://www.youtube.com/watch?v=rzMG2gedAas Please Take a moment and LIKE or SUBSCRIBE (^_^) Thank you! – P.S.

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Verder lezen

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: coderen en programmeren

11 juli 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze zomer volop vakantie-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Zeven weken lang tweemaal per week de leukste activiteiten voor je kind. Vandaag aflevering 1: spelenderwijs leren coderen en programmeren.

 

Zomervakantie? Dat is eindeloos lang buiten spelen. Denk je. Of hoop je, als ouder. Maar dan regent het buiten. Of het is prachtig weer, maar is je kind is met nog geen tien paarden naar buiten te krijgen. Want binnen lonkt het beeldscherm…

Je herkent het misschien niet, als je zoon ondersteboven op de bank hangt met een schermpje voor zijn snufferd, maar eigenlijk is hij best goed bezig. Hij is namelijk druk in de weer om zijn 21st century skills te ontwikkelen. Klinkt best goed hè?

 

jongens smartphone

Wat zijn 21st century skills?

Door digitalisering en technologie verandert de maatschappij continu. We kunnen nu nog niet voorspellen welke beroepen er zijn als je kind later volwassen is. Daarom krijgt het onderwijs steeds meer oog voor 21st century skills. Dat zijn de vaardigheden die kinderen van nu moeten opdoen om zich later te kunnen redden in de beroepen van de beroepen van de toekomst.

Hoe wordt een game gemaakt? Coderen!

Vertrouwdheid met computers en ict is een 21st century skill. Dat hebben je kinderen met hun schermpjes al wel onder de knie. Digitale geletterdheid, heet dat ook wel. Maar weet je kind ook hoe het spelletje dat hij speelt ‘aan de achterkant’ werkt? Hoe wordt zo’n game ontworpen, hoe gaat programmeren in zijn werk?

Misschien heeft je kind er op school al eens iets over gehoord. En anders gaat dat beslist gebeuren. Want programmeren is hot op school. Het is niet bedoeld om alle meisjes en jongens op te leiden tot kleine programmeurtjes, maar om ze iets te leren wat ze later in elk beroep nodig gaan hebben. Hartstikke belangrijk dus, misschien wel net zo belangrijk als rekenen, taal en goed Engels kunnen spreken. En het is nog eens superleuk ook – ideaal dus als vakantie-activiteit! (O ja, het kan – soms – ook buiten!)
robot thuis programmeren

Is leren programmeren moeilijk?

Is dat niet moeilijk, programmeren? Welnee, het is niet moeilijker dan leren lezen of een nieuwe taal leren. Het leuke van coderen is dat je kind meteen ziet of het goed of fout gegaan is. Als je zoon programmeert dat een tekst rood moet worden, ziet hij direct of dat is gelukt. Als de tekst rood is, heeft hij goed gecodeerd. Is de tekst niet rood, dan kan hij het gewoon nog een keer proberen. Deze manier van leren sluit aan bij hoe kinderen het liefste leren.

Programmeren een verplicht vak op school?

In Nederland is programmeren (nog) geen verplicht vak op school.Landelijk is er nog een discussie gaande of het vak programmeren een verplicht lesonderdeel moet worden. Maar veel scholen willen aandacht besteden aan programmeren en besteden er soms al lestijd aan

Bliep, bliep – ik ben een robot

Coderen is een onderdeel van programmeren, maar beide termen worden vaak door elkaar heen gebruikt. Coderen is feitelijk niets anders dan het geven van een serie logische opdrachten. Daar heb je in beginsel geen computer bij nodig. Hup, naar buiten dus! Een robot is wel leuk om erbij te hebben, maar die ben je zelf (of je kind). Klinkt simpel? Is het ook. Zelfs al voor kleuters. Knip papieren pijlen en uit en laat je kind een route uitstippen. Loop dan zelf als ‘robot’ de route die je kind heeft uitgestippeld. Het is leuk om een paar obstakels te hebben waar je kind de ‘robot’ omheen moet laten lopen.

Op dezelfde manier kun je je een (menselijke) robot ook een boterham laten smeren, zoals je op dit filmpje kunt zien:

Olaf de Robot

Uploaded by kennisnet on 2014-09-04.

Deze activiteit is afkomstig van de website Codekinderen, waar je nog veel meer leuke programmeeractiviteiten kunt vinden, zowel met als zonder computers en voor kinderen van groep 3 tot en met groep 8. Ze zijn bedoeld voor in de klas, maar ook heel geschikt om thuis te gebruiken.

Coderen met Minecraft, Starwars of Frozen

Leren programmeren met je favoriete game- of filmfiguren, hoe leuk is dat? Het kan bij Code Studio. Daar vind je superleuke codeercursussen voor alle leeftijden van de basisschool en daarna. Kinderen kunnen coderen met Minecraft, StarWars, Frozen, Angry Bird, enzovoort. Zelfs kleuters kunnen er al een leuke codeercursus doen, die nagenoeg taalloos is. Hoewel de begeleidende filmpjes in het Engels zijn, is veel cursusmateriaal ook beschikbaar in het Nederlands.

Is je kind gek op Minecraft? Dan biedt Computercraft nog veel meer mogelijkheden. ComputerCraft is een (gratis) module voor Minecraft waarmee je een computer kunt bouwen in de Minecraft-wereld, die je zelf kunt programmeren. Je kunt bijvoorbeeld een robot aansturen die monsters doodt of tunnels graaft. Computercraft gebruikt een eigen programmeertaal, die gemakkelijk is om te leren.

3D-printen zonder 3D-printer

3D-printers worden weliswaar steeds goedkoper, maar voor thuis zijn ze toch nog steeds pittig duur. Grote kans dus dat er bij jullie thuis niet eentje staat. Maar wist je dat je dan toch 3D kunt ‘printen’? Een 3D-printer print in laagjes. Als je een vorm in laagjes opstapelt maak je dus eigenlijk een 3D-print. Dat kun je thuis ook doen: met karton! Hoe dit precies in zijn werk gaat, lees je in de stap-voor-stap-beschrijving op Codestarter, een website met heel veel leuke, speelse programmeeractiviteiten die je thuis kunt doen. Een leuke is ‘programmeer elkaar‘ (een variant op het robotspel hierboven). Garantie voor een geslaagde vakantiemiddag!

Nog véél meer mogelijkheden!

Er zijn nog veel meer manieren waarop je thuis samen met je kind bezig kunt gaan met coderen en programmeren. Een handig startpunt is de website Gamewizards. Daarop staan 82 verschillende apps en websites waarmee je aan de slag kunt. Je kunt het aanbod filteren op onder andere leeftijd, taal en platform (online, Android app, iOS app).

Websites om te leren programmeren:

  • Met Scratch kunnen kinderen (van 8-16 jaar) leren programmeren. Ben je op zoek naar uitleg, kijk dan eens op Scratchweb.nl. De app Scratch jr. is een Engelstalig app bij deze website.
  • GameKit is een programma van Het Klokhuis waarin je kind leert zelf een game te bouwen.
  • Programmeren voor kinderen is een lessenpakket voor basisscholen dat kinderen leert programmeren in de programmertaal Phyton. Je kunt er ook prima thuis mee aan de slag.
  • Robomind is een eenvoudig Nederlandstalige programmeeromgeving waarmee je een virtuele robot kunt programmeren. Je kunt het 30 dagen gratis uitproberen.
  • Code Monster is in het Engels, maar in de praktijk blijkt dat voor kinderen vanaf pak ‘m beet groep 5 geen onoverkoombaar obstakel. Al is het wel handig als er een ouder in de buurt is om af en toe te vertalen wat het grappige blauwe monstertje zegt. Het gaat om eenvoudige opdrachten in JavaScript en is gericht op actie en leren door <em>trial and error</em>: wat je kind invoert, zie het direct toegepast.

Apps om te leren programmeren:

  • Kodable is een app waarmee kinderen op een speelse manier kennismaken met programmeren. De app is bedoeld voor kleuters, maar ook kinderen van zeven of acht spelenn nog graag met Kodable. Het doel is om een gestrand ruimtewezentje naar de uitgang van een doolhof te krijgen, via een  van tevoren gecodeerde route.
  • Cargobot is een mooi vormgegeven puzzelspel voor de iPad waarin je een robot moet leren kratten te verplaatsen door de programmeren. Best pittig, maar het lukt kinderen lukt het wel.
  • Daisy the Dinosaur is een leuke app om de basisprincipes van volgorde, objecten, loops en acties te leren. Doel van de app is om de grappige dinosaurus Daisy over het scherm te laten lopen, springen en dansen. De app Hopscotch is van dezelfde makers en heeft meer toepassingen en gebruiksmogelijkheden.
  • Move The Turtle is ook een leuke programmeer-app voor kinderen. Het begint met een schildpad op een groen scherm. Door te coderen kan je kind de schildpad van alles laten doen.

Verder lezen

Luxeverzuim boete vakantie

Dagje eerder op vakantie kost 100 euro per kind

19 juni 2017 | Reacties (0)

Vakantie aan het plannen? Dan kan de verleiding groot zijn om een dag vóór de schoolvakantie te vertrekken. Lekker voor de drukte uit. Of nog net even een goedkopere vlucht meepikken. Aantrekkelijk? Bedenk dan dat een dagje eerder weg een duur grapje kan worden. Dit wordt luxeverzuim genoemd en kan je op een boete van 100 euro per kind (per dag) komen te staan.

 

‘Maar ze doen toch niets meer op de laatste schooldag…’

Het mag niet. Echt niet. Daar is de leerplichtwet heel duidelijk over. Dat er op zo’n laatste schooldag voor de vakantie vaak geen normale lessen zijn (“ze doen toch niets meer op school, die dag kunnen de kinderen ook wel missen”) maakt daarbij niet uit. En ook niet dat op het vakantiepark waar je naartoe gaat vrijdag de ‘wisseldag’ is. Sta er ook bij de stil dat de laatste voor je kind best belangrijk kan zijn: de laatste schooldag is een feestje; het schooljaar wordt gezamenlijk afgesloten en de klas begint samen aan de grote vakantie.

Ziekgemeld? Dat wordt gecontroleerd

Als de school vermoedt dat er sprake is van luxeverzuim, wordt er melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar. Maar de afgelopen jaren zijn leerplichtambtenaren ook zelf steeds strenger gaan controleren op luxeverzuim. Met speciale acties op de laatste dag voor de vakantie gaan ze na of alle kinderen wel netjes op school zitten. Is een kind toevallig net die dag ziekgemeld? Dan controleert de leerplichtambtenaar of het kind wel echt ziek is.

Blijkt het gezin stiekem al op vakantie gegaan, dan wordt hier melding van gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Zelfs een halve dag ongeoorloofd verzuim wordt al doorgegeven. Ook op Schiphol lopen leerplichtambtenaren rond om na te gaan of er geen leerplichtige kinderen inchecken op een tijdstip dat ze nog op school horen te zitten.

‘Die boete kan wel uit’

De boetes voor luxeverzuim zijn op 1 januari 2014 verdubbeld. Eerder namen vooral rijkere ouders de gok nog wel eens. En als je een beetje slimme vlucht boekte, kon de boete er nog wel van af. Met een boete van 100 euro per kind per dag ligt dat wel anders. In totaal kan het boetebedrag zelfs oplopen tot maximaal 1800 euro voor twee weken. Maken ouders het heel bont met luxeverzuim, dan kan zelfs een (voorwaardelijke ) hechtenis worden opgelegd.

‘Ik zat niet lekker in het vliegtuig’

De ouders van de tweeling de tweeling Steffie en Lisette (groep 5) hadden het rekensommetje gemaakt en namen de gok, vertelt hun moeder Mariska.

“Wij hebben de meiden vorig jaar op de dag voor de voorjaarsvakantie ‘ziek’ gemeld. Daardoor konden we een veel goedkopere vlucht nemen. Dat scheelde voor ons als gezin – we hebben nog twee jongere kinderen – bijna vierhonderd euro.  Wij hoefden geen boete te betalen, maar zelfs met die honderd euro per kind boete waren we veel goedkoper uit geweest.”

Toch is het Marika en haar man slecht bevallen. “Je voelt je toch een beetje crimineel. Anderen hebben daar misschien geen last van, maar ik zat niet lekker in het vliegtuig.”

‘Maar het mag van de directeur…’

Sommige schooldirecteuren geven vrij gemakkelijk toestemming om eerder op vakantie te gaan. Je kunt als ouders natuurlijk altijd om een verlofbriefje vragen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Maar ook nu geldt: het mag niet en de leerplichtambtenaar controleert streng. Word je ‘betrapt’, dan heb je in dit geval als ouders geen probleem. De schooldirecteur die buiten de regels om verlofbriefjes heeft uitgeschreven, is wel de klos. Want er wordt melding van gemaakt bij de Onderwijsinspectie.

Controle op eerste schooldag

Ook een dag langer wegblijven van school mag niet. En ook dat controleren de leerplichtambtenaren steeds nauwgezetter. In veel plaatsen gaan ze op de eerste schooldag na de vakantie bij scholen langs om te checken of de leerlingen wel echt aanwezig zijn. Kinderen van wie de school aangeeft dat ze om onbekende reden niet op school zijn, worden thuis bezocht. Als er niemand thuis is, laat de leerplichtambtenaar een brief achter waarop ouders nog dezelfde dag moeten reageren.

In het schooljaar 2014-2015 waren er volgens het Nederlands Jeugdinstituut 6.429 gemelde gevallen van luxeverzuim. Dat is ongeveer negen procent van alle spijbelgevallen.

Uitzonderingsgevallen: soms mag het wél

De Leerplichtwet stelt heel duidelijk dat vakantie onder schooltijd vrijwel onmogelijk is. Juridisch gezien mag een school voor gewichtige omstandigheden tot maximaal tien aaneengesloten dagen, een keer per schooljaar, extra vrij geven. Bij gewichtige omstandigheden gaat het om zaken die buiten de wil van de ouders liggen. Vakantie kan aldus nooit onder ‘gewichtige omstandigheden’ worden begrepen.

Een uitzondering is gemaakt voor ouders die vanwege de specifieke aard van hun beroep niet tijdens de schoolvakanties op gezinsvakantie kunnen. Alleen als voldaan wordt aan alle drie de volgende voorwaarden kan een schooldirecteur op verzoek extra vakantie toestaan:

  • Als ten minste een van de ouders een beroep heeft met seizoensgebonden werkzaamheden. Bijvoorbeeld in de agrarische sector of de horeca
  • Als het gezin in geen van de schoolvakanties in één schooljaar met vakantie kan.
  • Als de extra vakantie niet in de eerste twee weken van het schooljaar valt.
  • De extra vakantie is nooit langer dan tien dagen. Alleen de directeur mag toestemming geven, de leerplichtambtenaar niet.

Verder lezen

Meisje zit moeizaam te leren

Zorgen over volgend schooljaar? Bespreek ze nu

12 juni 2017 | Reacties (0)

Als je kind niet zo’n lekker jaar gehad heeft op school, kijk je waarschijnlijk extra uit naar de zomervakantie. Na de vakantie, in een nieuwe groep, met een nieuwe leerkracht, zal het vast beter gaan. Hoop je. Maar wist je dat je daarvoor nu al de basis kunt leggen? Door nu alvast even te overleggen met de nieuwe leerkracht.

Meisje zit moeizaam te leren

Soms duurt een schooljaar lang. Je kind heeft moeite om mee te komen, zit niet lekker in zijn vel, of heeft juist behoefte aan extra uitdaging. Je hebt misschien al heel wat gesprekken gevoerd op school, of in het laatste tienminutengesprek komen zaken naar voren die aandacht verdienen. Niet meer dit schooljaar, natuurlijk. Want dat zit er bijna op (en eerlijk gezegd ben jij er als ouder er ook wel een beetje klaar mee). Maar volgend schooljaar. “Ik zal het doorgeven bij de overdracht”, zeggen leerkrachten vaak.

Mooi! Het probleem is gezien, de oplossing volgt. Vaak verlopen gesprekken met de leerkracht aan het eind van het schooljaar heel prettig. De leerkracht heeft je kind een heel jaar in de klas gehad, kent je kind inmiddels door en door en voelt zich enorm betrokken bij je kind. De toezegging om jouw kind goed over te dragen aan de volgende leerkracht is dan ook echt geen loze belofte. En de nieuwe leerkracht zal hier ook beslist voor open staan. Die wil ook het beste voor de kinderen die bij hem of haar in de klas komen.

Voorkom dat er tijd verloren gaan aan wennen en aftasten

Toch gaan er aan het begin van een schooljaar vaak kostbare weken verloren. Soms maken kinderen hierdoor zo’n valse start – zeker als ze met hoge verwachtingen aan het nieuwe schooljaar zijn begonnen – dat het de rest van het jaar maar moeilijk weer goed kan komen. Vaak worden de eerste weken van het schooljaar gebruikt om te wennen. De leerkracht moet de kinderen nog leren kennen en kijkt de zaken eerst eens een tijdje aan.

Van de beloftes en toezeggingen die voor de vakantie, door de oude leerkracht, zijn gedaan, merk je nog maar weinig. Als ouder gun je de nieuwe juf of meester ook vaak even de tijd om te wennen; je wilt niet meteen in de eerste weken al aan de bel trekken. Tegen de tijd dat er dan wel actie wordt ondernomen, is het alweer bijna herfstvakantie. Dan moet er vaak het een ander op papier worden gezet, wat ook weer tijd kost. Met een beetje pech worden pas tegen de kerstvakantie de afspraken nagekomen waar al voor de zomervakantie over is gesproken!

Overdreven? Helaas niet. Het hierboven geschetste scenario komt maar al te vaak voor. (Het hoeft niet, hoor! Soms gaat het allemaal ook prima.) Dat is geen onwil van de leerkrachten, het wil ook niet zeggen dat je kind op een slechte school zit, maar het is de weerbarstigheid van de dagelijkse schoolpraktijk. Waar goede bedoelingen kunnen sneuvelen in de drukte van alledag.

begin schooljaar, leerkracht leert kinderen kennen

Aan het begin van het schooljaar moet de leerkracht de kinderen nog leren kennen.

Overleg met de huidige en nieuwe leerkracht

De oplossing is simpel: probeer nog voor de zomervakantie een overlegje te plannen met de huidige leerkracht en de leerkracht van volgend jaar. Dat hoeft maar tien minuten te duren, maar kan enorm helpen om te voorkomen dat er kostbare schoolweken worden verspild. Ga heel even bij elkaar zitten om te bespreken wat jouw kind volgend schooljaar nodig heeft. Vraag om daar gelijk vanaf dag één oog voor te hebben. Laat de huidige leerkracht even kort vertellen wat zijn of haar bevindingen en aanbevelingen zijn. Spreek af om in het nieuwe schooljaar na een paar weken met de leerkracht te overleggen over hoe het gaat.

Zo’n gesprekje heeft heel veel voordelen:

  • Een prettige sfeer: er is nog een probleem of conflict; het gesprek wordt gevoerd omdat iedereen het beste voor heeft met je kind.
  • De huidige leerkracht kan zijn kennis over jouw kind goed overdragen en is nog volop betrokken (na de zomervakantie ligt zijn of haar focus bij de nieuwe groep).
  • De nieuwe leerkracht heeft jouw kind gelijk in de kijker en zal straks veel bewuster kijken naar je kind en zijn of haar specifieke behoeftes.
  • Je hebt de nieuwe leerkracht alvast leren kennen; elkaar aanspreken is straks veel gemakkelijker.
  • Er is al een vervolgafspraak gemaakt;

Gebruik dit gesprek om je zorgen over je kind te uiten. Spreek je vertrouwen uit in de nieuwe leerkracht en geef aan dat je er samen voor wilt zorgen dat je kind volgend jaar een goed schooljaar heeft. Vraag ook wat je zelf kunt doen en waar je op moet letten om tijdig signalen te herkennen dat het niet goed gaat. Het legt de basis voor een goede start van het nieuwe schooljaar.

 

‘De juf heeft een hekel aan mijn kind’

Soms botert het gewoon niet. Niet tussen kind en leerkracht, niet tussen leerkracht en ouders en vaak niet tussen leerkracht en kind plus ouders. Dan zul je extra blij zijn dat het schooljaar er bijna op zit. Eindelijk verlost van deze juf of meester!

Maar… wat gaat de huidige leerkracht aan de nieuwe leerkracht vertellen? Dat jouw kind zo vervelend, druk, storend, onoplettend, onaardig, enzovoort is? Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt dat de nieuwe meester of juf met een frisse blik naar jouw kind kijkt en hopelijk wel ziet wat een lief en leuk kind het is. En wél begrijpt waaraan jouw kind behoefte heeft en daarop inspeelt. Wél een warme band krijgt met je kind.

Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt over welke informatie de huidige leerkracht gaat doorgeven over jouw kind. Toch blijkt vaak dat ouders zich voor niets zorgen maken. Ook een leerkracht die jouw kind niet zo erg mag, kan professioneel genoeg zijn om een goede, objectieve overdracht te verzorgen. En de nieuwe leerkracht zal beslist luisteren naar wat zijn collega te vertellen heeft, maar zal vooral zelf zijn mening willen vormen.

Vergeet niet dat leerkrachten dit soort situaties jaar in, jaar uit meemaken. Zij weten als geen ander dat de ene docent een betere klik kan hebben met een kind dan de andere. Sterker nog, veel juffen en meesters zien het als een uitdaging om de ‘moeilijke gevallen’ een goed schooljaar te bezorgen.

Toch kan ook in dit geval verstandig zijn om alvast eens even contact te leggen met de nieuwe leerkracht. Vertel dat je kind niet zo’n prettig schooljaar heeft gehad (hou het wat vaag, ga niet klagen over de huidige juf of meester). Vraag of je in het nieuwe schooljaar na een paar weken even kunt bespreken hoe het gaat. Zo’n gesprekje kan heel nuttig zijn.

Verder lezen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hogere scores op centrale eindtoets

10 mei 2017 | Reacties (0)

De centrale eindtoets is dit jaar beter gemaakt dan vorig jaar. Dat meldt het College voor Toetsten en Examens, die deze eindtoets afneemt. De gemiddelde behaalde score ligt dit jaar met 535,6 iets hoger dan in 2016, toen gemiddeld 534,9 werd behaald. Vijf leerlingen maakten de toets foutloos, tegenover 0 in 2016.

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6, een score die past bij het schooladviesgemengde/theoretische leerweg en havo. In 2016 was gemiddelde score 534,9. Vorig jaar maakte geen enkele leerling de toets foutloos, dit jaar lukte dat vijf kinderen. Het CvtE onderzoekt nog hoe het komt dat leerlingen dit jaar iets hoger scoren.

Ruim 22.000 minder kinderen maken centrale eindtoets

Hoewel de afname van een eindtoets in groep 8 verplicht is, hoeft dit niet per se de Centrale Eindtoets te zijn, die in opdracht van CvTE is gemaakt door Cito. Ongeveer 40 procent van de scholen kiest voor een van de andere eindtoetsen, zoals IEP en Route8. Ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal leerlingen dat de Centrale Eindtoets maakte met 22.000.

 

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Centrale Eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Bijna eerderde van de leerlingen heeft een hogere score op de Centrale Eindtoets gehaald dan op basis van het afgegeven schooladvies werd verwacht. Een vergelijkbaar aantal kinderen heeft de toets juist minder goed gemaakt dan verwacht.

Verder lezen

dyscalculie

Wat is dyscalculie?

18 april 2017 | Reacties (0)

Mara (11) zit in groep 7. Al vanaf groep 3 is rekenen voor haar een enorme opgave. De tafels heeft ze nooit onder de knie gekregen en de staartdelingen die ze nu moet oefenen voelen als een marteling. Mara heeft dyscalculie.

kind met dyscalculieDyscalculie staat voor hardnekkige problemen met (leren) rekenen. Kinderen met dyscalculie zijn slim genoeg om het rekenen te begrijpen, maar ze hebben ernstige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. Klokkijken, een routebeschrijving lezen, blokjes tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf, maar het lukt kinderen met dyscalculie niet.

Als een kind dyscalculie heeft, kent het bijvoorbeeld niet de namen van de getallen of lukt het ook na eindeloos oefenen niet om de tafels te leren. Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie en tijdsbesef. Ook plannen kost vaak veel moeite, omdat het inschatten van tijd erg lastig is.

Er zijn drie soorten dyscalculie:

  • moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen
  • cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten
  • de rekenregels niet (meer) beheersen
dyslectie dyscalculie

Dyscalculie komt vaak voor samen met dyslexie.

Net als dyslexie is dyscalculie voor een groot deel erfelijk, met een neurologische achtergrond. Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook nog een andere stoornis, zoals dyslexie en ADHD. Kinderen met dyscalculie hebben aan het eind van de basisschool vaak een rekenachterstand van minstens twee jaar.

Om vast te stellen of je kind daadwerkelijk dyscalculie heeft, is onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog nodig. Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyscalculieverklaring’, waardoor je kind bijvoorbeeld een tafelkaart of een rekenmachine mag gebruiken en extra tijd krijgt bij het maken van toetsen. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan.

Toen Mara in groep 3 en 4 ondanks veel oefenen moeite bleef houden met rekenen, is ze getest op dyscalculie. “Ze deed zo haar best, maar het rekenen automatiseerde ze totaal niet. We hebben al uren geoefend met eenvoudige sommetjes en de tafels, maar het lijkt wel alsof ze elke dag helemaal opnieuw moet beginnen”, vertelt haar moeder Laurentien. Toen de diagnose ‘dyscalculie’ werd gesteld, voelde dat als een opluchting. “Vooral voor Mara, die het gevoel had dat ze dom was en tekortschoot. Maar het probleem wordt er natuurlijk niet minder van.”

Bij toetsen mag Mara nu een tafelkaart gebruiken. Dat helpt wel, maar niet voldoende. Als de rekensom te complex wordt, raakt ze de kluts helemaal kwijt en weet ze bijvoorbeeld niet eens meer wat 9 min 7 is. “De staartdelingen die nu geoefend worden, overziet Mara helemaal niet”, zegt Laurentien. “Daar wordt ze zelf ook heel ongelukkig en gefrustreerd van. Het is best verdrietig om dat te zien en te beseffen dat ze dit altijd moeilijk zal blijven vinden.”

Hoe herken je dyscalculie?

dyscalculie tellen met vingersHoe eerder dyscalculie herkend wordt, hoe eerder je kind gericht kan worden geholpen. Bij kleuters kunnen de eerste signalen al worden opgepikt. Waar andere kleuters spelenderwijs leren over hoeveelheden en begrippen leren als ‘meer’ en ‘minder’, blijft dit bij deze kinderen achter. Vaak hebben ze ook geen zin om met tellen en cijfers aan de slag te gaan, maar kiezen ze liever voor een andere activiteit. In groep drie valt bijvoorbeeld op dat een kind moeite heeft om getallen goed te schrijven of lezen en zijn vingers blijft gebruiken waar de rest van de klas al met tientallen rekent.

Juist het vóórkomen van vroege rekenproblemen is belangrijk bij het vaststellen van dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben al voor ze zeven jaar oud zijn moeite met rekenen. Een uitzondering zijn hoogbegaafde kinderen met dyscalculie. Bij hun blijven de problemen vaak verborgen tot in groep 5 of later. Bij kinderen die pas in groep 6 voor het eerst tegen rekenproblemen aanlopen – ze struikelen bijvoorbeeld over breuken – zal geen sprake zal zijn van dyscalculie.

Vrijwel alle kinderen met dyscalculie hebben een hartsgrondige hekel aan rekenen. Veel kinderen ontwikkelen ook faalangst, omdat het ze maar niet lukt om op rekengebied succesjes te boeken.

Pas op voor doe-het-zelf-diagnoses. Niet ieder kind dat slecht is in rekenen, heeft dyscalculie. Dyscalculie komt slechts bij gemiddeld één op de 50 kinderen voor. Dat betekent dat de meeste kinderen die slecht zijn in rekenen geen dyscalculie hebben, maar gewoon zwak zijn in rekenen.

Wat kun je thuis doen?

Als jouw kind dyscalculie heeft, zal de school je misschien vragen om thuis extra te oefenen. Wellicht ben je daarom geneigd om verder alles wat met rekenen te maken heeft maar een beetje weg te houden bij je kind. Toch kun je thuis op een speelse manier veel doen om je kind te helpen met rekenen. Vraag je kind bij het koken om ingrediënten af te wegen met een maatbeker en keukenweegschaal. Praat over de datum op de kalender. Koop Lego en ander constructiespeelgoed, speel spelletjes met dobbelstenen

Samen met je kind kun je dit filmpje over dyscalculie bekijken van Het Klokhuis:

35-Het klokhuis-Wat is dyscalculie?

Het Klokhuis Dyscalculie 5-3-2015

Heeft je kind recht op het gebruik van rekenmachine of tafelkaart?

Zoals hiervoor al aangegeven, bepaalt de school zelf of en welke hulpmiddelen je kind mag gebruiken. Veel ouders vragen zich af hoe dat zit bij Cito-toetsen. Geeft een dyscalculieverklaring daarbij automatisch recht op het gebruik van hulpmiddelen? Het antwoord is: nee.

Sterker nog: Cito adviseert scholen juist om géén hulpmiddelen te laten gebruiken omdat de toets dan niet meer doet waarvoor hij is bedoeld: het meten van vaardigheden in vergelijking met leeftijdsgenoten en op basis van de uitkomsten het onderwijsaanbod aan de leerling afstemmen. Cito schrijft zelf in een advies aan de scholen: “Als een leerling bij het maken van de rekentoets een rekenmachine zou gebruiken, dan krijgt u daarover niet meer de juiste informatie: kan een leerling nu écht goed optellen over het tiental of kan hij dat goed uitrekenen met een rekenmachine?”

Meer informatie over dyscalculie

Als jouw kind extra zorg en aandacht nodig heeft, zul je behoefte hebben aan meer informatie. Er zijn veel organisaties die je kunnen voorlichten over de specifieke situatie van je kind. Hét startpunt is Oudervereniging Balans. Balans geeft een eigen magazine uit en heeft een uitstekende website met zeer uitgebreide, betrouwbare informatie over leer- en gedragsstoornissen, waar je ook allerlei brochures kunt downloaden. Ook (0800) 5010, het gratis informatienummer van de overheid, kan je goed verder helpen. Bijvoorbeeld met een verwijzing naar de goede organisatie of regelingen die in jullie situatie van toepassing zijn.www.balansdigitaal.nl, www.5010.nl

Bronnen:

Verder lezen