redactie

rss feed

Geld maakt kinderen gelukkig, vooral jongens

Geld maakt kinderen gelukkig, vooral jongens

27 maart 2017 | Reacties (0)

Kinderen hebben liever veel geld dan dat ze spullen hebben. Maar liefst driekwart van de kinderen heeft liever een volle spaarpot dan spullen. Dat blijkt uit onderzoek van Deloitte onder ruim 500 kinderen. Deloitte initieerde het onderzoek in het kader van de Week van het Geld, die vandaag van start is gegaan.

Vooral jongens zijn gek op geld. 66 procent van de jongens in de leeftijd van tien tot en met twaalf jaar vindt dat geld gelukkig maakt. Bij meisjes ligt dit percentage veel lager (49%).

Meeste kinderen krijgen zakgeld

Uit het onderzoek blijkt verder dat 76 procent van de kinderen tussen de tien en twaalf jaar zakgeld krijgt. Gemiddeld krijgen zij 13 euro zakgeld per maand. Kinderen blijken fanatieke spaarders, want 80 procent geeft aan te sparen. Ze sparen gemiddeld 9 euro per maand. Het merendeel van de kinderen (88%) vindt het belangrijk om te sparen, omdat ze geld willen hebben voor later (51%), ze dan iets duurs kunnen kopen (41%) en leuke dingen kunnen doen (37%).

Kinderen alert op vloggers

Niet alleen vriendjes en vriendinnetjes (50%) en reclame (42%) inspireren kinderen om producten te kopen, ook vloggers (20%) blijken een belangrijke inspiratiebron. De invloed van vloggers verschilt per leeftijd: met name twaalfjarigen laten zich beïnvloeden door vloggers (25%); elfjarigen (18%) en tienjarigen (18%) in mindere mate. Vloggers inspireren kids met name om computergames te kopen, maar ook kleding, schoenen en sieraden en gadgets zoals iPad’s en smartphones. Ondanks alle inspiratie blijft het overgrote deel van de kinderen alert; negen op de tien kinderen weet dat vloggers geld krijgen voor het promoten van producten.

Verder blijkt uit het onderzoek dat:

• kinderen vinden dat geld gelukkig maakt omdat ze dan alle leuke dingen kunnen doen die ze willen (58%) en ze dan alles kunnen kopen wat ze willen (53%);
• 39 procent van de kinderen zich rijk voelt als ze gezond zijn;
• 4 procent liever hun leven lang een vast bedrag krijgt per maand dan 1 miljoen euro in één keer;
• bijna de helft van de kinderen weleens iets online koopt;
• 77 procent liever zelf hun geld verdient dan dat ze het van iemand krijgen.

Over het Nationaal Geldexamen

De Week van het Geld is een jaarlijks initiatief van het platform Wijzer in Geldzaken en vindt plaats van 27 tot en met 31 maart.  Dit jaar faciliteert Deloitte voor de zesde keer het Nationaal Geldexamen tijdens deze week. Het Nationaal Geldexamen is een initiatief van Deloitte en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nibud en Uitgeverij Zwijsen. Het leert kinderen uit groep zeven en acht bewust met geld omgaan en bereidt ze voor op de stap naar het voortgezet onderwijs. Meer informatie over het Nationaal Geldexamen is beschikbaar via: www.geldexamen.nl.

Verder lezen

Langdurig ziek, toch onderwijs

Langdurig ziek, toch onderwijs

23 maart 2017 | Reacties (0)

De meeste ouders krijgen er gelukkig nooit mee te maken. Maar soms worden kinderen ernstig ziek of krijgen ze een ongeluk waardoor ze langere tijd in het ziekenhuis moeten blijven. Naar school gaan lukt dan niet, maar toch houdt je kind recht op onderwijs. In onderling overleg wordt bekeken wat mogelijk is en wat wenselijk is. Voor ernstige zieke kinderen is het vaak fijn om met school bezig te zijn. Het is hun lijntje met hun gezonde, normale leven en met hun vriendjes en vriendinnetjes in de klas.

De basisschool kan hierbij samenwerken met speciale consulenten, die werken bij een onderwijsadviesbureau of bij een van de zeven universitaire ziekenhuizen. Deze consulenten zijn verenigd in het landelijk netwerk ‘Ziek zijn en Onderwijs (Ziezon). Een onderwijsconsulent wordt meestal ingeschakeld door de school, maar dit kan ook door ouders/leerling. Kijk voor meer informatie op de website van het Landelijk Netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.

Dankzij moderne technologie is het tegenwoordig voor zieke kinderen veel gemakkelijker om in contact te blijven met hun klas dan vroeger. Ze kunnen vanuit hun ziekenhuisbed meekijken naar de rekenuitleg via een webcam, of een beurt krijgen via een Skype-verbinding.

Ook is er speciale ict-apparatuur waarmee zieke leerlingen zo veel mogelijk ‘in de klas’ zijn, ook al zijn ze fysiek elders. Je kind zit dan thuis achter een computer, maar is op beeldscherm levensgroot aanwezig in de klas. Daardoor kan je kind zelfs gewoon werken in groepjes en oogcontact hebben met klasgenoten en de leerkracht. Zie www.webchair.com en www.klassecontact.nl. De laatste ken je misschien wel uit het reclamespotje van KPN, dat Klassecontact in 2013 heeft overgenomen als maatschappelijk project:

 

Verder lezen

Kind ziet snel bloot en seks op internet

Kind ziet snel bloot en seks op internet

20 maart 2017 | Reacties (0)

Even iets opzoeken of bekijken op internet en oeps, een kind ziet bloot of seks. Volgens kenniscentrum Rutgers worden veel kinderen van 9 tot 12 jaar online geconfronteerd met bloot. Het kenniscentrum seksualiteit hield een peiling in samenwerking met het NOS Jeugdjournaal waaruit bleek hoe vaak kinderen op internet op seksualiteit stuiten, meestal zonder daar naar op zoek te zijn.

Zo zien kinderen bijvoorbeeld een vagina (34%), een stijve piemel (23%) of mensen die seks hebben (25%). De peiling komt op de eerste dag van de ‘Week van de Lentekriebels’, een landelijke projectweek waarin basisscholen relationele en seksuele vorming geven. Aan de peiling werkten 900 kinderen mee, geworven via het panel van No Ties.

Kinderen komen op verschillende manieren met online bloot- en seksbeelden in aanraking: 39% zoekt naar iets anders en ziet het ineens, bij 31% laten anderen de beelden zien, bij 25% verschijnt het zomaar op het scherm, 17% zoekt het zelf op. De meeste kinderen zien de beelden op computer, tablet of telefoon bij hun thuis (71%), ruim een derde (37%) bij een vriendje of vriendinnetje en 16% op school. Ze kwamen vooral via Google (41%) en YouTube (24%) bij deze beelden terecht. Bij het zien van de beelden kijkt een meerderheid van de kinderen (55%) wel even en klikt ze vervolgens weg, 21% blijft wat langer kijken en 19% klikt meteen weg. 

Meer dan de helft (55%) van de kinderen geeft aan daar op school géén les over te krijgen.

Op school weinig aandacht voor omgaan met online bloot

Rutgers vindt het zorgwekkend dat 40% van de kinderen in groep 8 aangeeft géén les te krijgen over hoe om te gaan met online bloot- en seksbeelden. Ton Coenen, directeur Rutgers, licht toe: “Deze kinderen staan op het punt om naar de middelbare school te gaan, waar ze niet alleen in aanraking kunnen komen met seksueel getinte beelden, maar bijvoorbeeld ook met sexting en grooming. Het is belangrijk dat zij al op de basisschool leren hoe ze hiermee kunnen omgaan, zodat ze voorbereid en weerbaar zijn.” 

Kinderen bespreken wat ze zien met ouders

Het merendeel van de kinderen (59%) geeft aan met hun ouders te praten als zij bloot- of seksbeelden hebben gezien. Ruim een kwart (28%) van de kinderen die deze beelden hebben gezien, geeft echter aan het aan niemand te vertellen. Hoe ouder ze zijn, hoe minder vaak ze het aan iemand vertellen. Van de 9-jarigen vertelt 16% het niet, van de 12-jarigen 39%.

Een filter op je laptop plaatsen helpt, maar is volgens Rutgers niet de oplossing. “Kinderen zijn niet alleen thuis online; ook bij vriendjes/vriendinnetjes en op school. Ga met kinderen in gesprek over wat je kunt tegenkomen en hoe je daarmee om kunt gaan, over hoe je online met elkaar omgaat en over hoe je online je grenzen bewaakt,” zegt Ton Coenen.

Rutgers roept scholen en ouders op om hier samen mee aan de slag te gaan. Scholen kunnen ouders ondersteunen bij de seksuele opvoeding door bijvoorbeeld ouderavonden te organiseren. In Nederland is seksualiteit en seksuele diversiteit sinds 2012 opgenomen als verplicht onderdeel in de kerndoelen voor het basisonderwijs. “Scholen zijn vrij om hier zelf invulling aan te geven, maar omgaan met seks in de media zou in het onderwijs zeker een plek moeten hebben.”

 

Week van de Lentekriebels

Van 20 t/m 24 maart 2017 vindt op basisscholen in heel Nederland weer de Week van de Lentekriebels plaats. Gedurende de projectweek leren de kinderen van groep 1 t/m 8 over hun lichaam, over relaties, omgaan met social media, en over zelfbeeld en seksuele weerbaarheid. Rutgers organiseert de projectweek in samenwerking met de GGD-en. In deze 11e editie staat het thema respect centraal. Meer staat op www.weekvandelentekriebels.nl. 

Verder lezen

Waarom doen jongens het slechter op school?

Waarom doen jongens het slechter op school?

20 maart 2017 | Reacties (0)

Jongens doen het steeds slechter op de basisschool. De laatste jaren is hun score op de eindtoets in groep 8 met 1,5 punt gehaald. Dat blijkt uit een analyse van de Citoresultaten door de Universiteit Twente (UT) en onderzoeksbureau Oberon, zo meldt het AD. Meisjes scoren sinds drie jaar hoger dan jongens.

De onderzoekers hebben geen verklaring voor de dalende scores van jongens, maar in het krantenartikel en in andere media zijn er diverse deskundigen die wel een idee hebben waardoor jongens op achterstand raken. Gedragsdeskundige Lauk Woltring is gespecialiseerd in jongens in het onderwijs. Hij wijt de dalende prestaties drie factoren: het ontbreken van contact met mannelijke rolmodellen, het onderwijs dat taliger is geworden en de gebrekkige manier waarop rekening wordt gehouden met de rijping van het jongensbrein, die anders verloopt dan bij meisjes.

Onderwijs steeds ‘taliger’

Hij krijgt bijval van andere deskundigen. Zo wijst emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio er in een vervolgartikel in het AD ook op dat het ‘talige’ onderwijs van tegenwoordig minder geschikt is van jongens. “Taal is nou juist niet de sterkste kant van jongens. Dat komt doordat het brein van jongens anders rijpt dan dat van meisjes.”

Op de meeste scholen wordt in groep 8 de Centrale Eindtoets afgenomen. Deze toets wordt gemaakt door Cito in opdracht van het College voor Toetsen en Examens. Net als de Cito-toets vroeger, bevatten de rekenopgaven veel verhaaltjessommen. In nieuwe eindstoetsen als IEP en Route8 speelt taal bij de rekenopgaven een veel minder grote rol. De makers van deze toetsen komen daarmee tegemoet aan de kritiek dat er te veel nadruk ligt op taal.

Weinig mannen voor de klas

Jongenspedagoog Maarten Willemsen herkent de nadruk op taal ook in de manier waarop juffen omgaan met leerlingen. Hij stelt dat jongens in hun identiteit worden onderdrukt omdat er bijna alleen maar juffen voor de klas staan. Kooiman is initiatiefnemer van de beweging Meestert!, die meer meesters voor de klas wil krijgen en houden. In februari startte Meestert! de campagne ‘Meesters maken het verschil’. De ambitie?  Zorgen dat kinderen minstens net zo vaak les krijgen van een meester als van een juf. “Meesters begrijpen jongens beter dan juffen, omdat ze zelf jongens waren.”

Jongensbrein is anders

De ontwikkeling van het brein verloopt bij jongens anders dan bij meisjes. “De ontwikkeling van de grote motoriek en de visuele en ruimtelijke ontwikkeling gaan sneller dan bij meisjes, maar verder is de breinontwikkeling van jongens in alles langzamer dan bij meisjes”,  zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. In de Verenigde Staten en Canada zijn om die reden de laatste jaren honderden scholen gesplitst in aparte meisjes- en jongensafdelingen, een idee dat in Nederlandse discussies over het onderwijs ook steeds weer opduikt.

Geen nieuw probleem

Over de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs en het steeds meer achterblijven van jongens, wordt al jaren gesproken en geschreven. Zo publiceerde Onderwijs Maak Je Samen in 2010 al een lang artikel met 33 tips voor leerkrachten om beter om te gaan met jongens in de school:

Tips voor beter omgaan met jongens in de school – Onderwijs Maak Je Samen

In onderstaand artikel beschrijf Lauk Woltring, expert op het gebied van ‘omgaan met jongens’, een reeks tips en handreikingen voor een fijne schoolomgeving voor zowel meisjes als jongens in jouw klas. Tips voor beter omgaan met jongens in de school: In zijn boek ‘Real Boys’ zegt William Pollack dat onze samenleving zich zorgen zou moeten maken …

 

 

Verder lezen

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

13 maart 2017 | Reacties (0)

Als kinderen de eindtoets in groep 8 beter maken dan verwacht, moet de school bekijken of het afgegeven schooladvies misschien naar boven moet worden bijgesteld. In de praktijk verandert het schooladvies echter niet zo vaak. Dat moet anders, vindt de Onderwijsinspectie. In een brief aan alle scholen heeft de inspectie de schoolbesturen hierop gewezen.

Kansengelijkheid

De mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen, is bedoeld om kinderen zo veel mogelijk kansen te bieden. In de praktijk blijkt echter dat bij slechts 1 op de 3 leerlingen met een duidelijk hogere toetsscore dan het schooladvies, het schooladvies ook daadwerkelijk wordt bijgesteld. Dit draagt onvoldoende bij aan de kansengelijkheid, stelt de Onderwijsinspectie.

Niet verplicht

De basisschool is niet verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen als een kind de eindtoets beter maakt dan verwacht. De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. Maar de school moet wel een afgewogen heroverweging van het advies maken en hier ook de ouders bij betrekken. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Lees of download Alles over de eindtoets

Speciaal voor ouders met kinderen in groep 8 hebben wij het boekje Alles over de eindtoets samengesteld. Daarin lees je alle ins en outs over de verschillende eindtoetsen, de uitslag en het schooladvies. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Wobbel, de 1000-dingen schommelplank

Wobbel, de 1000-dingen schommelplank

10 maart 2017 | Reacties (0)

Een gebogen plank met optioneel een laagje vilt of kurk eronder. Dat is de Wobbel. Een supersimpel ding dat ondanks een stevig prijskaartje bij steeds meer gezinnen op het verlanglijstje staat en steeds vaker opduikt in scholen. Tijd om de Wobbel eens uit te proberen.

We leggen de wiebelplank in de woonkamer bij het testgezin met vier wat oudere kinderen. Zonder uitleg, zonder toelichting. Want zo wordt de Wobbel aangeprezen: als een stuk balansspeelgoed dat de fantasie prikkelt en waar je intuïtief mee speelt. Laat maar gaan, laat maar ontdekken. En verbeter spelenderwijs de balans en grove motoriek.

En dat is ook precies wat er gebeurt. Zodra de 10-jarige tweelingtesters de Wobbel ontwaren, beginnen hun ogen te glimmen. Eerst maar eens erop staan, heen en weer schommelen. Zijwaarts, voorwaarts. Eerst voorzichtig, een beetje wankel, maar al snel volledig in balans en vol bravoure. Kunnen we er ook met zijn tweeën op? Daar is een kleine aanwijzing even op zijn plaats: als de Wobbel met de bolle kant naar boven ligt, mag dat wel, ligt de Wobbel met de bolle kant naar beneden, dan mag er maximaal één persoon tegelijk op.

Van hobbelpaard tot knuffel-lanceerinrichting

Binnen vijf minuten heeft de Wobbel al dienst gedaan als schommelplank, hobbelpaard, knikkerbaan, glijbaan en knuffel-lanceerinrichting. Ook lekker: de Wobbel met een kussen en een dekentje inrichten als wiebelbed-tv-kijk-plek.

In de twee weken dat de plank in huis staat, blijft hij een onbeschrijflijke aantrekkingskracht uitoefenen op alle huisgenoten. Iedere dag worden weer nieuwe toepassingen en spelletjes bedacht: kun je bijvoorbeeld met Kapla een bouwwerk bouwen dat schommelbestendig is? Antwoord: ja, dat kan, mits het aan een aantal voorwaarden voldoet. Het bouwwerk mag – zo wordt proefondervindelijk vastgesteld – niet te hoog zijn en de constructie moet bijna massief zijn. Al is geen bouwwerk bestand tegen schommelkracht 10…

Ook de pubers van 13 en 15 en de volwassenen in huis staan of zitten elke dag wel even op de Wobbel. Even schommelen werkt ontspannend. Al loop je na een kwartiertje staand wobbelend tv-kijken een dag later wel met lichte spierpijn in je billen (geen wonder dat fysiotherapeuten de plank gebruiken voor gerichte spier- en houdingsoefeningen). Zelfs de kat vindt het een spannend ding om onderdoor te kruipen of overheen te lopen. En daar hebben we gelijk het enige minpuntje gevonden aan de Wobbel: haren zijn moeilijk van de vilten onderkant te verwijderen.

Peuters en kleuters

Bij oudere kinderen is de Wobbel een doorslaand succes, zo leert deze ervaring. Maar hoe zit het met jongere kinderen? Vanaf welke leeftijd is de Wobbel leuk? Vanaf nul jaar, zeggen de makers van Wobbel. Afgaande op de enthousiaste verhalen op Facebook en YouTube klopt dat wel. Kijk maar eens hoeveel pret deze baby heeft als hij op dat gekke schommelding klautert:

Wobbel time!!

Dex is lekker aan het spelen met de wobbel!

Zeker is dat peuters en kleuters zich al helemaal kunnen uitleven met een Wobbel. De gebogen plank is een heerlijk hulpmiddel in fantasiespellen. Dan weer een brug waar de trein onderdoor rijdt, dan weer een poppenbedje. De Wobbel is een tafeltje, een hut, een opstapje bij het aanrecht. Het enige wat je nodig hebt voor een Wobbel is fantasie en zin om te ontdekken en bewegen. En laat dat nou net zijn wat jonge kinderen in overvloed hebben.

Degelijke uitvoering

Zoals gezegd in de inleiding: een Wobbel is niet goedkoop. De uitvoering met vilt aan de onderkant (beschermt de vloer) kost 132 euro. Daarmee haal je wel een stuk speelgoed in huis, waarvan je kind echt jarenlang plezier kan hebben (en dat je zelf kan gebruiken als trainingapparaat). De Wobbel is gemaakt van hoogwaardig materiaal (18 lagen geperst beukenhout) en is heel netje afwerkt, met gladde afgeronde randen. Hij is verkrijgbaar in meerdere kleuren en wordt geleverd in een stevige doos, met een A4-tje waarop een paar veiligheids- en onderhoudstips staan. Naast de standaardmaat (maximale belasting 100 kg) is er ook een XL-variant die 200 kg aan kan.

Waar koop je de Wobbel?

De Wobbel is te koop in de webwinkel van Heutink

 

Over Wobbel

Het idee van het Wobbel is niet nieuw. Het komt oorspronkelijk uit het Waldorf-onderwijs, de internationale naam voor wat in Nederland de Vrije School heet. Daar heet de plank  een rocker board, maar die werd niet meer gemaakt. Reden voor Hannelore Blaauw en Wouter Haine om samen de Wobbel te ontwikkelen.

De eerste Wobbels waren eind 2015 klaar en sindsdien gaat het hard. De wiebelplank is niet alleen populair in gezinnen met jonge kinderen, maar ook in de kinderopvang en op scholen. Voor het onderwijs is er tegenwoordig ook een aparte uitvoering met een staplank over de boog heen; actieve kinderen kunnen daar op staan.

Zie ook www.wobbel.eu

 

 

Verder lezen

Dossier: tafels leren en oefenen

Dossier: tafels leren en oefenen

6 maart 2017 | Reacties (0)

In groep 4 en 5 leert je kind de tafels van vermenigvuldiging. Voor sommige kinderen is dat een makkie, maar de meeste kinderen moeten flink oefenen voor ze alle tafels goed genoeg hebben geleerd. In ons dossier Tafels leren en oefenen vind je achtergrondinformatie over waarom die tafels zo belangrijk zijn en hoe het leerproces verloopt en heel veel tips om thuis de tafels te oefenen, van zingend en bewegend oefenen tot spelenderwijs tafels leren met een leuke app:

Verder lezen

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

13 februari 2017 | Reacties (0)

Steeds meer kinderen in Nederland krijgen de diagnose dyslexie. Het gaat tegenwoordig om zo’n 15 procent van de kinderen. Al langer rijst de vraag hoe terecht die diagnose is. Een aantal hoogleraren heeft daar een schepje bovenop gedaan door in het AD te stellen dat de leesproblemen van veel kinderen het gevolg zijn van slecht onderwijs.

Hoogleraar Anna Bosman (Radboud Universiteit Nijmegen) doet al sinds 2007 onderzoek naar dyslexie. Ze wijt de dyslexie-epidemie aan één oorzaak: “Er wordt gewoon te weinig geoefend”, zegt ze. “Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Wat is dyslexie?

Dyslexie betekent letterlijk ‘niet kunnen lezen’. Dyslexie is een leerstoornis die ervoor zorgt dat je kind hardnekkige problemen heeft met lezen, spellen en ook schrijven. Ook het snel kunnen verwerken van informatie en bijvoorbeeld de tafels leren of iets opzoeken in een woordenboek kunnen moeizaam gaan.

Voordat gesproken wordt over dyslexie, wordt eerst nagegaan of er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen van je kind kunnen verklaren. Dyslexie kan alleen door een orthopedagoog of een psycholoog worden vastgesteld.

Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyslexieverklaring’. Kinderen met zo’n verklaring krijgen meer faciliteiten. Ze mogen bijvoorbeeld langer over proefwerken of toetsen doen en krijgen opgaven in een groter lettertype. Ook zijn er (ict-)hulpmiddelen die kinderen met dyslexie kunnen helpen.

Bij dyslexie sprake is van een erfelijke factor. Als jij dyslexie hebt, of je partner, is de kans veertig tot vijftig procent dat jullie kind ook dyslectisch is. Zijn jullie beiden dyslectisch, dan is de kans zelf tachtig procent.

Kinderen met ernstige enkelvoudie dyslexie kunnen een dyslexiebehandelinge volgen: ze gaan dan 1,5 jaar lang 5 keer per week oefenen. Dat is intensief, maar ze boeken wel vooruitgang.

Zorgelijk stijging

Op grond van onderzoek hebben wetenschappers vastgesteld dat in Nederland bij 3,6 procent van de kinderen sprake is van ‘ernstige enkelvoudige dyslexie’. Volgens internationaal onderzoek is een dyslexiepercentage van rond de 10 normaal.

In 2011 kreeg nog zo’n 10 procent van de leerlingen een dyslexieverklaring, in 2015 was dat al bijna 15 procent. Het aantal kinderen dat de eindtoets in groep 8 doet met een dyslexieverklaring wordt steeds hoger. Eind vorig jaar gaven minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker al aan die ontwikkeling zorgelijk te vinden. Ze houden er rekening mee dat sommige leerlingen ten onrechte het etiket dyslexie hebben gekregen.

Daar lijkt de recente stellingname van de hoogleraren hen gelijk in te geven. Volgens Anna Bosman wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht als er leerproblemen zijn. “We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.” Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen met sprongen vooruitgaan. “Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat”, zegt ze in het AD.

Zo ver wil haar collega-hoogleraar Ben Maassen, ook een autoriteit op het gebied van dyslexie, niet gaan. Volgens bestaat erfelijke dyslexie wel degelijk, maar dat heeft maar minder dan 5 procent van de kinderen.

Niet minder lezen, maar juist méér

Er bij kinderen met een dyslexieverklaring sprake van een vreemde paradox. Ze hoeven op school juist minder te lezen en spellen, terwijl bekend is dat oefenen veel problemen oplost of verkleint. Dyslexie-expert en hoogleraar Kees Vernooy begeleidde in 2006 het Leesverbeterplan op 45 Enschedese basisscholen. Dyslexie en laaggeletterdheid verdwenen onder de 10.000 leerlingen als sneeuw voor de zon. “De scheiding tussen laaggeletterdheid en dyslexie is flinterdun”, zegt Kees Vernooy in dagblad Tubantia.

Vernooy wijst erop dat dyslexieverklaringen vooral voorkomen bij kinderen van hoogopgeleide ouders. Die zijn vaak mondig en dus in staat om zo’n dyslexieverklaring te verkrijgen.” Vernooy heeft het over ‘pseudodyslecten’.

 

 

Verder lezen

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

1 februari 2017 | Reacties (0)

De verschillende eindtoetsen voor groep 8 geven niet allemaal dezelfde uitkomst van een het niveau van een leerling, terwijl dat wel zou moeten. Dat blijkt uit een analyse van de toetsresulaten van vorig jaar. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) heeft dat aan de Tweede Kamer laten weten.

Van Citoscore naar diploma

Alle scholen zijn verplicht om in groep 8 een eindtoets af te nemen. De afgelopen twee jaar waren er drie goedgekeurde toetsen: centrale eindtoets, IEP Eindtoets en Route8. Dit schooljaar zijn het er zelfs zes. De toetsen zijn allemaal verschillend en leggen andere accenten.

Toetswijzer

De vraag rijst dan al snel: zijn die toetsen eigenlijk wel vergelijkbaar? In principe zou dat wel het geval moeten zijn. Alle eindtoetsen zijn namelijk gebaseerd op de officiële toetswijzer, die namens de overheid is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens. Welke eindtoets de school ook kiest, de toets zou altijd dezelfde type scores moeten opleveren, die onderling vergelijkbaar zijn, ook al worden er verschillende schaalwaarden gebruikt.

Nu blijkt het in de praktijk dus toch een beetje anders te liggen. Leerlingen die de toets van ROUTE 8 maakten kregen gemiddeld een lager advies, terwijl de IEP Eindtoets juist iets hogere adviezen geeft voor de middelbare school. Dit lag niet aan de achtergrond van de betreffende leerlingen maar aan een verschil in normering tussen de toetsen en de vrij ruime interpretatiemogelijkheden van de regels.

Het ministerie van Onderwijs werkt voor volgend jaar aan een oplossing. Een zogeheten expertgroep gaat de toestenmakers helpen om de uitkomst van de eindtoetsen op één lijn te krijgen. De PO-Raad (basisschoolbesturen) is daar blij mee. “De toekomst van een kind mag natuurlijk niet afhangen van het type eindtoets dat een leerling maakt”, aldus een woordvoerder in NRC.

Zes eindtoetsen in 2017

Dit schooljaar kunnen scholen kiezen uit zes verschillende eindtoeten:

  • de centrale eindtoets (Cito)
  • de IEP eindtoets
  • Route8
  • de AMN Eindtoets
  • de CESAN Eindtoets
  • Dia-eindtoets

Verder lezen