redactie

rss feed

Luxeverzuim boete vakantie

Dagje eerder op vakantie kost 100 euro per kind

19 juni 2017 | Reacties (0)

Vakantie aan het plannen? Dan kan de verleiding groot zijn om een dag vóór de schoolvakantie te vertrekken. Lekker voor de drukte uit. Of nog net even een goedkopere vlucht meepikken. Aantrekkelijk? Bedenk dan dat een dagje eerder weg een duur grapje kan worden. Dit wordt luxeverzuim genoemd en kan je op een boete van 100 euro per kind (per dag) komen te staan.

 

‘Maar ze doen toch niets meer op de laatste schooldag…’

Het mag niet. Echt niet. Daar is de leerplichtwet heel duidelijk over. Dat er op zo’n laatste schooldag voor de vakantie vaak geen normale lessen zijn (“ze doen toch niets meer op school, die dag kunnen de kinderen ook wel missen”) maakt daarbij niet uit. En ook niet dat op het vakantiepark waar je naartoe gaat vrijdag de ‘wisseldag’ is. Sta er ook bij de stil dat de laatste voor je kind best belangrijk kan zijn: de laatste schooldag is een feestje; het schooljaar wordt gezamenlijk afgesloten en de klas begint samen aan de grote vakantie.

Ziekgemeld? Dat wordt gecontroleerd

Als de school vermoedt dat er sprake is van luxeverzuim, wordt er melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar. Maar de afgelopen jaren zijn leerplichtambtenaren ook zelf steeds strenger gaan controleren op luxeverzuim. Met speciale acties op de laatste dag voor de vakantie gaan ze na of alle kinderen wel netjes op school zitten. Is een kind toevallig net die dag ziekgemeld? Dan controleert de leerplichtambtenaar of het kind wel echt ziek is.

Blijkt het gezin stiekem al op vakantie gegaan, dan wordt hier melding van gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Zelfs een halve dag ongeoorloofd verzuim wordt al doorgegeven. Ook op Schiphol lopen leerplichtambtenaren rond om na te gaan of er geen leerplichtige kinderen inchecken op een tijdstip dat ze nog op school horen te zitten.

‘Die boete kan wel uit’

De boetes voor luxeverzuim zijn op 1 januari 2014 verdubbeld. Eerder namen vooral rijkere ouders de gok nog wel eens. En als je een beetje slimme vlucht boekte, kon de boete er nog wel van af. Met een boete van 100 euro per kind per dag ligt dat wel anders. In totaal kan het boetebedrag zelfs oplopen tot maximaal 1800 euro voor twee weken. Maken ouders het heel bont met luxeverzuim, dan kan zelfs een (voorwaardelijke ) hechtenis worden opgelegd.

‘Maar het mag van de directeur…’

Sommige schooldirecteuren geven vrij gemakkelijk toestemming om eerder op vakantie te gaan. Je kunt als ouders natuurlijk altijd om een verlofbriefje vragen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Maar ook nu geldt: het mag niet en de leerplichtambtenaar controleert streng. Word je ‘betrapt’, dan heb je in dit geval als ouders geen probleem. De schooldirecteur die buiten de regels om verlofbriefjes heeft uitgeschreven, is wel de klos. Want er wordt melding van gemaakt bij de Onderwijsinspectie.

Controle op eerste schooldag

Ook een dag langer wegblijven van school mag niet. En ook dat controleren de leerplichtambtenaren steeds nauwgezetter. In veel plaatsen gaan ze op de eerste schooldag na de vakantie bij scholen langs om te checken of de leerlingen wel echt aanwezig zijn. Kinderen van wie de school aangeeft dat ze om onbekende reden niet op school zijn, worden thuis bezocht. Als er niemand thuis is, laat de leerplichtambtenaar een brief achter waarop ouders nog dezelfde dag moeten reageren.

In het schooljaar 2014-2015 waren er volgens het Nederlands Jeugdinstituut 6.429 gemelde gevallen van luxeverzuim. Dat is ongeveer negen procent van alle spijbelgevallen.

Verder lezen

Meisje zit moeizaam te leren

Zorgen over volgend schooljaar? Bespreek ze nu

12 juni 2017 | Reacties (0)

Als je kind niet zo’n lekker jaar gehad heeft op school, kijk je waarschijnlijk extra uit naar de zomervakantie. Na de vakantie, in een nieuwe groep, met een nieuwe leerkracht, zal het vast beter gaan. Hoop je. Maar wist je dat je daarvoor nu al de basis kunt leggen? Door nu alvast even te overleggen met de nieuwe leerkracht.

Meisje zit moeizaam te leren

Soms duurt een schooljaar lang. Je kind heeft moeite om mee te komen, zit niet lekker in zijn vel, of heeft juist behoefte aan extra uitdaging. Je hebt misschien al heel wat gesprekken gevoerd op school, of in het laatste tienminutengesprek komen zaken naar voren die aandacht verdienen. Niet meer dit schooljaar, natuurlijk. Want dat zit er bijna op (en eerlijk gezegd ben jij er als ouder er ook wel een beetje klaar mee). Maar volgend schooljaar. “Ik zal het doorgeven bij de overdracht”, zeggen leerkrachten vaak.

Mooi! Het probleem is gezien, de oplossing volgt. Vaak verlopen gesprekken met de leerkracht aan het eind van het schooljaar heel prettig. De leerkracht heeft je kind een heel jaar in de klas gehad, kent je kind inmiddels door en door en voelt zich enorm betrokken bij je kind. De toezegging om jouw kind goed over te dragen aan de volgende leerkracht is dan ook echt geen loze belofte. En de nieuwe leerkracht zal hier ook beslist voor open staan. Die wil ook het beste voor de kinderen die bij hem of haar in de klas komen.

Voorkom dat er tijd verloren gaan aan wennen en aftasten

Toch gaan er aan het begin van een schooljaar vaak kostbare weken verloren. Soms maken kinderen hierdoor zo’n valse start – zeker als ze met hoge verwachtingen aan het nieuwe schooljaar zijn begonnen – dat het de rest van het jaar maar moeilijk weer goed kan komen. Vaak worden de eerste weken van het schooljaar gebruikt om te wennen. De leerkracht moet de kinderen nog leren kennen en kijkt de zaken eerst eens een tijdje aan.

Van de beloftes en toezeggingen die voor de vakantie, door de oude leerkracht, zijn gedaan, merk je nog maar weinig. Als ouder gun je de nieuwe juf of meester ook vaak even de tijd om te wennen; je wilt niet meteen in de eerste weken al aan de bel trekken. Tegen de tijd dat er dan wel actie wordt ondernomen, is het alweer bijna herfstvakantie. Dan moet er vaak het een ander op papier worden gezet, wat ook weer tijd kost. Met een beetje pech worden pas tegen de kerstvakantie de afspraken nagekomen waar al voor de zomervakantie over is gesproken!

Overdreven? Helaas niet. Het hierboven geschetste scenario komt maar al te vaak voor. (Het hoeft niet, hoor! Soms gaat het allemaal ook prima.) Dat is geen onwil van de leerkrachten, het wil ook niet zeggen dat je kind op een slechte school zit, maar het is de weerbarstigheid van de dagelijkse schoolpraktijk. Waar goede bedoelingen kunnen sneuvelen in de drukte van alledag.

begin schooljaar, leerkracht leert kinderen kennen

Aan het begin van het schooljaar moet de leerkracht de kinderen nog leren kennen.

Overleg met de huidige en nieuwe leerkracht

De oplossing is simpel: probeer nog voor de zomervakantie een overlegje te plannen met de huidige leerkracht en de leerkracht van volgend jaar. Dat hoeft maar tien minuten te duren, maar kan enorm helpen om te voorkomen dat er kostbare schoolweken worden verspild. Ga heel even bij elkaar zitten om te bespreken wat jouw kind volgend schooljaar nodig heeft. Vraag om daar gelijk vanaf dag één oog voor te hebben. Laat de huidige leerkracht even kort vertellen wat zijn of haar bevindingen en aanbevelingen zijn. Spreek af om in het nieuwe schooljaar na een paar weken met de leerkracht te overleggen over hoe het gaat.

Zo’n gesprekje heeft heel veel voordelen:

  • Een prettige sfeer: er is nog een probleem of conflict; het gesprek wordt gevoerd omdat iedereen het beste voor heeft met je kind.
  • De huidige leerkracht kan zijn kennis over jouw kind goed overdragen en is nog volop betrokken (na de zomervakantie ligt zijn of haar focus bij de nieuwe groep).
  • De nieuwe leerkracht heeft jouw kind gelijk in de kijker en zal straks veel bewuster kijken naar je kind en zijn of haar specifieke behoeftes.
  • Je hebt de nieuwe leerkracht alvast leren kennen; elkaar aanspreken is straks veel gemakkelijker.
  • Er is al een vervolgafspraak gemaakt;

Gebruik dit gesprek om je zorgen over je kind te uiten. Spreek je vertrouwen uit in de nieuwe leerkracht en geef aan dat je er samen voor wilt zorgen dat je kind volgend jaar een goed schooljaar heeft. Vraag ook wat je zelf kunt doen en waar je op moet letten om tijdig signalen te herkennen dat het niet goed gaat. Het legt de basis voor een goede start van het nieuwe schooljaar.

 

‘De juf heeft een hekel aan mijn kind’

Soms botert het gewoon niet. Niet tussen kind en leerkracht, niet tussen leerkracht en ouders en vaak niet tussen leerkracht en kind plus ouders. Dan zul je extra blij zijn dat het schooljaar er bijna op zit. Eindelijk verlost van deze juf of meester!

Maar… wat gaat de huidige leerkracht aan de nieuwe leerkracht vertellen? Dat jouw kind zo vervelend, druk, storend, onoplettend, onaardig, enzovoort is? Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt dat de nieuwe meester of juf met een frisse blik naar jouw kind kijkt en hopelijk wel ziet wat een lief en leuk kind het is. En wél begrijpt waaraan jouw kind behoefte heeft en daarop inspeelt. Wél een warme band krijgt met je kind.

Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt over welke informatie de huidige leerkracht gaat doorgeven over jouw kind. Toch blijkt vaak dat ouders zich voor niets zorgen maken. Ook een leerkracht die jouw kind niet zo erg mag, kan professioneel genoeg zijn om een goede, objectieve overdracht te verzorgen. En de nieuwe leerkracht zal beslist luisteren naar wat zijn collega te vertellen heeft, maar zal vooral zelf zijn mening willen vormen.

Vergeet niet dat leerkrachten dit soort situaties jaar in, jaar uit meemaken. Zij weten als geen ander dat de ene docent een betere klik kan hebben met een kind dan de andere. Sterker nog, veel juffen en meesters zien het als een uitdaging om de ‘moeilijke gevallen’ een goed schooljaar te bezorgen.

Toch kan ook in dit geval verstandig zijn om alvast eens even contact te leggen met de nieuwe leerkracht. Vertel dat je kind niet zo’n prettig schooljaar heeft gehad (hou het wat vaag, ga niet klagen over de huidige juf of meester). Vraag of je in het nieuwe schooljaar na een paar weken even kunt bespreken hoe het gaat. Zo’n gesprekje kan heel nuttig zijn.

Verder lezen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hogere scores op centrale eindtoets

10 mei 2017 | Reacties (0)

De centrale eindtoets is dit jaar beter gemaakt dan vorig jaar. Dat meldt het College voor Toetsten en Examens, die deze eindtoets afneemt. De gemiddelde behaalde score ligt dit jaar met 535,6 iets hoger dan in 2016, toen gemiddeld 534,9 werd behaald. Vijf leerlingen maakten de toets foutloos, tegenover 0 in 2016.

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6, een score die past bij het schooladviesgemengde/theoretische leerweg en havo. In 2016 was gemiddelde score 534,9. Vorig jaar maakte geen enkele leerling de toets foutloos, dit jaar lukte dat vijf kinderen. Het CvtE onderzoekt nog hoe het komt dat leerlingen dit jaar iets hoger scoren.

Ruim 22.000 minder kinderen maken centrale eindtoets

Hoewel de afname van een eindtoets in groep 8 verplicht is, hoeft dit niet per se de Centrale Eindtoets te zijn, die in opdracht van CvTE is gemaakt door Cito. Ongeveer 40 procent van de scholen kiest voor een van de andere eindtoetsen, zoals IEP en Route8. Ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal leerlingen dat de Centrale Eindtoets maakte met 22.000.

 

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Centrale Eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Bijna eerderde van de leerlingen heeft een hogere score op de Centrale Eindtoets gehaald dan op basis van het afgegeven schooladvies werd verwacht. Een vergelijkbaar aantal kinderen heeft de toets juist minder goed gemaakt dan verwacht.

Verder lezen

dyscalculie

Wat is dyscalculie?

18 april 2017 | Reacties (0)

Mara (11) zit in groep 7. Al vanaf groep 3 is rekenen voor haar een enorme opgave. De tafels heeft ze nooit onder de knie gekregen en de staartdelingen die ze nu moet oefenen voelen als een marteling. Mara heeft dyscalculie.

kind met dyscalculieDyscalculie staat voor hardnekkige problemen met (leren) rekenen. Kinderen met dyscalculie zijn slim genoeg om het rekenen te begrijpen, maar ze hebben ernstige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. Klokkijken, een routebeschrijving lezen, blokjes tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf, maar het lukt kinderen met dyscalculie niet.

Als een kind dyscalculie heeft, kent het bijvoorbeeld niet de namen van de getallen of lukt het ook na eindeloos oefenen niet om de tafels te leren. Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie en tijdsbesef. Ook plannen kost vaak veel moeite, omdat het inschatten van tijd erg lastig is.

Er zijn drie soorten dyscalculie:

  • moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen
  • cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten
  • de rekenregels niet (meer) beheersen
dyslectie dyscalculie

Dyscalculie komt vaak voor samen met dyslexie.

Net als dyslexie is dyscalculie voor een groot deel erfelijk, met een neurologische achtergrond. Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook nog een andere stoornis, zoals dyslexie en ADHD. Kinderen met dyscalculie hebben aan het eind van de basisschool vaak een rekenachterstand van minstens twee jaar.

Om vast te stellen of je kind daadwerkelijk dyscalculie heeft, is onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog nodig. Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyscalculieverklaring’, waardoor je kind bijvoorbeeld een tafelkaart of een rekenmachine mag gebruiken en extra tijd krijgt bij het maken van toetsen. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan.

Toen Mara in groep 3 en 4 ondanks veel oefenen moeite bleef houden met rekenen, is ze getest op dyscalculie. “Ze deed zo haar best, maar het rekenen automatiseerde ze totaal niet. We hebben al uren geoefend met eenvoudige sommetjes en de tafels, maar het lijkt wel alsof ze elke dag helemaal opnieuw moet beginnen”, vertelt haar moeder Laurentien. Toen de diagnose ‘dyscalculie’ werd gesteld, voelde dat als een opluchting. “Vooral voor Mara, die het gevoel had dat ze dom was en tekortschoot. Maar het probleem wordt er natuurlijk niet minder van.”

Bij toetsen mag Mara nu een tafelkaart gebruiken. Dat helpt wel, maar niet voldoende. Als de rekensom te complex wordt, raakt ze de kluts helemaal kwijt en weet ze bijvoorbeeld niet eens meer wat 9 min 7 is. “De staartdelingen die nu geoefend worden, overziet Mara helemaal niet”, zegt Laurentien. “Daar wordt ze zelf ook heel ongelukkig en gefrustreerd van. Het is best verdrietig om dat te zien en te beseffen dat ze dit altijd moeilijk zal blijven vinden.”

Hoe herken je dyscalculie?

dyscalculie tellen met vingersHoe eerder dyscalculie herkend wordt, hoe eerder je kind gericht kan worden geholpen. Bij kleuters kunnen de eerste signalen al worden opgepikt. Waar andere kleuters spelenderwijs leren over hoeveelheden en begrippen leren als ‘meer’ en ‘minder’, blijft dit bij deze kinderen achter. Vaak hebben ze ook geen zin om met tellen en cijfers aan de slag te gaan, maar kiezen ze liever voor een andere activiteit. In groep drie valt bijvoorbeeld op dat een kind moeite heeft om getallen goed te schrijven of lezen en zijn vingers blijft gebruiken waar de rest van de klas al met tientallen rekent.

Juist het vóórkomen van vroege rekenproblemen is belangrijk bij het vaststellen van dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben al voor ze zeven jaar oud zijn moeite met rekenen. Een uitzondering zijn hoogbegaafde kinderen met dyscalculie. Bij hun blijven de problemen vaak verborgen tot in groep 5 of later. Bij kinderen die pas in groep 6 voor het eerst tegen rekenproblemen aanlopen – ze struikelen bijvoorbeeld over breuken – zal geen sprake zal zijn van dyscalculie.

Vrijwel alle kinderen met dyscalculie hebben een hartsgrondige hekel aan rekenen. Veel kinderen ontwikkelen ook faalangst, omdat het ze maar niet lukt om op rekengebied succesjes te boeken.

Pas op voor doe-het-zelf-diagnoses. Niet ieder kind dat slecht is in rekenen, heeft dyscalculie. Dyscalculie komt slechts bij gemiddeld één op de 50 kinderen voor. Dat betekent dat de meeste kinderen die slecht zijn in rekenen geen dyscalculie hebben, maar gewoon zwak zijn in rekenen.

Wat kun je thuis doen?

Als jouw kind dyscalculie heeft, zal de school je misschien vragen om thuis extra te oefenen. Wellicht ben je daarom geneigd om verder alles wat met rekenen te maken heeft maar een beetje weg te houden bij je kind. Toch kun je thuis op een speelse manier veel doen om je kind te helpen met rekenen. Vraag je kind bij het koken om ingrediënten af te wegen met een maatbeker en keukenweegschaal. Praat over de datum op de kalender. Koop Lego en ander constructiespeelgoed, speel spelletjes met dobbelstenen

Samen met je kind kun je dit filmpje over dyscalculie bekijken van Het Klokhuis:

35-Het klokhuis-Wat is dyscalculie?

Het Klokhuis Dyscalculie 5-3-2015

Heeft je kind recht op het gebruik van rekenmachine of tafelkaart?

Zoals hiervoor al aangegeven, bepaalt de school zelf of en welke hulpmiddelen je kind mag gebruiken. Veel ouders vragen zich af hoe dat zit bij Cito-toetsen. Geeft een dyscalculieverklaring daarbij automatisch recht op het gebruik van hulpmiddelen? Het antwoord is: nee.

Sterker nog: Cito adviseert scholen juist om géén hulpmiddelen te laten gebruiken omdat de toets dan niet meer doet waarvoor hij is bedoeld: het meten van vaardigheden in vergelijking met leeftijdsgenoten en op basis van de uitkomsten het onderwijsaanbod aan de leerling afstemmen. Cito schrijft zelf in een advies aan de scholen: “Als een leerling bij het maken van de rekentoets een rekenmachine zou gebruiken, dan krijgt u daarover niet meer de juiste informatie: kan een leerling nu écht goed optellen over het tiental of kan hij dat goed uitrekenen met een rekenmachine?”

Meer informatie over dyscalculie

Als jouw kind extra zorg en aandacht nodig heeft, zul je behoefte hebben aan meer informatie. Er zijn veel organisaties die je kunnen voorlichten over de specifieke situatie van je kind. Hét startpunt is Oudervereniging Balans. Balans geeft een eigen magazine uit en heeft een uitstekende website met zeer uitgebreide, betrouwbare informatie over leer- en gedragsstoornissen, waar je ook allerlei brochures kunt downloaden. Ook (0800) 5010, het gratis informatienummer van de overheid, kan je goed verder helpen. Bijvoorbeeld met een verwijzing naar de goede organisatie of regelingen die in jullie situatie van toepassing zijn.www.balansdigitaal.nl, www.5010.nl

Bronnen:

Verder lezen

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

12 april 2017 | Reacties (0)

Wil je je kind de beste kansen geven? Kijk dan goed uit de bij de keuze van een basisschool. De kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse basisscholen zijn enorm. Ook als het gaat om scholen in dezelfde wijk en met vergelijkbare leerlingpopulaties. Leerlingen met dezelfde talenten kunnen op de ene school tot wel twee schoolniveaus lager uitkomen op de centrale eindtoets dan op een andere school. Dat concludeert in de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse publicatie De staat van het onderwijs.

‘Er gaat veel talent verloren’

Vorig jaar waarschuwde de inspectie voor kansongelijkheid voor kinderen van laagopgeleide ouders. Daarin is inmiddels al verbetering te zien, maar nu blijkt dus dat ook de schoolkeuze grote kansongelijkheid met zich meebrengt. “Nederland is koploper schoolverschillen”, zegt Monique Vogelzang, Inspecteur-generaal van het Onderwijs. “Het blijkt voor je kansen enorm uit te maken op welke school je zit. Het kan goed uitpakken of je kunt pech hebben. Er gaat veel talent verloren.”

De basiskwaliteit is op de meeste scholen wel aanwezig, maar het gaat volgens Vogelzang om ‘de onzichtbare kwaliteit boven de minimumnorm’ die het verschil maakt. “Bij succesvolle scholen staat het steeds willen verbeteren bovenaan. De leerkrachten gaan bij collega’s kijken in de les en zijn niet bang om feedback te geven. Of ze lopen stage op een andere school. Gerichte steun van het schoolbestuur en de overheid speelt hierbij een belangrijke rol.’

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn overal in Nederland

De kwaliteitsverschillen tussen scholen treden op bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land, concludeert de inspectie. Van kleine basisscholen op het platteland tot gymnasia in de Randstad, van grote vmbo’s tot hogescholen en universiteiten.

Door de bank genomen is het niveau van het onderwijs in Nederland volgens de inspectie nog steeds goed. “De gemiddelde prestaties zijn hoog, maar stabiel of dalend. Dit komt doordat onze top smaller wordt: het aantal leerlingen dat goed presteert is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen.”

‘Scholen moeten beter nadeken hoe ze hun geld besteden’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich ‘grote zorgen’ over de verschillen. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, laten ze in een schriftelijke reactie weten.

Bussemaker waarschuwt scholen dat ze hun budgetten niet ‘mechanisch’ moeten verdelen zonder na te denken over waar de grootste problemen zitten. “De grote vrijheid die scholen hebben, betekent ook dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben.”

‘Niets-aan-de-hand-scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker zegt in een reactie dat de Onderwijsinspectie met dit rapport de mythe doorprikt dat ‘de scholen in Nederland allemaal wat kwaliteit betreft wel hetzelfde zijn’. “Het laat zien dat het wel degelijk uitmaakt naar welke school je je kind stuurt.” Vooral op ‘niets-aan-de-hand-scholen’ valt volgens hem veel winst te behalen. Dit zijn scholen die de minimumnormen vrij probleemloos halen, maar niet zich inspannen om een hoger niveau te bereiken.

Dekker wijst erop dat met gerichte keuzes scholen in vrij korte tijd hun kwaliteit enorm kunnen verbeteren. Zwakke en zeer zwakke scholen slagen er doorgaans binnen een of enkele jaren om een goede of zelfs een excellente school te worden. “De programma’s die we hebben ingesteld voor zwakke scholen, de vliegende brigades die deze scholen bijstaan, gaan we nu ook beschikbaar stellen voor de middelmaat”, kondigt hij Dekker aan. Maar scholen moeten daar niet op gaan zitten wachten, zo waarschuwt hij. “Wees niet te snel tevreden met hoe het nu gaat.”

 

 

Verder lezen

Ouders willen liever helpen op inhoud

Ouders willen liever helpen op inhoud

12 april 2017 | Reacties (0)

Ouders willen best helpen op school, maar ze leveren liever een inhoudelijke bijdrage dan dat ze luizenpluizen, lokalen schoonmaken of als chauffeur meegaan met klassenuitjes. Dat blijkt uit een enquête die is afgenomen door Ouders en Onderwijs, de belangenorganisatie van ouders binnen onderwijsinstellingen. De hartekreet van ouders, gericht aan scholen: ‘Benut de expertise van ouders, die voor het grijpen ligt.’

1100 ouders vulden de enquête in en zo’n 250 ouders ging ook nog eens met met elkaar in gesprek gegaan over vijf thema’s: ouderbijdrage, privacy, schooltijden en vakanties, pesten en overgangen binnen en tussen scholen. Ouders en Onderwijs heeft de resultaten weergegeven in het online magazine de Staat van de Ouder, dat door iedereen te raadplegen is.

Ouders helpen graag

Uit de enquête blijkt dat 80 procent van de ouders tevreden is met de eigen deelname aan activiteiten. Meer dan de helft van de ouders vindt het ‘normaal’ om op school te helpen, het hoort erbij. Ze doen het ook omdat ze het leuk vinden, zegt bijna de helft van de ouders in het basisonderwijs, al wordt er wel geklaagd dat het ‘altijd dezelfde ouders zijn die meehelpen’.

Vrijwillige ouderbijdrage voelt als verplichting

De ouderbijdrage in het onderwijs is vrijwillig, maar driekwart van de ouders voelt zich verplicht om te betalen. Het jaarlijkse bedrag dat per kind aan ouders wordt gevraagd varieert van 35 tot 135o euro per jaar. Vooral op speciale scholen, scholen voor hoogbegaafden of vrije scholen kunnen de bedragen oplopen. Er is veel sociale controle en wie (nog) niet betaald heeft kan daar op het schoolplein op aangesproken worden en krijgt diverse mails om aan de ‘vrijwillige’ bijdrage te helpen herinneren. Veertig procent van de ouders geeft aan niet te weten waarvoor de ouderbijdrage precies wordt bedoeld.

Overgang naar middelbare school bezorgd ouders hoofdpijn

Over één ding zijn eigenlijk alle ouders het wel eens: de overgang van groep 8 naar de middelbare school is iets wat je als ouder uit de slaap houdt en hoofdpijn bezorgt. De ondervraagde ouders geven aan dat ze nauwelijk een idee hebben hoe precies het schooladvies tot stand komt. Ouders willen beter begeleid en geïnformeerd worden in het proces van het schooladvies. Bovendien geven ze aan dat ze activer betrokken willen worden in de totstandkoming van het advies. Welke rol de verplichte eindtoets in groep 8 precies speelt, is veel ouders ook niet duidelijk.

In ons gratis boekje Alles over de eindtoets kun je meer lezen het schooladvies, de eindtoets en wat er wordt gedaan met de uitslag van de eindtoets in groep 8.

Schooltijden, pesten en nog veel meer

Neem vooral de tijd om de Staat van de Ouder eens rustig door te lezen. Het is geen saai rapport, maar een prettig leesbaar online magazine. Interessante onderwerpen zijn bevoorbeeld ook de hoofdstukken over schooltijden en vakanties en de aanpak van pesten.

 

 

 

 

Verder lezen

Kinderen tekenen slechter dan vroeger

Kinderen tekenen slechter dan vroeger

1 april 2017 | Reacties (0)

Kinderen anno nu maken minder goede tekeningen dan twintig jaar geleden. Ook weten ze minder van muziek dan hun leeftijdsgenoten twee decennia eerder. De Onderwijsinspectie heeft dat vastgesteld in een onderzoek naar de stand van het cultuuronderwijs op de basisschool.

De Onderwijsinspectie deed in het schooljaar 2015-2016 onderzoek onder achtstegroepers naar de kunstzinnige ontwikkeling. De kinderen kregen in de dit onderzoek dezelfde tekenopgave en muziekkennistest als twintig jaar eerder ook in groep 8 was afgenomen. De resultaten werden volgens dezelfde normering beoordeeld.

Wat bleek? Kinderen van nu maken minder gedetailleerde tekeningen dan kinderen twintig jaar eerder deden. Ze tekenen meer afzonderlijke elementen in plaats van het volledige verhaal en zijn ook schematischer gaan tekenen. Een verklaring zou kunnen zijn dat de kwaliteit van de kindertekeningen wordt beïnvloed door de snelheid van de hedendaagse beeldcultuur.

Kinderen van nu tekenen anders, maar slechter?

Anouk Custers is cultuurcoördinator bij SEP, de stichting Educatieve Projecten in Amsterdam. Zij merkt hierover op: “De digitalisering van ons leven heeft creativiteit vluchtiger gemaakt. Dat kan je als een verlies zien, maar ook als een andere vaardigheid. Dus er zijn andere criteria nodig, criteria die weerspiegelen wat de samenleving heeft doorgemaakt.” Ook

Ook Robert Knox stelt in het rapport de vraag of de criteria van twintig jaar geleden tegenwoordig nog wel gebruikt kunnen worden. Knox is afdelingshoofd Cultuureducatie bij het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst. Hij vindt dat meer naar de beeldcultuur moet worden gekeken dan naar het tekenen. “De beeldcultuur is veel breder. Kinderen spelen Minecraft. Aan de ene kant is dat een heel grofmazige verbeelding. Maar tegelijk stimuleert het het ruimtelijk denken enorm en vraagt het veel creativiteit. Dus dan zien leerlingen dat ze geen details nodig hebben om fantasierijk te werken.” Hij pleit ervoor de zaak om te draaien en de tekeningen uit 1996 te beoordelen met de criteria van nu om de trend in beeld te brengen.

Cultuurkennis varieert sterk

De Inspectie bekeek niet alleen kindertekeningen, maar nam de leerlingen ook een schriftelijke kennistoets af om te meten wat ze wisten van muziek, drama, dans en beeldende kunst. Zo werd bijvoorbeeld bij een muziekfragment gevraagd aan te geven uit welk land deze muziek komt. Ook vragen over de compositie van een schilderij of uit welke tijdsperiode een schilderij is, waren onderdeel van de kennistoets.

Van de kennisopgaven in de schriftelijke toets hadden de leerlingen in groep 8 gemiddeld iets meer dan de helft goed. Geen enkele leerling had alle opgaven goed of alle opgaven fout. Het verschil tussen hoog presterende en laag presterende leerlingen was groot. Hoog presterende leerlingen hadden ongeveer twee keer zoveel opgaven goed als laag presterende leerlingen. Ook bleek het uit te maken of een school een internet cultuurcoördinator heeft. Op de scholen met zo’n cultuurcoördinator werd de kennistoets beter gemaakt.

 

Wie geeft de kunstvakken op school?

Meestal is het de eigen leerkracht die de lessen voor kunstzinnige oriëntatie geeft. Op een kwart van de bevraagde basisscholen is een vakleerkracht voor een van de disciplines aangesteld. Driekwart van de scholen geeft aan een interne cultuurcoördinator te hebben. Dat is een leerkracht of schoolleider die zich heeft gespecialiseerd in cultuuronderwijs, het cultuuronderwijs op de school organiseert en soms ook de lessen op dit gebied verzorgt.

 

Muziekkennis is afgenomen

In de kennistoets zaten dertien opgaven over muziek die in 1997 ook zijn voorgelegd aan leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs. Maar liefst elf van de dertien vragen werden slechter gemaakt dan twintig jaar geleden. Twee opgaven werden nu beter gemaakt.

Anderhalf uur per week aandacht voor kunstvakken

Gemiddeld krijgen de kinderen in groep 3 tot en met groep 8 anderhalf uur per week les kunstzinnige oriëntatie. De meeste tijd wordt besteed aan beeldende activiteiten, zoals tekenen: gemiddeld ruim een uur per week. De gemiddelde tijd die wordt besteed aan dans en cultureel erfgoed is het laagste, rond de tien minuten per week per vak.

 

 

 

 

 

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen