Columns

Een invaller voor de klas is afzien

Een invaller voor de klas is afzien

9 december 2015 | Reacties (1)

Een invaller voor de klas is afzien, voor alle partijen. Vooral als het kortdurend is. (Behalve dan als Mees Kees komt.) Maar soms is het niet anders. Ziek is ziek. Als alternatief zou je groepen kunnen samenvoegen, maar dan hebben er meerdere groepen last van. Of je zou de kinderen naar huis kunnen sturen, maar dat mag volgens mij niet eens meer bij wet.

Mijn duo-collega werd helaas ook ziek. In de week van Sinterklaas nog wel. Een invaller in de groep bij de Sinterklaasviering? Dat kon ik niet over mijn hart verkrijgen. Vooral niet omdat onze leerlingen thuis ook niet veel cadeautjes krijgen, soms zelfs helemaal niks. Dit is hun moment! Dus kwam ik. Ook een klein beetje uit eigenbelang, want ik geniet zelf ook enorm van die glunderende koppies. Gelukkig hadden mijn eigen kinderen al een dag eerder Sinterklaas gevierd, dus kwam alles op zijn pootjes terecht. Ouders blij, ik blij, de kinderen in de klas blij en mijn eigen kinderen blij!

Maar na Sinterklaas komt al snel kerst en mijn duo-collega is nog niet hersteld. Dus kwam de vraag : Eveline, wil jij wel werken? Dit keer was het wel een beetje een dilemma. Want als ik op donderdag ga werken, mis ik de kerstviering en het kerstdiner van mijn eigen kinderen. Bovendien sta ik niet ingeschreven als invaller, dus dan krijg ik ook niet betaald. Ja, ouders zo makkelijk gaat het allemaal niet… Organisaties worden steeds groter. Wij werken op school met een invalbureau dat invalleerkrachten in de vier noordelijkste provincies detacheert. Dus met de simpele mededeling “juf Eveline gaat invallen op haar eigen school” kom je er niet meer. Het invalbureau heeft geen idee wie ik ben.

Inmiddels heb ik met mijn kinderen overlegd dat ik wel ga invallen. Vorig jaar was met de kerstviering een van de juffen van mijn zoontje ziek. Gelukkig kwam toen zijn andere juf invallen. Dat vond mijn zoontje heel fijn en ik als ouder ook. Nu zou ik hetzelfde kunnen doen voor de kinderen in mijn klas. Bovendien zei mijn dochter: “Wij hebben papa nog, de kinderen in jouw klas hebben dan niemand!” En zo is het ook!

Toen kwam dus de volgende hobbel. Ik moest worden aangemeld bij het invalbureau. Voor deze week is dat niet meer gelukt. Want want o jee, waar zijn mijn diploma’s? Er moest worden gescand en gemaild. Het nu is het toch allemaal rondgekomen! Dus volgende week ben ik erbij!

En voor deze week komt er dus toch een invaller. Afzien? Ja, vast en zeker, vooral in deze tijd. Maar afzien is het voor alle leerkrachten wel een beetje, zo in deze tijd.

Fijne, relaxte en gezonde kerstdagen gewenst!



EvelineEveline Schlukebir is leerkracht in de onderbouw van een basisschool én moeder van drie kinderen: Mats, Kato en Pep. Ze noemt zichzelf dan ook een ‘jum’, wat een samentrekking is van ‘juf’ en ‘moeder’.

Verder lezen

Hoe gaat het nou toch op school?

Hoe gaat het nou toch op school?

25 november 2015 | Reacties (1)

”Hoe gaat het met de jongens op school”, vragen kennissen regelmatig aan mij. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het dit schooljaar niet weet. Er komt weinig nieuws van school tot mij. Joshua had een keer een 10 voor rekenen en Diego leest goed, maar moet wel dagelijks 10 minuten oefenen. Geen nieuws is goed nieuws, toch? Ik nam het zekere voor het onzekere en ging op onderzoek uit.

Columnist Chan Kerste is 36 jaar en vader van twee echte boefjes, Joshua (7) en Diego (6). Hij werkt als freelance informatie analist in de IT-wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

Columnist Chan Kerste is 36 jaar en vader van twee echte boefjes, Joshua (7) en Diego (6). Hij werkt als freelance informatie analist in de IT-wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

Ik probeerde eerst meer informatie uit de jongens los te krijgen. Dit was een moeilijke opgave, want ze vertelden weinig. Het bleef meestal bij een antwoord van één woord en ik stelde toch écht open vragen. Het woord ‘goed’ was het lievelingsantwoord van de jongens. Heel soms gaven ze iets meer prijs. Na een maand onderzoek, had ik een patroon ontdekt. Dit kon ik als volgt samenvatten:

  1. Het gaat goed, papa.
  2. Ah, alweer school.
  3. Ik haat school!

Het is niet zo gek dat ze weinig loslieten, want praten zit niet in ons bloed. Ik ben namelijk de papa op het schoolplein die liever achteraan staat te wachten als de jongens uit school komen. Een kort praatje is leuk, maar ik probeer mij niet in het gesprek op het schoolplein te mengen. Als ik wilde dat de jongens meer over school gingen vertellen, dan moest ik zelf het goede voorbeeld geven en uit de schaduw stappen. Aan de jongens laten zien dat praten niet eng is.

Voor nu moest ik de informatie over school op een andere manier bemachtigen. Ik schakelde daarom over op plan-B en ging op zoek naar beeldmateriaal. Nee, ik ging niet voor school in de bosjes liggen met mijn telelens in de aanslag. De school doet dit gelukkig voor mij en zet de foto’s van iedere groep op de school website. De afgelopen jaren wist ik dankzij de website wat er speelde op school. Ik ging er dan ook eens goed voor zitten met een hapje en drankje erbij. Tot mijn verbazing stond bij Joshua maar één fotorapportage. Die ging over het open podium en dat wist ik al. Bij Diego’s groep stonden drie fotorapportages, maar daarover had hij verteld.

Gebeurde er dit jaar dan niets op school? Opeens ging er bij mij een lampje branden. De jongens zijn beiden uit de kleutergroep. Het speelkwartier is voorbij en de jongens moeten hard werken. De jongens hebben minder te vertellen omdat ze de hele tijd achter hun tafeltje zitten te leren. Het was dus niet zo gek dat ik weinig van ze hoorde, want er was gewoonweg niets te vertellen.

Afgelopen vrijdag kreeg ik eindelijk de benodigde informatie tot mij. Ze kregen namelijk hun rapport. De jongens hebben een prima rapport, om trots op te zijn. Het spreekwoord klopt inderdaad: Geen nieuws, is goed nieuws!

Verder lezen

Paniek!

Paniek!

16 november 2015 | Reacties (0)

Deze column gaat over paniek. Helaas niet over Pietje Paniek, maar over paniek in Parijs. Ik kan in de week van de aanslagen in Parijs toch niet schrijven over Pietje Paniek of over moeders die zich bemoeien met wie hun kind Sint Maarten gaat lopen of over wat je je kinderen in hun schoen geeft of over dat de kinderen zo lekker druk zijn in de maand december. Ik vind dat ik geen andere keus heb dan Parijs. En dan vooral hoe praat je hierover met kinderen.

Ik heb op gisteravond in mijn eentje het Jeugdjournaal gekeken om me voor te bereiden op mijn schooldag vandaag en op vragen van mijn eigen kinderen. Wat me opviel was dat een groepje jongens niet eens zo erg geschrokken was, zeiden ze in het Jeugdjournaal. Tot ze hoorden dat het nu echt was! Ik dacht: Dat is dus het voordeel van gewelddadige schietspelletjes op de computer, het geeft kinderen een pantser voor het echte geweld in de wereld. (Ieder nadeel heeft dus ook een voordeel.)

Een meisje vertelde dat ze het spannend vond om uit eten te gaan en dat haar moeder gezegd had dat het niet in Nederland kwam. Nou, wist ik dat maar zo zeker.  Ik vind dit net zoiets als tegen je kind zeggen: “Een prikje doet geen zeer.” Vervolgens doet het prikje wel pijn en heb jij je geloofwaardigheid verloren.

Maar wat zeg je dan? Het laatste wat we willen is toch paniek zaaien. Ik heb me voorgenomen dat ik, als mijn eigen kinderen of kinderen op school me er naar vragen, wel eerlijk antwoord geef. Dat er dus een kans is dat zoiets ook in Nederland gebeurt. Maar dat ik het ook meteen met een grapje relativeer. De kans is er, maar de kans dat het jou treft is net zo groot als dat je wordt gebeten in je bil door een krokodil. Of de kans is net zo groot als de kans dat je 10000 euro op straat vindt. Of de kans is net zo groot als de kans dat je profvoetballer wordt. Dan ben je eerlijk, maar zaai je geen paniek. dat laten we maar aan Pietje Paniek over in deze tijd.

En dan maar hopen dat kinderen niet verder vragen over het waarom van de aanslagen! Ook hier zal je een linkje kunnen maken naar het thema Sinterklaas. Want ik zeg heel vaak tegen mijn dochter als ze iets vraagt over de Sint: “Wat denk jezelf?” Dat zou je natuurlijk nu ook kunnen zeggen: Wat denk jezelf? Misschien hebben ze voor zichzelf wel hele bevredigende antwoorden. Succes ouders!

Gelukkig schijnt ellende en angsten van en voor je kinderen van alle tijden te zijn, getuige een versje van Annie M. G Schmidt:

Praten over aanslagen Parijs met kinderen

EvelineEveline Schlukebir is leerkracht in de onderbouw van een basisschool én moeder van drie kinderen: Mats, Kato en Pep. Ze noemt zichzelf dan ook een ‘jum’, wat een samentrekking is van ‘juf’ en ‘moeder’.

 

Praten over Parijs

Hoe praat ik mijn kind over het geweld en de aanslagen in Parijs. Wat vertel ik wel, wat niet hoe en hoe kan ik dat het beste vertellen? Columniste Eveline beschrijft hierboven hoe zij het aanpakt. Dat ‘praten over’ houdt niet op na het vertellen van het eerste nieuws. Kinderen kunnen nog weken of maanden angsten hebben. Op onderstaande sites staan goede artikelen met tips over hoe je heftig nieuws bespreekt met je kind:

Verder lezen

Keersommen zijn geen Japans meer

Keersommen zijn geen Japans meer

27 oktober 2015 | Reacties (0)

”Papa, wil je mij helpen met keersommen?”, vroeg Joshua twee weken geleden aan mij. Ik veerde op en zei dat ik hem ging helpen. Sterker nog, ik keek er naar uit. Rekenen was namelijk mijn lievelingsvak op school. Ik had altijd iets met getallen. Ik wilde niet opscheppen, maar ik vertelde toch aan Joshua dat ik goed in rekenen was. ”Ja, papa dat heb je al 100 keer gezegd, daarom kom ik toch naar jouw toe”, zei Joshua ietwat vermoeid.

Columnist Chan Kerste is 36 jaar en vader van twee echte boefjes, Joshua (7) en Diego (6). Hij werkt als freelance informatie analist in de IT-wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

Columnist Chan Kerste is 36 jaar en vader van twee echte boefjes, Joshua (7) en Diego (6). Hij werkt als freelance informatie analist in de IT-wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

De volgende dag zouden we na schooltijd gaan oefenen.’s Avonds begon ik mij af te vragen hoe ik hem het beste kon helpen. Was het gewoon de tafels uit het hoofd leren, moest ik er knikkers bij pakken of was die Japanse manier waar ik laatst een filmpje van zag een goede methode? Ik besefte dat het best moeilijk was om iets simpel voor mij, op een duidelijk manier aan hem over te brengen. Nu ik erover nadacht kreeg ik nog meer respect voor de leraren. Bij mij ging rekenen automatisch, binnen twee seconden kwam het antwoord van bijvoorbeeld 14 keer 11 in mij op, 154.

Ik werd niet voor niets vroeger in de klas ‘De Rekenmachine’ genoemd. Een tafel van 8 kon ik binnen 5 seconden opdreunen, keersommen tot het getal 100 waren ook makkelijk. Ik versloeg die zakjapanner iedere keer weer. Die had ik pas nodig in de tweede klas van de middelbare school. Tot die tijd versloeg de zakjapanner mij alleen bij de het maken van rekengrapjes als 1414 = 707 + 707 (Draai je hoofd of je beeldscherm even 180 graden).

Ik besloot Joshua de keersommen op drie manieren uit te leggen. Met de Japanse methode, met het opdreunen van tafels en door potloden te gebruiken. Ik begon op de Japanse manier, want die is gewoon cool. De Japanners trekken horizontale en verticale lijnen om keersommen te leren. Bijvoorbeeld bij 2 keer 3 teken je twee horizontale lijnen en drie verticale lijnen. De verticale lijnen moeten de twee horizontale lijnen kruizen. Het antwoord op de keersom is het aantal keren dat de lijnen elkaar kruizen.
Ik was behoorlijk aan het doorslaan, want op een gegeven moment wilde ik aan Joshua 18 keer 14 uitleggen. Op dat moment zag ik echter dat Joshua met heel iets anders bezig was. Hij wilde weten na hoeveel keer gooien de punt van het potlood afbrak.

Ik zette een punt achter de Japanse methode. Dat was een goede beslissing, want achteraf bleek dat het opdreunen van de tafels het meest bij Joshua paste. Het ging hem ook goed af, want ik hoefde hem maar enkele keren te verbeteren. Hoe leuk ook, voor Joshua kon de Japanse manier van vermenigvuldigen de kast in, net als de zakjapanner vroeger bij mij. Het oefenen had in ieder geval geholpen. Misschien is er die dag zelfs een nieuw rekenwonder in ons huis opgestaan.

Wil jij je kind ook helpen met keersommen en tafels, maar weet je niet hoe je dat moet aanpakken? Lees dan het artikel Tafels leren gaat stap voor stap. Daarin wordt duidelijk uitgelegd welke fasen je kind doorloopt bij het aanleren van keersommen en hoe je je kind in elke fase uitleg en hulp kunt geven. Maar kijk vooral ook even samen naar de Japanse methode, want die echt fascinerend. Veel plezier en succes!

Verder lezen

Waar is dat feestje? O nee, niet hier!

Waar is dat feestje? O nee, niet hier!

14 oktober 2015 | Reacties (0)

Nou, jawel dus. Afgelopen week was het zover. Het verjaardagsfeestje van mijn zoon stond op het programma. Samen met een (onderwijs)vriendin en haar jarige zoon gingen we het feestje vieren. Een survival-achtig feestje moest het worden. Boogschieten en wandklimmen stonden op het programma. Met twee auto’s volgeladen met jongens gingen we op pad. Om een feestje te vieren en om bij te kletsen met mijn vriendin…

In de auto was het erg gezellig. De jongens voerden leuke gesprekken en hadden belangstelling voor elkaar. En toen waren we er, de autodeuren gingen open en wég waren de jongens. Totale gekte! Ze renden het hele terrein over. Mats had nog zo gezegd: “Je hoeft niet zoals een juf te doen!” Dus ik hield me in. Het was echter een hele klus om de jongens als moeder aan tafel te krijgen en te houden om te eten en om de cadeautjes uit te pakken.

party-flutes-1419700-639x426Naar de instructie luisteren was al bijna helemaal onmogelijk. Ze wilden alleen maar rennen. Nou ja, eigenlijk wilden er een paar rennen en rende er telkens een ander weer mee. De groep versterkte elkaar. Terwijl het verhaal echt heel leuk was en het bouwen van een levensgrote katapult ook. Alleen lukte dat niet als er niet naar de instructie was geluisterd. En daar werden de kinderen die wel hadden geluisterd dan weer boos om.

Zucht, zucht, bijkletsen was er dus niet bij. We waren allebei ingedeeld in een groepje, maar telkens was er wel weer wat. Als ik er als leerkracht was geweest, had ik de activiteit afgebroken en was ik weggegaan, maar dat had nu oorlog met mijn zoon betekend. Ook al vond mijn zoon het ook niet leuk, zoals het ging. Toch vond iedereen het een leuk feestje toen we naar huis gingen. En als ik andere ouders moet geloven gaat het bijna op alle jongensfeestjes zo. Jongens willen rennen!

Nou vraag ik me af, moeten we ze dan alleen maar laten rennen? Hup, alle remmen los, free running of zo. Moeten ze al te vaak naar instructies luisteren en kunnen ze het in hun vrije tijd niet meer opbrengen – hoe leuk ook – om naar instructies te luisteren? Of moeten we deze feestbeesten stoppen? Moeten we duidelijkere regels stellen bij feestjes. Dit gaan we doen, omdat de jarige dat leuk vindt, je doet gewoon mee, of je gaat weg! Dan doe ik dus wel als een juf. Want als het vervolg is dat ze als tieners agenten met scooters aanrijden en uitlachen tijdens het stappen, dan heb ik dat er graag voor over! Want dat zijn ook vast stuk voor stuk lieve jongens, net als de vriendjes van mijn zoon, maar misschien verkeren die in eenzelfde soort ‘feeststemming’ en ‘groepssfeer’.

Zover zijn we gelukkig nog niet en ik heb gelukkig eerst weer een jaar ‘rust’ tot het volgende feestje, maar ik denk dat ik maar wel alvast enige verwachtingen uitspreek als mijn kinderen zelf naar een feestje gaan: “Wees rustig, kijk of de jarige blij is en doe goed mee!” In plaats van ‘Veel plezier’.



EvelineEveline Schlukebir is leerkracht in de onderbouw van een basisschool én moeder van drie kinderen: Mats, Kato en Pep. Ze noemt zichzelf dan ook een ‘jum’, wat een samentrekking is van ‘juf’ en ‘moeder’.

Verder lezen

Knutselen voor de schoolpicknick

Knutselen voor de schoolpicknick

30 september 2015 | Reacties (1)

”Papa, we hebben vrijdag de schoolpicknick”, riepen de jongens twee weken geleden enthousiast tegen mij. ”Wat een leuk idee van school”, zei ik tegen ze. Zo te zien was dat niet de goede reactie, want de jongens keken mij verontwaardigd aan. Zei ik iets verkeerd? Op het moment dat ik dat dacht, begon er iets te dagen… De jongens vroegen indirect of ik wat voor de picknick kon maken. En ze wisten al wat ze wilde hebben. Joshua bestelde zelfgemaakte hamburgerbroodjes met kaas en Diego bestelde Babybel-kaasjes getransformeerd in Angry Birds.

Columnist Chan Kerste is 36jaar en vader van twee echte boefjes, Joshua (7) en Diego (6). Hij werkt als freelance informatie analist in de IT-wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

Columnist Chan Kerste is 34 jaar en vader van twee mooie en ondeugende jongens. Hij werkt als freelance informatie analist in IT wereld. Sinds 2013 schrijft Chan over het leven als papa (op zijn website www.papatje.nl).

Op donderdagavond stond ik in de keuken met alle ingrediënten en benodigdheden uitgestald. Ik kreeg het een beetje benauwd, want er lag heel veel. Die hamburgerbroodjes waren het probleem niet, want die kon ik al slapend maken. Die Angry Bird kaasjes waren een ander verhaal. Ik moest creatief doen en daar ben ik niet goed in. Ik ben niet voor niets informatie-analist geworden; veel met de hersenen doen en weinig met de handen. Ik heb twee linkerhanden, het bewijs daarvan hoor ik iedere keer als ik mijn zusje zie. Weet je nog die keer dat je een gaatje in de keukenmuur moest boren en er vier tegels sneuvelden? Toen moest ik slechts één handeling doen… en nu moet ik plakken, knippen, tekenen en lijmen.

Ik zag het al voor mij, Diego die de volgende dag met zijn picknickbakje ietwat triest en naar de grond kijkend over het schoolplein liep. Hij liep snel en in één rechte lijn naar de deur, want hij wilde niet opgemerkt worden. Helaas, door zijn manier van lopen trok hij juist de aandacht. Daar kwam de eerste vraag: ”Wat heb je voor de picknick Diego?”. Hij haalde de deksel van het bakje af en liet de kaasjes zien. Hij incasseerde de eerste opmerking: ”Wat zijn dat voor vieze rondjes met haren erop. Die ga ik echt niet eten!”

Dat mocht ik niet laten gebeuren! De hamburgerbroodjes waren inmiddels klaar, nu die Angry Birds-kaasjes nog. Ik bracht mijzelf tot rust en ging aan de slag. Na 45 minuten lag het resultaat op tafel, ik deed een stap achteruit en ik zag echt Angry Birds! Ik was zo blij dat ik in een opwelling een foto maakte en op Twitter plaatste:

Tweet Angry Bird babybell kaas

Was ik gek geworden? Een man die zoiets op twitter zette! Het zou gelukkig overwaaien, net als mijn andere tweets. Niets was minder waar, mijn telefoon bleef geluid maken. Mijn volgers vond het fantastisch en gaven aan dat de picknick met deze Angry Birds kaasjes niet meer stuk kon.

Na de picknick bleek dat de Angry Birds kaasjes binnen no-time op waren, een succes dus. De hamburgerbroodjes met kaas deden het ook goed. De volgende keer mag ik van de jongens weer iets maken. Maar gelukkig is de volgende schoolpicknick pas over een jaar.

Verder lezen

Praten over seks

Praten over seks

16 september 2015 | Reacties (0)

“Ja dat snap ik wel mam, dat wanneer twee vrouwen samen een kind willen dat ze dan ook zaadjes nodig hebben, maar hoe krijgt de dokter die zaadjes dan uit de man?”

Kijk, en dan ben ik ineens weer dat preutse meisje. Preutse moeder in dit geval.
En daar báál ik van!
Ik zou de cirkel doorbreken. Ik zou die vrije moeder worden met wie je over alles kon praten, ook over seks. Ik zou de cirkel der zedigheid die mijn ouders heel stevig geplant hebben verdelgen met aan hippie grenzende vrijheden!
Mijn kinderen zouden zeggen: “Ja mam, hou nou maar op over dat seks-gedoe”.

praten over seks  seksuele opvoedingToen ik jong was, besefte ik al wel dat mijn ouders ook slechts doorgaven wat ze geleerd hadden op dat gebied: niets. Taboes werden één op één overgedragen: puberteit, bloot, seks, er werd werkelijk nèrgens over gesproken.
Ik zou dat dus compleet anders gaan doen…

Wat betreft de bloemetjes en de bijtjes is me dat ook best aardig gelukt. Dat komt, denk ik, omdat dat over iets gaat wat nou eenmaal wel moet. Dieren doen ‘het’ ook, open en bloot in de vrije natuur nog wel. En als ‘het’ er niet zou zijn, zouden de kinders er zelf ook niet zijn. Dat is makkelijk uit te leggen. Een noodzakelijk kwaad.
Maar vrijen ter verwekking van een schattig baby’tje is nog wel wat anders dan seks. Seks is voor de leuk! Voor de lekker. Daarbij gebeuren allerlei dingen die ik in het dierenrijk nog nooit heb gezien!

Het rare is dat ik als niet-moeder helemaal niet zo preuts ben. Tijdens mijn studie heb ik onderzoek gedaan naar de teloorgang van de enige echte Tarzan (nee, niet de lianenslingeraar, maar die roze, voor in het nachtkastje). Daar was allerlei héél bijzonder research voor nodig. Het essay leverde een dikke acht op. En rode oortjes van de docent.

Maar wanneer het de kinderen betreft, sla ik regelmatig dicht:
“Mam, hoe krijgt de dokter die zaadjes uit die man…”
“Nou eh… kijk, dat doet die man zelf.”
“Zelf? Maar hoe dan, mam, met een prik? Net als bloed prikken?”
Aargh! Waarom kan ik dit niet?!

Gelukkig is daar, onder andere, seksuologe Sanderijn van der Doef. Zij heeft een aantal prachtige voorlichtingsboeken voor kinderen in verschillende leeftijden. Ik moet zeggen dat ik het boek voor 7 tot 11 jarigen in het begin eigenlijk meer iets vond voor een 16-jarige… Maar daar lag dus precies ook mijn probleem! Seks is iets voor (jong)volwassenen. Dat betekent natuurlijk niet dat je er niet met je kind over moet praten. Op een manier die bij hun leeftijd past. Daar helpt dit soort boeken enorm bij. Er wordt openlijk over alles gesproken, niet alleen over vrijen, ook over seks. En ja, óók over hoe de man die zaadjes nou tevoorschijn tovert: hoera!

claudia helsloot closeupColumniste Claudia Helsloot woont in Haarlem met haar kinderen en hond Bamse.

Claudia studeerde Toegepaste Psychologie in Leiden. Ze is mede-initiatiefnemer van het Bewust Social Media, een voorlichtingsproject voor basisscholen ten behoeve van een veilig, positief en pestvrij social media klimaat voor kinderen. Claudia is freelance tekstschrijfster, redigeert en geeft schrijftrainingen: www.claudiahesloot.nl 

Haar columns weerspiegelen hoe Claudia de basisschoolperiode van haar kinderen ervaart: vol verwondering over hun ontwikkeling, ontroerend, druk (een hoop geregel!) en regelmatig hilarisch.

Verder lezen

Leesgeld en de regel van vijf

Leesgeld en de regel van vijf

26 augustus 2015 | Reacties (0)

Tijdens de zomervakantie gaan veel kinderen één of meerdere niveaus achteruit met lezen. Tijdens vakanties worden de verschillen tussen leerlingen gemaakt. Doorlezen dus tijdens de zomervakantie. Er lopen al verschillende projecten bij bibliotheken om het ‘zomerlezen’ te promoten. Mijn oudste zoon had geen project dit jaar, dus ‘we’ moesten het zelf doen.

Voor de zomervakantie was ik zo ijverig om afgeschreven boeken te kopen bij de bibliotheek om mee te nemen op vakantie. Zo konden we immers geen boete krijgen bij de bibliotheek en was het geen ramp als de boeken nat en beschadigd raakten. Nou nat en beschadigd waren ze zeker niet, ze zagen er na de vakantie nog net zo mooi uit als daarvoor, want we hebben er echt geen tijd voor gehad! De twee weken vlogen om, er werd gezwommen, getafeltennist, gedanst, enzovoort enzovoort.

Je herkent het vast wel. De enigen die lazen, waren mijn partner en ik, want de kinderen vermaakten zich prima zonder boek. Nou is er ook een quote die luidt: “Goed voorbeeld doet goed volgen.” Dus we hadden toch nog iets aan leespromotie gedaan.

Nou, helaas. Bij thuiskomst was zoonlief nog niet aan het lezen te krijgen. Weer veel te druk met buitenspelen en als het regende vond hij lezen maar ouderwets. “Toen lezen nog hip was, waren er nog geen tablets uitgevonden”, zei Mats. Je kan natuurlijk ook lezen op de tablet, dat is super cool! (En gratis tijdens de zomerperiode, ook een project van de bibliotheek.) “Nou zonde van de batterij”, was het antwoord. Ik moest dus met een goed plan komen, want er moest ook nog een inhaalslagje gemaakt worden.

En zo was daar de ‘regel van 5’. Mats is nu net begonnen in groep 5, dus de regel werd: minimaal 5 bladzijden per dag, minimaal 5 dagen per week en als het boek uit is krijg je 5 euro. (In plaats van zakgeld, was het probleem van het vergeten van zakgeld ook meteen opgelost.) Mats begon zeer enthousiast, totdat hij op een dag uitgerekend had hoeveel boeken hij uit moest lezen, voordat hij een Playstation 4 kon kopen. Haha, had ik hem ook nog aan het rekenen gekregen. En als we het verjaardagsgeld meetelden was het toch te overzien. Nu maar hopen dat hij geen 5-en op zijn rapport krijgt.

 

Eveline



Eveline Schlukebir is leerkracht in de onderbouw van een basisschool én moeder van drie kinderen: Mats, Kato en Pep. Ze noemt zichzelf dan ook een ‘jum’, wat een samentrekking is van ‘juf’ en ‘moeder’.

Verder lezen

De Aan de Zijlijn-moeder groet u

De Aan de Zijlijn-moeder groet u

24 juni 2015 | Reacties (2)

‘Mijn zoon is vier, hij heet Tijl, hij zit in groep 1.’
Dat was de zin van mijn eerste column hier bij Thuis in Onderwijs.
Inmiddels is mijn zoon 8, zit hij in groep 4, máár – dat is apart hè – hij heet nog steeds Tijl.
Vier jaar verder zijn we en school is als ademhalen en Minecraft spelen; een tweede natuur.
Olivia, met haar 10 jaar, gaat na de zomer gewoon al naar groep 7, waar we om het hoekje mogen gaan kijken van de middelbare school.
Voor Tijl zal een tijd komen van het serieuzere werk, met toetsen en spreekbeurten en nog meer huiswerk. Elke nieuwe stap is weer spannend, maar zoals de afgelopen 4 jaar heeft uitgewezen, elke nieuwe stap zal ook weer lukken waarna wéér een volgende stap zal volgen.

Ik refereer aan mijn eerste column omdat dit mijn laatste hier is.
Ik heb het altijd met liefde gedaan, ook al moest Mevrouw Thuisinonderwijs mij élke keer weer aan de deadline herinneren. (Deze keer uiteraard weer.) Sorry daarvoor, mevrouw Thuisinonderwijs!
Na vier jaar schrijven over de kinderen en onze avonturen in en rondom school, is de koek een beetje op. Maar hé, wát voor koek was dat!
Ik schreef over de Wii-kleuter, traktatiestress, hoe onze lieve Heer bezongen werd, schoolzwemmen en lampionnen nieten. Over luizen, dialect op school, Sinterklaas en het prachtverhaal over een onder gescheten feestganger. Me dunkt.

Ik heb me in die tijd ontwikkeld tot de ‘aan de zijlijn’-moeder. Ik vind dat de perfecte rol. Het houdt het midden tussen de ‘ik doe óveral aan mee en ik sta altijd vooraan met feestjes/sportdagen/leesochtenden/paastakhoogspringen’-moeder en de ‘Mijn kind zit op school maar ik weet niet waar die ligt en joe, doei’-moeder. Die heb je, hoor! Echt! (Maar ik vind die eerste categorie eigenlijk enger.)
De ‘aan de zijlijn’-moeder staat aan eh… de zijlijn, ja, en stapt indien gewenst – of onder dwang – in het veld. Dan helpt zij wat mee met een koningsspelen hier en een kerstslingertje daar en soms zet zij wel eens twee stappen en bakt een cake. Gekkenhuis.
Vraagt de school om vrijwilligers voor het eindfeest dan denkt de ‘aan de zijlijn’-moeder allereerst ‘ja maar, heb ik dan wel tijd om goedkope biertjes op het schoolplein te drinken?’ en daarna stelt zij voor om – vrij smakeloze – knakworsten in bladerdeeg als hapjes te maken. Omdat ze wel íets wil doen tenslotte.
(De ‘ik doe overal aan mee’-moeder heeft op dat zelfde moment al een huzarensalade voor 320 personen gemaakt, heeft 7 groepjes onder haar hoede waar ze een act mee instudeert en een mixtape gemaakt voor de muziek die avond.)

Nee, ik vind dat wel prima zo. Ook voor de kinderen vind ik de ‘aan de zijlijn’-moeder de beste keus.
Als je dan eens een keer je gezicht laat zien in de klas, zijn ze tenminste laaiend enthousiast. Hun moeder! Op school! Is het Pasen en Pinksteren? Waah!
Breng ik ze verder ook niet in verlegenheid met mijn prominente aanwezigheid. Dat moment bewaar ik dan wel voor het eindfeest, waar mijn dochter ‘schamelijk!’ zal brommen wanneer ik na die goedkope biertjes te hard zal juichen als ik met de tombola de Simson-fietsreparatiedoos win.

Goed. Ik wil maar zeggen. Ik kan de rol van ‘aan de zijlijn’-moeder van harte aanraden.
Meanwhile, ploegen wij ons door het tweede en laatste deel van de basisschool. Alles sal reg kom, mensen.

Susanne column rondColumniste Susanne van der Poel is 39 jaar, getrouwd en moeder van Olivia (9) en Tijl (7).

Susanne schrijft sinds 2005 op haar eigen weblog Susyschrijft en was jarenlang columniste voor de tijdschriften Kinderen en Kek Mama.

Je kunt Susanne ook volgen op Twitter en Facebook.

Verder lezen