Groepen

Martine Huurman

Verliefd in groep 7

19 juni 2013 | Reacties (1)

“Mam, ik heb je advies nodig!”
Met een rood en bezweet hoofd stapt mijn zoon de keuken in. Het komt als een volledige verrassing. Ik verwacht hem pas een uur later.
Nog niet eerder vroeg hij mij zo direct om hulp. Wat hulp, advies! Ik voel mijn ego per direct groeien. Een trots, stoer en bijna opschepperig gevoel borrelt bij me naar boven. En of ik een goede relatie heb met mijn puberende zoon! Hij drentelt wat heen en weer.
“Waar heb je advies voor nodig?”

Martine Huurman

Martine Huurman

Zweet loopt nu in straaltjes langs zijn gezicht. Het drupt op zijn shirt.
“Ze heeft me verkering gevraagd, wat moet ik nou doen?” Ook dat komt als complete verrassing. Mijn zoon verkering? Hij wil toch alleen maar voetballen, tennissen en met zijn vrienden clash of clans spelen?
Ik vraag aan hem door wie hij gevraagd is. Gelukkig herken ik de naam. “Wat vind jij mam?”
Hij staat er zo stoer en tegelijk zo lief bij. Het liefst pak ik hem beet voor een knuffel. Maar ik verman me en onderdruk een vertederende lach. Ik neem het bloedserieus.
“Wat wil je zelf?” Hij weet het niet. Hij weet het écht niet.

Ik vuur een paar vragen op hem af; “Vind je haar leuk?”, “Word je blij als je aan haar denkt?”, “Voel je kriebels?” en “Hebben jullie het gezellig samen?” Alle vragen beantwoordt hij volmondig met ja.
“Maar mam, ik weet niet of ik haar echt mooi vind.” Nog een verrassing. Er flitsen allerlei wijsheden door mijn hoofd. Nou ja, wijsheden, eerder flarden van normen- en waardenachtige zinnetjes. Ik besluit om het makkelijk te houden. Daarom vraag ik of hij het belangrijk vindt of ze mooi is.
Het blijft even stil.
“Nee, niet echt, ik geloof dat ik maar ja zeg.” De kriebels stralen van zijn gezicht af. Tenminste, zo zie ik het als trotse moeder van een verliefde zoon.

We zitten inmiddels samen op de bank en ik krijg een heel verslag van wie er allemaal verliefd op elkaar zijn. Het is in groep 7 aan de orde van de dag. Ik geniet van de verhalen. De eerste stappen in de wereld van verliefdheid, hormonen, verkennen en verdwalen zijn gezet. De eenvoud straalt er nog vanaf.
Even denk ik terug aan de tijd dat mijn vriendinnen en ik verliefd waren. Samen een verliefd (t)op-3 opstellen. Zo simpel was het. Zei de ene jongen nee, dan zei de volgende misschien wel ja. Wat blijkt nu, er is wat dat betreft nog niets veranderd.

Ik kijk eens goed naar mijn zoon. Het is een leuke vent. Ik voel me trots. Dan komt de laatste verrassing: “Mam, ik hoef toch niet te zoenen, hè?”
Mijn lach is de hele avond niet van mijn gezicht af geweest.

 

Columniste Martine Huurman is 41 jaar en moeder van een zoon van bijna 11 en dochter van bijna 8. Martine heeft jarenlang in het speciaal onderwijs gewerkt. Ze heeft er als leerkracht, intern begeleider en behandelcoördinator veel ervaring opgedaan. Tegenwoordig runt ze een zelfstandige praktijk waarin ze kinderen, ouders en leerkrachten begeleidt. Martine is gedragsdeskundige en geregistreerd remedial teacher. Als gecertificeerd KIES-coach biedt ze hulp aan kinderen en ouders in echtscheidingssituaties.

 

Verder lezen

Bij de drieminutentoets wordt een stopwatch gebruikt

Tempolezen is lezen tegen de klok

1 juni 2013 | Reacties (0)

Snel kunnen lezen is een belangrijke vaardigheid om informatie te kunnen verwerken. Daarom wordt er op school veel aandacht aan besteed. Op de meeste scholen wordt het leestempo twee keer per jaar getoetst door middel van de ‘drieminutentoets’ en een AVI-toets.

Tempo lezen

Tempo lezen is een oefenvorm om het leestempo omhoog te krijgen. Sneller lezen is belangrijk, omdat kinderen dan makkelijker onthouden wat ze gelezen hebben. Wanneer kinderen te langzaam lezen, zijn ze de eerste woorden al vergeten, voordat ze bij het laatste woord zijn. Een veelgebruikte methode in groep 3 om het leestempo te verhogen is Veilig en vlot, waarin het automatiseren van het woordbeeld (los van de context) een sleutelrol speelt.

Ook na groep 3 blijft het verhogen van het leestempo een belangrijk aandachtspunt, dat tot in groep 8 aan de orde komt. Immers, hoe hoger het leestempo, hoe meer stof je in korte tijd kunt verwerken. Dat is een belangrijke vaardigheid voor het vervolgonderwijs. Veel kinderen vinden tempo lezen saai, omdat het bestaat uit het lezen van losse woorden zonder context.

Bij de drieminutentoets wordt een stopwatch gebruikt

Drieminutentoets

De drieminutentoets (DMT) is een test om het leestempo en technisch leesniveau van je kind vast te stellen. De leerling moet in één minuut zo veel mogelijk woorden van een kaart met losse woorden lezen en dat drie keer met verschillende kaarten. De drieminutentoets wordt in groep 3 tot en met 7 tweemaal afgenomen: in januari/februari en in mei/juni. In groep 8 alleen in januari/februari.

AVI-toets

AVI-toetsen zijn een middel om vast te stellen op welk AVI-niveau een leerling leest. Bij deze toets leest de leerling een kaart met een tekst, oplopend in moeilijkheidsgraad. Het gaat hierbij om de vlotheid waarmee de leerling de tekst kan voorlezen. De meeste scholen nemen AVI-toetsen af in januari/februari en mei/juni.

Meer weten over lezen? Zie ook:


Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

15 april 2013 | Reacties (0)

Kinderen met dezelfde Cito-score krijgen op de ene basisschool een veel hoger schooladvies dan op de andere. Dat blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie. Op enkele tientallen scholen krijgt meer dan driekwart van de leerlingen een hoger schooladvies dan op basis van hun score op de Cito-eindtoets te verwachten zou zijn.

De onderwijsinspectie analyseerde de gegevens van 150.000 leerlingen die in 2012 in groep 8 zaten. 24 procent van de leerlingen kreeg een hoger schooladvies en 10 procent een lager schooladvies dan de eindtoets suggereert. Het maakt veel uit op welke basisschool een leerling zit. Op 7 procent van de scholen heeft de leerling 50 procent kans om een hoger advies te krijgen dan de toetsuitslag, terwijl 11 procent van de scholen bij geen enkele leerling hoger adviseert.

Regionale verschillen

Ook tussen de verschillende regio’s zijn de verschillen groot. In de vier grote steden krijgen leerlingen maar zelden een lager advies dan de toetsuitslag. In Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland zijn de adviezen vaak hoger dan de toetsuitslag, terwijl in Friesland juist relatief lager wordt geadviseerd.

Relatie basisschooladvies en resultaat eindtoets

Scholen voor voortgezet onderwijs moeten de plaatsing van leerlingen baseren op het basisschooladvies en het zogenaamde tweede objectieve gegeven (meestal de Eindtoets Basisonderwijs). Het advies van de basisschool is gebaseerd op de inschatting van de basisschooldirecteur, mede gelet op de prestaties van de leerling in zijn hele schoolloopbaan. Hierdoor kunnen er per leerling goede gronden zijn om het advies te laten afwijken van het resultaat van de eindtoets, dat immers een momentopname is.

Vervolgonderzoek

Uit inspectiegegevens blijkt dat het voor een leerling nogal wat uitmaakt op welke school hij zit. Op een deel van de scholen hebben leerlingen geen of weinig kans op een hoger advies, maar wel een grote kans op een lager advies dan op grond van hun score mag worden verwacht. De inspectie doet onderzoek naar de kwaliteit van het schooladvies.

 

Verder lezen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

10 april 2013 | Reacties (0)

Steeds minder kinderen nemen deel aan het verkeersexamen op de fiets. Dat constateert Veilig Verkeer Nederland naar aanleiding van het theoretisch verkeersexamen dat morgen wordt afgenomen in groep 7 en 8 van de basisschool. Het theorie-examen wordt in heel Nederland op dezelfde dag gemaakt, voor het fietsexamen prikt iedere gemeente haar eigen datum.

Kinderen zonder fiets

In 2009 deed 9 procent niet mee aan het praktijkexamen. Twee jaar later, het laatst bekende cijfer bij VVN, steeg het aantal afhakers tot 13 procent. Dat zijn 20.280 leerlingen. Twee jaar geleden luidde Veilig Verkeer Nederland ook al de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Gebrek aan vrijwilligers om het verkeersexamen in goede banen te leiden, is een andere bedreiging voor dit oer-Nederlandse fenomeen, dat al sinds 1932 bestaat.

Alle somberheid ten spijt is het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland op het overgrote deel van de basisscholen vaste prik. In april of mei fietsen leerlingen van groep 7 of 8 met gekleurde hesjes voorzien van een rugnummer door het dorp of de stad om te laten zien dat ze de verkeersregels kennen. Een hele happening, die – als alles goed gaat – wordt afgesloten met het verkeerdiploma.

Verkeersexamen in groep 7 of 8

  • Het verkeersexamen wordt op zeventig procent van de deelnemende scholen gedaan in groep 7. De rest doet het in groep 8.
  • Het praktisch verkeersexamen wordt per gemeente georganiseerd; er is geen vaste landelijke datum. Het schriftelijke verkeersexamen (theorie) wordt door scholieren in heel Nederland op dezelfde datum (half april) gemaakt.
  • 95 Procent van de kinderen slaagt voor het schriftelijke examen. Het praktijkexamen wordt nog succesvoller afgelegd: 97 procent van de kinderen slaagt. Van de gezakte kinderen doet zestig procent een jaar later een nieuwe poging.

Bron: VVN

Het theoretisch verkeersexamen

Veilig Verkeer Nederland hanteert de volgende uitgangspunten:

  1. Het veilig toepassen van regels staat centraal, voor de kinderen zelf en voor anderen.
  2. De verkeerseducatie gaat uit van hoe de weg er in de praktijk uitziet en hoe daar veilig te handelen, ongeacht of de wegconstructies aan de wettelijke eisen voldoen.
  3. Het uitgangspunt van verkeerseducatie is altijd de situatie zoals kinderen die in de praktijk tegenkomen. Ook bijvoorbeeld buitenspelen op straat is daar onderdeel van. Dergelijk gedrag dat formeel verboden is, maar wel vaak voorkomt, wordt in het lesmateriaal besproken en ook in het schriftelijk verkeersexamen getoetst.
  4. Kinderen wordt geleerd rekening te houden met fouten en vergissingen van anderen. Dat speelt vooral bij voorrang verlenen en voor laten gaan. Kinderen wordt geleerd altijd bedacht te zijn op andere weggebruikers die zich niet aan de regels houden.

Herexamen

Gezakt? De dag na het schriftelijk Verkeersexamen staat er op de website een herexamen voor leerlingen die in eerste instantie zijn gezakt voor het schriftelijk verkeersexamen. Kinderen het theorie-examen niet halen mogen in principe wel meedoen aan het praktijkexamen, al zijn er scholen die daarvan afwijken.

‘En boem, daar liggen ze dan’

Mooie beelden uit de begintijd van het verkeersexamen in de jaren dertig:

 

Verder lezen

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

9 april 2013 | Reacties (0)

“Het roer moet radicaal om in het kleuteronderwijs”, vindt de werk- en steungroep kleuteronderwijs. De werkgroep, bestaande uit docenten en onderwijsdeskundigen, vindt de druk op kleuters om al heel jong te moeten presteren veel te groot. De werkgroep heeft een zwartboek over het kleuteronderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

Een kleuter is geen schoolkind

“Een kleuter is geen schoolkind, maar wordt wel als zodanig getest, gelabeld en behandeld”, stelt de werkgroep. “Leerkrachten van de groepen 1 en 2 worden sinds de komst van het basisonderwijs niet meer speciaal opgeleid voor het begeleiden van kleuters en hebben geen kennis van de ontwikkelingspsychologie van het jonge kind. Dat behoort, net als de angst voor latere leer- en gedragsproblemen en taalachterstanden, tot de oorzaken van het te vroeg aanbieden van letters en cijfers.”

Ontwikkeling kleuters centraal

De Werk- en Steungroep kleuteronderwijs, waaronder veel leerkrachten die nog goed opgeleid zijn, zet zich in voor onderwijs dat aansluit bij de neurologische en psychologische ontwikkeling van kleuters.

Verder lezen

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

28 maart 2013 | Reacties (1)

In de tweede helft van het schooljaar gaat – vooral in groep 3 en 4 – het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af. Hun zoon Kas (6) zit in groep 3. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo kregen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competatief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestresst van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken Kas erg in mij. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan? Thuisinonderwijs.nl ging te rade bij ouders, leerkrachten en andere deskundigen en zet een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt.

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

  • Oefen elke dag 10 minuten. Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.
    Thuis oefenen met lezen

    Maak elke dag tijd vrij om te oefenen met lezen, ook als het je eigenlijk niet zo goed uitkomt.

  • Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”
  • Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”
  • Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.
  • Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.
  • Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.
  • ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer onder de regel die wordt gelegd en de tekst eronder afdekt. Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen. Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  • Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle. Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”
  • Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.
  • Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.
  • Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.
  • Borden lezen langs de snelweg

    Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

    Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. “

  • Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.
  • Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.  Schrijver Roland Kalkman van het samenleesboek Poes in de klas legt hier uit hoe je zo’n samenleesboek het beste kunt gebruiken.


© Thuisinonderwijs.nl, 2012

Verder lezen

Eindtoets in groep 8 voortaan verplicht

Eindtoets in groep 8 voortaan verplicht

22 maart 2013 | Reacties (0)

Alle leerlingen op de basisschool maken voortaan in groep 8 verplichte een eindtoets voor taal en rekenen. Dat kan de bekende Cito-toets zijn, maar scholen mogen ook een andere eindtoets kiezen. De toets wordt in april of mei gehouden, waardoor de uitslag een minder grote rol speelt bij de toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat is de uitkomst van het debat in de Tweede Kamer over invoering van de verplichte Cito-toets.

Schooladvies wordt leidend

Staatssecretaris Sander Dekker ging akkoord met de wens van de Kamer om het schooladvies leidend te laten zijn. Scholen kennen hun leerlingen na acht jaar door en door en hebben een beter beeld van de kinderen dan een momentopname van een eindtoets oplevert, is overtuiging. Doordat scholen nu verplicht een leerlingvolgsysteem moeten hebben, kunnen de vorderingen van acht jaar basisschool goed worden vastgelegd. Overigens werken de meeste scholen al met zo’n leerlingvolgsysteem.

Hogere toetsscore: advies aanpassen

De uitslag van de eindtoets kan voor scholen wel aanleiding zijn om hun advies aan te passen. Als een leerling hoger scoort op de Cito-toets of andere eindtoets dan het advies van de leerkracht, dan is de school verplicht het advies te heroverwegen. Als de school als de school het advies niet aanpast, kun je als ouder in beroep.

Makkelijke toets blijft nog even

Ook is afgesproken dat de makkelijke versie van de  Cito-toets, die scholen aanbieden aan leerlingen die waarschijnlijk naar het vmbo gaan, nog 3 jaar gebruikt mag worden. Daarna moet er een zogeheten adaptieve test zijn. Dat is een toets die digitaal wordt afgenomen en zich automatisch aanpast aan het niveau van de leerling.

Cito-score is meestal gelijk aan schooladvies

Als de Cito-score aangeeft dat de leerling een hoger schoolniveau aankan dan de leerkracht bij het schooladvies had ingeschat, moet de school het advies heroverwegen. Maar hoe vaak komt zo’n situatie eigenlijk voor? PvdA-Kamerlid Loes Ypma noemde in het debat de volgende cijfers:

  • Cito-score gelijk aan schooladvies: 86 procent
  • Cito-score hoger dan schooladvies: 10 procent
  • Cito-score lager dan schooladvies: 4 procent

Overigens is een lagere Cito-score géén reden om het schooladvies te heroverwegen.


Verder lezen

Geen foutloze Cito-toetsen in 2013

Geen foutloze Cito-toetsen in 2013

6 maart 2013 | Reacties (0)

De Cito Eindtoets 2013 is door geen enkele leerling foutloos gemaakt. Wel waren er twee jongens die slechts één fout hadden in de tweehonderd opgaven op het gebied van taal, rekenen en studievaardigheden. Dat blijkt uit de landelijke uitslag van de Eindtoets, die Cito vandaag bekend heeft gemaakt. In totaal hebben 7.772 kinderen de hoogst haalbare score van 550 behaald. Deze leerlingen maakten 18 of minder fouten.

Landelijk gemiddelde lager

De gemiddelde Cito-score lag dit jaar op 535,1. Dat is iets langer dan voorgaande jaren. Cito vermoedt dat dit komt door een verschuiving in de populatie deelnemende leerlingen. Opvallend is dat in vergelijking met 2012 5% meer leerlingen (1.174) waarvan de leerkracht inschat dat ze doorstromen naar brugklastype basisberoepsgerichte leerweg en/of kaderberoepsgerichte leerweg, de toets hebben gemaakt. Het kan zijn dat leerlingen die eerder werden uitgesloten nu wel hebben deelgenomen, omdat zij dit jaar voor het eerst de Eindtoets Niveau (een makkelijker versie) op papier konden maken.

Verschillen jongens en meisjes dit jaar iets groter

Net als in voorgaande jaren halen jongens gemiddeld iets hogere standaardscores dan meisjes. Het verschil tussen de prestaties van jongens en meisjes is dit jaar iets groter dan vorig jaar. Vorig jaar werd dit verschil juist iets kleiner. Meisjes scoren gemiddeld hoger bij taal en jongens juist bij rekenen-wiskunde en studievaardigheden.

Recordaantal leerlingen

Een recordaantal leerlingen heeft de toets gemaakt. In totaal hadden 165.000 leerlingen zich ingeschreven. Dat is 3.000 meer dan het jaar daarvoor. Van het totaal aantal leerlingen maakte 86% de Eindtoets Basis (inschatting vmbo GL/TL, havo, vwo) en 14% Eindtoets Niveau (inschatting vmbo BB, KB).

Overzicht landelijk gemiddelde Cito-scores per jaar

2013 535,1
2012 535,5
2011 535,5
2010 534,4
2009 535,1
2008 534,8
2007 535,1
2006 534,8
2005 534,5
2004 535,2
2003 535,5

Bron: Cito

Verder lezen

Jongens halen al jaren een iets hogere Cito-score dan meisjes

Groep 8 krijgt score Cito-toets te horen

1 maart 2013 | Reacties (7)

Het zijn spannende dagen voor leerlingen van groep 8. Maandag 4 maart of dinsdag 5 maart 2013 krijgen zij de uitslag van de Cito-toets, die in februari is gemaakt. Die uitslag bestaat uit de behaalde standaardscore (het befaamde getal tussen 501 en 550) en de zogenoemde poppetjesgrafiek. Maar wat vertellen die je nou eigenlijk?

Hoe wordt de Cito-score berekend?

De Cito-toetsen die in februari zijn gemaakt, zijn nagekeken door het Cito. Dat is niet handmatig gebeurd; de antwoorden zijn ingelezen door een machine (of in geval een digitale toets: verwerkt door de computer). Het aantal goede antwoorden wordt vermenigvuldigd met een bepaald getal; de uitkomst is de score. Had je kind alle vragen fout, dan rolt er een score van 501 uit. Bij alles goed is de score 550. Voor de Cito-score telt het (facultatieve) onderdeel Wereldoriëntatie niet mee. De afgelopen jaren schommelde het landelijk gemiddelde rond de score 535. Cito maakt de landelijke uitslag bekend op woensdag 6 maart 2013: klik hier voor de uitslag.

‘Moeilijke’ en ‘makkelijke’ eindtoetsen

Voor alle eindscores tussen 501 en 550 geldt dat het van jaar tot jaar verschilt hoeveel vragen een leerling goed moet hebben om een bepaalde score te behalen (overigens: kinderen met slechts een paar fouten kunnen ook de maximale score halen). De Cito-eindtoets is het ene jaar moeilijker dan het andere. Bij het berekenen van de scores houdt Cito rekening met de moeilijkheid van de toets. “In een ‘makkelijk’ jaar moet je een paar opgaven méér goed hebben dan in een ‘moeilijk’ jaar om dezelfde standaardscore te halen.”

Voor de eindscores maakt dat volgens Cito niet uit: “Omdat de eindtoets elk jaar volledig uit nieuwe opgaven bestaat, kan de moeilijkheid van de toets van jaar tot jaar iets variëren. Deze variaties in moeilijkheid zijn echter zeer klein. Alle opgaven hebben twee keer in een proefafname meegedraaid voor ze in de eindtoets terechtkomen. We weten dus al vooraf hoe moeilijk elke opgave is en we zorgen ervoor dat de toets elk jaar ongeveer evenveel makkelijke als moeilijke opgaven bevat.”

De Cito-score geeft een algemene indicatie van het best passende onderwijstype:

  • 501 – 522 – Basisberoepsgerichte leerweg
  • 522 – 527 – Basis- en Kaderberoepsgerichte leerweg
  • 524 – 528 – Kaderberoepsgerichte leerweg
  • 528 – 532 – Kaderberoepsgerichte leerweg en gemengde/theoretische leerweg (het voormalige mavo)
  • 530 – 535 – Gemengde/ theoretische leerweg
  • 533 – 536 – Gemengde/theoretische leerweg en havo
  • 538 – 541 – havo
  • 538 – 545 – havo/vwo brugklas
  • 545 – 550 – vwo (atheneum / gymnasium / Tweetalig onderwijs / Tvwo)

Wat is de poppetjesgrafiek?

Poppetjesgrafiek Cito

De poppetjesgrafiek op de Cito-uitslag geeft aan hoe je kind zou scoren op een bepaald schooltype

Op het Leerlingrapport van de Cito-uitslag is een ook zogenoemde poppetjesgrafiek afgebeeld. Deze grafiek geeft grafisch weer wat de betekenis is van de standaardscore voor de keuze van een brugklastype. Achter elke schoolrichting staat een rij poppetjes. Op elke rij is één poppetje gekleurd; die stelt het kind voor. Daarnaast wordt een percentage vermeld. Dat geeft aan hoeveel procent van de leerlingen op deze schoolrichting beter zullen scoren dan jouw kind. De schoolrichting met het percentage rond de vijftig procent (je kind is daarop een gemiddelde leerling) wordt als het meest geschikt beschouwd.

Resultaten worden niet bewaard

Van alle kinderen die jaarlijks de Cito-eindtoets maken, heeft Cito de uitslagen in het bestand. Dat is echter maar van tijdelijke duur. Zodra de toelatings- en doorstroomgegevens zijn verzameld en gekoppeld zijn aan de resultaten op de eindtoets, worden alle namen uit de Cito-computerbestanden verwijderd, zo geeft Cito aan.

 

Gepubliceerd op: 6 maart 2012
Bijgewerkt op: 1 maart 2013

Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten