Groepen

Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Goede cijfers, tegenvallende Cito's

Goede cijfers, tegenvallende Cito’s

8 februari 2017 | Reacties (1)

Het komt geregeld voor dat kinderen die normaal gesproken hoge cijfers halen slechts matig scoren op Cito-toetsen. Ouders begrijpen vaak niet hoe dat kan – en scholen leggen het ook lang niet altijd goed uit. Toch laat het verschijnsel zich wel verklaren, al zal de exacte oorzaak per kind verschillen.

Cito-toetsen zijn anders dan methodetoetsen

De normale cijfers krijgt je kind voor de reguliere toetsen die horen bij de lesmethode, de zogeheten methodetoetsen. Deze methodetoetsen zijn bedoeld om te controleren of de leerlingen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het is dus moeilijker om een hoge Cito-score te halen dan een goed cijfer op een methodetoets.

De methodegebonden toetsen sluiten bovendien naadloos aan op de lesstof. Er worden precies díe kennis en vaardigheden getoetst die je kind in de weken eraan voorafgaand uitgelegd heeft gekregen en intensief heeft geoefend. Deze informatie en kennis ligt dus nog vers in het geheugen. Cito-toetsen worden eens per halfjaar gehouden. Daardoor kan sommige kennis wat zijn weggezakt. Soms komen er ook dingen aan de orde die je kind helemaal nog niet heeft geleerd in de klas; de Cito-toetsen lopen niet altijd helemaal parallel aan het aanbod in de lesmethodes.

margequote blauwDaarnaast kan de vraagstelling in Cito-toetsen de score beïnvloeden. Zo’n toets ziet er anders uit dan wat je kind gewend is en de leerlingen moeten zelf bedenken welke oplossingsstrategie ze moeten gebruiken. Dat is soms best lastig!

Faalangste en stress

Soms ligt de oorzaak van zo’n verschil in scores bij de leerlingen, of bij de manier waarop die Cito-toetsen ervaart. Faalangst kan een rol spelen, als er te veel nadruk wordt gelegd op het belang van de Cito-toets. Was Cito-stress in het verleden nog vooral een woord dat in verband werd gebracht met de Cito-eindtoets in groep 8, steeds vaker duikt het begrip nu ook op in de lagere groepen. Scholen moeten de toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem elk jaar verplicht aanleveren bij de Onderwijsinspectie. Die controleert nauwlettend of het niveau schoolbreed aan de verwachtingen voldoet. Dit legt druk op scholen om te zorgen voor goede Cito-scores.

Nu de uitslag van de eindtoets in groep 8 niet meer meetelt voor het schooladvies, wordt er op nogal wat scholen nadrukkelijker gekeken naar de scores uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 bij de vaststelling van het schooladvies. Probeer als ouder te voorkomen dat je daarvan in de stress schiet. Dat is het wel het laatste waar je kind bij gebaat is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie is gebleken dat de Cito-scores uit het leerlingvolgsysteem een heel goede voorspeller zijn voor het niveau van voortgezet onderwijs dat kinderen aankunnen.

Of andersom: slechte cijfers, hoge Cito’s

Sommige leerlingen maken hun methodetoetsen maar matig, maar scoren ineens in de hoogste schaal tijdens Cito-toetsen. Dat kan het gevolg zijn van een slechte werkhouding: je kind heeft niet zo’n zin om zich erg in te spannen of interesseert zich maar matig voor het schoolvak en doet op gewone toetsen niet bijzonder zijn best. Maar een Cito-toets is anders, belangrijker en interessanter. Daar gaat hij wel even voor zitten. Het kan ook zijn dat de leerling onderpresteert: de normale stof is te gemakkelijk en biedt geen uitdaging, maar bij de moeilijkere vragen in de Cito-toets leeft hij op.

Wat de oorzaak ook is van opvallende verschillen tussen de gewone toetsen en de Cito-toetsen, voor de leerkracht moet zo’n verschil altijd een signaal zijn om precies na te gaan wat er aan de hand is. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Of alleen bij heel grote verschillen. Of alleen bij leerlingen die helemaal aan de onderkant of helemaal aan de bovenkant van de schaal zitten.

Als je vindt dat de leerkracht de toetsresultaten onvoldoende kan verklaren of te veel blijft hangen in algemeenheden, laat je dan niet te snel met een kluitje in het riet sturen. Vraag of de leerkracht of intern begeleider er nogmaals naar wil kijken en spreek af om er op een later tijdstip op terug te komen. Uiteindelijk is dat de winst van een leerlingvolgsysteem: dat leerkracht en ouders samen de uitslagen bekijken en samen bepalen hoe het gaat met het kind en of er wat extra’s gedaan moet worden.

Verder lezen

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

1 februari 2017 | Reacties (0)

De verschillende eindtoetsen voor groep 8 geven niet allemaal dezelfde uitkomst van een het niveau van een leerling, terwijl dat wel zou moeten. Dat blijkt uit een analyse van de toetsresulaten van vorig jaar. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) heeft dat aan de Tweede Kamer laten weten.

Van Citoscore naar diploma

Alle scholen zijn verplicht om in groep 8 een eindtoets af te nemen. De afgelopen twee jaar waren er drie goedgekeurde toetsen: centrale eindtoets, IEP Eindtoets en Route8. Dit schooljaar zijn het er zelfs zes. De toetsen zijn allemaal verschillend en leggen andere accenten.

Toetswijzer

De vraag rijst dan al snel: zijn die toetsen eigenlijk wel vergelijkbaar? In principe zou dat wel het geval moeten zijn. Alle eindtoetsen zijn namelijk gebaseerd op de officiële toetswijzer, die namens de overheid is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens. Welke eindtoets de school ook kiest, de toets zou altijd dezelfde type scores moeten opleveren, die onderling vergelijkbaar zijn, ook al worden er verschillende schaalwaarden gebruikt.

Nu blijkt het in de praktijk dus toch een beetje anders te liggen. Leerlingen die de toets van ROUTE 8 maakten kregen gemiddeld een lager advies, terwijl de IEP Eindtoets juist iets hogere adviezen geeft voor de middelbare school. Dit lag niet aan de achtergrond van de betreffende leerlingen maar aan een verschil in normering tussen de toetsen en de vrij ruime interpretatiemogelijkheden van de regels.

Het ministerie van Onderwijs werkt voor volgend jaar aan een oplossing. Een zogeheten expertgroep gaat de toestenmakers helpen om de uitkomst van de eindtoetsen op één lijn te krijgen. De PO-Raad (basisschoolbesturen) is daar blij mee. “De toekomst van een kind mag natuurlijk niet afhangen van het type eindtoets dat een leerling maakt”, aldus een woordvoerder in NRC.

Zes eindtoetsen in 2017

Dit schooljaar kunnen scholen kiezen uit zes verschillende eindtoeten:

  • de centrale eindtoets (Cito)
  • de IEP eindtoets
  • Route8
  • de AMN Eindtoets
  • de CESAN Eindtoets
  • Dia-eindtoets

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

30 januari 2017 | Reacties (9)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Schooladvies wordt minder belangrijk

Schooladvies wordt minder belangrijk

25 januari 2017 | Reacties (0)

Het schooladvies in groep 8 wordt minder belangrijk. Na twee jaar op de middelbare school volgt er een nieuw advies. Dat stelt de VO-raad voor, zo vertelt voorzitter Paul Rosenmöller in dagblad Trouw.

Door na twee jaar voortgezet onderwijs opnieuw naar de leerling te kijken, moet het eindadvies van de basisschool minder bepalend worden voor de hele middelbare schoolloopbaan. “Het schooladvies moet iets zeggen over de start van de middelbare school en niet dienen als verwachting van welk diploma je uiteindelijk gaat halen”, zegt Rosenmöller. “Het lijkt ons dus logisch om na twee jaar een nieuw moment in te bouwen waarin je met zijn allen bespreekt: waar sta je nu?”

Het idee voor een vervolgadvies na twee jaar is het antwoord van het voortgezet onderwijs op het probleem dat de Onderwijsinspectie in voorjaar 2016 aankaartte: de ongelijkheid tussen kinderen van lager- en hogeropgeleide ouders groeit en kinderen van laagopgeleide ouders krijgen door de organisatie van het onderwijs minder kansen.

Gelijk met het tweede schooladvies, moet ook het voortgezet onderwijs anders worden ingericht, zodat overstappen naar een ander niveau makkelijk mogelijk is.

Verder lezen

Spelling, een ingewikkelde klus

Spelling, een ingewikkelde klus

24 januari 2017 | Reacties (0)

Er is een tijd in het leven van je kind dat spelling heerlijk overzichtelijk lijkt: aan het begin van groep 3, als je kind alleen nog maar klankzuivere woorden leest en schrijft. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Bleef het maar zo eenvoudig!

Het lastige aan de Nederlandse spelling is dat onze taal ongeveer veertig klanken kent, maar het alfabet maar 26 letters heeft. Sommige letters hebben meerdere klanken (denk maar aan de e in bel, Lego en praten) en sommige klanken kun je op verschillende manieren schrijven (met ij/ei, au/ou. g/ch, maar ook geluk en lelijk). En dan komen daar de ingewikkelde regels van de werkwoordspelling met zijn d’s, t’s en dt’s nog bij!

Luisterwoorden, weetwoorden en regelwoorden

Om goed te leren te spellen moet je kind weten welke strategie hij moet toepassen. Schrijf je het woord zoals het klinkt (‘luisterwoorden’) of is het een woord waarvan je domweg moet onthouden hoe je schrijft (‘weetwoorden’). Of is er wellicht een spellingsregel van toepassing (‘regelwoorden’): hond schrijf je met een -d want die hoor je als het woord langer maakt en hij houdt schrijf je met -dt want werkwoorden op -den krijgen in de derde persoon enkelvoud een -t achter de stam. Bij regelwoorden moet je kind eerst uitgoochelen om welke regel het gaat en dan nog wat de uitkomst is. Ga er maar aanstaan!

Het aanleren van de spellingsregels is in groep 5 en 6 dan ook vaste prik. Leerde je kind in groep 4 nog voornamelijk woorden van één lettergreep spellen, nu worden die regels verbreed naar woorden van twee of drie lettergrepen. Ook komen er nieuwe spellingcategorieën aan bod. In groep 6 wordt een begin gemaakt met het aanleren van de werkwoordspelling.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

In groep 5:

  • woorden met -je, -pje, -kje of -etje aan het eind: liedje, filmpje, kettinkje, karretje
  • samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar: broodplank
  • woorden waarbij in het meervoud de f in een v verandert of de s in een z: druif – druiven, kaas – kazen
  • woorden met -elen, -enen of -eren: wandelen, tekenen, hinderen
  • woorden met -lijk of -ig: lelijk, keurig

In groep 6:

  • meervoud op ‘s: taxi’s, piano’s, baby’s
  • woorden met een c: cel, actief
  • woorden op -atie,- itie, -tie: traktatie, politie, vakantie
  • tijdsaanduidingen met ‘s: ‘s morgens
  • hoofdletters bij landen, steden, inwoners: Nederland, Amsterdam, Duitser
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ven en -zen: geven – hij geeft, lezen – jij leest
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -den: houden – ik houd – hij houdt

In groep 7:

  • leenwoorden
  • woorden met ‘s
  • woorden met trema en koppelten
  • werkwoordspelling

In groep 8:

  • woorden met tussen-n
  • werkwoordspelling
  • 4000 woorden kunnen spellen

Veel scholen gebruiken taalmethodes waarbij kinderen op de computer spelling oefenen. Die oefeningen zijn verpakt in een leuke, kleurrijke vormgeving of in een spelletjesvorm. Ook de dictees worden vaak op de computer afgenomen. Het voordeel van deze manier van werken is dat kinderen oefenen op hun eigen niveau: zwakke spellers krijgen een programma met meer oefening dan sterke spellers en woorden die je kind al probleemloos kan spellen hoeven niet eindeloos herhaald te worden; die tijd kan beter worden besteed aan woorden die nog wel problemen geven.

 

Spelling is voor Britt echt een struikelblok. Ze moet thuis extra oefenen. Dat doet ze op de computer via een speciale site van school, maar ze krijgt ook een woordenlijst op papier mee. Britt moet elke dag vijf woorden van de lijst leren. Eerst schrijft ze de woorden twee keer over, daarna lezen wij de woorden voor en moet Britt ze opschrijven. Vijf woorden lijkt niet zo veel, maar het is best pittig, vooral op de dagen dat Britt naar de bso gaat en we allemaal pas laat thuis zijn.

 Ilse, moeder van Britt (9)

 

Dictees in soorten en maten

Een manier om spelling te toetsen, is het ‘dictee’. Er zijn verschillende soorten dictees:

Instapdictee: dictee aan het begin van het schooljaar om vast te stellen wat je kind nog weet van vorig jaar

Signaal- of signaleringsdictee: soort oefendictee om te kijken of je kind de woorden waarmee het momenteel oefent goed genoeg beheerst. Indien nodig gaat je kind hierna extra oefenen.

Controledictee: einddictee om vast te stellen of je kind de woorden nu goed genoeg kent. Scoort je kind onvoldoende, dan is nog meer herhaling nodig.

Parkeerweekdictee: dictee dat controleert of je kind alle tot nu toe behandelde spellingsproblemen beheerst. Het wordt afgenomen in de ‘parkeerweek’, waarin eerder behandelde stof nog eens wordt herhaald.<ek>

Dyslexie of gewoon niet zo goed in spelling?

Van kinderen die moeite hebben met spelling, wordt  al snel gedacht dat ze dyslectisch zijn. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ook kinderen zonder dyslexie kunnen slecht zijn in spelling.

Zwakke spellers hebben vaak moeite met de klank-letterkoppeling. Ze schrijven letterlijk op wat ze horen. Daarnaast willen ze vaak alle woorden die leren onthouden. Dat kan het geheugen gewoon niet goed aan. Door het onthouden van een woord in plaats van een regel lukt het niet om vergelijkbare woorden goed te schrijven

Spellingproblemen zie je vaak wanneer kinderen spontaan schrijven. Regels of bepaalde weetwoorden zijn niet goed genoeg geautomatiseerd. Of ze kennen de regel wel, maar weten niet goed hoe ze hem moeten toepassen.

Zwakke spellers hebben naast extra uitleg ook extra oefening nodig. Als ze elke dag actief met spelling bezig zijn, gaan ze beter spellen. Geef je kind, als je thuis oefent, zo snel mogelijk feedback. Zwakke spellers zijn vaak onzeker en vinden het fijn om te horen of ze woord goed hebben gespeld.

Thuis spelling oefenen

Als je kind moeite heeft met spelling, is het belangrijk om veel te oefenen. Ook thuis kun je dat doet. Het is best lastig om spelling op een speelse manier te oefenen, want het correct kunnen schrijven van woorden en regels toepassen is nu eenmaal niet zo speels van aard. Veel kinderen het leuk om te oefenen met een app. Wil je weten welke app voor jouw kind het meest geschikt is, lees dan ons artikel Populaire apps om spelling te oefenen. Maar wist je dat er ook spellen bestaan om te oefenen met spelling? Die maken van spelling oefenen een gezellige momentje van de dag.

Warrige woorden is zo’n spel. Misschien kent je kind het al, want veel scholen hebben het spel ook in de kast liggen. Er zijn verschilldne uitvoeringen, die aansluiten bij de lesstof van spelling in de diverse groepen van de basisschool. Warrige woorden is een kwartetspel, waarbij je kwartetten verzamelt door het woord goed te spellen. Met een speciale ‘magische kaart’ kun je controleren of je het woord wel goed spelt.

Ook erg leuk: Spellingtoren. Dit is een spelletje met kaarten waarmee je kind oefent in het opsporen van verkeerd gespelde woorden. Dat is handig, want ook bij de Cito-toetsen spelling wordt op deze manier getoetst hoe goed je kind is in spelling. Het spelletje is zelfcontrolerend; je kind kan dus zelf nagaan of hij of zij alles goed heeft gedaan. In dit filmpje zie je hoe dat gaat:

Spellingtoren

Een grote HIT op de N.O.T. 2015 (Nationale Onderwijs Tentoonstelling, Nederland) Maak kennis met het spiksplinternieuwe zusje van DraaiTaal… Spe(e)l je weg naar de top met Spellingtoren! Elk Spellingtoren-spel bevat 8 spellen van 6 kaarten om te leren spellen. Leerlingen zoeken spelfouten, terwijl ze Spellingtorens bouwen.

Ook van Spellingtoren zijn er verschillende versies, die horen bij een bepaalde groep op de basisschool.

Zowel Warrige woorden als Spellingtoren is te koop in de webshop van Heutink, de grootste leverancier van schoolmiddelen in Nederland. Hier kun je overigens ook terecht als je schoolboeken voor thuis wilt kopen om extra te oefenen. Maar ook een ‘golden oldie’ als Loco vind je hier. Loco ken je waarschijnlijk nog wel uit je eigen schooltijd. Het is al sinds jaar en dag een populair educatief product voor zowel school als thuis. Op het gebied van spelling heeft Loco per groep diverse oefensets.

Maxi loco | Spelling | Groep 6 kopen? | Heutink.nl

Maxi loco | Spelling | Groep 6 nodig? Heutink.nl is totaalleverancier op het gebied van educatie & ontwikkeling! ✓ Direct uit voorraad leverbaar

 

 

 

Verder lezen

De regels voor het schooladvies

De regels voor het schooladvies

18 januari 2017 | Reacties (6)

In groep 8 krijgt je kind een schooladvies voor de overgang naar de middelbare school. Dat is een belangrijk moment in de schoolloopbaan. Sinds twee jaar gelden er nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating tot het voortgezet onderwijs. Daarover bestaat echter nog veel onduidelijkheid, ook bij scholen. De afgelopen jaren ging er bij de toepassing van de nieuwe wet veel mis. In dit artikel kun je lezen hoe het precies zit.

Wat zijn de nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating?

schooladvies

  • Het schooladvies van de basisschool moet voor 1 maart worden vastgesteld
  • Dit schooladvies is bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat wil zeggen: de middelbare school moet je kind toelaten op het niveau van het schooladvies. Een hoger niveau mag ook. Plaatsing op een lager niveau mag alleen als jullie als ouders daarom verzoeken.
  • Alle leerlingen maken in groep 8 een verplichte eindtoets. De uitslag daarvan geldt als een tweede gegeven:

Eindtoets en schooladvies

Doet je kind het beter op de eindtoets dan verwacht, dan moet de basisschool het advies heroverwegen. De basisschool kan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Maar let op: dit hoeft niet! De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. De school moet de ouders betrekken bij haar overwegingen. De afgelopen twee schooljaren is weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen. Slechts bij één op de vijf leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, is het schooladvies vorig schooljaar veranderd naar een hoger schoolniveau. Het jaar daarvoor gebeurde dat bij nog minder kinderen.

Als het advies naar boven wordt bijgesteld, moet je kind op dit niveau worden toegelaten. De middelbare school mag je kind dan dus niet weigeren omdat er twijfel is over of je zoon of dochter het niveau wel aankan. Het kan gebeuren dat er op de middelbare school van je keuze geen plaats meer is op het nieuwe niveau. Dan mag je kind wel geweigerd worden en zul je op zoek moeten gaan naar een andere school. Helaaas komt het vaak voor dat middelbare scholen aangeven geen plaats meer te hebben voor kinderen van wie het schooladvies naar boven is bijgesteld.

Indien je kind de eindtoets minder goed maakt dan verwacht, dan blijft het eerder gegeven schooladvies gewoon gelden. Bijstelling naar beneden is dus niet aan de orde.

Het schooladvies is voor alle betrokkenen hetzelfde

Sommige basisscholen hanteren twee schooladviezen: één voor de ouders en één voor de scholen in het voortgezet onderwijs. De ouders krijgen dan bijvoorbeeld te horen dat hun kind een havo/vwo-advies heeft, maar aan het voortgezet onderwijs wordt geadviseerd het kind op de havo te plaatsen. Deze werkwijze is niet toegestaan.

Een dubbel schooladvies is toegestaan

In sommige plaatsen hebben basisscholen en middelbare scholen afgesproken alleen nog maar met ‘enkelvoudige’ schooladviezen te werken. Een kind kan dan bijvoorbeeld geen vmbo-t/havo-advies krijgen, maar alleen een vmbo-t- óf havo-advies. De Onderwijsinspectie keurt deze afspraken af. “Het dubbele schooladvies is geschikt voor leerlingen van wie nog niet geheel helder is in welke schoolsoort de leerling het beste tot zijn recht komt. Afspraken tussen basisscholen en vo-scholen om alleen nog maar enkelvoudige schooladviezen op te stellen zijn niet in het belang van deze leerlingen”, zo stelt de inspectie. Een schooladvies met drie of meer schooltypes mag niet meer worden gegeven.

Dekker heeft aan basisscholen nog eens duidelijk verteld dat ze het recht hebben om kinderen een dubbel advies te geven. Hij deed dat omdat schoolbesturen nog steeds onderling afspraken geen dubbele adviezen te accepteren. Dekker vond dat onwenselijk en heeft aangekondigd de onderwijsinspectie af te sturen op scholen die de hand lichten met de wet.

Middelbare scholen mogen kinderen met een dubbel advies niet automatisch op het laagste niveau van de twee plaatsen. Heeft je kind een ‘dubbel’ schooladvies, dan mag het in principe dus naar beide schoolsoorten. Maar als de middelbare school slechts één van die schoolniveaus aanbiedt, mag de school je kind weigeren als ze van mening is dat je kind beter af is in de andere schoolsoort. Zo kan een categoriaal gymnasium bijvoorbeeld een kind met een havo/vwo-advies weigeren als de school denkt dat deze leerling beter af zou zijn op een school die ook havo aanbiedt.

‘Plaatsingswijzers’ mogen schooladvies niet overrulen

Lokaal en regionaal gelden er afgesproken procedures voor de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Die procedures worden ‘plaatsingswijzers’ genoemd. Plaatsingswijzers geven houvast bij het opstellen van het schooladvies.

Vaak wordt bij plaatsingswijzers gekeken naar de resultaten op de Cito-toetsen (leerlingvolgsysteem) vanaf groep 6 of 7. Vooral rekenen en begrijpend lezen wegen zwaar. Het is gebleken dat met deze resultaten een goede inschatting te maken valt van het succes in  het voortgezet onderwijs. Ze zijn zelfs een betere voorspeller dan de score op de Cito-Eindtoets. Bij plaatsingswijzers leiden bepaalde scores dan tot een bepaald schoolniveau. Daarnaast wordt bij het schooladvies rekening gehouden met aspecten zoals werkhouding, motivatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, studiehouding of studievaardigheden.

Het toepassen van zulke plaatsingswijzers is toegestaan en ze kunnen zowel voor scholen als ouders duidelijkheid bieden. Het is echter belangrijk om te weten dat de plaatsingswijzer een hulpmiddel is voor de basisschool en niet door de middelbare school als toelatingseis mag worden gebruikt. Met andere woorden: als de basisschool besluit om een ander schooladvies te geven dan je op grond van de plaatsingswijzer zou verwachten, dan heeft de middelbare school dat te accepteren. Ook mag het voortgezet onderwijs geen aanvullende toetsen eisen om leerlingen te kunnen selecteren. Dat is tegen de wet. Scholen die toch selecteren, riskeren korting op hun subsidie.

Loting bij te veel aanmeldingen

Sommige middelbare scholen zijn zo populair dat er geen plek is voor alle leerlingen die zich aanmelden. Voorheen werden er vaak harde en hoge eisen gesteld aan de behaalde Cito-scores om een schifting aan te brengen. Dat kan en mag nu dus niet meer. Wat nog wel steeds is toegestaan is dat scholen een systeem van loten toepassen om te bepalen welke leerlingen worden toegelaten tot een schoolsoort binnen de school. Als je kind extra ondersteuning nodig heeft op school, mag dat geen rol spelen bij de loting.

(Bronnen: Onderwijsinspectie, PO-raad/VO-raad)

Waar kun je terecht voor vragen of klachten over het schooladvies?

Als je merkt dat scholen zich niet houden aan de regels voor het schooladvies en toelating, kun je daarvan bij de onderwijsinspectie melding doen. Staatssecreatris Dekker heeft ouders natuurlijk opgeroepen dit ook daadwerkelijk te doen. Daarnaast kun je contact opnemen met de informatie- en adviesdienst van Ouders & Onderwijs (via mail of het gratis telefoonnumer 0800-5010) Ouders & Onderwijs kan je adviseren welke stappen je kunt nemen om het probleem opgelost te krijgen. Ook verzamelt de ouderorganisatie  signalen van ouders en geeft die door aan de onderwijssector. Ouders & Onderwijs deed dit eerder al met de signalen van vorig jaar.

Verder lezen

Breuken uitleggen aan je kind

Breuken uitleggen aan je kind

16 januari 2017 | Reacties (0)

Heeft jouw kind moeite met breuken? Je zoon of dochter is niet de enige. Breuken leren. Sommige kinderen snappen niet wat er lastig aan is, voor anderen zijn breuken echt een struikelblok. Om goed met breuken te kunnen rekenen, is het belangrijk dat je kind weet wat breuken precies zijn en hoe ze werken. Hier vind je uitleg en tips om je kind te helpen. Want met een beetje oefening zijn die breuken echt wel onder de knie te krijgen.

Breuken in groep 6

Op sommige scholen wordt in groep 5 al begonnen met eenvoudige breuken als halven, kwarten en derden (pizza’s verdelen!), andere rekenmethodes introduceren breuken in groep 6, waar ze ook voorkomen in de Cito-toets (van mei/juni). Vanaf dan zijn sommen met breuken vaste prik bij het rekenen en ook later bij de wiskundelessen op de middelbare school. Je kunt dus maar beter zorgen dat de basis goed is.

Wat is een breuk?

Om te kunnen rekenen met breuken, moet je kind eerst weten wat een breuk nu eigenlijk precies is. Bij breuken zijn twee concepten van belang: er wordt iets gebroken (vandaar het woord ‘breuk’) en er wordt iets verdeeld: het streepje in de breuk wordt niet voor niets ‘breukstreepje’ of ‘deelstreepje’ genoemd.

Een breuk is eigenlijk niets anders dan een deelsom, maar dan op een andere manier opgeschreven dan je kind tot nu toe gewend was.
Vier pannenkoeken verdeeld door twee kinderen is twee pannenkoeken per kind, oftewel 4: 2 = 2, oftewel 4/2 = 2.

Als je kind dit begrijpt, kun de stap maken naar één pannenkoek die verdeeld moet worden over twee kinderen. Want breuken ontstaan als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen dat een deel wil krijgen. Dat het antwoord in dit geval een halve pannenkoek is, weet een kind al jaren voordat de eerste breuk in de rekenboeken opduikt. Ook zal je kind op deze leeftijd al wel bekend zijn met de schrijfwijze van een halve als 1/2. Dus: 1 : 2 = een halve = 1/2.

Zolang het over het verdelen van pannenkoeken, koekjes en pizza’s gaat, lukt het vaak goed om dit concept in het achterhoofd te houden. Zodra het rekenen met breuken ingewikkelder wordt (breuken vergelijken, breuken versimpelen, breuken optellen en aftrekken), raken veel kinderen het zicht echter een beetje kwijt op waar ze nu eigenlijk precies mee aan het rekenen zijn en wat er nu eigenlijk concreet aan de hand is. Het is goed om dan te proberen terug te vallen op deze eerste basisuitleg.

Eerlijk delen!

Wel in vieren gedeeld, maar niet in kwarten.

Bij breuken gaat het altijd om een speciale man
ier van verdelen: de stukken of delen moeten even groot worden. Voor kinderen die net met breuken beginnen, is het soms nog lastig om een pizza of een taart eerlijk in vier stukken te verdelen. Zij snijden bijvoorbeeld van links naar rechts stroken af (of geven dit op een tekening aan).
Laat je kind ontdekken hoe je op een eerlijke manier deelt. Daarmee verkennen ze namelijk ook de relatie tussen breuken: Hé, als ik een half doormidden snijd, heb ik twee kwarten en als ik die weer door midden snijd, heb ik vier achtsten! Dus: 1/2 = 2/4 = 4/8.

‘Breukentaal’ leren

Door veel te oefenen met verdelen, maakt je kind kennis met allerlei verschillende breuken. Daarbij leert je kind stapje voor stapje de bijbehorende ‘breukentaal’: eerst heb je het over ‘een zesde deel van een appeltaart’, daarna over ‘1/6 appeltaart’. Later volgt een uitbreiding naar breuken met een teller die niet één is, zoals ‘5/6 appeltaart’. In eerste instantie ziet je kind dit voor zich als 5 keer 5/6 appeltaart. Als snel zal je kind leren 5/6 te zien als ‘5 van de 6’: de breuk is de verhouding tussen deel en geheel.

Voor veel kinderen is het belangrijk om de breuken fysiek te zien. Omdat je niet eindeloos appeltaarten en pizza’s kunt blijven snijden, kan het handig zijn om oefenmateriaal in huis te halen als je kind breuken lastig vindt. Kijk bijvoorbeeld eens in de webshop van Heutink, de leverancier waar de meeste scholen ook hun materialen kopen. Daar vind je diverse goede breukensets, bijvoorbeeld deze ‘breukenset rond‘:

In deze set zitten verschillende materialen om met breuken te oefenen, zoals gekleurde cirkels in stukken waaarmee je breuken kan leggen. Dat laatste kan met stukken van dezelfde grootte ( 1/2 + 1/2 maakt de cirkel vol) of met stukken van verschillende groottes ( 1/2 + 1/4 + 1/8 + 1/8 maakt de cirkel ook vol). Heutink verkoopt diverse breukensets. Laat je kind vooral ook even meekijken bij het uitzoeken. Sommige kinderen vinden het erg fijn om thuis met hetzelfde materiaal te oefenen als op school. Vaak is het echter ook goed om voor thuis juist een ander product te kopen. Zeker als je kind worstelt met breuken en daardoor een negatief gevoel heeft bij een bepaalde breukenset.

Vertrouwd raken met breuken

Waar het om gaat is dat je kind goed vertrouwd raakt met breuken. Hoe beter je zoon of dochter thuis is in de breukenwereld, hoe gemakkelijker daarna het ‘echte’ rekenen gaat. Bijna alle kinderen lukt het om in groep 7 en 8 te redeneren met derden en vierden. Dat zijn namelijk breuken waar de kinderen een heel concrete voorstelling van hebben.

Lastiger is het voor veel kinderen om te rekenen met bijvoorbeeld achtsten of negenden, omdat ze die breuken niet duidelijk voor zich zien. Toch moeten ze dit wel kunnen, omdat ze anders in het voortgezet onderwijs tegen problemen aanlopen (dit geldt met name voor kinderen die naar havo of vwo gaan).

Als je kind het lastig vindt om te rekenen met kleine breuken, is een lineaire breukenset een handig hulpmiddel:

De kleuren laten het verband tussen de verschillende breuken zien. De lineaire breukenset laat ook de relatie tussen de breuken, de procenten en de kommagetallen zien – want ook dat moet je kind in groep 7 en 8 allemaal begrijpen.

Alledaagse breuken

Breuken zijn lastige dingen, waar ook kinderen die goed kunnen rekenen over kunnen struikelen. Maar hoe meer je kind met breuken oefent, hoe beter het zal gaan. Laat je kind dus de taart aansnijden op een verjaardag, de rookworst verdelen bij de stamppot en een te klein aantal koekjes eerlijk verdelen met zijn vriendjes.

Verder lezen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

12 januari 2017 | Reacties (0)

Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt? Duizenden ouders van kinderen in groep 8 staan voor die vraag. Volg deze vijf stappen om tot een goede keuze te komen.

Stap 1: Welke scholen zijn er eigenlijk?

Waarschijnlijk heb je wel een aardig idee van de scholen die er in de buurt zijn. Als het goed is, heb je van de basisschool inmiddels een voorlopig schooladvies ontvangen. Je weet dus naar welk schoolniveau je kind waarschijnlijk zal gaan. Ga na op welke scholen je kind terecht kan. Beperk je niet tot scholen dicht in de buurt, maar kijk ook eens wat verder. Bekijk de websites en probeer te achterhalen waarin de scholen van elkaar verschillen.

Stap 2: Ga naar de open dagen

Ja duh… dat had zelf ook al wel bedacht. Vrijwel alle ouders en kinderen maken gebruik van de mogelijkheid die scholen in het voortgezet onderwijs bieden om open dagen bezoeken. Maar veel gezinnen laten ook kansen liggen en dat is jammer.

Wanneer zijn de open dagen?

Op de website VO-gids vind je een handige opendagenplanner. Je voert in in welke periode je open dagen wilt bezoeken, tot welke afstand je wilt zoeken en welk soort onderwijs je interesse heeft. De planner geeft dan een overzicht van alle open dagen die aan je selectiecriteria voldoen. Verder biedt deze website, die hoort bij de gratis VO Gids die vrijwel alle leerlingen van groep 8 via school ontvangen, ook een schat aan informatie over het voortgezet onderwijs en het uitzoeken van een middelbare school.

Ga niet alleen naar de school of scholen waar jij en je kind wel wat voor voelen, maar bezoek ook scholen waarvan je op voorhand denkt dat ze niet aanmerking komen. Tijdens een open dag kun je ontdekken dat zo’n school veel beter bij je kind past dan je had gedacht. Of kom je erachter dat er wel meer kinderen zijn die ver moeten reizen.

Had je het bij het goede eind en is zo’n school inderdaad niet geschikt, dan heb je jouw vermoedens bevestigd gekregen. Ook dat is wat waard bij zo’n ingewikkelde keuze als de schoolkeuze.

Stap 3: Ontdek wat ze je niet vertellen

Open dagen zijn één grote PR-machine voor middelbare scholen. De school wordt blinkend opgepoetst, in de toiletten wordt extra sterke luchtverfrisser gespoten en het onderwijs is er altijd fan-tas-tisch! In alle opwinding over deze nieuwe fase in het leven je kind, kun je je soms wat al te naïef laten overtuigen door prachtige brochures en inspirerende verhalen van docenten.

Koester echter ook een gezonde dosis achterdocht. Want er is altijd iets wat ze je niet vertellen. Hoe je daarachter komt? Heel simpel: vraag ernaar. Knoop eens een informeel gesprekje aan met de leraar die het praatje houdt. Vraag bijvoorbeeld waarom juist hij of zij op deze open dag is. Het levert vaak verrassende antwoorden en inzichten op.

Nog beter: vraag het de leerlingen. Bij elke open dag zijn leerlingen aanwezig. Dat is natuurlijk een mooi visitekaartje voor de school: jongelui die hun school zó leuk vinden dat ze er graag hun vrije middag of avond voor opofferen. Graag? Of omdat er iets mee te verdienen viel? Op veel scholen worden leerlingen voor hun aanwezigheid beloond met vrije dagen of een bioscoopbon. Als je dat weet, bekijk je ze toch anders.

Vraag de leerlingen eens waarom ze meehelpen. En praat dan niet alleen met die vrolijke extraverte meisjes, maar schiet ook eens een paar van die landerige puberjongens aan. Dan hoor je geheid dingen die je nog niet had gehoord. Dat de wc’s normaal altijd enorm stinken bijvoorbeeld. Dat de school helemaal niet helpt met leren plannen, zoals zojuist in dat mooie praatje werd verteld. En dat het wel leuk is dat iedereen op een laptop werkt, maar dat er veel te weinig stopcontacten zijn om computers op te laden en dat de wifi om de haverklap uitvalt.

Ken je kinderen die al langer op deze school zitten? Vraag dan ook aan hen en aan hun ouders wat er bevalt en wat er niet bevalt. Op die manier krijg je een realistischer beeld dan wat je tijdens de open dag te zien krijgt.

O ja, check ook even de site van de Onderwijsinspectie. Daarop kun je precies zien hoe de school presteert.

Stap 4: Zet een streep door vriendschappen

Niet letterlijk natuurlijk, maar wel op je lijstje met criteria. Kinderen zijn nogal eens geneigd om af te gaan op de keuze van vriendjes en vriendinnetjes. Ouders ook trouwens. Het lijkt zo fijn als je kind niet helemaal alleen die stap naar een nieuwe school moet maken. En dat is het ook wel. Maar laat je daar niet door leiden bij de keuze.

Eenmaal in de brugklas verandert de dynamiek razendsnel. Basisschoolvriendschappen kunnen in no time verwateren en nieuwe vriendschappen ontstaan snel. Tenslotte is je kind niet de enige die in een nieuwe situatie terechtkomt.

Natuurlijk zijn er best vriendschappen die moeiteloos doorlopen na de basisschool. Maar het is niet slim om keuze af te stemmen op anderen. Het draait om jóuw kid. Als de vriendschap echt zo sterk is, blijft die ook wel bestaan als de kinderen op verschillende scholen zitten.

Oudere broers of zussen? Die kun je ook wegstrepen. Ieder kind is anders en de school die bij het ene kind past, hoeft niet ook de beste school te zijn voor het andere kind in een gezin. Bij de basisschool is het om praktische redenen handig om op dezelfde school zitten, maar nu je kind lekker zelfstandig naar school gaat, vervalt die noodzaak.

Alleen als je op de grens van twee schoolregio’s woont, moet je opletten. De vakantieplanning wordt behoorlijk ingewikkeld als je kinderen in verschillende regio’s op school zitten en dus in verschillende weken vakantie hebben.

Stap 5: Luister naar je kind

Niet voor niets begon dit artikel met de zin: Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt. Want dat is waar het allemaal om draait. Dat weten we wel. En dat zeggen we ook. Hardop. Maar diep van binnen laten ouders zich soms toch door andere dingen leiden. Jij niet, natuurijk. (Maar lees voor de zekerheid toch maar even door.)

Wees eerlijk: vind je die ene school zo leuk omdat hij je doet denken aan jouw middelbare school? Of omdat het onderwijs zó leuk lijkt dat je er zelf haast wel naartoe zou willen? Omdat het een school met aanzien is, waarover je trots kunt vertellen? Of zie jij in deze school dé school die jouw kind het onderwijs kan bieden dat bij hem of haar past, in een sfeer waarin je zoon of dochter zich lekker zal voelen? Realiseer je dat het je kind is dat de komende vier tot zes jaar vijf dagen per week op deze school moet doorbrengen. Niet jij.

Observeer je kind tijdens open dagen. ‘Proef’ hoe hij of zij zich voelt. Praat erover. En luister. Je zult ontdekken dat jullie samen al snel tot dezelfde shortlist komen. Geef je kind ruimte om te kiezen. Het is verbazingwekkend hoe ‘volwassen’ kinderen in groep 8 tot een verstandige en goede keuze kunnen komen.

Verder lezen