Groepen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hogere scores op centrale eindtoets

10 mei 2017 | Reacties (0)

De centrale eindtoets is dit jaar beter gemaakt dan vorig jaar. Dat meldt het College voor Toetsten en Examens, die deze eindtoets afneemt. De gemiddelde behaalde score ligt dit jaar met 535,6 iets hoger dan in 2016, toen gemiddeld 534,9 werd behaald. Vijf leerlingen maakten de toets foutloos, tegenover 0 in 2016.

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6, een score die past bij het schooladviesgemengde/theoretische leerweg en havo. In 2016 was gemiddelde score 534,9. Vorig jaar maakte geen enkele leerling de toets foutloos, dit jaar lukte dat vijf kinderen. Het CvtE onderzoekt nog hoe het komt dat leerlingen dit jaar iets hoger scoren.

Ruim 22.000 minder kinderen maken centrale eindtoets

Hoewel de afname van een eindtoets in groep 8 verplicht is, hoeft dit niet per se de Centrale Eindtoets te zijn, die in opdracht van CvTE is gemaakt door Cito. Ongeveer 40 procent van de scholen kiest voor een van de andere eindtoetsen, zoals IEP en Route8. Ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal leerlingen dat de Centrale Eindtoets maakte met 22.000.

 

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Centrale Eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Bijna eerderde van de leerlingen heeft een hogere score op de Centrale Eindtoets gehaald dan op basis van het afgegeven schooladvies werd verwacht. Een vergelijkbaar aantal kinderen heeft de toets juist minder goed gemaakt dan verwacht.

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

3 mei 2017 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.

Verder lezen

Vermenigvuldigen op z'n Japans, een makkie

Vermenigvuldigen op z’n Japans, een makkie

26 april 2017 | Reacties (1)

Tafels leren, keersommen oefenen, kan dat niet gemakkelijker? Jawel, doe het vermenigvuldigen op zijn Japans. Niet met stokjes, wel met streepjes. Door keersommen om te zetten in streepjes wordt het een kwestie tellen om het antwoord te achterhalen. Bekijk onderstaand filmpje om te zien hoe dat in zijn werk gaat:

How do japanese multiply??

Well a rather interesting video ! How japanese multiply, a rather simple mathematic computation,or not? 😀 Please enjoy :D!

Laat het filmpje aan je kinderen zien en ze kijken je aan alsof je Hans Klok in hoogst eigen persoon bent. Hè, hoe kan dat? Deze Japanse manier van vermenigvuldigen lijkt wel magisch, maar is dat niet. Het is een uitwerking die is gebaseerd op de Vedische wiskunde, een bijzondere manier van rekenen uit eeuwenoude Indiase overlevering. Wil je meer uitleg over dit vermenigvuldigen met streepjes, klik dan op deze link.

Hoe fascinerend ook, in de dagelijkse praktijk is Japans vermenigvuldigen niet echt praktisch. Probeer het maar eens uit met getallen waar een 8 of 9 in komt (898×989, bijvoorbeeld): dat zijn een heleboel streepjes! Echt snel gaat het ook niet. In een fractie van de tijd waarin je alle lijnen hebt getrokken en alle kruispunten hebt geteld, reken je het antwoord ook op de gewone manier uit.

Is je zoon of dochter bezig het vermenigvuldigen onder de knie te krijgen, dan kan het erg leuk zijn om samen een keer naar deze alternatieve manier van uitrekenen te kijken. Al is het alleen maar om je kind te laten zien dat al dat tafels leren en keersommen oefenen echt wel ergens goed voor is.

Verder lezen

dyscalculie

Wat is dyscalculie?

18 april 2017 | Reacties (0)

Mara (11) zit in groep 7. Al vanaf groep 3 is rekenen voor haar een enorme opgave. De tafels heeft ze nooit onder de knie gekregen en de staartdelingen die ze nu moet oefenen voelen als een marteling. Mara heeft dyscalculie.

kind met dyscalculieDyscalculie staat voor hardnekkige problemen met (leren) rekenen. Kinderen met dyscalculie zijn slim genoeg om het rekenen te begrijpen, maar ze hebben ernstige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. Klokkijken, een routebeschrijving lezen, blokjes tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf, maar het lukt kinderen met dyscalculie niet.

Als een kind dyscalculie heeft, kent het bijvoorbeeld niet de namen van de getallen of lukt het ook na eindeloos oefenen niet om de tafels te leren. Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie en tijdsbesef. Ook plannen kost vaak veel moeite, omdat het inschatten van tijd erg lastig is.

Er zijn drie soorten dyscalculie:

  • moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen
  • cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten
  • de rekenregels niet (meer) beheersen
dyslectie dyscalculie

Dyscalculie komt vaak voor samen met dyslexie.

Net als dyslexie is dyscalculie voor een groot deel erfelijk, met een neurologische achtergrond. Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook nog een andere stoornis, zoals dyslexie en ADHD. Kinderen met dyscalculie hebben aan het eind van de basisschool vaak een rekenachterstand van minstens twee jaar.

Om vast te stellen of je kind daadwerkelijk dyscalculie heeft, is onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog nodig. Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyscalculieverklaring’, waardoor je kind bijvoorbeeld een tafelkaart of een rekenmachine mag gebruiken en extra tijd krijgt bij het maken van toetsen. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan.

Toen Mara in groep 3 en 4 ondanks veel oefenen moeite bleef houden met rekenen, is ze getest op dyscalculie. “Ze deed zo haar best, maar het rekenen automatiseerde ze totaal niet. We hebben al uren geoefend met eenvoudige sommetjes en de tafels, maar het lijkt wel alsof ze elke dag helemaal opnieuw moet beginnen”, vertelt haar moeder Laurentien. Toen de diagnose ‘dyscalculie’ werd gesteld, voelde dat als een opluchting. “Vooral voor Mara, die het gevoel had dat ze dom was en tekortschoot. Maar het probleem wordt er natuurlijk niet minder van.”

Bij toetsen mag Mara nu een tafelkaart gebruiken. Dat helpt wel, maar niet voldoende. Als de rekensom te complex wordt, raakt ze de kluts helemaal kwijt en weet ze bijvoorbeeld niet eens meer wat 9 min 7 is. “De staartdelingen die nu geoefend worden, overziet Mara helemaal niet”, zegt Laurentien. “Daar wordt ze zelf ook heel ongelukkig en gefrustreerd van. Het is best verdrietig om dat te zien en te beseffen dat ze dit altijd moeilijk zal blijven vinden.”

Hoe herken je dyscalculie?

dyscalculie tellen met vingersHoe eerder dyscalculie herkend wordt, hoe eerder je kind gericht kan worden geholpen. Bij kleuters kunnen de eerste signalen al worden opgepikt. Waar andere kleuters spelenderwijs leren over hoeveelheden en begrippen leren als ‘meer’ en ‘minder’, blijft dit bij deze kinderen achter. Vaak hebben ze ook geen zin om met tellen en cijfers aan de slag te gaan, maar kiezen ze liever voor een andere activiteit. In groep drie valt bijvoorbeeld op dat een kind moeite heeft om getallen goed te schrijven of lezen en zijn vingers blijft gebruiken waar de rest van de klas al met tientallen rekent.

Juist het vóórkomen van vroege rekenproblemen is belangrijk bij het vaststellen van dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben al voor ze zeven jaar oud zijn moeite met rekenen. Een uitzondering zijn hoogbegaafde kinderen met dyscalculie. Bij hun blijven de problemen vaak verborgen tot in groep 5 of later. Bij kinderen die pas in groep 6 voor het eerst tegen rekenproblemen aanlopen – ze struikelen bijvoorbeeld over breuken – zal geen sprake zal zijn van dyscalculie.

Vrijwel alle kinderen met dyscalculie hebben een hartsgrondige hekel aan rekenen. Veel kinderen ontwikkelen ook faalangst, omdat het ze maar niet lukt om op rekengebied succesjes te boeken.

Pas op voor doe-het-zelf-diagnoses. Niet ieder kind dat slecht is in rekenen, heeft dyscalculie. Dyscalculie komt slechts bij gemiddeld één op de 50 kinderen voor. Dat betekent dat de meeste kinderen die slecht zijn in rekenen geen dyscalculie hebben, maar gewoon zwak zijn in rekenen.

Wat kun je thuis doen?

Als jouw kind dyscalculie heeft, zal de school je misschien vragen om thuis extra te oefenen. Wellicht ben je daarom geneigd om verder alles wat met rekenen te maken heeft maar een beetje weg te houden bij je kind. Toch kun je thuis op een speelse manier veel doen om je kind te helpen met rekenen. Vraag je kind bij het koken om ingrediënten af te wegen met een maatbeker en keukenweegschaal. Praat over de datum op de kalender. Koop Lego en ander constructiespeelgoed, speel spelletjes met dobbelstenen

Samen met je kind kun je dit filmpje over dyscalculie bekijken van Het Klokhuis:

35-Het klokhuis-Wat is dyscalculie?

Het Klokhuis Dyscalculie 5-3-2015

Heeft je kind recht op het gebruik van rekenmachine of tafelkaart?

Zoals hiervoor al aangegeven, bepaalt de school zelf of en welke hulpmiddelen je kind mag gebruiken. Veel ouders vragen zich af hoe dat zit bij Cito-toetsen. Geeft een dyscalculieverklaring daarbij automatisch recht op het gebruik van hulpmiddelen? Het antwoord is: nee.

Sterker nog: Cito adviseert scholen juist om géén hulpmiddelen te laten gebruiken omdat de toets dan niet meer doet waarvoor hij is bedoeld: het meten van vaardigheden in vergelijking met leeftijdsgenoten en op basis van de uitkomsten het onderwijsaanbod aan de leerling afstemmen. Cito schrijft zelf in een advies aan de scholen: “Als een leerling bij het maken van de rekentoets een rekenmachine zou gebruiken, dan krijgt u daarover niet meer de juiste informatie: kan een leerling nu écht goed optellen over het tiental of kan hij dat goed uitrekenen met een rekenmachine?”

Meer informatie over dyscalculie

Als jouw kind extra zorg en aandacht nodig heeft, zul je behoefte hebben aan meer informatie. Er zijn veel organisaties die je kunnen voorlichten over de specifieke situatie van je kind. Hét startpunt is Oudervereniging Balans. Balans geeft een eigen magazine uit en heeft een uitstekende website met zeer uitgebreide, betrouwbare informatie over leer- en gedragsstoornissen, waar je ook allerlei brochures kunt downloaden. Ook (0800) 5010, het gratis informatienummer van de overheid, kan je goed verder helpen. Bijvoorbeeld met een verwijzing naar de goede organisatie of regelingen die in jullie situatie van toepassing zijn.www.balansdigitaal.nl, www.5010.nl

Bronnen:

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

6 april 2017 | Reacties (11)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Waarom doen jongens het slechter op school?

Waarom doen jongens het slechter op school?

20 maart 2017 | Reacties (0)

Jongens doen het steeds slechter op de basisschool. De laatste jaren is hun score op de eindtoets in groep 8 met 1,5 punt gehaald. Dat blijkt uit een analyse van de Citoresultaten door de Universiteit Twente (UT) en onderzoeksbureau Oberon, zo meldt het AD. Meisjes scoren sinds drie jaar hoger dan jongens.

De onderzoekers hebben geen verklaring voor de dalende scores van jongens, maar in het krantenartikel en in andere media zijn er diverse deskundigen die wel een idee hebben waardoor jongens op achterstand raken. Gedragsdeskundige Lauk Woltring is gespecialiseerd in jongens in het onderwijs. Hij wijt de dalende prestaties drie factoren: het ontbreken van contact met mannelijke rolmodellen, het onderwijs dat taliger is geworden en de gebrekkige manier waarop rekening wordt gehouden met de rijping van het jongensbrein, die anders verloopt dan bij meisjes.

Onderwijs steeds ‘taliger’

Hij krijgt bijval van andere deskundigen. Zo wijst emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio er in een vervolgartikel in het AD ook op dat het ‘talige’ onderwijs van tegenwoordig minder geschikt is van jongens. “Taal is nou juist niet de sterkste kant van jongens. Dat komt doordat het brein van jongens anders rijpt dan dat van meisjes.”

Op de meeste scholen wordt in groep 8 de Centrale Eindtoets afgenomen. Deze toets wordt gemaakt door Cito in opdracht van het College voor Toetsen en Examens. Net als de Cito-toets vroeger, bevatten de rekenopgaven veel verhaaltjessommen. In nieuwe eindstoetsen als IEP en Route8 speelt taal bij de rekenopgaven een veel minder grote rol. De makers van deze toetsen komen daarmee tegemoet aan de kritiek dat er te veel nadruk ligt op taal.

Weinig mannen voor de klas

Jongenspedagoog Maarten Willemsen herkent de nadruk op taal ook in de manier waarop juffen omgaan met leerlingen. Hij stelt dat jongens in hun identiteit worden onderdrukt omdat er bijna alleen maar juffen voor de klas staan. Kooiman is initiatiefnemer van de beweging Meestert!, die meer meesters voor de klas wil krijgen en houden. In februari startte Meestert! de campagne ‘Meesters maken het verschil’. De ambitie?  Zorgen dat kinderen minstens net zo vaak les krijgen van een meester als van een juf. “Meesters begrijpen jongens beter dan juffen, omdat ze zelf jongens waren.”

Jongensbrein is anders

De ontwikkeling van het brein verloopt bij jongens anders dan bij meisjes. “De ontwikkeling van de grote motoriek en de visuele en ruimtelijke ontwikkeling gaan sneller dan bij meisjes, maar verder is de breinontwikkeling van jongens in alles langzamer dan bij meisjes”,  zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. In de Verenigde Staten en Canada zijn om die reden de laatste jaren honderden scholen gesplitst in aparte meisjes- en jongensafdelingen, een idee dat in Nederlandse discussies over het onderwijs ook steeds weer opduikt.

Geen nieuw probleem

Over de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs en het steeds meer achterblijven van jongens, wordt al jaren gesproken en geschreven. Zo publiceerde Onderwijs Maak Je Samen in 2010 al een lang artikel met 33 tips voor leerkrachten om beter om te gaan met jongens in de school:

Tips voor beter omgaan met jongens in de school – Onderwijs Maak Je Samen

In onderstaand artikel beschrijf Lauk Woltring, expert op het gebied van ‘omgaan met jongens’, een reeks tips en handreikingen voor een fijne schoolomgeving voor zowel meisjes als jongens in jouw klas. Tips voor beter omgaan met jongens in de school: In zijn boek ‘Real Boys’ zegt William Pollack dat onze samenleving zich zorgen zou moeten maken …

 

 

Verder lezen

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

13 maart 2017 | Reacties (0)

Als kinderen de eindtoets in groep 8 beter maken dan verwacht, moet de school bekijken of het afgegeven schooladvies misschien naar boven moet worden bijgesteld. In de praktijk verandert het schooladvies echter niet zo vaak. Dat moet anders, vindt de Onderwijsinspectie. In een brief aan alle scholen heeft de inspectie de schoolbesturen hierop gewezen.

Kansengelijkheid

De mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen, is bedoeld om kinderen zo veel mogelijk kansen te bieden. In de praktijk blijkt echter dat bij slechts 1 op de 3 leerlingen met een duidelijk hogere toetsscore dan het schooladvies, het schooladvies ook daadwerkelijk wordt bijgesteld. Dit draagt onvoldoende bij aan de kansengelijkheid, stelt de Onderwijsinspectie.

Niet verplicht

De basisschool is niet verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen als een kind de eindtoets beter maakt dan verwacht. De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. Maar de school moet wel een afgewogen heroverweging van het advies maken en hier ook de ouders bij betrekken. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Lees of download Alles over de eindtoets

Speciaal voor ouders met kinderen in groep 8 hebben wij het boekje Alles over de eindtoets samengesteld. Daarin lees je alle ins en outs over de verschillende eindtoetsen, de uitslag en het schooladvies. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen