Groep 1-2

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

30 januari 2017 | Reacties (9)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

5 januari 2017 | Reacties (0)

Na de kerstvakantie breekt de tweede helft van het schooljaar aan. In sommige groepen betekent dit dat de bakens merkbaar verzet worden. Lees hier wat je kunt verwachten in de komende periode.

Groep 2: oudste kleuters op weg naar groep 3

Checklist hoofdluis

In groep 2 worden de kinderen langzaam voorbereid op de overgang naar het meer schoolse leren dat hen volgend jaar in groep 3 te wachten staat. Om na de zomervakantie succesvol te kunnen leren lezen, wordt in groep 2 al heel wat voorbereidend werk gedaan. Op veel scholen wordt in de tweede helft van het schooljaar in groep 2 nog intensiever geoefend met letters en klanken herkennen, hakken en plakken en rijmen.

Ook tellen en sorteren krijgen meer aandacht, net als voorbereidende schrijfoefeningen. Maar natuurlijk wordt er ook nog gewoon volop gespeeld. Kleuters leren immers spelenderwijs.

Lees meer over de ontwikkeling en leerproces van kleuters in groep 2 in het het artikel Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

Groep 3: meer ruimte voor schrijven en rekenen

Tegen de tijd dat het kerstvakantie is, zijn kinderen in groep 3 vaak total loss. Ze hebben in een paar maanden tijd heel veel nieuwe dingen geleerd en de spanning en de drukte van Sinterklaas (waarin de meeste kinderen op deze leeftijd nog geloven) is daar nog eens overheen gekomen. Deze twee weken vakantie kon je kind goed gebruiken om bij te tanken. Je zult merken dat het schoolleven je kind in de tweede helft van het schooljaar minder energie kost. Je kind is er nu helemaal aan gewend.

Het proces van leren lezen gaat in de tweede helft van het schooljaar natuurlijk nog volop door, maar er komt nu ook meer ruimte voor andere vakken. Zo wordt met rekenen stapje voor stapje de overgang gemaakt van telvaardigheden naar echte sommen. Aan het eind van het schooljaar kan je kind probleemloos rekenen onder de tien en zijn ook sommen tot twintig voor de meeste kinderen gesneden koek.

In de loop van groep 3 zijn kinderen motorisch ver genoeg ontwikkeld om echt te leren schrijven. De meeste scholen beginnen daarmee dan ook na de kerstvakantie.Vaak begint schrijfonderwijs in groep 3 met het aanleren van losse (schrijf)letters. Vanaf eind groep 3 en in groep 4 leren de kinderen dan aan elkaar schrijven en komen ook de hoofdletters erbij. Er zijn ook scholen waar de kinderen direct het verbonden schrift (aan elkaar schrijven) leren.

Groep 7: het verkeersexamen komt eraan

In april of mei legt je kind op de fiets het verkeersexamen af . Dat is nog ver weg, maar er wordt nu al volop aandacht aan verkeerslessen gegeven. Je kind moet immers wel weten welke regels er allemaal gelden. Bovendien wordt het praktisch verkeersexamen vooraf gegaan door een theoretisch examen, waar je kind de komende maanden op wordt voorbereid.

Groep 8: het schooladvies en de eindtoets

Voor groep 8 breekt na de kerstvakantie een zeer intensieve periode aan: in januari en februari zijn er open dagen van middelbare scholen, voor eind maart formuleert de basisschool een schooladvies over het niveau van voortgezet onderwijs dat je kind aankan en in april moet je kind de verplichte eindtoets maken, die inzicht geeft in de reken- en taalvaardigheid van je kind. Alles staat in het teken van het afscheid van de basisschool. Het einde van het basisschooltijdperk komt ineens wel heel dichtbij. Sommige kinderen hebben het daar best moeilijk mee.

Zorg dat je kind goed uitgerust aan de tweede helft van het schooljaar begint en let er de komende maanden op dat je kind op tijd naar bed gaat en voldoende ontspanning krijgt. Probeer zelf ook relaxed en rustig te blijven, ook al is dit voor jou als ouder misschien ook best een spannende tijd.

Lees meer over de schoolkeuze in het artikel Hoe kies je een middelbare school?

Lees meer over het schooadvies in het artikel De regels voor het schooladvies

Alle groepen: hard werken en Cito-toetsen

In andere groepen zijn de verschillen met de eerste helft van het schooljaar minder duidelijk. Wel vormen deze rustige wintermaanden een periode waarin hard wordt gewerkt. Ook worden in januari of februari de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen in alle groepen (sommige scholen gebruiken andere toetsen). Mochten er twijfels zijn of je kind na de zomervakantie overgaat naar de volgende groep, dan wordt dit meestal in januari of februari al door de leerkracht bij de ouders aangekaart.

 

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (3)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie. Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

1 december 2016 | Reacties (0)

Over een paar dagen is het pakjesavond. Wat is er dan leuker om samen met je kind(eren) een avontuur aan te gaan om Piet te helpen. In het donker kan Piet de namen op de pakjes niet namelijk niet lezen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Piet de pakjes toch goed bezorgt?

sfeer_oeno

Dat is de vraag die centraal staat in een serie gratis te downloaden lessen die is ontwikkeld door het Wetenschapsknooppunt TU Delft en Ontwerpbureau Meeple. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten van groep 1 tot en met 4, maar ze vormen ook een superleuke activiteit om thuis met je kind(eren) te doen. Het draait namelijk allemaal om onderzoeken en ontwerpen en om vanuit verwondering op zoek te gaan naar antwoorden.

Download de sinterklaasactiveit hier

Piet heeft hulp nodig

Het begint allemaal met een brief van Sinterklaas, waarin hij persoonlijk de hulp van je kinderen inroept:

Ik zit namelijk met iets,
Piet ziet in het donker helemaal niets.

Als hij een pakje in de schoorsteen stopt,
Weet hij niet zeker of het allemaal wel klopt.

[…]

Kunnen jullie uitzoeken hoe dat gaat met Piet op het dak?
Als hij boven is met alle pakjes in de zak.

Hebben jullie een idee?
Denken jullie met Sint en de Pieten mee?

O jee, een probleem dus. Dat kennen we natuurlijk wel van het Sinterklaasjournaal en andere sinterklaasverhalen.

Is het probleem wel een probleem?

Het leuke is alleen dat we hier niet klakkeloos aannemen dat het probleem bestaat. Want we zijn dan wel zoete kindertjes, dat wil nog niet zeggen dat we alles voor zoete koek slikken 😉 Eerst zelf maar eens even kritisch nadenken.

Je kinderen gaan daarom ontdekken hoe vervelend de situatie is voor Piet. Want kan hij niet voelen wat er in de pakjes zit? Of gewoon een zaklantaarn gebruiken om de namen te lezen? Dat gaat je kind zelf ervaren! Op naar de speeltuin om met een zak met pakjes en een zaklantaarn in de hand een klimrek te beklimmen. Neuh… da’s inderdaad niet echt handig.

Ideeën verzinnen en een prototype maken

De volgende stap is dat je kinderen ideeën gaan bedenken om het probleem op te lossen. De handleiding gaat hierbij natuurlijk uit van een schoolse situatie; dat zul je voor thuis een beetje aan moeten passen, maar dat maakt voor het proces niet uit. Stimuleer je kind(eren) om zo veel mogelijk mogelijke oplossingen te bedenken. Niets is te gek! In deze fase is alles goed, ook oplossingen die alleen in dromen voor kunnen komen of die je nooit zou kunnen uitvoeren.

De volgende stap is namelijk om ideeën te selecteren en die daadwerkelijk uit te proberen. Dat betekent: knutselen, bouwen en misschien zelfs wel (veilig) experimenteren met stroom!

Tips:

  • Lees de handleiding goed door, zodat je weet wat er komt. Sommige dingen zul je thuis anders willen/moeten dan beschreven in de handleiding. Gewoon doen; het is niet de bedoeling dat je thuis schooltje gaat spelen. Dit is gewoon een leuke activiteit voor in de sinterklaasperiode, die toevallig ook nog eens leerzaam is.
  • Controleer of je de benodigde materialen in huis hebt (en of je ze gemakkelijk kunt vinden).
  • Prikkel je kind door vragen te stellen, maar geef geen antwoorden. Je kunt zelf ook meedoen met ontwerpen maken en prototypes bouwen, maar let erop dat je je kind alle ruimte laat om zelf met ideeën te komen en vrijuit te experimenteren.

header_oeno

Onderwijstrend: Ontwerpen en onderzoeken

‘Onderzoekend en ontwerpend leren’ is een echte trend in het onderwijs. Deze manier van leren brengt kinderen vaardigheden bij die te maken hebben met een wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Kinderen moeten een beroep doen op hun creativiteit en denkvaardigheden.

Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de kinderen veel leren en het geleerde makkelijker onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen.

 

Verder lezen

Hoe kies je een basisschool

Hoe kies je een basisschool?

28 november 2016 | Reacties (10)

Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke beslissing, die de komende acht jaar en zelfs nog na de basisschooltijd van invloed is op je kind. Neem daarom de tijd om zorgvuldig en weloverwogen een school te kiezen.

Welke criteria laat je meewegen?

Om een school te kunnen kiezen, zal je eerst voor jezelf op een rijtje moeten hebben wat jullie als ouders belangrijk vinden aan een school. Alle ouders hanteren hun eigen criteria, afhankelijk van hun eigen ideeën en opvattingen en hun persoonlijke omstandigheden.

Met stip op één in vrijwel alle lijstjes in tijdschriften en op websites staat: kijk naar je kind. Het klinkt volkomen logisch en dat is het ook. Natuurlijk is het verstandig om bij de schoolkeuze rekening te houden met je kind: hoe zelfstandig is je kind, wat voor soort onderwijs past bij zijn of haar karakter. Staar je daar echter niet blind op. Als je naar je driejarige zoon of dochter kijkt, is het nog moeilijk te voorspellen tot wat voor soort schoolkind hij of zij zal uitgroeien of wat met wat voor leerproblemen je later misschien te maken krijgt.
Denk ook aan eventuele broertjes of zusjes, die een heel ander karakter kunnen hebben dan de oudste. Alleen al uit praktische overwegingen kiezen vrijwel alle ouders ervoor hun kinderen naar dezelfde school te laten gaan.

De keuze voor een school is een mix van rationele en emotionele argumenten. Probeer in kaart te brengen welke criteria je wilt laten meewegen bij je schoolkeuze. Daarmee vergemakkelijk je de uiteindelijke keuze.

Aspecten die je kunt laten meewegen bij de schoolkeuze:

  • openbaar of aansluitend bij eigen geloof of levensbeschouwing
  • onderwijstype
  • locatie en schoolroute
  • schoolpopulatie: wie zijn de toekomstige vriend(innet)jes van je kind?
  • schoon en goed onderhouden schoolgebouw
  • aandacht voor leer- en gedragsproblemen
  • sociale normen en waarden (pestprotocol)
  • goede sfeer en uitstraling
  • hoe zijn tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld
  • schooltijden
  • wat betaal je aan ouderbijdrage
  • aandacht voor cultuur en natuur
  • inzet van moderne leermiddelen als computer en tablet
  • kwaliteit van het onderwijs
  • goede aansluiting met voortgezet onderwijs
  • wat wordt er precies van ouders verwacht
  • gemiddelde groepsgrootte
  • schoolgrootte
  • veel of weinig parttimers (duobanen) voor de klas
  • heeft of krijgt de school te maken met krimp

Grote scholen, kleine scholen

Wat is beter, een kleine school of een grote school? Beide hebben voor- en nadelen. Kleine scholen voelen vaak wat knusser en vertrouwder aan. Iedereen kent elkaar, er is veel persoonlijk aandacht en de communicatie verloopt makkelijk. Daar staat tegenover dat de werkdruk voor het personeel op kleine scholen vaak hoger is. Wisselen van klas is meestal niet mogelijk, omdat er geen parallelgroepen zijn.

Op heel kleine scholen zitten soms leerlingen met drie jaar leeftijdsverschil in één groep. De grootte van de school zegt niets over de groepsgrootte: kleine scholen kunnen grote groepen hebben en grote scholen kunnen kleine groepen hebben. Combinatiegroepen (bijvoorbeeld groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) komen op zowel grote als kleine scholen voor; soms uit noodzaak, vaak ook omdat daar bewust voor wordt gekozen.

Dit zeggen ouders:

De meeste kinderen in onze wijk zitten op de katholieke school. Niet omdat hun ouders gelovig zijn, maar omdat die school een continurooster heeft.”

De dorpsschool is zo klein dat het de vraag is of die over een paar jaar nog bestaat. Toch kiezen we er bewust voor want de school staat heel goed bekend.”

Als we ons van tevoren had gerealiseerd dat op deze school niet één meester werkt, hadden we misschien wel een andere school gekozen.”

Lieneke is een echt ‘montessorikind’, maar Ties, onze jongste, was misschien wel beter af geweest op een reguliere school.”

Er wordt op deze school erg veel aandacht besteed aan creativiteit, muziek, toneelspelen. Dat past echt bij onze dochter. Bovendien zit hij hier vlak om de hoek!”

Of thuis naar school…

Naar aanleiding van een aantal reacties op dit artikel (zie hieronder), noemen we hier ook een andere keuze: je kunt besluiten je kind thuis les te geven. In Nederland volgen naar schatting tussen 200 en 2000 kinderen op principiële gronden thuisonderwijs (ter vergelijking: ruim 1,6 miljoen kinderen gaan naar de basisschool). In andere landen is home schooling een bekend fenomeen; zo wordt in Amerika zo’n vijf procent van alle kinderen thuis onderwezen. Deze vorm van onderwijs staat daar hoog aangeschreven; uit onderzoeken is gebleken dat kinderen in Angelsaksische landen die thuisonderwijs gekregen hebben, verder waren in zowel hun schoolvorderingen als in hun sociaal-emotionele ontwikkeling dan leeftijdsgenoten die naar school gingen (bron: Kohnstamm Instituut).

Thuisonderwijs is in Nederland geen bij wet geregelde vorm van onderwijs. Om je kind zelf thuis te mogen geven is vrijstelling van de leerplicht nodig. Vrijstelling kan worden verleend als je kind op basis van psychische of lichamelijke gronden ongeschikt is om naar een gewone school te gaan of als er binnen redelijke afstand geen enkele school te vinden is die past bij de levensbeschouwelijke richting van de ouders.

Verder lezen

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

14 november 2016 | Reacties (0)

Voor sommige kleuters is naar school gaan erg vermoeiend. Veel kinderen hebben na een poosje een dipje, waarin ze hangerig of dwars zijn, moeite hebben met opstaan, of misschien wat vaker in bed plassen. Heb je het gevoel dat je kind op zijn tandvlees loopt, houd hem dan gerust eens een middagje thuis om bij te tanken. Zolang je kind nog geen 5 is, mag dat.

moethuishoudenvanschool

Overleg wel altijd met de leerkracht en overdrijf niet: ook al is een 4-jarige nog niet leerplichtig, het is wel de bedoeling dat je kind zoveel mogelijk meedraait in het normale schoolritme.

5-jarige kleuter: vrijstelling aanvragen

Als je kind 5 is, is hij of zij wel leerplichting. Dan moet je kind dus iedere schooldag naar de basisschool. Als je kind niet naar school gaat, ben je zelfs strafbaar.

Toch mag je ook je 5-jarige kleuter  af en toe wat korter naar school laten gaan als een hele schoolweek nog wat te vermoeiend is. De leerplichtwet biedt de mogelijkheid om, in overleg met de schooldirecteur, een vijfjarige kleuter vijf uur per week thuis te houden om overbelasting te voorkomen. Mocht dit nog niet genoeg blijken te zijn, dan mag je daar nog 5 extra uren vrijstelling bovenop vragen.

Totdat je kind 6 jaar is, kun je hem of haar dus maximaal 10 uur per week Het gaat dan om een officiële (gedeeltelijke) vrijstelling van de leerplichtwet. Je hebt dus toestemming nodig van de directeur.

Verder lezen

Reken op de basisschool

Hoe kleuters (echt) leren tellen

24 oktober 2016 | Reacties (0)

Veel kleuters kunnen al een beetje tellen als ze in groep 1 komen. “Eén, twee, drie, veel!” Wat die magische telwoorden precies betekenen, snappen ze meestal nog niet echt. Door op school én thuis veel te oefenen, leert je kleuter gaandeweg écht tellen.

Tellen is de basis van rekenen

Rekenen begint voor kinderen met leren tellen – eieren, potloden, speelgoedautootjes… het maakt niet uit wat, als je ’t maar kunt tellen.

Een van de eerste ervaringen die kinderen hebben met getallen is tellen. Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden (in onderwijsjargon: de telrij), alsof het een opzegversje is. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, beginnen ze het verband te leggen tussen telwoorden en een aantal ‘dingen’.

Hoe leren kinderen tellen en getallen gebruiken

Kinderen leren het principe van tellen door telwoorden te herhalen. In het begin kunnen er nog gaten in hun telrij zitten, of ze verzinnen er zelf een getal bij. Kijk dus niet vreemd op als je kind ‘drie-tien’ zegt in plaats van ‘dertien’.

Het onthouden en opzeggen van de getallen in de telrij (1-2-3) is slechts het begin van leren tellen. Van echt tellen is pas sprake als kleuters daadwerkelijk getalbegrip hebben en dus waarde aan de getallen toekennen. Met andere woorden: ze kunnen het juiste getal koppelen aan een aantal ‘dingen’, bijvoorbeeld ‘3’ voor drie auto’s.

Voor tellen en het ontwikkelen van getalbegrip is veel aandacht in groep 1 en 2. Kleuters gaan volop bezig met het oefenen en experimenten met tellen, groepjes herkennen en groepjes vormen. Ook leren ze cijfers herkennen en benoemen.

Thuis oefenen met tellen

Voor kleuters is tellen een spelletje, dat ze vaak eindeloos kunnen herhalen. Door vragen te stellen bij het tellen, maak je je kleuter ongemerkt bewust van de betekenis van getallen.

  • Samen tellen, bijvoorbeeld hoeveel bomen of lantaarnpalen er staan op de route van huis naar school.
  • Dek samen de tafel. Hoeveel borden zijn er nodig en hoeveel messen en vorken?
  • Hoeveel aardappels liggen er op je bord? En als je er eentje opeet?
  • Vriendjes op bezoek? Laat de kinderen samen snoepjes, pepernoten of paaseitjes verdelen. Ze zullen al snel driftig aan het tellen slaan (en elkaar corrigeren bij een foutje) om te garanderen dat iedereen een eerlijk deel krijgt. Of verdeel ze zelf en maak daarbij opzettelijk foutjes. Het ene kind krijgt vier pepernoten, de ander vijf. Zien ze meteen dat dit niet klopt? Dan kunnen ze dus al heel goed groepjes van vijf herkennen!
  • Neem de lift en laat je kind op de knopjes drukken. Welk cijfer hoort er bij de ‘zesde verdieping’?
  • Tel hoe vaak je samen een bal kunt overgooien voordat iemand de bal laat vallen.
  • Zing telliedjes als Er zaten zeven kikkertjes en Hoedje van papier.
  • Laat je kind proberen hoe ver hij komt met tellen. Ga zelf verder waar je kind het niet meer weet en stimuleer je kind om mee te tellen.
  • Tel zelf hardop, ook al zit je kind aan de andere kant van de kamer te spelen. ‘Even kijken… ik heb nu één, twee, drie, vier , vijf boterhammen gesmeerd.’ Of: ‘Er moeten vier scheppen koffie in: één, twee, drie, vier!’ Ongemerkt pikt je kleuter de telrij op en begint hij te begrijpen waartoe tellen dient.
  • Speel bordspelletjes met een dobbelsteen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die dat veel doen, naar verhouding beter rekenen in groep 3.

Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

26 september 2016 | Reacties (0)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Ruim dertig procent van de kinderen heeft er moeite mee.

kinderen kleuren samen

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel steeds vaker stemmen opgaan dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – is het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven nog altijd groot zolang schrijven een rol speelt in ons onderwijssysteem en onze maatschappij.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden soms – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen…” Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode ‘Schrijven leer je zo’ toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste voetbaltechniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen.

Voor sommige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek werd gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meerderheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Minder beweging: slechtere motorische vaardigheden

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

Er is natuurlijk al veel aandacht voor het belang van lichaamsbeweging voor kinderen. Maar vaak gaat het daarbij alleen om het aanpakken van overgewicht. Beweging om calorieën te verbranden. Dat is een erg eenzijdige kijk op beweging. Bij kinderen staat beweging synoniem aan ontwikkeling, zoals wel blijkt het verband tussen lichaamsbeweging en goed kunnen schrijven.

Kind met schrijfproblemen? Fysiotherapie kan helpen

Heeft jouw kind veel last van schrijfproblemen? Overleg dan eens met de leerkracht of het zinvol is hulp te zoeken bij een  (kinder)fysiotherapeut. Deze kan aan de hand van een schrijf- en motorisch onderzoek beoordelen of er alleen sprake is van een schrijfprobleem of dat er ook problemen zijn in de fijne motoriek. (Goed om te weten: voor kinderen tot 18 jaar wordt fysiotherapie vergoed door de basisverzekering. Een verwijzing van de huisarts is niet nodig.)

De fysiotherapeut leert je kind een goede zithouding en pengreep en denkt mee over de keuze van de juiste pen. Ook wordt bekeken je kind voldoende afwisseling tussen spanning en ontspanning van de pols en vingers heeft. Natuurlijk blijft het niet alleen maar bij kijken, maar worden er ook gedaan ter ondersteuning van de hand-oogcoördinatie en fijne motoriek. Dat gebeurt in de vorm van spelletjes, die de meeste kinderen erg leuk vinden. Het is gangbaar dat de fysiotherapeut de schrijfmethode van school hanteert en zo nodig contact onderhoudt met de juf of meester.

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter zijn ingesleten, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.

Verder lezen

Een jaar langer in groep 2? Liever niet

Een jaar langer in groep 2? Liever niet

12 september 2016 | Reacties (2)

‘Doorkleuteren’ is een begrip in Nederland: kinderen die aan het eind van groep 2 nog niet toe zijn aan groep 3, blijven een jaartje extra in de kleutergroepen. Dit jaar ging het om ruim 18.000 kinderen die groep 2 op de basisschool overdeden. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs wil hier een einde aan maken, omdat uit onderzoek blijkt dat kinderen niet blijvend profiteren van een derde jaar kleuterklas.

painting-808011_640

Soepeler overgang tussen groep 2 en groep 3

‘Op veel scholen is groep 2 heel speels en groep 3 heel schools. Daardoor vinden ouders en leraren de overstap voor kleuters vaak te groot’, constateert Dekker. Maar scholen kunnen hun onderwijs flexibeler indelen, waardoor kinderen makkelijker aansluiting vinden in groep 3. ‘Scholen denken vaak dat dat niet kan of mag, terwijl er meer dan genoeg ruimte voor is.’ Een mogelijkheid is volgens Dekker bijvoorbeeld dat kleuters ook halverwege het schooljaar van groep 2 naar groep 3 gaan.

Dekker roept basisscholen op om in actie te komen. Samen de de PO-raad heeft hij een rapport opgesteld waarin al het onderzoek beschreven staat naar het effect van een jaar langer kleuteren. Ook staat er uitleg in voor scholen wat ze allemaal mogen doen om kleuters zo soepel mogelijk naar groep 3 te geleiden.

Dekker: ‘Je ziet dat een flink aantal scholen echt stappen zet. Sommige scholen kiezen ervoor om leerlingen niet alleen in de zomer naar de volgende klas te doen, maar vaker in het jaar. Anderen geven in groep 3 heel erg speels les. En er zijn gecombineerde groepen 2/3. Daar waar scholen er werk van maken, zie je het aantal zittenblijvers dalen.’

Lees ook:

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

 

Extra jaar in groep 2 heeft alleen tijdelijk effect

“Tom heeft destijds groep 2 overgedaan. Hij was toen gewoon te ‘jong’ om naar groep 3 te gaan. Dat vonden we zelf ook.” Tom is inmiddels 10, maar zijn vader Bert staat nog steeds achter die beslissing. “Dat jaar extra kleuteren heeft hem echt goed gedaan. We hebben nooit spijt gehad. Ook sociaal had hij zo zijn draai gevonden. Hij kan zich nu niet eens meer goed herinneren dat hij ooit bij andere kinderen in de klas zat.”

In individuele gevallen kan een langer kleuteren prima uitpakken. Toch blijkt uit verschillende onderzoeken dat de meeste kinderen die groep 2 over doen daar hooguit tijdelijk profijt van hebben. Sommige kinderen gaan een jaar later naar groep 3 vanwege een cognitieve achterstand; ze beheersen de lesstof van groep 2 nog niet voldoende. In groep 3 kunnen de ‘doorkleuteraars’ meestal wel goed meekomen, maar in de hogere groepen bouwen ze vaak opnieuw een achterstand op.

Sociaal-emotioneel geen winst

Als argumenten voor een jaar langer in groep 2 blijven worden vaak zaken genoemd als: te jong, te speels, te weinig concentratie. Dat zijn sociale-emotionele overwegingen. Gevoelsmatig lijkt het best logisch om zulke kinderen een jaartje extra kleuteren te ‘gunnen’. Maar ook in sociaal-emotioneel schieten de zittenblijvers maar weinig op met hun jaar extra in groep 2. Ze hebben veel vaker sociaal-emotionele problemen dan hun nieuwe en jongere klasgenoten, al zijn ze tijdelijk wel wat populairder bij hun nieuwe klasgenoten. Leerlingen spelen daarentegen liever met klasgenoten die in het normale tempo van groep 2 naar groep 3 zijn gegaan dan met zittenblijvers.

We zijn benieuwd naar jouw ervaringen. Is jouw kind blijven zitten in groep 2? Hoe heeft dit voor jouw kind uitgepakt? Zou je nu dezelfde beslissing nemen?

Verder lezen