Groep 1-2

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

2 maart 2017 | Reacties (0)

Kinderen in groep 2 heten ook wel ‘oudste kleuters’. Dat is een term die hun positie mooi aangeeft. Aan de ene kant worden ze al echt groot, maar tegelijkertijd mogen ze ook nog lekker kleuter zijn. Ook tussen kinderen onderling zijn de verschillen vaak groot.

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Kinderen in groep 2 maken een enorme ontwikkeling door. Alleen al lichamelijk verandert er van alles: ze verliezen hun kleuterpostuur, wisselen wellicht al hun eerste tanden en zowel de grove als de fijne motoriek worden steeds beter. Maar ook geestelijk  en cognitief gaat het hard. De meeste kinderen kunnen zich steeds langere periodes achter elkaar concentreren, hun woordenschat groeit, het kortetermijngeheugen wordt steeds beter en ze gaan steeds nauwkeuriger waarnemen.

Schoolrijp

Deze ontwikkelingen maken samen dat de oudste kleuters aan het eind van het schooljaar klaar zijn om de overstap naar groep 3 te maken.  Het kind wordt ‘schoolrijp’, zoals dat heet, wat er kort gezegd op neer komt dat het kind eraan toe is om te leren lezen, schrijven en rekenen. In groep 2 worden de oudste kleuters op allerlei manieren uitgedaagd om die ontwikkeling te stimuleren en nieuwe vaardigheden te oefenen en verbeteren.

Voorbereidend lezen, rekenen en schrijven

Net als in groep 1 is spelend leren de manier waarop kinderen in groep 2 vaardigheden opdoen. Dat wil niet zeggen dat de leerkracht de kinderen lukraak wat laat doen. Je merkt er niet zo veel van, maar ook in groep 2 is er sprake van echte vakken: voorbereidend lezen, voorbereidend rekenen, voorbereidend schrijven. Het woord ‘voorbereidend’ is het sleutelwoord: kinderen leren in groep 2 nog niet lezen, schrijven en rekenen (daar zijn ze ook nog niet aan toe), maar spelenderwijs doen ze vaardigheden en kennis op die ze nodig hebben om in groep 3 wel met rekenen, schrijven en lezen te kunnen beginnen.

Voorbeelden

Voorbereidend lezen:

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord kabouter is groter dan het woord reus.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week’. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in.  Kinderen leren zo vertrouwd raken met de verschillende vormen van letters (al hoeven ze die nog niet echt te kennen), maar vooral ook met het gegeven dat een letter aan een klank is gekoppeld.

Voorbereidend rekenen:

  • Tellen van 0 tot 20 en weer terug.
  • Ordenen en sorteren.
  • Oefenen met erbij en eraf, meer en minder.

Voorbereidend schrijven

  • prikken
  • kralen rijgen
  • vingerverven
  • stoepkrijten
  • doolhoven maken
  • schrijfpatronen als lussen en golven overtrekken
  • etc.

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn natuulijk prima. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

30 januari 2017 | Reacties (10)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

5 januari 2017 | Reacties (0)

Na de kerstvakantie breekt de tweede helft van het schooljaar aan. In sommige groepen betekent dit dat de bakens merkbaar verzet worden. Lees hier wat je kunt verwachten in de komende periode.

Groep 2: oudste kleuters op weg naar groep 3

Checklist hoofdluis

In groep 2 worden de kinderen langzaam voorbereid op de overgang naar het meer schoolse leren dat hen volgend jaar in groep 3 te wachten staat. Om na de zomervakantie succesvol te kunnen leren lezen, wordt in groep 2 al heel wat voorbereidend werk gedaan. Op veel scholen wordt in de tweede helft van het schooljaar in groep 2 nog intensiever geoefend met letters en klanken herkennen, hakken en plakken en rijmen.

Ook tellen en sorteren krijgen meer aandacht, net als voorbereidende schrijfoefeningen. Maar natuurlijk wordt er ook nog gewoon volop gespeeld. Kleuters leren immers spelenderwijs.

Lees meer over de ontwikkeling en leerproces van kleuters in groep 2 in het het artikel Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

Groep 3: meer ruimte voor schrijven en rekenen

Tegen de tijd dat het kerstvakantie is, zijn kinderen in groep 3 vaak total loss. Ze hebben in een paar maanden tijd heel veel nieuwe dingen geleerd en de spanning en de drukte van Sinterklaas (waarin de meeste kinderen op deze leeftijd nog geloven) is daar nog eens overheen gekomen. Deze twee weken vakantie kon je kind goed gebruiken om bij te tanken. Je zult merken dat het schoolleven je kind in de tweede helft van het schooljaar minder energie kost. Je kind is er nu helemaal aan gewend.

Het proces van leren lezen gaat in de tweede helft van het schooljaar natuurlijk nog volop door, maar er komt nu ook meer ruimte voor andere vakken. Zo wordt met rekenen stapje voor stapje de overgang gemaakt van telvaardigheden naar echte sommen. Aan het eind van het schooljaar kan je kind probleemloos rekenen onder de tien en zijn ook sommen tot twintig voor de meeste kinderen gesneden koek.

In de loop van groep 3 zijn kinderen motorisch ver genoeg ontwikkeld om echt te leren schrijven. De meeste scholen beginnen daarmee dan ook na de kerstvakantie.Vaak begint schrijfonderwijs in groep 3 met het aanleren van losse (schrijf)letters. Vanaf eind groep 3 en in groep 4 leren de kinderen dan aan elkaar schrijven en komen ook de hoofdletters erbij. Er zijn ook scholen waar de kinderen direct het verbonden schrift (aan elkaar schrijven) leren.

Groep 7: het verkeersexamen komt eraan

In april of mei legt je kind op de fiets het verkeersexamen af . Dat is nog ver weg, maar er wordt nu al volop aandacht aan verkeerslessen gegeven. Je kind moet immers wel weten welke regels er allemaal gelden. Bovendien wordt het praktisch verkeersexamen vooraf gegaan door een theoretisch examen, waar je kind de komende maanden op wordt voorbereid.

Groep 8: het schooladvies en de eindtoets

Voor groep 8 breekt na de kerstvakantie een zeer intensieve periode aan: in januari en februari zijn er open dagen van middelbare scholen, voor eind maart formuleert de basisschool een schooladvies over het niveau van voortgezet onderwijs dat je kind aankan en in april moet je kind de verplichte eindtoets maken, die inzicht geeft in de reken- en taalvaardigheid van je kind. Alles staat in het teken van het afscheid van de basisschool. Het einde van het basisschooltijdperk komt ineens wel heel dichtbij. Sommige kinderen hebben het daar best moeilijk mee.

Zorg dat je kind goed uitgerust aan de tweede helft van het schooljaar begint en let er de komende maanden op dat je kind op tijd naar bed gaat en voldoende ontspanning krijgt. Probeer zelf ook relaxed en rustig te blijven, ook al is dit voor jou als ouder misschien ook best een spannende tijd.

Lees meer over de schoolkeuze in het artikel Hoe kies je een middelbare school?

Lees meer over het schooadvies in het artikel De regels voor het schooladvies

Alle groepen: hard werken en Cito-toetsen

In andere groepen zijn de verschillen met de eerste helft van het schooljaar minder duidelijk. Wel vormen deze rustige wintermaanden een periode waarin hard wordt gewerkt. Ook worden in januari of februari de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen in alle groepen (sommige scholen gebruiken andere toetsen). Mochten er twijfels zijn of je kind na de zomervakantie overgaat naar de volgende groep, dan wordt dit meestal in januari of februari al door de leerkracht bij de ouders aangekaart.

 

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (3)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie. Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

1 december 2016 | Reacties (0)

Over een paar dagen is het pakjesavond. Wat is er dan leuker om samen met je kind(eren) een avontuur aan te gaan om Piet te helpen. In het donker kan Piet de namen op de pakjes niet namelijk niet lezen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Piet de pakjes toch goed bezorgt?

sfeer_oeno

Dat is de vraag die centraal staat in een serie gratis te downloaden lessen die is ontwikkeld door het Wetenschapsknooppunt TU Delft en Ontwerpbureau Meeple. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten van groep 1 tot en met 4, maar ze vormen ook een superleuke activiteit om thuis met je kind(eren) te doen. Het draait namelijk allemaal om onderzoeken en ontwerpen en om vanuit verwondering op zoek te gaan naar antwoorden.

Download de sinterklaasactiveit hier

Piet heeft hulp nodig

Het begint allemaal met een brief van Sinterklaas, waarin hij persoonlijk de hulp van je kinderen inroept:

Ik zit namelijk met iets,
Piet ziet in het donker helemaal niets.

Als hij een pakje in de schoorsteen stopt,
Weet hij niet zeker of het allemaal wel klopt.

[…]

Kunnen jullie uitzoeken hoe dat gaat met Piet op het dak?
Als hij boven is met alle pakjes in de zak.

Hebben jullie een idee?
Denken jullie met Sint en de Pieten mee?

O jee, een probleem dus. Dat kennen we natuurlijk wel van het Sinterklaasjournaal en andere sinterklaasverhalen.

Is het probleem wel een probleem?

Het leuke is alleen dat we hier niet klakkeloos aannemen dat het probleem bestaat. Want we zijn dan wel zoete kindertjes, dat wil nog niet zeggen dat we alles voor zoete koek slikken 😉 Eerst zelf maar eens even kritisch nadenken.

Je kinderen gaan daarom ontdekken hoe vervelend de situatie is voor Piet. Want kan hij niet voelen wat er in de pakjes zit? Of gewoon een zaklantaarn gebruiken om de namen te lezen? Dat gaat je kind zelf ervaren! Op naar de speeltuin om met een zak met pakjes en een zaklantaarn in de hand een klimrek te beklimmen. Neuh… da’s inderdaad niet echt handig.

Ideeën verzinnen en een prototype maken

De volgende stap is dat je kinderen ideeën gaan bedenken om het probleem op te lossen. De handleiding gaat hierbij natuurlijk uit van een schoolse situatie; dat zul je voor thuis een beetje aan moeten passen, maar dat maakt voor het proces niet uit. Stimuleer je kind(eren) om zo veel mogelijk mogelijke oplossingen te bedenken. Niets is te gek! In deze fase is alles goed, ook oplossingen die alleen in dromen voor kunnen komen of die je nooit zou kunnen uitvoeren.

De volgende stap is namelijk om ideeën te selecteren en die daadwerkelijk uit te proberen. Dat betekent: knutselen, bouwen en misschien zelfs wel (veilig) experimenteren met stroom!

Tips:

  • Lees de handleiding goed door, zodat je weet wat er komt. Sommige dingen zul je thuis anders willen/moeten dan beschreven in de handleiding. Gewoon doen; het is niet de bedoeling dat je thuis schooltje gaat spelen. Dit is gewoon een leuke activiteit voor in de sinterklaasperiode, die toevallig ook nog eens leerzaam is.
  • Controleer of je de benodigde materialen in huis hebt (en of je ze gemakkelijk kunt vinden).
  • Prikkel je kind door vragen te stellen, maar geef geen antwoorden. Je kunt zelf ook meedoen met ontwerpen maken en prototypes bouwen, maar let erop dat je je kind alle ruimte laat om zelf met ideeën te komen en vrijuit te experimenteren.

header_oeno

Onderwijstrend: Ontwerpen en onderzoeken

‘Onderzoekend en ontwerpend leren’ is een echte trend in het onderwijs. Deze manier van leren brengt kinderen vaardigheden bij die te maken hebben met een wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Kinderen moeten een beroep doen op hun creativiteit en denkvaardigheden.

Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de kinderen veel leren en het geleerde makkelijker onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen.

 

Verder lezen

Hoe kies je een basisschool

Hoe kies je een basisschool?

28 november 2016 | Reacties (10)

Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke beslissing, die de komende acht jaar en zelfs nog na de basisschooltijd van invloed is op je kind. Neem daarom de tijd om zorgvuldig en weloverwogen een school te kiezen.

Welke criteria laat je meewegen?

Om een school te kunnen kiezen, zal je eerst voor jezelf op een rijtje moeten hebben wat jullie als ouders belangrijk vinden aan een school. Alle ouders hanteren hun eigen criteria, afhankelijk van hun eigen ideeën en opvattingen en hun persoonlijke omstandigheden.

Met stip op één in vrijwel alle lijstjes in tijdschriften en op websites staat: kijk naar je kind. Het klinkt volkomen logisch en dat is het ook. Natuurlijk is het verstandig om bij de schoolkeuze rekening te houden met je kind: hoe zelfstandig is je kind, wat voor soort onderwijs past bij zijn of haar karakter. Staar je daar echter niet blind op. Als je naar je driejarige zoon of dochter kijkt, is het nog moeilijk te voorspellen tot wat voor soort schoolkind hij of zij zal uitgroeien of wat met wat voor leerproblemen je later misschien te maken krijgt.
Denk ook aan eventuele broertjes of zusjes, die een heel ander karakter kunnen hebben dan de oudste. Alleen al uit praktische overwegingen kiezen vrijwel alle ouders ervoor hun kinderen naar dezelfde school te laten gaan.

De keuze voor een school is een mix van rationele en emotionele argumenten. Probeer in kaart te brengen welke criteria je wilt laten meewegen bij je schoolkeuze. Daarmee vergemakkelijk je de uiteindelijke keuze.

Aspecten die je kunt laten meewegen bij de schoolkeuze:

  • openbaar of aansluitend bij eigen geloof of levensbeschouwing
  • onderwijstype
  • locatie en schoolroute
  • schoolpopulatie: wie zijn de toekomstige vriend(innet)jes van je kind?
  • schoon en goed onderhouden schoolgebouw
  • aandacht voor leer- en gedragsproblemen
  • sociale normen en waarden (pestprotocol)
  • goede sfeer en uitstraling
  • hoe zijn tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld
  • schooltijden
  • wat betaal je aan ouderbijdrage
  • aandacht voor cultuur en natuur
  • inzet van moderne leermiddelen als computer en tablet
  • kwaliteit van het onderwijs
  • goede aansluiting met voortgezet onderwijs
  • wat wordt er precies van ouders verwacht
  • gemiddelde groepsgrootte
  • schoolgrootte
  • veel of weinig parttimers (duobanen) voor de klas
  • heeft of krijgt de school te maken met krimp

Grote scholen, kleine scholen

Wat is beter, een kleine school of een grote school? Beide hebben voor- en nadelen. Kleine scholen voelen vaak wat knusser en vertrouwder aan. Iedereen kent elkaar, er is veel persoonlijk aandacht en de communicatie verloopt makkelijk. Daar staat tegenover dat de werkdruk voor het personeel op kleine scholen vaak hoger is. Wisselen van klas is meestal niet mogelijk, omdat er geen parallelgroepen zijn.

Op heel kleine scholen zitten soms leerlingen met drie jaar leeftijdsverschil in één groep. De grootte van de school zegt niets over de groepsgrootte: kleine scholen kunnen grote groepen hebben en grote scholen kunnen kleine groepen hebben. Combinatiegroepen (bijvoorbeeld groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) komen op zowel grote als kleine scholen voor; soms uit noodzaak, vaak ook omdat daar bewust voor wordt gekozen.

Dit zeggen ouders:

De meeste kinderen in onze wijk zitten op de katholieke school. Niet omdat hun ouders gelovig zijn, maar omdat die school een continurooster heeft.”

De dorpsschool is zo klein dat het de vraag is of die over een paar jaar nog bestaat. Toch kiezen we er bewust voor want de school staat heel goed bekend.”

Als we ons van tevoren had gerealiseerd dat op deze school niet één meester werkt, hadden we misschien wel een andere school gekozen.”

Lieneke is een echt ‘montessorikind’, maar Ties, onze jongste, was misschien wel beter af geweest op een reguliere school.”

Er wordt op deze school erg veel aandacht besteed aan creativiteit, muziek, toneelspelen. Dat past echt bij onze dochter. Bovendien zit hij hier vlak om de hoek!”

Of thuis naar school…

Naar aanleiding van een aantal reacties op dit artikel (zie hieronder), noemen we hier ook een andere keuze: je kunt besluiten je kind thuis les te geven. In Nederland volgen naar schatting tussen 200 en 2000 kinderen op principiële gronden thuisonderwijs (ter vergelijking: ruim 1,6 miljoen kinderen gaan naar de basisschool). In andere landen is home schooling een bekend fenomeen; zo wordt in Amerika zo’n vijf procent van alle kinderen thuis onderwezen. Deze vorm van onderwijs staat daar hoog aangeschreven; uit onderzoeken is gebleken dat kinderen in Angelsaksische landen die thuisonderwijs gekregen hebben, verder waren in zowel hun schoolvorderingen als in hun sociaal-emotionele ontwikkeling dan leeftijdsgenoten die naar school gingen (bron: Kohnstamm Instituut).

Thuisonderwijs is in Nederland geen bij wet geregelde vorm van onderwijs. Om je kind zelf thuis te mogen geven is vrijstelling van de leerplicht nodig. Vrijstelling kan worden verleend als je kind op basis van psychische of lichamelijke gronden ongeschikt is om naar een gewone school te gaan of als er binnen redelijke afstand geen enkele school te vinden is die past bij de levensbeschouwelijke richting van de ouders.

Verder lezen

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

14 november 2016 | Reacties (0)

Voor sommige kleuters is naar school gaan erg vermoeiend. Veel kinderen hebben na een poosje een dipje, waarin ze hangerig of dwars zijn, moeite hebben met opstaan, of misschien wat vaker in bed plassen. Heb je het gevoel dat je kind op zijn tandvlees loopt, houd hem dan gerust eens een middagje thuis om bij te tanken. Zolang je kind nog geen 5 is, mag dat.

moethuishoudenvanschool

Overleg wel altijd met de leerkracht en overdrijf niet: ook al is een 4-jarige nog niet leerplichtig, het is wel de bedoeling dat je kind zoveel mogelijk meedraait in het normale schoolritme.

5-jarige kleuter: vrijstelling aanvragen

Als je kind 5 is, is hij of zij wel leerplichting. Dan moet je kind dus iedere schooldag naar de basisschool. Als je kind niet naar school gaat, ben je zelfs strafbaar.

Toch mag je ook je 5-jarige kleuter  af en toe wat korter naar school laten gaan als een hele schoolweek nog wat te vermoeiend is. De leerplichtwet biedt de mogelijkheid om, in overleg met de schooldirecteur, een vijfjarige kleuter vijf uur per week thuis te houden om overbelasting te voorkomen. Mocht dit nog niet genoeg blijken te zijn, dan mag je daar nog 5 extra uren vrijstelling bovenop vragen.

Totdat je kind 6 jaar is, kun je hem of haar dus maximaal 10 uur per week Het gaat dan om een officiële (gedeeltelijke) vrijstelling van de leerplichtwet. Je hebt dus toestemming nodig van de directeur.

Verder lezen

Reken op de basisschool

Hoe kleuters (echt) leren tellen

24 oktober 2016 | Reacties (0)

Veel kleuters kunnen al een beetje tellen als ze in groep 1 komen. “Eén, twee, drie, veel!” Wat die magische telwoorden precies betekenen, snappen ze meestal nog niet echt. Door op school én thuis veel te oefenen, leert je kleuter gaandeweg écht tellen.

Tellen is de basis van rekenen

Rekenen begint voor kinderen met leren tellen – eieren, potloden, speelgoedautootjes… het maakt niet uit wat, als je ’t maar kunt tellen.

Een van de eerste ervaringen die kinderen hebben met getallen is tellen. Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden (in onderwijsjargon: de telrij), alsof het een opzegversje is. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, beginnen ze het verband te leggen tussen telwoorden en een aantal ‘dingen’.

Hoe leren kinderen tellen en getallen gebruiken

Kinderen leren het principe van tellen door telwoorden te herhalen. In het begin kunnen er nog gaten in hun telrij zitten, of ze verzinnen er zelf een getal bij. Kijk dus niet vreemd op als je kind ‘drie-tien’ zegt in plaats van ‘dertien’.

Het onthouden en opzeggen van de getallen in de telrij (1-2-3) is slechts het begin van leren tellen. Van echt tellen is pas sprake als kleuters daadwerkelijk getalbegrip hebben en dus waarde aan de getallen toekennen. Met andere woorden: ze kunnen het juiste getal koppelen aan een aantal ‘dingen’, bijvoorbeeld ‘3’ voor drie auto’s.

Voor tellen en het ontwikkelen van getalbegrip is veel aandacht in groep 1 en 2. Kleuters gaan volop bezig met het oefenen en experimenten met tellen, groepjes herkennen en groepjes vormen. Ook leren ze cijfers herkennen en benoemen.

Thuis oefenen met tellen

Voor kleuters is tellen een spelletje, dat ze vaak eindeloos kunnen herhalen. Door vragen te stellen bij het tellen, maak je je kleuter ongemerkt bewust van de betekenis van getallen.

  • Samen tellen, bijvoorbeeld hoeveel bomen of lantaarnpalen er staan op de route van huis naar school.
  • Dek samen de tafel. Hoeveel borden zijn er nodig en hoeveel messen en vorken?
  • Hoeveel aardappels liggen er op je bord? En als je er eentje opeet?
  • Vriendjes op bezoek? Laat de kinderen samen snoepjes, pepernoten of paaseitjes verdelen. Ze zullen al snel driftig aan het tellen slaan (en elkaar corrigeren bij een foutje) om te garanderen dat iedereen een eerlijk deel krijgt. Of verdeel ze zelf en maak daarbij opzettelijk foutjes. Het ene kind krijgt vier pepernoten, de ander vijf. Zien ze meteen dat dit niet klopt? Dan kunnen ze dus al heel goed groepjes van vijf herkennen!
  • Neem de lift en laat je kind op de knopjes drukken. Welk cijfer hoort er bij de ‘zesde verdieping’?
  • Tel hoe vaak je samen een bal kunt overgooien voordat iemand de bal laat vallen.
  • Zing telliedjes als Er zaten zeven kikkertjes en Hoedje van papier.
  • Laat je kind proberen hoe ver hij komt met tellen. Ga zelf verder waar je kind het niet meer weet en stimuleer je kind om mee te tellen.
  • Tel zelf hardop, ook al zit je kind aan de andere kant van de kamer te spelen. ‘Even kijken… ik heb nu één, twee, drie, vier , vijf boterhammen gesmeerd.’ Of: ‘Er moeten vier scheppen koffie in: één, twee, drie, vier!’ Ongemerkt pikt je kleuter de telrij op en begint hij te begrijpen waartoe tellen dient.
  • Speel bordspelletjes met een dobbelsteen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die dat veel doen, naar verhouding beter rekenen in groep 3.

Verder lezen