Groep 1-2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

9 april 2013 | Reacties (0)

“Het roer moet radicaal om in het kleuteronderwijs”, vindt de werk- en steungroep kleuteronderwijs. De werkgroep, bestaande uit docenten en onderwijsdeskundigen, vindt de druk op kleuters om al heel jong te moeten presteren veel te groot. De werkgroep heeft een zwartboek over het kleuteronderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

Een kleuter is geen schoolkind

“Een kleuter is geen schoolkind, maar wordt wel als zodanig getest, gelabeld en behandeld”, stelt de werkgroep. “Leerkrachten van de groepen 1 en 2 worden sinds de komst van het basisonderwijs niet meer speciaal opgeleid voor het begeleiden van kleuters en hebben geen kennis van de ontwikkelingspsychologie van het jonge kind. Dat behoort, net als de angst voor latere leer- en gedragsproblemen en taalachterstanden, tot de oorzaken van het te vroeg aanbieden van letters en cijfers.”

Ontwikkeling kleuters centraal

De Werk- en Steungroep kleuteronderwijs, waaronder veel leerkrachten die nog goed opgeleid zijn, zet zich in voor onderwijs dat aansluit bij de neurologische en psychologische ontwikkeling van kleuters.

Verder lezen

App neemt kleuters met Nijntje mee naar school

App neemt kleuters met Nijntje mee naar school

18 januari 2013 | Reacties (0)

Nijntje loodst kinderen al bijna zestig jaar door de peutertijd en sinds een tijdje ook in app-vorm. De app Nijntje op school is de derde Nijntje-app op rij. Het is een leuke app voor peuters die binnenkort naar de basisschool gaan en voor jonge kleuters. De app is vooralsnog alleen voor de iPad verkrijgbaar, maar eind februari volgt waarschijnlijk een versie voor de iPhone.  Op korte termijn zijn er geen plannen voor een Android-versie, zo laat ontwikkelaar Sanoma Media weten.

Luisteren en spelen

Nijntje op school is gebaseerd op het gelijknamige boekje van Dick Bruna. Daarin leert Nijntje op school schrijven en rekenen. Maar ze doet ook andere dingen, zoals tekenen en blokken bouwen. Nijntje vindt het leuk om naar school te gaan, maar het leukst vindt ze het als de juf een verhaal voorleest. In de app wordt voorlezen door een prettige voorleesstem. Het verhaal wordt onderbroken door spelletjes die aansluiten bij wat Nijntje doet: is Nijntje onderweg naar school, dan trekt je kind met de vinger de route over; gaat Nijntje tekenen, dan mag je kind ook tekenen. Prima oefeningen voor de fijne motoriek, of, zoals de juf in het verhaal zegt: “want weet je, van die krulletjes, daar leer je schrijven van.”

Het wat ongelukkige woord ‘optelsom’, onbekend in de kleutergroepen, krijgt een goed gekozen activiteit in de vorm van tellen tot 12 op een telraam (kralen heen en weer schuiven). Minpuntje is misschien dat dit telraam drie kralen per rij heeft, terwijl in de kleutergroepen juist het oefenen met groepjes van vijf centraal staat. Daar staat tegenover dat de kralen nu wel lekker groot zijn en dus goed te bedienen voor kleine, nog wat onhandige handjes. Iets lastiger is dat bij het verslepen van blokken naar de juiste plek: voor peuters kan het nog lastig zijn om het blokje nauwkeurig te verplaatsen, kleuters zullen daar geen moeite mee hebben.

Neem je eigen stem op

De app biedt nog een paar aardige functies. Zo kan je zelf het verhaal voorlezen en je eigen stem opnemen. Je kind kan de app dan beluisteren met jouw stem, of die van oma, of zijn of haar eigen versie van het verhaal. Ook is het mogelijk een kaart te maken (plaatjes slepen en inkleuren) die per e-mail verstuurd kan worden. Net als elders in de app, regent het vriendelijke complimentjes en krijgt je kind overal duidelijke gesproken uitleg over wat de bedoeling is. Al met al biedt Nijntje op school een sympathieke speel- en luisteromgeving voor je kind, die met  € 4,49 echter wel behoorlijk aan de prijs is.

Verder lezen

Hoe kies je een basisschool?

Hoe kies je een basisschool?

19 november 2012 | Reacties (10)

Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke beslissing, die de komende acht jaar en zelfs nog na de basisschooltijd van invloed is op je kind. Neem daarom de tijd om zorgvuldig en weloverwogen een school te kiezen.

Welke criteria laat je meewegen?

Om een school te kunnen kiezen, zal je eerst voor jezelf op een rijtje moeten hebben wat jullie als ouders belangrijk vinden aan een school. Alle ouders hanteren hun eigen criteria, afhankelijk van hun eigen ideeën en opvattingen en hun persoonlijke omstandigheden.

Met stip op één in vrijwel alle lijstjes in tijdschriften en op websites staat: kijk naar je kind. Het klinkt volkomen logisch en dat is het ook. Natuurlijk is het verstandig om bij de schoolkeuze rekening te houden met je kind: hoe zelfstandig is je kind, wat voor soort onderwijs past bij zijn of haar karakter. Staar je daar echter niet blind op. Als je naar je driejarige zoon of dochter kijkt, is het nog moeilijk te voorspellen tot wat voor soort schoolkind hij of zij zal uitgroeien of wat met wat voor leerproblemen je later misschien te maken krijgt.
Denk ook aan eventuele broertjes of zusjes, die een heel ander karakter kunnen hebben dan de oudste. Alleen al uit praktische overwegingen kiezen vrijwel alle ouders ervoor hun kinderen naar dezelfde school te laten gaan.

De keuze voor een school is een mix van rationele en emotionele argumenten. Probeer in kaart te brengen welke criteria je wilt laten meewegen bij je schoolkeuze. Daarmee vergemakkelijk je de uiteindelijke keuze.

Aspecten die je kunt laten meewegen bij de schoolkeuze:

  • openbaar of aansluitend bij eigen geloof of levensbeschouwing
  • onderwijstype
  • locatie en schoolroute
  • schoolpopulatie: wie zijn de toekomstige vriend(innet)jes van je kind?
  • schoon en goed onderhouden schoolgebouw
  • aandacht voor leer- en gedragsproblemen
  • sociale normen en waarden (pestprotocol)
  • goede sfeer en uitstraling
  • hoe zijn tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld
  • schooltijden
  • wat betaal je aan ouderbijdrage
  • aandacht voor cultuur en natuur
  • inzet van moderne leermiddelen als computer en tablet
  • kwaliteit van het onderwijs
  • goede aansluiting met voortgezet onderwijs
  • wat wordt er precies van ouders verwacht
  • gemiddelde groepsgrootte
  • schoolgrootte
  • veel of weinig parttimers (duobanen) voor de klas
  • heeft of krijgt de school te maken met krimp


Grote scholen, kleine scholen

Wat is beter, een kleine school of een grote school? Beide hebben voor- en nadelen. Kleine scholen voelen vaak wat knusser en vertrouwder aan. Iedereen kent elkaar, er is veel persoonlijk aandacht en de communicatie verloopt makkelijk. Daar staat tegenover dat de werkdruk voor het personeel op kleine scholen vaak hoger is. Wisselen van klas is meestal niet mogelijk, omdat er geen parallelgroepen zijn.

Op heel kleine scholen zitten soms leerlingen van met drie jaar leeftijdsverschil in één groep. De grootte van de school zegt niets over de groepsgrootte: kleine scholen kunnen grote groepen hebben en grote scholen kunnen kleine groepen hebben. Combinatiegroepen (bijvoorbeeld groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) komen op zowel grote als kleine scholen voor; soms uit noodzaak, vaak ook omdat daar bewust voor wordt gekozen.

Dit zeggen ouders:

De meeste kinderen in onze wijk zitten op de katholieke school. Niet omdat hun ouders gelovig zijn, maar omdat die school een continurooster heeft.”

De dorpsschool is zo klein dat het de vraag is of die over een paar jaar nog bestaat. Toch kiezen we er bewust voor want de school staat heel goed bekend.”

Als we ons van tevoren had gerealiseerd dat op deze school niet één meester werkt, hadden we misschien wel een andere school gekozen.”

Lieneke is een echt ‘montessorikind’, maar Ties, onze jongste, was misschien wel beter af geweest op een reguliere school.”

Er wordt op deze school erg veel aandacht besteed aan creativiteit, muziek, toneelspelen. Dat past echt bij onze dochter. Bovendien zit hij hier vlak om de hoek!”

Of thuis naar school…

Naar aanleiding van een aantal reacties op dit artikel (zie hieronder), noemen we hier ook een andere keuze: je kunt besluiten je kind thuis les te geven. In Nederland volgen ruim 300 kinderen op principiële gronden thuisonderwijs (ter vergelijking: ruim 1,6 miljoen kinderen gaan naar de basisschool). In andere landen is home schooling een bekend fenomeen; zo wordt in Amerika zo’n vijf procent van alle kinderen thuis onderwezen. Deze vorm van onderwijs staat daar hoog aangeschreven; uit onderzoeken is gebleken dat kinderen in Angelsaksische landen die thuisonderwijs gekregen hebben, verder waren in zowel hun schoolvorderingen als in hun sociaal-emotionele ontwikkeling dan leeftijdsgenoten die naar school gingen (bron: Kohnstamm Instituut).

Thuisonderwijs is in Nederland geen bij wet geregelde vorm van onderwijs. Om je kind zelf thuis te mogen geven is vrijstelling van de leerplicht nodig. Vrijstelling kan worden verleend als je kind op basis van psychische of lichamelijke gronden ongeschikt is om naar een gewone school te gaan of als er binnen redelijke afstand geen enkele school te vinden is die past bij de levenbeschouwelijke richting van de ouders.

Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

18 september 2012 | Reacties (1)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Dan is het verstandig om hier thuis extra aandacht aan te besteden. Hoe je dat aanpakt, lees je hieronder.

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel sommige mensen menen dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – moet het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven niet worden onderschat. In veel beroepen wordt nog steeds veel met de hand geschreven (denk aan notulerende secretaresses, journalisten die aantekeningen maken, aannemers die maten moeten opschrijven); een goed handschrift is daarbij onontbeerlijk.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden vaak – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen”, … Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode 'Schrijven leer je zo' toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste techniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen. Niet voor niets behoren opmerkingen over een foute potlood-/pennengreep tot de meestgemaakte op het rapport of tijdens de tienminutengesprekken.

Voor sommmige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek is gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meederheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

 

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter ingesleten zijn, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de verzameling op de site van juf Anita, de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.


Verder lezen

Denemarken

Denemarken

13 augustus 2012 | Reacties (0)

Heeft u dat ook? Dat u bij een bepaald woord altijd weer terugdenkt aan een gebeurtenis? Dat hebben wij thuis bij het woord Denemarken.

Toen mijn zoon 4 werd, mocht hij gaan wennen op de school in de buurt. Wij woonden in een Vinexwijk waar een enorme geboortegolf had plaatsgevonden. Hij mocht beginnen in 1/2 H en dat hield in dat er dus nog 7 andere groepen 1/ 2 waren. En in groep 1/ 2 H was hij nummer 38. Ik zie ons nog lopen die eerste ochtend, zijn ijsmuts met zo’n grappig pompoentje stevig op z’n hoofdje want het vroor dat het kraakte.

Ellen Lammerts

Columniste Ellen Lammerts is directeur van een basisschool.

In groep 1/ 2 H aangekomen werden we ontvangen door juf Jelly. Een statige oudere dame die naar later bleek al 64 was. Het was liefde op het eerste gezicht. Ze pakte mijn zoons handje, keek hem liefdevol aan en zei dat ze blij was dat er weer zo’n stoere jongen in de klas bijkwam. Hij zwaaide nog even vaagjes naar me, juf Jelly gaf me een bemoedigend knikje en ik ging met een brok in mijn keel naar huis.

Al snel bleek dat juf Jelly een speciaal ochtendritueel had. Ouders en kinderen sloten ’s ochtends achter elkaar aan in een lange rij, juf Jelly zat midden in de klas op een stoel en verwelkomde ieder kind persoonlijk. Het was net of we bij de Paus op audiëntie moesten.
Was je ’s ochtends wat later, dan stond je al snel zo’n 20 minuten in de rij die tergend langzaam kleiner werd. Maar het ochtendritueel overslaan was niet aan de orde, mijn zoon stond er op om juf Jelly persoonlijk goedemorgen te wensen.

Inmiddels was juf Jelly thuis ook de baas, want juf Jellys woord was heilig. Als juf Jelly had gezegd dat hij zijn jas goed dicht moest knopen, dan waagden wij het niet om een enkel knoopje over te slaan en als juf Jelly had gezegd dat je van melk goed groeide, dan kwam er geen enkel glaasje sap of Fristy het huis meer in.

Op een morgen stonden we al zo’n 15 minuten in de rij tot we eindelijk aan de beurt waren. Mijn zoon kreeg een aai over zijn bol en een complimentje over zijn nieuwe schoenen. Toen ik me wilde omdraaien om hem een kus te geven zie juf Jelly tegen mij of wij misschien wat spulletjes mee naar school wilden nemen over Denemarken. “Denemarken?”, vroeg ik verbaasd.

Het bleek dat de groep een landenproject deed en dat mijn zoon honderduit had verteld over alle vakanties die wij in Denemarken hadden doorgebracht en dat hij thuis allemaal Deense spullen had. Zo wist juf Jelly op te noemen dat hij een Deense trui had, een Deense vlag, pantoffels, sokken, posters, allemaal spullen uit Legoland, een dekbed, een handdoek en nog veel meer.

Ik keek mijn zoon aan en hij mij. We wisten allebei dat we nog nooit een voet in Denemarken gezet hadden maar tegen juf Jelly zei ik dat ze de spulletjes mocht lenen. Toen ik hem ’s middags vroeg waarom hij dat op school verteld had zei hij dat iedereen alles over allerlei landen verteld had. Kars was in Frankrijk geweest, Donny op Aruba, Yelcin in Turkije en toen de juf bij hem kwam, waren alle landen die hij kende op. Maar Denemarken kende hij van Legoland en de rest had hij er bij verzonnen.

Het heeft nog enige voeten in de aarde gehad om Deense spulletjes te verzamelen, maar met de hulp van onze buren die er regelmatig kwamen is het aardig gelukt. Onze vakantiebestemming die zomer was snel gevonden. Het hele gezin was razend nieuwsgierig hoe het echt in Denemarken zou zijn!

Ellen Lammerts (56) schrijft maandelijks een column voor Thuisinonderwijs.nl. Ellen is directeur van OBS 10e Penning in Vierpolders, een dorpsschool met 140 leerlingen die net een nieuw schoolgebouw heeft betrokken. Ze is getrouwd en moeder van twee kinderen van 20 en 22, die ze vaak smakelijke verhalen vertelt over haar werk op school. Het wel en wee op de school valt ook te volgen via twitter.

Verder lezen

Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog hulp nodig heeft met ritsen en knopen.

4000 Woorden en grotendeels zindelijk

15 mei 2012 | Reacties (0)

Wat moet mijn kind kunnen bij de start van de basisschool? Veel ouders van bijna 4-jarigen stellen zich die vraag. Kleuters hoeven geen toelatingsexamen te doen, maar er gelden wel bepaalde basiseisen. Zo moeten kinderen zindelijk zijn, over een behoorlijke woordenschat beschikken en verstaanbaar kunnen praten.

Zelf een broek en shirt aantrekken moet je kind wel kunnen, maar het is niet erg als het nog hulp nodig heeft met ritsen en knopen.

De vaardigheden waarover een nieuwbakken kleuter moet beschikken bij de start van de basisschool vallen uiteen in twee categorieën: cognitieve vaardigheden (weten, kennen en begrijpen) en praktische vaardigheden (kunnen). Waar vanuit het onderwijsveld en beleidsmakers vooral aandacht is voor de cognitieve ontwikkeling van kleuters, staan ouders vaak voor het probleem hoe ze hun kleuter in praktisch opzicht klaarstomen voor de basisschool.

Praktische vaardigheden

Dit moet je kind kunnen:

  • op zijn/haar beurt wachten
  • zich prettig voelen in een groep
  • om hulp durven vragen
  • zelf naar de wc gaan
  • zelf aan- en uitkleden
  • belangstelling tonen voor interactie met andere kinderen
  • zich korte tijd concentreren op een taak
  • verstaanbaar praten
  • bouwen met blokken
  • een vouwblaadje dubbelvouwen

Niet zindelijk, niet naar school?

Mag de school je kind weigeren omdat het nog niet zindelijk is? Ja, dat mag. Met ministerie van onderwijs noemt dit expliciet als weigeringsgrond. Als je erover nadenkt, valt het ook wel te begrijpen, hoe vervelend dan ook voor individuele ouders. Ga maar na: een leerkracht heeft twintig tot soms wel dertig kleuters onder zijn of haar hoede. Als de leerkracht kinderen moet verschonen, blijft de rest van de klas zonder toezicht achter. Om diezelfde reden wordt vaak als eis gesteld dat kinderen zelf hun billen kunnen afvegen. Kan je kind dit niet of  niet goed? Bespreek het dan met de leerkracht en zie even aan hoe het gaat. Veel kinderen doen bewust alleen thuis een grote boodschap.

Knopen, ritsen, veters

De meeste (bijna-)vierjarigen lukt het redelijk goed om zichzelf aan en uit te kleden. Maar het open en dicht doen van knopen en ritsen is vaak nog een probleem. Hoewel er scholen zijn die explicitiet aan de ouders melden dat de kleuters zelf ritsen en knopen moeten kunnen dichtmaken, geven de officiële richtlijnen aan dat het niet erg is als je kind nog hulp nodig heeft bij het dichtdoen van ritsen en knopen. Veters strikken is voor de meeste kleuters ook nog te moeilijk, maar schoenen in kleutermaten worden bijna uitsluitend nog verkocht met ritsen of klittenband.

De meeste kleuterklassen zijn zo georganiseerd dat hulp is gebouwd in het systeem. Jonge kleuters worden vaak gekoppeld aan oudere kleuters, hun ‘maatje’. Dat maatje helpt hen hun jas dicht te ritsen of handschoenen aan te trekken. Vooral in combinatiegroepen is dit maatjessysteem heel gangbaar. Jonge kleuters leren hier snel van (je zult versteld staan hoe snel je kind ineens leert zelf de rits dicht te maken); oudere kleuters vinden het vaak erg leuk om de kleintjes te helpen.

Hoe goed moet je kind kunnen praten?

Kinderen die naar de basisschool gaan, moeten verstaanbaar kunnen praten. Dat wil niet zeggen dat ze alle klanken moeten kunnen zeggen of foutloos moeten spreken. De stelregel is dat een kleuter bij aanvang van de basisschool 75 procent van de klinkers en medeklinkers van het Nederlandse taalsysteem heeft verworven. Het is niet erg als je kind nog moeite heeft met moeilijke medeklinkercombinaties en bijvoorbeeld ‘tap’ in plaats van ‘trap’ zegt. Wel zou je kind zover moeten zijn dat het onbeklemtoonde lettergrepen niet langer weglaat (je kind zegt dus niet langer ‘naan’ maar ‘banaan’).

Naast uitspraak van de woorden is natuurlijk ook de mate van taalbeheersing van belang. Daarmee komen we op het vlak van de cognitieve vaardigheden.

Cognitieve vaardigheden

Dit moet je kind kennen/weten/begrijpen:

Taal

  • passieve woordenschat van 4000 woorden
  • actieve woordenschat 2000 woorden
  • maakt eenvoudige samengestelde zinnen (en, dan, toen, en toen) en vraagzinnen (wie, wat, waar, hoe)
  • mag nog fouten maken met onregelmatige vervoegingen (‘ik loopte’)
  • begrijpt wie-/wat-/waarvragen, aanwijsvragen, luistervragen, keuzevragen, voorspelvragen
  • weet dat er een relatie is tussen klanken en letters
  • herkent een paar lettersymbolen (als P van parkeren, M van McDonald’s)

Rekenen

  • heeft al eens gehoord van driehoek/cirkel/vierkant (benoemen hoeft nog niet)
  • heeft gehoord van de basiskleuren rood, blauw, geel, groen (benoemen hoeft nog niet)
  • kan overweg met klei
  • heeft enig besef van meetkundige begrippen als voor-achter-naast-in-etc.
  • heeft enig besef van tijd (ochtend, middag, avond, nacht)
  • snapt de begrippen groter, hoger, langer, etc.
  • herkent enkele getalsymbolen (weet bijvoorbeeld hoe de 1 en de 2 heten)
  • kan een beetje (mee)tellen: bijvoorbeeld 1-2-3

Grote verschillen in ontwikkeling

Deze opsomming is niet uitputtend, maar geeft een globaal beeld van in het instapniveau op de basisschool. Gaat je kind naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf, dan wordt ook daar al toegewerkt naar de doelen voor het begin van groep 1. Dat heet ‘voorschoolse educatie’. Is het erg als je kind sommige dingen nog niet beheerst? Nee, in principe niet. Bij kinderen op deze leeftijd kunnen de verschillen in ontwikkeling groot zijn. Je buurjongetje van net vier kan misschien al vlot tot twintig tellen, terwijl jouw kleuter aan het eind van groep 1 slechts met haperen tot tien komt. Kleuters ontwikkelen zich echter met grote sprongen. Je zult ontdekken dat je kind van de ene op de andere dag ineens dingen kan die een week eerder nog veel te moeilijk waren.

Leerachterstanden

Toch is het goed om je bewust te zijn van eventuele achterstanden van je kind, vooral op taalgebied. Ongeveer 200.000 kleuters beginnen met een taalachterstand aan de basisschool. Die achterstand bedraagt soms wel één of twee jaar. Die taalachterstanden hangen vaak samen het opleidingsniveau van hun ouders of het feit dat de kinderen thuis een andere taal spreken dan Nederlands. Deze achterstand wordt tijdens de schoolloopbaan niet meer ingehaald.

Het ministerie van onderwijs is daarom in het schooljaar 2011-2012 een landelijke proef gestart waarbij peuters met een taalachterstand kunnen meedoen aan een ‘startgroep’. In de startgroep komen de kinderen minimaal 5 dagdelen van 2,5 uur per week spelenderwijs in aanraking met de Nederlandse taal. Hierdoor worden ze beter voorbereid op het basisonderwijs. In totaal doen 30 scholen mee aan deze landelijke proef. De scholen zijn verantwoordelijk voor het leeraanbod van de peuters. Zij werken daarbij nauw samen met peuterspeelzalen of een kinderdagverblijf.

Denk je dat je kind een taalachterstand heeft? Bij  het consultatiebureau of het Centrum voor Jeugd en Gezin kunnen ze je verder helpen met tips en adviezen. Daar weten ze ook welke voorschoolse educatiemogelijkheden er zijn in jouw woonplaats.

Meer weten? Een compleet overzicht van alle doelen vind je hier


Verder lezen

Er valt veel te ontdekken in de wereld van Dr. Panda.

Floep! Waar is Dr. Panda nou gebleven?

12 april 2012 | Reacties (1)

Tellen, kleuren en vormen herkennen, sorteren, puzzelen, geheugentraining en dat allemaal in een leuke vormgeving met vrolijke dieren en aantrekkelijke animaties. De onlangs verschenen app Dr. Panda, Leer het me! is een feest voor peuters en kleuters. Probeer hem echter niet te spelen op een oudere iPad of iPhone, want daarop sluit de app – floep! – om de haverklap vanzelf af. Waar is Dr. Panda nou gebleven?

Dr. Panda, Leer het me!

Er valt veel te ontdekken in de wereld van Dr. Panda.

Vastlopen en weer doorgaan

Een (betaalde) app die in twintig minuten elf keer eruit knalt, dat lijkt geen aanrader. Maar opmerkelijk genoeg toont de instabiliteit van de app – die zich overigens niet voordoet bij nieuwere toestellen – ook aan hoe aantrekkelijk Dr. Panda is. Geen van de kinderen uit het testteam van Thuisinonderwijs.nl liet zich namelijk ontmoedigen door de vastlopers toen het spel op de iPad 1 werd uitgeprobeerd. Keer op keer werd de app opnieuw opgestart om verder te kunnen gaan met het spel.

Dat is geen wonder, Dr. Panda (een pandabeer als professor) ís ook gewoon leuk. In een afwisselend, kleurrijk landschap zitten tien verschillende leerspelletjes verborgen, die goed aansluiten bij het leeraanbod in groep 1. Kinderen leren over kleuren, tellen, vormen, maten, herkennen van verschillen, samenvoegen, geheugen, logica en nog veel meer. De moeilijkheidsgraad past zich aan bij het niveau van de speler.

Dieren verdienen

De app kent geen competitief element, maar wel een beloningssysteem. Als je de spelletjes goed speelt, verdien je een dier voor je eigen dierentuin. Dat blijkt bij het testteam een schot in de roos en een sterke motivatie om door te spelen.

De app is duidelijk ingericht op de over het algemeen nog korte spanningsboog van jonge spelers: de spelletjes duren maar kort en de afwisseling is groot.

Mistens zo aantrekkelijk als de spelletjes zelf, zijn de interactieve prenten waarop die worden aangeboden. Dr. Panda doorloopt vier ‘werelden’ (bos, jungle, boerderij en poollandschap) waarin van alles te zien en ontdekken valt. In bijna elk element van de prenten zit een animatie verstopt. Tik op de kikker en hij springt met een grote plons in het water. Raak de bloemen aan en een groep mieren trekt over het scherm.

‘He du, schönn dich kennen zu lernen’

Een aardig extraatje is de internationale omgeving van Dr. Panda. De app is ontwikkeld in China door TribePlay, een multi-nationaal bedrijf met programmeurs, designers en management uit China, Nederland, Duitsland, Engeland, Polen en Amerika. Via een menuutje is heel makkelijk om een andere taal te kiezen. Naast Nederlands is er de keuze uit Engels, Duits, Chinees, Kantonees en Japans. Handig als je kind meertalig opvoedt of al jong in het Chinees wilt leren tellen, maar vooral oneindig grappig voor jonge gebruikers, die gierend van de lach over de iPad gebogen liggen bij Dr. Panda’s “He du, schönn dich kennen zu lernen” of de Japanse telwoorden.

Eindoordeel:

Dr. Panda, Leer het me! (€ 1,59) is voor peuters en jonge kleuters (2-5 jaar)  absoluut het aanschaffen waard. De app is echter niet geschikt voor de iPad 1 of iPhone 3. “Dr. Panda is alleen geschikt voor iPad 2 en hoger, iets wat we ook aangeven”, zo meldt ontwikkelaar TribePlay in een reactie.  Verwarrend is echter dat de App Store onder het kopje ‘vereisten’ wel vermeldt dat de app compatible is met iPhone 3GS en 4, iPod touch (3e en 4e generatie) en iPad; dit wijkt dus af van de informatie in de omschrijving van de ontwikkelaar.

Verder lezen

Het ene lezen is het andere niet

Het ene lezen is het andere niet

30 maart 2012 | Reacties (1)

Goed leren lezen is een van de hoofddoelen van de basisschooltijd. Maar het ene lezen is het andere niet.  Een overzichtje van veelgebruikte leestermen. Handig om te weten tijdens het tienminutengesprek!


Technisch lezen

Bij technisch lezen gaat het erom dat de hersenen de lettertekens vlot kunnen koppelen aan klanken en daar woorden in kunnen herkennen. Technisch lezen is de basis van alle andere leesvormen. Zie verder: Technisch lezen, wat is dat eigenlijk?

Spellend lezen

Met spellend lezen wordt bedoeld dat een kind de woorden nog niet soepel kan lezen. Het moet eerst de afzonderlijke letters verklanken en vervolgens daarmee het woord samenstellen (hakken en plakken). Is in de eerste maanden van groep 3 spellend lezen nog heel normaal, gaandeweg moet het spellend lezen steeds meer worden vervangen door vloeiend lezen. Ook bij langere woorden. Zie ook: Hakken en plakken en zingend lezen.

Tempolezen

Tempolezen is een oefenvorm om het leestempo omhoog te krijgen. Sneller lezen is belangrijk, omdat kinderen dan makkelijker onthouden wat ze gelezen hebben. Toetsen die het leestempo testen zijn de drieminutentoets en de AVI-toets. Beide worden (met ingang van groep 3)  in januari/februari en in mei/juni afgenomen. Zie ook: Temoplezen is lezen tegen de klok. Moet je kind thuis extra oefenen om het leestempo te verhogen? In het artikel Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk? vind je handige tips.

AVI-niveau

AVI (analyse voor individualiseringsnormen) is een aanduiding voor het technisch leesniveau van kinderen. Het AVI-niveau is een tweeledige aanduiding. Allereerst geeft het de leestechnische moeilijkheidsgraad van een tekst aan. Daarnaast is AVI-niveau ook een aanduiding voor het leestechnische niveau waarop kinderen vlot en gemakkelijk kunnen lezen. Een kwestie van turven hoe snel er gelezen wordt en hoeveel missers het kind maakt. Zie ook: AVI-niveau, wat moet je er thuis mee?

Begrijpend lezen

Bij begrijpend lezen gaat het erom dat je kind weet wat hij of zij leest (tekstbegrip). Het gaat om het begrijpen van een tekst en het aanleren van leesstrategieën. Het uiteindelijke doel van het leesonderwijs is dat leerlingen als goede begrijpend lezers de basisschool verlaten. Bij de overgang naar de middelbare school wordt veel waarde gehecht aan de scores op begrijpend lezen om te bepalen of je kind tot een bepaald schooltype wordt toegelaten.

Begrijpend lezen is essentieel voor schoolsucces, want bij alle andere vakken wordt een beroep gedaan op de leesvaardigheid. Ook in het dagelijks leven wordt voortdurend een beroep gedaan op het leesbegrip. Er is zelfs onderzoek dat aantoont dat de leesvaardigheid effect heeft op het salaris dat men later verdient.

Studerend lezen

Studerend lezen is een soort begrijpend lezen-plus: er wordt niet alleen gelezen met als doel die tekst inhoudelijk te begrijpen, maar ook om de opgedane informatie te onthouden om later mondeling of schriftelijk te kunnen weergeven. Dit is een belangrijke vaardigheid op de middelbare school. In groep 7 en 8 wordt dan ook veel aandacht besteed aan studerend lezen. Je kind leert bijvoorbeeld de studievaardigheden herlezen, schematiseren, onderstrepen, aantekeningen maken, uittreksel maken en samenvatting maken.

Verder lezen

Steeds vaker Engels in de kleuterklas

Steeds vaker Engels in de kleuterklas

19 maart 2012 | Reacties (2)

Op de meeste basisscholen wordt voor het eerst Engels gegeven in groep 7, of soms 6. De afgelopen tien jaar geeft een groeiende groep leerkrachten Engels in de onderbouw van de basisschool, vaak al beginnend in de kleuterklassen. Inmiddels zijn er ruim 650 scholen in Nederland waar kinderen al jong Engels krijgen. Daarnaast zijn er zijn ook nog tientallen scholen waar kinderen les krijgen in Frans, Duits of Spaans.

Engels voor kleuters

Op 650 scholen in Nederland leren kleuters Engels.

Voordelen van jong vreemde taal leren

Het leren van een extra taal op een jonge leeftijd heeft een aantal voordelen. Op de eerste plaats hebben jonge kinderen nog geen moeite met het uitspreken van bepaalde klanken, ze pakken de uitspraak van een vreemde taal dan ook makkelijk op. Daarnaast worden de taalgebieden in de hersenen van kleuters extra gestimuleerd bij het leren van een taal.

Hier hebben ze bij hun eerste taal, maar ook later bij het leren van andere talen, voordeel van. Het derde voordeel van het vroeg aanleren van een vreemde taal is het feit dat jonge leerlingen spelenderwijs in aanraking komen met een vreemde taal, waardoor ze vooral met plezier een nieuwe taal leren.

Vanuit deze wetenschap lijkt het logisch om al in de kleuterklassen Engels te gaan leren. Maar gaat dat Engels (of een andere vreemde taal) op jonge leeftijd niet ten koste van de beheersing van het Nederlands, zo vragen ouders en soms ook leerkrachten zich vaak af.

Beter in Engels, even goed in Nederlands

Onderzoek naar de effectiviteit van vroeg vreemdetalenonderwijs (vvto) Engels op de basisschool en de invloed daarvan op de Nederlandse taalvaardigheid van leerlingen heeft uitgewezen dat dit niet het geval is. Uit het onderzoek, dat op verzoek van minister Marja van Bijsterveldt eind 2009 is gestart, blijkt dat leerlingen een hoger niveau voor Engels halen en dat het Nederlands op peil blijft. De afdeling Toegepaste Taalwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen voert dit onderzoeksproject ‘The Foreign Languages in Primary school Project’ (FLiPP) uit samen met de Universiteit Utrecht en het ‘Europees Platform – internationaliseren in onderwijs’.

Op een aantal scholen zijn de vorderingen van de kleuters in Engels gemeten. Volgens de eerste resultaten van het onderzoek, waarvan de eindresultaten eind 2012 worden opgeleverd, leiden de lessen Engels vanaf groep 1 logischerwijs tot een hoger niveau Engels dan bij kinderen die geen Engels krijgen. Zowel de leerlingen die Engelse lessen volgen, als de leerlingen die geen Engels krijgen, presteren voor de Nederlandse woordenschat conform de leeftijdsnormen.

De resultaten zijn tot stand gekomen door zowel de vorderingen van de kleuters met Engels te meten als de Nederlandse taalvaardigheid. De onderzoekers hebben hiervoor een aantal testen afgenomen, waarbij de taalvaardigheid van de kinderen op een speelse manier gemeten werd.

Meer Engels in de onderbouw

Onlangs heeft minister Marja van Bijsterveldt aangegeven vvto een warm hart toe te dragen: “Met vroeg vreemdetalenonderwijs investeren we in de toekomst van de huidige generatie leerlingen; een toekomst die meer en meer internationaal georiënteerd zal zijn.” Zij heeft de Tweede Kamer beloofd om eind 2012 met een plan van aanpak te komen. Dit plan van aanpak is onder andere van belang voor de aansluiting op het voortgezet onderwijs.

Dankzij vvto verlaten tienduizenden leerlingen met een flinke Engelse taalvaardigheid en internationaal bewustzijn de basisschool. Door de sterke groei in het aantal scholen dat al vanaf de kleutergroepen Engels aanbiedt (van 37 scholen in 2004 naar circa 650 in 2012), is het noodzakelijk dat het voortgezet onderwijs hierop inspringt, zo geven de onderzoekers aan. Op de pabo zou ook extra aandacht moeten besteden aan vvto Engels en de bijbehorende vakdidactiek.


Verder lezen

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten