Groep 3-4

Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

5 januari 2017 | Reacties (0)

Na de kerstvakantie breekt de tweede helft van het schooljaar aan. In sommige groepen betekent dit dat de bakens merkbaar verzet worden. Lees hier wat je kunt verwachten in de komende periode.

Groep 2: oudste kleuters op weg naar groep 3

Checklist hoofdluis

In groep 2 worden de kinderen langzaam voorbereid op de overgang naar het meer schoolse leren dat hen volgend jaar in groep 3 te wachten staat. Om na de zomervakantie succesvol te kunnen leren lezen, wordt in groep 2 al heel wat voorbereidend werk gedaan. Op veel scholen wordt in de tweede helft van het schooljaar in groep 2 nog intensiever geoefend met letters en klanken herkennen, hakken en plakken en rijmen.

Ook tellen en sorteren krijgen meer aandacht, net als voorbereidende schrijfoefeningen. Maar natuurlijk wordt er ook nog gewoon volop gespeeld. Kleuters leren immers spelenderwijs.

Lees meer over de ontwikkeling en leerproces van kleuters in groep 2 in het het artikel Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

Groep 3: meer ruimte voor schrijven en rekenen

Tegen de tijd dat het kerstvakantie is, zijn kinderen in groep 3 vaak total loss. Ze hebben in een paar maanden tijd heel veel nieuwe dingen geleerd en de spanning en de drukte van Sinterklaas (waarin de meeste kinderen op deze leeftijd nog geloven) is daar nog eens overheen gekomen. Deze twee weken vakantie kon je kind goed gebruiken om bij te tanken. Je zult merken dat het schoolleven je kind in de tweede helft van het schooljaar minder energie kost. Je kind is er nu helemaal aan gewend.

Het proces van leren lezen gaat in de tweede helft van het schooljaar natuurlijk nog volop door, maar er komt nu ook meer ruimte voor andere vakken. Zo wordt met rekenen stapje voor stapje de overgang gemaakt van telvaardigheden naar echte sommen. Aan het eind van het schooljaar kan je kind probleemloos rekenen onder de tien en zijn ook sommen tot twintig voor de meeste kinderen gesneden koek.

In de loop van groep 3 zijn kinderen motorisch ver genoeg ontwikkeld om echt te leren schrijven. De meeste scholen beginnen daarmee dan ook na de kerstvakantie.Vaak begint schrijfonderwijs in groep 3 met het aanleren van losse (schrijf)letters. Vanaf eind groep 3 en in groep 4 leren de kinderen dan aan elkaar schrijven en komen ook de hoofdletters erbij. Er zijn ook scholen waar de kinderen direct het verbonden schrift (aan elkaar schrijven) leren.

Groep 7: het verkeersexamen komt eraan

In april of mei legt je kind op de fiets het verkeersexamen af . Dat is nog ver weg, maar er wordt nu al volop aandacht aan verkeerslessen gegeven. Je kind moet immers wel weten welke regels er allemaal gelden. Bovendien wordt het praktisch verkeersexamen vooraf gegaan door een theoretisch examen, waar je kind de komende maanden op wordt voorbereid.

Groep 8: het schooladvies en de eindtoets

Voor groep 8 breekt na de kerstvakantie een zeer intensieve periode aan: in januari en februari zijn er open dagen van middelbare scholen, voor eind maart formuleert de basisschool een schooladvies over het niveau van voortgezet onderwijs dat je kind aankan en in april moet je kind de verplichte eindtoets maken, die inzicht geeft in de reken- en taalvaardigheid van je kind. Alles staat in het teken van het afscheid van de basisschool. Het einde van het basisschooltijdperk komt ineens wel heel dichtbij. Sommige kinderen hebben het daar best moeilijk mee.

Zorg dat je kind goed uitgerust aan de tweede helft van het schooljaar begint en let er de komende maanden op dat je kind op tijd naar bed gaat en voldoende ontspanning krijgt. Probeer zelf ook relaxed en rustig te blijven, ook al is dit voor jou als ouder misschien ook best een spannende tijd.

Lees meer over de schoolkeuze in het artikel Hoe kies je een middelbare school?

Lees meer over het schooadvies in het artikel De regels voor het schooladvies

Alle groepen: hard werken en Cito-toetsen

In andere groepen zijn de verschillen met de eerste helft van het schooljaar minder duidelijk. Wel vormen deze rustige wintermaanden een periode waarin hard wordt gewerkt. Ook worden in januari of februari de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen in alle groepen (sommige scholen gebruiken andere toetsen). Mochten er twijfels zijn of je kind na de zomervakantie overgaat naar de volgende groep, dan wordt dit meestal in januari of februari al door de leerkracht bij de ouders aangekaart.

 

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (3)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie. Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

14 december 2016 | Reacties (0)

Nadat je kind heeft leren lezen, komt de volgende stap: lezen om te leren. Dat lukt alleen als je kind begrijpt wat hij leest. Begrijpend lezen heet dat en het is een vak waar veel kinderen best wat moeite mee hebben. Met de juiste aandacht en aanpak kun je je kind goed helpen zijn of haar leesbegrip te verbeteren.

Wat is begrijpend lezen?

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen.

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen. (NBB/Foto Klaske)

Eenvoudig gezegd: begrijpend lezen houdt in dat je snapt wat je leest. Dat klinkt logisch en dat is het ook, maar het betekent niet dat begrijpend lezen vanzelf gaat. Zoals beschreven in het artikel Leesbegrip, niet zo makkelijk als het lijkt zijn er drie succespijlers voor leesbegrip: een grote woordenschat, kennis van de wereld en voldoende technische leesvaardigheid (vlot kunnen lezen).

Toch zijn die drie succespijlers nog geen garantie dat je kind geen moeite heeft met begrijpend lezen. Begrijpend lezen vergt inspanning en moeite. Het vereist een bewust, actief en interactief proces vóór, tijdens en na het lezen van een stuk tekst. Geen wonder dat veel kinderen moeite hebben met begrijpend lezen.

Begrijpend lezen, een belangrijke vaardigheid

Begrijpend lezen is een heel belangrijk vak op de basisschool, dat dan ook in de Cito-toetsen uitgebreid wordt getoetst. Leesbegrip is immers een vaardigheid, waar je in het leven vaak mee te maken krijgt. De meeste Nederlandse kinderen hebben echter een hekel aan begrijpend lezen, zo is uit onderzoek gebleken. Dat is jammer, want kinderen die gemotiveerd zijn, gebruiken meer strategieën waardoor vervolgens hun leesprestatie verbetert.

Leesplezier helpt om begrijpend lezen te verbeteren

Leesplezier kun je dus beschouwen als de vierde succespijler onder goed begrijpend lezen. Kinderen die met plezier lezen, zullen meer gaan lezen en gaan er steeds meer van genieten (omdat ze er steeds beter in worden). Kinderen die met tegenzin lezen, bouwen minder leeservaring op en krijgen het steeds moeilijker.

Als je je kind thuis wilt helpen om beter begrijpend te lezen, moet je dus zorgen dat je leuke boeken en tijdschriften in huis hebt. Het is een bekend gegeven dat kinderen die thuis de beschikking hebben over allerlei verschillende leesmaterialen, beter scoren op Cito-toetsen begrijpend lezen.

Welke materialen zijn geschikt om begrijpend lezen te oefenen?

Het korte antwoord is: alle leesmaterialen. Van leesboeken en informatieve boeken tot Donald Duck, van recepten tot reclamefolders. Door veel te oefenen, leren kinderen steeds vloeiender lezen, bouwen ze hun woordenschat uit en leren ze over de wereld om hen heen (de drie succeselementen van begrijpend lezen, weet je nog?).

Het lange antwoord heeft te maken met het eerder genoemde actieve leesproces dat nodig is om teksten goed te kunnen begrijpen. In dit actieve leesproces past je kind bewust verschillende strategieën toe: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen stellen (meer hierover lees je in het artikel De 4 V’s voor beter begrijpend lezen). Op school krijgt je kind deze leesstrategieën aangeleerd, maar als je kind slecht is in begrijpend lezen kan het helpen om hier thuis ook tijd en aandacht aan te besteden.

Als je heel specifiek samen met je kind deze leesstrategieën wilt oefenen, of als je zelf wilt ontdekken hoe daar op school mee wordt omgegaan, kun je terecht op de website Leestrainer.nl. Deze site wordt ook op veel scholen gebruikt als voorbereiding op de Cito-toetsen begrijpend lezen. De site is schools van opzet; waardoor kinderen het niet altijd leuk vinden om hier thuis mee aan de slag te gaan. Hetzelfde geldt voor allerlei oefenboekjes die je op dit gebied kunt kopen.

Samen met een boekje op de bank

Veel leuker is het om gezellig met je kind en een boekje op de bank te kruipen. Door samen met je kind bezig te zijn met de verhaaltjes en de vragen en kom je erachter hoe je kind te werk gaat bij het lezen. Welke leesstrategieën past je zoon of dochter al toe en welke nog niet? Je helpt je kind door samen over de tekst te praten en bijvoorbeeld zelf hardop leesstrategieën toe te passen. “Goh, dit verhaaltje heet ‘zonder zwembroek’ en ik zie een plaatje van een jongen die met blote billen in het zwembad staat. Hij kijkt niet zo blij. Wat zou er gebeurd zijn? Zou zijn zwembroek zijn afgegleden toen hij van de duikplank sprong? Weet je nog dat jij dat op vakantie ook een keer had?”

Samen bezig zijn met een boekje op de bank is bovendien erg gezellig en creëert een fijne, intieme sfeer rond het lezen.

Verder lezen

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

1 december 2016 | Reacties (0)

Over een paar dagen is het pakjesavond. Wat is er dan leuker om samen met je kind(eren) een avontuur aan te gaan om Piet te helpen. In het donker kan Piet de namen op de pakjes niet namelijk niet lezen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Piet de pakjes toch goed bezorgt?

sfeer_oeno

Dat is de vraag die centraal staat in een serie gratis te downloaden lessen die is ontwikkeld door het Wetenschapsknooppunt TU Delft en Ontwerpbureau Meeple. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten van groep 1 tot en met 4, maar ze vormen ook een superleuke activiteit om thuis met je kind(eren) te doen. Het draait namelijk allemaal om onderzoeken en ontwerpen en om vanuit verwondering op zoek te gaan naar antwoorden.

Download de sinterklaasactiveit hier

Piet heeft hulp nodig

Het begint allemaal met een brief van Sinterklaas, waarin hij persoonlijk de hulp van je kinderen inroept:

Ik zit namelijk met iets,
Piet ziet in het donker helemaal niets.

Als hij een pakje in de schoorsteen stopt,
Weet hij niet zeker of het allemaal wel klopt.

[…]

Kunnen jullie uitzoeken hoe dat gaat met Piet op het dak?
Als hij boven is met alle pakjes in de zak.

Hebben jullie een idee?
Denken jullie met Sint en de Pieten mee?

O jee, een probleem dus. Dat kennen we natuurlijk wel van het Sinterklaasjournaal en andere sinterklaasverhalen.

Is het probleem wel een probleem?

Het leuke is alleen dat we hier niet klakkeloos aannemen dat het probleem bestaat. Want we zijn dan wel zoete kindertjes, dat wil nog niet zeggen dat we alles voor zoete koek slikken 😉 Eerst zelf maar eens even kritisch nadenken.

Je kinderen gaan daarom ontdekken hoe vervelend de situatie is voor Piet. Want kan hij niet voelen wat er in de pakjes zit? Of gewoon een zaklantaarn gebruiken om de namen te lezen? Dat gaat je kind zelf ervaren! Op naar de speeltuin om met een zak met pakjes en een zaklantaarn in de hand een klimrek te beklimmen. Neuh… da’s inderdaad niet echt handig.

Ideeën verzinnen en een prototype maken

De volgende stap is dat je kinderen ideeën gaan bedenken om het probleem op te lossen. De handleiding gaat hierbij natuurlijk uit van een schoolse situatie; dat zul je voor thuis een beetje aan moeten passen, maar dat maakt voor het proces niet uit. Stimuleer je kind(eren) om zo veel mogelijk mogelijke oplossingen te bedenken. Niets is te gek! In deze fase is alles goed, ook oplossingen die alleen in dromen voor kunnen komen of die je nooit zou kunnen uitvoeren.

De volgende stap is namelijk om ideeën te selecteren en die daadwerkelijk uit te proberen. Dat betekent: knutselen, bouwen en misschien zelfs wel (veilig) experimenteren met stroom!

Tips:

  • Lees de handleiding goed door, zodat je weet wat er komt. Sommige dingen zul je thuis anders willen/moeten dan beschreven in de handleiding. Gewoon doen; het is niet de bedoeling dat je thuis schooltje gaat spelen. Dit is gewoon een leuke activiteit voor in de sinterklaasperiode, die toevallig ook nog eens leerzaam is.
  • Controleer of je de benodigde materialen in huis hebt (en of je ze gemakkelijk kunt vinden).
  • Prikkel je kind door vragen te stellen, maar geef geen antwoorden. Je kunt zelf ook meedoen met ontwerpen maken en prototypes bouwen, maar let erop dat je je kind alle ruimte laat om zelf met ideeën te komen en vrijuit te experimenteren.

header_oeno

Onderwijstrend: Ontwerpen en onderzoeken

‘Onderzoekend en ontwerpend leren’ is een echte trend in het onderwijs. Deze manier van leren brengt kinderen vaardigheden bij die te maken hebben met een wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Kinderen moeten een beroep doen op hun creativiteit en denkvaardigheden.

Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de kinderen veel leren en het geleerde makkelijker onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen.

 

Verder lezen

Is jouw kind een 'risicolezer'?

Is jouw kind een ‘risicolezer’?

18 oktober 2016 | Reacties (0)

Problemen met lezen komen het meest voor in groep 3. Voor veel ouders is dat schrikken; zij vrezen dat hun kind misschien dyslexie heeft, een leerstoornis die blijvende problemen met lezen met zich meebrengt. Vaak is die angst voorbarig. Moeite met het leren lezen in groep 3 is een veelvoorkomend probleem.

moeite-met-leren-lezen-in-groep-3

Meer dan tien procent van de kinderen kan het normale tempo in groep 3 niet helemaal bijbenen omdat ze in hun ontwikkeling nog niet helemaal toe zijn aan leren lezen en schrijven. Met extra hulp gaan zij vaak goed vooruit, waardoor ze al snel weer kunnen ‘aanhaken’.

Lukt het beetje met leren lezen?

Een hulpmiddel voor de leerkracht om in groep 3 snel te kunnen ingrijpen als een kind achterblijft met lezen is de ‘herfstsignalering’. Na de eerste maanden leesonderwijs, rond de herfstvakantie, wordt per kind zorgvuldig bekeken of het een beetje lukt met leren lezen.

Door middel van toetsen wordt precies vastgesteld hoe je kind zich redt met klankherkenning, letters benoemen, letters schrijven, woordjes en zinnetjes lezen. Het is belangrijk om te weten of de kinderen de letters en woorden die tot nu toe zijn geleerd ook geautomatiseerd en onthouden hebben. Ook het leestempo (hoeveel woorden kan een kind lezen in een minuut) en het technisch lezen (kan een kind nieuwe woorden lezen met de aangeleerde letters) komen in deze toets aan bod.

Deze eerste toets brengt niet alleen de kinderen in beeld die moeite hebben met lezen, maar ook de goede lezers. Sommige kinderen blijken nu al alle letters te kennen en nieuwe woorden in snel tempo te kunnen lezen. Die kinderen kunnen op basis van deze toets in het vervolg met moeilijker lesjes aan de slag.

Vroeg ingrijpen voorkomt vastlopen bij leren lezen

De herfstsignalering heeft echter vooral een preventief doel. Door ‘risicolezers’ vroeg op te sporen, wordt voorkomen dat deze kinderen pas geholpen worden als ze echt zijn vastgelopen. Daarnaast helpt de herfstsignalering om kinderen die mogelijk dyslexie hebben snel in beeld te krijgen. Niet voor niets is de herfstsignalering onderdeel van het dyslexieprotocol van basisscholen.

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Schreuder

Mijn kind loopt achter in groep 3: wat nu?

In de meeste gevallen krijgen de kinderen extra hulp van hun groepsleerkracht in hun eigen klas, maar soms is het beter kinderen apart of in kleine groepjes te helpen. Er kan ook een onderwijsassistent, remedial teacher of intern begeleider worden ingeschakeld om extra hulp en begeleiding te geven. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Maakt je kind onvoldoende vorderingen, dan wordt een plan van aanpak opgesteld, waarin wordt beschreven hoe gedurende een bepaalde periode met je kind apart speciale vaardigheden worden geoefend.

Is al die extra aandacht niet een beetje overdreven?

Veel ouders voelen zich behoorlijk overdonderd als hun kind na een paar maanden in groep 3 al extra begeleiding moet krijgen. Is dat nu allemaal wel nodig? Komt het lezen niet vanzelf als het kind een beetje ‘rijpt’? Nee, zeggen onderwijsdeskundigen. Uit onderzoek blijkt dat leren lezen namelijk geen ‘natuurlijk leerproces’ is. Zonder extra inspanning komt het niet vanzelf goed. Sterker nog, hoe langer wordt gewacht met hulp bieden, hoe kleiner de kans op een goede ontwikkeling.

Mijn kind haalt de b en de d door elkaar. Is dat erg?

Veel kinderen halen in de eerste helft van groep 3 de letters b en d nog door elkaar. Dat is nu nog niet iets om je zorgen over te maken. Ga de letters niet los oefenen. Vraag je kind ook niet of een letter een b of een d is. Dat leidt namelijk alleen maar tot extra verwarring: je kind hoort beide klanken bij dezelfde letter. Iedere keer dat je kind twijfelt, wordt de verwarring groter. Je kunt beter de letter zeggen voordat je kind de kans krijgt om te twijfelen. Probeer de letters zo veel mogelijk in woorden te oefenen, in plaats van los.

Of heeft mijn kind misschien toch dyslexie?

Lang niet alle kinderen met leesproblemen in groep 3 hebben dyslexie. De meeste kinderen die moeite hebben met leren lezen, lukt het om met wat extra inspanning weer aan te haken. Ongeveer 2 tot 4 procent van de kinderen heeft dyslexie (jongens vaker dan meisjes). Bij dyslexie speelt erfelijkheid een grote rol. Als één van de ouders dyslexie heeft, dan heeft het kind 40 tot 50% kans op dyslexie. Als beide ouders dyslexie hebben, dan is de kans zelfs 80%. Als er in de hele familie geen dyslexie voorkomt, dan is de kans op dyslexie erg klein.

Ook bij kinderen met dyslexie geldt: hoe eerder het probleem wordt ontdekt, hoe beter. Door al vroeg extra te oefenen en een goede basis te leggen, kan de ernst van de problemen worden verminderd. Dit zorgt ervoor dat een kind beter kan meekomen in de klas.

Vlak voor de herfstvakantie belde de juf ’s avonds om een afspraak met ons te maken. Ze had geconstateerd dat Björn achterbleef met leren lezen. Ik vond dat ze ontzettend overdreef. Het schooljaar was immers nog maar net begonnen, hoe kon je dan al spreken van een achterstand? Hij had het hele schooljaar nog om te leren lezen. We zijn zelfs bij de directeur geweest om verhaal te halen. Zij heeft ons uitgelegd dat ze bewust zo vroeg al kijken naar kinderen die meer moeite hebben dan andere bij het leren lezen, zodat ze die extra kunnen begeleiden. Björn leest nu drie keer per week extra met de klasse-assistent en we oefenen ook thuis met hem. Hij gaat vooruit, maar heel langzaam. Het lijkt erop dat hij misschien dyslectisch is.

Dennis, vader van Björn (in: Hét Basisschoolboek)

Lees ook:

 

Bronnen:

(Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder en Freepik)

Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

26 september 2016 | Reacties (0)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Ruim dertig procent van de kinderen heeft er moeite mee.

kinderen kleuren samen

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel steeds vaker stemmen opgaan dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – is het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven nog altijd groot zolang schrijven een rol speelt in ons onderwijssysteem en onze maatschappij.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden soms – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen…” Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode ‘Schrijven leer je zo’ toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste voetbaltechniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen.

Voor sommige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek werd gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meerderheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Minder beweging: slechtere motorische vaardigheden

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

Er is natuurlijk al veel aandacht voor het belang van lichaamsbeweging voor kinderen. Maar vaak gaat het daarbij alleen om het aanpakken van overgewicht. Beweging om calorieën te verbranden. Dat is een erg eenzijdige kijk op beweging. Bij kinderen staat beweging synoniem aan ontwikkeling, zoals wel blijkt het verband tussen lichaamsbeweging en goed kunnen schrijven.

Kind met schrijfproblemen? Fysiotherapie kan helpen

Heeft jouw kind veel last van schrijfproblemen? Overleg dan eens met de leerkracht of het zinvol is hulp te zoeken bij een  (kinder)fysiotherapeut. Deze kan aan de hand van een schrijf- en motorisch onderzoek beoordelen of er alleen sprake is van een schrijfprobleem of dat er ook problemen zijn in de fijne motoriek. (Goed om te weten: voor kinderen tot 18 jaar wordt fysiotherapie vergoed door de basisverzekering. Een verwijzing van de huisarts is niet nodig.)

De fysiotherapeut leert je kind een goede zithouding en pengreep en denkt mee over de keuze van de juiste pen. Ook wordt bekeken je kind voldoende afwisseling tussen spanning en ontspanning van de pols en vingers heeft. Natuurlijk blijft het niet alleen maar bij kijken, maar worden er ook gedaan ter ondersteuning van de hand-oogcoördinatie en fijne motoriek. Dat gebeurt in de vorm van spelletjes, die de meeste kinderen erg leuk vinden. Het is gangbaar dat de fysiotherapeut de schrijfmethode van school hanteert en zo nodig contact onderhoudt met de juf of meester.

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter zijn ingesleten, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.

Verder lezen

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

21 september 2016 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (43) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

Verder lezen