Groep 7-8

Vriendinnen in groep 8

Dag basisschool! Groep 8 zwaait af

5 juli 2017 | Reacties (1)

De laatste schooldag voor de zomervakantie is voor kinderen in groep 8 wel heel bijzonder. Het is de aller-, allerlaatste dag dat groep 8 bij elkaar is. De dag van afscheid en de dag die de overgang markeert naar een nieuwe levensfase: die van middelbare scholier.

Vriendinnen in groep 8Het kan er emotioneel aan toe gaan. Meiden en jongens die elkaar hartstochtelijk snikkend omhelzen, kinderen die dapper slikkend wegkijken omdat zij het anders ook niet droog houden. Meester, juffen, vaders en moeders die ook een traantje wegpinken.

Zelfs al zit je eigen kind nog niet in groep 8, dan kan het tafereel je als toeschouwer behoorlijk raken. Je weet immers dat binnen enkele jaren jóúw kind in groep 8 zit. Thuisinonderwijs-columnisten Susanne van der Poel en Martine Huurman schreven er vorig jaar beiden een column over. Eén ding is duidelijk: als ouder van een achtstegroeper kom je de laatste schooldag niet door zonder zakdoekjes, heel veel zakdoekjes. (Lees hier de column van Susanne en klik hier voor de column van Martine).

Toe aan de middelbare school

Op de laatste schooldag in groep 8 neemt je kind afscheid van zijn vertrouwde wereldje, waar het ruim 7500 schooluren geleden als klein kleutertje binnenstapte. Klaar om na de zomervakantie te beginnen op de middelbare school. Ook al voelt dat nu misschien even niet zo: je kind is eraan toe.

Ook voor jou als ouder is dit het einde van een tijdperk. De basisschool is immers immers ook een beetje van de ouders. Je loopt er zo binnen voor een praatje, kent iedereen, bent actief als luizenmoeder, verkeersvader of zit in de ouderraad. Op de middelbare school spelen ouders hun rol wat meer op afstand. Ook dat hoort bij het proces dat loslaten heet.

Niemandsland

Na de laatste schooldag volgt zes weken niemandsland: de zomervakantie. Je kind is geen basisschoolleerling meer, maar ook nog geen middelbare scholier. Dat kan soms best verwarrend zijn. Zal ik straks wel vrienden maken, kan ik wel meekomen in de klas, hoe weet ik de weg in die grote onbekende school? Probeer dit soort zorgen zo veel mogelijk weg te nemen; je kind zal zich best redden. Ga alvast samen de stad in om een mooie rugzak en andere schoolspullen te kopen of geef samen de slaapkamer een metamorfose om hem volledig huiswerkproof en brugklasser-oké te maken.

(Bron: Klasse.be)

Tip: handleiding boeken kaften

Misschien heeft je kind de boeken voor volgend schooljaar al in huis, of anders komen die in de loop van de zomervakantie. Dat mag je kind er voor het eerst aan geloven: boeken kaften! Maar hoe ging dat ook alweer. Speciaal voor (ouders van) kersverse brugklassers vind je hier een handige handleiding.

Verder lezen

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hogere scores op centrale eindtoets

10 mei 2017 | Reacties (0)

De centrale eindtoets is dit jaar beter gemaakt dan vorig jaar. Dat meldt het College voor Toetsten en Examens, die deze eindtoets afneemt. De gemiddelde behaalde score ligt dit jaar met 535,6 iets hoger dan in 2016, toen gemiddeld 534,9 werd behaald. Vijf leerlingen maakten de toets foutloos, tegenover 0 in 2016.

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6, een score die past bij het schooladviesgemengde/theoretische leerweg en havo. In 2016 was gemiddelde score 534,9. Vorig jaar maakte geen enkele leerling de toets foutloos, dit jaar lukte dat vijf kinderen. Het CvtE onderzoekt nog hoe het komt dat leerlingen dit jaar iets hoger scoren.

Ruim 22.000 minder kinderen maken centrale eindtoets

Hoewel de afname van een eindtoets in groep 8 verplicht is, hoeft dit niet per se de Centrale Eindtoets te zijn, die in opdracht van CvTE is gemaakt door Cito. Ongeveer 40 procent van de scholen kiest voor een van de andere eindtoetsen, zoals IEP en Route8. Ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal leerlingen dat de Centrale Eindtoets maakte met 22.000.

 

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Centrale Eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Bijna eerderde van de leerlingen heeft een hogere score op de Centrale Eindtoets gehaald dan op basis van het afgegeven schooladvies werd verwacht. Een vergelijkbaar aantal kinderen heeft de toets juist minder goed gemaakt dan verwacht.

Verder lezen

Op weg naar het verkeersexamen

Op weg naar het verkeersexamen

15 april 2017 | Reacties (0)

In 2011 luidde Veilig Verkeer Nederland de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Het bericht haalde bijna alle kranten en nieuwsuitzendingen. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Gebrek aan vrijwilligers om het verkeersexamen in goede banen te leiden, is een andere bedreiging voor dit oer-Nederlandse fenomeen, dat al sinds 1932 bestaat.

Alle somberheid ten spijt is het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland op het overgrote deel van de basisscholen vaste prik. In april of mei fietsen leerlingen van groep 7 of 8 met gekleurde hesjes voorzien van een rugnummer door het dorp of de stad om te laten zien dat ze de verkeersregels kennen. Een hele happening, die – als alles goed gaat – wordt afgesloten met het verkeersdiploma.

Verkeersexamen: theorie en praktijk

Het fietsexamen is het tweede deel van het verkeersexamen. Het wordt vooraf gegaan door het theoretisch verkeersexamen. Om je kind goed voor te bereiden op de examens wordt in de klas veel aandacht besteed aan het aanleren van voorrangsregels en de betekenis van verkeersborden. Verkeer is in groep 7 (of 8) een belangrijk vak!

Weetjes

  • Het verkeersexamen wordt op zeventig procent van de deelnemende scholen gedaan in groep 7. De rest doet het in groep 8.
  • Het praktisch verkeersexamen wordt per gemeente georganiseerd; er is geen vaste landelijke datum. Het schriftelijke verkeersexamen (theorie) wordt door scholieren in heel Nederland op dezelfde datum (half april) gemaakt.
  • 95 Procent van de kinderen slaagt voor het schriftelijke examen. Het praktijkexamen wordt nog succesvoller afgelegd: 97 procent van de kinderen slaagt. Van de gezakte kinderen doet zestig procent een jaar later een nieuwe poging.

Bron: VVN

Het theoretisch verkeersexamen

Veilig Verkeer Nederland hanteert de volgende uitgangspunten:

  • Het veilig toepassen van regels staat centraal; de kinderen moeten rekening houden met hun eigen veiligheid en die van andere verkeersdeelnemers.
  • De verkeerseducatie gaat uit van hoe de weg er in de praktijk uitziet en hoe daar veilig te handelen, ongeacht of de wegconstructies aan de wettelijke eisen voldoen.
  • Het uitgangspunt van verkeerseducatie is altijd de situatie zoals kinderen die in de praktijk tegenkomen. Ook bijvoorbeeld buitenspelen op straat is daar onderdeel van, ook al is dat formeel verboden. In het lesmateriaal wordt besproken hoe kinderen zich in alledaagse verkeerssituaties moeten gedragen. In het schriftelijk verkeersexamen wordt dat getoetst.
  • Kinderen wordt geleerd rekening te houden met fouten en vergissingen van anderen. Dat speelt vooral bij voorrang verlenen en voor laten gaan. Kinderen wordt geleerd altijd bedacht te zijn op andere weggebruikers die zich niet aan de regels houden.

Gezakt? De dag na het schriftelijk Verkeersexamen staat er op de website een herexamen voor leerlingen die in eerste instantie zijn gezakt voor het schriftelijk verkeersexamen. Kinderen die het theorie-examen niet halen, mogen in principe wel meedoen aan het praktijkexamen, al zijn er scholen die daarvan afwijken.

Oefenen voor het verkeersexamen

Omdat steeds meer basisschoolleerlingen zakten voor het praktisch verkeersexamen (het fietsexamen), heeft Veilig Verkeer Nederland een paar jaar geleden de Verkeersexamenapp uitgebracht, een gratis app waarmee kinderen kunnen oefenen.

Met de app kunnen kinderen zich op verschillende manieren voorbereiden. Er wordt begonnen met het oefenen van theorievragen. Als het theoriegedeelte gehaald is, kan je kind checken of zijn of haar fiets geschikt geschikt is om het examen mee af te leggen. Ook is het mogelijk om routes te kiezen en voor te bereiden, zoals de route naar school of de route van het praktische verkeersexamen. Het is de bedoeling dat de routes daarna ook echt gefietst worden. De app bevat specifieke tips voor ouders zodat zij hun kinderen beter kunnen coachen in het verkeersexamen. Dat kan handig zijn, zeker als je zelf vooral in de auto rijdt. Als automobilist kijk je vaak anders tegen verkeerssituaties aan dan als fietser.

Veel fietsen is natuurlijk beter

De app heeft een frisse vormgeving, die goed is afgestemd op de doelgroep. Ook de informatie is helder en to-the-point en de app is makkelijk te begrijpen. De app op zich is prima dus. Toch is het wat merkwaardig om een app te gebruiken ter voorbereiding op het praktisch verkeersexamen. Want waarom zou je niet gewoon gaan fietsen met je kind? Voor kinderen die regelmatig zelf fietsen, is het praktisch verkeersexamen nooit een struikelblok en is de route naar school al jarenlang gesneden koek.

De app lijkt dan ook vooral bedoeld voor ‘achterbankkinderen’, kinderen die zelden of nooit fietsen. Drie jaar geleden luidde Veilig Verkeer Nederland al de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Voor kinderen die wel regelmatig fietsen is de app gewoon een leuke manier om nog wat extra te oefenen.

En dan… het fietsexamen

Het praktisch verkeersexamen, de dag waarop je kind al fietsend gaat laten zien hoe goed hij of zij zich redt in het verkeer, is natuurlijk het spannendste onderdeel van het verkeersexamen. Dit examen wordt georganiseerd door vrijwilligrs van de plaatselijke afdeling van VVN, waarbij doorgaans ook de hulp van ouders nodig is. Je kind mag alleen meedoen aan het fietsexamens als zijn fiets in orde is. Alle fietsen worden vooraf gekeurd. Controleer de fiets van je kind dus tijdig. Pomp de banden stevig op, monteer de bel weer die je zoon van zijn stuur heeft gesloopt, controleer of het stuur en het zadel van je dochter goed vastzitten, ga na of de remmen het goed doen en of de fiets voldoende reflectoren heeft.

De meeste scholen maken enkele weken voor het praktijkexamen de te fietsen route bekend. Het is verstandig om de route, die meestal door de eigen wijk voert, een aantal keren samen te fietsen om lastige situaties te oefenen. Tijdens het examen is de route gemarkeerd met pijlen. Ook staan er overal controleposten, aan wie je kind mag vragen welke kant hij op moet fietsen.

De uitslag van het verkeersexamen volgt meestal na één of enkele weken. Heeft je kind het verkeersdiploma op zak, dan weet je dat je zoon of dochter zich goed kan redden in alledaagse verkeerssituaties in een min of meer vertrouwde omgeving. Dat geldt niet voor nieuwe of ingewikkelde verkeersituaties. Die kunnen kinderen op deze leeftijd meestal nog niet snel genoeg beoordelen. Daarvoor hebben ze nog niet voldoende verkeerservaring.

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt | Het Klokhuis

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites, maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Doen jongens het slechter op school?

Doen jongens het slechter op school?

20 maart 2017 | Reacties (0)

Het is een geluid dat steeds harder gehoord wordt: jongens doen het steeds slechter op de basisschool. De laatste jaren is hun score op de eindtoets in groep 8 met 1,5 punt gehaald. Dat blijkt uit een analyse van de Citoresultaten door de Universiteit Twente (UT) en onderzoeksbureau Oberon. Meisjes scoren sinds drie jaar hoger dan jongens.

De onderzoekers hebben geen verklaring voor de dalende scores van jongens, maar in het krantenartikel en in andere media zijn er diverse deskundigen die wel een idee hebben waardoor jongens op achterstand raken. Gedragsdeskundige Lauk Woltring is gespecialiseerd in jongens in het onderwijs. Hij wijt de dalende prestaties drie factoren: het ontbreken van contact met mannelijke rolmodellen, het onderwijs dat taliger is geworden en de gebrekkige manier waarop rekening wordt gehouden met de rijping van het jongensbrein, die anders verloopt dan bij meisjes.

Onderwijs steeds ‘taliger’

Hij krijgt bijval van andere deskundigen. Zo wijst emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio er in een artikel in het AD ook op dat het ‘talige’ onderwijs van tegenwoordig minder geschikt is van jongens. “Taal is nou juist niet de sterkste kant van jongens. Dat komt doordat het brein van jongens anders rijpt dan dat van meisjes.”

Op de meeste scholen wordt in groep 8 de Centrale Eindtoets afgenomen. Deze toets wordt gemaakt door Cito in opdracht van het College voor Toetsen en Examens. Net als de Cito-toets vroeger, bevatten de rekenopgaven veel verhaaltjessommen. In nieuwe eindstoetsen als IEP en Route8 speelt taal bij de rekenopgaven een veel minder grote rol. De makers van deze toetsen komen daarmee tegemoet aan de kritiek dat er te veel nadruk ligt op taal.

Weinig mannen voor de klas

Jongenspedagoog Maarten Willemsen herkent de nadruk op taal ook in de manier waarop juffen omgaan met leerlingen. Hij stelt dat jongens in hun identiteit worden onderdrukt omdat er bijna alleen maar juffen voor de klas staan. Kooiman is initiatiefnemer van de beweging Meestert!, die meer meesters voor de klas wil krijgen en houden. In februari startte Meestert! de campagne ‘Meesters maken het verschil’. De ambitie?  Zorgen dat kinderen minstens net zo vaak les krijgen van een meester als van een juf. “Meesters begrijpen jongens beter dan juffen, omdat ze zelf jongens waren.”

Jongensbrein is anders

De ontwikkeling van het brein verloopt bij jongens anders dan bij meisjes. “De ontwikkeling van de grote motoriek en de visuele en ruimtelijke ontwikkeling gaan sneller dan bij meisjes, maar verder is de breinontwikkeling van jongens in alles langzamer dan bij meisjes”,  zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. In de Verenigde Staten en Canada zijn om die reden de laatste jaren honderden scholen gesplitst in aparte meisjes- en jongensafdelingen, een idee dat in Nederlandse discussies over het onderwijs ook steeds weer opduikt.

Geen nieuw verschijnsel

Over de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs en het steeds meer achterblijven van jongens, wordt al jaren gesproken en geschreven. Zo publiceerde Onderwijs Maak Je Samen in 2010 al een lang artikel met 33 tips voor leerkrachten om beter om te gaan met jongens in de school:

Tips voor beter omgaan met jongens in de school – Onderwijs Maak Je Samen

In onderstaand artikel beschrijf Lauk Woltring, expert op het gebied van ‘omgaan met jongens’, een reeks tips en handreikingen voor een fijne schoolomgeving voor zowel meisjes als jongens in jouw klas. Tips voor beter omgaan met jongens in de school: In zijn boek ‘Real Boys’ zegt William Pollack dat onze samenleving zich zorgen zou moeten maken …

Maar… ís er wel een probleem met jongens?

Dit alles lezende zou je concluderen dat we in Nederland een levensgroot probleem hebben met jongens in het (basis)onderwijs. Maar klopt dat wel? Nee, zegt Joas Claessen, hoogleraar Onderwijskunde Open Universiteit in een ingezonden brief op de website Onderzoekonderwijs.net.

Volgens Claessen is er op een verkeerde manier naar de scores op de eindtoetsen gekeken, wat een vertekend beeld heeft opgeleverd.  “We weten al jarenlang – en deze kennis is gebaseerd op solide onderzoek – dat in het basisonderwijs jongens en meisjes elkaar in balans houden.” Ná de basisschool gaan jongens het overigens wel slechter doen dan meisjes.

Claessen stoort zich aan de verklaringen die vaak worden gegeven voor de achterstand van jongens. Want wat niet of nauwelijk wordt vermeld is dat meisjes meer huiswerk maken, meer lezen en minder uren aan gamen besteden.

 

Verder lezen

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

13 maart 2017 | Reacties (0)

Als kinderen de eindtoets in groep 8 beter maken dan verwacht, moet de school bekijken of het afgegeven schooladvies misschien naar boven moet worden bijgesteld. In de praktijk verandert het schooladvies echter niet zo vaak. Dat moet anders, vindt de Onderwijsinspectie. In een brief aan alle scholen heeft de inspectie de schoolbesturen hierop gewezen.

Kansengelijkheid

De mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen, is bedoeld om kinderen zo veel mogelijk kansen te bieden. In de praktijk blijkt echter dat bij slechts 1 op de 3 leerlingen met een duidelijk hogere toetsscore dan het schooladvies, het schooladvies ook daadwerkelijk wordt bijgesteld. Dit draagt onvoldoende bij aan de kansengelijkheid, stelt de Onderwijsinspectie.

Niet verplicht

De basisschool is niet verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen als een kind de eindtoets beter maakt dan verwacht. De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. Maar de school moet wel een afgewogen heroverweging van het advies maken en hier ook de ouders bij betrekken. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Lees of download Alles over de eindtoets

Speciaal voor ouders met kinderen in groep 8 hebben wij het boekje Alles over de eindtoets samengesteld. Daarin lees je alle ins en outs over de verschillende eindtoetsen, de uitslag en het schooladvies. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders hebben het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het informatieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders. Hierin lees je in heldere taal wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen