Groep 7-8

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Hogere scores op centrale eindtoets

10 mei 2017 | Reacties (0)

De centrale eindtoets is dit jaar beter gemaakt dan vorig jaar. Dat meldt het College voor Toetsten en Examens, die deze eindtoets afneemt. De gemiddelde behaalde score ligt dit jaar met 535,6 iets hoger dan in 2016, toen gemiddeld 534,9 werd behaald. Vijf leerlingen maakten de toets foutloos, tegenover 0 in 2016.

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 535,6, een score die past bij het schooladviesgemengde/theoretische leerweg en havo. In 2016 was gemiddelde score 534,9. Vorig jaar maakte geen enkele leerling de toets foutloos, dit jaar lukte dat vijf kinderen. Het CvtE onderzoekt nog hoe het komt dat leerlingen dit jaar iets hoger scoren.

Ruim 22.000 minder kinderen maken centrale eindtoets

Hoewel de afname van een eindtoets in groep 8 verplicht is, hoeft dit niet per se de Centrale Eindtoets te zijn, die in opdracht van CvTE is gemaakt door Cito. Ongeveer 40 procent van de scholen kiest voor een van de andere eindtoetsen, zoals IEP en Route8. Ten opzichte van vorig jaar daalde het aantal leerlingen dat de Centrale Eindtoets maakte met 22.000.

 

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Centrale Eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Bijna eerderde van de leerlingen heeft een hogere score op de Centrale Eindtoets gehaald dan op basis van het afgegeven schooladvies werd verwacht. Een vergelijkbaar aantal kinderen heeft de toets juist minder goed gemaakt dan verwacht.

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Waarom doen jongens het slechter op school?

Waarom doen jongens het slechter op school?

20 maart 2017 | Reacties (0)

Jongens doen het steeds slechter op de basisschool. De laatste jaren is hun score op de eindtoets in groep 8 met 1,5 punt gehaald. Dat blijkt uit een analyse van de Citoresultaten door de Universiteit Twente (UT) en onderzoeksbureau Oberon, zo meldt het AD. Meisjes scoren sinds drie jaar hoger dan jongens.

De onderzoekers hebben geen verklaring voor de dalende scores van jongens, maar in het krantenartikel en in andere media zijn er diverse deskundigen die wel een idee hebben waardoor jongens op achterstand raken. Gedragsdeskundige Lauk Woltring is gespecialiseerd in jongens in het onderwijs. Hij wijt de dalende prestaties drie factoren: het ontbreken van contact met mannelijke rolmodellen, het onderwijs dat taliger is geworden en de gebrekkige manier waarop rekening wordt gehouden met de rijping van het jongensbrein, die anders verloopt dan bij meisjes.

Onderwijs steeds ‘taliger’

Hij krijgt bijval van andere deskundigen. Zo wijst emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio er in een vervolgartikel in het AD ook op dat het ‘talige’ onderwijs van tegenwoordig minder geschikt is van jongens. “Taal is nou juist niet de sterkste kant van jongens. Dat komt doordat het brein van jongens anders rijpt dan dat van meisjes.”

Op de meeste scholen wordt in groep 8 de Centrale Eindtoets afgenomen. Deze toets wordt gemaakt door Cito in opdracht van het College voor Toetsen en Examens. Net als de Cito-toets vroeger, bevatten de rekenopgaven veel verhaaltjessommen. In nieuwe eindstoetsen als IEP en Route8 speelt taal bij de rekenopgaven een veel minder grote rol. De makers van deze toetsen komen daarmee tegemoet aan de kritiek dat er te veel nadruk ligt op taal.

Weinig mannen voor de klas

Jongenspedagoog Maarten Willemsen herkent de nadruk op taal ook in de manier waarop juffen omgaan met leerlingen. Hij stelt dat jongens in hun identiteit worden onderdrukt omdat er bijna alleen maar juffen voor de klas staan. Kooiman is initiatiefnemer van de beweging Meestert!, die meer meesters voor de klas wil krijgen en houden. In februari startte Meestert! de campagne ‘Meesters maken het verschil’. De ambitie?  Zorgen dat kinderen minstens net zo vaak les krijgen van een meester als van een juf. “Meesters begrijpen jongens beter dan juffen, omdat ze zelf jongens waren.”

Jongensbrein is anders

De ontwikkeling van het brein verloopt bij jongens anders dan bij meisjes. “De ontwikkeling van de grote motoriek en de visuele en ruimtelijke ontwikkeling gaan sneller dan bij meisjes, maar verder is de breinontwikkeling van jongens in alles langzamer dan bij meisjes”,  zegt gedragsdeskundige Lauk Woltring. In de Verenigde Staten en Canada zijn om die reden de laatste jaren honderden scholen gesplitst in aparte meisjes- en jongensafdelingen, een idee dat in Nederlandse discussies over het onderwijs ook steeds weer opduikt.

Geen nieuw probleem

Over de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs en het steeds meer achterblijven van jongens, wordt al jaren gesproken en geschreven. Zo publiceerde Onderwijs Maak Je Samen in 2010 al een lang artikel met 33 tips voor leerkrachten om beter om te gaan met jongens in de school:

Tips voor beter omgaan met jongens in de school – Onderwijs Maak Je Samen

In onderstaand artikel beschrijf Lauk Woltring, expert op het gebied van ‘omgaan met jongens’, een reeks tips en handreikingen voor een fijne schoolomgeving voor zowel meisjes als jongens in jouw klas. Tips voor beter omgaan met jongens in de school: In zijn boek ‘Real Boys’ zegt William Pollack dat onze samenleving zich zorgen zou moeten maken …

 

 

Verder lezen

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

Inspectie wijst scholen op advies groep 8

13 maart 2017 | Reacties (0)

Als kinderen de eindtoets in groep 8 beter maken dan verwacht, moet de school bekijken of het afgegeven schooladvies misschien naar boven moet worden bijgesteld. In de praktijk verandert het schooladvies echter niet zo vaak. Dat moet anders, vindt de Onderwijsinspectie. In een brief aan alle scholen heeft de inspectie de schoolbesturen hierop gewezen.

Kansengelijkheid

De mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen, is bedoeld om kinderen zo veel mogelijk kansen te bieden. In de praktijk blijkt echter dat bij slechts 1 op de 3 leerlingen met een duidelijk hogere toetsscore dan het schooladvies, het schooladvies ook daadwerkelijk wordt bijgesteld. Dit draagt onvoldoende bij aan de kansengelijkheid, stelt de Onderwijsinspectie.

Niet verplicht

De basisschool is niet verplicht om het schooladvies naar boven bij te stellen als een kind de eindtoets beter maakt dan verwacht. De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. Maar de school moet wel een afgewogen heroverweging van het advies maken en hier ook de ouders bij betrekken. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Lees of download Alles over de eindtoets

Speciaal voor ouders met kinderen in groep 8 hebben wij het boekje Alles over de eindtoets samengesteld. Daarin lees je alle ins en outs over de verschillende eindtoetsen, de uitslag en het schooladvies. Je kunt het boekje gratis downloaden of online lezen.

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders heeft Thuisinonderwijs.nl het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het inforamtieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders dat Thuisinonderwijs.nl heeft opgesteld. Daarin wordt in heldere taal verteld wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

Eindtoetsen geven verschillend niveau-advies

1 februari 2017 | Reacties (0)

De verschillende eindtoetsen voor groep 8 geven niet allemaal dezelfde uitkomst van een het niveau van een leerling, terwijl dat wel zou moeten. Dat blijkt uit een analyse van de toetsresulaten van vorig jaar. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) heeft dat aan de Tweede Kamer laten weten.

Van Citoscore naar diploma

Alle scholen zijn verplicht om in groep 8 een eindtoets af te nemen. De afgelopen twee jaar waren er drie goedgekeurde toetsen: centrale eindtoets, IEP Eindtoets en Route8. Dit schooljaar zijn het er zelfs zes. De toetsen zijn allemaal verschillend en leggen andere accenten.

Toetswijzer

De vraag rijst dan al snel: zijn die toetsen eigenlijk wel vergelijkbaar? In principe zou dat wel het geval moeten zijn. Alle eindtoetsen zijn namelijk gebaseerd op de officiële toetswijzer, die namens de overheid is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens. Welke eindtoets de school ook kiest, de toets zou altijd dezelfde type scores moeten opleveren, die onderling vergelijkbaar zijn, ook al worden er verschillende schaalwaarden gebruikt.

Nu blijkt het in de praktijk dus toch een beetje anders te liggen. Leerlingen die de toets van ROUTE 8 maakten kregen gemiddeld een lager advies, terwijl de IEP Eindtoets juist iets hogere adviezen geeft voor de middelbare school. Dit lag niet aan de achtergrond van de betreffende leerlingen maar aan een verschil in normering tussen de toetsen en de vrij ruime interpretatiemogelijkheden van de regels.

Het ministerie van Onderwijs werkt voor volgend jaar aan een oplossing. Een zogeheten expertgroep gaat de toestenmakers helpen om de uitkomst van de eindtoetsen op één lijn te krijgen. De PO-Raad (basisschoolbesturen) is daar blij mee. “De toekomst van een kind mag natuurlijk niet afhangen van het type eindtoets dat een leerling maakt”, aldus een woordvoerder in NRC.

Zes eindtoetsen in 2017

Dit schooljaar kunnen scholen kiezen uit zes verschillende eindtoeten:

  • de centrale eindtoets (Cito)
  • de IEP eindtoets
  • Route8
  • de AMN Eindtoets
  • de CESAN Eindtoets
  • Dia-eindtoets

Verder lezen

Schooladvies wordt minder belangrijk

Schooladvies wordt minder belangrijk

25 januari 2017 | Reacties (0)

Het schooladvies in groep 8 wordt minder belangrijk. Na twee jaar op de middelbare school volgt er een nieuw advies. Dat stelt de VO-raad voor, zo vertelt voorzitter Paul Rosenmöller in dagblad Trouw.

Door na twee jaar voortgezet onderwijs opnieuw naar de leerling te kijken, moet het eindadvies van de basisschool minder bepalend worden voor de hele middelbare schoolloopbaan. “Het schooladvies moet iets zeggen over de start van de middelbare school en niet dienen als verwachting van welk diploma je uiteindelijk gaat halen”, zegt Rosenmöller. “Het lijkt ons dus logisch om na twee jaar een nieuw moment in te bouwen waarin je met zijn allen bespreekt: waar sta je nu?”

Het idee voor een vervolgadvies na twee jaar is het antwoord van het voortgezet onderwijs op het probleem dat de Onderwijsinspectie in voorjaar 2016 aankaartte: de ongelijkheid tussen kinderen van lager- en hogeropgeleide ouders groeit en kinderen van laagopgeleide ouders krijgen door de organisatie van het onderwijs minder kansen.

Gelijk met het tweede schooladvies, moet ook het voortgezet onderwijs anders worden ingericht, zodat overstappen naar een ander niveau makkelijk mogelijk is.

Verder lezen