Nieuws

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

11 juni 2013 | Reacties (0)

Als je kind in een klas zit met veel zorgleerlingen, maak je je daar misschien zorgen over. Gaat de extra aandacht voor deze leerlingen niet ten koste van de kinderen die gewoon meekomen? Dat is niet het geval, zo blijkt uit onderzoek.

Leerkracht kan omgaan met verschillen

“Het lijkt erop dat leerkrachten goed in staat zijn om de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden”, zeggen de onderzoekers van het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen. Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in een klas van het reguliere basisonderwijs heeft geen negatieve invloed op de prestaties van de andere leerlingen.

Uit schattingen van leerkrachten blijkt dat bijna een kwart van de kinderen in het reguliere basisonderwijs een zorgleerling is. Zorgleerlingen zijn kinderen met speciale onderwijsbehoeften, zoals kinderen met dyslexie, ADHD, een autistische stoornis of een verstandelijke beperking.

Meer zorgleerlingen in de klas door passend onderwijs

Het aantal zorgleerlingen in de klas zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen. Het is de bedoeling zorgleerlingen minder snel worden doorgestuurd naar het speciaal onderwijs. In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs, die in 2014 van kracht wordt, is namelijk vastgelegd dat schoolbesturen de plicht hebben om ‘een passende plek’ te zoeken voor kinderen die extra zorg of aandacht nodig hebben.

‘Zorgen van ouders zijn ongegrond’

“Veel ouders maken zich hier ongerust over”, zegt onderwijsonderzoeker dr. Jaap Roeleveld, een van de onderzoekers. “Ze vragen zich af of de reguliere leerlingen er onder zullen lijden als er meer zorgleerlingen in een klas terechtkomen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze vrees ongegrond is.”

De onderzoekers tonen aan dat het aandeel zorgleerlingen in een groep de prestaties van de andere kinderen niet beïnvloedt. Zo scoren reguliere kinderen in een klas met 25 tot 50 procent zorgleerlingen net zo goed op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling als reguliere kinderen in een klas waar maar een paar procent van de leerlingen in de categorie zorgleerling valt. Roeleveld: “Het is een hele opgave voor leerkrachten om leerlingen met zo sterk uiteenlopende behoeften in één klas te hebben. Uit onze resultaten leiden we nu af dat leerkrachten dat toch heel goed aan kunnen.”

Over het onderzoek

De onderzoekers, verbonden aan het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen, vergeleken de prestaties van kinderen in klassen met verschillende percentages zorgleerlingen op verschillende scholen. Ze maakten daarbij gebruik van de meest recente gegevens uit het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18) en het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar in het speciaal onderwijs (COOL Speciaal). Voor deze databestanden wordt de ontwikkeling gevolgd van enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.

De studie is bedoeld als nulmeting. Aan de hand van deze eerste meting kan de komende jaren in kaart gebracht worden wat de effecten zijn van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs.

Meer lezen over dit onderzoek? Klik hier


Verder lezen

Ouders belangrijker dan zwemles en Cito-feest

Ouders belangrijker dan zwemles en Cito-feest

7 juni 2013 | Reacties (3)

Contacten onderhouden met ouders vinden de leerkrachten hun belangrijkste taak naast het lesgeven. Meer dan zeventig procent van de meesters en juffen vindt het belangrijk om tijd te besteden aan ‘oudercontacten’. Daarmee wordt de relatie met ouders belangrijker gevonden dan correctiewerk (34,6 procent), het leerlingvolgsysteem bijhouden (54 procent) en groepsplannen schrijven (37,1 procent). Maar er zijn zo’n ook een heleboel dingen die wat de leerkrachten betreft wel geschrapt mogen worden. Dat blijkt uit onderzoek van vakbond CNV Onderwijs (zie Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu).

Welke activiteiten kunnen wel worden geschrapt op de basisschool?

Een interessante vraag in het onderzoek is welke activiteiten of taken wel mogen vervallen op de basisschool, als het aan de leerkrachten ligt. Dat levert de volgende lijst op:

afsluitend cito-feest 60 %
avondvierdaagse 57,3 %
aandacht voor obesitas 47,5 %
zwemlessen 43,2 %
carnaval 38,5 %
aandacht voor drugs/alcohol 31,6 %
paasontbijt 22,2 %
herfsttafel 16,3 %
seksuele voorlichting 14,4 %
schoolreisje 8,3 %
aandacht voor de
kinderboekenweek
5,8 %
lokaal ‘aankleden’ 5,6 %
verkeerseducatie 4,6 %
sportdag 4,5 %
musical groep 8 3,8 %
aandacht voor pesten 0,7 %

En als het aan ouders ligt?

Thuisinonderwijs.nl is benieuwd naar de mening van ouders. Moet het Cito-feest blijven? Is het Paasontbijt onmisbaar? Of zijn er misschien activiteiten die niet in deze lijst staan maar wat jou betreft wel geschrapt mogen worden? Laat het ons weten en schrijf hieronder je reactie.

Verder lezen

Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu

Leerkrachten zijn ‘extra taken’ beu

7 juni 2013 | Reacties (0)

Leerkrachten op de basisschool hebben genoeg van de vele extra taken die naast het lesgeven op hun bordje zijn. Zo’n tachtig procent van de meesters en juffen in basisonderwijs geeft aan dat de werkdruk erg hoog is en dat dit voornamelijk door de niet-lesgevende taken wordt veroorzaakt.

‘Werkdruk gaat ten koste van onderwijskwaliteit’

Dit blijkt uit een onderzoek van CNV Onderwijs onder zijn leden. Bijna de helft van de leerkrachten geeft aan gezondheidsklachten te hebben door de hoge werkdruk, bij zestig procent gaat het ten koste van het privéleven en tweederde van de respondenten heeft minder plezier in het werk. Uiteindelijk heeft dit ook negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs.

Tijd voor zorgleerlingen

De extra taken op basisscholen bestaan uit een te grote hoeveelheid administratieve taken zoals het schrijven van zeer uitgebreide handelingsplannen voor leerlingen die extra zorg nodig hebben en groepsplannen. “In steeds meer klassen zitten kinderen die extra zorg nodig hebben, zoals kinderen met autisme, ADHD en gedragsproblemen. Voor deze kinderen moeten rapporten en plannen geschreven worden”, zegt Helen van den Berg, voorzitter van CNV Onderwijs.

‘Te veel bureaucratie in het onderwijs’

“Leraren willen de kinderen goed les geven en de aandacht en zorg bieden die nodig is. Daarbij hoort ook het afleggen van verantwoording, maar er is nu sprake van te ver doorgeschoten bureaucratie. De verantwoordingsplicht zorgt er ook voor dat er veel moet worden vergaderd. Daarin zijn scholen echt doorgeslagen. Ik wil met de onderwijsinspectie afspraken maken hoe we de bureaucratie kunnen verminderen.”

Scholen draaien op voor maatschappelijke problemen

Een ander probleem is dat maatschappelijke problemen te snel bij de school worden neergelegd. Volgens Van den Berg is er sprake van een vast patroon: “Er is een incident of gebeurtenis met veel media-aandacht, er komen Kamervragen en vervolgens worden centraal vanuit Den Haag maatregelen genomen en bij scholen neergelegd. Neem een lesprogramma over obesitas of een activiteit als de koningsspelen. Echt een superleuk initiatief. Toch zijn er scholen die door de vaste onderdelen in het programma niet kunnen meedoen, maar wel de druk van ouders of overheid ervaren om wel mee te doen.”

Te weinig hulp van ouders voor activiteiten

Dan zijn er ook nog veel activiteiten, zoals de avondvierdaagse, de sportdag, pleinwacht en verkeersles waarvoor hulp van ouders nodig is. “Op veel scholen zijn genoeg enthousiaste ouders te vinden om te helpen bij deze activiteiten. Op andere scholen kost het echter veel moeite om ouders betrokken te krijgen. Scholen moeten soms leren om ‘nee’ te zeggen als er te veel werk op de schouders van de leraren komt. Ook medezeggenschapsraden kunnen hierbij een belangrijke rol spelen om te voorkomen dat de werkdruk voor een schoolteam veel te hoog wordt”, aldus Van den Berg

Over het onderzoek: De online vragenlijst is uitgezet onder leden van CNV Onderwijs met een e-mailadres die als leraar werkzaam zijn in het primair onderwijs. 3565 leraren vulden de enquête in. Dat is een respons van 21%. Klik hier voor het onderzoek

Verder lezen

Koningsspelen 2013. Foto: Pascal Scheffers (CC)

Koningsspelen krijgen tweede editie

5 juni 2013 | Reacties (0)

Ook volgend schooljaar worden er op de basisscholen Koningsspelen gehouden. Op de laatste schooldag in april, vrijdag 25 april, kunnen de basisscholen hun leerlingen net als dit jaar een ontbijt en een sportdag aanbieden. Het is nog niet bekend of de Koningsspelen een jaarlijks terugkerende traditie worden.

1,3 Miljoen sportende kinderen

Koningsspelen 2013. Foto: Pascal Scheffers (CC)

De Koningsspelen zijn een sportdag voor de leerlingen van basisscholen en wordt voorafgegaan door een gezamenlijk ontbijt. Dit jaar werden de spelen voor het eerst georganiseerd in het kader van de inhuldiging van koning Willem-Alexander. In totaal deden bij de eerste editie op 26 april ruim 1,3 miljoen kinderen op 6.500 scholen in het basisonderwijs mee.

School organiseert Koningsspelen zelf

Hoe de Koningsspelen er volgend jaar precies uitzien moet de komende maanden duidelijk worden. Bekend is al wel dat de dag weer zal bestaan uit een Koningsontbijt en een Koningssportdag. Verder mag elke school zelf bepalen hoe de Koningsspelen worden vormgegeven. De organiserende Johan Cruyff Foundation en de Richard Krajicek Foundation gaan met verschillende partijen om de tafel om te kijken wat er weer landelijk georganiseerd kan worden.

‘Koningsspelen groot succes’

Sander Dekker, Staatssecretaris van onderwijs ondersteunt het initiatief voor het vervolg van de Koningsspelen: “De Koningsspelen waren een groot succes. Het onderstreept hoe belangrijk en leuk sport en bewegen is. Ik ben blij dat de Johan Cruyff Foundation en Richard Krajicek Foundation hier samen met andere maatschappelijke instanties een vervolg aan geven en hoop dat de scholen opnieuw met veel enthousiasme aan de Koningsspelen deelnemen.”

Verder lezen

Geen geld meer voor godsdienstles

Geen geld meer voor godsdienstles

30 mei 2013 | Reacties (0)

De godsdienstlessen op openbare basisscholen staan op de tocht. Minister Bussemaker van Onderwijs wil de subsidie voor godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs op openbare basisscholen schrappen. Dat heeft ze vandaag aan de Tweede Kamer gemeld. Openbare basisscholen zijn verplicht dit vormingsonderwijs aan te bieden als ouders erom vragen. Over het algemeen worden hiervoor externe leraren ingehuurd.


Het kabinet gaat fors korten op subsidies in het onderwijs. In totaal gaat het om een bedrag van 200 miljoen euro. Volgens minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker wordt vooral geschrapt in subsidies die niet bijdragen aan echte onderwijstaken. Het uitgespaarde geld wordt wel op een andere manier in onderwijs gestoken.

Vanuit christelijke hoek is ontzet gereageerd op het plan om de subsidie voor godsdienstlessen (zo’n 10 miljoen euro) te schrappen. Te meer daar Bussemaker nog geen week geleden op een congres nog een lans brak voor meer zingeving op basisscholen. “Onderwijs leidt niet alleen op voor winst, maar ook voor burgerschap. Waar leven we voor, waar komen we vandaan? Daarin spelen symbolen, geschiedenis en geloof een belangrijke rol”, zo zei de minister zaterdag op een bijeenkomst in Amsterdam.

Godsdienstles? Dan maar naar bijzonder onderwijs

In een toelichting op het voornemen om de subsidie op godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs te schrappen, geeft Bussemaker aan dat ouders die toch wensen dat hun kind onderwijs krijgt op een levensbeschouwelijke grondslag terecht kunnen in het bijzonder onderwijs (christelijke of islamitische scholen). De bezuiniging raakt volgens haar ‘niet het kerndoel dat er aandacht besteed moet worden aan levensbeschouwelijke stromingen’, iets wat voor alle basisscholen geldt.

‘Humanistische school bestaat niet’

Het Humanistisch Verbond is zeer verontrust over de redenering die de minister gebruikt voor het schrappen van vormingsonderwijs. “Zij stelt dat ouders die wensen dat hun kind levensbeschouwelijk onderwijs krijgt, terecht kunnen in het bijzonder (overwegend godsdienstig) onderwijs. Maar humanisten beschikken weloverwogen niet over eigen bijzondere scholen”, schrijft het Humanistisch Verbond in een persbericht dat is verspreid naar aanleiding van de plannen.

Het Humanistisch Verbond is altijd voorstander geweest van seculiere levensbeschouwelijke vorming in het openbaar onderwijs. Humanisten hebben dan ook doelbewust nooit gekozen voor humanistische bijzondere scholen. “De keus om seculier levensbeschouwelijk onderwijs onderdeel te laten uitmaken van het openbaar onderwijs, sluit aan bij de wens van ouders, getuige de groeiende vraag naar deze lessen. Met haar voorstel gaat de minister daaraan voorbij”, aldus het Humanistisch Verbond.

Openbaar onderwijs benadeeld

Bovendien wordt met dit voorstel, zo stellen de humanisten, het openbaar onderwijs op achterstand gezet ten opzichte van het bijzonder onderwijs. Openbare scholen kunnen nu immers niet meer tegemoet komen aan de terechte vraag naar seculiere levensbeschouwelijke vorming.


Verder lezen

Kleine scholen hoeven niet dicht

Kleine scholen hoeven niet dicht

30 mei 2013 | Reacties (0)

Basisscholen hoeven niet dicht als ze minder dan honderd leerlingen hebben. De opheffingsnorm voor basisscholen blijft op een minimumaantal van 23 leerlingen staan. Wel krijgen kleine scholen vanaf augustus 2016 geen overheidstoeslag meer, maar door samenwerking te zoeken met andere scholen kunnen ze een bonus verdienen.

De dorpsschool mag blijven

Met dit plan wil staatssecretaris Dekker van onderwijs kleine scholen in Nederland behouden. Zijn plan is een reactie op het advies van de Onderwijsraad eerder dit jaar. Die stelde het bestaansrecht van basisscholen met minder dan honderd leerlingen ter discussie. Door dat advies dreigde sluiting voor één op de vijf basisscholen in Nederland. Vooral veel dorpen dreigden hun school te verliezen.

Dekker denkt dat zijn plan meer mogelijkheden biedt voor maatwerk. “Eén ding is zeker: scholen moeten meer samenwerken. Dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Ik besef dat het consequenties heeft voor ouders, leerlingen en personeel. Maar we moeten nu actie ondernemen om te voorkomen dat scholen langzaam wegkwijnen, verdwijnen en er in sommige gebieden straks niets meer te kiezen valt voor ouders en kinderen.”

Makkelijker samenwerken

Momenteel zijn er nog verschillende obstakels die samenwerking tussen scholen in de weg staan. Zo krijgen kleine basisscholen gemiddeld meer budget per leerling dan grotere scholen. Dat betekent dat kleine basisscholen er financieel op achteruit gaan, als ze voor samenwerking kiezen. Daarom gaat Dekker de financiering aanpassen zodat samenwerking tussen basisscholen wordt beloond in plaats van afgestraft. Verder blijkt dat lang niet alle schoolbestuurders in krimpgebieden de urgentie van het leerlingendaling-probleem inzien. Ook lopen kleine scholen aan tegen wettelijke belemmeringen. Overheidsregels die onnodige schaalvergroting in het onderwijs tegengaan, zitten onbedoeld ook samenwerking tussen kleine scholen in de weg. Daarom worden de regels van de fusietoets aangepast voor scholen in krimpgebieden.

Samenwerkingsscholen

In de praktijk staat een fors deel van de kleine basisscholen in een dorp, waar ook enkele andere basisscholen gevestigd zijn. Een samenwerkingsschool (fusie tussen een openbare en een bijzondere school) kan in zulke gevallen een goede oplossing zijn om divers onderwijs aan te kunnen blijven bieden. De vorming van een samenwerkingsschool wordt daarom gemakkelijker gemaakt, zoals ook al in het Regeerakkoord is aangekondigd.

Leefbaarheid in dorpen

Uit onderzoek blijkt dat bewoners van een dorp zonder school de leefbaarheid net zo hoog waarderen als die van een dorp met een school. Desalniettemin is het sluiten van de laatste school in een dorp een ingrijpende gebeurtenis. Maar de ontwikkeling van kinderen is en blijft volgens Dekker de belangrijkste taak van een school. “Onderwijskwaliteit moet voorop staan. Dat is niet alleen belangrijk voor leerlingen en hun ouders, maar ook voor de toekomst van regio’s waar leerlingendaling zich voordoet. Samenwerking tussen kleine scholen is het beste antwoord op krimp.”

Verder lezen

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

Schooladvies vaak hoger dan Cito-score

15 april 2013 | Reacties (0)

Kinderen met dezelfde Cito-score krijgen op de ene basisschool een veel hoger schooladvies dan op de andere. Dat blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie. Op enkele tientallen scholen krijgt meer dan driekwart van de leerlingen een hoger schooladvies dan op basis van hun score op de Cito-eindtoets te verwachten zou zijn.

De onderwijsinspectie analyseerde de gegevens van 150.000 leerlingen die in 2012 in groep 8 zaten. 24 procent van de leerlingen kreeg een hoger schooladvies en 10 procent een lager schooladvies dan de eindtoets suggereert. Het maakt veel uit op welke basisschool een leerling zit. Op 7 procent van de scholen heeft de leerling 50 procent kans om een hoger advies te krijgen dan de toetsuitslag, terwijl 11 procent van de scholen bij geen enkele leerling hoger adviseert.

Regionale verschillen

Ook tussen de verschillende regio’s zijn de verschillen groot. In de vier grote steden krijgen leerlingen maar zelden een lager advies dan de toetsuitslag. In Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland zijn de adviezen vaak hoger dan de toetsuitslag, terwijl in Friesland juist relatief lager wordt geadviseerd.

Relatie basisschooladvies en resultaat eindtoets

Scholen voor voortgezet onderwijs moeten de plaatsing van leerlingen baseren op het basisschooladvies en het zogenaamde tweede objectieve gegeven (meestal de Eindtoets Basisonderwijs). Het advies van de basisschool is gebaseerd op de inschatting van de basisschooldirecteur, mede gelet op de prestaties van de leerling in zijn hele schoolloopbaan. Hierdoor kunnen er per leerling goede gronden zijn om het advies te laten afwijken van het resultaat van de eindtoets, dat immers een momentopname is.

Vervolgonderzoek

Uit inspectiegegevens blijkt dat het voor een leerling nogal wat uitmaakt op welke school hij zit. Op een deel van de scholen hebben leerlingen geen of weinig kans op een hoger advies, maar wel een grote kans op een lager advies dan op grond van hun score mag worden verwacht. De inspectie doet onderzoek naar de kwaliteit van het schooladvies.

 

Verder lezen

Nederlands kind is het gelukkigst

Nederlands kind is het gelukkigst

10 april 2013 | Reacties (0)

Nergens ter wereld zijn kinderen zo gelukkig als in Nederland.  Dat blijkt uit een rapport over kinderwelzijn van Unicef. Op onderwijs scoort Nederland zelfs het hoogste ter wereld. Het is niet de eerste keer dat ons land zo hoog staat. Vijf jaar geleden was Nederland ook al lijstaanvoerder wat betreft kindergeluk.

95 Procent van de kinderen is tevreden

Ons land scoort het beste van alle landen op het gebied van materieel welzijn, onderwijs en gedrag. Nederlandse kinderen staan op de vierde plaats waar het gaat om huisvesting en een vijfde plek wat betreft gezondheid en veiligheid. Volgens Unicef gaf maar lieft 95 procent van de Nederlandse kinderen zelf aan ook tevreden te zijn over hun leven. Wel pesten en vechten Nederlandse kinderen veel.

Crisis nog niet meegewogen in onderzoek

De top van de lijst wordt gedomineerd door de kleinere Noord-Europese landen, respectievelijk Nederland, Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden. Griekenland en de Verenigde Staten scoren extreem laag. Er blijkt geen relatie te zijn tussen de hoogte van het nationaal inkomen en hoe het met kinderen gaat. Tsjechië bijvoorbeeld neemt een hogere plaats in op de ranglijst dan een aantal rijkere landen. Unicef zegt dat de meeste cijfers die gebruikt zijn in het onderzoek dateren uit 2009 en 2010. De gevolgen van de crisis voor het welzijn van kinderen zijn daardoor nog niet goed te zien in dit rapport.

Top-10 gelukkige kinderen

  1. Nederland
  2. Noorwegen
  3. IJsland
  4. Finland
  5. Zweden
  6. Duitsland
  7. Luxemburg
  8. Zwitersland
  9. België
  10. Ierland


Verder lezen

Scholen verplicht pesten aan te pakken

Scholen verplicht pesten aan te pakken

25 maart 2013 | Reacties (1)

Scholen worden bij wet verplicht om op effectieve wijze pesten tegen te gaan. Gepeste kinderen en hun ouders die op school geen gehoor vinden, kunnen in het uiterste geval terecht bij de Kinderombudsman. Nieuwe en zittende leraren worden ondersteund om pesten te voorkomen, te signaleren en aan te pakken. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) en Kinderombudsman Marc Dullaert hebben vandaag hun gezamenlijke plan van aanpak tegen pesten gepresenteerd. De afgelopen maanden hebben zij hierover gesproken met Tweede Kamerleden, leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders, maatschappelijke organisaties en experts.

‘School nu niet altijd veilig’

Marc Dullaert: “Een op de tien basisschoolleerlingen wordt gepest. Dat is ontoelaatbaar. Kinderen hebben recht op een veilige en beschermde omgeving. Helaas kunnen we dit op scholen nu niet garanderen. Door scholen te verplichten met een effectieve anti-pestmethode aan de slag te gaan, kunnen we pesten terugdringen.”

Sander Dekker: “We zien dat scholen, met de beste bedoelingen, vaak maar wat doen als het om pesten gaat. Er gaat veel energie verloren met pestaanpakken waarvan zeer de vraag is of ze nut hebben. Sommige scholen hebben helemaal geen aanpak. We kunnen pesten alleen tegengaan als we duidelijke keuzes durven maken, als we kiezen voor methoden die werken en als alle scholen hun verantwoordelijkheid nemen.”

Pesten verplicht aanpakken

Het is een kerntaak van scholen om te zorgen voor een veilige school, waarbij de nadruk op preventie ligt. Staatssecretaris Dekker gaat een wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer waarmee de verantwoordelijkheid van de school voor het voorkomen van pesten in de wet wordt verankerd. Scholen worden verplicht om pesten aan te pakken en daarbij te kiezen voor een bewezen effectieve methode. Een commissie onder de vleugels van het Nederlands Jeugd Instituut gaat hiervoor criteria opstellen.

Leraren belangrijk bij aanpak pesten

De staatssecretaris en de Kinderombudsman vinden dat leraren een cruciale rol spelen in de aanpak van pesten. Leraren geven aan niet altijd goed zicht te hebben op wat er speelt tussen de leerlingen in hun klas en hoe te intervenieren bij ongewenst gedrag. Om leraren te helpen pesten beter aan te pakken, gaan lerarenopleidingen meer aandacht besteden aan pesten en wordt voor de huidige leraren een training ontwikkeld om hen bij te scholen. Voor de aanpak van cyberpesten door leraren is speciale aandacht. Scholen zijn zich minder bewust van de manier waarop kinderen elkaar via social media pesten. Niet alle scholen voelen zich hier ook verantwoordelijk voor. Dekker en Dullaert zullen scholen hierop aanspreken en ze praktische handvatten bieden om cyberpesten tegen te gaan.

Verbetering klachtenregeling

Klachten over pesten op school moeten in het onderwijs zelf worden opgelost, in eerste instantie door de leraar en in tweede instantie door de schoolleider of de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. De Kinderombudsman staat klaar voor ouders of leerlingen, die zich niet gehoord voelen met de klachtenregeling.

Ouders, leerlingen en school op één lijn

Een essentiële basis om pesten aan te kunnen pakken is volgens Dekker en Dullaert dat school, ouders en leerlingen éénn lijn trekken: intimiderend of uitsluitend gedrag wordt niet getolereerd, en als deze norm overtreden wordt, heeft dat consequenties. Scholen en ouders kunnen aan het begin van de schoolcarrière van een leerling afspraken maken met elkaar over gewenst en ongewenst gedrag. De komende periode gaan Dekker en Dullaert in gesprek met ouders en leerlingen.

(Bron: Rijksoverheid, via Nieuwsbank)

Verder lezen

Eindtoets in groep 8 voortaan verplicht

Eindtoets in groep 8 voortaan verplicht

22 maart 2013 | Reacties (0)

Alle leerlingen op de basisschool maken voortaan in groep 8 verplichte een eindtoets voor taal en rekenen. Dat kan de bekende Cito-toets zijn, maar scholen mogen ook een andere eindtoets kiezen. De toets wordt in april of mei gehouden, waardoor de uitslag een minder grote rol speelt bij de toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat is de uitkomst van het debat in de Tweede Kamer over invoering van de verplichte Cito-toets.

Schooladvies wordt leidend

Staatssecretaris Sander Dekker ging akkoord met de wens van de Kamer om het schooladvies leidend te laten zijn. Scholen kennen hun leerlingen na acht jaar door en door en hebben een beter beeld van de kinderen dan een momentopname van een eindtoets oplevert, is overtuiging. Doordat scholen nu verplicht een leerlingvolgsysteem moeten hebben, kunnen de vorderingen van acht jaar basisschool goed worden vastgelegd. Overigens werken de meeste scholen al met zo’n leerlingvolgsysteem.

Hogere toetsscore: advies aanpassen

De uitslag van de eindtoets kan voor scholen wel aanleiding zijn om hun advies aan te passen. Als een leerling hoger scoort op de Cito-toets of andere eindtoets dan het advies van de leerkracht, dan is de school verplicht het advies te heroverwegen. Als de school als de school het advies niet aanpast, kun je als ouder in beroep.

Makkelijke toets blijft nog even

Ook is afgesproken dat de makkelijke versie van de  Cito-toets, die scholen aanbieden aan leerlingen die waarschijnlijk naar het vmbo gaan, nog 3 jaar gebruikt mag worden. Daarna moet er een zogeheten adaptieve test zijn. Dat is een toets die digitaal wordt afgenomen en zich automatisch aanpast aan het niveau van de leerling.

Cito-score is meestal gelijk aan schooladvies

Als de Cito-score aangeeft dat de leerling een hoger schoolniveau aankan dan de leerkracht bij het schooladvies had ingeschat, moet de school het advies heroverwegen. Maar hoe vaak komt zo’n situatie eigenlijk voor? PvdA-Kamerlid Loes Ypma noemde in het debat de volgende cijfers:

  • Cito-score gelijk aan schooladvies: 86 procent
  • Cito-score hoger dan schooladvies: 10 procent
  • Cito-score lager dan schooladvies: 4 procent

Overigens is een lagere Cito-score géén reden om het schooladvies te heroverwegen.


Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten