Ontwikkeling

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

11 juni 2013 | Reacties (0)

Als je kind in een klas zit met veel zorgleerlingen, maak je je daar misschien zorgen over. Gaat de extra aandacht voor deze leerlingen niet ten koste van de kinderen die gewoon meekomen? Dat is niet het geval, zo blijkt uit onderzoek.

Leerkracht kan omgaan met verschillen

“Het lijkt erop dat leerkrachten goed in staat zijn om de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden”, zeggen de onderzoekers van het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen. Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in een klas van het reguliere basisonderwijs heeft geen negatieve invloed op de prestaties van de andere leerlingen.

Uit schattingen van leerkrachten blijkt dat bijna een kwart van de kinderen in het reguliere basisonderwijs een zorgleerling is. Zorgleerlingen zijn kinderen met speciale onderwijsbehoeften, zoals kinderen met dyslexie, ADHD, een autistische stoornis of een verstandelijke beperking.

Meer zorgleerlingen in de klas door passend onderwijs

Het aantal zorgleerlingen in de klas zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen. Het is de bedoeling zorgleerlingen minder snel worden doorgestuurd naar het speciaal onderwijs. In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs, die in 2014 van kracht wordt, is namelijk vastgelegd dat schoolbesturen de plicht hebben om ‘een passende plek’ te zoeken voor kinderen die extra zorg of aandacht nodig hebben.

‘Zorgen van ouders zijn ongegrond’

“Veel ouders maken zich hier ongerust over”, zegt onderwijsonderzoeker dr. Jaap Roeleveld, een van de onderzoekers. “Ze vragen zich af of de reguliere leerlingen er onder zullen lijden als er meer zorgleerlingen in een klas terechtkomen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze vrees ongegrond is.”

De onderzoekers tonen aan dat het aandeel zorgleerlingen in een groep de prestaties van de andere kinderen niet beïnvloedt. Zo scoren reguliere kinderen in een klas met 25 tot 50 procent zorgleerlingen net zo goed op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling als reguliere kinderen in een klas waar maar een paar procent van de leerlingen in de categorie zorgleerling valt. Roeleveld: “Het is een hele opgave voor leerkrachten om leerlingen met zo sterk uiteenlopende behoeften in één klas te hebben. Uit onze resultaten leiden we nu af dat leerkrachten dat toch heel goed aan kunnen.”

Over het onderzoek

De onderzoekers, verbonden aan het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen, vergeleken de prestaties van kinderen in klassen met verschillende percentages zorgleerlingen op verschillende scholen. Ze maakten daarbij gebruik van de meest recente gegevens uit het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18) en het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar in het speciaal onderwijs (COOL Speciaal). Voor deze databestanden wordt de ontwikkeling gevolgd van enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.

De studie is bedoeld als nulmeting. Aan de hand van deze eerste meting kan de komende jaren in kaart gebracht worden wat de effecten zijn van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs.

Meer lezen over dit onderzoek? Klik hier


Verder lezen

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

28 maart 2013 | Reacties (1)

In de tweede helft van het schooljaar gaat – vooral in groep 3 en 4 – het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af. Hun zoon Kas (6) zit in groep 3. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo kregen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competatief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestresst van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken Kas erg in mij. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan? Thuisinonderwijs.nl ging te rade bij ouders, leerkrachten en andere deskundigen en zet een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt.

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

  • Oefen elke dag 10 minuten. Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.
    Thuis oefenen met lezen

    Maak elke dag tijd vrij om te oefenen met lezen, ook als het je eigenlijk niet zo goed uitkomt.

  • Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”
  • Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”
  • Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.
  • Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.
  • Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.
  • ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer onder de regel die wordt gelegd en de tekst eronder afdekt. Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen. Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  • Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle. Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”
  • Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.
  • Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.
  • Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.
  • Borden lezen langs de snelweg

    Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

    Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. “

  • Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.
  • Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.  Schrijver Roland Kalkman van het samenleesboek Poes in de klas legt hier uit hoe je zo’n samenleesboek het beste kunt gebruiken.


© Thuisinonderwijs.nl, 2012

Verder lezen

Niet ‘hoe knap ben jij?’, maar ‘hoe ben jij knap?’

Niet ‘hoe knap ben jij?’, maar ‘hoe ben jij knap?’

27 januari 2013 | Reacties (0)

Steeds meer scholen houden rekening met meervoudige intelligentie. Op die manier spelen ze op verschillen tussen leerlingen. Meervoudige intelligentie gaat ervan uit dat iedereen talenten heeft en dat het er eigenlijk niet om gaat of iemand ‘meer of minder intelligent is’. Dus niet: Hoe knap ben jij? Maar: Hoe ben jij knap?

“Het ene kind  is woord-knap, de andere beeld-knap of natuur-knap. Je moet die intelligenties ontdekken en er iets mee doen”, zegt Karine van Acker, directeur van De Letterdoos. De hele school is geïnspireerd op de acht intelligenties van psycholoog Howard Gardner. Ontdek het in dit filmpje van Klasse.be:

(Dit artikel maakt gebruik van materiaal van Klasse.be, waarvoor een Creative Commons-licentie is verleend)


 

 

Verder lezen

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

11 oktober 2012 | Reacties (3)

Speciaal voor kinderen die leren lezen zijn sinds kort via de iBookstore twee AVI-leesboekjes met geluid te koop. De tekst wordt langzaam voorgelezen met tussen elk woord en elke lettergreep een korte pauze. Dit is een heel nieuw soort e-boek, waar nog geen naam voor bestaat.  De makers noemen het een ‘meelees e-boek’.

De boekjes gaan over de twee vrienden Mus en Muis. Mus is vaak een beetje bang. Muis doet juist erg stoer. In Mus hijst het zeil (AVI start) gaan ze samen zeilen en kamperen en in Mus danst op het ijs (AVI M4) doen ze mee aan een wedstrijd kunstschaatsen op televisie. De onderwerpen zijn spannend en de verhalen zitten vol vaart en humor.

De boeken zijn geschreven door Rian Visser, die voor beginnende lezers bij uitgeverij Gottmer een serie leeskoffertjes uitbracht en ook voor de educatieve uitgeverij Zwijsen en uitgeverij Delubas eerste leesboekjes schrijft. De tekeningen zijn van Alex de Wolf (onder andere bekend van In een land hier ver vandaan en Lang geleden. De tekst wordt voorgelezen door Christine van Dreumel, logopediste en stemtherapeut.

Hoe werkt het?

De meeleesboeken zijn een tussenvorm tussen een voorgelezen boek en een boek om zelf te lezen. Het woord dat wordt uitgesproken, krijgt een andere kleur, zodat de jonge lezer de tekst goed kan volgen. Dat maakt ze zeer geschikt voor beginnende lezers of kinderen die moeite hebben met leren lezen, bijvoorbeeld door dyslexie.

Bekijk dit filmpje om te zien hoe het werkt:

Een manier om met deze boeken het lezen te oefenen is bijvoorbeeld door de pagina eerst te laten voorlezen (en meelezen) en de tekst daarna door je kind zelf te laten lezen, zonder ondersteuning van de voorleesstem. Kinderen die langzaam lezen, kunnen proberen de voorleesstem vóór te blijven, in een soort tempowedstrijdje.

Ervaringen van lezers en ouders

Thuisinonderwijs.nl heeft Mus hijst het zeil laten uitproberen door Tessa (6). Tessa zit in groep 3 en leert nu lezen. Ze is erg enthousiast over het meelees e-boek. “Het is fijn dat er iemand meeleest. Sommige woorden kon ik nog niet lezen, maar door het voorlezen kon ik die overslaan en toch verder gaan met het verhaal. Ik heb het boek wel drie keer gelezen. De laatste keer heb ik de mevrouw [die voorleest, red.] uitgezet, want toen kon ik het zelf wel.”

Ook de moeder van Tessa is positief over Mus hijst het zeil. “Tessa is op het moment heel erg bezig met boekjes en lezen. We halen ook boeken uit de bibliotheek, maar omdat ze nog niet veel kan lezen zijn die soms te moeilijk. Dan geeft ze het na één bladzijde op. Dit boekje was eigenlijk ook iets te moeilijk, maar doordat ze hulp kreeg van de voorleesstem, ging ze wel door.”

Mus danst op het ijs is voor ons getest door Camiel (7). Hij zit in groep 4, maar blijft met lezen nogal achter. “We moeten van de juf elke dag met Camiel oefenen met lezen”, vertelt zijn vader. “Dat doen we al sinds begin groep 3, maar het is een heel moeizaam proces. Hij vindt lezen echt niet leuk. We hebben best vaak strijd als hij moet oefenen met lezen. Met deze meeleesboeken kunnen wij iets meer op de achtergrond blijven. Dat is ter afwisseling best prettig. Toch kan hij er niet helemaal zelfstandig mee oefenen. Als we niet naast hem gingen zitten om hem te stimuleren echt mee te lezen, liet Camiel zich gewoon – lekker makkelijk – voorlezen.”


Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

18 september 2012 | Reacties (1)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Dan is het verstandig om hier thuis extra aandacht aan te besteden. Hoe je dat aanpakt, lees je hieronder.

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel sommige mensen menen dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – moet het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven niet worden onderschat. In veel beroepen wordt nog steeds veel met de hand geschreven (denk aan notulerende secretaresses, journalisten die aantekeningen maken, aannemers die maten moeten opschrijven); een goed handschrift is daarbij onontbeerlijk.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden vaak – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen”, … Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode 'Schrijven leer je zo' toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste techniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen. Niet voor niets behoren opmerkingen over een foute potlood-/pennengreep tot de meestgemaakte op het rapport of tijdens de tienminutengesprekken.

Voor sommmige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek is gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meederheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

 

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter ingesleten zijn, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de verzameling op de site van juf Anita, de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.


Verder lezen

(Foto: Flavio Takemoto)

Kind profiteert van goede band met de juf

3 september 2012 | Reacties (1)

Het nieuwe schooljaar betekent voor de meeste kinderen ook nieuwe juf of meester. Spannend! Is ze aardig, is hij streng? Dat je kind een goede band heeft met de leerkracht is belangrijk, zo blijkt uit promotieonderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam. Leerlingen zijn meer betrokken en presteren beter als ze een goede relatie hebben met de leerkracht. Vooral risicoleerlingen profiteren extra van een goede verstandhouding met de juf of meester.

(Foto: Flavio Takemoto)

Onderzoekster Debora Roorda bestudeerde het verband tussen de persoonlijke relatie tussen docent en kind en de betrokkenheid bij school en de schoolprestaties van het kind. Zij constateert dat leerlingen meer betrokken zijn en beter presteren als ze een goede relatie met hun docent hebben, vooral naarmate de leerlingen ouder zijn. Een persoonlijke relatie met de leerkracht is vooral belangrijk voor leerlingen met een lage sociaaleconomische status, leerlingen met leerproblemen en voor jongens. Volgens Roorda kunnen leerkrachten daar extra op inzetten: “Leerkrachten zouden bijvoorbeeld kunnen laten merken dat ze in de kinderen geïnteresseerd zijn en om hen geven. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten ruimte laten voor de eigen inbreng van kinderen.”

Leerkrachten blijken echter minder vriendelijk en ondersteunend te zijn voor storende kinderen, terwijl deze kinderen zelf niet minder vriendelijk zijn voor de leerkracht. Daarnaast stellen leerkrachten zich dominanter op bij teruggetrokken kinderen, waardoor deze kinderen steeds passiever worden.

Negatieve relaties extra schadelijk op basisschool

Het verband tussen positieve, warme relaties en meer betrokkenheid en betere schoolprestaties is groter in het voortgezet onderwijs dan in het basisonderwijs. Voor kinderen op de basisschool geldt dat juist een negatieve, conflictvolle relatie tussen leerkracht en kind een sterker (negatief) effect heeft op de betrokkenheid en schoolprestaties. “De negatieve gevolgen van een slechte relatie in het basisonderwijs maken het des te belangrijker om vroeg in te grijpen als het tussen een docent en leerling niet lekker gaat”, stelt Roorda.

Interpersoonlijke vaardigheidstraining helpt

In het onderzoek kregen leerkrachten een interpersoonlijke vaardigheidstraining waarmee zij de relaties met teruggetrokken kinderen konden verbeteren. “De training had geen effect op de kinderen, maar wel op de leerkrachten”‘ aldus Roorda. “We constateerden dat leerkrachten na de training minder dominant werden. Dan ontstaat er meer ruimte voor eigen inbreng van het kind.”

Over het onderzoek:

Het promotieonderzoek ‘Leerkracht-kindrelaties en interactieprocessen: effecten op het leergedrag van leerlingen en wederkerige invloeden tussen leerkracht en kind’ is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, een onderdeel van NWO, en is uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam. Naast literatuuronderzoek observeerde onderzoekster Debora Roorda de relatie tussen leerkrachten en leerlingen in de klas. Roorda promoveert 4 september aan de Universiteit van Amsterdam.


Verder lezen

Foto: Jeroen Thoolen

Materialisme leidt niet tot ontevreden kinderen

29 augustus 2012 | Reacties (0)

Worden kinderen ontevreden van materialisme? Nee, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Wel kunnen ongelukkige kinderen die veel worden blootgesteld aan televisiereclame materialistischer worden. In september publiceren UvA-communicatiewetenschappers Sanne Opree, Moniek Buijzen en Patti Valkenburg de resultaten van hun onderzoek in het toonaangevende Amerikaanse tijdschrift Pediatrics.

Foto: Jeroen Thoolen

Gezinssituatie is belangrijker

De bevindingen van Opree, Buijzen en Valkenburg staan haaks op de conclusies uit eerder onderzoek onder volwassenen, dat erop duidt dat materialisme bij volwassenen leidt tot ontevredenheid. Eerder onderzoek gaf ook aan dat materialistische kinderen minder gelukkig zijn, maar of er causaliteit bestaat tussen materialisme en tevredenheid bleef onzeker. De UvA-onderzoekers brengen daar nu verandering in. Dat het bij kinderen anders werkt dan bij volwassen, kan volgens de onderzoekers mogelijk verklaard worden doordat kinderen emotioneel nog sterk van hun ouders afhankelijk zijn. De onderzoekers betogen dat, ongeacht hoe materialistisch kinderen zijn, bezittingen uiteindelijk minder belangrijk voor hen zijn dan een fijne gezinssituatie.

Reclame versus werkelijkheid

Ook voor de bevinding dat ongelukkige kinderen materialistischer worden, maar uitsluitend als zij veel reclame zien, presenteren de onderzoekers een plausibele verklaring. Omdat reclame de indruk wekt dat spullen gelukkig maken, kunnen kinderen die veel reclame zien denken dat het in werkelijkheid ook zo werkt. Ongelukkige kinderen kijken niet meer reclame, maar lijken wel vatbaarder voor de effecten ervan. Het is belangrijk om dit effect terug te brengen, benadrukken Opree, Buijzen en Valkenburg, omdat onderzoek onder volwassenen erop wijst dat materialistische kinderen op latere leeftijd minder gelukkig kunnen worden. Ze bespreken in hun artikel verschillende interventiestrategieen hiertoe en stellen dat nader onderzoek nodig is.

Methodiek

Opree, Buijzen en Valkenburg deden onderzoek onder 466 kinderen in Nederland in de leeftijdsgroep 8 – 11 jaar (55% meisjes). Het onderzoek bestond uit een survey met vragen over materiele bezittingen, tevredenheid over het leven en reclame. Een jaar later werd de survey herhaald onder dezelfde groep kinderen. Vervolgens bestudeerden de onderzoekers de relatie tussen de variabelen gebruikmakend van structurele vergelijkingsmodellen.

Publicatiegegevens: Opree, S.J., Buijzen, M., & Valkenburg, P.M. (2012). `Lower life satisfaction related to materialism in children frequently exposed to advertising’. In Pediatrics, 130(3). doi: 10.1542/peds.2011-3148


Verder lezen

Oudere moeder goed voor taalontwikkeling

Oudere moeder goed voor taalontwikkeling

22 augustus 2012 | Reacties (0)

Kinderen van oudere moeders hebben een betere taalontwikkeling en zijn over het algemeen gezonder dan kinderen van jongere moeders. Dat concluderen Britse wetenschappers op basis van langlopend onderzoek.

Onderzoekers van de Universiteit van Londen hebben vastgesteld dat kinderen van oudere moeders minder vaak worden opgenomen in het ziekenhuis, minder ongelukken hebben, een betere taalontwikkeling hebben en minder problemen ondervinden op sociaal en emotioneel gebied. Bij het onderzoek werden de gegevens geanalyseerd van meer dan 78.000 Britse kinderen, met moeders tussen de 13 en 57 jaar.

De onderzoekers verklaren de verschillen met het gegeven dat oudere moeders vaak meer opleiding genoten hebben, hogere inkomens hebben en vaker getrouwd zijn – factoren die van belang zijn voor het welzijn van kinderen.

(bron: bmj)


Verder lezen

Het gebruik van het speciale lettertype Dyslexie doet zijn intrede in kinderboeken.

Kinderboeken in dyslexie-lettertype

20 augustus 2012 | Reacties (0)

Uitgeverij Kluitman brengt volgende week vier kinderboeken uit in een speciale uitgave voor jonge lezers met dyslexie. Het gaat om drie boeken uit de reeks Koen Kampioen en het meisjesboek Floortje. De boeken zijn gezet in een speciaal lettertype, dat voor voor dyslectici makkelijker leesbaar uit.

Het gebruik van het speciale lettertype Dyslexie doet zijn intrede in kinderboeken.

Het Lettertype Dyslexie is door de Nederlandse ontwerper Christian Boer ontwikkeld om mensen met dyslexie makkelijker te laten lezen. De letters zijn zodanig ontworpen dat ze sneller worden herkend. Door het eigen karakter van de letters te verduidelijken, wordt verwisseling, draaien en spiegelen tegengegaan. Door de vorm van elke letter te benadrukken en bovendien meer ruimte aan te brengen tussen de woorden, ontstaat er minder verwarring tussen de afzonderlijke letters. “Dat geeft rust in je hoofd, omdat er geen puzzel opgelost hoeft te worden”, verklaarde Boer eerder in NRC Handelsblad. Voor nog meer duidelijkheid wordt er ook extra wit tussen de regels aangebracht.

In de Verenigde Staten zijn al meerdere kinderboeken gepubliceerd in dit lettertype. Eind juni had Lorena Veldhuijzen de Nederlandse primeur met haar boek Avonturen van Glas, dat zowel in een regulier letterype als in Dyslexie werd uitgegeven. Met de uitgave van de vier Kluitman-titels lijkt de opmars van het Dyslexie-kinderboek in Nederland definitief begonnen. De dyslexie-boeken van Kluitman zijn vanaf 27 augustus te koop.

Zo werkt het lettertype Dyslexie:

 

Verder lezen

Dik kind loopt risico op hart- en vaatziekten

Dik kind loopt risico op hart- en vaatziekten

25 juli 2012 | Reacties (0)

Kinderen die (veel) te dik zijn lopen een groter risico op hart-en vaaktziekten. Tweederde van de kinderen met extreem overgewicht heeft ook een te hoge bloeddruk of verkeerde suiker- of vetwaarden in het bloed; risicofactoren voor ziekte. Zelfs jonge kinderen tussen de twee en twaalf jaar heeft één of meer risicofactoren.

Zelfs jonge kinderen met ernstig overgewicht hebben al een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Dit blijkt uit onderzoek van Joana Kist, kinderarts en onderzoeker Jeugdgezondheidszorg aan de VU in Amsterdam. Zij heeft onderzoek gedaan naar extreem dikke kinderen in Nederland. De studie is uitgevoerd onder Nederlandse kinderartsen aangesloten bij het Nederlands Signalerings Centrum Kindergeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. De kinderartsen hebben bij alle kinderen met ernstige obesitas die de polikliniek van 2005 tot 2007 bezochten, geïnventariseerd of zij risicofactoren voor hart – en vaatziekten hadden.

Hoe dik is dik?

De kinderen waar het onderzoek naar heeft gekeken, waren niet ‘gewoon’ een beetje dik. Het ging om kinderen met ernstige obesita, verlijkbaar met een volwassene met een BMI van 35 of hoger.

Van 255 kinderen kregen de onderzoekers door de deelnemende kinderartsen alle cijfers toegestuurd. De uitkomsten waren duidelijk: bij tweederde van hen was er iets mis: te hoge bloeddruk, te hoog cholesterolgehalte, verhoogd bloedsuiker of zelfs al ‘ouderdomssuikerziekte’. Opvallend was dat ook de jongste kinderen (van twaalf jaar en jonger) in 62% van alle gevallen risicofactoren voor hart- en vaatziekten hadden.

Het hoge percentage dikke kinderen met risicofactoren voor hart- en vaatziekten onderstreept het belang van preventie van overgewicht en het toepassen van richtlijnen voor zo vroeg mogelijk begeleiden en behandelen van kinderen met overgewicht, zo stelt Kist. Zo kan de latere kans op hart- en vaatziekten worden verminderd.

De studie is gepubliceerd in het vooraanstaande Engelse kindergeneeskundig tijdschrift Archives of Disease in Childhood.

Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten