Leerproblemen

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

Klas niet de de dupe van zorgleerlingen

11 juni 2013 | Reacties (0)

Als je kind in een klas zit met veel zorgleerlingen, maak je je daar misschien zorgen over. Gaat de extra aandacht voor deze leerlingen niet ten koste van de kinderen die gewoon meekomen? Dat is niet het geval, zo blijkt uit onderzoek.

Leerkracht kan omgaan met verschillen

“Het lijkt erop dat leerkrachten goed in staat zijn om de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van beide groepen kinderen in één klas goed te begeleiden”, zeggen de onderzoekers van het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen. Het percentage leerlingen met speciale onderwijsbehoeften in een klas van het reguliere basisonderwijs heeft geen negatieve invloed op de prestaties van de andere leerlingen.

Uit schattingen van leerkrachten blijkt dat bijna een kwart van de kinderen in het reguliere basisonderwijs een zorgleerling is. Zorgleerlingen zijn kinderen met speciale onderwijsbehoeften, zoals kinderen met dyslexie, ADHD, een autistische stoornis of een verstandelijke beperking.

Meer zorgleerlingen in de klas door passend onderwijs

Het aantal zorgleerlingen in de klas zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen. Het is de bedoeling zorgleerlingen minder snel worden doorgestuurd naar het speciaal onderwijs. In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs, die in 2014 van kracht wordt, is namelijk vastgelegd dat schoolbesturen de plicht hebben om ‘een passende plek’ te zoeken voor kinderen die extra zorg of aandacht nodig hebben.

‘Zorgen van ouders zijn ongegrond’

“Veel ouders maken zich hier ongerust over”, zegt onderwijsonderzoeker dr. Jaap Roeleveld, een van de onderzoekers. “Ze vragen zich af of de reguliere leerlingen er onder zullen lijden als er meer zorgleerlingen in een klas terechtkomen. Maar uit ons onderzoek blijkt dat deze vrees ongegrond is.”

De onderzoekers tonen aan dat het aandeel zorgleerlingen in een groep de prestaties van de andere kinderen niet beïnvloedt. Zo scoren reguliere kinderen in een klas met 25 tot 50 procent zorgleerlingen net zo goed op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling als reguliere kinderen in een klas waar maar een paar procent van de leerlingen in de categorie zorgleerling valt. Roeleveld: “Het is een hele opgave voor leerkrachten om leerlingen met zo sterk uiteenlopende behoeften in één klas te hebben. Uit onze resultaten leiden we nu af dat leerkrachten dat toch heel goed aan kunnen.”

Over het onderzoek

De onderzoekers, verbonden aan het Kohnstamm Instituut in Amsterdam en het ITS in Nijmegen, vergeleken de prestaties van kinderen in klassen met verschillende percentages zorgleerlingen op verschillende scholen. Ze maakten daarbij gebruik van de meest recente gegevens uit het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar (COOL5-18) en het Cohort Onderzoek Onderwijsloopbanen onder leerlingen van 5 tot 18 jaar in het speciaal onderwijs (COOL Speciaal). Voor deze databestanden wordt de ontwikkeling gevolgd van enkele tienduizenden leerlingen tijdens hun schoolloopbaan door het primair en voortgezet (speciaal) onderwijs.

De studie is bedoeld als nulmeting. Aan de hand van deze eerste meting kan de komende jaren in kaart gebracht worden wat de effecten zijn van de invoering van de wet op het Passend Onderwijs.

Meer lezen over dit onderzoek? Klik hier


Verder lezen

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

28 maart 2013 | Reacties (1)

In de tweede helft van het schooljaar gaat – vooral in groep 3 en 4 – het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af. Hun zoon Kas (6) zit in groep 3. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo kregen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competatief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestresst van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken Kas erg in mij. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan? Thuisinonderwijs.nl ging te rade bij ouders, leerkrachten en andere deskundigen en zet een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt.

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

  • Oefen elke dag 10 minuten. Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.
    Thuis oefenen met lezen

    Maak elke dag tijd vrij om te oefenen met lezen, ook als het je eigenlijk niet zo goed uitkomt.

  • Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”
  • Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”
  • Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.
  • Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.
  • Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.
  • ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer onder de regel die wordt gelegd en de tekst eronder afdekt. Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen. Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  • Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle. Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”
  • Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.
  • Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.
  • Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.
  • Borden lezen langs de snelweg

    Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

    Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. “

  • Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.
  • Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.  Schrijver Roland Kalkman van het samenleesboek Poes in de klas legt hier uit hoe je zo’n samenleesboek het beste kunt gebruiken.


© Thuisinonderwijs.nl, 2012

Verder lezen

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

11 oktober 2012 | Reacties (3)

Speciaal voor kinderen die leren lezen zijn sinds kort via de iBookstore twee AVI-leesboekjes met geluid te koop. De tekst wordt langzaam voorgelezen met tussen elk woord en elke lettergreep een korte pauze. Dit is een heel nieuw soort e-boek, waar nog geen naam voor bestaat.  De makers noemen het een ‘meelees e-boek’.

De boekjes gaan over de twee vrienden Mus en Muis. Mus is vaak een beetje bang. Muis doet juist erg stoer. In Mus hijst het zeil (AVI start) gaan ze samen zeilen en kamperen en in Mus danst op het ijs (AVI M4) doen ze mee aan een wedstrijd kunstschaatsen op televisie. De onderwerpen zijn spannend en de verhalen zitten vol vaart en humor.

De boeken zijn geschreven door Rian Visser, die voor beginnende lezers bij uitgeverij Gottmer een serie leeskoffertjes uitbracht en ook voor de educatieve uitgeverij Zwijsen en uitgeverij Delubas eerste leesboekjes schrijft. De tekeningen zijn van Alex de Wolf (onder andere bekend van In een land hier ver vandaan en Lang geleden. De tekst wordt voorgelezen door Christine van Dreumel, logopediste en stemtherapeut.

Hoe werkt het?

De meeleesboeken zijn een tussenvorm tussen een voorgelezen boek en een boek om zelf te lezen. Het woord dat wordt uitgesproken, krijgt een andere kleur, zodat de jonge lezer de tekst goed kan volgen. Dat maakt ze zeer geschikt voor beginnende lezers of kinderen die moeite hebben met leren lezen, bijvoorbeeld door dyslexie.

Bekijk dit filmpje om te zien hoe het werkt:

Een manier om met deze boeken het lezen te oefenen is bijvoorbeeld door de pagina eerst te laten voorlezen (en meelezen) en de tekst daarna door je kind zelf te laten lezen, zonder ondersteuning van de voorleesstem. Kinderen die langzaam lezen, kunnen proberen de voorleesstem vóór te blijven, in een soort tempowedstrijdje.

Ervaringen van lezers en ouders

Thuisinonderwijs.nl heeft Mus hijst het zeil laten uitproberen door Tessa (6). Tessa zit in groep 3 en leert nu lezen. Ze is erg enthousiast over het meelees e-boek. “Het is fijn dat er iemand meeleest. Sommige woorden kon ik nog niet lezen, maar door het voorlezen kon ik die overslaan en toch verder gaan met het verhaal. Ik heb het boek wel drie keer gelezen. De laatste keer heb ik de mevrouw [die voorleest, red.] uitgezet, want toen kon ik het zelf wel.”

Ook de moeder van Tessa is positief over Mus hijst het zeil. “Tessa is op het moment heel erg bezig met boekjes en lezen. We halen ook boeken uit de bibliotheek, maar omdat ze nog niet veel kan lezen zijn die soms te moeilijk. Dan geeft ze het na één bladzijde op. Dit boekje was eigenlijk ook iets te moeilijk, maar doordat ze hulp kreeg van de voorleesstem, ging ze wel door.”

Mus danst op het ijs is voor ons getest door Camiel (7). Hij zit in groep 4, maar blijft met lezen nogal achter. “We moeten van de juf elke dag met Camiel oefenen met lezen”, vertelt zijn vader. “Dat doen we al sinds begin groep 3, maar het is een heel moeizaam proces. Hij vindt lezen echt niet leuk. We hebben best vaak strijd als hij moet oefenen met lezen. Met deze meeleesboeken kunnen wij iets meer op de achtergrond blijven. Dat is ter afwisseling best prettig. Toch kan hij er niet helemaal zelfstandig mee oefenen. Als we niet naast hem gingen zitten om hem te stimuleren echt mee te lezen, liet Camiel zich gewoon – lekker makkelijk – voorlezen.”


Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

18 september 2012 | Reacties (1)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Dan is het verstandig om hier thuis extra aandacht aan te besteden. Hoe je dat aanpakt, lees je hieronder.

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel sommige mensen menen dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – moet het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven niet worden onderschat. In veel beroepen wordt nog steeds veel met de hand geschreven (denk aan notulerende secretaresses, journalisten die aantekeningen maken, aannemers die maten moeten opschrijven); een goed handschrift is daarbij onontbeerlijk.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden vaak – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen”, … Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode 'Schrijven leer je zo' toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste techniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen. Niet voor niets behoren opmerkingen over een foute potlood-/pennengreep tot de meestgemaakte op het rapport of tijdens de tienminutengesprekken.

Voor sommmige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek is gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meederheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

 

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter ingesleten zijn, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de verzameling op de site van juf Anita, de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.


Verder lezen

(Foto: Flavio Takemoto)

Kind profiteert van goede band met de juf

3 september 2012 | Reacties (1)

Het nieuwe schooljaar betekent voor de meeste kinderen ook nieuwe juf of meester. Spannend! Is ze aardig, is hij streng? Dat je kind een goede band heeft met de leerkracht is belangrijk, zo blijkt uit promotieonderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam. Leerlingen zijn meer betrokken en presteren beter als ze een goede relatie hebben met de leerkracht. Vooral risicoleerlingen profiteren extra van een goede verstandhouding met de juf of meester.

(Foto: Flavio Takemoto)

Onderzoekster Debora Roorda bestudeerde het verband tussen de persoonlijke relatie tussen docent en kind en de betrokkenheid bij school en de schoolprestaties van het kind. Zij constateert dat leerlingen meer betrokken zijn en beter presteren als ze een goede relatie met hun docent hebben, vooral naarmate de leerlingen ouder zijn. Een persoonlijke relatie met de leerkracht is vooral belangrijk voor leerlingen met een lage sociaaleconomische status, leerlingen met leerproblemen en voor jongens. Volgens Roorda kunnen leerkrachten daar extra op inzetten: “Leerkrachten zouden bijvoorbeeld kunnen laten merken dat ze in de kinderen geïnteresseerd zijn en om hen geven. Daarnaast is het belangrijk dat leerkrachten ruimte laten voor de eigen inbreng van kinderen.”

Leerkrachten blijken echter minder vriendelijk en ondersteunend te zijn voor storende kinderen, terwijl deze kinderen zelf niet minder vriendelijk zijn voor de leerkracht. Daarnaast stellen leerkrachten zich dominanter op bij teruggetrokken kinderen, waardoor deze kinderen steeds passiever worden.

Negatieve relaties extra schadelijk op basisschool

Het verband tussen positieve, warme relaties en meer betrokkenheid en betere schoolprestaties is groter in het voortgezet onderwijs dan in het basisonderwijs. Voor kinderen op de basisschool geldt dat juist een negatieve, conflictvolle relatie tussen leerkracht en kind een sterker (negatief) effect heeft op de betrokkenheid en schoolprestaties. “De negatieve gevolgen van een slechte relatie in het basisonderwijs maken het des te belangrijker om vroeg in te grijpen als het tussen een docent en leerling niet lekker gaat”, stelt Roorda.

Interpersoonlijke vaardigheidstraining helpt

In het onderzoek kregen leerkrachten een interpersoonlijke vaardigheidstraining waarmee zij de relaties met teruggetrokken kinderen konden verbeteren. “De training had geen effect op de kinderen, maar wel op de leerkrachten”‘ aldus Roorda. “We constateerden dat leerkrachten na de training minder dominant werden. Dan ontstaat er meer ruimte voor eigen inbreng van het kind.”

Over het onderzoek:

Het promotieonderzoek ‘Leerkracht-kindrelaties en interactieprocessen: effecten op het leergedrag van leerlingen en wederkerige invloeden tussen leerkracht en kind’ is gefinancierd door de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek, een onderdeel van NWO, en is uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam. Naast literatuuronderzoek observeerde onderzoekster Debora Roorda de relatie tussen leerkrachten en leerlingen in de klas. Roorda promoveert 4 september aan de Universiteit van Amsterdam.


Verder lezen

Het gebruik van het speciale lettertype Dyslexie doet zijn intrede in kinderboeken.

Kinderboeken in dyslexie-lettertype

20 augustus 2012 | Reacties (0)

Uitgeverij Kluitman brengt volgende week vier kinderboeken uit in een speciale uitgave voor jonge lezers met dyslexie. Het gaat om drie boeken uit de reeks Koen Kampioen en het meisjesboek Floortje. De boeken zijn gezet in een speciaal lettertype, dat voor voor dyslectici makkelijker leesbaar uit.

Het gebruik van het speciale lettertype Dyslexie doet zijn intrede in kinderboeken.

Het Lettertype Dyslexie is door de Nederlandse ontwerper Christian Boer ontwikkeld om mensen met dyslexie makkelijker te laten lezen. De letters zijn zodanig ontworpen dat ze sneller worden herkend. Door het eigen karakter van de letters te verduidelijken, wordt verwisseling, draaien en spiegelen tegengegaan. Door de vorm van elke letter te benadrukken en bovendien meer ruimte aan te brengen tussen de woorden, ontstaat er minder verwarring tussen de afzonderlijke letters. “Dat geeft rust in je hoofd, omdat er geen puzzel opgelost hoeft te worden”, verklaarde Boer eerder in NRC Handelsblad. Voor nog meer duidelijkheid wordt er ook extra wit tussen de regels aangebracht.

In de Verenigde Staten zijn al meerdere kinderboeken gepubliceerd in dit lettertype. Eind juni had Lorena Veldhuijzen de Nederlandse primeur met haar boek Avonturen van Glas, dat zowel in een regulier letterype als in Dyslexie werd uitgegeven. Met de uitgave van de vier Kluitman-titels lijkt de opmars van het Dyslexie-kinderboek in Nederland definitief begonnen. De dyslexie-boeken van Kluitman zijn vanaf 27 augustus te koop.

Zo werkt het lettertype Dyslexie:

 

Verder lezen

Het kinds staat centraal.

Integrale zorg voor kind met ADHD én dyslexie

15 maart 2012 | Reacties (0)

Eénderde van de kinderen met ADHD heeft ook dyslexie. En andersom hebben dyslectische kinderen in 15 tot 20% van de gevallen ook ADHD. Behandelingen zijn vaak alléén gericht op ADHD of dyslexie. Een nieuw instituut, het Regionaal Instituut voor Ontwikkelingsproblemen (RIO), wil die kloof in de zorg dichten. Initiatiefnemer is de grootste dyslexiezorgverlener in Nederland: het Regionaal Instituut voor Dyslexie (RID).

‘Bij ADHD wel vergoeding dyslexiezorg mogelijk’

Adhd en dyslexie

Integrale aanpak ADHD én dyslexie. Directeur RIO: "We stellen het kind centraal. De zorg organiseren we daar dan wel omheen."

“Er wordt nog té vaak gedacht dat vergoede dyslexiezorg niet weggelegd is voor kinderen met ADHD. Dat is pertinent niet waar”, zegt directeur Remco Reij van het RIO. “Zoek op het internet of kinderen met ADHD in aanmerking komen voor vergoede dyslexiezorg en het antwoord is bijna altijd ‘nee’. Terwijl het antwoord veel genuanceerder is. Het gaat erom dat de ADHD geen invloed heeft op de dyslexiebehandeling. Kinderen met ADHD die onder behandeling zijn, kunnen wel degelijk in aanmerking komen voor vergoede zorg”, legt Reij uit.

Die behandeling bestaat volgens Reij niet uit het automatisch voorschrijven van medicijnen. “In de media – ook weer afgelopen weekend over voorschrijven van Ritalin aan kleuters – wordt de suggestie vaak gewekt dat alleen op die manier ADHD te behandelen is. Zo is het niet! Bij elk kind kijken we welke aanpak het beste past in de situatie thuis, op school en in contact met vriendjes.”

Snellere doorstroom van ADHD- naar dyslexiebehandeling

Het RIO borduurt voort op de jarenlange ervaring van het RID. De behandelaren van beide instituten onderhouden nauw contact met elkaar. Remco Reij: ‘We zien hier veel kinderen binnenkomen die waarschijnlijk dyslectisch zijn, maar door de ADHD nog niet terecht kunnen bij het RID. Zouden ze eerst naar een andere zorgverlener gaan, dan is het moeilijk te monitoren op welk moment een goede dyslexiebehandeling kan starten. Omdat wij heel korte lijnen met het RID hebben, kunnen kinderen veel sneller doorstromen.’

Kind centraal bij aanpak ontwikkelingsproblemen

De combinatie ADHD en dyslexie komt het vaakste voor. Daarnaast zijn er meer combinaties van problemen te noemen. Zoals faalangst en ADHD. Of dyslexie en somberheid. “Kinderen zijn nu eenmaal niet eendimensionaal”, zegt Remco Reij. “Er spelen bij kinderen met een ontwikkelingsprobleem vaak meerdere knelpunten. Heb je geen integrale benadering, dan blijft het kind er last van houden. We stellen samen met het RID het kind centraal. De zorg organiseren we daar dan wel omheen.”

“Je bent er vaak niet door één probleem aan te pakken en moet oog blijven houden voor het kind. Als het kind in zijn ontwikkeling wordt gehinderd door bijvoorbeeld faalangst, dan is het van belang om in te grijpen”, vertelt Reij. Voor kinderen met faalangst bieden beide vestigingen de faalangsttraining Je bibbers de baas.

De focus van het RIO ligt in eerste instantie op ADHD en aanverwante problematiek. “Ons belangrijkste doel is om kwaliteit te bieden. Ons zorgaanbod ontwikkelt zich naar andere terreinen als de praktijk daartoe aanleiding geeft.”

Meer info

Het RIO heeft momenteel twee vestigingen: een in Arnhem en een in Rotterdam. Voor meer informatie en contactgegevens: www.riozorg.nl


Verder lezen

Een woordenboek in app-formaat

Een woordenboek in app-formaat

10 februari 2012 | Reacties (0)

Een woordenboek speciaal voor kinderen, handig op de smartphone of tablet. Dat is wat Muiswerk Woordenboek te bieden heeft. In opzet bedoeld voor kinderen met taalgerelateerde problemen, maar in de praktijk ontzettend handig voor álle kinderen (en hun ouders).

Kinderen met taalachterstand

Muiswerk Woordenboek is een app ontwikkeld door Juffrouw Blom. Juffrouw Blom is geen echte juf, maar een digitale juffrouw die taalles (en rekenles) geeft aan leerlingen van de basisschool én van de middelbare school in Nederland en België. Juffrouw Blom levert computerprogramma’s voor thuisgebruik die kinderen helpen beter te worden in taal. De software van Juffrouw Blom is bijzonder geschikt voor kinderen met een ‘rugzak’, kinderen met een taalachterstand, dyslexie of andere taalgerelateerde leerproblemen. Ook veel Nederlandse kinderen die in het buitenland wonen maken er gebruik van. De aangeboden software is methode-onafhankelijk. Dit betekent dat de software aansluit bij alle gehanteerde lesmethodes.

Online woordenboek

Een van de populairste onderdelen van de Juffrouw Blom-software is het online woordenboek Muiswerk. Dit woordenboek bevat ruim 40.000 veelgebruikte woorden uit de Nederlandse taal en sinds kort ook als app beschikbaar. Van de meer dan 12.000 basiswoorden worden de verschillende betekenissen gegeven en per betekenis worden voorbeelden van het gebruik, synoniemen en tegenstellingen aangegeven. Meer dan 1.000 woorden zijn voorzien van een plaatje om de betekenis te ondersteunen. Bijzonder aan dit woordenboek is dat het ieder basiswoord uitgebreid en leesbaar omschrijft: woordsoort, uitspraak, alle betekenissen, voorbeelden, uitdrukkingen, vervoegingen en verbuigingen. Het neemt de tijd en de ruimte voor ieder woord en is daarmee een ideale toepassing voor kinderen. Begrijpen ze een woord in de omschrijving niet? Dan is het simpelweg een kwestie van doorklikken om ook daar de betekenis weer van te ontdekken.

Aanrader voor kinderen in de bovenbouw

Door zijn volledigheid en uitgebreidheid is deze app een regelrechte aanrader voor kinderen in de bovenbouw. Nieuwsgierige kinderen klikken zo een kwartiertje lukraak langs allerlei woorden die ze nog niet kennen of die ze al wel kennen maar waarvan ze de omschrijving willen lezen. “Het is ook leuk om op deze manier de betekenis van een woord op te zoeken”, reageerde een van de kinderen die app hebben uitgeprobeerd voor Thuisinonderwijs.nl, een leerling uit groep 8. “Ik heb dyslexie en vind lezen lastig. Normaal gesproken sla ik de woorden die ik niet ken maar een beetje over. Ik ga niet elke keer naar de boekenkast lopen om in het woordenboek te kijken. Nu kijk ik even op mijn iPod om het op te zoeken. Alleen jammer dat veel woorden er toch niet in staan.” Dat laatste klopt: aan het eind van groep 8 hebben Nederlandse kinderen een gemiddelde woordenschat van 17.000 woorden; het Muiswerk Woordenboek bevat 12.000 basiswoorden.

Voorlopig gratis

De app is te downloaden in de App Store en in Android Market. Het woordenboek is beschikbaar op de drie Apple-apparaten (iPhone, iPad en iPod) en op 741 verschillende Android-apparaten. De app is tot eind 2012 gratis te downloaden.

Verder lezen

Netjes schrijven met een vulpen is voor linkshandigen vaak moeilijk.

Leren schrijven voor linkshandigen

9 februari 2012 | Reacties (1)

Naar schatting acht tot dertien procent van alle mensen is linkshandig. Dat zijn in elke klas gemiddeld zo’n drie kinderen. Tot veertig, vijftig jaar geleden werden linkshandige kinderen gedwongen met rechts te schrijven. Soms met harde hand en vrijwel altijd met een belabberd handschrift als resultaat. Tegenwoordig weten we beter: ook linkshandigen kunnen vlot en netjes leren schrijven. Dat vereist echter wel een aangepaste techniek, speciale leermethoden én specifieke instructies.

Netjes schrijven met een vulpen is voor linkshandigen vaak moeilijk.

Links of rechts?

“Mijn zoon Tom van vier kleurt met links, maar houdt zijn prikpen juist in zijn rechterhand. Bij voetballen trapt hij afwisselen met links en met rechts. Is hij nou links, rechts of tweehandig”, vraagt Toms moeder Liny zich af. Het antwoord is: dat zal waarschijnlijk nog blijken. Linkshandigheid komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes: ruim tien procent jongens tegen ruim zes procent meisjes. Of een kind links- of rechtshandig is, kan pas rond het zesde levensjaar worden vastgesteld. Veel kinderen hebben als dreumes of peuter al een duidelijke voorkeur voor een bepaalde hand, maar sommigen blijven het afwisselen. Ook bij kleuters in groep 1 en 2 komt dit nog veel voor. Rond het zesde levensjaar is bij de meeste kinderen duidelijk of ze rechts- of linkshandig zijn. Een enkeling is met beide handen even vaardig.

Linkshandig schrijven: een andere techniek

“Met links schrijven is onmogelijk.” In de tijd van de kroontjespen, waarmee je ‘duwend’ schrijft, was dat eigenlijk nog waar ook. De punt van de pen bleef haken in het papier. Het papier raakte beschadigd, de inkt vlekte uit of gaf spetters als de pen weer losschoot.

Vooroordelen tegen linkshandig schrijven

De kroontjespen werd vervangen door moderner schrijfmateriaal, maar de vooroordelen tegen linkshandig schrijven bleven nog lange tijd bestaan. Weliswaar worden linkshandige kinderen al decennialang niet meer gedwongen met rechts te schrijven, lang bleef de gedachte dat schrijven voor linkshandigen eigenlijk een onmogelijke opgave is: “Linkshandigen schrijven met zo’n rare gehoekte hand en krampachtige vingers, de letters hellen dan weer naar links en dan weer naar rechts en er komen vieze inktvegen over de letters.”

Schrijfmethodes houden rekening met linkshandigheid

Het klopt: al deze zaken zijn problemen die zich voordoen bij linkshandigen. Maar niet omdat ze links zijn, maar omdat ze als linkshandige moeten schrijven op een rechtshandige manier. En dat werkt niet. Gelukkig is dat besef tegenwoordig op alle scholen en in alle leermethoden doorgedrongen. Vrijwel alle schrijfmethodes hebben een linkshandige versie, met aangepaste oefenschriften en werkbladen. Leerkrachten weten hoe ze kinderen die links zijn moeten begeleiden bij het leren schrijven. En er zijn speciale pennen voor linkshandigen te koop die inspelen op de specifieke linkshandige schrijfbeweging.

Tips om je kind te helpen

  • Is je kind linkshandig, dwing het dan niet om met de andere hand te schrijven. Dit gaat tegen zijn of haar motorische ontwikkeling in.
  • Vraag op school of er speciale pennen/potloden voor linkshandigen worden verstrekt. Is dit niet het geval, koop dan het dan zelf.
  • Zorg dat je kind ook thuis beschikt over schrijfwaar voor linkshandigen. Koop ook een linkshandige schaar.
  • Linkshandigen schrijven in een andere houding en laten hun letters in een andere richting hellen; probeer dit niet te corrigeren naar een rechtshandig handschrift.
  • Kinderen die links zijn moeten hun pen of potlood iets hoger vasthouden dan rechtshandigen. Zo kunnen ze zien wat ze doen.
  • Voor linkshandige kinderen geldt misschien nog wel meer dan voor rechtshandige kinderen dat veel oefenen helpt om het handschrift te verbeteren en de schrijfbeweging te oefenen. Jammer genoeg zijn de meeste werkbladen met schrijfpatronen ingericht op rechtshandigen. Voor linkshandigen staat het voorbeeld bij voorkeur aan de rechterkant (anders ligt er een arm overheen), zoals op de werkbladen op deze Amerikaanse site.

 

Verder lezen

Kinderbedtijd, hoe laat is dat eigenlijk?

Kinderbedtijd, hoe laat is dat eigenlijk?

27 januari 2012 | Reacties (2)

Slaaptekort bij kinderen kan lijden tot slechte schoolprestaties en meer kans op ongelukken door concentratieproblemen overdag. Niet voor niets noemden leerkrachten in een onderzoek als belangrijkste opvoedkundige taak van ouders dat ze hun kinderen op tijd naar bed sturen. Kinderbedtijd! Maar hoe laat is dat eigenlijk? Enkele richtlijnen om te bepalen hoe laat je kind naar bed moet.

Waarom slapen zo belangrijk is voor kinderen

Kinderen die niet voldoende slaap krijgen, voelen zich moe of futloos. Ze kunnen niet goed meer denken en hebben concentratieproblemen op school. Dat gaat ten koste van hun schoolprestaties. Ze maken ruzie met vriendjes of vriendinnetjes over futiliteiten, zijn agressiever of zijn thuis niet te genieten. Ook hun sportprestaties lijden onder slaapgebrek, omdat een slaaptekort de reactiesnelheid nadelig beïnvloedt.

Maar er is nog een andere regel om erop toe te zien dat kinderen voldoende slaap krijgen. Kinderen die te weinig slaap krijgen, groeien minder goed. Tijdens het slapen maakt de hypofyse een groeihormoon aan. Slaapwetenschappers geloven dat te weinig slaap het immuumsysteem beïnvloedt, waardoor een kind minder snel groeit.

Depressie, neurose, overgewicht, lager IQ en hoge bloeddruk…

Wetenschappelijk onderzoek heeft nog meer gevolgen van te weinig slaap bij kinderen naar voren gebracht. En dat zijn niet de minste aandoeningen:

  • Bij kinderen met depressieve klachten blijkt ruim 70 procent een slaapstoornis te hebben, zo meldde het vakblad SLEEP.
  • Kinderen met slaapproblemen hebben veel kans op neuroses, schreven Taiwanese wetenschappers in hetzelfde blad.
  • Amerikaanse onderzoekers rapporteerden in het tijdschrift Child Development dat een uur extra slaap de kans op overgewicht bij kinderen met een zesde vermindert.
  • In hetzelfde blad werd eerder geconstateerd dat kinderen met slapeloosheid gemiddeld weinig zelfvertrouwen hebben.
  • Kinderen die slecht slapen en bovendien snurken, lopen extra risico’s. Zo menen onderzoekers van de Amerikaanse Universiteit van Virginia dat hun IQ een stuk lager is, vergelijkbaar met dat van kinderen die loodvergiftiging hebben opgelopen.
  • Anderen leggen een verband tussen slaapstoornissen en hoge bloeddruk.

Veel kinderen hebben een chronisch slaaptekort

Twee op de drie kinderen jonger dan 13 jaar kampen met slaaptekort, meldden onderzoekers aan de VUB eind 2007. In dezelfde periode bleek uit een enquête aan de KU Leuven dat één op drie tieners tussen 13 en 17 jaar te weinig slaapt. Laat televisiekijken, niet naar bed willen, gamen, chatten en sms’en leiden meer en meer tot chronische vermoeidheid. Maar liefst 62% van de tieners ligt ’s avonds laat of zelfs ’s nachts nog te bellen of te sms’en in bed, zo blijkt nog uit de Leuvense enquête.

Hoeveel slaap heeft een kind nodig?

De meeste kinderen tussen de 5 en 12 jaar slapen gemiddeld 9,5 uur per nacht. In Nederland geldt een advies van 10 tot 11 uur slaap per nacht (kleuters tussen 11 en 13 uur). Tot voor kort werd ervan uitgegaan dat 13- en 14 -jarigen nog zo’n 9 uur slaap nodig hebben, 16-jarigen acht uur moeten slapen en dat kinderen pas rond hun 18e toe kunnen met zeven uur slaap per nacht.

Recent onderzoek (januari 2012) heeft echter aangetoond dat te lang slapen voor pubers ook niet goed is. Zo presteren kinderen tussen de 10 en 12 jaar bijvoorbeeld optimaal na 9 tot 9,5 uur slaap. Van 12 tot 16 jaar zijn ze het best af met 8 tot 8,5 uur slaap, terwijl de schoolresultaten van 16- tot 18-jarigen juist weer het best blijken na ongeveer 7 uur slaap.

Volgens hoofdonderzoeker Eric Eide komt extra slaaptijd de prestaties en productiviteit van een kind niet ten goede. Hij benadrukt echter dat minder dan 7 uur slapen evenmin goed is. Ander onderzoek heeft zelfs aangetoond dat systematisch te weinig slapen de levensverwachting met enkele jaren bekort. “De gegevens laten zien dat 7 uur slaap simpelweg optimaal is voor kinderen van die leeftijd”, stelt Eide.

Wat is een normale bedtijd op welke leeftijd?

  • 4-6 jaar: 18.30-19.15 uur;
  • 7-8 jaar: 19.30-20.00 uur;
  • 9-10 jaar: 20.00-20.30 uur;
  • 11-12  jaar: 21.00 uur
  • 12-13 jaar: 21.00-21.30 uur;
  • 14-15 jaar: 21.30-22.00 uur.

Een veelgebruikt advies is:

Een kind van 6 jaar gaat om 19.00 uur naar bed. Per verjaardag wordt de bedtijd 15 tot 20 minuten later.

Het belang van regelmaat en een strak regime

Verruit de meeste slaapproblemen worden veroorzaakt door een verkeerde pedagogische aanpak. In veel gevallen ontbreekt een]vast ritme wanneer een kind naar bed moet, stellen psychologen gespecialiseerd in slaapproblematiek.  Een kind tot tien jaar heeft tien uur slaap nodig, moet eigenlijk iedere dag op hetzelfde tijdstip naar bed en op eenzelfde tijd opstaan (ook in het weekend!) en moet het ’s avonds een uur voor bedtijd rustiger aan doen.

Sommige ouders proberen wel een vast bedtijdstramien te hanteren, maar zijn daarin lang niet altijd niet volhardend
genoeg. Volhouden helpt! Volg elke avond het vaste bedritueel. Instoppen, praatje of verhaaltje, dikke knuffel, licht uit. Taboe: mobieltje, spelcomputer of laptop in bed. Weg ermee!

Treed op! Ouders die alles goed vinden, hebben vaker kinderen met slaapproblemen dan ouders die duidelijke regels stellen en handhaven, zo wijst onderzoek uit.

De (ontregelde) biologische klok van pubers

Veel kinderen krijgen in de puberteit slaapproblemen. Bij meisjes vanaf een jaar of 10 à 11. Bij jongens als ze 12 of 13 zijn. Op die leeftijd gaan ze toewerken naar een volwassen slaappatroon. Het aantal uren dat ze slapen wordt minder en het slaapblok verschuift naar achteren in de tijd. Dat gebeurt in een vrij korte periode. Het blok gaat als het ware met een ruk naar achteren. Dat is het moment waarop thuis ruzies ontstaan over het naar bed gaan. Je dochter slaapt niet meer voor enen en dat is ingewikkeld omdat ze wel om 7.00 uur moet opstaan om op tijd op school te zijn. Ze raakt vermoeid. Het is een proces dat elke tiener doormaakt.

Bij veruit de meesten pubers verschuift de biologische klok in twee maanden vanzelf naar een acceptabele bedtijd. Bij 2 à 3 procent van de pubers gebeurt dat niet. Hun biologische klok staat fout ten opzichte van wat gewenst is.

Het zijn de kinderen die op een proefwerk in de eerste drie uur steevast een 3 scoren. Als het om half twaalf wordt gemaakt haalt hetzelfde kind met gemak een 8.

Het kan ook ingrijpender. Kinderen die op basis van de cito-toets naar het vwo kunnen, maar uiteindelijk op het vmbo in de derde klas stranden. Zij kunnen hun ogen letterlijk niet meer openhouden overdag, en leven eigenlijk met een permanente jetlag. Bij die groep moet de biologische klok worden bijgesteld. Dat kan, maar niet zonder specialistische hulp. Om de klok op z’n plaats te zetten moet worden gemeten hoe die is afgesteld. Dat gebeurt in een slaapkliniek.

Kinderbedtijd: in veel culturen een onbekend fenomeen

Dat voldoende slaap belangrijk is voor kinderen, daar zijn wetenschappers en ouders het wereldwijd wel over eens. Opmerkelijk genoeg is het fenomeen kinderbedtijd echter typisch Nederlands.  In veel andere culturen gaan kinderen pas naar bed als ze moe zijn. Kinderprogramma’s worden in deze landen ook uitgezonden tot middernacht, en het is er niet ongewoon om ‘s avonds laat op straat ouders met kleine kinderen te zien. Een belangrijke kanttekening hierbij is wel dat het doen van een middagdutje of langdurige siësta in veel landen volkomen normaal is. Op die manier komen kinderen toch aan voldoende uren slaap per etmaal.


Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten