Ouders en school

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

12 april 2017 | Reacties (0)

Wil je je kind de beste kansen geven? Kijk dan goed uit de bij de keuze van een basisschool. De kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse basisscholen zijn enorm. Ook als het gaat om scholen in dezelfde wijk en met vergelijkbare leerlingpopulaties. Leerlingen met dezelfde talenten kunnen op de ene school tot wel twee schoolniveaus lager uitkomen op de centrale eindtoets dan op een andere school. Dat concludeert in de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse publicatie De staat van het onderwijs.

‘Er gaat veel talent verloren’

Vorig jaar waarschuwde de inspectie voor kansongelijkheid voor kinderen van laagopgeleide ouders. Daarin is inmiddels al verbetering te zien, maar nu blijkt dus dat ook de schoolkeuze grote kansongelijkheid met zich meebrengt. “Nederland is koploper schoolverschillen”, zegt Monique Vogelzang, Inspecteur-generaal van het Onderwijs. “Het blijkt voor je kansen enorm uit te maken op welke school je zit. Het kan goed uitpakken of je kunt pech hebben. Er gaat veel talent verloren.”

De basiskwaliteit is op de meeste scholen wel aanwezig, maar het gaat volgens Vogelzang om ‘de onzichtbare kwaliteit boven de minimumnorm’ die het verschil maakt. “Bij succesvolle scholen staat het steeds willen verbeteren bovenaan. De leerkrachten gaan bij collega’s kijken in de les en zijn niet bang om feedback te geven. Of ze lopen stage op een andere school. Gerichte steun van het schoolbestuur en de overheid speelt hierbij een belangrijke rol.’

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn overal in Nederland

De kwaliteitsverschillen tussen scholen treden op bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land, concludeert de inspectie. Van kleine basisscholen op het platteland tot gymnasia in de Randstad, van grote vmbo’s tot hogescholen en universiteiten.

Door de bank genomen is het niveau van het onderwijs in Nederland volgens de inspectie nog steeds goed. “De gemiddelde prestaties zijn hoog, maar stabiel of dalend. Dit komt doordat onze top smaller wordt: het aantal leerlingen dat goed presteert is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen.”

‘Scholen moeten beter nadeken hoe ze hun geld besteden’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich ‘grote zorgen’ over de verschillen. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, laten ze in een schriftelijke reactie weten.

Bussemaker waarschuwt scholen dat ze hun budgetten niet ‘mechanisch’ moeten verdelen zonder na te denken over waar de grootste problemen zitten. “De grote vrijheid die scholen hebben, betekent ook dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben.”

‘Niets-aan-de-hand-scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker zegt in een reactie dat de Onderwijsinspectie met dit rapport de mythe doorprikt dat ‘de scholen in Nederland allemaal wat kwaliteit betreft wel hetzelfde zijn’. “Het laat zien dat het wel degelijk uitmaakt naar welke school je je kind stuurt.” Vooral op ‘niets-aan-de-hand-scholen’ valt volgens hem veel winst te behalen. Dit zijn scholen die de minimumnormen vrij probleemloos halen, maar niet zich inspannen om een hoger niveau te bereiken.

Dekker wijst erop dat met gerichte keuzes scholen in vrij korte tijd hun kwaliteit enorm kunnen verbeteren. Zwakke en zeer zwakke scholen slagen er doorgaans binnen een of enkele jaren om een goede of zelfs een excellente school te worden. “De programma’s die we hebben ingesteld voor zwakke scholen, de vliegende brigades die deze scholen bijstaan, gaan we nu ook beschikbaar stellen voor de middelmaat”, kondigt hij Dekker aan. Maar scholen moeten daar niet op gaan zitten wachten, zo waarschuwt hij. “Wees niet te snel tevreden met hoe het nu gaat.”

 

 

Verder lezen

Ouders willen liever helpen op inhoud

Ouders willen liever helpen op inhoud

12 april 2017 | Reacties (0)

Ouders willen best helpen op school, maar ze leveren liever een inhoudelijke bijdrage dan dat ze luizenpluizen, lokalen schoonmaken of als chauffeur meegaan met klassenuitjes. Dat blijkt uit een enquête die is afgenomen door Ouders en Onderwijs, de belangenorganisatie van ouders binnen onderwijsinstellingen. De hartekreet van ouders, gericht aan scholen: ‘Benut de expertise van ouders, die voor het grijpen ligt.’

1100 ouders vulden de enquête in en zo’n 250 ouders ging ook nog eens met met elkaar in gesprek gegaan over vijf thema’s: ouderbijdrage, privacy, schooltijden en vakanties, pesten en overgangen binnen en tussen scholen. Ouders en Onderwijs heeft de resultaten weergegeven in het online magazine de Staat van de Ouder, dat door iedereen te raadplegen is.

Ouders helpen graag

Uit de enquête blijkt dat 80 procent van de ouders tevreden is met de eigen deelname aan activiteiten. Meer dan de helft van de ouders vindt het ‘normaal’ om op school te helpen, het hoort erbij. Ze doen het ook omdat ze het leuk vinden, zegt bijna de helft van de ouders in het basisonderwijs, al wordt er wel geklaagd dat het ‘altijd dezelfde ouders zijn die meehelpen’.

Vrijwillige ouderbijdrage voelt als verplichting

De ouderbijdrage in het onderwijs is vrijwillig, maar driekwart van de ouders voelt zich verplicht om te betalen. Het jaarlijkse bedrag dat per kind aan ouders wordt gevraagd varieert van 35 tot 135o euro per jaar. Vooral op speciale scholen, scholen voor hoogbegaafden of vrije scholen kunnen de bedragen oplopen. Er is veel sociale controle en wie (nog) niet betaald heeft kan daar op het schoolplein op aangesproken worden en krijgt diverse mails om aan de ‘vrijwillige’ bijdrage te helpen herinneren. Veertig procent van de ouders geeft aan niet te weten waarvoor de ouderbijdrage precies wordt bedoeld.

Overgang naar middelbare school bezorgd ouders hoofdpijn

Over één ding zijn eigenlijk alle ouders het wel eens: de overgang van groep 8 naar de middelbare school is iets wat je als ouder uit de slaap houdt en hoofdpijn bezorgt. De ondervraagde ouders geven aan dat ze nauwelijk een idee hebben hoe precies het schooladvies tot stand komt. Ouders willen beter begeleid en geïnformeerd worden in het proces van het schooladvies. Bovendien geven ze aan dat ze activer betrokken willen worden in de totstandkoming van het advies. Welke rol de verplichte eindtoets in groep 8 precies speelt, is veel ouders ook niet duidelijk.

In ons gratis boekje Alles over de eindtoets kun je meer lezen het schooladvies, de eindtoets en wat er wordt gedaan met de uitslag van de eindtoets in groep 8.

Schooltijden, pesten en nog veel meer

Neem vooral de tijd om de Staat van de Ouder eens rustig door te lezen. Het is geen saai rapport, maar een prettig leesbaar online magazine. Interessante onderwerpen zijn bevoorbeeld ook de hoofdstukken over schooltijden en vakanties en de aanpak van pesten.

 

 

 

 

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

6 april 2017 | Reacties (11)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Langdurig ziek, toch onderwijs

Langdurig ziek, toch onderwijs

23 maart 2017 | Reacties (0)

De meeste ouders krijgen er gelukkig nooit mee te maken. Maar soms worden kinderen ernstig ziek of krijgen ze een ongeluk waardoor ze langere tijd in het ziekenhuis moeten blijven. Naar school gaan lukt dan niet, maar toch houdt je kind recht op onderwijs. In onderling overleg wordt bekeken wat mogelijk is en wat wenselijk is. Voor ernstige zieke kinderen is het vaak fijn om met school bezig te zijn. Het is hun lijntje met hun gezonde, normale leven en met hun vriendjes en vriendinnetjes in de klas.

De basisschool kan hierbij samenwerken met speciale consulenten, die werken bij een onderwijsadviesbureau of bij een van de zeven universitaire ziekenhuizen. Deze consulenten zijn verenigd in het landelijk netwerk ‘Ziek zijn en Onderwijs (Ziezon). Een onderwijsconsulent wordt meestal ingeschakeld door de school, maar dit kan ook door ouders/leerling. Kijk voor meer informatie op de website van het Landelijk Netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.

Dankzij moderne technologie is het tegenwoordig voor zieke kinderen veel gemakkelijker om in contact te blijven met hun klas dan vroeger. Ze kunnen vanuit hun ziekenhuisbed meekijken naar de rekenuitleg via een webcam, of een beurt krijgen via een Skype-verbinding.

Ook is er speciale ict-apparatuur waarmee zieke leerlingen zo veel mogelijk ‘in de klas’ zijn, ook al zijn ze fysiek elders. Je kind zit dan thuis achter een computer, maar is op beeldscherm levensgroot aanwezig in de klas. Daardoor kan je kind zelfs gewoon werken in groepjes en oogcontact hebben met klasgenoten en de leerkracht. Zie www.webchair.com en www.klassecontact.nl. De laatste ken je misschien wel uit het reclamespotje van KPN, dat Klassecontact in 2013 heeft overgenomen als maatschappelijk project:

 

Verder lezen

Goede cijfers, tegenvallende Cito's

Goede cijfers, tegenvallende Cito’s

8 februari 2017 | Reacties (1)

Het komt geregeld voor dat kinderen die normaal gesproken hoge cijfers halen slechts matig scoren op Cito-toetsen. Ouders begrijpen vaak niet hoe dat kan – en scholen leggen het ook lang niet altijd goed uit. Toch laat het verschijnsel zich wel verklaren, al zal de exacte oorzaak per kind verschillen.

Cito-toetsen zijn anders dan methodetoetsen

De normale cijfers krijgt je kind voor de reguliere toetsen die horen bij de lesmethode, de zogeheten methodetoetsen. Deze methodetoetsen zijn bedoeld om te controleren of de leerlingen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het is dus moeilijker om een hoge Cito-score te halen dan een goed cijfer op een methodetoets.

De methodegebonden toetsen sluiten bovendien naadloos aan op de lesstof. Er worden precies díe kennis en vaardigheden getoetst die je kind in de weken eraan voorafgaand uitgelegd heeft gekregen en intensief heeft geoefend. Deze informatie en kennis ligt dus nog vers in het geheugen. Cito-toetsen worden eens per halfjaar gehouden. Daardoor kan sommige kennis wat zijn weggezakt. Soms komen er ook dingen aan de orde die je kind helemaal nog niet heeft geleerd in de klas; de Cito-toetsen lopen niet altijd helemaal parallel aan het aanbod in de lesmethodes.

margequote blauwDaarnaast kan de vraagstelling in Cito-toetsen de score beïnvloeden. Zo’n toets ziet er anders uit dan wat je kind gewend is en de leerlingen moeten zelf bedenken welke oplossingsstrategie ze moeten gebruiken. Dat is soms best lastig!

Faalangste en stress

Soms ligt de oorzaak van zo’n verschil in scores bij de leerlingen, of bij de manier waarop die Cito-toetsen ervaart. Faalangst kan een rol spelen, als er te veel nadruk wordt gelegd op het belang van de Cito-toets. Was Cito-stress in het verleden nog vooral een woord dat in verband werd gebracht met de Cito-eindtoets in groep 8, steeds vaker duikt het begrip nu ook op in de lagere groepen. Scholen moeten de toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem elk jaar verplicht aanleveren bij de Onderwijsinspectie. Die controleert nauwlettend of het niveau schoolbreed aan de verwachtingen voldoet. Dit legt druk op scholen om te zorgen voor goede Cito-scores.

Nu de uitslag van de eindtoets in groep 8 niet meer meetelt voor het schooladvies, wordt er op nogal wat scholen nadrukkelijker gekeken naar de scores uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 bij de vaststelling van het schooladvies. Probeer als ouder te voorkomen dat je daarvan in de stress schiet. Dat is het wel het laatste waar je kind bij gebaat is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie is gebleken dat de Cito-scores uit het leerlingvolgsysteem een heel goede voorspeller zijn voor het niveau van voortgezet onderwijs dat kinderen aankunnen.

Of andersom: slechte cijfers, hoge Cito’s

Sommige leerlingen maken hun methodetoetsen maar matig, maar scoren ineens in de hoogste schaal tijdens Cito-toetsen. Dat kan het gevolg zijn van een slechte werkhouding: je kind heeft niet zo’n zin om zich erg in te spannen of interesseert zich maar matig voor het schoolvak en doet op gewone toetsen niet bijzonder zijn best. Maar een Cito-toets is anders, belangrijker en interessanter. Daar gaat hij wel even voor zitten. Het kan ook zijn dat de leerling onderpresteert: de normale stof is te gemakkelijk en biedt geen uitdaging, maar bij de moeilijkere vragen in de Cito-toets leeft hij op.

Wat de oorzaak ook is van opvallende verschillen tussen de gewone toetsen en de Cito-toetsen, voor de leerkracht moet zo’n verschil altijd een signaal zijn om precies na te gaan wat er aan de hand is. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Of alleen bij heel grote verschillen. Of alleen bij leerlingen die helemaal aan de onderkant of helemaal aan de bovenkant van de schaal zitten.

Als je vindt dat de leerkracht de toetsresultaten onvoldoende kan verklaren of te veel blijft hangen in algemeenheden, laat je dan niet te snel met een kluitje in het riet sturen. Vraag of de leerkracht of intern begeleider er nogmaals naar wil kijken en spreek af om er op een later tijdstip op terug te komen. Uiteindelijk is dat de winst van een leerlingvolgsysteem: dat leerkracht en ouders samen de uitslagen bekijken en samen bepalen hoe het gaat met het kind en of er wat extra’s gedaan moet worden.

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

6 februari 2017 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

12 januari 2017 | Reacties (0)

Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt? Duizenden ouders van kinderen in groep 8 staan voor die vraag. Volg deze vijf stappen om tot een goede keuze te komen.

Stap 1: Welke scholen zijn er eigenlijk?

Waarschijnlijk heb je wel een aardig idee van de scholen die er in de buurt zijn. Als het goed is, heb je van de basisschool inmiddels een voorlopig schooladvies ontvangen. Je weet dus naar welk schoolniveau je kind waarschijnlijk zal gaan. Ga na op welke scholen je kind terecht kan. Beperk je niet tot scholen dicht in de buurt, maar kijk ook eens wat verder. Bekijk de websites en probeer te achterhalen waarin de scholen van elkaar verschillen.

Stap 2: Ga naar de open dagen

Ja duh… dat had zelf ook al wel bedacht. Vrijwel alle ouders en kinderen maken gebruik van de mogelijkheid die scholen in het voortgezet onderwijs bieden om open dagen bezoeken. Maar veel gezinnen laten ook kansen liggen en dat is jammer.

Wanneer zijn de open dagen?

Op de website VO-gids vind je een handige opendagenplanner. Je voert in in welke periode je open dagen wilt bezoeken, tot welke afstand je wilt zoeken en welk soort onderwijs je interesse heeft. De planner geeft dan een overzicht van alle open dagen die aan je selectiecriteria voldoen. Verder biedt deze website, die hoort bij de gratis VO Gids die vrijwel alle leerlingen van groep 8 via school ontvangen, ook een schat aan informatie over het voortgezet onderwijs en het uitzoeken van een middelbare school.

Ga niet alleen naar de school of scholen waar jij en je kind wel wat voor voelen, maar bezoek ook scholen waarvan je op voorhand denkt dat ze niet aanmerking komen. Tijdens een open dag kun je ontdekken dat zo’n school veel beter bij je kind past dan je had gedacht. Of kom je erachter dat er wel meer kinderen zijn die ver moeten reizen.

Had je het bij het goede eind en is zo’n school inderdaad niet geschikt, dan heb je jouw vermoedens bevestigd gekregen. Ook dat is wat waard bij zo’n ingewikkelde keuze als de schoolkeuze.

Stap 3: Ontdek wat ze je niet vertellen

Open dagen zijn één grote PR-machine voor middelbare scholen. De school wordt blinkend opgepoetst, in de toiletten wordt extra sterke luchtverfrisser gespoten en het onderwijs is er altijd fan-tas-tisch! In alle opwinding over deze nieuwe fase in het leven je kind, kun je je soms wat al te naïef laten overtuigen door prachtige brochures en inspirerende verhalen van docenten.

Koester echter ook een gezonde dosis achterdocht. Want er is altijd iets wat ze je niet vertellen. Hoe je daarachter komt? Heel simpel: vraag ernaar. Knoop eens een informeel gesprekje aan met de leraar die het praatje houdt. Vraag bijvoorbeeld waarom juist hij of zij op deze open dag is. Het levert vaak verrassende antwoorden en inzichten op.

Nog beter: vraag het de leerlingen. Bij elke open dag zijn leerlingen aanwezig. Dat is natuurlijk een mooi visitekaartje voor de school: jongelui die hun school zó leuk vinden dat ze er graag hun vrije middag of avond voor opofferen. Graag? Of omdat er iets mee te verdienen viel? Op veel scholen worden leerlingen voor hun aanwezigheid beloond met vrije dagen of een bioscoopbon. Als je dat weet, bekijk je ze toch anders.

Vraag de leerlingen eens waarom ze meehelpen. En praat dan niet alleen met die vrolijke extraverte meisjes, maar schiet ook eens een paar van die landerige puberjongens aan. Dan hoor je geheid dingen die je nog niet had gehoord. Dat de wc’s normaal altijd enorm stinken bijvoorbeeld. Dat de school helemaal niet helpt met leren plannen, zoals zojuist in dat mooie praatje werd verteld. En dat het wel leuk is dat iedereen op een laptop werkt, maar dat er veel te weinig stopcontacten zijn om computers op te laden en dat de wifi om de haverklap uitvalt.

Ken je kinderen die al langer op deze school zitten? Vraag dan ook aan hen en aan hun ouders wat er bevalt en wat er niet bevalt. Op die manier krijg je een realistischer beeld dan wat je tijdens de open dag te zien krijgt.

O ja, check ook even de site van de Onderwijsinspectie. Daarop kun je precies zien hoe de school presteert.

Stap 4: Zet een streep door vriendschappen

Niet letterlijk natuurlijk, maar wel op je lijstje met criteria. Kinderen zijn nogal eens geneigd om af te gaan op de keuze van vriendjes en vriendinnetjes. Ouders ook trouwens. Het lijkt zo fijn als je kind niet helemaal alleen die stap naar een nieuwe school moet maken. En dat is het ook wel. Maar laat je daar niet door leiden bij de keuze.

Eenmaal in de brugklas verandert de dynamiek razendsnel. Basisschoolvriendschappen kunnen in no time verwateren en nieuwe vriendschappen ontstaan snel. Tenslotte is je kind niet de enige die in een nieuwe situatie terechtkomt.

Natuurlijk zijn er best vriendschappen die moeiteloos doorlopen na de basisschool. Maar het is niet slim om keuze af te stemmen op anderen. Het draait om jóuw kid. Als de vriendschap echt zo sterk is, blijft die ook wel bestaan als de kinderen op verschillende scholen zitten.

Oudere broers of zussen? Die kun je ook wegstrepen. Ieder kind is anders en de school die bij het ene kind past, hoeft niet ook de beste school te zijn voor het andere kind in een gezin. Bij de basisschool is het om praktische redenen handig om op dezelfde school zitten, maar nu je kind lekker zelfstandig naar school gaat, vervalt die noodzaak.

Alleen als je op de grens van twee schoolregio’s woont, moet je opletten. De vakantieplanning wordt behoorlijk ingewikkeld als je kinderen in verschillende regio’s op school zitten en dus in verschillende weken vakantie hebben.

Stap 5: Luister naar je kind

Niet voor niets begon dit artikel met de zin: Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt. Want dat is waar het allemaal om draait. Dat weten we wel. En dat zeggen we ook. Hardop. Maar diep van binnen laten ouders zich soms toch door andere dingen leiden. Jij niet, natuurijk. (Maar lees voor de zekerheid toch maar even door.)

Wees eerlijk: vind je die ene school zo leuk omdat hij je doet denken aan jouw middelbare school? Of omdat het onderwijs zó leuk lijkt dat je er zelf haast wel naartoe zou willen? Omdat het een school met aanzien is, waarover je trots kunt vertellen? Of zie jij in deze school dé school die jouw kind het onderwijs kan bieden dat bij hem of haar past, in een sfeer waarin je zoon of dochter zich lekker zal voelen? Realiseer je dat het je kind is dat de komende vier tot zes jaar vijf dagen per week op deze school moet doorbrengen. Niet jij.

Observeer je kind tijdens open dagen. ‘Proef’ hoe hij of zij zich voelt. Praat erover. En luister. Je zult ontdekken dat jullie samen al snel tot dezelfde shortlist komen. Geef je kind ruimte om te kiezen. Het is verbazingwekkend hoe ‘volwassen’ kinderen in groep 8 tot een verstandige en goede keuze kunnen komen.

Verder lezen

10 Goede voornemens voor ouders

10 Goede voornemens voor ouders

2 januari 2017 | Reacties (0)

2017 is begonnen. Heb jij goede voornemens? Een paar kilo afvallen, gezonder leven… Thuisinonderwijs.nl heeft tien goede voornemens op een rijtje gezet speciaal voor ouders met schoolgaande kinderen.

1   Weg met de ochtendstress

  • Leg ’s avonds al spullen klaar en sta een kwartiertje eerder op
  • Gebruik een checklist om niets te vergeten
  • Zorg dat iedereen een goed ontbijt eet

gezonde lunch 2   Vul de broodtrommel met een gezonde lunch

  • Kies voor fruit en groente. Het Voedingscentrum geeft tips
  • Stop wat liefde in de broodtrommel met een leuk briefje. Schrijf ze zelf of download kant-en-klare broodtrommelbriefjes

3   Stimuleer zelfstandigheid

  • Kinderen kunnen meer zelf doen dan je denkt, dus stop met pamperen!
  • Geef je kind eenvoudige taken in huis

Leukedingen doen4   Gun je kind én jezelf vrije tijd

  • Eén sport of club  is voldoende
  • Houd bewust tijd vrij om met het hele gezin door te brengen
  • Ga samen leuke dingen doen

 5   Help mee op school

  • Bied af en toe je diensten aan als hulpouder
  • Doe niet meer dan waar je tijd voor hebt

 hardlopen6   Kom in beweging

  • Sporten geeft energie, die je als ouder goed kunt gebruiken
  • Door zelf te bewegen, geef je je kind het goede voorbeeld

7   Beperk de beeldschermtijd

  • Stel duidelijke limieten in voor de dagelijkste beeldschermtijd
  • Toon belangstelling voor de online activiteiten van je kind en praat er samen over
  • Zoek leuke en leerzame apps op

kinderbedtijd8   Hanteer strikte bedtijden

9   Praat vaker met je kind

  • … in plaats van tegen je kind
  • probeer minder te schreeuwen: positief opvoeden werkt beter en komt de sfeer ten goede

 10   Wel stimuleren, niet pushen

 

Verder lezen

Steeds meer scholen kiezen voor andere schooltijden

Steeds meer scholen kiezen voor andere schooltijden

6 december 2016 | Reacties (1)

Basisscholen verlaten in hoog tempo de klassieke schooltijden en gaan over op andere roosters dan het traditionele model met een lange middagpauze en een vrije woensdagmiddag. De helft van de scholen heeft dat al gedaan. Van de scholen die nu nog traditionele schooltijden hebben, stapt volgend schooljaar nog eens 15 procent over op ander schooltijden. Dat blijkt uit onderzoek van Duo Onderwijsonderzoek.

Steeds meer kinderen eten op school hun lunch.

Steeds meer kinderen eten op school hun lunch.

Vijf jaar geleden hanteerde nog ruim driekwart van de scholen het traditionele schoolmodel. Dit schooljaar (2016-2017) was dat op nog maar 50 procent van de scholen het geval en volgend schooljaar ligt dit percentage weer lager. Inmiddels hanteert bijna een kwart (22%) van de basisscholen het continurooster: vier dagen les met een korte middagpauze op school, woensdagmiddag vrij.

Vijf-gelijke-dagen-model steeds populairder

Een ander populair schoolrooster is het vijf-gelijke-dagen-model, waarin kinderen alle dagen even lang naar school gaan en er geen vrije woensdagmiddag meer is. Eén op de zes scholen hanteert dit rooster.

Bij de scholen die dit schooljaar zijn afgestapt van de traditionele schooltijden, is met name het vijf-gelijke-dagenmodel populair. Voor het continurooster wordt de laatste jaren relatief minder vaak gekozen.

Waarom  andere schooltijden

Belangrijke redenen voor basisscholen om over te stappen op het continurooster of het vijf-gelijkedagenmodel zijn:

  • Leerlingen hoeven tussen de middag niet naar huis (dit zorgt voor minder onrust na de pauze en voor een kortere en vloeiendere onderbreking van het lesprogramma).
  • Het biedt meer structuur en duidelijkheid voor leerlingen en voor ouders (alle leerlingen blijven op school in plaats van de ene leerling wel en de andere niet).

 

 

Welke schooltijden zijn er?

Traditionele tijden

  • schooldagen met apart ochtenddeel (circa 8.30-12.00 uur) en apart middagdeel (ca. 13.15-15.15)
  • tussen de middag vrij: overblijven of naar huis
  • woensdagmiddag (en onderbouw vaak vrijdagmiddag) vrij
  • variant: het Hoorns model – vrijdagmiddag altijd vrij

Continurooster

  • schooldagen van 8 tot 14 uur (of 8.30 tot 14.30 uur)
  • woensdagmiddag vrij
  • korte lunchpauze, verplicht eten op school

Vijf-gelijkedagenrooster

  • vijf schooldagen van 8.30 tot 14 uur
  • korte lunchpauze, verplicht eten op school
  • extra vrije dagen omdat de kinderen te veel lesuren per week hebben

Bioritme-rooster

  • vijf dagen van 8.30 tot 16.30 uur
  • leren in op de momenten van maximale alertheid (tussen 10.00-12.00 uur en 14.30-16.30 uur)
  • extra lange middagpauze (12.00-14.30 uur) voor sport, cultuur en andere activiteiten; verzorgd door externe (kinderopvang)organisatie
  • woensdagmiddag (en onderbouw vaak vrijdagmiddag) vrij

7 tot 7-model

  • school is dagelijks open van 7.00 tot 19.00 uur
  • 52 weken per jaar, geen collectieve schoolvakanties
  • geïntegreerd programma van onderwijs, sport en ontspanningBron: Hét Basisschoolboek/DUO Onderwijsonderzoek

Leerkrachten: Continurooster niet het beste voor de kinderen

Een ruime meerderheid van de directeuren die in de afgelopen vier jaar zijn overgestapt naar het continurooster of het vijf-gelijke-dagenmodel, is tevreden over de gekozen schooltijden (continurooster: 81%, vijf-gelijke-dagenmodel: 87%). Ook geeft het grootste deel van de directeuren aan dat de meeste ouders, leerlingen en leerkrachten tevreden zijn over de gekozen schooltijden. Bij de leerkrachten zit relatief de meeste onvrede: 17% van hen is ontevreden over het ingevoerde continurooster en 6% is ontevreden over het ingevoerde vijf-gelijke-dagenmodel.

In het vorige DUO onderwijsonderzoek kwam naar voren dat de leerkrachten het continurooster of het vijf-gelijke-dagenrooster niet de beste modellen vinden voor leerlingen. Leerlingen zouden het meeste baat bij het zogenoemde bioritmemodel: om 10:00 uur beginnen en om 12:00 uur een lange pauze op school met daarin ruimte voor sport en ontspanning. De les begint vervolgens weer om 14:30 uur (tot 16:30 uur). Voor zichzelf vinden de leraren dit bioritmemodel juist weer het minst gunstig.

Lees ook:
Wie beslist over andere schooltijden?
Voor- en nadelen van nieuwe schooltijden
‘Heerlijk, niet meer dan gesleep met kinderen tussen de middag’
Hoeveel uur moeten kinderen naar school?

Verder lezen