Ouders en school

Meisjes leest boek tijdens vakantie

Zomer? Voorkom een vakantiedip!

3 juli 2017 | Reacties (2)

De zomervakantieperiode komt eraan: zes weken lang lekker uitslapen, buitenspelen en niet naar school. Maar ook zes weken waarin het niveau van je kind een flinke terugval kan maken. Dat verschijnsel, bekend als een zomerdip of vakantiedip, krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht.

Meisjes leest boek tijdens vakantie

Lezen en rekenen in de vakantie

Iedere juf of meester op de basisschool kent het verschijnsel wel. Kinderen die na de zomervakantie ineens de tafels niet meer kennen, of slechter lezen dan aan het eind van het schooljaar. Het klinkt gek, maar de zomervakantie is een heel belangrijke periode. Want wist je dat niveauverschillen tussen leerlingen voor een groot deel ontstaan in de grote vakantie?

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die bijvoorbeeld niet lezen tijdens de zomervakantie in niveau gelijk blijven of zelfs achteruit gaan, terwijl kinderen die veel lezen na de vakantie een hoger leesniveau hebben. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor bij rekenen. Steeds meer scholen geven ouders dan ook de opdracht mee ervoor te zorgen dat hun kind in de zomervakantie blijft oefenen met rekenen en lezen.

Moet dan nou, leren in de vakantie?

ZomervakantieMoet dat echt, in de vakantie ook nog met leren bezig zijn? Je zult het misschien bezwaarlijk vinden, zeker als je kind tijdens het schooljaar al op zijn tenen moet lopen om het bij te benen. Maar misschien is het nog wel vervelender voor je kind om steeds verder achterop te raken. Dat kan een reden zijn om je kind te stimuleren in de vakantie bezig te blijven met lezen en rekenen. Maar een kind met tegenzin dwingen om te oefenen, werkt alleen maar averechts. Als ouder maak je zelf de afweging, waarbij je goed moet kijken naar de behoeftes je kind. Waarbij energie tanken voor het nieuwe schooljaar natuurlijk een heel belangrijke behoefte is!

Hoogleraar en orthopedagoog Sieneke Goorhuis-Brouwer wees in een opiniestuk in het Parool op dat veel kinderen veel kinderen juist in de lange zomervakantie een flinke ontwikkelingssprong maken. “De hersenen worden op een andere manier gestimuleerd. In de vakantie kunnen kinderen, juist door andere activiteiten dan die van de school, op hun eigen manier het geleerde van de afgelopen schoolperiode verwerken.” Goorhuis wijst erop dat lezen en rekenen nooit helemaal uit beeld zijn. “Een kind dat vertrouwd is gemaakt met lezen en rekenen past de opgedane kennis toe, ook in spel en tijdens uitstapjes.”

Tips om te lezen en rekenen in de vakantie

Leren in de vakantie gaat bijna ongemerkt. Wordt er op school veel gelezen volgens de leesmethode of in verhalende of informatieve boeken, als ouder heb je tijdens de vakantie een veel bredere verzameling leesmateriaal tot je beschikking. Denk aan vakantiefolders, het activiteitenprogramma op de camping, brochures van pretparken en bezienswaardigheden, de menukaart op het terrasje. Zo krijgt een ‘leesoefening’ een echt vakantietintje.

Als je je een beetje openstelt voor de mogelijkheden, kom je onderweg tal van dingen tegen waar je kind ongemerkt wat van opsteekt. Speel woordspelletjes met nummerborden, doe telspelletjes in de auto De plattegrond van de camping is perfect oefenmateriaal om te leren kaartlezen, de autotocht naar Italië is een lesje aardrijkskunde on the road. Ga niet de schoolmeester of -juf uithangen, maar wijs je kind terloops en ontspannen op zaken die hem of haar interesseren.

rekenen met croissantjes zomerdip

Probeer je kind in de vakantie te verlokken om te blijven schrijven en rekenen. Laat je zoon ansichtkaarten schrijven aan zijn vriendjes of een vakantiedagboek bijhouden. Laat je dochter uitrekenen hoe ver het nog is naar de volgende camping als je van de 80 kilometer er 25 hebt afgelegd. En hoeveel croissantjes moeten er gekocht worden in de kampwinkel als ieder gezinslid er twee wil eten? Een spelletje Yahtzee oefent de tafels en optellen, tellen doe je bij een potje badminton op de camping, enzovoort enzovoort!

Doeboeken voor de vakantie

Veel kinderen vinden het geweldig om in de vakantie een doeboek te krijgen. Doeboeken bieden een aantrekkelijk mix van strips, puzzeltjes, moppen en spelletjes. Er zijn tientallen verschillende doeboeken te koop, zodat je er altijd wel een kan vinden die bij je kind in de smaak valt. Neem je kind mee naar de boekwinkel en laat het zelf een leuk doeboek uitzoeken. Er zijn ook speciale vakantieleesboeken op de markt met leuke verhalen en opdrachtjes.

Zomerlezen en Vakantiebieb

vakantiebiebappOok de bibliotheken besteden veel aandacht aan lezen in de zomervakantie. Zo geven sommige bibliotheken een rugzakje met boeken weg aan kinderen in groep 3 in het kader van het project Vakantielezen. Natuurlijk kun je altijd bij de bibliotheek terecht om een leuke stapel vakantielectuur voor je kind bij elkaar te zoeken. Krijg je je kind niet geïnteresseerd in leesboeken? Probeer dan eens of informatieve boeken misschien wel in de smaak vallen. Of leen stripboeken. Het gaat er niet om wát je kind leest, maar dát je kind leest. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen tot 18 jaar.

In de vakantie is ook de app VakantieBieb actief. Daarin kun je gratis e-books downloaden, die je kunt lezen op een tablet of smartphone. Voor jeugd is er een selectie e-books beschikbaar voor de volgende leeftijden: 6-9 jaar, 9-12 jaar en 12-18 jaar. Bij de e-books wordt het avi-niveau vermeld, zodat je makkelijk een geschikt e-book kunt vinden. De Vakantiebieb App is gratis te downloaden via de iTunes App Store en in Google Play Store.

Oefenen met apps

Het aanbod aan leerzame apps is enorm. Vrijwel alle app-ontwikkelaars proberen hun educatieve apps zo vorm te geven, dat ze niet alleen leerzaam zijn, maar ook een hoge fun factor hebben. Download in de vakantie af en toe een nieuw app en je kind zal met veel plezier aan het spelen (= oefenen) gaan. Op zoek naar leuke apps? In de categorie web & app worden geregeld nieuwe eduactieve apps voor kinderen in groep 1 tot en met 8 besproken. Kinderen die na de zomervakantie naar groep 3 gaan, vinden het bijvoorbeeld vaak leuk om al wat spelletjes te spelen waarmee ze kennismaken met leren lezen.

Verder lezen

Luxeverzuim boete vakantie

Dagje eerder op vakantie kost 100 euro per kind

19 juni 2017 | Reacties (0)

Vakantie aan het plannen? Dan kan de verleiding groot zijn om een dag vóór de schoolvakantie te vertrekken. Lekker voor de drukte uit. Of nog net even een goedkopere vlucht meepikken. Aantrekkelijk? Bedenk dan dat een dagje eerder weg een duur grapje kan worden. Dit wordt luxeverzuim genoemd en kan je op een boete van 100 euro per kind (per dag) komen te staan.

 

‘Maar ze doen toch niets meer op de laatste schooldag…’

Het mag niet. Echt niet. Daar is de leerplichtwet heel duidelijk over. Dat er op zo’n laatste schooldag voor de vakantie vaak geen normale lessen zijn (“ze doen toch niets meer op school, die dag kunnen de kinderen ook wel missen”) maakt daarbij niet uit. En ook niet dat op het vakantiepark waar je naartoe gaat vrijdag de ‘wisseldag’ is. Sta er ook bij de stil dat de laatste voor je kind best belangrijk kan zijn: de laatste schooldag is een feestje; het schooljaar wordt gezamenlijk afgesloten en de klas begint samen aan de grote vakantie.

Ziekgemeld? Dat wordt gecontroleerd

Als de school vermoedt dat er sprake is van luxeverzuim, wordt er melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar. Maar de afgelopen jaren zijn leerplichtambtenaren ook zelf steeds strenger gaan controleren op luxeverzuim. Met speciale acties op de laatste dag voor de vakantie gaan ze na of alle kinderen wel netjes op school zitten. Is een kind toevallig net die dag ziekgemeld? Dan controleert de leerplichtambtenaar of het kind wel echt ziek is.

Blijkt het gezin stiekem al op vakantie gegaan, dan wordt hier melding van gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Zelfs een halve dag ongeoorloofd verzuim wordt al doorgegeven. Ook op Schiphol lopen leerplichtambtenaren rond om na te gaan of er geen leerplichtige kinderen inchecken op een tijdstip dat ze nog op school horen te zitten.

‘Die boete kan wel uit’

De boetes voor luxeverzuim zijn op 1 januari 2014 verdubbeld. Eerder namen vooral rijkere ouders de gok nog wel eens. En als je een beetje slimme vlucht boekte, kon de boete er nog wel van af. Met een boete van 100 euro per kind per dag ligt dat wel anders. In totaal kan het boetebedrag zelfs oplopen tot maximaal 1800 euro voor twee weken. Maken ouders het heel bont met luxeverzuim, dan kan zelfs een (voorwaardelijke ) hechtenis worden opgelegd.

‘Ik zat niet lekker in het vliegtuig’

De ouders van de tweeling de tweeling Steffie en Lisette (groep 5) hadden het rekensommetje gemaakt en namen de gok, vertelt hun moeder Mariska.

“Wij hebben de meiden vorig jaar op de dag voor de voorjaarsvakantie ‘ziek’ gemeld. Daardoor konden we een veel goedkopere vlucht nemen. Dat scheelde voor ons als gezin – we hebben nog twee jongere kinderen – bijna vierhonderd euro.  Wij hoefden geen boete te betalen, maar zelfs met die honderd euro per kind boete waren we veel goedkoper uit geweest.”

Toch is het Marika en haar man slecht bevallen. “Je voelt je toch een beetje crimineel. Anderen hebben daar misschien geen last van, maar ik zat niet lekker in het vliegtuig.”

‘Maar het mag van de directeur…’

Sommige schooldirecteuren geven vrij gemakkelijk toestemming om eerder op vakantie te gaan. Je kunt als ouders natuurlijk altijd om een verlofbriefje vragen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Maar ook nu geldt: het mag niet en de leerplichtambtenaar controleert streng. Word je ‘betrapt’, dan heb je in dit geval als ouders geen probleem. De schooldirecteur die buiten de regels om verlofbriefjes heeft uitgeschreven, is wel de klos. Want er wordt melding van gemaakt bij de Onderwijsinspectie.

Controle op eerste schooldag

Ook een dag langer wegblijven van school mag niet. En ook dat controleren de leerplichtambtenaren steeds nauwgezetter. In veel plaatsen gaan ze op de eerste schooldag na de vakantie bij scholen langs om te checken of de leerlingen wel echt aanwezig zijn. Kinderen van wie de school aangeeft dat ze om onbekende reden niet op school zijn, worden thuis bezocht. Als er niemand thuis is, laat de leerplichtambtenaar een brief achter waarop ouders nog dezelfde dag moeten reageren.

In het schooljaar 2014-2015 waren er volgens het Nederlands Jeugdinstituut 6.429 gemelde gevallen van luxeverzuim. Dat is ongeveer negen procent van alle spijbelgevallen.

Uitzonderingsgevallen: soms mag het wél

De Leerplichtwet stelt heel duidelijk dat vakantie onder schooltijd vrijwel onmogelijk is. Juridisch gezien mag een school voor gewichtige omstandigheden tot maximaal tien aaneengesloten dagen, een keer per schooljaar, extra vrij geven. Bij gewichtige omstandigheden gaat het om zaken die buiten de wil van de ouders liggen. Vakantie kan aldus nooit onder ‘gewichtige omstandigheden’ worden begrepen.

Een uitzondering is gemaakt voor ouders die vanwege de specifieke aard van hun beroep niet tijdens de schoolvakanties op gezinsvakantie kunnen. Alleen als voldaan wordt aan alle drie de volgende voorwaarden kan een schooldirecteur op verzoek extra vakantie toestaan:

  • Als ten minste een van de ouders een beroep heeft met seizoensgebonden werkzaamheden. Bijvoorbeeld in de agrarische sector of de horeca
  • Als het gezin in geen van de schoolvakanties in één schooljaar met vakantie kan.
  • Als de extra vakantie niet in de eerste twee weken van het schooljaar valt.
  • De extra vakantie is nooit langer dan tien dagen. Alleen de directeur mag toestemming geven, de leerplichtambtenaar niet.

Verder lezen

Meisje zit moeizaam te leren

Zorgen over volgend schooljaar? Bespreek ze nu

12 juni 2017 | Reacties (0)

Als je kind niet zo’n lekker jaar gehad heeft op school, kijk je waarschijnlijk extra uit naar de zomervakantie. Na de vakantie, in een nieuwe groep, met een nieuwe leerkracht, zal het vast beter gaan. Hoop je. Maar wist je dat je daarvoor nu al de basis kunt leggen? Door nu alvast even te overleggen met de nieuwe leerkracht.

Meisje zit moeizaam te leren

Soms duurt een schooljaar lang. Je kind heeft moeite om mee te komen, zit niet lekker in zijn vel, of heeft juist behoefte aan extra uitdaging. Je hebt misschien al heel wat gesprekken gevoerd op school, of in het laatste tienminutengesprek komen zaken naar voren die aandacht verdienen. Niet meer dit schooljaar, natuurlijk. Want dat zit er bijna op (en eerlijk gezegd ben jij er als ouder er ook wel een beetje klaar mee). Maar volgend schooljaar. “Ik zal het doorgeven bij de overdracht”, zeggen leerkrachten vaak.

Mooi! Het probleem is gezien, de oplossing volgt. Vaak verlopen gesprekken met de leerkracht aan het eind van het schooljaar heel prettig. De leerkracht heeft je kind een heel jaar in de klas gehad, kent je kind inmiddels door en door en voelt zich enorm betrokken bij je kind. De toezegging om jouw kind goed over te dragen aan de volgende leerkracht is dan ook echt geen loze belofte. En de nieuwe leerkracht zal hier ook beslist voor open staan. Die wil ook het beste voor de kinderen die bij hem of haar in de klas komen.

Voorkom dat er tijd verloren gaan aan wennen en aftasten

Toch gaan er aan het begin van een schooljaar vaak kostbare weken verloren. Soms maken kinderen hierdoor zo’n valse start – zeker als ze met hoge verwachtingen aan het nieuwe schooljaar zijn begonnen – dat het de rest van het jaar maar moeilijk weer goed kan komen. Vaak worden de eerste weken van het schooljaar gebruikt om te wennen. De leerkracht moet de kinderen nog leren kennen en kijkt de zaken eerst eens een tijdje aan.

Van de beloftes en toezeggingen die voor de vakantie, door de oude leerkracht, zijn gedaan, merk je nog maar weinig. Als ouder gun je de nieuwe juf of meester ook vaak even de tijd om te wennen; je wilt niet meteen in de eerste weken al aan de bel trekken. Tegen de tijd dat er dan wel actie wordt ondernomen, is het alweer bijna herfstvakantie. Dan moet er vaak het een ander op papier worden gezet, wat ook weer tijd kost. Met een beetje pech worden pas tegen de kerstvakantie de afspraken nagekomen waar al voor de zomervakantie over is gesproken!

Overdreven? Helaas niet. Het hierboven geschetste scenario komt maar al te vaak voor. (Het hoeft niet, hoor! Soms gaat het allemaal ook prima.) Dat is geen onwil van de leerkrachten, het wil ook niet zeggen dat je kind op een slechte school zit, maar het is de weerbarstigheid van de dagelijkse schoolpraktijk. Waar goede bedoelingen kunnen sneuvelen in de drukte van alledag.

begin schooljaar, leerkracht leert kinderen kennen

Aan het begin van het schooljaar moet de leerkracht de kinderen nog leren kennen.

Overleg met de huidige en nieuwe leerkracht

De oplossing is simpel: probeer nog voor de zomervakantie een overlegje te plannen met de huidige leerkracht en de leerkracht van volgend jaar. Dat hoeft maar tien minuten te duren, maar kan enorm helpen om te voorkomen dat er kostbare schoolweken worden verspild. Ga heel even bij elkaar zitten om te bespreken wat jouw kind volgend schooljaar nodig heeft. Vraag om daar gelijk vanaf dag één oog voor te hebben. Laat de huidige leerkracht even kort vertellen wat zijn of haar bevindingen en aanbevelingen zijn. Spreek af om in het nieuwe schooljaar na een paar weken met de leerkracht te overleggen over hoe het gaat.

Zo’n gesprekje heeft heel veel voordelen:

  • Een prettige sfeer: er is nog een probleem of conflict; het gesprek wordt gevoerd omdat iedereen het beste voor heeft met je kind.
  • De huidige leerkracht kan zijn kennis over jouw kind goed overdragen en is nog volop betrokken (na de zomervakantie ligt zijn of haar focus bij de nieuwe groep).
  • De nieuwe leerkracht heeft jouw kind gelijk in de kijker en zal straks veel bewuster kijken naar je kind en zijn of haar specifieke behoeftes.
  • Je hebt de nieuwe leerkracht alvast leren kennen; elkaar aanspreken is straks veel gemakkelijker.
  • Er is al een vervolgafspraak gemaakt;

Gebruik dit gesprek om je zorgen over je kind te uiten. Spreek je vertrouwen uit in de nieuwe leerkracht en geef aan dat je er samen voor wilt zorgen dat je kind volgend jaar een goed schooljaar heeft. Vraag ook wat je zelf kunt doen en waar je op moet letten om tijdig signalen te herkennen dat het niet goed gaat. Het legt de basis voor een goede start van het nieuwe schooljaar.

 

‘De juf heeft een hekel aan mijn kind’

Soms botert het gewoon niet. Niet tussen kind en leerkracht, niet tussen leerkracht en ouders en vaak niet tussen leerkracht en kind plus ouders. Dan zul je extra blij zijn dat het schooljaar er bijna op zit. Eindelijk verlost van deze juf of meester!

Maar… wat gaat de huidige leerkracht aan de nieuwe leerkracht vertellen? Dat jouw kind zo vervelend, druk, storend, onoplettend, onaardig, enzovoort is? Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt dat de nieuwe meester of juf met een frisse blik naar jouw kind kijkt en hopelijk wel ziet wat een lief en leuk kind het is. En wél begrijpt waaraan jouw kind behoefte heeft en daarop inspeelt. Wél een warme band krijgt met je kind.

Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt over welke informatie de huidige leerkracht gaat doorgeven over jouw kind. Toch blijkt vaak dat ouders zich voor niets zorgen maken. Ook een leerkracht die jouw kind niet zo erg mag, kan professioneel genoeg zijn om een goede, objectieve overdracht te verzorgen. En de nieuwe leerkracht zal beslist luisteren naar wat zijn collega te vertellen heeft, maar zal vooral zelf zijn mening willen vormen.

Vergeet niet dat leerkrachten dit soort situaties jaar in, jaar uit meemaken. Zij weten als geen ander dat de ene docent een betere klik kan hebben met een kind dan de andere. Sterker nog, veel juffen en meesters zien het als een uitdaging om de ‘moeilijke gevallen’ een goed schooljaar te bezorgen.

Toch kan ook in dit geval verstandig zijn om alvast eens even contact te leggen met de nieuwe leerkracht. Vertel dat je kind niet zo’n prettig schooljaar heeft gehad (hou het wat vaag, ga niet klagen over de huidige juf of meester). Vraag of je in het nieuwe schooljaar na een paar weken even kunt bespreken hoe het gaat. Zo’n gesprekje kan heel nuttig zijn.

Verder lezen

4 jaar nog niet naar basisschool

‘Waarom mag mijn kleuter pas na de zomer naar school?’

29 mei 2017 | Reacties (0)

Je hebt het al vaak tegen je kind gezegd: “Als je straks vier bent, ga je naar school.” Maar als je kind in juni is geboren, is de kans groot dat het nog eventjes moet wachten. Veel basisscholen laten kinderen die in deze periode jarig zijn niet meer voor de zomervakantie in groep 1 beginnen. “Mag dat wel”, vraagt Marrit, moeder van Tom, zich af. “Nu mijn zoontje Tom vier is, heeft hij toch het recht om naar school te gaan?”

 

4 jaar nog niet naar basisschool

Volle klassen voor de zomer

Inderdaad, zodra kinderen vier jaar zijn mogen ze naar de basisschool. Toch is er een goede reden dat veel scholen in deze laatste weken van het schooljaar liever geen nieuwe kinderen meer toelaten. De kinderen die nu in groep 1 zitten, zitten na de zomervakantie in groep 2. Jouw kindje moet dan dus weer aan een nieuwe groep wennen. Bovendien zitten de instroomgroepen aan het eind van het schooljaar vaak erg vol. Voor je kind kan het prettiger zijn om dan na de zomervakantie te starten in de nieuwe instroomgroep. Dan heeft hij/zij de juf bijna voor zichzelf!

Wet: niet langer dan een maand wachten

Hoewel scholen vaak goede argumenten hebben om je kind nog even te laten wachten met naar school gaan, kan het natuurlijk dat je het er als ouder echt niet mee eens bent. Misschien vind jij dat jouw kind écht niet langer kan wachten omdat het zo aan de basisschool toe is. Of je vindt dat bezwaren van de school niet gelden voor jouw kind. Dan is het goed om te weten dat scholen verplicht zijn om kinderen minstens één keer per maand te laten starten. Moet jouw kind langer wachten en ben je het hier niet mee eens, dan zou je je kunnen beroepen op deze regel.

Na deze uitleg is Marrit niet van plan om de zaak op de spits te drijven. “Tom is wel teleurgesteld, maar het lijkt mij zelf voor hem eigenlijk ook fijner om gewoon na de zomervakantie te beginnen. Gelukkig mogen de nieuwe kindjes voor de vakantie wel alvast één middag samen proefdraaien. Zo weet Tom dan toch een beetje wat hij zich bij ‘school’ moet voorstellen.”

Extra kinderopvang regelen

Gaat je kind naar de kinderopvang, dan kun je tussen wal en schip belanden als je kind nog niet gelijk na zijn of haar vierde verjaardag op de basisschool kan starten. Het kind is immers te oud voor het kinderdagverblijf en heeft meer opvang nodig dan de paar uurtjes bso. Bij veel kinderopvangorganisaties zijn hierover goede afspraken te maken, mits het tijdig wordt aangekaart. Lukt dit niet, dan ben je aangewezen op informele kinderopvang van bijvoorbeeld opa’s en oma’s of je kunt proberen op je werk nog iets te regelen.

Verder lezen

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

12 april 2017 | Reacties (0)

Wil je je kind de beste kansen geven? Kijk dan goed uit de bij de keuze van een basisschool. De kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse basisscholen zijn enorm. Ook als het gaat om scholen in dezelfde wijk en met vergelijkbare leerlingpopulaties. Leerlingen met dezelfde talenten kunnen op de ene school tot wel twee schoolniveaus lager uitkomen op de centrale eindtoets dan op een andere school. Dat concludeert in de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse publicatie De staat van het onderwijs.

‘Er gaat veel talent verloren’

Vorig jaar waarschuwde de inspectie voor kansongelijkheid voor kinderen van laagopgeleide ouders. Daarin is inmiddels al verbetering te zien, maar nu blijkt dus dat ook de schoolkeuze grote kansongelijkheid met zich meebrengt. “Nederland is koploper schoolverschillen”, zegt Monique Vogelzang, Inspecteur-generaal van het Onderwijs. “Het blijkt voor je kansen enorm uit te maken op welke school je zit. Het kan goed uitpakken of je kunt pech hebben. Er gaat veel talent verloren.”

De basiskwaliteit is op de meeste scholen wel aanwezig, maar het gaat volgens Vogelzang om ‘de onzichtbare kwaliteit boven de minimumnorm’ die het verschil maakt. “Bij succesvolle scholen staat het steeds willen verbeteren bovenaan. De leerkrachten gaan bij collega’s kijken in de les en zijn niet bang om feedback te geven. Of ze lopen stage op een andere school. Gerichte steun van het schoolbestuur en de overheid speelt hierbij een belangrijke rol.’

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn overal in Nederland

De kwaliteitsverschillen tussen scholen treden op bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land, concludeert de inspectie. Van kleine basisscholen op het platteland tot gymnasia in de Randstad, van grote vmbo’s tot hogescholen en universiteiten.

Door de bank genomen is het niveau van het onderwijs in Nederland volgens de inspectie nog steeds goed. “De gemiddelde prestaties zijn hoog, maar stabiel of dalend. Dit komt doordat onze top smaller wordt: het aantal leerlingen dat goed presteert is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen.”

‘Scholen moeten beter nadeken hoe ze hun geld besteden’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich ‘grote zorgen’ over de verschillen. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, laten ze in een schriftelijke reactie weten.

Bussemaker waarschuwt scholen dat ze hun budgetten niet ‘mechanisch’ moeten verdelen zonder na te denken over waar de grootste problemen zitten. “De grote vrijheid die scholen hebben, betekent ook dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben.”

‘Niets-aan-de-hand-scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker zegt in een reactie dat de Onderwijsinspectie met dit rapport de mythe doorprikt dat ‘de scholen in Nederland allemaal wat kwaliteit betreft wel hetzelfde zijn’. “Het laat zien dat het wel degelijk uitmaakt naar welke school je je kind stuurt.” Vooral op ‘niets-aan-de-hand-scholen’ valt volgens hem veel winst te behalen. Dit zijn scholen die de minimumnormen vrij probleemloos halen, maar niet zich inspannen om een hoger niveau te bereiken.

Dekker wijst erop dat met gerichte keuzes scholen in vrij korte tijd hun kwaliteit enorm kunnen verbeteren. Zwakke en zeer zwakke scholen slagen er doorgaans binnen een of enkele jaren om een goede of zelfs een excellente school te worden. “De programma’s die we hebben ingesteld voor zwakke scholen, de vliegende brigades die deze scholen bijstaan, gaan we nu ook beschikbaar stellen voor de middelmaat”, kondigt hij Dekker aan. Maar scholen moeten daar niet op gaan zitten wachten, zo waarschuwt hij. “Wees niet te snel tevreden met hoe het nu gaat.”

 

 

Verder lezen

Ouders willen liever helpen op inhoud

Ouders willen liever helpen op inhoud

12 april 2017 | Reacties (0)

Ouders willen best helpen op school, maar ze leveren liever een inhoudelijke bijdrage dan dat ze luizenpluizen, lokalen schoonmaken of als chauffeur meegaan met klassenuitjes. Dat blijkt uit een enquête die is afgenomen door Ouders en Onderwijs, de belangenorganisatie van ouders binnen onderwijsinstellingen. De hartekreet van ouders, gericht aan scholen: ‘Benut de expertise van ouders, die voor het grijpen ligt.’

1100 ouders vulden de enquête in en zo’n 250 ouders ging ook nog eens met met elkaar in gesprek gegaan over vijf thema’s: ouderbijdrage, privacy, schooltijden en vakanties, pesten en overgangen binnen en tussen scholen. Ouders en Onderwijs heeft de resultaten weergegeven in het online magazine de Staat van de Ouder, dat door iedereen te raadplegen is.

Ouders helpen graag

Uit de enquête blijkt dat 80 procent van de ouders tevreden is met de eigen deelname aan activiteiten. Meer dan de helft van de ouders vindt het ‘normaal’ om op school te helpen, het hoort erbij. Ze doen het ook omdat ze het leuk vinden, zegt bijna de helft van de ouders in het basisonderwijs, al wordt er wel geklaagd dat het ‘altijd dezelfde ouders zijn die meehelpen’.

Vrijwillige ouderbijdrage voelt als verplichting

De ouderbijdrage in het onderwijs is vrijwillig, maar driekwart van de ouders voelt zich verplicht om te betalen. Het jaarlijkse bedrag dat per kind aan ouders wordt gevraagd varieert van 35 tot 135o euro per jaar. Vooral op speciale scholen, scholen voor hoogbegaafden of vrije scholen kunnen de bedragen oplopen. Er is veel sociale controle en wie (nog) niet betaald heeft kan daar op het schoolplein op aangesproken worden en krijgt diverse mails om aan de ‘vrijwillige’ bijdrage te helpen herinneren. Veertig procent van de ouders geeft aan niet te weten waarvoor de ouderbijdrage precies wordt bedoeld.

Overgang naar middelbare school bezorgd ouders hoofdpijn

Over één ding zijn eigenlijk alle ouders het wel eens: de overgang van groep 8 naar de middelbare school is iets wat je als ouder uit de slaap houdt en hoofdpijn bezorgt. De ondervraagde ouders geven aan dat ze nauwelijk een idee hebben hoe precies het schooladvies tot stand komt. Ouders willen beter begeleid en geïnformeerd worden in het proces van het schooladvies. Bovendien geven ze aan dat ze activer betrokken willen worden in de totstandkoming van het advies. Welke rol de verplichte eindtoets in groep 8 precies speelt, is veel ouders ook niet duidelijk.

In ons gratis boekje Alles over de eindtoets kun je meer lezen het schooladvies, de eindtoets en wat er wordt gedaan met de uitslag van de eindtoets in groep 8.

Schooltijden, pesten en nog veel meer

Neem vooral de tijd om de Staat van de Ouder eens rustig door te lezen. Het is geen saai rapport, maar een prettig leesbaar online magazine. Interessante onderwerpen zijn bevoorbeeld ook de hoofdstukken over schooltijden en vakanties en de aanpak van pesten.

 

 

 

 

Verder lezen

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

6 april 2017 | Reacties (14)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Langdurig ziek, toch onderwijs

Langdurig ziek, toch onderwijs

23 maart 2017 | Reacties (0)

De meeste ouders krijgen er gelukkig nooit mee te maken. Maar soms worden kinderen ernstig ziek of krijgen ze een ongeluk waardoor ze langere tijd in het ziekenhuis moeten blijven. Naar school gaan lukt dan niet, maar toch houdt je kind recht op onderwijs. In onderling overleg wordt bekeken wat mogelijk is en wat wenselijk is. Voor ernstige zieke kinderen is het vaak fijn om met school bezig te zijn. Het is hun lijntje met hun gezonde, normale leven en met hun vriendjes en vriendinnetjes in de klas.

De basisschool kan hierbij samenwerken met speciale consulenten, die werken bij een onderwijsadviesbureau of bij een van de zeven universitaire ziekenhuizen. Deze consulenten zijn verenigd in het landelijk netwerk ‘Ziek zijn en Onderwijs (Ziezon). Een onderwijsconsulent wordt meestal ingeschakeld door de school, maar dit kan ook door ouders/leerling. Kijk voor meer informatie op de website van het Landelijk Netwerk Ziek Zijn en Onderwijs.

Dankzij moderne technologie is het tegenwoordig voor zieke kinderen veel gemakkelijker om in contact te blijven met hun klas dan vroeger. Ze kunnen vanuit hun ziekenhuisbed meekijken naar de rekenuitleg via een webcam, of een beurt krijgen via een Skype-verbinding.

Ook is er speciale ict-apparatuur waarmee zieke leerlingen zo veel mogelijk ‘in de klas’ zijn, ook al zijn ze fysiek elders. Je kind zit dan thuis achter een computer, maar is op beeldscherm levensgroot aanwezig in de klas. Daardoor kan je kind zelfs gewoon werken in groepjes en oogcontact hebben met klasgenoten en de leerkracht. Zie www.webchair.com en www.klassecontact.nl. De laatste ken je misschien wel uit het reclamespotje van KPN, dat Klassecontact in 2013 heeft overgenomen als maatschappelijk project:

 

Verder lezen