Contact met leerkracht

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

Herfstkleuters en de overgang naar groep 3

6 april 2017 | Reacties (11)

‘Herfstkinderen’ zijn kinderen die in oktober, november of december zijn geboren.  Over de overgang van herfstkinderen naar groep 3 is veel verwarring. Is een novemberkind dat langer kleutert een officiële zittenblijver? Geldt tegenwoordig 1 januari als ijkdatum? Wat zegt de Onderwijsinspectie hier nu precies over?

Oktobergrens, januarigrens? Wat zijn de regels?

Tot 1985 was het duidelijk: kleuters die vóór 1 oktober zes jaar werden, gingen na de zomervakantie naar de basisschool. Was je na die datum jarig, dan moest je nog een jaartje wachten. Tegenwoordig bestaat die harde grens niet meer. Maar hoe zit het dan wel met kleuters en de overgang naar groep 2 en 3? In Hét basisschoolboek helpt woordvoerder Hans van der Vlies van de Onderwijsinspectie drie hardnekkige misvattingen de wereld uit:

Misvatting 1: De oktobergrens is vervangen door de januarigrens. Kinderen die vóór januari jarig zijn, kleuteren in totaal anderhalf jaar, kinderen die na 1 januari jarig zijn, zitten tweeënhalf jaar in de kleutergroepen.

Hoe zit het wel?
Niet een datum of de leeftijd van je kind, maar alleen de ontwikkeling van je kind en het oordeel van de school hierover bepalen of je kind overgaat. ‘Van overheidswege is er geen enkele richtlijn of wat dan ook met betrekking tot de keuze die scholen hierin maken’, benadrukt Van der Vlies. Scholen moeten hun beslissing over overgaan onderbouwen, maar ‘een onderbouwde plaatsingsbeslissing is niet gebaseerd op de datum waarop het kind jarig is en voor het eerst naar school gaat en ook niet op een teldatum.’

Misvatting 2: Herfstkinderen die na de zomervakantie weer in groep 1 terechtkomen, gelden formeel als ‘zittenblijvers’.

Hoe zit het wel?
‘Van het “officieel aanmerken als zittenblijver” van kinderen is in de leerjaren 1 en 2 geen sprake.’ Volgens de Onderwijsinspectie heeft de school wel iets uit te leggen als je herfstkleuter na de zomervakantie (weer) in groep 1 komt. Van der Vlies: ‘Voor leerlingen die langer dan een half jaar in groep 1 verblijven, is in de geest van de wet meer onderbouwing nodig voor het herhalen van meer dan de helft van het onderwijsaanbod voor groep 1.’ Kinderen die langer kleuteren, hebben volgens de inspectie speciale aandacht nodig, vertelt Van der Vlies. ‘Het is aan de school hoe ze dit verantwoordt.’

Herfstkleuters die tweeënhalf jaar kleuteren, doen langer dan de gewenste acht jaar over de basisschool. Die ‘extra tijd’ wordt hun niet aangerekend, vertelt Van der Vlies. ‘Alleen kinderen die in de zomervakantie jarig zijn, kunnen precies acht jaar over de basisschool doen. Alle andere kinderen doen er korter of langer over. Omdat er maar één vast moment is waarop een schooljaar aanvangt (1 augustus), ontstaat er onvermijdelijk een spreiding van een jaar.’

Er wordt vaak beweerd dat kinderen die langer kleuteren later in hun basisschooltijd niet nog een keer kunnen blijven zitten. Dat is niet zo. Kinderen mogen uiterlijk tot en met het schooljaar waarin zij veertien jaar worden naar de basisschool. Dat betekent dat zelfs een herfstkleuter die drieënhalf jaar kleutert qua leeftijd nog voldoende speling heeft om later nog een keer een groep over te doen. Wel is het zo dat het leeftijdsverschil met klasgenoten daardoor erg groot wordt.

Misvatting 3: Kleuters die na de kerstvakantie op school beginnen, komen na de zomervakantie automatisch in groep 1.

Hoe zit het wel?
Het ‘normale’ verloop is wel dat een kleuter die in mei naar de basisschool gaat, in augustus (opnieuw) in groep 1 komt, als vijfjarige naar groep 2 gaat en als zesjarige in groep 3 begint. De school mag dit echter niet als een automatisme toepassen. ‘Het zou kunnen dat een leerling die in mei voor het eerst op school komt, in groep 1 al zo ver is in zijn ontwikkeling dat hij het volgende schooljaar toe is aan groep 2’, vertelt Van der Vlies. Ieder kind moet dus apart op zijn of haar ontwikkeling worden beoordeeld. ‘De inspectie verlangt van scholen dat ze duidelijke criteria opstellen waarmee ze hun beslissing kunnen onderbouwen.’

Goed om te weten

De Onderwijsinspectie spreekt scholen niet aan op individuele gevallen. Wel gaat ze met scholen in gesprek waar meer dan 12 procent van de kleuters vóór groep 3 vertraging oploopt. In dat geval wordt het beleid van de school tegen het licht gehouden: welke afwegingen maakt een school met betrekking tot de overgang naar een volgend leerjaar?

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

6 februari 2017 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Praten over je kind, niet over de cijfers

Praten over je kind, niet over de cijfers

15 september 2016 | Reacties (0)

Ken je dat? Je komt net terug van een oudergesprek op school. De leerkracht heeft van alles verteld. Je hebt grafieken gezien met Cito-scores. Je weet nu precies welke cijfers je kind heeft gehaald voor welke toetsen. Of dat het nog niet zo vlot met die ‘ontluikende geletterheid’ van je kleuter. Een bomvol gesprek. Maar voor je gevoel ging het nauwelijks over je kind.

omgekeerde-oudergesprekken

Niet over je zoon zoals jij hem kent van thuis: gevoelig, grappig en gek op het bedenken en uitvoeren van de meest fantastische timmerprojecten. En dan je dochter, die druk aan het rappen is en inspiratie put uit de dood van haar konijn, waar ze nog steeds erg verdrietig over is. En zou de juf eigenlijk wel beseffen dat je kind na drie jaar nog steeds moeite heeft met de scheiding van jou en je ex? Dat is toch ook belangrijk?

Ja, dat is het zeker. Maar in de traditionele oudergesprekken is vaak amper tijd voor dat soort zaken. Het is eenrichtingsverkeer vanuit de leerkracht die ouders bijpraat over de cognitieve ontwikkeling van hun kind: wat heeft je kind geleerd en hoe zijn de cijfers. En dat dan in tien minuten – die gesprekken heten niet voor niets tienminutengesprekken. Voor ouders, maar ook voor de school, zijn ze niet altijd even bevredigend…

Omgekeerde oudergesprekken: jij vertelt over je kind

Daarom gaan steeds meer scholen over op het houden van ‘omgekeerde oudergesprekken’ bij de start van het schooljaar. Tijdens die gesprekken staan niet de resultaten van je kind centraal – dat kan ook niet, want je kind is nog maar een paar weken bezig – maar het welbevinden van je kind. Welk karakter je kind heeft, waar hij of zij warm voor loopt, wie zijn vrienden zijn. Alles, kortom, wat je kind nodig heeft en wat de leerkracht moet weten om het schooljaar tot een succes te maken.

De opmars van het fenomeen omgekeerde oudergesprekken laat zien dat scholen ouders steeds meer serieus zijn gaan nemen als gesprekspartners. Dat is een goede zaak, want kinderen leren beter en gaan met plezier naar school wanneer hun ouders zich betrokken voelen bij de school. Als ouders krijg je zo de gelegenheid om samen met school op te trekken in het belang van je kind.

Bereid het gesprek goed voor

Net zoals een tienminutengesprek wat voorbereiding van je vraagt, is het verstandig om je ook goed voor te bereiden op een omgekeerd oudergesprek. Want ook daarin is de tijd beperkt. Door een goede voorbereiding zorg je dat je ook daadwerkelijk kunt vertellen wat jij belangrijk vindt. Het voorkomt bovendien dat je tijdens het gesprek niet goed weet wat je moet vertellen (en eenmaal thuis dan natuurlijk weer wel…).

Veel scholen geven vragenlijsten mee om het je als ouder wat gemakkelijker te maken. Zo’n vragenlijst kan een handig hulpmiddel zijn, maar voel je vrij om ervan af te wijken. Voor je het weet zit je uitsluitend de punten van de vragenlijst te bespreken en kom je er weer niet aan toe om te vertellen wat jíj echt belangrijk vindt en hoe jij je kind ziet.

Denk bijvoorbeeld na over:

  • Welk karakter heeft je kind? Probeer je kind te omschrijven in enkele kernwoorden als spontaan, behoedzaam, driftig, onrustig, verlegen, enzovoort.
  • Wat vind je kind makkelijk op school en wat juist moeilijk?
  • Waar ziet je kind tegenop en waar heeft hij/zij juist veel zin in?
  • Wat heeft je kind nodig om lekker in zijn vel te zitten?
  • Waar liggen de interesses van je kind, waar loopt je kind echt voor warm?
  • Wat heeft je kind nodig van de leerkracht om zich prettig te voelen?
  • Heeft je kind zich de afgelopen periode opvallend ontwikkeld? Nieuwe dingen geleerd, nieuwe interesses, ander gedrag?

Vergeet vooral ook niet om met je kind over het nieuwe schooljaar te praten. Vraag om input voor het gesprek. Of misschien mag je kind wel mee (op sommige scholen mag dat, afhankelijk van de leeftijd van het kind).

 

Verder lezen

Meisje zit moeizaam te leren

Zorgen over volgend schooljaar? Bespreek ze nu

27 juni 2016 | Reacties (0)

Als je kind niet zo’n lekker jaar gehad heeft op school, kijk je waarschijnlijk extra uit naar de zomervakantie. Na de vakantie, in een nieuwe groep, met een nieuwe leerkracht, zal het vast beter gaan. Hoop je. Maar wist je dat je daarvoor nu al de basis kunt leggen? Door nu alvast even te overleggen met de nieuwe leerkracht.

Meisje zit moeizaam te leren

Soms duurt een schooljaar lang. Je kind heeft moeite om mee te komen, zit niet lekker in zijn vel, of heeft juist behoefte aan extra uitdaging. Je hebt misschien al heel wat gesprekken gevoerd op school, of in het laatste tienminutengesprek komen zaken naar voren die aandacht verdienen. Niet meer dit schooljaar, natuurlijk. Want dat zit er bijna op (en eerlijk gezegd ben jij er als ouder er ook wel een beetje klaar mee). Maar volgend schooljaar. “Ik zal het doorgeven bij de overdracht”, zeggen leerkrachten vaak.

Mooi! Het probleem is gezien, de oplossing volgt. Vaak verlopen gesprekken met de leerkracht aan het eind van het schooljaar heel prettig. De leerkracht heeft je kind een heel jaar in de klas gehad, kent je kind inmiddels door en door en voelt zich enorm betrokken bij je kind. De toezegging om jouw kind goed over te dragen aan de volgende leerkracht is dan ook echt geen loze belofte. En de nieuwe leerkracht zal hier ook beslist voor open staan. Die wil ook het beste voor de kinderen die bij hem of haar in de klas komen.

Voorkom dat er tijd verloren gaan aan wennen en aftasten

Toch gaan er aan het begin van een schooljaar vaak kostbare weken verloren. Soms maken kinderen hierdoor zo’n valse start – zeker als ze met hoge verwachtingen aan het nieuwe schooljaar zijn begonnen – dat het de rest van het jaar maar moeilijk weer goed kan komen. Vaak worden de eerste weken van het schooljaar gebruikt om te wennen. De leerkracht moet de kinderen nog leren kennen en kijkt de zaken eerst eens een tijdje aan.

Van de beloftes en toezeggingen die voor de vakantie, door de oude leerkracht, zijn gedaan, merk je nog maar weinig. Als ouder gun je de nieuwe juf of meester ook vaak even de tijd om te wennen; je wilt niet meteen in de eerste weken al aan de bel trekken. Tegen de tijd dat er dan wel actie wordt ondernomen, is het alweer bijna herfstvakantie. Dan moet er vaak het een ander op papier worden gezet, wat ook weer tijd kost. Met een beetje pech worden pas tegen de kerstvakantie de afspraken nagekomen waar al voor de zomervakantie over is gesproken!

Overdreven? Helaas niet. Het hierboven geschetste scenario komt maar al te vaak voor. (Het hoeft niet, hoor! Soms gaat het allemaal ook prima.) Dat is geen onwil van de leerkrachten, het wil ook niet zeggen dat je kind op een slechte school zit, maar het is de weerbarstigheid van de dagelijkse schoolpraktijk. Waar goede bedoelingen kunnen sneuvelen in de drukte van alledag.

begin schooljaar, leerkracht leert kinderen kennen

Aan het begin van het schooljaar moet de leerkracht de kinderen nog leren kennen.

Overleg met de huidige en nieuwe leerkracht

De oplossing is simpel: probeer nog voor de zomervakantie een overlegje te plannen met de huidige leerkracht en de leerkracht van volgend jaar. Dat hoeft maar tien minuten te duren, maar kan enorm helpen om te voorkomen dat er kostbare schoolweken worden verspild. Ga heel even bij elkaar zitten om te bespreken wat jouw kind volgend schooljaar nodig heeft. Vraag om daar gelijk vanaf dag één oog voor te hebben. Laat de huidige leerkracht even kort vertellen wat zijn of haar bevindingen en aanbevelingen zijn. Spreek af om in het nieuwe schooljaar na een paar weken met de leerkracht te overleggen over hoe het gaat.

Zo’n gesprekje heeft heel veel voordelen:

  • Een prettige sfeer: er is nog een probleem of conflict; het gesprek wordt gevoerd omdat iedereen het beste voor heeft met je kind.
  • De huidige leerkracht kan zijn kennis over jouw kind goed overdragen en is nog volop betrokken (na de zomervakantie ligt zijn of haar focus bij de nieuwe groep).
  • De nieuwe leerkracht heeft jouw kind gelijk in de kijker en zal straks veel bewuster kijken naar je kind en zijn of haar specifieke behoeftes.
  • Je hebt de nieuwe leerkracht alvast leren kennen; elkaar aanspreken is straks veel gemakkelijker.
  • Er is al een vervolgafspraak gemaakt;

Gebruik dit gesprek om je zorgen over je kind te uiten. Spreek je vertrouwen uit in de nieuwe leerkracht en geef aan dat je er samen voor wilt zorgen dat je kind volgend jaar een goed schooljaar heeft. Vraag ook wat je zelf kunt doen en waar je op moet letten om tijdig signalen te herkennen dat het niet goed gaat. Het legt de basis voor een goede start van het nieuwe schooljaar.

 

‘De juf heeft een hekel aan mijn kind’

Soms botert het gewoon niet. Niet tussen kind en leerkracht, niet tussen leerkracht en ouders en vaak niet tussen leerkracht en kind plus ouders. Dan zul je extra blij zijn dat het schooljaar er bijna op zit. Eindelijk verlost van deze juf of meester!

Maar… wat gaat de huidige leerkracht aan de nieuwe leerkracht vertellen? Dat jouw kind zo vervelend, druk, storend, onoplettend, onaardig, enzovoort is? Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt dat de nieuwe meester of juf met een frisse blik naar jouw kind kijkt en hopelijk wel ziet wat een lief en leuk kind het is. En wél begrijpt waaraan jouw kind behoefte heeft en daarop inspeelt. Wél een warme band krijgt met je kind.

Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt over welke informatie de huidige leerkracht gaat doorgeven over jouw kind. Toch blijkt vaak dat ouders zich voor niets zorgen maken. Ook een leerkracht die jouw kind niet zo erg mag, kan professioneel genoeg zijn om een goede, objectieve overdracht te verzorgen. En de nieuwe leerkracht zal beslist luisteren naar wat zijn collega te vertellen heeft, maar zal vooral zelf zijn mening willen vormen.

Vergeet niet dat leerkrachten dit soort situaties jaar in, jaar uit meemaken. Zij weten als geen ander dat de ene docent een betere klik kan hebben met een kind dan de andere. Sterker nog, veel juffen en meesters zien het als een uitdaging om de ‘moeilijke gevallen’ een goed schooljaar te bezorgen.

Toch kan ook in dit geval verstandig zijn om alvast eens even contact te leggen met de nieuwe leerkracht. Vertel dat je kind niet zo’n prettig schooljaar heeft gehad (hou het wat vaag, ga niet klagen over de huidige juf of meester). Vraag of je in het nieuwe schooljaar na een paar weken even kunt bespreken hoe het gaat. Zo’n gesprekje kan heel nuttig zijn.

Verder lezen

Zittenblijven, wie neemt de beslissing?

Zittenblijven, wie neemt de beslissing?

2 mei 2016 | Reacties (0)

‘De school wil dat onze dochter blijft zitten in groep 3 omdat ze niet goed genoeg leest. Wij als ouders zijn het daar niet mee eens’, mailt een vader. ‘Ondanks diverse gesprekken blijft de school bij haar oordeel. Volgens de directeur neemt de school de eindbeslissing en hebben wij over zittenblijven niets te zeggen. Klopt dat wel?’

Zittenblijven is beslissing van de school

Het antwoord op die vraag is: ja, formeel klopt dat. Over het algemeen worden ouders nauw betrokken bij de beslissing om een leerling een jaar over te laten doen. Er zijn gesprekken om standpunten uit te wisselen en er wordt samen bekeken met welke extra inzet je kind zijn of haar achterstanden misschien nog kan inhalen. De school zal de mening van de ouders zwaar mee laten wegen, maar uiteindelijk is het de school die de knoop doorhakt wat betreft zittenblijven of overgaan.

Wat zijn de regels voor zittenblijven?

Er zijn geen algemeen geldende regels voor zittenblijven op de basisschool. Iedere school stelt zijn eigen regels op, die vermeld worden in de schoolgids. Veel scholen hanteren de stelregel dat een kind dat matig presteert op één vakgebied wel overgaat. Zittenblijven komt in beeld zodra een kind op verschillende gebieden niet mee kan komen.

Heeft je kind een leerstoornis, zoals dyslexie, dan is de beslissing gecompliceerder. Het probleem van je kind blijft immers bestaan, of je zoon of dochter nu wel of niet een jaar overdoet. Ook als je kind vanwege een leerstoornis blijft zitten, is er in het volgende schooljaar extra begeleiding nodig.

De vraag is dan of je kind voor die begeleiding moet blijven zitten of toch gewoon kan overgaan. En is die begeleiding er helemaal niet, dan heeft zittenblijven ook niet zo veel zin. Oudervereniging Balans gaat er bijvoorbeeld van uit dat zittenblijven alleen vanwege leesproblemen door dyslexie geen goede oplossing is.

De overheid vindt dat zittenblijven zoveel mogelijk vermeden moet worden, omdat de problemen die kinderen hebben vaak blijven bestaan, of ze nu wel of niet blijven zitten. Er gaan ook steeds meer geluiden op dat zittenblijven meestal geen zin heeft.

Zittenblijven hoort niet als een verrassing te komen

Je kind blijft niet van de ene op de andere dag zitten. Op de meeste scholen wordt rond het tweede rapport al aangegeven of het risico bestaat op doubleren. Natuurlijk is er dan nog geen definitieve beslissing. Die valt enkele weken voor het einde van het schooljaar.

Weetjes over zittenblijven

  • 17 Procent van de kinderen blijft een keer zitten op de basisschool
  • Op 6 procent van de basisscholen komt doubleren niet voor
  • Op zwakke en zeer zwakke scholen doet ongeveer een op de vijf leerlingen langer over de basisschool dan acht jaar
  • Hoe meer zittenblijvers op een school, hoe lager de scores op de eindtoets in groep 8, ook als rekening wordt gehouden met achtergrondkenmerken van leerlingen

Bron: Onderwijsverslag 2010/2011

 

Verder lezen

Informeel contact op school is belangrijk

Informeel contact op school is belangrijk

11 april 2016 | Reacties (0)

Een goed contact tussen ouders en school is belangrijk. Natuurlijk zijn daarvoor de tienminutengesprekken en ouderavonden, maar wist je dat informele gesprekjes op school minstens zo belangrijk zijn? Prettig alledaags contact vormt de basis van een goede wederzijdse verstandhouding.

Hoe ouder je kind, hoe minder contact met school

Als je kind net op school komt, is het wennen. Geen heen-en-weerschriftjes meer zoals je op het kinderdagverblijf gewend was, geen uitgebreide overdracht bij het brengen en halen, maar een juf die met twintig krioelende kleuters het plein opgestapt komt. Een buil, een buts of een natte broek krijg je kort toegelicht, maar voor een dagelijks diepgaand gesprek over het welbevinden van jouw kind is echt geen tijd.

En dat is pas groep 1… Hoe ouder je kind wordt, hoe minder contact je hebt met de school. In groep 3 mag je je kind misschien nog in de klas brengen en zie je de leerkracht nog dagelijks. Daarna gaat je kind zelf naar de klas en al snel ook zelfstandig naar school, waardoor de alledaagse contactmomenten verdwijnen.

Informele communicatie is de basis voor formele communicatie

Dat is jammer, want juist tijdens deze informele communicatie leg je een goede basis voor de formele communicatie met school. Een praatje over het weer, een complimentje over de manier waarop de juf een akkefietje bij de kapstok in de kiem smoort, even iets leuks vertellen over wat je kind thuis deed – door dit soort uitwisselingen leer je leerkracht een beetje kennen en hij of zij jou. Tijdens formele contactmomenten, zoals het tienminutengesprek, weet je beter hoe je de leerkracht moet benaderen of diens zienswijzen moet duiden. Prettig informeel contact helpt ook voorkomen dat je te snel wordt weggezet als ‘klaagouder’, op het moment dat je een probleem wilt bespreken.

Investeer in informele communicatie

Investeren in informele communicatie loont dus. Breng je dochter af en toe nog eens weg, ook al fietst ze allang zelf naar school. Loop mee naar binnen om de traktatie van je jarige zoon naar de klas te brengen, ook al is hij groot genoeg om zelf het dienblad vast te houden. Of breng toch die vergeten gymtas nog even na. De makkelijkste manier van een ongedwongen contact is af en toe meehelpen op school bij activiteiten.

Toen de jongens eenmaal allebei zelf naar school gingen, kwam ik nooit meer op school. Ik had het gevoel dat ik de aansluiting met hun wereld wat kwijt was. Daarom ben in luizenmoeder geworden. Dan ben je toch geregeld even een uurtje op school en spreek je nog eens wat mede-ouders en leraren.
Sabine, moeder van Bryan (11) en Justin (9)

(Beeld op homepage: Freepik.com

Verder lezen

Meidenvenijn bij jouw dochter in de klas?

Meidenvenijn bij jouw dochter in de klas?

22 maart 2016 | Reacties (3)

Het drijft leerkrachten én ouders tot wanhoop. Het verziekt de sfeer in de klas van binnenuit. En het kan slachtoffers slopen. Meidenvenijn is de term die gegeven is aan het pesten van meisjes. Want meisjes pesten toch heel anders dan jongens. Wat is meidenvenijn nu eigenlijk? Welke rollen zijn er? Kun je er als ouder tegen optreden? Of is het iets voor de leerkracht? Die vragen worden in dit artikel beantwoord.

Wat is meidenvenijn?

Pesten buitengeslotenMeisjes pesten anders dan jongens. Dat is wat onderwijsspecialist Anke Visser, die in 2004 het begrip ‘meidenvenijn’ introduceerde, hierover heeft geconcludeerd. Waar jongens met elkaar op de vuist gaan en elkaar proberen te overtreffen op basis van (vaak sportieve) prestaties, voeren meisjes een strijd met elkaar om hun sociale positie. De gevolgen zijn niet mis: roddelen, schelden, steken onder water geven, buitensluiten, kleineren en elkaar zwart maken zijn aan de orde van de dag.
Vaak is er één meisje dat in de klas de leiding heeft. Zij gedraagt zich als de ‘queen’, waarop ook de Amerikaanse variant van dit probleem – ‘queen bee’ – al in de jaren zeventig van de vorige eeuw is gebaseerd. Hierin wordt de bijenkorf als metafoor gebruikt. De queen bee stuurt haar werksters aan en stelt alles in het werk om er zelf beter van te worden.
De queen bee doet serieus haar best om goed over te komen op anderen, zoals leerkrachten, ouders van klasgenoten en de andere kinderen in de klas of op school, maar haar slachtoffer moet het ontgelden.
Voor het slachtoffer kan dat desastreus zijn. Er zijn verhalen bekend van meisjes die tot diep in de nacht werden gestalkt met nare berichten op Whatsapp, dreigmails ontvingen of met opzet werden buitengesloten van Whatsapp-groepen, die – naar later bleek – speciaal in het leven waren geroepen om haar het gevoel van buitensluiten te geven.
Een sociale knauw is het gevolg, die kan leiden tot vereenzaming en zelfs depressies.
Meidenvenijn komt voor in alle leeftijdsgroepen, ook al bij kleuters. Maar hoe ouder de dames worden, hoe bewuster het gebeurt.

Rollen binnen meidenvenijn

Binnen meidenvenijn zijn verschillende rollen weggelegd, die veel overeenkomen met de ‘normale’ rollen binnen pesten: er zijn meelopers, de grijze middengroep, de flierefluiter die nergens last van heeft en met alle partijen goed op kan schieten en de zondebok.
Ouders zullen hier af en toe wel wat over horen. Kinderen vertellen immers honderduit over school. Toch kan het lastig zijn om de rollen te bepalen. Voor een leerkracht is het wel heel belangrijk om zicht te hebben op de hiërarchie. Hoe lopen de sociale lijntjes? Wie heeft welke rol?
De meelopers steunen de queen bee vaak uit angst om zelf het slachtoffer te worden, maar ook omdat ze het gevoel hebben nu ergens bij te horen. Dat is moeilijk te doorbreken, want de meeste kinderen hebben de behoefte om ergens bij te horen (net als veel volwassenen). De grijze middengroep houdt zich op de vlakte, brandt er liever de vingers niet aan en negeert het gepest en getreiter. Deze groep kan voor leerkrachten heel interessant zijn, want – ook al negeren ze het gedrag – ze zijn het er niet mee eens. De flierefluiter behoort niet tot de grijze middengroep, omdat hij net zo goed met de pestkoppen om kan gaan als met het slachtoffer en zich niet laat leiden door groepsprocessen of de angst om zelf slachtoffer te worden. Vaak is de flierefluiter zich niet eens bewust van een probleem in de klas.
Niet ieder geval van meidenvenijn heeft een flierefluiter, maar deze kan ook een grote rol geven bij het bestrijden van meidenvenijn.

Wie lost het op?

Voor een ouder is het verschrikkelijk om te moeten zien dat je dochter ongelukkig is op school, omdat ze gepest, buitengesloten of genegeerd wordt. Als ouder wil je ingrijpen, je wilt iets doen. Maar wat?
Het heeft geen zin om direct in te grijpen. Als de moeder van het slachtoffer de queen bee benadert, zal die weinig onder de indruk zijn. Het een bevestiging van de zwakte van het slachtoffer, hoe hard dat ook klinkt: ze kan het niet zelf oplossen, mama moet naar school komen.
Maar wat doe je dan? De moeder van de queen bee aanspreken zal doorgaans niet tot resultaat blijken. Dochterlief heeft het in negen van de tien gevallen niet van een vreemde.
Bewaar dus je rust en ga zo snel mogelijk het gesprek aan met de leerkracht. Het is te hopen dat deze het probleem herkent. Aangezien het zich op school voordoet, zal het op school moeten worden opgelost. En natuurlijk moet je er als ouder op toezien dat het in de vrije tijd van je dochter niet terugkomt.
Een goede verstandhouding tussen ouders en leerkracht is hierbij belangrijk. Informeer de leerkracht en vraag of deze het gedrag herkent. Wanneer dat niet het geval is, is het beter om daarover geen beschuldigingen te uiten. Je hebt de leerkracht immers nodig om het probleem aan te pakken.

Wat kan de leerkracht doen?

Als een leerkracht per ongeluk – en dus niet doelbewust – geconfronteerd wordt met een gevalletje meidenvenijn, lijkt het alsof akkefietjes snel gesust en opgelost kunnen worden. De queen en haar volgers knikken braaf en beloven beterschap – ‘Nee meester, het zal niet meer gebeuren’ –, maar de eerste blikken worden dan al geworpen. Het slachtoffer is erg gebaat bij een gedegen aanpak en niet bij af en toe eens ingrijpen.
Een leerkracht die op wil treden tegen meidenvenijn moet sterk in de schoenen staan, want die zal het zwaar te verduren krijgen. Neem bijvoorbeeld de ‘moms queen’, de moeder van de queen bee, die vaak hetzelfde gedrag vertoont als haar dochter en zich ‘echt niet herkent in dit probleem!’ Het kan tot conflicten leiden tussen ouders en de leerkracht, waarbij de moeder – in het ongunstigste geval – niet te beroerd is om haar eigen staaltje meidenvenijn tentoon te stellen.
Wanneer je het als ouder met de leerkracht hebt besproken, zal de intern begeleider erbij betrokken kunnen worden. Die vormt een buffer tussen de klas (de leerkracht en de ouder van het slachtoffer) en de achterbank van de queen bee. En dat is nodig, want zo kan de leerkracht goed aan het verschijnsel werken.
De leerkracht zal het in zijn klas moeten hebben van de grijze middengroep. Een gesprek met hen kan heel veel opleveren, zeker als de queen bee en haar directe volgers ergens anders vertoeven en er wordt afgesproken dat hetgeen besproken is in de klas blijft. Een enquête met doelgerichte vragen kan ook effectief zijn en de leerkracht al van tevoren wat inzicht geven in de machtsverhouding.
Vervolgens komt de wijze van behandelen, want oplossen is bijna onmogelijk. Immers, een queen bee is een karakter en karaktertrekjes laten zich moeilijk afleren. Maar er samen mee leren omgaan is in de praktijk wel heel goed mogelijk. De eenvoudigste en bovenal duidelijkste manier is om samen groepsregels op te stellen. Al het gedrag dat de dames laten zien moet aan banden worden gelegd in de vorm van nieuwe regels. Wordt er veel samengeklit? Dan kan de regel letterlijk zijn: we klitten niet samen. Wordt er veel geroddeld? Dan wordt de regel: we roddelen niet over elkaar.
Leerkrachten en ouders met een positieve benadering zullen zich wellicht storen aan de woordjes ‘niet’, maar het kan geen kwaad om negatief gedrag opzettelijk te ‘nieten’. Het kan maar beter duidelijk zijn welk gedrag niet geaccepteerd wordt.
Als ouder is het goed om op de hoogte te zijn van die regels, want dan kan er ook buiten schooltijd over gesproken worden. Het beste is als de nieuwe groepsregels naar huis worden gecommuniceerd. Dan mag het geen verrassing zijn als kinderen op het verbreken ervan worden aangesproken.
Door samen deze regels op te stellen wordt het probleem – zonder dat het noodzakelijk is om namen te noemen – opengebroken. Iedereen, ook de queen bee en haar volgers, hebben de kans om zonder gezichtsverlies naar de nieuwe regels te gaan leven. Gebeurt dat niet, dan is er de mogelijkheid tot het bestraffen van ongewenst gedrag door de leerkracht. De grijze middengroep kan helpen om de regels te bewaken, de leerkracht kan er streng op toezien dat het klimaat in de klas weer veilig wordt en de queen bee heeft ineens minder poten om op te staan.

Adequaat optreden

Zowel het slachtoffer, de volgers, de middengroep als de queen bee zijn gebaat bij een adequaat optreden. Als ouder van het slachtoffer kun je hier natuurlijk over in gesprek gaan met de leerkracht, maar als het niet jouw kind is dat slachtoffer is, kun je uiteraard ook van je laten horen. Pesten zou door geen enkele ouder geaccepteerd moeten worden. Dus wanneer je van je zoon of dochter hoort dat een bepaald kind in de klas het wel vaak moet ontgelden, steek je beter niet je hoofd in het zand, maar klop je toch even aan. Je zou er een slachtoffer ontzettend mee helpen.
Duidelijkheid en structuur vormen de basis bij een veilig klassenklimaat.
Wil je al ouder of als leerkracht nog meer in het probleem duiken en wil je zien hoe de bijenkorf van binnenuit onder controle te krijgen is, dan is het boek Een roze bril van Anke Visser een aanrader. Hierin wordt het probleem meidenvenijn perfect beschreven en er worden nog meer oplossingen aangedragen. Op Meidenvenijn.nl wordt het probleem ook duidelijk belicht. Deze website heeft tevens een methode ontwikkeld om met meidenvenijn om te gaan.
Daaruit mag blijken dat het verschijnsel zich op veel scholen laat zien en veel meisjes en hun ouders dagelijks te maken hebben met de gevolgen van deze vorm van pesten.

 

Bronnen:

 

Over de auteur:
Theo-Henk Streng is schrijver van diverse kinderboeken. Als leerkracht en gedragsspecialist is hij werkzaam in de bovenbouw van het basisonderwijs. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Meer info: www.theohenkstreng.nl

Verder lezen

Het ene lezen is het andere niet

Het ene lezen is het andere niet

7 oktober 2015 | Reacties (1)

Goed leren lezen is een van de hoofddoelen van de basisschooltijd. Maar het ene lezen is het andere niet.  Technisch lezen, begrijpend lezen, tempolezen… waar heeft de leerkracht het toch allemaal over? Een overzichtje van veelgebruikte leestermen.

Technisch lezen

leestermen uitleg
Bij technisch lezen gaat het erom dat de hersenen de lettertekens vlot kunnen koppelen aan klanken en daar woorden in kunnen herkennen. Technisch lezen is de basis van alle andere leesvormen. Zie verder: Technisch lezen, wat is dat eigenlijk?

Spellend lezen

Met spellend lezen wordt bedoeld dat een kind de woorden nog niet soepel kan lezen. Het moet eerst de afzonderlijke letters verklanken en vervolgens daarmee het woord samenstellen (hakken en plakken). Is in de eerste maanden van groep 3 spellend lezen nog heel normaal, gaandeweg moet het spellend lezen steeds meer worden vervangen door vloeiend lezen. Ook bij langere woorden. Zie ook: Hakken en plakken, zoemend en zingend lezen.

Tempolezen

Tempolezen is een oefenvorm om het leestempo omhoog te krijgen. Sneller lezen is belangrijk, omdat kinderen dan makkelijker onthouden wat ze gelezen hebben. Toetsen die het leestempo testen zijn de drieminutentoets en de AVI-toets. Beide worden (met ingang van groep 3)  in januari/februari en in mei/juni afgenomen. Zie ook: Temoplezen is lezen tegen de klok. Moet je kind thuis extra oefenen om het leestempo te verhogen? In het artikel Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk? vind je handige tips.

AVI-niveau

AVI (analyse voor individualiseringsnormen) is een aanduiding voor het technisch leesniveau van kinderen. Het AVI-niveau is een tweeledige aanduiding. Allereerst geeft het de leestechnische moeilijkheidsgraad van een tekst aan. Daarnaast is AVI-niveau ook een aanduiding voor het leestechnische niveau waarop kinderen vlot en gemakkelijk kunnen lezen. Een kwestie van turven hoe snel er gelezen wordt en hoeveel missers het kind maakt. Zie ook: AVI-niveau, wat moet je er thuis mee?

Begrijpend lezen

Bij begrijpend lezen gaat het erom dat je kind weet wat hij of zij leest (tekstbegrip). Het gaat om het begrijpen van een tekst en het aanleren van leesstrategieën. Het uiteindelijke doel van het leesonderwijs is dat leerlingen als goede begrijpend lezers de basisschool verlaten. Bij de overgang naar de middelbare school wordt veel waarde gehecht aan de scores op begrijpend lezen om te bepalen of je kind tot een bepaald schooltype wordt toegelaten.

Begrijpend lezen is essentieel voor schoolsucces, want bij alle andere vakken wordt een beroep gedaan op de leesvaardigheid. Ook in het dagelijks leven wordt voortdurend een beroep gedaan op het leesbegrip. Er is zelfs onderzoek dat aantoont dat de leesvaardigheid effect heeft op het salaris dat men later verdient.

Studerend lezen

Studerend lezen is een soort begrijpend lezen-plus: er wordt niet alleen gelezen met als doel die tekst inhoudelijk te begrijpen, maar ook om de opgedane informatie te onthouden om later mondeling of schriftelijk te kunnen weergeven. Dit is een belangrijke vaardigheid op de middelbare school. In groep 7 en 8 wordt dan ook veel aandacht besteed aan studerend lezen. Je kind leert bijvoorbeeld de studievaardigheden herlezen, schematiseren, onderstrepen, aantekeningen maken, uittreksel maken en samenvatting maken.

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Tips voor een succesvol tienminutengesprek

17 februari 2015 | Reacties (1)

Ze komen er weer aan. De tienminutengesprekken. Welke vragen kun je stellen tijdens een tienminuten gesprek? Hoe kun je je het beste voorbereiden? En hoe ga je om met slecht nieuws? Onderstaande tips voor het tienminutengesprek helpen je daarbij.

Drie stapeltjes: ‘alles goed’, ‘goed, máár’ en ‘probleemgevallen’

Voor de leerkrachten zijn de tienminutengesprekken een avondje hard doorwerken. Op het bureau ligt de timer klaar. De leerkracht heeft verschillende stapeltjes verslagen gemaakt.

Stapeltje één met kinderen waar het goed mee gaat. Raar genoeg valt er over die kinderen vaak weinig te vertellen. ‘Eigenlijk zijn er geen bijzonderheden, dus we zijn zo klaar’, hoor je dan. Jammer, want praten over hoe het met je kind gaat op school is belangrijk én leuk. Ook als het goed gaat. Als ouders mag je dan best vragen stellen: ‘Hoe gaat mijn kind met klasgenoten om? Wat vind mijn kind leuk? Wat valt op aan mijn kind…?’

Stapeltje twee met kinderen die goed meekomen met de rest van de klas, maar… ‘hij is wel wat druk’, ‘rekenen blijft soms lastig’, ‘concentreren lukt niet altijd goed’, ‘ze luistert niet altijd’ … en meer. Op het moment dat de leerkracht zulke dingen zegt over je kind, is het goed om verder te vragen. Waarom? Om te voorkomen dat je kind in stapeltje drie terecht komt: het lastig te bespreken stapeltje.

Het derde stapeltje is het stapeltje waarvoor een gesprek van tien minuten eigenlijk veel te kort is. Soms gaat het over kinderen die, zonder dat je het als ouder verwacht, toch nog een jaartje over moeten doen. Of over het kind waarover al lang twijfels zijn, maar waarover jij als ouder niet eerder ben geïnformeerd.

Dat laatste stapeltje kan en zou moeten verdwijnen van de tafel van de leerkracht. Daar kun je als ouders een grote bijdrage aan leveren. Hoe? Door in gesprek te gaan en daarbij de juiste vragen te stellen.

Denk daarbij altijd aan het volgende: met samenwerken bereik je meer dan met tegenwerken.

Maar hoe? Dat valt niet mee. Je hebt als ouder snel het gevoel dat je geen verstand van zaken hebt. Je wilt graag vertrouwen op de school. Als ouders weet je niet altijd wanneer je aan de bel moet trekken. Welke vragen kun je stellen tijdens een tienminuten gesprek? Hoe kun je je het beste voorbereiden?

Maak gerust een vervolgafspraak

7-OuderavondAllereerst is het belangrijk om als ouder te weten wat je van 10 minuten praten met de leerkracht kan verwachten: een korte samenvatting hoe het, over het algemeen, met je kind gaat. Soms gaat het alleen over de Cito-scores. Sta er bij stil dat tijdens de tienminuten gesprekken niet diep op zaken ingegaan kan worden. Heb je vragen, zet die op papier. Als er geen tijd voor is, vraag dan of je een vervolgafspraak kan maken. Vertrek het liefst naar huis met een afspraak in de agenda.

Vraag naar voorbeelden

Als de leerkracht vertelt dat het niet zo goed gaat met je kind, vraag dan naar duidelijke voorbeelden: Wanneer komt het voor? Hoe vaak komt het voor? Wat gebeurt er dan?, Hoe gaan jullie er mee om? Wat gaan jullie er aan doen? Kunnen wij als ouders een bijdrage leveren? Als ouder mag je gerust vragen of ze het voor je op papier willen zetten. Op die manier krijg je duidelijkheid.

Noteer de vragen die in je opkomen

Ouders hebben vaak tijd nodig om het tienminuten gesprek te laten bezinken. Pas als je thuis bent komen de vragen boven. Schrijf deze direct op! En maak als het nodig is een vervolgafspraak. En denk eraan; domme vragen bestaan niet. Dat geldt voor kinderen en ook voor ouders. Dus als je iets niet begrijpt: laat het je uitleggen tot het duidelijk is.

Oudercontact, oudergesprek, tafeltjesavond

Tienminutengesprek. Tafeltjesavond. Rapportbespreking. Oudercontact. Allemaal benamingen voor het hetzelfde fenomeen: het gesprek dat je twee of drie keer per jaar voert met de leerkracht over de vorderingen van je kind. De meeste scholen hanteren de term tienminutengesprek, maar dat wil niet zeggen dat zo’n gesprek altijd 10 minuten duurt. Sommige scholen roosteren er een kwartier of 20 minuten per kind voor in. Op andere heb je maar 8 minuten om met de leerkracht te praten.

Verder lezen