Praktische zaken

Voor Sinterklaas worden alle surprises (al dan niet met hulp gemaakt) uitgestald in de klas

Surprisetijd, surprisestrijd

27 november 2012 | Reacties (0)

‘Sinterklaas helpen’ heet het maken van surprises op de basisschool, om nog gelovende kinderen niet in verwarring te brengen. ‘Werkverschaffing voor moeders’, mopperen moeders in de veilige anonimiteit van internet. Want wat doe je als je kind een paar dagen voor het sinterklaasfeest nog steeds geen tekenen van spontane knutseldrift vertoont? Aan laten modderen of toch een handje helpen?

Voor Sinterklaas worden alle surprises uitgestald in de klas.

“De voorgaande jaren heb ik wel geprobeerd om de jongens zelf hun surprise te laten maken” vertelt Sabine, moeder van twee zonen van 10 en 12. “Dat werd gewoon helemaal niets. Als het aan hen ligt, gooien ze het cadeautje in een schoenendoos met wat papiersnippers en dan vinden het ze wel prima. Maar daar kan je niet mee aankomen, dat is sneu voor de ontvanger. Kon ik een dag van te voren nog twee surprises knutselen. Ik zat tot na middernacht met stress in mijn lijf te knippen en te plakken.”

Simpele ideeën voor surprises

Dat moest dit jaar anders, bedacht Sabine. “Ik heb eind oktober al op internet zitten kijken naar leuke, maar vooral ook heel simpele surprise-ideeën. Ik heb er drie uitgeprint en daaruit moesten de jongens kiezen. Ze doen het nu wel zelf, maar het meeste komt toch weer op mij neer. Wat ze knippen is schots en scheef en wat ze lijmen valt er af of de lijm druipt er juist aan alle kanten uit. Tja, dan neem ik het maar weer over.”

Sabine houdt haar aandeel in de surprisemakerij zorgvuldig verborgen.  Daar zou ze er op het schoolplein maar op aangekeken worden.“Het niveau van de surprises ligt ontzettend hoog op deze school. Ik schat dat tachtig procent van de surprises bij ons op school grotendeels door de moeders wordt gemaakt, maar we houden met ons allen krampachtig de illusie in stand dat de kinderen het echt helemaal zelf doen. Geen ouder die het ooit publiekelijk zou toegeven.”

Op een andere basisschool vertelt Joke een vergelijkbaar verhaal. “Mijn kinderen hebben allebei een hekel aan knutselen, terwijl ik zelf altijd aan het fröbelen ben. Mijn handen jeuken dan ook elk jaar om aan de slag te gaan met de sinterklaassurprises. Het begint als helpen, maar uiteindelijk komt het erop neer dat ik de surprises maak. Volgens mij gebeurt dat in heel veel gezinnen, te oordelen naar hoe perfect afgewerkt de meeste surprises zijn. Maar dat is niet iets waar je openlijk voor uitkomt. Er rust toch een soort taboe op.”

‘Neem het surprises maken niet over’

Dat ouders hun kinderen helpen bij het maken van de verplichte sinterklaassurprises, is volgens ‘knutselgoeroe’ Thea van Mierlo geen nieuw verschijnsel. “Maar we leven wel in een tijd dat het allemaal heel mooi moet zijn”, zo valt Van Mierlo, auteur van bijna twintig knutselboeken, ook steeds vaker op. “Er zijn altijd moeders die dan geneigd zijn het werk over te nemen of netjes afwerken. Dat moet je niet doen. Daardoor krijgt het kind juist het gevoel dat wat ze doen niet goed genoeg is.”

Met helpende ouders is volgens Van Mierlo op zich niets mis. “Bespreek samen wat leuk is om te maken, blader door knutselboeken of doe ideeën op internet op. Sommige kinderen moeten gewoon even ergens overheen worden geholpen voordat ze aan de slag gaan. Vooral oudere kinderen zijn vaak bang om af te gaan omdat hun surprise niet mooi genoeg is.”

‘Het gaat er niet om wie de mooiste surprise maakt’

Op basisschool De Heksenketel in Assen wordt creativiteit erg gestimuleerd. Volgens groepleerkracht Jannet de Haan, juf in groep 7, maken de kinderen dan ook echt zelf hun surprises. “Er zal vast wel eens een ouder zijn die eventjes een helpende hand biedt bij een onderdeel dat een kind moeilijk vindt, maar in feite maken ze het helemaal zelf. Je kunt precies zien waar de talenten liggen, maar dat geeft niet. Het gaat er niet om de mooiste of meest fantastische surprise af te leveren. Het gaat erom dat je moeite doet voor een ander. Alleen dat al is heel belangrijk.”

“Surprises die op internet zijn gekocht? Nee, dat gebeurt hier echt echt”, weet De Haan heel zeker. Op menige school zullen ze echter opduiken, want via onder andere Marktplaats wordt al sinds begin oktober levendig gehandeld in sinterklaassurprises. Het kost je een euro of vijftien, maar dan heb je ook een superstrakke Spongebob, robot of giraf.

De gulden middenweg bieden de surprisepakketten à vijf euro die de Hema sinds vorig jaar in het assortiment heeft. Je moet nog wel iets zelf doen, maar gemak dient de mens en creativiteit is niet vereist. “Wij willen altijd graag het leven van de mensen leuker en makkelijker maken.”, verklaart Hema-woordvoerder Marry Jansen. “Wat is nou leuker dan gemakkelijk een surprise te kunnen maken?”

 

Surprise blijft populair bij sinterklaasvierders

Van de mensen in Nederland die sinterklaas vieren, verpakt 31 procent zijn cadeau in een surprise. Meer dan de helft van de vierders schrijft sinterklaasgedichten. Die cijfers zijn  redelijk stabiel door de jaren heen, volgens het Sinterklaasonderzoek van TNS Nipo (2009).  Mannen maken iets vaker een surprises dan vrouwen, zo blijkt uit het December Onderzoek 2010 van Deloitte. Dat geeft ook aan dat surprises maken vooral wordt gedaan in gezinnen met (jonge) kinderen.

 

Sigaretten van papier maché

Met Sinterklaas geven Nederlanders elkaar niet alleen parfums, poppen en puzzels, maar ook surprises met spottende gedichten. De geschiedenis van de surprise heeft alles te maken met de veranderde verhouding tussen ouders en kinderen. Pas na 1945 begon de surprise aan zijn opmars in Nederland. Ook kinderen die niet meer in de goedheiligman geloofden, bleven in de jaren vijftig en zestig meedoen met Sinterklaas. Ze kregen niet langer alleen cadeautjes, maar gaven ze nu ook zelf aan hun ouders, broers en zussen. Pakjesavond werd zo iets voor de hele familie.

Door de veranderende verhoudingen binnen het gezin, veranderde ook de manier waarop sinterklaasavond werd gevierd. Voor pakjesavond werden bijvoorbeeld lootjes getrokken. Het ging er niet om hoe duur de cadeaus waren, maar om hoeveel aandacht eraan was besteed. Moeder kreeg van haar zoon liever een zelfgebreide sok met gaten dan een zijden panty. De emotionele waarde van geschenken werd vooral belangrijk gevonden: ‘het gaat om het gebaar’.

Tegelijkertijd ontwikkelde vader zich van de baas van het gezin tot iemand met wie je grapjes kon maken. Zo was het nu mogelijk hem een beetje te pesten: bijvoorbeeld door hem een grote sigaret van papier-maché te geven, omdat hij het roken niet kon laten. Zijn mislukte stoppogingen werden vervolgens nog eens bespot in het bijbehorende gedicht. En had dochterlief wat al te veel vriendjes op haar naam staan? Dan timmerde vader in zijn hobbyschuurtje een tiental gebroken harten voor haar in elkaar. Aan deze nieuwe openheid en gelijkwaardigheid tussen ouders en kinderen dankte de sinterklaassurprise zijn populariteit.

(Bron: Nationaal Historisch Museum)

 


 

Verder lezen

Hoe kies je een basisschool?

Hoe kies je een basisschool?

19 november 2012 | Reacties (10)

Als je kind vier jaar wordt, mag het naar de basisschool. Maar welke school kies je? Kies je voor de school om de hoek, voor een openbare of juist een christelijke school, of voor een school met een specifieke pedagogische opvatting, zoals een vrije school of montessorionderwijs? Het kiezen van een school is een belangrijke beslissing, die de komende acht jaar en zelfs nog na de basisschooltijd van invloed is op je kind. Neem daarom de tijd om zorgvuldig en weloverwogen een school te kiezen.

Welke criteria laat je meewegen?

Om een school te kunnen kiezen, zal je eerst voor jezelf op een rijtje moeten hebben wat jullie als ouders belangrijk vinden aan een school. Alle ouders hanteren hun eigen criteria, afhankelijk van hun eigen ideeën en opvattingen en hun persoonlijke omstandigheden.

Met stip op één in vrijwel alle lijstjes in tijdschriften en op websites staat: kijk naar je kind. Het klinkt volkomen logisch en dat is het ook. Natuurlijk is het verstandig om bij de schoolkeuze rekening te houden met je kind: hoe zelfstandig is je kind, wat voor soort onderwijs past bij zijn of haar karakter. Staar je daar echter niet blind op. Als je naar je driejarige zoon of dochter kijkt, is het nog moeilijk te voorspellen tot wat voor soort schoolkind hij of zij zal uitgroeien of wat met wat voor leerproblemen je later misschien te maken krijgt.
Denk ook aan eventuele broertjes of zusjes, die een heel ander karakter kunnen hebben dan de oudste. Alleen al uit praktische overwegingen kiezen vrijwel alle ouders ervoor hun kinderen naar dezelfde school te laten gaan.

De keuze voor een school is een mix van rationele en emotionele argumenten. Probeer in kaart te brengen welke criteria je wilt laten meewegen bij je schoolkeuze. Daarmee vergemakkelijk je de uiteindelijke keuze.

Aspecten die je kunt laten meewegen bij de schoolkeuze:

  • openbaar of aansluitend bij eigen geloof of levensbeschouwing
  • onderwijstype
  • locatie en schoolroute
  • schoolpopulatie: wie zijn de toekomstige vriend(innet)jes van je kind?
  • schoon en goed onderhouden schoolgebouw
  • aandacht voor leer- en gedragsproblemen
  • sociale normen en waarden (pestprotocol)
  • goede sfeer en uitstraling
  • hoe zijn tussenschoolse en naschoolse opvang geregeld
  • schooltijden
  • wat betaal je aan ouderbijdrage
  • aandacht voor cultuur en natuur
  • inzet van moderne leermiddelen als computer en tablet
  • kwaliteit van het onderwijs
  • goede aansluiting met voortgezet onderwijs
  • wat wordt er precies van ouders verwacht
  • gemiddelde groepsgrootte
  • schoolgrootte
  • veel of weinig parttimers (duobanen) voor de klas
  • heeft of krijgt de school te maken met krimp


Grote scholen, kleine scholen

Wat is beter, een kleine school of een grote school? Beide hebben voor- en nadelen. Kleine scholen voelen vaak wat knusser en vertrouwder aan. Iedereen kent elkaar, er is veel persoonlijk aandacht en de communicatie verloopt makkelijk. Daar staat tegenover dat de werkdruk voor het personeel op kleine scholen vaak hoger is. Wisselen van klas is meestal niet mogelijk, omdat er geen parallelgroepen zijn.

Op heel kleine scholen zitten soms leerlingen van met drie jaar leeftijdsverschil in één groep. De grootte van de school zegt niets over de groepsgrootte: kleine scholen kunnen grote groepen hebben en grote scholen kunnen kleine groepen hebben. Combinatiegroepen (bijvoorbeeld groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) komen op zowel grote als kleine scholen voor; soms uit noodzaak, vaak ook omdat daar bewust voor wordt gekozen.

Dit zeggen ouders:

De meeste kinderen in onze wijk zitten op de katholieke school. Niet omdat hun ouders gelovig zijn, maar omdat die school een continurooster heeft.”

De dorpsschool is zo klein dat het de vraag is of die over een paar jaar nog bestaat. Toch kiezen we er bewust voor want de school staat heel goed bekend.”

Als we ons van tevoren had gerealiseerd dat op deze school niet één meester werkt, hadden we misschien wel een andere school gekozen.”

Lieneke is een echt ‘montessorikind’, maar Ties, onze jongste, was misschien wel beter af geweest op een reguliere school.”

Er wordt op deze school erg veel aandacht besteed aan creativiteit, muziek, toneelspelen. Dat past echt bij onze dochter. Bovendien zit hij hier vlak om de hoek!”

Of thuis naar school…

Naar aanleiding van een aantal reacties op dit artikel (zie hieronder), noemen we hier ook een andere keuze: je kunt besluiten je kind thuis les te geven. In Nederland volgen ruim 300 kinderen op principiële gronden thuisonderwijs (ter vergelijking: ruim 1,6 miljoen kinderen gaan naar de basisschool). In andere landen is home schooling een bekend fenomeen; zo wordt in Amerika zo’n vijf procent van alle kinderen thuis onderwezen. Deze vorm van onderwijs staat daar hoog aangeschreven; uit onderzoeken is gebleken dat kinderen in Angelsaksische landen die thuisonderwijs gekregen hebben, verder waren in zowel hun schoolvorderingen als in hun sociaal-emotionele ontwikkeling dan leeftijdsgenoten die naar school gingen (bron: Kohnstamm Instituut).

Thuisonderwijs is in Nederland geen bij wet geregelde vorm van onderwijs. Om je kind zelf thuis te mogen geven is vrijstelling van de leerplicht nodig. Vrijstelling kan worden verleend als je kind op basis van psychische of lichamelijke gronden ongeschikt is om naar een gewone school te gaan of als er binnen redelijke afstand geen enkele school te vinden is die past bij de levenbeschouwelijke richting van de ouders.

Verder lezen

(CC-licensie: Klasse.be)

Boeken kaften, hoe doe je dat?

9 augustus 2012 | Reacties (0)

De laatste keer dat je een boek gekaft hebt, was waarschijnlijk toen je op de middelbare school zat. Sommige basisscholen roepen de hulp in van ouders om schoolboeken te kaften, opdat de boeken langer meegaan. Wil je helpen bij deze klus maar weet je niet meer precies hoe je ook alweer een boek kaft? Dan vind je hier een handleiding. Ook handig voor (ouders van) kersverse brugklassers!

Klik-en-print de handleiding ‘boeken kaften’:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze stappen worden visueel voorgesteld:

  1. Leg je boek opengeslagen op het kaftpapier en knip een strook, waarbij je aan elke kant van het boek minstens 5 centimeter over houdt. (Kleinere boeken kunnen over de breedte van de rol, dat spaart een heleboel kaftpapier.)
  2. Vouw het papier precies in het midden.
  3. Vouw het papier om je boek, zodat de vouwlijn precies over het midden van de rug loopt.
  4. Vouw de apjes om de voor- en de achterkant en plooi ze weer open.
  5. Van de rug knip je de stroken schuin in, begin breed en eindig even smal als de rug.
  6. Haal het boek uit de kaft en vouw die stukjes naar binnen, onder de rug van het boek
  7. Leg het boek netjes in de flapjes die je daarnet maakte. Vouw dan de boven- en onderkant schuin in en dan naar binnen, alsof je een cadeautje inpakt.
  8. Sluit je boek. Vouw nu ook de zijkanten één voor één om.
  9. Met plakband plak je de omgevouwen hoeken aan elkaar vast. Niet aan het boek!
  10. Sluit het boek en verstevig de rug met stukjes plakband.

De manier waarop in deze handleiding boeken worden gekaft, is de meestgebruikte. Er zijn wel wat kleine variaties in methodes van boeken kaften. Op youtube staan diverse instructiefilmpjes waarin wordt voorgedaan hoe je een boek moet kaften. In dit filmpje, bijvoorbeeld, wordt het boek op een andere manier centraal in de kaft gelegd dan in stap 3 volgens de handleiding hierboven:

Er is niet één goede manier van boeken kaften. Ontdek zelf welke methode je het beste ligt en welke het mooiste resultaat oplevert.

(Dit artikel is mede gebaseerd op en maakt gebruik van materiaal van Klasse.be, waarvoor een Creative Commons-licentie is verleend)

Verder lezen

Steeds meer ouders negeren vakantieregels

Steeds meer ouders negeren vakantieregels

26 juni 2012 | Reacties (0)

Het aantal ouders dat de schoolvakantieregels aan zijn laars lapt, stijgt. Bijna 6500 ouders hielden hun kind vorig schooljaar thuis of vertrokken eerder naar hun vakantieoord dan de officiële start van de vakantie, zo meldt het ministerie van Onderwijs. Dat is tien procent meer dan het schooljaar ervoor. Het ministerie van Onderwijs zet vanaf vandaag social media in om ouders te informeren.


Een dag eerder vertrekken omdat de vliegtickets dan goedkoper zijn of om de files te mijden, het klinkt aanlokkelijk. Maar het mag niet. Er is sprake van zogenaamd luxeverzuim als een leerling buiten de schoolvakanties zonder toestemming en uit eigen belang van ouders of jongere niet in de klas zit. Bij luxeverzuim kunnen ouders worden vervolgd en/of een geldboete krijgen. Deze boete kan oplopen tot € 3.900.

‘Ouders hebben voorbeeldfunctie’

“Elk kind moet het schooljaar netjes afmaken. Ouders hebben daarin een belangrijke voorbeeldfunctie. We gaan ouders nog beter informeren over wat wel en niet is toegestaan”, aldus minister Van Bijsterveldt van Onderwijs. Voor Van Bijsterveldt is terugdringing van schoolverzuim een belangrijk speerpunt.

Meer weten? Lees dan:

  • Op vakantie buiten de schoolvakantie: wanneer mag het wél? Klik hier
  • Ouders nemen boete spijbelen voor lief. Klik hier
  • Vuistregels voor extra verlof aanvragen. Klik hier

Zomervakantie 2012 (basisscholen)

regio Zuid: 30 juni – 12 augustus
regio Midden: 7 juli – 19 augustus
regio Noord: 21 juli – 2 september

Ouders die vragen hebben over de leerplicht kunnen die via Twitter (@MinOCW) of via Facebook (www.facebook.com/ministerieocw) stellen aan het ministerie van onderwijs.

Verder lezen

Het boek 'Kinderkwalen' geeft ouders antwoord op de meestgestelde vragen over ziektes en aandoeningen bij kinderen.

Naar school met rode hond of waterpokken?

11 juni 2012 | Reacties (0)

Mijn kind heeft waterpokken. Mag het gewoon naar school? En hoe zit dat bij krentenbaard en rode hond? Hoe besmettelijk zijn waterwratten? Waar moet je op letten bij diarree en hoe herken je kinkhoest of de zesde ziekte? Het antwoord op die vragen biedt het net verschenen boek Kinderkwalen, geschreven door drie huisartsen.

Naslaggids kinderkwalen

Het boek 'Kinderkwalen' geeft ouders antwoord op de meestgestelde vragen over ziektes en aandoeningen bij kinderen.

Als ouder krijg je in de loop der jaren met een opeenvolging van kinderziekten te maken. Ook al zijn de meeste niet ernstig of heb je ze bij oudere kinderen al eerder voorbij zien komen, praktische informatie is op zo’n moment van harte welkom. Kinderkwalen is voor die situaties een ideaal naslagwerk.

Handig en betrouwbaar naslagwerk

Het boek is overzichtelijk, beperkt zich tot de praktische informatie waarom je als ouder verlegen zit. Anders dan lukraak bij elkaar gegooglde info kun je erop vertrouwen dat de informatie betrouwbaar is: de auteurs Just Eekhof, Arie Knuistingh Neven en Wim Opstelten zijn in het dagelijks leven huisarts en schreven eerder voor huisartsen het boek Kleine kwalen bij kinderen, waarop de inhoud van dit boek is gebaseerd. De inhoud van het boek sluit aan bij de richtlijnen die huisartsen in Nederland volgen.

In Kinderkwalen komen alle bekende kinderaandoeningen aan de orde, van bekende aandoeningen als oorontsteking, krentenbaard en hoesten tot minder vaak voorkomende kinderziekten als bof, kinkhoest en rode hond. Daarnaast worden adviezen gegeven over de behandeling van alledaagse probleempjes als wonden, bloedneuzen en hoofdluis. Per aandoening wordt aangegeven hoe je haar herkent, of het besmettelijk is, wat je zelf kunt doen, wanneer je naar de huisarts moet gaan en of je kind wel of niet gewoon naar school en de kinderopvang kan. Al met al een superhandig boek voor ouders van kinderen tot een jaar twaalf.

Mag je kind naar school met…

En het antwoord op die ene vraag: Mag mijn kind naar school met….? Dat is eigenlijk altijd ja. De meeste besmettelijke kinderziekten als waterpokken, kinkhoest en rode hond zijn al besmettelijk voordat de ziekte zichtbaar wordt of de diagnose wordt gesteld. Het heeft dan niet meer zo veel zin om ze nog thuis te houden. Meld wel altijd op school dat je kind ziek is en welke aandoening het heeft.

Bij slechts een paar kinderziekten gelden aanvullende adviezen:

  • rode hond: je kind kan in principe gewoon naar school, maar overleg wel met school en kinderopvang omdat rode hond gevaarlijk is voor zwangere vrouwen die de ziekte nog niet hebben gehad of niet zijn ingeënt.
  • roodvonk: je kind kan in principe gewoon naar school, maar sommige GGD’s adviseren kinderen met roodvonk pas naar school te laten gaan als ze zijn behandeld met antibiotica.
  • vijfde ziekte: je kind kan naar school, maar zorg dat de school zwangere vrouwen kan inlichten.
  • bof: je kind kan naar school, maar zorg dat de school zwangere vrouwen inlicht die de bof nog niet hebben gehad of niet zijn ingeënt.
  • krentenbaard: je kind kan gewoon naar school, al hanteren sommige scholen het beleid dat het kind eerst met antibiotica moet zijn behandeld.

‘Kinderkwalen’ is een uitgave van Reed Business Media (ISBN 978 90 352 3398 0) en is verkrijgbaar via www.elsesviergezondheidszorg.nl, via de boekhandel of via de klantenservice van Reed Business (tel. 0324 – 358358). Of klik hier om het boek gemakkelijk te bestellen bij onze partner Bol.com.


 

Verder lezen

Nederlandse kinderen drinken meer dan een halve liter frisdrank per dag.

Bijna kwart Nederlanse kinderen is te dik

7 mei 2012 | Reacties (0)

Van de Nederlands kinderen in groep 6, 7 en 8 is zo’n 22 procent te dik, 6 procent heeft zelf extreem overgewicht. Dat blijkt uit recent Europees onderzoek naar overgewicht bij kinderen. De Nederlandse kinderen zijn daarmee minder dik dan gemiddeld in Europa. In de onderzochte zeven landen heeft 30 procent van de kinderen overgewicht en er bij 1 op de 10 kinderen sprake van extreem overgewicht.

Overgewicht komt veel voor onder schoolkinderen in verschillende landen in Europa. De onderzoekers van het VU medische centrum bekeken het gewicht van schoolkinderen van 10 tot 12 jaar in België, Griekenland, Hongarije, Nederland, Noorwegen, Slovenië en Spanje. Het werd uitgevoerd in de lente van 2010 onder 3.398 jongens en 3.727 meisjes (minimaal duizend 10- tot 12-jarige kinderen per land).

Frisdrank

Nederlandse kinderen drinken meer dan een halve liter frisdrank per dag.

In Griekenland is overgewicht bij kinderen het grootste probeem: daar kampt de helft van de kinderen met overgewicht; bij één op de vijf Griekse kinderen is sprake van extreem overgewicht. In Noorwegen werden de laagste percentages gemeten; 19% van de Noorse kinderen is te dik, 4% heeft extreem overgewicht.

Nederlandse kinderen drinken het meeste frisdrank

“Het is niet gemakkelijk om de verschillen tussen deze landen te verklaren”, stelt onderzoekscoördinator professor Johannes Brug van VU medisch centrum. Het onderzoek toonde aan dat kinderen in Griekenland het minst sporten, kinderen in Griekenland en Hongarije het meest televisie kijken, kinderen in België het langst slapen, en kinderen in Nederland de grootste hoeveelheden frisdrank drinken (maar liefst 0.6 liter per dag).

Het team van onderzoekers uit 15 organisaties in Europa toonde aan dat de jongens gedurende de onderzochte periode over het algemeen dikker waren dan meisjes, meer televisie keken en meer frisdrank dronken. Meisjes deden echter minder aan sport. Kinderen van hoog opgeleide ouders waren slanker, behalve in Griekenland en Spanje.

“Het is duidelijk dat er verschillen zijn in de culturele tradities, familiegebruiken en eetgewoonten tussen de verschillende Europese landen”, zegt professor Brug. “Het onderzoek laat zien dat kinderen één ding gemeen hebben – ze worden allen blootgesteld aan meerdere factoren die overgewicht bij de kinderen veroorzaken. Slechts één oorzaak aanpakken zal dan ook niet werken.”

De reltaten van het ENERGY-onderzoek zijn gepubliceerd in het tijdschrift PLoS-ONE . Kijk ook op www.projectenergy.eu

Boekentip 1 : Gezond leven is kinderspel

Boekentip!

Is jouw kind ook te dik? Vind je het moeilijk om je kind gezond te laten eten? Weet je niet hoe je kind moet afwennen frisdrank te drinken? Dan is het boek Gezond leven is kinderspel.Dé trukendoos voor ouders van de Belgische dieetsauteur Sonja Kimpen een echte aanrader.

Gezond leven is kinderspel is géén kookboek. Op geen van de 308 bladzijden valt een recept te vinden. Ook geen tips als ‘dien het eten op in de vorm van een leuk gezichtje’. ‘Onrealistisch’ noemt Kimpen dat soort trucs. Bovendien “zullen ze snel doorhebben dat jouw versierkunst niet bedoeld is om het leuk te maken maar enkel dient om dat wat op het bord ligt in hun mond te krijgen. Kinderen zijn niet dom!”

Wat het boek wel geeft zijn tal van strategieën en heel veel inspiratie om altijd de gezondste weg te kiezen. Zowel voor jezelf als ouder, die het goede voorbeeld moet geven, als voor kinderen, die daarmee een fantastische basis leggen voor de rest van hun leven. Kimpen gaat daarin heel ver. Zelfs op kinderfeestjes probeert ze de gastjes water te laten drinken in plaats van frisdrank, sap of limonade: “Als jullie dorst hebben, vinden hier jullie hier het water. Als je plakspul wilt, mag je ook [maakt een wegwerpgebaar] frisdrank drinken.”

Onrealistisch? Het leuke aan het boek is dat ook Kimpens inmiddels volwassen zonen Niels en Arne stukjes geschreven hebben. Zij konden de aanpak van hun moeder lang niet altijd waarderen, maar uiteindelijk zijn ze haar visie wel gaan delen. De aanhouder wint dus en die boodschap sterkt je om als ouder de strijd aan te gaan en ook zelf het goede voorbeeld te geven.

 

Boekentip 2: Vet! Kinderen over obesitas.

Boekentip!

22 Procent van de Nederlandse kinderen is te dik, meldt het VUmc-onderzoek. Dat zijn de cijfers. Het boek Vet! Kinderen over obesitas laat zien welke kinderen er schuil gaan achter de statistieken. Hoe werden ze zo dik? Wat vinden ze van hun uiterlijk, en wat vindt de buitenwereld ervan? Inger Boxsem en Wout Jan Balhuizen portretteren in woord en beeld een aantal kinderen met overgewicht. Ouders vertellen in het boek over de strijd voor een gezond gewicht van hun kind.

Achterin Vet! geeft diëtistGwendell Fondoe Aubèl tips over wat je wel en wat je juist niet moet doen om kinderen een gezond gewicht te laten krijgen en houden. Wel doen, bijvoorbeeld: “Geef kinderen fruit en water mee naar school als tussendoortje. Als je water kiest scheelt dat 1700 kcal per maand: een hele dag eten.” Kaas op brood? Niet doen: “Niet voor niets is kaas uit de schijf van vijf gehaald. gewone kaas bestaat voor achtenveertig procent uit vet!”


Verder lezen

Dringen voor een plek in de brugklas

Dringen voor een plek in de brugklas

13 april 2012 | Reacties (0)

Leuren met je kind voor een plek op de middelbare school. In gemeenten als Amsterdam, Utrecht en Den Haag is het een jaarlijks terugkerend verschijnsel. Het einde aan de lotingsperikelen is voorlopig nog niet in zicht, zo concludeert het Onderwijsblad na bestudering van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het ministerie van Onderwijs.

“Het is niet makkelijk om ouder te zijn van een kind dat zo rond 2000 werd geboren”, schrijft Trouw-redacteur Romana Abels. In een artikel in de weekendbijlage van afgelopen zaterdag beschrijft zij op basis van eigen ervaringen en die van mede-ouders hoe het is om met je kind te moeten leuren voor een plekje op de middelbare school. Om mee te moeten loten voor een beperkt aantal brugklasplekken, met soms minder dan dertig procent kans om te worden ingeloot. Zoals een vriendin haar mailde: “Iedere ochtend word ik wakker en dan denk ik: wat was er ook alweer – o ja, dat schoolgedoe.”

Geboortepiekje rond 2000

De druk op de brugklassen – alleen in Amsterdam al zijn er 824 brugklassers meer aangemeld dan er plaatsen beschikbaar zijn – is het gevolg van een klein geboortepiekje rond de eeuwwisseling. De kinderen die toen geboren zijn, deden in februari de Cito-toets en staan op de drempel van de middelbare school. Komend schooljaar zijn er 1500 leerlingen meer dan het jaar ervoor en een jaar later komen er weer meer dan 3500 brugklassers bij. Omgerekend zijn dat, zoals het Onderwijsblad fijntjes opmerkt, een kleine 160 brugklassen.

Grote verschillen in Nederland

De krapte speelt niet overal in Nederland. In gebieden als Oost-Groningen, Limburg en Zeeland, waar de bevolking krimpt, is het aantal beschikbare brugklasplekken nu al groter dan het aantal burgpiepers in spe. Omdat de geboortepiek tijdelijk was, is de krapte in brugklasplekken ook een tijdelijk probleem. In het schooljaar 2014-2015 zijn voor de meeste gemeenten vraag en aanbod in evenwicht.

De verschillen in het land zijn echter groot. Volgens het Onderwijsblad zakt na 2014 weliswaar landelijk de groei in, maar houdt deze plaatselijk aan tot zeker 2016. Het Onderwijsblad stelde een top-20 op van gemeenten met aanhoudende krapte:

Tekort aan brugklasplekken tot en met 2015-2016

  1. Utrecht
  2. Amsterdam
  3. Den Haag
  4. Haarlemmermeer
  5. Haarlem
  6. Deventer
  7. Zwolle
  8. Pijnacker-Nootdorp
  9. Helmond
  10. Lelystad
  11. Amerfoort
  12. Almere
  13. Barendrecht
  14. Lansingerland
  15. Breda
  16. IJsselstein
  17. Rotterdam
  18. Enschede
  19. Den Bosch
  20. Leeuwarden

(bron: AOb)

Ouders eisen recht op vrije schoolkeuze

In Amsterdam maken ouders verenigd in de de stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (VSA) zich sterk voor een oplossing van dit probleem. De VSA vindt dat ouders en leerlingen recht hebben op een reële vrijheid van schoolkeuze uit voldoende aanbod aan voortgezet onderwijs van voldoende kwaliteit.

“De werkelijkheid is echter anders”, concludeert de VSA. “Ieder jaar worden honderden Amsterdamse kinderen uitgeloot op de middelbare school van hun keuze. En na de eerste lotingsronde zijn vrijwel alle goede scholen vol. Uitgeloot worden betekent dat kinderen geen vrije keuze hebben. Uitgelote kinderen worden gedwongen naar scholen te gaan die hun voorkeur niet hebben, verder van huis liggen of niet de gewenste kwaliteit bieden.”

‘Scholen houden tekort bewust in stand’

De VSA wil dat het makkelijker wordt nieuwe scholen op te richten en pleit voor instelling van een ‘loods’ die goed zicht heeft op vraag en aanbod en die de bevoegdheid heeft in te grijpen bij schaarste en zo nodig middelbare scholen kan dwingen tot het doen van aanpassingen. In een brief aan de Tweede Kamer in januari stelt de VSA dat middelbare scholen het tekort bewust in stand houden:

“Scholen waar kinderen graag naartoe willen, hebben voordeel van een tekortschietend aanbod. Meer aanmeldingen dan een school aan zegt te kunnen, bevestigen haar populariteit; lotingen zijn goed voor een reputatie als kwaliteitsschool. Scholen die voor kinderen minder aantrekkelijk zijn, genieten vervolgens het voordeel van gedwongen winkelnering van uitgelote kinderen.”

(lees hier de volledige brief van de VSA aan de Tweede Kamer)

De Tweede Kamer bespreekt deze brief op 15 mei.

Verder lezen

School kan douchen verplichten, maar naakt douchen niet.

Mag school douchen na gym verplichten?

12 maart 2012 | Reacties (11)

Mag de school je kind verplichten tot douchen na de gymles? En kan de school ook eisen dat er gedoucht wordt zonder onderbroek aan? Die vragen zijn actueel nu veel kinderen door een ‘nieuwe preutsheid’ onder de jeugd of uit religieuze overwegingen het douchen – en zeker naakt – liever overslaan.

Douchen na gymles

School kan douchen verplichten, maar naakt douchen niet.

“Mijn zoon Lars is tien en begint behoorlijk preuts te worden”, schrijft een moeder in een mail aan de redactie van Thuisinonderwijs.nl. “Om die reden weigert hij al een aantal maanden om na de gymles te douchen. Klasgenoten douchen in hun onderbroek. Nu hebben wij van school een brief gekregen dat alle kinderen na de gymles verplicht moeten douchen en dat het om hygiënische redenen niet de bedoeling is dat de onderbroek daarbij aanblijft.” In hoeverre mag de school dit van de kinderen eisen, zo vraagt de mailster zich af.

Schaamdouches

Douchen na gymles, maar ook op sportclubs, is een actueel thema. Steeds meer kinderen en jongeren hebben grote moeite met naakt douchen in groepsverband. Ze douchen in hun ondergoed of bij voorkeur helemaal niet meer. Een aantal scholen heeft speciale ‘schaamdouches’ ingericht: afgeschermde cabines waar leerlingen kunnen douchen die niet willen dat klasgenoten hen naakt zien. Recent kwamen twee scholen in Groningen hiermee in het nieuws, maar het fenomeen bestaat al langer op een aantal andere scholen.

Naar aanleiding van de recente media-aandacht voor deze schaamdouches komen bij de Vereniging van Openbare Scholen en Algemeen Toegankelijke Scholen (VOS/ABB) veel vragen van schoolbesturen. Net als de moeder van Lars willen zij weten of een school de leerlingen kan verplichten te douchen na de gymles.

Wel verplicht douchen, niet verplicht naakt douchen

De Helpdesk van VOS/ABB verwijst naar een recent advies van de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs. Daarin staat te lezen dat een school douchen wel mag verplichten, maar naakt douchen niet.

Het advies werd gegeven in de behandeling van een klacht van de moeder van een 7-jarig meisje. De moeder had eerst bij de school gevraagd of haar dochter niet meer hoefde te douchen. Toen dat verzoek werd afgewezen, vroeg zij toestemming voor haar dochter om in haar ondergoed te douchen. Daarmee ging de school ook niet akkoord, waarna het meisje de school verliet om naar een islamitische school te gaan. De uitspraak van de Klachtencommissie is interessant, omdat op veel aspecten uitvoerig wordt ingegaan:

Mag een school douchen verplicht stellen?

“De Commissie stelt voorop dat het aanleren van gezond gedrag een van de belangrijkste uitgangspunten is van bewegingsonderwijs. Douchen na de gymles valt ook onder dergelijk gezond gedrag. In zoverre mag een school de leerlingen dan ook verplichten na afloop van de gymles te douchen.

Mag een school omwille van hygiëne naakt douchen verplicht stellen?

“Het je in bijzijn van anderen bloot tonen vergt bij vrijwel ieder mens het overwinnen van bepaalde schaamtegevoelens. Deze gevoelens ontstaan bij het ontdekken van de eigen lichamelijke grens ten opzichte van die van een ander en zullen zich – afhankelijk van tal van factoren – meer of minder krachtig ontwikkelen. De factoren die schaamtegevoel beïnvloeden kunnen van allerhande aard zijn, zoals culturele, sociale, religieuze of fysieke factoren. Vaststaat dat schaamtegevoelens nooit los van de omgeving kunnen worden beschouwd. Het – bewust of onbewust – voorbijgaan aan dergelijke gevoelens kan de grens van iemands lichamelijke integriteit overtreden.

Gelet op het voorgaande doet de vraag zich voor of er rechtvaardiging bestaat voor het dwingen van een leerling zich in de groep te ontbloten. Het nastreven van optimaal hygiënische omstandigheden is op zichzelf een goede reden om leerlingen na de gymles naakt te laten douchen. De Commissie meent echter dat het douchen met onderbroek aan niet zodanig minder hygiënisch is dat dit rechtvaardigt dat kinderen tegen hun wil of die van hun ouders hun schaamtegevoelens opzij moeten zetten. Overigens is de Commissie van oordeel dat een school wel bevoegd is aan het douchen in onderbroek nadere  – hygiënische – voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld dat de desbetreffende leerlingen geacht worden na het douchen met schoon droog ondergoed terug de klas in te gaan.”

Kan de school via de schoolgids en/of na instemming van de MR een doucheprotocol opstellen dat naakt douchen afdwingt?

“De Commissie acht het recht op lichamelijke integriteit van de leerling van zo fundamentele aard, dat geen schoolbeleid – door de MR onderschreven of niet – een uitzondering op dit recht zou rechtvaardigen.”


Verder lezen

Hoofdluis, je krijgt er de kriebels van

Hoofdluis, je krijgt er de kriebels van

1 maart 2012 | Reacties (0)

Een jaar of twaalf geleden deed de luizenzak zijn intrede op de basisscholen. Tegenwoordig is er bijna geen school in Nederland meer of er hangen fleurige zakken aan de kapstok. Een vrolijk gezicht, dat wel. Maar nut blijken de zakken niet of nauwelijks te hebben. Net zo weinig als kookwassen, hysterisch stofzuigen en knuffels en beddengoed een week in vuilniszakken of de vriezer leggen. Tegenwoordig wordt nog slecht één wapen ingezet tegen hoofdluis: de kam.

Hoofdluis

Luis in je haar, kammen maar! adviseert het RIVM

Luizencontrole

Het is vaste prik in de week na een vakantie: luizencontrole. Een team van luizenouders pluist nauwgezet alle kinderhoofden na op zoek naar kleine kriebelbeestjes. Worden ze aangetroffen, dan slaat de school kriebelalarm. Betty Bijlstra vreest die eerste maandag na de vakantie altijd een beetje. “Ik krijg er letterlijk de kriebels van”, zegt ze lachend. “Ik ben altijd weer opgelucht als ik hoor dat mijn kinderen luizenvrij zijn.” Al een paar keer heeft ze meegemaakt dat een van haar kinderen toch hoofdluis had. “En daar ben je mooi zoet mee.”

Toch valt dat tegenwoordig wel mee. Werd tot vorig jaar de strijd tegen hoofdluizen op alle fronten gevoerd (alle kleren, beddengoed, kussens en knuffels op 60 graden wassen, borstels uit koken en de meubels en zelfs de auto stofzuigen), nieuwe inzichten hebben het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vorig jaar doen besluiten dat de strijd alleen maar in het haar gevoerd hoeft te worden: kammen, kammen en nog eens kammen, eventueel met gebruik van een antiluizenmiddel.

Luizen blijven het liefst op het hoofd

De oude adviezen waren erop gericht de verspreiding van hoofdluis zo veel mogelijk te voorkomen. Tegenwoordig is echter bekend dat luizen zich niet verschansen in kleding, jassen, knuffels of mutsen. Luizen hebben bloed nodig om te overleven; uit vrije wil verlaten ze dus bij voorkeur niet het hoofd. Onderzoek zou hebben aangewezen dat de bron van luizenverspreiding nagenoeg altijd van hoofd tot hoofd gaat. Dáár moet de bestrijding dus plaatsvinden.

Luis in je haar? Kammen maar! Die slogan vat de nieuwe luizenadviezen van het RIVM samen. Twee weken lang elke dag grondig kammen in nat haar, tot wel tien minuten per dag, eventueel een antiluizenmiddel gebruiken en de huisgenoten preventief dezelfde behandeling laten ondergaan, dat is in een notendop de nieuwe stelregel. Het RIVM heeft onderstaand filmpje gemaakt om uit te leggen hoe je hoofdluis moet aanpakken:

Betty Bijlstra moet eraan geloven. Haar jongste zoon Stan (7) bleek bij de luizencontrole na de carnavalsvakantie hoofdluis te hebben. “Ik zou blij moeten zijn dat ik nu ‘alleen nog maar’ hoef te kammen. Maar ik vind het toch moeilijk om ineens die andere adviezen niet meer op te volgen”, zegt ze. “Mijn oudste dochter ging al naar school toen er nog geen luizenzakken waren. Sinds die er gekomen zijn, is er veel minder vaak hoofdluis op onze school. Dat komt misschien ook wel doordat er destijds gelijktijdig met regelmatige luizencontroles is begonnen, maar ik vind het toch moeilijk om van het idee af te komen dat luizen zich razendsnel verspreiden.”

Old habits die hard, zo blijkt: “Voor de zekerheid heb ik toch maar Stans beddengoed en jas gewassen en zijn lievelingsknuffel in de diepvries gelegd. Het stofzuigen heb ik ook extra grondig gedaan. Ach, hoeveel werk is dat nou”, zegt Betty. “Maar met dat intensieve kammen erbij – wij zijn met z’n vijven in ons gezin, dus dat betekent dagelijks bijna een uur kammen! – heb ik er toch een halve dagtaak aan. Nou ja, als we over twee weken slagen voor de ‘herkeuring’ op school is het de moeite wel waard.”

Wat te doen tegen hoofdluis:

  • elke week alle gezinsleden controleren op hoofdluis: kam het haar uit boven een stuk wit papier, bijvoorbeeld een stuk keukenrol
  • bij hoofdluis: het natte haar systematisch doorkammen gedurende tien minuten (het gebruik van crèmespoeling maakt kammen makkelijker); eventueel aanvullend een anti-luizenmiddel gebruiken
  • de kam na gebruik grondig schoonmaken met water en zeep
  • melden dat je kind luis heeft op school, bso en sportvereniging

Bekijk hier het volledige advies van het RIVM


Verder lezen

Dankzij het koude winterweer trekken scholen massaal met de leerlingen naar het ijs

Schaatsen met school, wie is verantwoordelijk?

5 februari 2012 | Reacties (0)

Veel kinderen gaan deze week met school schaatsen. Lekker het ijs op voor schaatswedstrijdjes, mini-Elfstedentochten en natuurlijk koek en zopie. Maar een ongeluk zit een klein hoekje, ook op het ijs. Wie is er eigenlijk verantwoordelijk als er iets misgaat tijdens het schaatsen of onderweg naar de ijsbaan?

School verantwoordelijk voor toezicht

Schoolschaatsen

Dankzij het koude winterweer trekken scholen massaal met de leerlingen naar het ijs

Wanneer het schaatsen vanuit de school wordt georganiseerd en de leerlingen tijdens schooltijd naar het ijs gaan, wordt het gezien als een ‘schoolgebonden activiteit’. Scholen zijn verplicht tijdens schoolgebonden activiteiten te zorgen voor voldoende toezicht. Voldoende en kwalitatief goede begeleiding is dus van groot belang. Deze verantwoordelijkheid is echter vooral een morele verantwoordelijkheid. De uiteindelijke juridische verantwoordelijkheid ligt bij het schoolbestuur wanneer er iets misgaat. Wanneer er sprake is van nalatigheid door onvoldoende toezicht kan de school aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatig handelen. Hier is sprake van een tekortkoming van de school.

 

Verplichte verzekering

Scholen zijn op basis van de ARBO-wet wettelijk verplicht zich tegen aansprakelijkheid te verzekeren. Deze verzekering regelt de aansprakelijkheid van leerkrachten, overig personeel, bestuur, ouders en vrijwilligers voor schade aan derden. Uitgangspunt is dat er voldoende toezicht is tijdens de schoolactiviteit. Veroorzaaks je kind schade, dan wordt dit in eerste instantie op de ouders verhaald. Sommige scholen sluiten een aparte aansprakelijkheidsverzekering voor schade veroorzaakt door kinderen. Dit is niet verplicht.

Rij-ouder verantwoordelijkheid tijdens vervoer

Help je als hulpouder mee met het vervoer naar het ijs, dan is het goed om te weten dat je zelf als bestuurder van de auto verantwoordelijk bent. Stel dat je tijdens de rit naar de ijsbaan een aanrijding krijgt en auto beschadigd raakt. Als bestuurder van de auto ben je dan zelf in principe aansprakelijk voor de schade. Ook het eventuele verlies van no-claimkorting is voor rekening van de chauffeur. Elke automobilist is volgens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorvoertuigen (WA) verplicht zich te verzekeren tegen schade aan derden. Onder ‘derden’ vallen ook de inzittenden van de auto. Er zijn hiernaast ook verschillende aanvullende verzekeringen voor inzittenden, waarbij geld wordt uitgekeerd voor de inzittenden bij overlijden of (blijvende) invaliditeit.

Check je polis

Ga je als rij-ouder mee op schooluitstapjes, dan is verstandig om vooraf te controleren hoeveel personen daadwerkelijk verzekerd zijn als inzittenden. De verzekering kan namelijk eisen stellen aan het maximale aantal inzittenden. Dit staat in de polisvoorwaarden van je verzekering.

Wel of geen autozitjes mee?

Zittingverhoger

Autostoeltjes zijn niet verplicht tijdens schooluitjes

Bij schooluitjes worden de kinderen vaak in de auto vervoerd zonder autostoeltjes. Bij sommige ouders roept dit vragen op. Autostoeltjes zijn toch verplicht voor kinderen die korter zijn dan 1,35 m? Dat is ook zo, maar de wet maakt een uitzondering voor incidenteel vervoer van kinderen. Van ouders wordt verwacht dat ze voor hun kind een autostoeltje in de auto hebben. Rijden er andere kinderen met je mee, dan mogen zij op korte afstanden (minder dan 50 km) vanaf 3 jaar ook gewoon op de achterbank zitten. Het gebruik van de gordel is verplicht als die er is. Let op: je eigen kinderen móeten in een autostoeltje. Kinderen die langer zijn 1,35 mogen met gordel ook voorin zitten.

Scholen noemen het vaak ondoenlijk om voor alle kinderen kleiner dan 1,35 m zitverhogers of autostoeltjes te regelen. Het hangt een beetje van de cultuur op school af hoe met autostoeltjes wordt omgegaan. Zo zijn er ook basisscholen waar vóór schooluitjes intekenlijsten bij de klas worden opgehangen waarop aangegeven kan worden hoeveel autostoeltjes er per auto nodig zijn. ‘s Ochtend worden dan alle stoeltjes of verhoger voorzien van naam bij school ingeleverd en ‘s middags weer meegenomen. En natuurlijk kan je als ouder altijd zelf contact opnemen met de rij-ouder om af te spreken dat je je kind een stoeltje of verhoger meegeeft.

Meeste schaatsongelukken bij kinderen tussen 10 en 14

Schaatsen behoort tot de zogenaamde (hoog-)risicosporten. Jaarlijks worden tegen de 4.000 ongevallen op de afdelingen Spoed Eisende Hulp/EHBO van algemene ziekenhuizen aangeboden. Een nog veel groter aantal wordt lokaal door EHBO-ers of huisartsen afgehandeld. In totaal gaat het jaarlijks om rond de 65.000 blessures.
Verreweg de meeste schaatsongevallen (91 procent) worden veroorzaakt door vallen, schijden aan een schaats is goed voor 4 procent van de ongelukken. De rest komt op het conto van botsingen. Valpartijen waarbij breuken en blessures optreden aan de hand, pols, arm of schouder vormen circa 57 procent van alle schaatsongelukken. Ook hersenschuddingen, snijwonden en onderkoeling komen vaakt voor. Kinderen tussen 10 en 14 jaar vormen de leeftijdsgroep waarin zich de meeste schaatsongelukken voordoen.

Gebroken pols:
20 Procent van alle schaatsongelukken betreft een gebroken pols. Deze is te herkennen aan:
•  Heftige pijn
•  Onvermogen om het lichaamsdeel te gebruiken
•  Zwelling, met later blauwe verkleuring
•  Abnormale stand of bewegelijkheid
•  Bij een open botbreuk uitstekende delen
Een dik opgezwollen blauw wordende hand moet altijd op eventuele breuken gecontroleerd worden. Röntgenfoto’s kunnen kleine scheurtjes in het bot aantonen.

Snijwonden:
Laat kinderen op het ijs altijd (stevige) handschoenen dragen. Voor de kou is het vaak niet nodig (door de inspanning van het schaatsen zijn ze warm genoeg), maar het dragen van handschoenen beschermt de handen tegen snij-ongelukken aan schaatsen. Diepe snijwonden moeten altijd door een deskundige worden gecontroleerd op pees- en zenuwbeschadigingen.

(bron: tijdschrift Reddingswezen, februari 2009)


Verder lezen

De leukste kindercursussen vind je bij LOI Kidzz!

Deze site maakt gebruik van cookies. Meer info

Deze website maakt gebruik van cookies die het gebruik verbeteren. Ook worden cookies geplaatst ten behoeve van Google Analytics, advertenties en social media.

Sluiten