Thuis

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Geld maakt kinderen gelukkig, vooral jongens

Geld maakt kinderen gelukkig, vooral jongens

27 maart 2017 | Reacties (0)

Kinderen hebben liever veel geld dan dat ze spullen hebben. Maar liefst driekwart van de kinderen heeft liever een volle spaarpot dan spullen. Dat blijkt uit onderzoek van Deloitte onder ruim 500 kinderen. Deloitte initieerde het onderzoek in het kader van de Week van het Geld, die vandaag van start is gegaan.

Vooral jongens zijn gek op geld. 66 procent van de jongens in de leeftijd van tien tot en met twaalf jaar vindt dat geld gelukkig maakt. Bij meisjes ligt dit percentage veel lager (49%).

Meeste kinderen krijgen zakgeld

Uit het onderzoek blijkt verder dat 76 procent van de kinderen tussen de tien en twaalf jaar zakgeld krijgt. Gemiddeld krijgen zij 13 euro zakgeld per maand. Kinderen blijken fanatieke spaarders, want 80 procent geeft aan te sparen. Ze sparen gemiddeld 9 euro per maand. Het merendeel van de kinderen (88%) vindt het belangrijk om te sparen, omdat ze geld willen hebben voor later (51%), ze dan iets duurs kunnen kopen (41%) en leuke dingen kunnen doen (37%).

Kinderen alert op vloggers

Niet alleen vriendjes en vriendinnetjes (50%) en reclame (42%) inspireren kinderen om producten te kopen, ook vloggers (20%) blijken een belangrijke inspiratiebron. De invloed van vloggers verschilt per leeftijd: met name twaalfjarigen laten zich beïnvloeden door vloggers (25%); elfjarigen (18%) en tienjarigen (18%) in mindere mate. Vloggers inspireren kids met name om computergames te kopen, maar ook kleding, schoenen en sieraden en gadgets zoals iPad’s en smartphones. Ondanks alle inspiratie blijft het overgrote deel van de kinderen alert; negen op de tien kinderen weet dat vloggers geld krijgen voor het promoten van producten.

Verder blijkt uit het onderzoek dat:

• kinderen vinden dat geld gelukkig maakt omdat ze dan alle leuke dingen kunnen doen die ze willen (58%) en ze dan alles kunnen kopen wat ze willen (53%);
• 39 procent van de kinderen zich rijk voelt als ze gezond zijn;
• 4 procent liever hun leven lang een vast bedrag krijgt per maand dan 1 miljoen euro in één keer;
• bijna de helft van de kinderen weleens iets online koopt;
• 77 procent liever zelf hun geld verdient dan dat ze het van iemand krijgen.

Over het Nationaal Geldexamen

De Week van het Geld is een jaarlijks initiatief van het platform Wijzer in Geldzaken en vindt plaats van 27 tot en met 31 maart.  Dit jaar faciliteert Deloitte voor de zesde keer het Nationaal Geldexamen tijdens deze week. Het Nationaal Geldexamen is een initiatief van Deloitte en is ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nibud en Uitgeverij Zwijsen. Het leert kinderen uit groep zeven en acht bewust met geld omgaan en bereidt ze voor op de stap naar het voortgezet onderwijs. Meer informatie over het Nationaal Geldexamen is beschikbaar via: www.geldexamen.nl.

Verder lezen

Kind ziet snel bloot en seks op internet

Kind ziet snel bloot en seks op internet

20 maart 2017 | Reacties (0)

Even iets opzoeken of bekijken op internet en oeps, een kind ziet bloot of seks. Volgens kenniscentrum Rutgers worden veel kinderen van 9 tot 12 jaar online geconfronteerd met bloot. Het kenniscentrum seksualiteit hield een peiling in samenwerking met het NOS Jeugdjournaal waaruit bleek hoe vaak kinderen op internet op seksualiteit stuiten, meestal zonder daar naar op zoek te zijn.

Zo zien kinderen bijvoorbeeld een vagina (34%), een stijve piemel (23%) of mensen die seks hebben (25%). De peiling komt op de eerste dag van de ‘Week van de Lentekriebels’, een landelijke projectweek waarin basisscholen relationele en seksuele vorming geven. Aan de peiling werkten 900 kinderen mee, geworven via het panel van No Ties.

Kinderen komen op verschillende manieren met online bloot- en seksbeelden in aanraking: 39% zoekt naar iets anders en ziet het ineens, bij 31% laten anderen de beelden zien, bij 25% verschijnt het zomaar op het scherm, 17% zoekt het zelf op. De meeste kinderen zien de beelden op computer, tablet of telefoon bij hun thuis (71%), ruim een derde (37%) bij een vriendje of vriendinnetje en 16% op school. Ze kwamen vooral via Google (41%) en YouTube (24%) bij deze beelden terecht. Bij het zien van de beelden kijkt een meerderheid van de kinderen (55%) wel even en klikt ze vervolgens weg, 21% blijft wat langer kijken en 19% klikt meteen weg. 

Meer dan de helft (55%) van de kinderen geeft aan daar op school géén les over te krijgen.

Op school weinig aandacht voor omgaan met online bloot

Rutgers vindt het zorgwekkend dat 40% van de kinderen in groep 8 aangeeft géén les te krijgen over hoe om te gaan met online bloot- en seksbeelden. Ton Coenen, directeur Rutgers, licht toe: “Deze kinderen staan op het punt om naar de middelbare school te gaan, waar ze niet alleen in aanraking kunnen komen met seksueel getinte beelden, maar bijvoorbeeld ook met sexting en grooming. Het is belangrijk dat zij al op de basisschool leren hoe ze hiermee kunnen omgaan, zodat ze voorbereid en weerbaar zijn.” 

Kinderen bespreken wat ze zien met ouders

Het merendeel van de kinderen (59%) geeft aan met hun ouders te praten als zij bloot- of seksbeelden hebben gezien. Ruim een kwart (28%) van de kinderen die deze beelden hebben gezien, geeft echter aan het aan niemand te vertellen. Hoe ouder ze zijn, hoe minder vaak ze het aan iemand vertellen. Van de 9-jarigen vertelt 16% het niet, van de 12-jarigen 39%.

Een filter op je laptop plaatsen helpt, maar is volgens Rutgers niet de oplossing. “Kinderen zijn niet alleen thuis online; ook bij vriendjes/vriendinnetjes en op school. Ga met kinderen in gesprek over wat je kunt tegenkomen en hoe je daarmee om kunt gaan, over hoe je online met elkaar omgaat en over hoe je online je grenzen bewaakt,” zegt Ton Coenen.

Rutgers roept scholen en ouders op om hier samen mee aan de slag te gaan. Scholen kunnen ouders ondersteunen bij de seksuele opvoeding door bijvoorbeeld ouderavonden te organiseren. In Nederland is seksualiteit en seksuele diversiteit sinds 2012 opgenomen als verplicht onderdeel in de kerndoelen voor het basisonderwijs. “Scholen zijn vrij om hier zelf invulling aan te geven, maar omgaan met seks in de media zou in het onderwijs zeker een plek moeten hebben.”

 

Week van de Lentekriebels

Van 20 t/m 24 maart 2017 vindt op basisscholen in heel Nederland weer de Week van de Lentekriebels plaats. Gedurende de projectweek leren de kinderen van groep 1 t/m 8 over hun lichaam, over relaties, omgaan met social media, en over zelfbeeld en seksuele weerbaarheid. Rutgers organiseert de projectweek in samenwerking met de GGD-en. In deze 11e editie staat het thema respect centraal. Meer staat op www.weekvandelentekriebels.nl. 

Verder lezen

Buiten spelen is super leerzaam

Buiten spelen is super leerzaam

16 maart 2017 | Reacties (0)

Het is voorjaar en buiten zijn weer volop kinderstemmen te horen. Want wat is er fijner dan lekker buiten spelen? Maar wist je dat buiten spelen ook nog eens heel erg leerzaam is?

Motorische ontwikkeling

Rennen, springen, fietsen, skateboarden, schommelen, takken verslepen, een kar trekken, voetballen:  buiten spelen kinderen lichamelijk veel actiever dan binnen. Al die lichaamsbeweging is niet alleen gezond, maar helpt kinderen ook om hun fysieke vaardigheden te oefenen en ontwikkelen. Ze leren de mogelijkheden van hun lichaam kennen en hun zelfvertrouwen groeit. Hun motorische ontwikkeling krijgt een boost en de hersenen worden volop gestimuleerd, waardoor er allerlei nieuwe verbindingen worden aangelegd.

Hefboomwerking, gewicht verdelen - ook wipwappen is leren!

Hefboomwerking, gewicht verdelen – ook wipwappen is leren!

Spelen en bewegen is dé manier om de wereld en jezelf te leren kennen. Als je van een muurtje wilt springen, moet je inschatten hoe hoog dat muurtje is en of je gevaar loopt. Op de fiets of op je longboard moet je afstand en snelheid inschatten om te weten wanneer je moet remmen. Als je met twee takken tegen elkaar slaat, maak je muziek. Of misschien breekt er een tak; dat leert je dat niet alles even sterk is. Als je een bal bovenaan een helling loslaat, rolt hij naar beneden. Hoe steiler de helling, hoe sneller de bal rolt. Spelen met water of zand en allerlei emmers en bakjes leert kinderen over grootte, vorm en volume. Ze ontdekken dat in een kleine emmer minder zand past dan in een grote. Dit zijn super leerzame ontdekkingen voor jonge kinderen!

Leren met alle zintuigen

Vooral kleuters gebruiken al hun zintuigen om te leren. Buiten krijgen ze daar volop gelegenheid toe. Ze zien vogels, vlinders, slakken, de poes van de buren. Ze horen de wind door de blaadjes ruizen, de sirene van de ambulance en het koeren van een duif. Ze ruiken de geur van bloemen en gemaaid gras en de geur van regen na een zomerdag. Ze voelen hoe het zand aanvoelt en hoe een lieveheersbeestje kriebelt op hun hand. Zelfs proeven is buiten aan de orde: hoe smaakt een regendruppel? En hé, waarom is een boterham met pindakaas buiten zo veel lekkerder dan binnen?

Bij het buiten spelen komt vaak meer fantasie kijken dan bij binnen spelen. Er is minder structuur. Kinderen verzinnen hun eigen spelletjes en de bijbehorende spelregels. Daarvoor moeten ze overleggen en onderhandelen met andere kinderen, ze moeten aangeven wat ze zelf belangrijk vinden en waar hun grenzen liggen, ze moeten conflicten oplossen en compromissen sluiten en ze zijn volop aan het organiseren. En dat zonder inmenging van volwassenen, die buiten meestal veel meer afstand houden van het kinderspel dan binnen.

Communicatie en woordenschat

Voor de kinderen is het niets meer dan gewoon spelen, maar als je goed kijkt, zie je dat ze door dit spel ontzettend veel leren op sociaal-emotioneel gebied. Ze leren er goed van communiceren en bouwen ook nog eens een grotere woordenschat op. Extra fijn is dat kinderen buiten mogen ravotten, rennen en schreeuwen – wat binnen meestal niet mag. Zo kunnen ze niet alleen hun energie kwijt, maar leren ze ook dat je je gedrag moet aanpassen aan je omgeving. Binnen gebruik je je ‘binnenstem’ en wordt er niet gerend, buiten mag je je ‘buitenstem’ gebruiken en is hollen juist fijn!

Tel daar nog eens bij op dat buiten spelen het immuunsysteem versterkt, zorgt dat kinderen voldoende vitamine D binnenkrijgen en dat ze beter laat slapen… Maar het allerbelangrijks is toch wel dat buiten spelen gewoon ontzettend fijn is om te doen!

 

Verder lezen

Wobbel, de 1000-dingen schommelplank

Wobbel, de 1000-dingen schommelplank

10 maart 2017 | Reacties (0)

Een gebogen plank met optioneel een laagje vilt of kurk eronder. Dat is de Wobbel. Een supersimpel ding dat ondanks een stevig prijskaartje bij steeds meer gezinnen op het verlanglijstje staat en steeds vaker opduikt in scholen. Tijd om de Wobbel eens uit te proberen.

We leggen de wiebelplank in de woonkamer bij het testgezin met vier wat oudere kinderen. Zonder uitleg, zonder toelichting. Want zo wordt de Wobbel aangeprezen: als een stuk balansspeelgoed dat de fantasie prikkelt en waar je intuïtief mee speelt. Laat maar gaan, laat maar ontdekken. En verbeter spelenderwijs de balans en grove motoriek.

En dat is ook precies wat er gebeurt. Zodra de 10-jarige tweelingtesters de Wobbel ontwaren, beginnen hun ogen te glimmen. Eerst maar eens erop staan, heen en weer schommelen. Zijwaarts, voorwaarts. Eerst voorzichtig, een beetje wankel, maar al snel volledig in balans en vol bravoure. Kunnen we er ook met zijn tweeën op? Daar is een kleine aanwijzing even op zijn plaats: als de Wobbel met de bolle kant naar boven ligt, mag dat wel, ligt de Wobbel met de bolle kant naar beneden, dan mag er maximaal één persoon tegelijk op.

Van hobbelpaard tot knuffel-lanceerinrichting

Binnen vijf minuten heeft de Wobbel al dienst gedaan als schommelplank, hobbelpaard, knikkerbaan, glijbaan en knuffel-lanceerinrichting. Ook lekker: de Wobbel met een kussen en een dekentje inrichten als wiebelbed-tv-kijk-plek.

In de twee weken dat de plank in huis staat, blijft hij een onbeschrijflijke aantrekkingskracht uitoefenen op alle huisgenoten. Iedere dag worden weer nieuwe toepassingen en spelletjes bedacht: kun je bijvoorbeeld met Kapla een bouwwerk bouwen dat schommelbestendig is? Antwoord: ja, dat kan, mits het aan een aantal voorwaarden voldoet. Het bouwwerk mag – zo wordt proefondervindelijk vastgesteld – niet te hoog zijn en de constructie moet bijna massief zijn. Al is geen bouwwerk bestand tegen schommelkracht 10…

Ook de pubers van 13 en 15 en de volwassenen in huis staan of zitten elke dag wel even op de Wobbel. Even schommelen werkt ontspannend. Al loop je na een kwartiertje staand wobbelend tv-kijken een dag later wel met lichte spierpijn in je billen (geen wonder dat fysiotherapeuten de plank gebruiken voor gerichte spier- en houdingsoefeningen). Zelfs de kat vindt het een spannend ding om onderdoor te kruipen of overheen te lopen. En daar hebben we gelijk het enige minpuntje gevonden aan de Wobbel: haren zijn moeilijk van de vilten onderkant te verwijderen.

Peuters en kleuters

Bij oudere kinderen is de Wobbel een doorslaand succes, zo leert deze ervaring. Maar hoe zit het met jongere kinderen? Vanaf welke leeftijd is de Wobbel leuk? Vanaf nul jaar, zeggen de makers van Wobbel. Afgaande op de enthousiaste verhalen op Facebook en YouTube klopt dat wel. Kijk maar eens hoeveel pret deze baby heeft als hij op dat gekke schommelding klautert:

Wobbel time!!

Dex is lekker aan het spelen met de wobbel!

Zeker is dat peuters en kleuters zich al helemaal kunnen uitleven met een Wobbel. De gebogen plank is een heerlijk hulpmiddel in fantasiespellen. Dan weer een brug waar de trein onderdoor rijdt, dan weer een poppenbedje. De Wobbel is een tafeltje, een hut, een opstapje bij het aanrecht. Het enige wat je nodig hebt voor een Wobbel is fantasie en zin om te ontdekken en bewegen. En laat dat nou net zijn wat jonge kinderen in overvloed hebben.

Degelijke uitvoering

Zoals gezegd in de inleiding: een Wobbel is niet goedkoop. De uitvoering met vilt aan de onderkant (beschermt de vloer) kost 132 euro. Daarmee haal je wel een stuk speelgoed in huis, waarvan je kind echt jarenlang plezier kan hebben (en dat je zelf kan gebruiken als trainingapparaat). De Wobbel is gemaakt van hoogwaardig materiaal (18 lagen geperst beukenhout) en is heel netje afwerkt, met gladde afgeronde randen. Hij is verkrijgbaar in meerdere kleuren en wordt geleverd in een stevige doos, met een A4-tje waarop een paar veiligheids- en onderhoudstips staan. Naast de standaardmaat (maximale belasting 100 kg) is er ook een XL-variant die 200 kg aan kan.

Waar koop je de Wobbel?

De Wobbel is te koop in de webwinkel van Heutink

 

Over Wobbel

Het idee van het Wobbel is niet nieuw. Het komt oorspronkelijk uit het Waldorf-onderwijs, de internationale naam voor wat in Nederland de Vrije School heet. Daar heet de plank  een rocker board, maar die werd niet meer gemaakt. Reden voor Hannelore Blaauw en Wouter Haine om samen de Wobbel te ontwikkelen.

De eerste Wobbels waren eind 2015 klaar en sindsdien gaat het hard. De wiebelplank is niet alleen populair in gezinnen met jonge kinderen, maar ook in de kinderopvang en op scholen. Voor het onderwijs is er tegenwoordig ook een aparte uitvoering met een staplank over de boog heen; actieve kinderen kunnen daar op staan.

Zie ook www.wobbel.eu

 

 

Verder lezen

Dossier: tafels leren en oefenen

Dossier: tafels leren en oefenen

6 maart 2017 | Reacties (0)

In groep 4 en 5 leert je kind de tafels van vermenigvuldiging. Voor sommige kinderen is dat een makkie, maar de meeste kinderen moeten flink oefenen voor ze alle tafels goed genoeg hebben geleerd. In ons dossier Tafels leren en oefenen vind je achtergrondinformatie over waarom die tafels zo belangrijk zijn en hoe het leerproces verloopt en heel veel tips om thuis de tafels te oefenen, van zingend en bewegend oefenen tot spelenderwijs tafels leren met een leuke app:

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn natuulijk prima. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Voorlezen is elke dag een feest

Voorlezen is elke dag een feest

25 januari 2017 | Reacties (0)

Veel scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zijn vandaag gestart met het Nationale Voorleesontbijt. Talloze bekende én onbekende Nederlanders lazen voor aan peuters en kleuters om zo het voorlezen, aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, te stimuleren. Ze lazen de kinderen voor uit het Prentenboek van het Jaar: ‘De Kleine Walvis’ van Benji Davies.

Het voorleesontbijt is de start van de 14de editie van De Nationale Voorleesdagen.

Voorlezen is niet alleen leuk, het is ook nog eens heel goed voor de taalontwikkeling van kinderen. Op de website van de Nationale Voorleesdagen vind je tips om het meeste uit je dagelijkse voorleesmoment te halen. Ook staat daar de Prentenboeken top-10. Uit het overstelpende aanbod van prentenboeken maakte een jury van jeugdbibliothecarissen jaarlijks een selectie, die je helpen een leuk prentenboek te vinden.

Nationale Voorleesdagen

Voorlezen is elke dag een feest! Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt. Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip .

Verder lezen

Breuken uitleggen aan je kind

Breuken uitleggen aan je kind

16 januari 2017 | Reacties (0)

Heeft jouw kind moeite met breuken? Je zoon of dochter is niet de enige. Breuken leren. Sommige kinderen snappen niet wat er lastig aan is, voor anderen zijn breuken echt een struikelblok. Om goed met breuken te kunnen rekenen, is het belangrijk dat je kind weet wat breuken precies zijn en hoe ze werken. Hier vind je uitleg en tips om je kind te helpen. Want met een beetje oefening zijn die breuken echt wel onder de knie te krijgen.

Breuken in groep 6

Op sommige scholen wordt in groep 5 al begonnen met eenvoudige breuken als halven, kwarten en derden (pizza’s verdelen!), andere rekenmethodes introduceren breuken in groep 6, waar ze ook voorkomen in de Cito-toets (van mei/juni). Vanaf dan zijn sommen met breuken vaste prik bij het rekenen en ook later bij de wiskundelessen op de middelbare school. Je kunt dus maar beter zorgen dat de basis goed is.

Wat is een breuk?

Om te kunnen rekenen met breuken, moet je kind eerst weten wat een breuk nu eigenlijk precies is. Bij breuken zijn twee concepten van belang: er wordt iets gebroken (vandaar het woord ‘breuk’) en er wordt iets verdeeld: het streepje in de breuk wordt niet voor niets ‘breukstreepje’ of ‘deelstreepje’ genoemd.

Een breuk is eigenlijk niets anders dan een deelsom, maar dan op een andere manier opgeschreven dan je kind tot nu toe gewend was.
Vier pannenkoeken verdeeld door twee kinderen is twee pannenkoeken per kind, oftewel 4: 2 = 2, oftewel 4/2 = 2.

Als je kind dit begrijpt, kun de stap maken naar één pannenkoek die verdeeld moet worden over twee kinderen. Want breuken ontstaan als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen dat een deel wil krijgen. Dat het antwoord in dit geval een halve pannenkoek is, weet een kind al jaren voordat de eerste breuk in de rekenboeken opduikt. Ook zal je kind op deze leeftijd al wel bekend zijn met de schrijfwijze van een halve als 1/2. Dus: 1 : 2 = een halve = 1/2.

Zolang het over het verdelen van pannenkoeken, koekjes en pizza’s gaat, lukt het vaak goed om dit concept in het achterhoofd te houden. Zodra het rekenen met breuken ingewikkelder wordt (breuken vergelijken, breuken versimpelen, breuken optellen en aftrekken), raken veel kinderen het zicht echter een beetje kwijt op waar ze nu eigenlijk precies mee aan het rekenen zijn en wat er nu eigenlijk concreet aan de hand is. Het is goed om dan te proberen terug te vallen op deze eerste basisuitleg.

Eerlijk delen!

Wel in vieren gedeeld, maar niet in kwarten.

Bij breuken gaat het altijd om een speciale man
ier van verdelen: de stukken of delen moeten even groot worden. Voor kinderen die net met breuken beginnen, is het soms nog lastig om een pizza of een taart eerlijk in vier stukken te verdelen. Zij snijden bijvoorbeeld van links naar rechts stroken af (of geven dit op een tekening aan).
Laat je kind ontdekken hoe je op een eerlijke manier deelt. Daarmee verkennen ze namelijk ook de relatie tussen breuken: Hé, als ik een half doormidden snijd, heb ik twee kwarten en als ik die weer door midden snijd, heb ik vier achtsten! Dus: 1/2 = 2/4 = 4/8.

‘Breukentaal’ leren

Door veel te oefenen met verdelen, maakt je kind kennis met allerlei verschillende breuken. Daarbij leert je kind stapje voor stapje de bijbehorende ‘breukentaal’: eerst heb je het over ‘een zesde deel van een appeltaart’, daarna over ‘1/6 appeltaart’. Later volgt een uitbreiding naar breuken met een teller die niet één is, zoals ‘5/6 appeltaart’. In eerste instantie ziet je kind dit voor zich als 5 keer 5/6 appeltaart. Als snel zal je kind leren 5/6 te zien als ‘5 van de 6’: de breuk is de verhouding tussen deel en geheel.

Voor veel kinderen is het belangrijk om de breuken fysiek te zien. Omdat je niet eindeloos appeltaarten en pizza’s kunt blijven snijden, kan het handig zijn om oefenmateriaal in huis te halen als je kind breuken lastig vindt. Kijk bijvoorbeeld eens in de webshop van Heutink, de leverancier waar de meeste scholen ook hun materialen kopen. Daar vind je diverse goede breukensets, bijvoorbeeld deze ‘breukenset rond‘:

In deze set zitten verschillende materialen om met breuken te oefenen, zoals gekleurde cirkels in stukken waaarmee je breuken kan leggen. Dat laatste kan met stukken van dezelfde grootte ( 1/2 + 1/2 maakt de cirkel vol) of met stukken van verschillende groottes ( 1/2 + 1/4 + 1/8 + 1/8 maakt de cirkel ook vol). Heutink verkoopt diverse breukensets. Laat je kind vooral ook even meekijken bij het uitzoeken. Sommige kinderen vinden het erg fijn om thuis met hetzelfde materiaal te oefenen als op school. Vaak is het echter ook goed om voor thuis juist een ander product te kopen. Zeker als je kind worstelt met breuken en daardoor een negatief gevoel heeft bij een bepaalde breukenset.

Vertrouwd raken met breuken

Waar het om gaat is dat je kind goed vertrouwd raakt met breuken. Hoe beter je zoon of dochter thuis is in de breukenwereld, hoe gemakkelijker daarna het ‘echte’ rekenen gaat. Bijna alle kinderen lukt het om in groep 7 en 8 te redeneren met derden en vierden. Dat zijn namelijk breuken waar de kinderen een heel concrete voorstelling van hebben.

Lastiger is het voor veel kinderen om te rekenen met bijvoorbeeld achtsten of negenden, omdat ze die breuken niet duidelijk voor zich zien. Toch moeten ze dit wel kunnen, omdat ze anders in het voortgezet onderwijs tegen problemen aanlopen (dit geldt met name voor kinderen die naar havo of vwo gaan).

Als je kind het lastig vindt om te rekenen met kleine breuken, is een lineaire breukenset een handig hulpmiddel:

De kleuren laten het verband tussen de verschillende breuken zien. De lineaire breukenset laat ook de relatie tussen de breuken, de procenten en de kommagetallen zien – want ook dat moet je kind in groep 7 en 8 allemaal begrijpen.

Alledaagse breuken

Breuken zijn lastige dingen, waar ook kinderen die goed kunnen rekenen over kunnen struikelen. Maar hoe meer je kind met breuken oefent, hoe beter het zal gaan. Laat je kind dus de taart aansnijden op een verjaardag, de rookworst verdelen bij de stamppot en een te klein aantal koekjes eerlijk verdelen met zijn vriendjes.

Verder lezen