Thuis

7 redenen om je kind strips te laten lezen

7 redenen om je kind strips te laten lezen

16 oktober 2017 | Reacties (0)

“Ga nou eens een écht boek lezen!” Het was eruit voor je er erg in had. ’t Was alsof je je moeder hoorde praten toen je vroeger met de Donald Duck op de bank de hing, net zoals je negenjarige zoon nu.

kinderen lezen strips donald duck

Stripboeken zijn geen ‘echte boeken’. Het is een stemmetje dat bij veel ouders nog altijd in het achterhoofd zingt. Maar het is de hoogste tijd om dat stemmetje nu eens voor eens en voor altijd de mond te snoeren. Want met strips lezen is niets mis. Sterker: kinderen leren juist heel veel van strips lezen. Verderop in dit artikel geven we je zeven redenen (maar er zijn er meer) om je kind strips te laten lezen.

Taalarmoede en bederf van leeslust

Maar eerst duiken we de geschiedenis in om te bekijken waarom strips zo’n kwade reuk hebben gekregen, want dat is een interessant verhaal. Zeker als je bedenkt dat de geschiedenis zich min of meer heeft herhaald met achtereenvolgens de televisie, videogames, computerspellen en tablets… Allemaal werden ze weggezet als voor de jeugd verderfelijke uitvindingen van de nieuwe tijd. Totdat later het inzicht kwam dat ze best meevallen en, sterker nog, eigenlijk best een positieve invloed kunnen hebben, ook op educatief gebied.

Beeldverhalen bestaan er al langer, maar het eerste echte stripboek verschijnt in 1933 in Amerika: Famous Funnies. Het nieuwe genre wordt in korte tijd razend populair bij de jeugd. In jaren veertig leest 90 procent van de kinderen tussen 6 en 11 jaar gemiddeld vijftien stripboekjes per maand. Laat de cijfers even tot je doordringen: het is echt een indrukwekkende hoeveelheid (veel)lezende kinderen. Hedendaagse leesbevorderingsprojecten kunnen alleen maar dromen van dit soort cijfers.

Ook de Nederlandse jeugd omarmt het stripboek. Maar er is ook veel weerstand. Strips zouden de leeslust bederven (vertaal: het lezen van ‘echte boeken’), taalarmoede in de hand werken en de overmaat aan prikkelende beelden zou de fantasie afstompen. Dat er in strips in die tijd veel spelfouten staan, maakt het er niet beter op. In 1949 verbant de minister van Onderwijs strips uit het basisonderwijs. In 1952 verschijnt het overheidsrapport Maatschappelijke verwildering der jeugd, waarin de stripcultuur er stevig van langs krijgt.

‘Deze kinderen worden stripkinderen’

Amper vijf weken nadat schrijfster Annie M.G. Schmidt haar eerste Jip en Janneke-verhaaltje publiceert, komt in 1952 de eerste Nederlandse Donald Duck uit. Annie M.G. Schmidt moet er weinig van hebben:

“Het is een tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen erop af, omdat het kleur is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierkarikaturen lachen, ze vinden het allemaal erg lollig. Ze gieren om de banale grapjes, want ze hebben nooit iets beters waar ze om lachen kunnen. Ik kijk het prul even in en ik moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van meer dan honderdduizend exemplaren verspreid wordt in het land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen zullen behalve het stripblad ook nog de strips in de krant bekijken. En de strips in het damesblad van hun moe. En verder niets. Ze gaan later naar de film, of kijken naar de televisie, en zien daar ook een soort van strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen.”

(Uit: Van schuitje varen tot Schendel, 1954)

Stripmensen, zo veel moge duidelijk zijn, zijn geen ‘echte lezers’.

Verband tussen strips en geweld, drugs en homoseksulateit

Dat de Donald Duck-redactie zich bewust is van hoe negatief er naar strips werd gekeken, blijkt wel uit het voorwoord van dat eerste nummer. Oom Donald spreekt de lezertjes streng toe:

 “Ik ken jullie wel zo’n beetje en dus weet ik, dat de meesten van jullie allesbehalve brave Hendrikken en Henrina’s zijn. Jullie ouders en onderwijzers (om nog maar niet te spreken van politie-agenten!) hebben veel met jullie te stellen en dat is te begrijpen, want de jeugd van Nederland staat bekend als tamelijk baldadig en lastig. Er moet voortdurend op jullie gelet worden en nog veroorzaken jullie heel wat verdriet en narigheid.”

Het is in deze tijd dat de invloedrijke Amerikaans-Duitse psychiater Fredric Wertham zijn succesvolle kruistocht tegen het stripboek voert. Hij betoogt dat er een wetenschappelijk verband is tussen strips en misdadig gedrag, drugsgebruik en homoseksualiteit en publiceert daarover in 1954 de bestseller Secuding the Innocent.

Werthams boek leidt ertoe dat in Amerika de zogeheten Comics Code van kracht wordt, waardoor hoofdredacteuren aan zelfcensuur gaan doen, en dat de beweging die stripboeken voor de jeugd wil verbieden veel aanhang krijgt.

In 2010 werd het onderzoeksmateriaal van Werthams vrijgegeven: hij bleek er een nogal frauduleuze onderzoekersstijl op nagehouden te hebben. De ‘bewijzen’ die hij in zijn boek aanhaalde, bestonden helemaal niet. Maar dat blijkt pas een halve eeuw nadat de strip heel diep in het verdomhoekje terecht is gekomen.

Vergif voor de jeugd

Wertham heeft in Nederland minder invloed dan in Amerika. De Nederlandse strips zijn, het voorwoord uit de eerste Donald Duck getuigt daarvan, een stuk braver dan de typisch Amerikaanse comic books in de jaren veertig en vijftig. Maar de gedachte dat beeldverhalen ‘vergif voor de jeugd’ zijn (zoals toenmalig minister van onderwijs Theo Rutten in 1948 stelde), heeft wortel geschoten.

Een brochure van het Vlaamse ministerie van onderwijs uit 1955 vat de bezwaren als volgt samen:

“Bezwarend voor het merendeel der huidige geïllustreerde tijdschriften is echter het feit dat zij als het ware én het beeld én de taal van het beeld ontwaarden. Daarenboven gaat deze waardevermindering van het hedendaagse geïllustreerd kinderblad gepaard met de anarchistische aanwending van het beeld, dat de overhand heeft op de tekst. Deze is slechts een secundair element, een soort verbasterd taaltje, dat bestaat uit tussenwerpsels en geluidsnabootsingen, die eerder primitief instinct en brutale sensatie weergeven dan gevoeligheid suggereren.”

(Bron: Een land van waan en wijs, geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur)

In een degelijke boekwinkel of bibliotheek, laat stáán een school, is voor stripboeken in de jaren veertig en vijftig dan ook geen plek. Onder invloed van pedagogen, bibliothecarissen en leraren verbieden veel ouders hun kind om strips te lezen.

Dat alles is dus de culturele bagage die wij onbewust nog meedragen en waardoor dat stemmetje in ons hoofd begint te piepen dat onze kinderen beter iets anders zou kunnen lezen dan strips…

En dat terwijl in de jaren zestig bij deskundigen het beeld al begint te kantelen. Het educatief gebruik van het stripverhalen als onderdeel van het (taal)onderwijs komt vanaf dan sterk in opmars. Het begint leraren op te vallen dat leerlingen die strips lezen beter zijn in taal. Inmiddels liggen er stapels wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat het lezen van strips heel leerzaam is voor kinderen.


7 redenen om je kind strips te laten lezen

 

1. Strips geven leesplezier

Strips lezen doe je voor je plezier. Zo simpel is het. De lol die het lezen van een strip oplevert, merkt je kind dat lezen hartstikke leuk kan zijn. Voor veel kinderen is een boek lezen een hele opgave, die ze liever uit de weg gaan. Strips zijn een ideaal middel om de drempel tot lezen te verlagen en ook nog eens heel wat leeskilometers te maken.


2. Strips zijn goed voor de woordenschat

Strips staan vol met moeilijke woorden. De oogst uit een paar pagina’s Donald Duck: zilverpoets, zakeninstinct, gigantisch, zich wagen in, bij de reis inbegrepen, carillon, op voorwaarde dat, sokkel, hebzuchtig, gedachten uitbannen.

Vergeleken met bijvoorbeeld AVI-boekenschrijvers kunnen stripmakers veel gemakkelijker moeilijke woorden gebruiken. Je zou misschien denken dat kinderen woorden die ze niet kennen gewoon overslaan tijdens het lezen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Omdat de teksten in strips zo compact zijn, is elk woord belangrijk. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor een kind de betekenis gemakkelijk kan achterhalen.

Uit een onderzoek van de Journal of Child Language is dan ook gebleken dat een kind in een stripboek maar liefst twee keer zoveel nieuwe woorden leest als in een gemiddeld kinderboek. Het stripboek lijkt zelfs de educatieve waarde van een gemiddelde gesprek met een volwassene voorbij te streven, want een kind leert in een stripboek maar liefst vijf keer zoveel nieuwe woorden.


3. Strips helpen verhaalstructuren doorgronden

Of het nu om een stripboek gaat met één lang verhaal of met een verzameling losse verhaaltjes: strips hebben altijd een duidelijke verhaallijn. Oorzaak en gevolg en probleem en oplossing zijn duidelijk te herkennen. De personages zijn karikaturaal, waardoor ze voor kinderen heel gemakkelijk te duiden zijn.

Strips nemen lezers bij de hand wanneer sprongen in tijd of ruimte worden gemaakt. Er staan aanwijzigen als ‘Een week later…’  of ‘Weer thuis…’. Kinderen raken hierdoor vertrouwd met dit soort verteltechnieken, waardoor ze deze – ook in boeken waar ze minder expliciet worden uitgelegd – kunnen begrijpen.

 

4. Strips zijn goed voor de algemene kennis

Lezen is niet het enige wat kinderen leren van stripboeken. Ze doen ook een schat aan algemene kennis op. Neem alleen al Asterix en Obelix: generaties gymnasiasten hebben tijdens hun schoolcarrière profijt gehad van alle kennis over de Oudheid die ze via deze strip hadden opgedaan. Stripfiguren reizen de hele wereld over en beleven allerlei avonturen. Als Suske en Wiske naar Londen gaan, ziet je kind deze wereldstad voor zich in de plaatjes.

 

5. Strips dwingen tot scherp observeren

Sommige strips bevatten veel woordgrapjes, bij andere zit de humor juist vooral in de plaatjes. Om de grap te begrijpen, moet je kind overal goed op letten: woorden, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal. Daardoor leert je kind goed observeren.

 

6. Plaatjes helpen zwakke kinderen

In strips vullen tekst en beeld elkaar volledig aan. Zwakke lezers, maar ook beelddenkers, kunnen soms verzuipen in een pagina vol letters en woorden. Strips kunnen voor hen een verademing zijn. Het lezen wordt volledig ondersteund door plaatjes, waardoor het verhaal gemakkelijker te begrijpen is. De tekst wordt opgedeeld in korte stukjes, die ook voor zwakke lezers behapbaar zijn. Daarnaast zijn de zinnen over het algemeen kort.

 

7. Strips geven leeszelfvertrouwen

De meeste strips verschijnen in serievorm. Ze zijn daardoor min of meer hetzelfde. Wie met succes één deel heeft uitgelezen, kan erop vertrouwen dat het met een ander deel ook wel zal lukken. Gaandeweg ontdekken kinderen dat ze er steeds meer uit halen: ze begrijpen het verhaal beter, krijgen meer details mee, kunnen verhaallijnen voorspellen, doorzien de humor beter. Dat is een geweldige boost voor hun leeszelfvertrouwen.

 

Verder lezen

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

4 oktober 2017 | Reacties (2)

Naar de boekwinkel gaan om een nieuw boek uit te zoeken in de Kinderweek, is in veel gezinnen een vaste traditie. Maar hoe zoek je nu eigenlijk een boek uit?

Sommige kinderen weten precies welk boek ze willen lezen. Het tiende deel in de Leven van een loser-serie. Of De gorgels, van Jochem Myer, omdat iedereen in de klas dat heeft gelezen. Of Meester Kikker van Paul van Loon, want de film was zo leuk.

Kinderen die graag en veel lezen, kunnen bij het kiezen van een boek vaak aansluiten bij eerdere leeservaringen. Maar voor kinderen die minder lezen, die hun eigen leessmaak nog aan het ontdekken zijn of die toe zijn aan iets nieuws, kan het behoorlijk lastig zijn om een leuk boek te vinden. Het aanbod is zo groot: hoe vind je als kind een boek dat bij je past?

‘Kinderen die een hekel hebben aan lezen bestaan niet. Ze hebben alleen het juiste boek nog niet gevonden’ (Frank Serafini)

Gelukkig zijn de boeken in boekwinkels en bibliotheken al een beetje voorgesorteerd: ze zijn globaal ingedeeld op leeftijd. Maar dan nog blijft het aanbod overweldigend. Bij het kiezen kan je kind afgaan op titel, plaatjes, de tekst op de achterkant, of een stukje lezen in het boek. In zekere zin blijft het kiezen van een boek altijd een gokje: je weet pas of een boek leuk is, als je het hebt gelezen. En dat is spannend, maar maakt het kiezen tegelijkertijd ook juist zo leuk.

Vertel hoe je zelf een boek kiest

Deel als ouder je eigen ervaringen met het uitzoeken van een boek. Hoe ga jij te werk? Vraag je anderen om boekentips? Heb je een lijstje met boeken waarover je iets hebt gehoord of gelezen? Waar let jij op als je in de boekwinkel of in de bibliotheek staat? Maar ook: hoe ervaar jij het als een boek tegenvalt? Vind je dat erg, of ben je blij dat je het boek toch hebt geprobeerd? Kies jij de veilige weg bij het uitzoeken van boeken of durf jij je te laten verrassen door een onbekende schrijver of een nieuw genre? Heb je wel eens een boek gelezen dat je van tevoren eigenlijk niet zo leuk leek, maar juist geweldig bleek te zijn?

Ook leuk: praat eens met opa en oma over hoe het in hun tijd ging. Wat voor soort kinderboeken waren er in hun jeugd? Hoeveel vrijheid om te kiezen hadden zij? Hadden zij favoriete boeken of schrijvers en welke dan? Is er een kinderboek dat hen altijd is bijgebleven, of dat ze op volwassen leeftijd nog eens hebben herlezen?

Lezen is een individualistische bezigheid, maar ‘een lezer zijn’ is dat niet. Door ervaringen uit te wisselen, wordt het lezen leuker en krijgt je kind handvatten aangereikt die hem of haar als lezer verder kunnen vormen.

Online hulp bij het uitzoeken van een kinderboek

Voor wie graag wat meer houvast heeft bij het uitzoeken van een boek, zijn er handige websites die hulp bieden bij het zoeken naar geschikte kinder- of jeugdboeken. Een aantal ‘boekzoek-websites’ op een rij:

Boekenzoeker

boekenzoeker

Op de praktische en mooi vormgegeven website Boekenzoeker staan niet alle kinderboeken, maar een selectie. Deze wordt gemaakt door een Nederlands-Vlaamse redactie, waarin zowel mensen uit het onderwijs, de bibliotheek en boekhandels zitten, als recensenten en andere boekenliefhebbers/kenners. De redactie houdt bij haar keuze in de eerste plaats rekening met de aanbevelingswaarde van een boek en de kwaliteit ervan.

De site is opgedeeld in vier leeftijdscategorieën, met elk hun eigen vormgeving en mogelijkheden. Kinderen (of ouders) kunnen boeken zoeken door te selecteren op interesses, onderwerpen en stemmingen. Wie zich op de site registreert, kan een nog persoonlijker leesadvies krijgen.

Ik vind lezen leuk

Sinds eind 2013 verzamelt leesbevorderaar Mathilde Talens recensies over kinder- en jeugdboeken op de webstie Ikvindlezenleuk. Het leuke aan deze website is dat er veel recensies op staan van kinderen, die zelf een aantal sterren toekenen aan een boek. De boeken staan gerangschikt op leeftijdscategorie. Er wordt aan gewerkt om de recensies ook via genre-aanduidingen te ontsluiten, wat de site nog geschikter gaat maken om al grasduinend nieuwe boeken te ontdekken. Wie al een boek op het oog heeft en benieuwd is naar wat andere kinderen ervan vonden, kan met de zoekfunctie ook goed uit de voeten.

Jaap Leest

Jaap Friso is een lezer en zijn liefde voor lezen is voelbaar op zijn website JaapLeest. Hij bespreekt er nieuwe kinder- en jeugdboeken en brengt boekennieuws. De recensies staan handig gerubriceerd op leeftijd en geven aspirant-lezers van de boeken precies de informatie waarnaar ze op zoek zijn. Hoe ziet het boek eruit, wie is de schrijver, wat is de achtergrond van het boek, is het goed geschreven? De recensies zijn van hoge kwaliteit, maar niet specifiek geschreven voor kinderen.

website jaapleest

Mevrouw Kinderboek

Mevrouw Kinderboek geeft tips om boeken te kiezen voor kinderen tot twaalf jaar, van prentenboeken tot boeken die pasen bij een thema van school of thuis. De site is bedoeld voor (groot)ouders, leerkrachten en bibliotheekmedewerkers, maar is zeker ook leuk voor kinderen om eens rond te neuzen. Mevrouw Kinderboek zet kinderen (van 4 tot 12 jaar) in als testlezer, die hun eerlijke oordeel vellen over boeken.

website mevrouw kinderboek

 

Hoe weet je of een boek niet te moeilijk is?

Bij het kiezen van een boek is het vooral belangrijk dat je kind een boek uitzoekt dat hem of haar echt leuk lijkt om te lezen. Staar je dus niet blind op AVI-niveaus, die zijn echt niet zo belangrijk. Kinderen die zelf gemotiveerd zijn om een bepaald boek te lezen, redden zich ook met moeilijke boeken. Maar als een boek echt té moeilijk is, zal het niet gaan.

Een handige test waarmee je kind zelf kan controleren of een boek te moeilijk is, is de vijfvingertest. Je kind leest één bladzijde in het boek om het niveau te bepalen. Voor het lezen begint, steekt je zoon of dochter vijf vingers omhoog. Bij elk woord dat moeilijk te lezen of onbekend is, moet één vinger naar beneden. Als aan het eind van de bladzijde alle vingers naar beneden zijn, is het boek waarschijnlijk nog wat te moeilijk. Twee of drie vingers naar beneden is geen probleem.

 


Update: 9 oktober 2017

Verder lezen

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

18 september 2017 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (47) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

 

Lees ook de overige artikelen in dit dossier:

 

Verder lezen

Jongen leest boek, huiswerk

7 tips voor het helpen met huiswerk

12 september 2017 | Reacties (0)

Een A4-tje met topografie, een lijst moeilijke woorden, de tafel van 6, de eerste boekbespreking, een spreekbeurt over huisdieren. Op de meeste basisscholen krijgen kinderen huiswerk mee naar huis. Voor een deel omdat er geleerd moet worden voor en toets, maar ook om te wennen aan het fenomeen huiswerk maken. Door als ouder thuis actief betrokken te zijn bij het schoolwerk, stimuleer je de ontwikkeling van je kind enorm. Maar hoe pak je dat precies aan?

Jongen leest boek, huiswerk

Het is niet niet jóúw huiswerk

Vooropgesteld: het is niet jóúw huiswerk. Je kind is zelf verantwoordelijk voor het maken (of niet maken) van huiswerk. Je zult niet de eerste ouder zijn die vol goede bedoelingen zijn kind gaat helpen om er aan het eind van de middag achter te komen dat jij eigenlijk die hele spreekbeurt hebt geschreven, in plaats van je kind. Dat wil niet zeggen dat je je kind helemaal in zijn sop moet laten gaarkoken. De meeste kinderen kunnen echt wel wat hulp gebruiken bij hun huiswerk. Een goed uitgangspunt is dan ook: help je kind het zelf te kunnen doen.

 

Tips voor het helpen met huiswerk

1. Toon belangstelling

Vraag je kind wat het moet doen en bekijk het huiswerk.

2. Help je kind met het maken van een planning

Wat ga je eerst doen, hoe kun je het werk in overzichtelijke stukken opdelen, wat is een goede manier om een werkstuk te maken? Een goede planning kunnen maken, is misschien wel het allerlastigste onderdeel van huiswerk. Als je kind dit op de basisschool al leert, zal de overgang naar de middelbare school een stuk soepeler verlopen. Een volleerd planner zal je kind overigens nog lang niet zijn. Dat kan simpelweg niet. Het deel in de hersenen dat je gebruikt om te plannen, de frontale kwab, is pas rond het twintigste jaar uitontwikkeld.

3. Zorg voor een geschikte plek in huis waar je kind huiswerk kan doen

Dat hoeft niet de eigen slaapkamer van je kind te zijn. Vooral jongere kinderen vinden het vaak veel fijner om gewoon in de woonkamer met hun huiswerk bezig te gaan. Het hoeft niet muisstil te zijn, maar je kind moet wel ongestoord kunnen werken. Sommige kinderen vinden het prettig als er muziek aanstaat. De tv kun je echter beter uitzetten, want die leidt over het algemeen erg af.

4. Bepaal samen wat voor jouw kind de beste tijd is voor huiswerk

De persoonlijke voorkeur speelt hierbij een belangrijke rol. Wijs je kind erop dat je beter leert onthouden door herhaling: liever zes dagen achter elkaar tien minuten leren dan één dag een uur lang.

5. Overhoor je kind

Overhoren is niet alleen een manier om te testen of je kind de stof voldoende beheerst. Door te overhoren stimuleer je ook het zelfvertrouwen van je kind. Het geeft jou inzicht in de manier waarop je kind leert en de effectiviteit daarvan. Zo nodig kun je samen op zoek gaan naar nog betere manieren van werken. Tot slot is overhoren ook gewoon een extra herhaling van het geleerde.

6. Help het kind met praktische zaken

Laat je kind zien hoe je informatie op internet opzoekt en ga samen naar de bibliotheek. Zorg dat er inkt is voor de printer en help met het e-mailen van presentaties. Bezoek ook eens een museum dat aansluit bij de stof die je kind moet leren.

7. Moedig je kind aan

en zorg voor een positieve sfeer rond huiswerk.

Verder lezen

Hoofdluis steekt de kop op na zomervakantie

Hoofdluis steekt de kop op na zomervakantie

4 september 2017 | Reacties (0)

Luizenmoeders en -vaders kunnen zich opmaken voor drukke tijden. Na elke zomervakantie is er sprake van een flinke uitbraak van hoofdluis, doordat de meeste ouders in de vakantie niet zo alert zijn op hoofdluis bij hun kinderen. Op vrijwel alle basisscholen staan na de zomervakantie dan ook luizencontroles op het programma.

Landelijke Hoofdluismeting

Luizenmoeders pluizen het haar van de kinderen tijdens de luizencontrole. Foto: RIVM

Om in kaart te brengen hoe groot de hoofdluisbesmetting precies is, wordt in augustus en september een Landelijke Hoofdluismeting gehouden. Het resultaat van de meting wordt (anoniem) verwerkt op de website Luizenradar.nl, waarop je kunt zien in welke gebieden hoofdluis heerst. De Landelijke Hoofdluismeting is een initiatief van Prioderm, fabrikant van luizenbestrijdingsmiddelen

Het RIVM adviseert ouders wekelijks te controleren op hoofdluis door het haar met een stof- of luizenkam door te kammen. Regelmatige controle is de beste preventie tegen hoofdluis, maar het werkt natuurlijk alleen als alle ouders hun kinderen controleren. Daar blijkt het nog wel eens aan te schorten. Volgens basisscholen treft maar eenvijfde van de ouders voldoende maatregelen tegen hoofdluis treft, zo bleek eerder uit een enquête van Prioderm. Tweederde van de scholen meent dat ouders en de school het hoofdluisprobleem samen moeten aanpakken, maar slechts vier procent van de scholen lukt het tijd in te ruimen voor een wekelijkse controle. Op de meeste scholen (88%) staan alleen na de schoolvakanties luizencontroles op het programma.

Tips om hoofdluis te voorkomen of bestrijden

Heeft jouw kind hoofdluis of wil je weten wat je kunt doen om hoofdluis te voorkomen? Thuisinonderwijs.nl heeft de beste tips voor een effectieve luizenbestrijding voor je op een rijtje gezet  voor je op een rijtje gezet in dit artikel:

>>   De beste tips tegen hoofdluis >>

Verder lezen

Moet je doen: doe 'ns gek!

Moet je doen: doe ‘ns gek!

28 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 15: Doe ‘ns gek!

Neem vakantie van het normale

Vakantie? Dat is lekker uit de sleur, even weg uit de dagelijkse routine. Maar wist je dat je dat ook heel goed thuis kunt doen? Door de dingen net even anders te doen, of iets onverwachts te doen, geef je het leven schwung. Kom, doe eens gek! Thuisinonderwijs.nl helpt je op weg.

1. Vier een niet-jarig feestje

Vier een feestje met je gezin of met vriendjes en vriendinnetjes. Pannenkoeken bakken, slingers ophangen, een cadeautje geven – gewoon omdat je kind vandaag niet jarig is. Maar wel heel feestelijk!

2. Picknick op de slaapkamer

Het regent pijpenstelen en lekker naar buiten gaan zit er niet in? Ga dan eens binnenshuis picknicken, bijvoorbeeld op de slaapkamer van je kind. Picknickkleedje op de vloer, lekkere hapjes erbij en smikkelen maar. Misschien willen de poppen en knuffels van je kind ook wel een vorkje meeprikken?

3. Achterstevorendag

Doe de hele dag eens achterstevoren. Eet ’s ochtends een warme maaltijd (toetje eerst!) en eindig met het ontbijt. Loop achteruit in plaats van vooruit. Trek kleren achterstevoren aan. Volgorde omgekeerde in zinnen zeg. Zeg dankjewel als je iets aangeeft en alsjeblieft als je iets krijgt. Enzovoort.

4. Restaurant spelen

Een terrasje pakken, lekker uit eten met hele gezin. Op vakantie nemen we het ervan, maar waarom zouden we het thuis niet ook doen? Tover de huiskamer om in een restaurant en laat je kinderen het menu bereiden. Of organiseer een high tea, met je kinderen als hooggeëerde gasten.

5. Schuimgevecht met schuimmonsters

Spuit een flinke hoeveelheid badschuim in het zwembadje of op een groot stuk zeil in de tuin. Laat het met een sproeier schuimen tot een echte schuimboden. Wrijf elkaar in met schuim. Je kunt ook gekke kapsels maken. Ga het gevecht aan met het andere schuimmonster. Wie het langste blijft rechtstaan in de schuimpoel, wint.

6. Tart de modepolitie

Trek bizarre klerencombinaties aan. Kledingstukken die niet bij elkaar passen of die compleet afwijken van wat je kind (en jezelf, doe gewoon mee!) normaal draagt. Vloekende kleuren, ruitjes bij streepjes, alles mag vandaag. Durf je er ook mee de straat op? Of naar de winkel? Vraag eens aan je kind waarom dat wel of niet zo is. Voel je je anders nu je er anders uitziet? Prettiger, vrijer of juist onzekerder?

7. Vies worden moet!

Stuur je kinderen naar buiten en verbied hen schoon te blijven. Geen zwarte knieën? Buiten blijven. Geen grasvlekken op het T-shirt? De deur blijft dicht. Slechts een beetje smerig? Dat kan viezer! Geen blauwe plek of een schram op je arm? Hm, moet jij niet nog wat langer buiten spelen? In een boom klimmen misschien?

Kinderen hebben de ruimte nodig om te kunnen groeien, zowel fysiek als mentaal. Ze willen rennen, klimmen en klauteren. Ze leren door te experimenteren hun grenzen te verleggen en risico’s in te schatten. Die ervaringen zijn goed voor de ontwikkeling van kinderen. Maar veel ouders zijn bang dat hun kind zich bezeert of willen niet dat hun kleren vies worden.

Stuur die overbezorgde ouder in je op vakantie en geef je kind de ruimte en de vrijheid om te spelen. Dat geeft het zelfvertrouwen en het zelfvertrouwen van je kind een flinke oppepper. Door het verleggen van hun grenzen ontdekken kinderen zelf wat veilig is.

Zomer 2017: Moet je doen!

Dit was de laatste aflevering van Moet je doen! Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: maak ’t zelf

Moet je doen: leer iets nieuws

Moet je doen: proefjes voor thuis

Verder lezen

Moet je doen: proefjes voor thuis

Moet je doen: proefjes voor thuis

21 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen!Vandaag aflevering 14: Proefjes voor thuis.

Kinderen leren zichzelf en de wereld kennen door te spelen, te observeren en met alles te experimenteren. Ze verkennen hun omgeving en de dingen om hen heen, stellen vragen, toetsen hun ervaringen in nieuwe situaties en leren zo beetje bij beetje hoe dingen werken. In het onderwijs heet dit ‘ontdekkend leren’, een term die de tegenwoordig erg in zwang is. Een goede manier om thuis actief in te spelen op ontdekkend leren is door proefjes te doen – en dat is ook nog eens een superleuke vakantie-activiteit.

Ontdekken = leren op je eigen manier

‘Ontdekkend leren’ sluit aan bij het concept van meervoudige intelligenties (MI), ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Het uitgangspunt is dat kinderen op verschillende manieren ‘knap’ zijn. De één houdt meer van taal, de ander is liever met rekenen bezig, of met muziek of bewegen. Garder onderscheidt acht soorten van intelligentie of knap-zijn. 

 

Bouw een raket of maak slijm

Thema: scheikunde
Leeftijd: 4-12 jaar
Om thuis scheikundige proefjes te doen, hoef je echt geen laboratorium aan huis te hebben of een scheikundedoos te kopen. Scheikunde is namelijk overal. En je kunt er superleuke proefjes meedoen (geen zorgen, ze zijn echt veilig!). Wat dacht je van zelf een echte, werkende raket maken, shampoo omtoveren tot slijm, je eigen frisdrank maken, of deegballen laten groeien?

Dit is slechts een kleine greep uit de scheikundige proefjes die je kunt vinden op de website Expeditie Chemistry, waarop ruim honderd chemieproefjes staan. Met een handig filter kun je gemakkelijk proefjes vinden die geschikt voor thuis en die passen bij de leeftijd van je kind. Zelfs voor kleuters zijn er al leuke experimentjes te vinden.

No Title

Met kinderen proeven of experimenten doen? Ga samen met kinderen op ontdekking thuis, op school, op de opvang of tijdens een open dag van je bedrijf. Vind hier gratis tips, ideeën en materiaal voor een (gast)les, activiteit of kinderfeest over wetenschap en scheikunde. Zoek je materialen voor natuur en techniek in het primair onderwijs?

Dansende wasknijpers en vliegende vuilniszakken

Thema: natuurkunde
Leeftijd: 4-12 jaar
Zeg je ‘natuurkunde’, dan breekt bij sommige mensen het zweet uit. Formules, middelpuntvliedende kracht… ellende! Maar vergeet die middelbareschooltrauma’s nou maar, want natuurkundeproefjes zijn tof! (Bijkomend voordeel: je kind ontdekt zo hoe leuk natuurkunde kan zijn. En zo’n positieve eerste indruk kan later dan weer helpen om te voorkomen dat je zoon of dochter óók een natuurkundetrauma oploopt ?)

De website Slimme handen is bedoeld als inspiratiebron voor leerkrachten in het basisonderwijs, maar je kunt er als ouder ook allerlei natuurkundige proefjes vinden die je thuis kunt doen. Met een elastiek en drie wasknijpers kun je bijvoorbeeld ontdekken dat wasknijpers elkaars gedrag na-apen. Leuk voor kinderen van alle leeftijden (en voor ouders met een natuurkundetrauma). Op dit filmpje zie je hoe dat werkt:

YouTube

No Description

Ook leuk is het werkblad waarop beschreven staat hoe je een vuilniszak of een theezakje kunt laten vliegen. Struin vooral ook zelf door de site om inspirerende experimenten te vinden die je samen met kind kunt doen.

Bouw een bom (van ijslolliestokjes)

Thema: kinetische energie
Leeftijd: 5-12 jaar
Stick bombs heten ze in het Engels en ze zijn zeer spectaculair: ‘bommen’ die je maakt door ijslolliestokjes in een speciaal patroon neer te leggen. Kijk maar hoe dat er uitziet:

Stickbomb.gif

En dat is nog maar een relatief simpele stick bomb. Het kan er ook zo uitzien:

13,654 stick bomb

This is an unofficial world record & personal world record! I wish i could have made it all cobra weave but as i have learned from the past i need more room thats why its mostly ortho weave. I counted the sticks 3 times to make sure i was correct there are exactly 13,654 sticks!

Om zo’n stick bomb als hierboven te maken, is de zomervakantie waarschijnlijk te kort (en je moet er ook wel héél veel ijsjes voor eten om aan voldoende stokjes te komen. O nee, toch niet. Die kun je ook kopen).

Maar eenvoudiger experimentjes met dansende stokjes zijn natuurlijk goed te doen. In zijn simpelste vorm kunnen ook kleuters ze al maken. Een beetje hulp zul je misschien wel moeten bieden, als de fijne motoriek van jouw kleuter nog niet goed genoeg is om de stokjes goed neer te leggen. Een beschrijving van een stick bomb van vijf stokjes vind je hier. Van andere patronen kun je tal van voorbeelden vinden op YouTube.

Zelf bliksem maken

Thema: elektriciteit
Leeftijd: 4-10
Elektriciteit klinkt ingewikkeld en misschien gevaarlijk, maar statische elektriciteit kennen we allemaal. Trek maar eens een trui over je hoofd in een droge kamer en de vonken springen eraf. Dat is eigenlijk niets anders dan een kleine bliksem. Met twee ballonnen en je eigen haar, kunnen kinderen ontdekken hoe dit werkt. Op de websites Proefjes.nl (een aanrader!) staat een beschrijving van hoe je dit verschijnsel met je kind kunt onderzoeken. Laat je niet misleiden door het woord ‘werkbladen’. Die zijn natuurlijk bedoeld voor schoolse situaties, maar de vragen zijn uitstekende uitgangspunten om thuis over te praten.

proefjes.nl – proefje bliksemballon

Ben je bang voor onweer? Of vind je de bliksem en de donder juist heel spannend? Je kunt de bliksem wel zien, maar niet van dichtbij bekijken. Dat zou erg gevaarlijk zijn. Toch kun je een kleine bliksem wel van dichtbij zien.

Naar het museum

Hebben jij en je kind de smaak van het proefjes doen te pakken? Plak er dan eens een dagje naar het museum aan vast. Er zijn diverse musea waar kinderen kunnen experimenteren en proefjes kunnen doen. Om er een paar te noemen

 

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: maak ’t zelf

Moet je doen: leer iets nieuws

Verder lezen

Moet je doen: leer iets nieuws

Moet je doen: leer iets nieuws

17 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen!Vandaag aflevering 13: Leer iets nieuws.

Alle kinderen zijn leergierig

Leren? Tijdens de vakantie? Zeker weten! Het is gek dat we ‘leren’ beschouwen als iets dat op school thuishoort. Kinderen zijn van nature leergierig, ze leren en ontwikkelen zich de hele dag. Veel ouders valt op dat juist in de langere schoolvakanties hun kind de grootste ontwikkelingssprongen maakt en zelfs fysiek vaak een groeispurt heeft.

Een boost voor het zelfvertrouwen

Het alledaagse, ontdekkenderwijs leren gaat in de zomervakantie gewoon door. Sterker nog: dat spontane leren speelt zich af in de hoogste versnelling. Kinderen die op school moeite hebben om mee te komen, kunnen soms het gevoel krijgen dat ze niet goed genoeg zijn om iets te leren. Een succeservaring met iets leren in de vakantie – het maakt niet uit wat! – geeft hun zelfvertrouwen een enorme boost! Kinderen die ervaren hoe opwindend het kan zijn om iets nieuws te leren, zullen hun hele leven lang open staan om te blijven leren.

Wat wil je leren?

Het is beslist niet nodig om als een veredelde schooljuf thuis alvast aan de slag te gaan met de lesstof van het komende schooljaar. Laat dat maar aan de leerkracht over na de vakantie. Tenzij je kind er natuurlijk zelf om vraagt. Zo staan kinderen die naar groep 3 gaan vaak te trappelen om alvast wat met leren lezen aan de slag te gaan. In dat geval kun je bijvoorbeeld een leuke app downloaden spelenderwijs alvast een beetje kennis te maken met leren lezen.

Maar kijk vooral ook verder dan de schoolvakken. Er zijn zo veel andere dingen die je kind – en jij? – misschien wel wil leren! Denk maar eens aan:

  • leren schaken
  • leren koken
  • leren portretschilderen
  • leren blokfluitspelen
  • de volgorde van de planeten leren
  • een vreemde taal leren
  • vogelgeluiden leren herkennen
  • leren hoepelen
  • het allerbeste papieren vliegtuigje leren vouwen
  • leren programmeren
  • leren goochelen
  • leren breien
  • de was leren vouwen
  • een kompas leren gebruiken
  • het weer leren voorspellen
  • voetbaltrucjes leren
  • leren zeilen
  • leren vliegeren
  • een fietsband leren plakken
  • leren fotograferen
  • zelfverdediging leren
  • een muurtje leren metselen
  • leren figuurzagen
  • leren openhaardhout klieven
  • leren een tent opzetten
  • een nieuwe dans leren
  • leren vissen
  • leren onkruid wieden
  • leren kaartlezen
  • leren steltlopen
  • leren rappen
  • op een éénwieler leren fietsen
  • leren broodbakken

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: maak ’t zelf

Verder lezen

Back to school

Relaxed terug naar het schoolritme

16 augustus 2017 | Reacties (1)

Hoe eindeloos die lange zomervakantie van tevoren ook leek, na zes weken is de pret voorbij en moet je weer in het ritme zien te komen. Dat valt niet altijd mee… Zo zorg je voor een soepele omschakeling, zowel voor jezelf als voor je kinderen.

Lekker laat naar bed, ’s ochtends rustig een uurtje in de pyjama blijven rondlopen, geen gehaast, geen gedoe, geen gestres. Zomervakantie is het ultieme onthaasten. De keerzijde is echter dat het voor veel ouders en kinderen ook weer behoorlijk wennen is als na de vakantie het gewone leven weer begint.

Back to school

In sommige gezinnen is de omschakeling van vakantie naar school een niet-bestaand probleem. De kinderen hebben weer zin om naar school te gaan, om hun vriendjes weer te zien, hun clubs te bezoeken en de ouders snakken naar regelmaat. “De eerste schooldag is altijd nog een beetje onwennig. Dan sta ik extra vroeg op om te zorgen dat we zonder stress naar school toe kunnen”, vertelt Sandra, moeder van Bo (11) en Tygo (5). “Maar zodra het dinsdag is, hebben we het ritme al helemaal weer te pakken. Bij ons is de eerste schoolweek vaak meer relaxed dan de laatste vakantieweek, wanneer bij de kinderen de verveling toeslaat, ze een beetje zenuwachtig beginnen te worden voor het nieuwe schooljaar en wij zelf nog druk bezig zijn vakantiewassen te draaien en spullen op te ruimen.”

Stiekem genieten van post-vakantiechaos

In het gezin van Marcel en Luna, ouders van Tom (10), Puck (6) en Rik (4), verloopt de overgang van vakantie naar school meestal chaotisch. “Wij zitten met ons hoofd en hart nog in la douce France, de kinderen krijgen we met geen stok op tijd naar bed en de eerste paar weken vergeten we álles: broodtrommels, gymkleren, voetbaltraining. Volgens mij zijn wij als gezin in een soort collectieve denial dat de vakantie weer voorbij is”, zegt Marcel. “We nemen ons steevast voor om het volgend jaar anders aan te pakken, maar als ik heel eerlijk ben, hoort die ‘post-vakantiechaos’ voor mij nog echt een beetje bij het vakantiegevoel.”

Schoolspullen kopen

“Onze jongens moeten echt omschakelen”, is de ervaring van Petra, moeder van de tweeling Joris en Tijl (9), die beiden licht autistisch zijn. “Zowel aan het begin van de vakantie als aan het eind van de vakantie lopen ze wat met hun ziel onder de arm. We gaan daarom ook expres altijd de middelste twee weken van de zomervakantie weg. Dan hebben ze lekker een paar rommelweken om de overgang van het ene naar het andere ritme te maken.”

Petra is daar heel bewust mee bezig. “De eerste dagen plan ik vaak een activiteit in om Joris en Tijl te laten wennen aan de overgang van de structuur van school naar de vrijheid van de vakantie. Dat doe ik aan het einde van de vakantie weer. Meestal gaan we dan iets doen wat alvast met school te maken heeft, zoals de stad in om een nieuwe etui, drinkbeker of andere schoolspullen te kopen. Niet dat ze die echt nodig hebben, maar het helpt hen om de wereld van school weer binnen te laten in hun gedachten. Dat maakt de overgang minder abrupt. En het is ook nog eens heel gezellig!”

Pannenkoeken en een goed gesprek

Stapel pannenkoeken“Pannenkoeken.” Voor Martin, vader van Tim (8), zijn pannenkoeken de sleutel. “Elke schoolvakantie begint voor ons met pannenkoeken bakken op de laatste schooldag en eindigt met pannenkoeken bakken op de laatste vakantiedag. Dat was bij ons thuis vroeger al traditie en mijn drie broers en ik hebben dat bij onze kinderen ook zo overgenomen. Tijdens het pannenkoeken eten bespreken we de periode die achter ons ligt en kijken we vooruit naar de periode die gaat komen. Wat vonden we moeilijk, waar hebben we van genoten, waar hebben we zin in, wat verwachten we? Ik denk dat het heel goed is om van tijd tot tijd met kinderen te reflecteren over het leven. Heel bewust hebben we het tijdens die pannenkoekensessies niet alleen over Tim, maar ook over onszelf en over onze onderlinge relaties. Heel waardevol.”

Praktische tips

  • Breng in de laatste vakantieweek de bedtijd stapje voor stapje terug tot de normale tijd. De start van het schooljaar – met een nieuwe juf, een nieuw lokaal, misschien andere kinderen in de groep en andere regels – vreten energie; daar kan je dus maar beter zonder slaaptekort aan beginnen.
  • Kies je eigen einde-vakantie-ritueel.
  • Maak een schema of weekplanner om het nieuwe ritme onder de knie te krijgen: wie heeft wanneer gymles, schoolzwemmen, voetbaltraining, vioolles etc. Hang het op een zichtbare plek op.
  • Maak zo nodig nieuwe afspraken. Een nieuw schooljaar is hét tijdstip om nieuwe regels vast te stellen: wie smeert de boterhammen, hoe vaak mag er afgesproken worden met vriendjes, wat zijn de nieuwe bedtijden, wie kiest de kleding uit.
  • Doe in eerste schoolweek (maar ook daarna!) nog eens iets onverwachts. Pak een terrasje, ga uit eten, ga naar het zwembad, maak tussen de middag een fietstochtje met picknick, stop een typische vakantielekkernij in de broodtrommel. Zo houd je het vakantiegevoel nog een beetje vast.
  • Smeer de avond tevoren alvast het brood voor de broodtrommels en zet de ontbijtspullen klaar, dat scheelt ’s ochtends veel werk. Nog verder vooruit werken: smeer op zondagavond alvast de lunchpakketten voor de hele week en leg ze in de vriezer.

Verder lezen