Thuis

Voorlezen is elke dag een feest

Voorlezen is elke dag een feest

25 januari 2017 | Reacties (0)

Veel scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zijn vandaag gestart met het Nationale Voorleesontbijt. Talloze bekende én onbekende Nederlanders lazen voor aan peuters en kleuters om zo het voorlezen, aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, te stimuleren. Ze lazen de kinderen voor uit het Prentenboek van het Jaar: ‘De Kleine Walvis’ van Benji Davies.

Het voorleesontbijt is de start van de 14de editie van De Nationale Voorleesdagen.

Voorlezen is niet alleen leuk, het is ook nog eens heel goed voor de taalontwikkeling van kinderen. Op de website van de Nationale Voorleesdagen vind je tips om het meeste uit je dagelijkse voorleesmoment te halen. Ook staat daar de Prentenboeken top-10. Uit het overstelpende aanbod van prentenboeken maakte een jury van jeugdbibliothecarissen jaarlijks een selectie, die je helpen een leuk prentenboek te vinden.

Nationale Voorleesdagen

Voorlezen is elke dag een feest! Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt. Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip .

Verder lezen

Breuken uitleggen aan je kind

Breuken uitleggen aan je kind

16 januari 2017 | Reacties (0)

Heeft jouw kind moeite met breuken? Je zoon of dochter is niet de enige. Breuken leren. Sommige kinderen snappen niet wat er lastig aan is, voor anderen zijn breuken echt een struikelblok. Om goed met breuken te kunnen rekenen, is het belangrijk dat je kind weet wat breuken precies zijn en hoe ze werken. Hier vind je uitleg en tips om je kind te helpen. Want met een beetje oefening zijn die breuken echt wel onder de knie te krijgen.

Breuken in groep 6

Op sommige scholen wordt in groep 5 al begonnen met eenvoudige breuken als halven, kwarten en derden (pizza’s verdelen!), andere rekenmethodes introduceren breuken in groep 6, waar ze ook voorkomen in de Cito-toets (van mei/juni). Vanaf dan zijn sommen met breuken vaste prik bij het rekenen en ook later bij de wiskundelessen op de middelbare school. Je kunt dus maar beter zorgen dat de basis goed is.

Wat is een breuk?

Om te kunnen rekenen met breuken, moet je kind eerst weten wat een breuk nu eigenlijk precies is. Bij breuken zijn twee concepten van belang: er wordt iets gebroken (vandaar het woord ‘breuk’) en er wordt iets verdeeld: het streepje in de breuk wordt niet voor niets ‘breukstreepje’ of ‘deelstreepje’ genoemd.

Een breuk is eigenlijk niets anders dan een deelsom, maar dan op een andere manier opgeschreven dan je kind tot nu toe gewend was.
Vier pannenkoeken verdeeld door twee kinderen is twee pannenkoeken per kind, oftewel 4: 2 = 2, oftewel 4/2 = 2.

Als je kind dit begrijpt, kun de stap maken naar één pannenkoek die verdeeld moet worden over twee kinderen. Want breuken ontstaan als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen dat een deel wil krijgen. Dat het antwoord in dit geval een halve pannenkoek is, weet een kind al jaren voordat de eerste breuk in de rekenboeken opduikt. Ook zal je kind op deze leeftijd al wel bekend zijn met de schrijfwijze van een halve als 1/2. Dus: 1 : 2 = een halve = 1/2.

Zolang het over het verdelen van pannenkoeken, koekjes en pizza’s gaat, lukt het vaak goed om dit concept in het achterhoofd te houden. Zodra het rekenen met breuken ingewikkelder wordt (breuken vergelijken, breuken versimpelen, breuken optellen en aftrekken), raken veel kinderen het zicht echter een beetje kwijt op waar ze nu eigenlijk precies mee aan het rekenen zijn en wat er nu eigenlijk concreet aan de hand is. Het is goed om dan te proberen terug te vallen op deze eerste basisuitleg.

Eerlijk delen!

Wel in vieren gedeeld, maar niet in kwarten.

Bij breuken gaat het altijd om een speciale man
ier van verdelen: de stukken of delen moeten even groot worden. Voor kinderen die net met breuken beginnen, is het soms nog lastig om een pizza of een taart eerlijk in vier stukken te verdelen. Zij snijden bijvoorbeeld van links naar rechts stroken af (of geven dit op een tekening aan).
Laat je kind ontdekken hoe je op een eerlijke manier deelt. Daarmee verkennen ze namelijk ook de relatie tussen breuken: Hé, als ik een half doormidden snijd, heb ik twee kwarten en als ik die weer door midden snijd, heb ik vier achtsten! Dus: 1/2 = 2/4 = 4/8.

‘Breukentaal’ leren

Door veel te oefenen met verdelen, maakt je kind kennis met allerlei verschillende breuken. Daarbij leert je kind stapje voor stapje de bijbehorende ‘breukentaal’: eerst heb je het over ‘een zesde deel van een appeltaart’, daarna over ‘1/6 appeltaart’. Later volgt een uitbreiding naar breuken met een teller die niet één is, zoals ‘5/6 appeltaart’. In eerste instantie ziet je kind dit voor zich als 5 keer 5/6 appeltaart. Als snel zal je kind leren 5/6 te zien als ‘5 van de 6’: de breuk is de verhouding tussen deel en geheel.

Voor veel kinderen is het belangrijk om de breuken fysiek te zien. Omdat je niet eindeloos appeltaarten en pizza’s kunt blijven snijden, kan het handig zijn om oefenmateriaal in huis te halen als je kind breuken lastig vindt. Kijk bijvoorbeeld eens in de webshop van Heutink, de leverancier waar de meeste scholen ook hun materialen kopen. Daar vind je diverse goede breukensets, bijvoorbeeld deze ‘breukenset rond‘:

In deze set zitten verschillende materialen om met breuken te oefenen, zoals gekleurde cirkels in stukken waaarmee je breuken kan leggen. Dat laatste kan met stukken van dezelfde grootte ( 1/2 + 1/2 maakt de cirkel vol) of met stukken van verschillende groottes ( 1/2 + 1/4 + 1/8 + 1/8 maakt de cirkel ook vol). Heutink verkoopt diverse breukensets. Laat je kind vooral ook even meekijken bij het uitzoeken. Sommige kinderen vinden het erg fijn om thuis met hetzelfde materiaal te oefenen als op school. Vaak is het echter ook goed om voor thuis juist een ander product te kopen. Zeker als je kind worstelt met breuken en daardoor een negatief gevoel heeft bij een bepaalde breukenset.

Vertrouwd raken met breuken

Waar het om gaat is dat je kind goed vertrouwd raakt met breuken. Hoe beter je zoon of dochter thuis is in de breukenwereld, hoe gemakkelijker daarna het ‘echte’ rekenen gaat. Bijna alle kinderen lukt het om in groep 7 en 8 te redeneren met derden en vierden. Dat zijn namelijk breuken waar de kinderen een heel concrete voorstelling van hebben.

Lastiger is het voor veel kinderen om te rekenen met bijvoorbeeld achtsten of negenden, omdat ze die breuken niet duidelijk voor zich zien. Toch moeten ze dit wel kunnen, omdat ze anders in het voortgezet onderwijs tegen problemen aanlopen (dit geldt met name voor kinderen die naar havo of vwo gaan).

Als je kind het lastig vindt om te rekenen met kleine breuken, is een lineaire breukenset een handig hulpmiddel:

De kleuren laten het verband tussen de verschillende breuken zien. De lineaire breukenset laat ook de relatie tussen de breuken, de procenten en de kommagetallen zien – want ook dat moet je kind in groep 7 en 8 allemaal begrijpen.

Alledaagse breuken

Breuken zijn lastige dingen, waar ook kinderen die goed kunnen rekenen over kunnen struikelen. Maar hoe meer je kind met breuken oefent, hoe beter het zal gaan. Laat je kind dus de taart aansnijden op een verjaardag, de rookworst verdelen bij de stamppot en een te klein aantal koekjes eerlijk verdelen met zijn vriendjes.

Verder lezen

10 Goede voornemens voor ouders

10 Goede voornemens voor ouders

2 januari 2017 | Reacties (0)

2017 is begonnen. Heb jij goede voornemens? Een paar kilo afvallen, gezonder leven… Thuisinonderwijs.nl heeft tien goede voornemens op een rijtje gezet speciaal voor ouders met schoolgaande kinderen.

1   Weg met de ochtendstress

  • Leg ’s avonds al spullen klaar en sta een kwartiertje eerder op
  • Gebruik een checklist om niets te vergeten
  • Zorg dat iedereen een goed ontbijt eet

gezonde lunch 2   Vul de broodtrommel met een gezonde lunch

  • Kies voor fruit en groente. Het Voedingscentrum geeft tips
  • Stop wat liefde in de broodtrommel met een leuk briefje. Schrijf ze zelf of download kant-en-klare broodtrommelbriefjes

3   Stimuleer zelfstandigheid

  • Kinderen kunnen meer zelf doen dan je denkt, dus stop met pamperen!
  • Geef je kind eenvoudige taken in huis

Leukedingen doen4   Gun je kind én jezelf vrije tijd

  • Eén sport of club  is voldoende
  • Houd bewust tijd vrij om met het hele gezin door te brengen
  • Ga samen leuke dingen doen

 5   Help mee op school

  • Bied af en toe je diensten aan als hulpouder
  • Doe niet meer dan waar je tijd voor hebt

 hardlopen6   Kom in beweging

  • Sporten geeft energie, die je als ouder goed kunt gebruiken
  • Door zelf te bewegen, geef je je kind het goede voorbeeld

7   Beperk de beeldschermtijd

  • Stel duidelijke limieten in voor de dagelijkste beeldschermtijd
  • Toon belangstelling voor de online activiteiten van je kind en praat er samen over
  • Zoek leuke en leerzame apps op

kinderbedtijd8   Hanteer strikte bedtijden

9   Praat vaker met je kind

  • … in plaats van tegen je kind
  • probeer minder te schreeuwen: positief opvoeden werkt beter en komt de sfeer ten goede

 10   Wel stimuleren, niet pushen

 

Verder lezen

Kerstvakantie – reken maar!

Kerstvakantie – reken maar!

21 december 2016 | Reacties (0)

De kerstvakantie komt eraan. De tijd om gezellige dingen te doen met je gezin. Maar ook om te leren! Want wist je dat kinderen thuis minstens zo veel leren als op school? ‘Informeel leren’ heet dat: kinderen leren uit alledaagse situaties. Door je hier als ouder bewust van te zijn, kun je je kind stimuleren thuis belangrijke vaardigheden en kennis op te doen en een brug te slaan met leren op school. Bovendien leggen kinderen door het ontwikkelen van het informeel leren de basis voor een leven lang leren*.

Informeel leren gaat vanzelf. Daar hoef je als ouder dus eigenlijk niets voor te doen. Wat je wel kunt doen, is zorgen dat je kind in leerzame situaties terechtkomt. Een bezoekje aan een museum is daarvan een voorbeeld. Maar je hoeft er de deur niet voor uit. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de manieren waarop je kind thuis van alles leert tijdens het kerstkransjes bakken of kerstkaartjes bekijken.

Kerstkransjes bakken

Stel, je gaat kerstkransjes bakken met je kind. Een leuke vakantie-activiteit. En heel leerzaam! Voor kleuters is dat een mooi moment om het begrip ‘cirkel’ te leren kennen. En misschien zijn er nog wel meer cirkels te vinden in de huis? Koekjes bakken is bovendien heel goed voor de ontwikkeling van de motoriek, het trainen van de ooghandcoördinatie en voor het oefenen van geconcentreerd met een ‘taak’ bezig zijn.

Je zou het misschien niet zeggen, maar kerstkransjes bakken vergroot ook de taalvaardigheid. Je zoon vergroot zijn woordenschat (bloem, zeef, mixer, deeg) en moet ‘begrijpend luisteren’ om te snappen wat hij moet doen als jij zegt dat hij 200 gram bloem moet afwegen. Leest je dochter zelf het recept, dan is ze bezig met ‘begrijpend lezen’.

Daarnaast oefent je kind tijdens het bakken allerlei rekenvaardigheden. Denk maar aan het wegen met een weegschaal en uitrekenen hoeveel gram er van een ingrediënt bij moet, of het afmeten van een liter melk, het tellen van de eieren of het toevoegen van een theelepel kaneel.

Koekjes bakken is eveneens een inzichtelijk lesje voedingsleer. Je kind ziet met eigen ogen hoeveel boter en suiker er in koekjes zit; een mooi aanknopingspunt om het eens over gezonde voeding te hebben.

Weet je kind al hoe meel wordt gemaakt? Vertel over het proces van graan en de molen, of bekijk er een filmpje over:

Graan malen – Zo wordt van graan meel gemaakt

Uploaded by Pamupus on 2016-10-31.

En wist je dat koekjes bakken eigenlijk gewoon keiharde scheikunde is? Als je de koekjes de oven inschuift, zet een je een chemisch proces in werking dat ene substantie (deeg) in een andere verandert (koekjes). Dit filmpje vertelt je er meer over:

The chemistry of cookies – Stephanie Warren

View full lesson: http://ed.ted.com/lessons/the-chemistry-of-cookies-stephanie-warren You stick cookie dough into an oven, and magically, you get a plate of warm, gooey cookies. Except it’s not magic; it’s science. Stephanie Warren explains via basic chemistry principles how the dough spreads out, at what temperature we can kill salmonella, and why that intoxicating smell wafting from your oven indicates that the cookies are ready for eating.

Kerstkaartjes gekregen?

Er worden niet meer zo kerstkaartjes verstuurd als vroeger, maar de kans is groot dat je er toch heel wat hebt ontvangen de afgelopen dagen. Hoeveel eigenlijk? Kleuters vinden het leuk om te tellen. Hebben ze allemaal dezelfde vorm? Vast niet. Welke vormen kent je kleuter al? Welke vorm komt het meest voor?

Door te praten over wie de kaarten heeft gestuurd, leert je kind over zijn eigen persoonlijke geschiedenis. Door te kijken waar ze vandaan komen, komt er ineens wat topografie om de hoek kijken. Welk kaartje heeft de verste afstand afgelegd?

 

Natuurlijk zijn er veel meer voorbeelden te noemen van hoe kinderen thuis kunnen leren. Want eigenlijk komt het erop neer: kinderen leren letterlijk van alles. Als je erop gaat letten, zie je het vanzelf. Je zult merken dat je er zelf ook meer op gaat inspelen, door nét even die vraag te stellen die je kind aan het denken zet, of een opdrachtje te geven dat je kind prikkelt om iets nieuws te leren. Daarmee benut je gouden kansen om je kind op een ongedwongen manier in zijn of haar ontwikkeling te stimuleren.

 

Informeel leren, Expertixecentrum Ontwikkeling, Opvang en Onderwijs

Verder lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

14 december 2016 | Reacties (0)

Nadat je kind heeft leren lezen, komt de volgende stap: lezen om te leren. Dat lukt alleen als je kind begrijpt wat hij leest. Begrijpend lezen heet dat en het is een vak waar veel kinderen best wat moeite mee hebben. Met de juiste aandacht en aanpak kun je je kind goed helpen zijn of haar leesbegrip te verbeteren.

Wat is begrijpend lezen?

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen.

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen. (NBB/Foto Klaske)

Eenvoudig gezegd: begrijpend lezen houdt in dat je snapt wat je leest. Dat klinkt logisch en dat is het ook, maar het betekent niet dat begrijpend lezen vanzelf gaat. Zoals beschreven in het artikel Leesbegrip, niet zo makkelijk als het lijkt zijn er drie succespijlers voor leesbegrip: een grote woordenschat, kennis van de wereld en voldoende technische leesvaardigheid (vlot kunnen lezen).

Toch zijn die drie succespijlers nog geen garantie dat je kind geen moeite heeft met begrijpend lezen. Begrijpend lezen vergt inspanning en moeite. Het vereist een bewust, actief en interactief proces vóór, tijdens en na het lezen van een stuk tekst. Geen wonder dat veel kinderen moeite hebben met begrijpend lezen.

Begrijpend lezen, een belangrijke vaardigheid

Begrijpend lezen is een heel belangrijk vak op de basisschool, dat dan ook in de Cito-toetsen uitgebreid wordt getoetst. Leesbegrip is immers een vaardigheid, waar je in het leven vaak mee te maken krijgt. De meeste Nederlandse kinderen hebben echter een hekel aan begrijpend lezen, zo is uit onderzoek gebleken. Dat is jammer, want kinderen die gemotiveerd zijn, gebruiken meer strategieën waardoor vervolgens hun leesprestatie verbetert.

Leesplezier helpt om begrijpend lezen te verbeteren

Leesplezier kun je dus beschouwen als de vierde succespijler onder goed begrijpend lezen. Kinderen die met plezier lezen, zullen meer gaan lezen en gaan er steeds meer van genieten (omdat ze er steeds beter in worden). Kinderen die met tegenzin lezen, bouwen minder leeservaring op en krijgen het steeds moeilijker.

Als je je kind thuis wilt helpen om beter begrijpend te lezen, moet je dus zorgen dat je leuke boeken en tijdschriften in huis hebt. Het is een bekend gegeven dat kinderen die thuis de beschikking hebben over allerlei verschillende leesmaterialen, beter scoren op Cito-toetsen begrijpend lezen.

Welke materialen zijn geschikt om begrijpend lezen te oefenen?

Het korte antwoord is: alle leesmaterialen. Van leesboeken en informatieve boeken tot Donald Duck, van recepten tot reclamefolders. Door veel te oefenen, leren kinderen steeds vloeiender lezen, bouwen ze hun woordenschat uit en leren ze over de wereld om hen heen (de drie succeselementen van begrijpend lezen, weet je nog?).

Het lange antwoord heeft te maken met het eerder genoemde actieve leesproces dat nodig is om teksten goed te kunnen begrijpen. In dit actieve leesproces past je kind bewust verschillende strategieën toe: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen stellen (meer hierover lees je in het artikel De 4 V’s voor beter begrijpend lezen). Op school krijgt je kind deze leesstrategieën aangeleerd, maar als je kind slecht is in begrijpend lezen kan het helpen om hier thuis ook tijd en aandacht aan te besteden.

Als je heel specifiek samen met je kind deze leesstrategieën wilt oefenen, of als je zelf wilt ontdekken hoe daar op school mee wordt omgegaan, kun je terecht op de website Leestrainer.nl. Deze site wordt ook op veel scholen gebruikt als voorbereiding op de Cito-toetsen begrijpend lezen. De site is schools van opzet; waardoor kinderen het niet altijd leuk vinden om hier thuis mee aan de slag te gaan. Hetzelfde geldt voor allerlei oefenboekjes die je op dit gebied kunt kopen.

Samen met een boekje op de bank

Veel leuker is het om gezellig met je kind en een boekje op de bank te kruipen. Door samen met je kind bezig te zijn met de verhaaltjes en de vragen en kom je erachter hoe je kind te werk gaat bij het lezen. Welke leesstrategieën past je zoon of dochter al toe en welke nog niet? Je helpt je kind door samen over de tekst te praten en bijvoorbeeld zelf hardop leesstrategieën toe te passen. “Goh, dit verhaaltje heet ‘zonder zwembroek’ en ik zie een plaatje van een jongen die met blote billen in het zwembad staat. Hij kijkt niet zo blij. Wat zou er gebeurd zijn? Zou zijn zwembroek zijn afgegleden toen hij van de duikplank sprong? Weet je nog dat jij dat op vakantie ook een keer had?”

Samen bezig zijn met een boekje op de bank is bovendien erg gezellig en creëert een fijne, intieme sfeer rond het lezen.

Verder lezen

10 tips om niets meer kwijt te raken op school

10 tips om niets meer kwijt te raken op school

10 december 2016 | Reacties (1)

Komt jouw kind ook regelmatig thuis zonder broodtrommel, met maar één gymschoen of zonder jas? Of moet je bijna dagelijks helpen zoeken naar mysterieus verdwenen fietssleutels of bibliotheekboeken? Wanhoop niet! Deze tien tips helpen je kind om niets meer te kwijt te raken op school.

1. Klein beginnen

Van ‘alles vergeten’ naar ‘niets meer kwijtraken’ is een grote stap en waarschijnlijk een te grote stap. Geef je kind de opdracht om een hele week aan één bepaald item te denken, bijvoorbeeld haar jas of haar drinkbeker. De tweede week doe je er een tweede item bij. Door kleine, haalbare doelen te stellen groeit het zelfvertrouwen van je kind.

2. Maak een checklist

Stop een lijstje in de schooltas waarop alles staat wat je kind mee naar huis moet nemen.

3. Alles op vaste plekken

Kies een schooltas met aparte vakken en wijs een vast vak aan voor alles wat je kind moet meenemen. Laat je kind zelf de tas inpakken om zich ervan bewust te worden wat er precies meegaat naar school en wat dus ook weer mee naar huis moet.

4. Bedenk een ezelsbruggetje

Verzin een ezelsbruggetje dat je kind helpt om overal aan te denken. Bijvoorbeeld: Grote Beren Bouwen Jofele Flats, voor Gymtas – Broodtrommel – Beker – Jas – Fietssleutel. Of: Mijn Hond Speelt Trompet, voor Muts – Handschoenen -Sjaal – Tas. Een beetje mal misschien, maar het werkt wel!

5. Weinig meenemen

Wat je niet meeneemt, kun je ook niet kwijtraken. Laat je kind dus alleen het hoognodige meenemen. Bijvoorbeeld boterhammen in een plastic zakje en een pakje drinken in plaats van een broodtrommel en drinkbeker. Het bibliotheekboek? Dat blijft thuis. Altijd de fietssleutel kwijt? Dan maar lopend naar school.

6. Gestructureerd omkleden

Leer je kind om bij het omkleden voor gymles of schoolzwemmen gestructureerd te werk te gaan. Sokken in de schoenen stoppen, kleren netjes op een stapeltje leggen en de gym- of zwemtas daar bovenop. Na de gymles gaan de handdoek en gymkleren als eerste in de tas. Dit kun je thuis goed oefenen door dezelfde routine aan te houden bij het naar bed gaan en opstaan; daarmee voorkom je bovendien dat de slaapkamer van je kind het toneel is van rondslingerende kleren, verweesde sokken en al dan niet vieze onderbroeken.

7. Lik op stuk

Vraag je kind als het thuiskomt of alle spullen mee zijn. Heb je je broodtrommel? Heb je je gymtas? Heb je je boek meegenomen? Ja? Goed zo! Nee? Hup, even terug naar school en ophalen. Ook al regent het, ook al heeft je kind afgesproken met een vriendje, ook al heb je nog twee reserve drinkbekers in de kast staan – eerst even naar school om de spullen op te halen. Blijf dit consequent doen. Straf je kind niet door essentiële zoekgeraakte spullen, zoals gymschoenen, niet te vervangen. Maar is je kind die mooie, dure etui kwijtgeraakt, dan volstaat een goedkoper exemplaar als vervanging prima. En in een plastic diepvriesbakje passen de boterhammen net zo goed als in de kwijtgeraakte Skylander-broodtrommel.Op die manier ervaart je kind dat spullen kwijtraken consequenties heeft.

8. Label alle spullen

Het is verstandig om alles wat meegaat naar school te voorzien van de naam van je kind en het telefoonnummer. Je kunt hiervoor hippe naamlabels kopen, of simpelweg een watervaste stift hanteren.Vergeet vooral niet de gymspullen van de naam en telefoonnummer te voorzien en dan niet alleen de tas, maar ook beide schoenen, het sportshirt en -broekje. Vaak wordt er gegymd in sportzalen waarvan meerdere scholen gebruik maken. Schrijf in dat geval ook de school van je kind erbij, dat vergroot de kans dat je vergeten spullen terugkrijgt.

9. Weet waar de gevonden voorwerpen worden bewaard

Kinderen die altijd hun spullen kwijtraken, zullen niet van de ene op de andere dag georganiseerde types worden. Daar gaan tijd en oefening overheen. Tot het zo ver is, is de bak met gevonden voorwerpen je beste vriend. Ook al zijn spullen gelabeld, dat wil nog niet zeggen dat ze niet op de grote hoop kunnen belanden. En vind je in die bak met gevonden voorwerpen niet de spullen die jouw kind is kwijtgeraakt, dan vind je wel iets anders: de troost dat je kind niet de enige is die van alles kwijtraakt.

10. Wees mild

Niet alleen kinderen raken spullen kwijt, het overkomt ons volwassenen net zo goed. Hoe vaak moet je zelf op zoek naar je sleutels, je telefoon of je portemonnee? Kinderen nemen hun spullen mee naar drukke scholen, met overvolle kapstokken in een wirwar van andere kinderen die vaak al net zo ongeorganiseerd zijn. Als je het zo bekijkt is het niet zo gek dat er eens een handdoek in een verkeerde tas terechtkomt of een drinkbeker onder een kast rolt.

Verder lezen

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

Doe-tip voor thuis: Help Piet in het donker

1 december 2016 | Reacties (0)

Over een paar dagen is het pakjesavond. Wat is er dan leuker om samen met je kind(eren) een avontuur aan te gaan om Piet te helpen. In het donker kan Piet de namen op de pakjes niet namelijk niet lezen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat Piet de pakjes toch goed bezorgt?

sfeer_oeno

Dat is de vraag die centraal staat in een serie gratis te downloaden lessen die is ontwikkeld door het Wetenschapsknooppunt TU Delft en Ontwerpbureau Meeple. De lessen zijn bedoeld voor leerkrachten van groep 1 tot en met 4, maar ze vormen ook een superleuke activiteit om thuis met je kind(eren) te doen. Het draait namelijk allemaal om onderzoeken en ontwerpen en om vanuit verwondering op zoek te gaan naar antwoorden.

Download de sinterklaasactiveit hier

Piet heeft hulp nodig

Het begint allemaal met een brief van Sinterklaas, waarin hij persoonlijk de hulp van je kinderen inroept:

Ik zit namelijk met iets,
Piet ziet in het donker helemaal niets.

Als hij een pakje in de schoorsteen stopt,
Weet hij niet zeker of het allemaal wel klopt.

[…]

Kunnen jullie uitzoeken hoe dat gaat met Piet op het dak?
Als hij boven is met alle pakjes in de zak.

Hebben jullie een idee?
Denken jullie met Sint en de Pieten mee?

O jee, een probleem dus. Dat kennen we natuurlijk wel van het Sinterklaasjournaal en andere sinterklaasverhalen.

Is het probleem wel een probleem?

Het leuke is alleen dat we hier niet klakkeloos aannemen dat het probleem bestaat. Want we zijn dan wel zoete kindertjes, dat wil nog niet zeggen dat we alles voor zoete koek slikken 😉 Eerst zelf maar eens even kritisch nadenken.

Je kinderen gaan daarom ontdekken hoe vervelend de situatie is voor Piet. Want kan hij niet voelen wat er in de pakjes zit? Of gewoon een zaklantaarn gebruiken om de namen te lezen? Dat gaat je kind zelf ervaren! Op naar de speeltuin om met een zak met pakjes en een zaklantaarn in de hand een klimrek te beklimmen. Neuh… da’s inderdaad niet echt handig.

Ideeën verzinnen en een prototype maken

De volgende stap is dat je kinderen ideeën gaan bedenken om het probleem op te lossen. De handleiding gaat hierbij natuurlijk uit van een schoolse situatie; dat zul je voor thuis een beetje aan moeten passen, maar dat maakt voor het proces niet uit. Stimuleer je kind(eren) om zo veel mogelijk mogelijke oplossingen te bedenken. Niets is te gek! In deze fase is alles goed, ook oplossingen die alleen in dromen voor kunnen komen of die je nooit zou kunnen uitvoeren.

De volgende stap is namelijk om ideeën te selecteren en die daadwerkelijk uit te proberen. Dat betekent: knutselen, bouwen en misschien zelfs wel (veilig) experimenteren met stroom!

Tips:

  • Lees de handleiding goed door, zodat je weet wat er komt. Sommige dingen zul je thuis anders willen/moeten dan beschreven in de handleiding. Gewoon doen; het is niet de bedoeling dat je thuis schooltje gaat spelen. Dit is gewoon een leuke activiteit voor in de sinterklaasperiode, die toevallig ook nog eens leerzaam is.
  • Controleer of je de benodigde materialen in huis hebt (en of je ze gemakkelijk kunt vinden).
  • Prikkel je kind door vragen te stellen, maar geef geen antwoorden. Je kunt zelf ook meedoen met ontwerpen maken en prototypes bouwen, maar let erop dat je je kind alle ruimte laat om zelf met ideeën te komen en vrijuit te experimenteren.

header_oeno

Onderwijstrend: Ontwerpen en onderzoeken

‘Onderzoekend en ontwerpend leren’ is een echte trend in het onderwijs. Deze manier van leren brengt kinderen vaardigheden bij die te maken hebben met een wetenschappelijke manier van werken of met het werken als ontwerper. Kinderen moeten een beroep doen op hun creativiteit en denkvaardigheden.

Er is veel ruimte voor verwondering en eigen vragen waardoor de kinderen veel leren en het geleerde makkelijker onthouden. Ook oefenen ze belangrijke procesvaardigheden zoals problemen oplossen en vragen stellen.

 

Verder lezen

Tips om je kind te helpen met concentreren

Tips om je kind te helpen met concentreren

22 november 2016 | Reacties (0)

Je dochter is een dromer. Je zoon kan niet stilzitten.  Je kind is door het minste of geringste afgeleid. Misschien heb je tijdens het tienminutengesprek te horen gekregen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren. Is dat erg? Hoe kun je je kind helpen? In dit artikel zetten we het voor je op een rijtje.

hoe-leert-een-kind-zich-concentreren

”De juf gaf aan dat Jayden moeite heeft om zich te concentreren. Tijdens het zelfstandig werken kan zijn aandacht niet vasthouden. Hij bemoeit zich met alles en iedereen behalve zijn eigen taakjes. Ik herken het wel van thuis. Jayden doet uren over een bord eten omdat zij druk is met alles om zich heen. Maar als hij met Lego speelt of aan het gamen is, kan hij zich urenlang concentreren. Hoe kan dat?”

 

Wat is concentratie?

Concentratie wordt vaak omschreven als aandacht of focus. Aandacht is een mechanisme dat de enorme hoeveelheid aan prikkels die op ons afkomt filtert. Het richten van de aandacht valt daarbij te vergelijken met de werking van een vergrootglas.* Het wordt ook wel ‘selectiviteit in de waarneming’ genoemd.** Daarbij spelen ook de factoren ‘tijd’ en ‘intensiteit’ een rol. We hebben het pas over concentratie als je gedurende wat langere tijd met een zekere intensiteit met iets bezig bent.

‘Concentratievermogen’ is geen in beton gegoten waarde. Dat blijkt wel uit het verhaal van Jayden. Bij zijn schooltaakjes kan hij moeilijk de aandacht vasthouden, maar als hij aan het spelen is, is hij langere tijd volledig gefocust.

Vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie

Dat de concentratie varieert is een verschijnsel dat iedereen vertoont. Denk maar aan jezelf. Stel, je wordt op een feestje aangesproken door een aardige, maar ook nogal saaie persoon. Hij steekt een ellenlang verhaal af over een van zijn hobby’s. Omdat je het sneu vindt om niet even met hem te praten, probeer je op gepaste momenten ‘ja’ en ‘nee’ te zeggen en een vraag te stellen. Dat lukt matig. Zodra twee vrienden van je pal achter je een gesprek beginnen waaraan je dolgraag zou willen meedoen, is je concencratie helemaal weg. “Eh… sorry, wat zei je….?”

Als het gaat om concentratie, is er een onderscheid in vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie. Als je iets doet wat je leuk vindt en waar je zelf voor kiest (vrijwillige concentratie), komt de concentratie vanzelf en kun je je dieper en langer focussen. Moet je je verplicht op een bepaalde taak richten (gedwongen concentratie), dan is dit een stuk moeilijker.

Dat een kind op school vaak dingen moet doen waar hij of zij niet zelf voor kiest, wil niet zeggen dat er bij schoolwerk alleen maar sprake is van gedwongen concentratie. Bij een kind dat het taakje met plezier en motivatie doet, vallen gedwongen concentratie en vrijwillige concentratie samen.

Leeftijd en concentratie

Ook leeftijd speelt een belangrijke rol bij concentratie. Jonge kinderen hebben een veel kortere aandachtsboog dan oudere kinderen. Hun aandacht wordt al snel door iets anders opgeëist. Ze kunnen zich bij het uitvoeren van een taak veel moeilijker afsluiten voor afleidende prikkels dan oudere kinderen. Als richtlijn geldt:

  • 6 jaar: 10 minuten
  • 10 jaar: 20 minuten
  • 13 jaar en ouder: 30 minuten

Kán je kind zich niet concentreren of lúkt het concentreren niet?

Daarnaast is aanleg een factor. De één kan zich van nature nu eenmaal makkelijker afsluiten voor prikkels en invloeden van buitenaf dan de ander. Bij kinderen met ADD of ADHD zijn de concentratieproblemen groter dan gemiddeld. Dit betekent echter niet dat je kind ‘dus’ ADD of ADHD ‘heeft’.

Concentratieproblemen zijn onder te verdelen in twee soorten:

  1. je kind heeft wel het vermogen om zich te concentreren, maar het lukt niet. Bijvoorbeeld doordat er de omstandigheden zijn die dit moeilijk maken. Dit worden concentratiebelemmeringen genoemd. Belemmeringen kunnen zijn: de leerstof is te moeilijk, de les is saai, de klas is rumoerig of je kind heeft te weinig geslapen.
  2. er is sprake van een concentratiestoornis: het concentratievermogen ontbreekt. Bij een concentratiestoornis kan het gaan om de tijdsduur van concentratie (slechts heel kort), om snel afgeleid zijn of om niet efficiënt kunnen focussen.

Bij de meeste kinderen met concentratieproblemen is er geen sprake van een stoornis.

Concentreren is iets wat je in je ontwikkeling moet leren. Het is een vaardigheid die je kind kan (en moet) oefenen. Meestal gebeurt dat vanzelf. Maar er zijn ook dingen die je kunt doen om te helpen zolang je kind zich uit zichzelf nog niet goed genoeg kan concentreren.

 

Hoe verbeter je de concentratie?

Laten we beginnen met wat niet werkt, maar wat – gek genoeg – de eerste methode is die meestal wordt geprobeerd. Namelijk zeggen tegen het kind dat het zich moet concentreren:

  • “Houd je hoofd er nu eens bij.”
  • “Concentreer je nou eens.”

Of, in een variant: “Zit eens stil. Als je zo beweegt kun je je toch niet concentreren?”

Hoewel de eerste twee opmerkingen wel kunnen helpen om een kind eraan te herinneren dat dit een situatie is die om zijn concentratievaardigheden vraagt, helpen ze niet om die vaardigheden daadwerkelijk te vergroten. Zonder de ‘skills’ om te focussen, valt er maar weinig te concentreren.

Beweging helpt kinderen om zich te concentreren

Wiebelen en friemelen

De tweede opmerking (‘zit eens stil’) berust op een ouderwetse opvatting die door modern onderzoek is verworpen. Tegenwoordig is bekend dat beweging juist goed is voor de concentratie. Kinderen die tijdens de reken- en taallessen bewegen, leren veel meer dan kinderen die stilzitten, zo ontdekten wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze leren met meer aandacht en zijn beter bij de les.

Dat geldt niet alleen voor ‘grote’ bewegingen, maar ook voor ‘kleine’. Denk maar aan de tekeningetjes die je zelf maakt tijdens een vergadering of telefoongesprek. Ze helpen om je aandacht erbij te houden. Ook kinderen gebruiken (onbewust) die techniek: ze friemelen aan hun kleren, kauwen op hun pen, wippen heen en weer op hun stoel, draaien een haarlok om hun vingers of neuriën een liedje.

Als volwassene vinden we dat gedrag vaak irritant en vragen we het kind ermee op te houden. Dat is jammer, want daarmee maken we het voor een kind moeilijker om zich te concentreren. Soms kan het niet anders. Want het gedrag dat het ene kind helpt om zich te concentreren, kan voor klasgenoten zó storend zijn dat zij zich juist niet meer kunnen concentreren.

Als jouw kind zo’n stoorzendertje is, kan het een goed idee zijn om op zoek te gaan naar een manier waarop jouw kind kan friemelen of bewegen zonder dat het anderen stoort. Er zijn allerlei attributen te koop die kunnen helpen, zoals een wiebelkussen voor beweeglijke kinderen, een tangle waarmee je kind kan friemelen of speciale sieraden om op te kauwen of sabbelen. Bespreek het vooral ook even met de leerkracht voordat je iets aanschaft. Op school is soms al materiaal aanwezig en soms hebben scholen een duidelijke voorkeur voor producten.

Regelmatig sporten en bewegen

Beweging tijdens het concentreren helpt, maar ook gewoon sporten en bewegen verbeteren het concentratievermogen. Jongeren die veel bewegen kunnen zich beter concentreren op school, zo bleek vorig jaar uit promotieonderzoek aan de Open Universiteit. Alleen al met de fiets of lopend naar school gaan in plaats van met de auto bleek – opvallend genoeg specifiek voor meisjes – te helpen om zich op school beter te kunnen concentreren.

De gunstige werking van beweging op het concentratievermogen is ook wat kinderen en leerkrachten ontdekken die op school meedoen met de Daily Mile: elke dag een kwartier hardlopen tijdens schooltijd om kinderen voldoende te laten bewegen. Het verschijnsel begon in Engeland en krijgt sinds dit schooljaar ook in Nederland voet aan de grond: als de concentratie inzakt, gaat de hele klas een kwartiertje hardlopen en iedereen kan weer fris en gefocust aan de slag.

Leerlingen groep 6 De Bakelgeert rennen elke dag The Daily Mile

De kinderen van groep 6 van basisschool De Bakelgeert in Boxmeer gaan iedere doordeweekse dag 1,5 kilometer hardlopen. Tussen de lessen door lopen ze rondjes in het park. Het project heet The Daily Mile en is overgewaaid vanuit Schotland.

‘Laat je niet afleiden’

“Laat je toch niet zo afleiden.” Een andere dooddoener om tegen een snel afgeleid kind te zeggen. Het kind kiest er immers niet voor om afgeleid te raken, het gebeurt gewoon… Je kind weet wel dat er aandacht nodig is om iets te leren, maar het lukt nog niet om de nieuwsgierigheid naar al het andere om hem heen lang genoeg te onderdrukken. Jonge basisschoolkinderen hebben hiervoor nog niet genoeg zelfdiscipline.

concentratie-werkplek-kids-f-type-1-_-tbv-tafel-70-x-50-cm-kopen_-_-heutink-nlZolang het je kind nog niet lukt om zich af te sluiten voor prikkels die zijn of haar aandacht vragen, kan het helpen om te zorgen dat de prikkels je kind niet bereiken. Geluidsdempende koptelefoons zijn op de basisschool al helemaal ingeburgerd. Ze houden niet alle geluiden tegen, maar dempen stemmen van klasgenoten net genoeg om ze te kunnen negeren.
Op veel scholen mogen de kinderen zelf kiezen waar ze gaan zitten tijdens het zelfstandig werken. Kinderen die van rust houden, kiezen een rustig plekje. Kinderen die juist gedijen bij wat reuring (voor sommigen is dat juist goed voor de concentratie!) kiezen een wat rumoeriger omgeving. Heeft jouw kind op school geen keuze over de werkplek, of laat je zoon of dochter zich ook op een rustige plek nog te veel afleiden, dan kan een speciaal scherm op het tafeltje een uitkomst zijn. Die houdt visuele prikkels tegen: je kind heeft geen uitzicht meer en moet dus wel naar het taakje kijken.

 

Concentreren kun je leren

Trucjes en hulpmiddelen kunnen je kind helpen, maar uiteindelijk is het doel natuurlijk dat je kind zich op eigen kracht kan concentreren. Dat is een vaardigheid waar je kind levenslang de vruchten van zal plukken.

Train het werkgeheugen

Uit onderzoek blijkt dat problemen in de aandacht en concentratie vaak te maken hebben met problemen met het werkgeheugen. Het werkgeheugen is de plek waar informatie tijdelijk wordt opgeslagen in de hersenen. Door het werkgeheugen te trainen, wordt het groter.

Kleuters kunnen al heel goed oefeningetjes doen. Geef je kind bijvoorbeeld kleine opdrachtjes waarin je de uiteindelijke taak even uitstelt: “Loop eerst naar de voordeur, ga dan naar de keuken, haal twee mandarijntjes op en bouw daarna een legotoren van vijf blokjes.” Je kunt de reeks steeds langer maken. Daarmee traint je kind zijn werkgeheugen. Kleuters vinden dit vaak erg leuke spelletjes om te doen.

Wat helpt om de concentratie beter vast te houden: leer je kind om een grote opdracht in kleinere taakjes op te delen. ‘Ruim je kamer op’ kan een te grote opdracht zijn. De kans is groot dat je kind na een minuut op de grond zit te spelen met speelgoed dat eigenlijk had moeten worden opgeruimd. Door zo’n taak op te delen leert je kind niet alleen naar een doel toe te plannen, maar wordt het werk ook opgedeeld in kleine brokjes die concentratie vragen, waarna er even gepauzeerd kan worden. Eerst de verkleedkleren in de la doen. Dan alle knuffels in de mand stoppen. De stiften moeten in het pennenbakje. Tot slot alleen nog even alle Playmobil opruimen en klaar is Kees.

 

Spelletjes spelen om beter te leren concentreren

schaken kinderen

Een van de leukste manieren om je concentratie te trainen is spellen spelen. Bij heel veel spellen speelt het vermogen om de aandacht erbij te houden een rol. Neem maar eens een kijkje in de spelletjeskast; je komt daarin vast spellen tegen waarbij concentreren belangrijk is, zoals Memory, Stratego, Halli Galli, Dokter Bibber, etcetera. Of haal het schaakbord uit de kast. Kinderen die regelmatig schaken kunnen zich duidelijk merkbaar beter concentreren.

Ook belangrijk voor de concentratie

  • Voldoende slaap
  • Een gezond ontbijt
  • Voldoende water drinken
  • Goede balans tussen concentreren en ontspannen
  • Geen zorgen, angst of spanningen of last van veranderingen

 

Of is het toch een concentratiestoornis?

Zoals gezegd: er zijn veel kinderen die concentratieproblemen hebben. Maar concentratieproblemen kunnen ook een dieperliggende oorzaak hebben. Vermoed je dat er bij jouw kind meer aan de hand is? Bespreek dit dan met de leerkracht of met je huisarts. Vertel waarover je je zorgen maakt en waarom. Samen kunnen jullie bepalen of er extra hulp nodig is en wat dan de beste aanpak is.

 

* Liesbeth van Beemen, Ontwikkelingspsychologie, Wolters-Noordhoff (2006), p.102

** Jacques Soonius, Psychologie in hoofdlijnen, Boom Lemma (2014), p. 36

Verder lezen

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

Moe van school? Een snipperdag mag (soms)

14 november 2016 | Reacties (0)

Voor sommige kleuters is naar school gaan erg vermoeiend. Veel kinderen hebben na een poosje een dipje, waarin ze hangerig of dwars zijn, moeite hebben met opstaan, of misschien wat vaker in bed plassen. Heb je het gevoel dat je kind op zijn tandvlees loopt, houd hem dan gerust eens een middagje thuis om bij te tanken. Zolang je kind nog geen 5 is, mag dat.

moethuishoudenvanschool

Overleg wel altijd met de leerkracht en overdrijf niet: ook al is een 4-jarige nog niet leerplichtig, het is wel de bedoeling dat je kind zoveel mogelijk meedraait in het normale schoolritme.

5-jarige kleuter: vrijstelling aanvragen

Als je kind 5 is, is hij of zij wel leerplichting. Dan moet je kind dus iedere schooldag naar de basisschool. Als je kind niet naar school gaat, ben je zelfs strafbaar.

Toch mag je ook je 5-jarige kleuter  af en toe wat korter naar school laten gaan als een hele schoolweek nog wat te vermoeiend is. De leerplichtwet biedt de mogelijkheid om, in overleg met de schooldirecteur, een vijfjarige kleuter vijf uur per week thuis te houden om overbelasting te voorkomen. Mocht dit nog niet genoeg blijken te zijn, dan mag je daar nog 5 extra uren vrijstelling bovenop vragen.

Totdat je kind 6 jaar is, kun je hem of haar dus maximaal 10 uur per week Het gaat dan om een officiële (gedeeltelijke) vrijstelling van de leerplichtwet. Je hebt dus toestemming nodig van de directeur.

Verder lezen