Schoolvakken

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

Steeds minder kinderen doen fietsexamen

10 april 2013 | Reacties (0)

Steeds minder kinderen nemen deel aan het verkeersexamen op de fiets. Dat constateert Veilig Verkeer Nederland naar aanleiding van het theoretisch verkeersexamen dat morgen wordt afgenomen in groep 7 en 8 van de basisschool. Het theorie-examen wordt in heel Nederland op dezelfde dag gemaakt, voor het fietsexamen prikt iedere gemeente haar eigen datum.

Kinderen zonder fiets

In 2009 deed 9 procent niet mee aan het praktijkexamen. Twee jaar later, het laatst bekende cijfer bij VVN, steeg het aantal afhakers tot 13 procent. Dat zijn 20.280 leerlingen. Twee jaar geleden luidde Veilig Verkeer Nederland ook al de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Gebrek aan vrijwilligers om het verkeersexamen in goede banen te leiden, is een andere bedreiging voor dit oer-Nederlandse fenomeen, dat al sinds 1932 bestaat.

Alle somberheid ten spijt is het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland op het overgrote deel van de basisscholen vaste prik. In april of mei fietsen leerlingen van groep 7 of 8 met gekleurde hesjes voorzien van een rugnummer door het dorp of de stad om te laten zien dat ze de verkeersregels kennen. Een hele happening, die – als alles goed gaat – wordt afgesloten met het verkeerdiploma.

Verkeersexamen in groep 7 of 8

  • Het verkeersexamen wordt op zeventig procent van de deelnemende scholen gedaan in groep 7. De rest doet het in groep 8.
  • Het praktisch verkeersexamen wordt per gemeente georganiseerd; er is geen vaste landelijke datum. Het schriftelijke verkeersexamen (theorie) wordt door scholieren in heel Nederland op dezelfde datum (half april) gemaakt.
  • 95 Procent van de kinderen slaagt voor het schriftelijke examen. Het praktijkexamen wordt nog succesvoller afgelegd: 97 procent van de kinderen slaagt. Van de gezakte kinderen doet zestig procent een jaar later een nieuwe poging.

Bron: VVN

Het theoretisch verkeersexamen

Veilig Verkeer Nederland hanteert de volgende uitgangspunten:

  1. Het veilig toepassen van regels staat centraal, voor de kinderen zelf en voor anderen.
  2. De verkeerseducatie gaat uit van hoe de weg er in de praktijk uitziet en hoe daar veilig te handelen, ongeacht of de wegconstructies aan de wettelijke eisen voldoen.
  3. Het uitgangspunt van verkeerseducatie is altijd de situatie zoals kinderen die in de praktijk tegenkomen. Ook bijvoorbeeld buitenspelen op straat is daar onderdeel van. Dergelijk gedrag dat formeel verboden is, maar wel vaak voorkomt, wordt in het lesmateriaal besproken en ook in het schriftelijk verkeersexamen getoetst.
  4. Kinderen wordt geleerd rekening te houden met fouten en vergissingen van anderen. Dat speelt vooral bij voorrang verlenen en voor laten gaan. Kinderen wordt geleerd altijd bedacht te zijn op andere weggebruikers die zich niet aan de regels houden.

Herexamen

Gezakt? De dag na het schriftelijk Verkeersexamen staat er op de website een herexamen voor leerlingen die in eerste instantie zijn gezakt voor het schriftelijk verkeersexamen. Kinderen het theorie-examen niet halen mogen in principe wel meedoen aan het praktijkexamen, al zijn er scholen die daarvan afwijken.

‘En boem, daar liggen ze dan’

Mooie beelden uit de begintijd van het verkeersexamen in de jaren dertig:

 

Verder lezen

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

28 maart 2013 | Reacties (1)

In de tweede helft van het schooljaar gaat – vooral in groep 3 en 4 – het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af. Hun zoon Kas (6) zit in groep 3. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo kregen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competatief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestresst van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken Kas erg in mij. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan? Thuisinonderwijs.nl ging te rade bij ouders, leerkrachten en andere deskundigen en zet een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt.

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

  • Oefen elke dag 10 minuten. Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.
    Thuis oefenen met lezen

    Maak elke dag tijd vrij om te oefenen met lezen, ook als het je eigenlijk niet zo goed uitkomt.

  • Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”
  • Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”
  • Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.
  • Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.
  • Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.
  • ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer onder de regel die wordt gelegd en de tekst eronder afdekt. Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen. Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  • Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle. Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”
  • Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.
  • Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.
  • Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.
  • Borden lezen langs de snelweg

    Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

    Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. “

  • Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.
  • Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.  Schrijver Roland Kalkman van het samenleesboek Poes in de klas legt hier uit hoe je zo’n samenleesboek het beste kunt gebruiken.

Heb jij zelf een goede tip voor andere ouders? Laat het weten door een reactie te schrijven onderaan deze pagina.

© Thuisinonderwijs.nl, 2012

Verder lezen

Eenderde jongens heeft belabberd handschrift

Eenderde jongens heeft belabberd handschrift

14 maart 2013 | Reacties (0)

Bijna eenderde van alle jongens heeft aan het einde van de basisschool een beroerd handschrift. Meisjes schrijven een stuk netter. Slechts 6 procent van de meisjes in groep 8 heeft een handschrift dat als slecht of onvoldoende moet worden aangemerkt, zo blijkt uit onderzoek van toetsenmaker Cito.

Meisjes schrijven netter dan jongens.

Niet slechter, wel groter

Cito onderzocht de handschriftkwaliteit van kinderen in de hoogste groep van de basisschool. In vergelijking met tien jaar eerder, toen dit ook is onderzocht, zijn kinderen op de basisschool niet slordiger gaan schrijven. Het toegenomen gebruik van laptops, computers en tablets in de klas heeft dus geen invloed op de kwaliteit van het handschrift. Wel zijn kinderen groter gaan schrijven, hanteren ze vaker  een (deels) onverbonden schrift en schrijven ze vaker rechtopstaand.

Groep 5 schrijft slecht leesbaar

Naast de handschriften in groep 8 zijn ook de schrijfkwaliteiten van leerlingen in groep 5 onder de loep genomen. Zijn in groep 8 de meeste handschriften matig of voldoende leesbaar, in groep 5 wordt het grootste deel van de handschriften beoordeeld als onvoldoende tot matig leesbaar. Daarnaast laat de verzorging van het schrift te wensen over: De meeste handschriften in groep 5 zijn beoordeeld als (zeer) slecht, onvoldoende of matig verzorgd.

Minder aandacht voor schrijven in de hoogste groepen

Bijna alle leerkrachten in groep 4, 5 en 6 geven minstens twee keer per maand schrijfles. In de hogere groepen wordt dat minder. In groep 8 krijgt nog maar 63% van de leerlingen minstens twee keer in de maand schrijfles. De meeste leerkrachten letten op aspecten van het schrijfproces zoals de pengreep, zit- en schrijfhouding, schrijfbewegingen, taakgerichtheid en het schrijftempo. In de hogere groepen neemt de aandacht hiervoor ook af.

Schrijftempo van 35 naar 53 letters per minuut

In de laatste drie jaar van de basisschool gaan kinderen steeds sneller schrijven. Wanneer leerlingen in hun eigen tempo schrijven, ligt het gemiddelde schrijftempo in groep 5 op 36 letters per minuut en de gemiddelde snelheid in groep 8 op 53 letters per minuut. Als leerlingen op hun snelst schrijven dan ziet Cito dat leerlingen uit groep 5 gemiddeld 10 (leesbare) woorden per minuut overschrijven en leerlingen uit groep 8 gemiddeld 19 (leesbare) woorden per minuut. Meisjes schrijven gemiddeld genomen wat sneller dan jongens.

Verder lezen

Ook voor kinderen die al goed kunnen zwemmen is schoolzwemmen doorgaans verplicht.

Schoolzwemmen, niet meer vanzelfsprekend

12 februari 2013 | Reacties (0)

Te duur. Te tijdrovend. Te veel gedoe. Overbodig. Het schoolzwemmen staat onder druk. Begin jaren negentig deed bijna negentig procent van de basisscholen in Nederland aan schoolzwemmen. In 2005 was dit percentage gedaald tot onder de zestig procent. In 2012 lag het op 42 procent en de verwachting van de Vereniging Sport en Gemeenten, die de cijfers in kaart brengt, is dat het percentage schoolzwemmende scholen de komende jaren onder de veertig procent duikt.

Ook voor kinderen die al goed kunnen zwemmen is schoolzwemmen doorgaans verplicht.

Subsidies schoolzwemmen vervallen

Schoolzwemmen wordt gefinancierd met subsidie van de gemeente. In de huidige tijden van bezuinigingen kiezen steeds meer gemeenten ervoor die subsidie te schrappen.  Ook omdat lang niet iedereen overtuigd is van het nut van schoolzwemmen. De meeste kinderen in Nederland hebben in groep 4 al een zwemdiploma gehaald. Gaat het zwemmen, omkleden en het vervoer naar en van het zwembad niet ten koste van ‘echte’ onderwijstijd?  En is het wel de verantwoordelijkheid van de gemeente dat kinderen leren zwemmen of zijn de ouders verantwoordelijk? Maar ja, hoe zit dat dan met scholen in achterstandswijken, waar het percentage kinderen zonder zwemdiploma een stuk hoger ligt dan gemiddeld? Voor- en tegenstanders van schoolzwemmen buitelen over elkaar heen met argumenten, maar feit is dat het steeds minder vanzelfsprekend is dat kinderen schoolzwemmen krijgen.

In plaatsten waar het schoolzwemmen nog bestaat, zijn scholen vrij om te kiezen hoe ze dat inrichten. De meeste scholen kiezen ervoor om de leerlingen van groep 4, 5 of 6 (of soms meerder jaren) te laten zwemmen.  Soms vervangt het zwemmen een van de reguliere gymlessen en wordt schoolzwemmen gezien als ‘natte gymles’.

Mara heeft in groep 5 haar C-diploma gehaald met schoolzwemmen. Er waren toen best veel kinderen nog een zwemdiploma konden halen. We hadden erop gegokt dat Dinant met schoolzwemmen ook C zou doen, maar inmiddels is het afgeschaft bij ons op school. Vanwege bezuinigingen. Ik kan er niet echt mee zitten, want ik vond dat ze ook altijd wel erg veel tijd kwijt waren met schoolzwemmen en bovendien vond niemand het leuk, volgens mij.

Janet, moeder van Dinant (9) en Mara (11)

Schoolzwemmen is geen zwemles

Schoolzwemmen is iets anders dan zwemles tijdens schooltijd. Het doel ervan is niet primair om een zwemdiploma te halen, al fungeert het wel als een vangnet voor kinderen die nog helemaal geen diploma hebben. Je kunt er dus niet voetstoots van uitgaan dat je kind tijdens het schoolzwemmen nog wel even zijn B- of C-diploma zal halen. Soms kan en lukt dat wel en wordt hier ook op ingezet, maar in de meeste gevallen niet. Het accent van het huidige schoolzwemmen ligt op het onderhouden van de zwemvaardigheid, vergroten van de zelfredzaamheid in het water en het kennis laten maken met verschillende vormen van bewegen in het water. Zo kan je kind gaan waterpoloën, oefenen met reddend zwemmen of  leren wakzwemmen.

Moet je kind meedoen aan schoolzwemmen?

Indien schoolzwemmen onderdeel uitmaakt van het onderwijsaanbod (dit staat vermeld in de schoolgids), moet je kind verplicht deelnemen aan schoolzwemmen. De school kan om een vrijwillige eigen bijdrage vragen, bijvoorbeeld voor het busvervoer, maar als je die niet wilt of kunt betalen, mag je kind niet worden uitgesloten van het schoolzwemmen.

Als je niet wilt dat je kind meedoet met schoolzwemmen, kan je vrijstelling vragen bij het schoolbestuur van de basisschool.  Je kind krijgt dan vervangend werk op school. Over het algemeen zijn scholen, behalve bij medische omstandigheden, zeer terughoudend bij het verlenen van vrijstelling. Een argument als ‘mijn kind heeft al drie zwemdiploma’s’ is doorgaans niet voldoende. Dat heeft ook met de organisatorische kant van het verhaal te maken.  De groepsleerkracht gaat meestal mee naar het zwembad. Voor kinderen die niet meedoen, moet dus speciaal iets geregeld worden, bijvoorbeeld tijdelijk werken in een andere groep.


Verder lezen

Vermenigvuldigen op z’n Japans, een makkie

Vermenigvuldigen op z’n Japans, een makkie

18 december 2012 | Reacties (0)

Tafels leren, keersommen oefenen, kan dat niet gemakkelijker? Jawel, doe het vermenigvuldigen op zijn Japans. Niet met stokjes, wel met streepjes. Door keersommen om te zetten in streepjes wordt het een kwestie tellen om het antwoord te achterhalen. Bekijk onderstaand filmpje om te zien hoe dat in zijn werk gaat:

Laat het filmpje aan je kinderen zien en ze kijken je aan alsof je Hans Klok in hoogst eigen persoon bent. Hè, hoe kan dat? Deze Japanse manier van vermenigvuldigen lijkt wel magisch, maar is dat niet. Het is een uitwerking die is gebaseerd op de Vedische wiskunde, een bijzondere manier van rekenen uit eeuwenoude Indiase overlevering. Wil je meer uitleg over dit vermenigvuldigen met streepjes, klik dan op deze link.

Hoe fascinerend ook, in de dagelijkse praktijk is Japans vermenigvuldigen niet echt praktisch. Probeer het maar eens uit met getallen waar een 8 of 9 in komt (898×989, bijvoorbeeld): dat zijn een heleboel streepjes! Echt snel gaat het ook niet. In een fractie van de tijd waarin je alle lijnen hebt getrokken en alle kruispunten hebt geteld, reken je het antwoord ook op de gewone manier uit.

Is je zoon of dochter bezig het vermenigvuldigen onder de knie te krijgen, dan kan het erg leuk zijn om samen een keer naar deze alternatieve manier van uitrekenen te kijken. Al is het alleen maar om je kind te laten zien dat al dat tafels leren en keersommen oefenen echt wel ergens goed voor is.

 

Verder lezen

Drie manieren om de som '95-37=  ' uit te rekenen. Deze som komt uit de rekenmethode 'Wereld in getallen'.

Realistisch rekenen heeft voor- en nadelen

3 december 2012 | Reacties (0)

Heb je wel eens in het rekenboek van je kind gekeken? Dan zul je ontdekt hebben dat rekenen op de basisschool er tegenwoordig heel anders aan toe gaat dan toen je zelf op school zat. Tegenwoordig wordt er namelijk realistisch gerekend. Nienke Geessinck beschrijft in dit artikel wat dat inhoudt en welke voor- en nadelen zij in de praktijk ervaart.

Veel manieren om een som uit te rekenen

Drie manieren om de som '95-37= ' uit te rekenen. Voorbeeld uit de rekenmethode 'Wereld in getallen'.

Onlangs kwam ik aan de praat met een moeder en ze vertelde mij dat ze het zo vervelend vindt dat ze haar dochter zo moeilijk kan helpen met rekensommen. “Waarom leren de kinderen zoveel verschillende manieren om een som uit te rekenen?” Dat vind ik een goede vraag.

Ikzelf ben nog van de generatie van de saaie rekenboeken. (Ik hoop niet dat ik hier mensen mee beledig die veel van hun tijd gegeven hebben om een boek te schrijven om mij te leren rekenen.) Ik leerde op één manier sommen uit te rekenen, en in de rekenboeken van mijn tijd stonden een heleboel rijtjes met steeds dezelfde soort sommen om te oefenen. Even onder ons: rekenen was niet bepaald mijn lievelingsvak. Het gebruik van rekenmateriaal kan ik mij niet herinneren; sommen werden niet inzichtelijk gemaakt en dat het boek er niet gezellig uitzag en dat er geen enkel gekleurd plaatje in te vinden was, hielp er waarschijnlijk ook niet aan mee.

Aantrekkelijk materiaal

Tijdens stages en later tijdens het werken op verschillende basisscholen maakte ik kennis met het zogenoemde realistisch rekenen. De boeken zagen er aantrekkelijk en kindvriendelijk uit, iets dat ik in mijn rekenboeken zo gemist heb. De illustraties en foto’s die in de boeken te zien zijn, maken de sommen minder abstract. Dit is één van de kernpunten voor het realistisch rekenonderwijs. Deze en andere punten worden hieronder genoemd:

  1. Gebruik van contexten: contexten zijn verhalen en geven de som een betekenis.
  2. Gebruik van modellen: een bekend voorbeeld hiervan is de getallenlijn, het rekenen wordt inzichtelijker gemaakt.
  3. Aansluiten bij eigen oplossingsmethoden: kinderen gaan zelf kijken of ze een oplossing hebben voor het rekenprobleem. De manier waarop deze oplossingen tot stand komen zijn vaak omslachtig; het is de taak van de leerkracht om deze te vereenvoudigen.
  4. Het interactieve karakter van het leerproces: kinderen leren zelf oplossingen te bedenken door met elkaar samen te werken.
  5. Integratie van verschillende leerstofonderdelen: bij rekenen zijn er verschillende domeinen: hele getallen, breuken en kommagetallen, verhoudingen en procenten, meten en meetkunde. Deze domeinen worden niet afzonderlijk aangeboden, maar zijn met elkaar verweven.

(bron: Profi-leren – rekenonderwijs tradioneel of realistisch)

Bovenstaande punten lijken uiteraard prachtig. Sommen krijgen betekenis en worden inzichtelijk gemaakt. De creativiteit van kinderen wordt geprikkeld als ze de mogelijkheid krijgen zelf met getallen te spelen. In de rekenboeken wordt hierop ingespeeld; bij nieuwe leerstof worden soms verschillende manieren getoond hoe een som kan worden uitgerekend. Het is dan aan de kinderen om hun favoriete manier uit te kiezen.

Realistisch rekenen: lastig voor zwakke rekenaars

Mijn ervaring is dat dit voor goede rekenaars erg uitdagend is, zij krijgen volop de gelegenheid om hun eigen voorkeur te ontdekken. De kinderen die rekenen moeilijk vinden, raken in de war van al die manieren. Deze kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid; zij kunnen niets met verschillende manieren en inzichten. Voor hen is het dan ook onmogelijk om uit al die manieren hun voorkeur te kiezen. Zwakke rekenaars zijn gebaat bij één manier.

Reken op de basisschoolHoogleraar wiskunde Jan van de Craats stelt in Prima-Onderwijs (2009) dat kinderen minder goed zijn gaan rekenen en dat ligt volgens hem aan het realistisch rekenen. Hij geeft aan dat er minder nadruk ligt op het oefenen. Bovendien moeten sommen tot en met 20 evenals vermenigvuldigsommen en deelsommen er ingestampt worden en dat gebeurt niet in het realistisch rekenonderwijs waar het begrip belangrijker is. Het ‘ouderwetse’ stampwerk is echter ook belangrijk; met deze kennis van sommen zijn namelijk alle sommen te maken. Van de Craats stelt dat het traditionele rekenonderwijs terug moet, uiteraard wel in een nieuw jasje met contexten en veel oefensommen.

Spelen met getallen

In de afgelopen jaren heb ik wel plezier gekregen in het rekenen. Ondanks dat het realistisch rekenen niet geheel in alles geslaagd bleek te zijn, heeft het ook goede dingen met zich meegebracht. De ervaring van de rekenlessen van vroeger heeft plaatsgemaakt voor een heel ander gevoel: als je de basis goed beheerst, dan is rekenen niets anders dan spelen met getallen!

Thuis oefenenen met rekenen

Je kunt thuis met je kind oefenen met tellen, cijfers en getallen. Naast het inoefenen van de tafels, deeltafels en sommen tot en met 20 kun je als ouder ook rekenvaardigheden oefenen op een spelende manier. Op het internet zijn hiervoor vele sites met ideeën te vinden, enkele voorbeelden vind je hieronder:

Over de auteur: Nienke Geessinck (1978) uit Eibergen (Gelderland) heeft negen jaar ervaring als groepsleerkracht in het basisonderwijs. Sinds april 2012 is ze voor zichzelf begonnen met de oprichting vanKoppie Koppie . Koppie Koppie geeft bijles en huiswerkbegeleiding aan kinderen van de basisschool. Nienke is te volgen op Twitter en Facebook.

Verder lezen

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

‘Meelees e-boeken’ voor beginnende lezers

11 oktober 2012 | Reacties (3)

Speciaal voor kinderen die leren lezen zijn sinds kort via de iBookstore twee AVI-leesboekjes met geluid te koop. De tekst wordt langzaam voorgelezen met tussen elk woord en elke lettergreep een korte pauze. Dit is een heel nieuw soort e-boek, waar nog geen naam voor bestaat.  De makers noemen het een ‘meelees e-boek’.

De boekjes gaan over de twee vrienden Mus en Muis. Mus is vaak een beetje bang. Muis doet juist erg stoer. In Mus hijst het zeil (AVI start) gaan ze samen zeilen en kamperen en in Mus danst op het ijs (AVI M4) doen ze mee aan een wedstrijd kunstschaatsen op televisie. De onderwerpen zijn spannend en de verhalen zitten vol vaart en humor.

De boeken zijn geschreven door Rian Visser, die voor beginnende lezers bij uitgeverij Gottmer een serie leeskoffertjes uitbracht en ook voor de educatieve uitgeverij Zwijsen en uitgeverij Delubas eerste leesboekjes schrijft. De tekeningen zijn van Alex de Wolf (onder andere bekend van In een land hier ver vandaan en Lang geleden. De tekst wordt voorgelezen door Christine van Dreumel, logopediste en stemtherapeut.

Hoe werkt het?

De meeleesboeken zijn een tussenvorm tussen een voorgelezen boek en een boek om zelf te lezen. Het woord dat wordt uitgesproken, krijgt een andere kleur, zodat de jonge lezer de tekst goed kan volgen. Dat maakt ze zeer geschikt voor beginnende lezers of kinderen die moeite hebben met leren lezen, bijvoorbeeld door dyslexie.

Bekijk dit filmpje om te zien hoe het werkt:

Een manier om met deze boeken het lezen te oefenen is bijvoorbeeld door de pagina eerst te laten voorlezen (en meelezen) en de tekst daarna door je kind zelf te laten lezen, zonder ondersteuning van de voorleesstem. Kinderen die langzaam lezen, kunnen proberen de voorleesstem vóór te blijven, in een soort tempowedstrijdje.

Ervaringen van lezers en ouders

Thuisinonderwijs.nl heeft Mus hijst het zeil laten uitproberen door Tessa (6). Tessa zit in groep 3 en leert nu lezen. Ze is erg enthousiast over het meelees e-boek. “Het is fijn dat er iemand meeleest. Sommige woorden kon ik nog niet lezen, maar door het voorlezen kon ik die overslaan en toch verder gaan met het verhaal. Ik heb het boek wel drie keer gelezen. De laatste keer heb ik de mevrouw [die voorleest, red.] uitgezet, want toen kon ik het zelf wel.”

Ook de moeder van Tessa is positief over Mus hijst het zeil. “Tessa is op het moment heel erg bezig met boekjes en lezen. We halen ook boeken uit de bibliotheek, maar omdat ze nog niet veel kan lezen zijn die soms te moeilijk. Dan geeft ze het na één bladzijde op. Dit boekje was eigenlijk ook iets te moeilijk, maar doordat ze hulp kreeg van de voorleesstem, ging ze wel door.”

Mus danst op het ijs is voor ons getest door Camiel (7). Hij zit in groep 4, maar blijft met lezen nogal achter. “We moeten van de juf elke dag met Camiel oefenen met lezen”, vertelt zijn vader. “Dat doen we al sinds begin groep 3, maar het is een heel moeizaam proces. Hij vindt lezen echt niet leuk. We hebben best vaak strijd als hij moet oefenen met lezen. Met deze meeleesboeken kunnen wij iets meer op de achtergrond blijven. Dat is ter afwisseling best prettig. Toch kan hij er niet helemaal zelfstandig mee oefenen. Als we niet naast hem gingen zitten om hem te stimuleren echt mee te lezen, liet Camiel zich gewoon – lekker makkelijk – voorlezen.”

Verder lezen

Hallo wereld! Hallo kinderboekenweek!

Hallo wereld! Hallo kinderboekenweek!

3 oktober 2012 | Reacties (0)

De Gouden Griffel, de prijs voor het mooiste oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboek, is dit jaar gewonnen door Bibi Dumon Tak. Zij ontving de prijs tijdens het Kinderboekenbal, de traditionele opening van de Kinderboekenweek.

 

‘Parel binnen de non-fictie’

Bibi Dumon Tak ontving de Gouden Griffel voor haar boek Winterdieren.Volgens de jury van de Griffels is Winterdieren ‘een parel binnen de non-fictie, een boeiend, avontuurlijk en aanstekelijk boek, dat getuigt van schrijflust, kijklust, originaliteit, passie en vakmanschap’.  Het is de tweede keer dat een informatief boek bekroond wordt met de Gouden Griffel. Bibi Dumon Tak schreef diverse non-fictie kinderboeken en ontving vier keer eerder een Zilveren Griffel. Met Winterdieren, dat gaat over de dieren die op de Noord- en de Zuidpool leven, wint ze voor het eerst goud.

 

Hallo wereld!

De Kinderboekenweek heeft als thema Hallo Wereld! en duurt nog tot en met 14 oktober. Tijdens de kinderboekenweek zijn er tal van activeiten op scholen, in bibliotheken en boekwinkels. Klik hier om te bekijken wat er bij jou in de buurt te doen is.

Geschenk

Tosca Menten schreef dit jaar het Kinderboekenweekgeschenk: Het Akropolis Genootschap en de slag om bladzijde 37. Je krijgt het als je voor ten minste € 10,- aan kinderboeken aanschaft. Er is ook een speciale grootlettereditie, speciaal voor kinderen met leesproblemen.

Hallo!

Het Prentenboek van de Kinderboekenweek is dit jaar van de hand van illustrator Fleur van der Weel en auteur Edward van de Vendel. Hallo ligt tijdens de Kinderboekenweek voor € 5,- in de boekhandel.
De originele prenten uit Hallo zijn tijdens te Kinderboekenweek te bewonderen in het Tropenmuseum in Amsterdam. Op vertoon van het kinderboekengeschenk heb je gratis entree. Ook het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal bieden op vertoon van het kinderboekengeschenk vrij entree.

 

 

Verder lezen

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder

Leren lezen in groep 3: zó help je je kind

2 oktober 2012 | Reacties (0)

Ik herken het uit de praktijk; kinderen die aan het einde van groep 2 opgewonden naar me toe kwamen: “Juf juf, na de vakantie komen we bij jou in groep 3!” Maar wat was het spannend, op de eerste schooldag na zes weken lang vakantie te hebben gehad. Gespannen gezichtjes, rode blosjes. Enkele kinderen die mama nog eens stevig vastpakken. Van hun enthousiasme aan het einde van het vorige schooljaar is weinig over. Wat zal de juf gaan doen? Leren lezen, is dat niet heel erg moeilijk? Kan ik dat wel? En is er nog wel tijd over om te spelen?

Woordkaarten maan-roos-vis

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder

Het leren lezen is voor kinderen ontzettend spannend. Het is toch waar het allemaal om draait in groep 3. Het tempo zit er al aan het begin van het schooljaar goed in; aan het einde van groep 3 moeten de kinderen alle letters (klanken) kennen en moeten ze al lekker vlot kunnen lezen. Je kunt je dus wellicht voorstellen dat de druk hoog is, zowel voor de kinderen als voor de leerkracht.

Als ouder kan je je kind goed helpen

Veel kinderen kunnen de snelheid van het leren van de letters prima aan; het gaat ze voor de wind en voordat je het weet lezen ze hele verhalen. Maar hoe zit het dan als het even niet zo lekker gaat met het leren lezen? Ouders kunnen prima helpen om het leren lezen te stimuleren en bevorderen.

Een manier van lezen die ik zelf altijd erg prettig vind en die ook thuis goed te doen is, is om meerdere keren dezelfde tekst te lezen; voor – koor – zelf. Bij deze manier van lezen wordt er hardop gelezen. De eerste keren lees je de tekst voor. Het kind zit naast je en wijst de woorden aan die jij leest. Vervolgens wordt de tekst gezamenlijk gelezen (koor). Jij geeft hierbij het tempo aan. Het is hierbij van belang om een normale snelheid aan te houden. Het samenlezen doe je ook een aantal keren. Als laatste laat je je kind alleen lezen. Omdat dezelfde tekst meerdere keren gelezen wordt, staat herhaling bij deze manier van lezen centraal.

Tips bij het oefenen met lezen *

  • Vraag eens na bij de leerkracht van jouw kind welke letters je zoon of dochter al heeft gehad. Misschien heeft de school wel een boekje op het juiste niveau dat je mag lenen om thuis met je kind te gaan oefenen. Vraag met regelmaat om een nieuw boek, je kind leert op school steeds meer bij.
  • Begin zoveel mogelijk op een vast tijdstip, dit geeft duidelijkheid voor je kind. Probeer dagelijks maximaal 15 minuten te lezen. Het is effectiever om dagelijks kortstondig te lezen dan eens in de week een uur lang.
  • Laat je kind niet worstelen met een moeilijk woord. Zeg het woord voor en laat je kind het woord nogmaals lezen.
  • Om het voor je kind zo leuk mogelijk te houden sluit je het lezen positief af. Dit kan bijvoorbeeld door je kind voor te lezen. Kinderen kunnen intens genieten van een verhaal en van de aandacht die ze krijgen tijdens het voorlezen.

* bron: www.veiliglerenlezen.nl – artikel “ik wil mijn kind thuis helpen met lezen” van Ed Koekebacker

Naar de bibliotheek

Een belangrijke manier om je kind voor boeken te laten interesseren, is om samen boeken uit te gaan zoeken in de bibliotheek. Een lidmaatschap bij de bibliotheek voor een kind tot en met 17 jaar is kosteloos. Neem je kind mee naar de bibliotheek en zoek samen een paar boekjes uit. Je kind zal meer interesse tonen in de boeken die hij zelf heeft uitgezocht.

Zelf heb ik deze tips dankbaar mogen uitvoeren op een school waar ik destijds werkte. Ik was leerkracht van groep 5 en ik heb met leerling A. het eerste kwartier van de dag (het “stilleesmoment”) samen gelezen. De betekenis van de moeilijke woorden in de tekst hebben we samen opgezocht op het internet. A. genoot van de aandacht die hij kreeg en na afloop bedankt hij me: “Bedankt juf, ik heb veel geleerd.” En dat allemaal aan het begin van de dag!

Over de auteur: Nienke Geessinck (1978) uit Eibergen (Gelderland) heeft negen jaar ervaring als groepsleerkracht in het basisonderwijs. Sinds april 2012 is ze voor zichzelf begonnen met de oprichting vanKoppie Koppie . Koppie Koppie geeft bijles en huiswerkbegeleiding aan kinderen van de basisschool. Nienke is te volgen op Twitter en Facebook.

 

 

 

 

Meer weten over leren lezen? Zie ook:


Verder lezen