Schoolvakken

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: coderen en programmeren

11 juli 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze zomer volop vakantie-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Zeven weken lang tweemaal per week de leukste activiteiten voor je kind. Vandaag aflevering 1: spelenderwijs leren coderen en programmeren.

 

Zomervakantie? Dat is eindeloos lang buiten spelen. Denk je. Of hoop je, als ouder. Maar dan regent het buiten. Of het is prachtig weer, maar is je kind is met nog geen tien paarden naar buiten te krijgen. Want binnen lonkt het beeldscherm…

Je herkent het misschien niet, als je zoon ondersteboven op de bank hangt met een schermpje voor zijn snufferd, maar eigenlijk is hij best goed bezig. Hij is namelijk druk in de weer om zijn 21st century skills te ontwikkelen. Klinkt best goed hè?

 

jongens smartphone

Wat zijn 21st century skills?

Door digitalisering en technologie verandert de maatschappij continu. We kunnen nu nog niet voorspellen welke beroepen er zijn als je kind later volwassen is. Daarom krijgt het onderwijs steeds meer oog voor 21st century skills. Dat zijn de vaardigheden die kinderen van nu moeten opdoen om zich later te kunnen redden in de beroepen van de beroepen van de toekomst.

Hoe wordt een game gemaakt? Coderen!

Vertrouwdheid met computers en ict is een 21st century skill. Dat hebben je kinderen met hun schermpjes al wel onder de knie. Digitale geletterdheid, heet dat ook wel. Maar weet je kind ook hoe het spelletje dat hij speelt ‘aan de achterkant’ werkt? Hoe wordt zo’n game ontworpen, hoe gaat programmeren in zijn werk?

Misschien heeft je kind er op school al eens iets over gehoord. En anders gaat dat beslist gebeuren. Want programmeren is hot op school. Het is niet bedoeld om alle meisjes en jongens op te leiden tot kleine programmeurtjes, maar om ze iets te leren wat ze later in elk beroep nodig gaan hebben. Hartstikke belangrijk dus, misschien wel net zo belangrijk als rekenen, taal en goed Engels kunnen spreken. En het is nog eens superleuk ook – ideaal dus als vakantie-activiteit! (O ja, het kan – soms – ook buiten!)
robot thuis programmeren

Is leren programmeren moeilijk?

Is dat niet moeilijk, programmeren? Welnee, het is niet moeilijker dan leren lezen of een nieuwe taal leren. Het leuke van coderen is dat je kind meteen ziet of het goed of fout gegaan is. Als je zoon programmeert dat een tekst rood moet worden, ziet hij direct of dat is gelukt. Als de tekst rood is, heeft hij goed gecodeerd. Is de tekst niet rood, dan kan hij het gewoon nog een keer proberen. Deze manier van leren sluit aan bij hoe kinderen het liefste leren.

Programmeren een verplicht vak op school?

In Nederland is programmeren (nog) geen verplicht vak op school.Landelijk is er nog een discussie gaande of het vak programmeren een verplicht lesonderdeel moet worden. Maar veel scholen willen aandacht besteden aan programmeren en besteden er soms al lestijd aan

Bliep, bliep – ik ben een robot

Coderen is een onderdeel van programmeren, maar beide termen worden vaak door elkaar heen gebruikt. Coderen is feitelijk niets anders dan het geven van een serie logische opdrachten. Daar heb je in beginsel geen computer bij nodig. Hup, naar buiten dus! Een robot is wel leuk om erbij te hebben, maar die ben je zelf (of je kind). Klinkt simpel? Is het ook. Zelfs al voor kleuters. Knip papieren pijlen en uit en laat je kind een route uitstippen. Loop dan zelf als ‘robot’ de route die je kind heeft uitgestippeld. Het is leuk om een paar obstakels te hebben waar je kind de ‘robot’ omheen moet laten lopen.

Op dezelfde manier kun je je een (menselijke) robot ook een boterham laten smeren, zoals je op dit filmpje kunt zien:

Olaf de Robot

Uploaded by kennisnet on 2014-09-04.

Deze activiteit is afkomstig van de website Codekinderen, waar je nog veel meer leuke programmeeractiviteiten kunt vinden, zowel met als zonder computers en voor kinderen van groep 3 tot en met groep 8. Ze zijn bedoeld voor in de klas, maar ook heel geschikt om thuis te gebruiken.

Coderen met Minecraft, Starwars of Frozen

Leren programmeren met je favoriete game- of filmfiguren, hoe leuk is dat? Het kan bij Code Studio. Daar vind je superleuke codeercursussen voor alle leeftijden van de basisschool en daarna. Kinderen kunnen coderen met Minecraft, StarWars, Frozen, Angry Bird, enzovoort. Zelfs kleuters kunnen er al een leuke codeercursus doen, die nagenoeg taalloos is. Hoewel de begeleidende filmpjes in het Engels zijn, is veel cursusmateriaal ook beschikbaar in het Nederlands.

Is je kind gek op Minecraft? Dan biedt Computercraft nog veel meer mogelijkheden. ComputerCraft is een (gratis) module voor Minecraft waarmee je een computer kunt bouwen in de Minecraft-wereld, die je zelf kunt programmeren. Je kunt bijvoorbeeld een robot aansturen die monsters doodt of tunnels graaft. Computercraft gebruikt een eigen programmeertaal, die gemakkelijk is om te leren.

3D-printen zonder 3D-printer

3D-printers worden weliswaar steeds goedkoper, maar voor thuis zijn ze toch nog steeds pittig duur. Grote kans dus dat er bij jullie thuis niet eentje staat. Maar wist je dat je dan toch 3D kunt ‘printen’? Een 3D-printer print in laagjes. Als je een vorm in laagjes opstapelt maak je dus eigenlijk een 3D-print. Dat kun je thuis ook doen: met karton! Hoe dit precies in zijn werk gaat, lees je in de stap-voor-stap-beschrijving op Codestarter, een website met heel veel leuke, speelse programmeeractiviteiten die je thuis kunt doen. Een leuke is ‘programmeer elkaar‘ (een variant op het robotspel hierboven). Garantie voor een geslaagde vakantiemiddag!

Nog véél meer mogelijkheden!

Er zijn nog veel meer manieren waarop je thuis samen met je kind bezig kunt gaan met coderen en programmeren. Een handig startpunt is de website Gamewizards. Daarop staan 82 verschillende apps en websites waarmee je aan de slag kunt. Je kunt het aanbod filteren op onder andere leeftijd, taal en platform (online, Android app, iOS app).

Websites om te leren programmeren:

  • Met Scratch kunnen kinderen (van 8-16 jaar) leren programmeren. Ben je op zoek naar uitleg, kijk dan eens op Scratchweb.nl. De app Scratch jr. is een Engelstalig app bij deze website.
  • GameKit is een programma van Het Klokhuis waarin je kind leert zelf een game te bouwen.
  • Programmeren voor kinderen is een lessenpakket voor basisscholen dat kinderen leert programmeren in de programmertaal Phyton. Je kunt er ook prima thuis mee aan de slag.
  • Robomind is een eenvoudig Nederlandstalige programmeeromgeving waarmee je een virtuele robot kunt programmeren. Je kunt het 30 dagen gratis uitproberen.
  • Code Monster is in het Engels, maar in de praktijk blijkt dat voor kinderen vanaf pak ‘m beet groep 5 geen onoverkoombaar obstakel. Al is het wel handig als er een ouder in de buurt is om af en toe te vertalen wat het grappige blauwe monstertje zegt. Het gaat om eenvoudige opdrachten in JavaScript en is gericht op actie en leren door <em>trial and error</em>: wat je kind invoert, zie het direct toegepast.

Apps om te leren programmeren:

  • Kodable is een app waarmee kinderen op een speelse manier kennismaken met programmeren. De app is bedoeld voor kleuters, maar ook kinderen van zeven of acht spelenn nog graag met Kodable. Het doel is om een gestrand ruimtewezentje naar de uitgang van een doolhof te krijgen, via een  van tevoren gecodeerde route.
  • Cargobot is een mooi vormgegeven puzzelspel voor de iPad waarin je een robot moet leren kratten te verplaatsen door de programmeren. Best pittig, maar het lukt kinderen lukt het wel.
  • Daisy the Dinosaur is een leuke app om de basisprincipes van volgorde, objecten, loops en acties te leren. Doel van de app is om de grappige dinosaurus Daisy over het scherm te laten lopen, springen en dansen. De app Hopscotch is van dezelfde makers en heeft meer toepassingen en gebruiksmogelijkheden.
  • Move The Turtle is ook een leuke programmeer-app voor kinderen. Het begint met een schildpad op een groen scherm. Door te coderen kan je kind de schildpad van alles laten doen.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

3 mei 2017 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Hakken en plakken, zoemen en zingen

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.

Verder lezen

Vermenigvuldigen op z'n Japans, een makkie

Vermenigvuldigen op z’n Japans, een makkie

26 april 2017 | Reacties (1)

Tafels leren, keersommen oefenen, kan dat niet gemakkelijker? Jawel, doe het vermenigvuldigen op zijn Japans. Niet met stokjes, wel met streepjes. Door keersommen om te zetten in streepjes wordt het een kwestie tellen om het antwoord te achterhalen. Bekijk onderstaand filmpje om te zien hoe dat in zijn werk gaat:

How do japanese multiply??

Well a rather interesting video ! How japanese multiply, a rather simple mathematic computation,or not? 😀 Please enjoy :D!

Laat het filmpje aan je kinderen zien en ze kijken je aan alsof je Hans Klok in hoogst eigen persoon bent. Hè, hoe kan dat? Deze Japanse manier van vermenigvuldigen lijkt wel magisch, maar is dat niet. Het is een uitwerking die is gebaseerd op de Vedische wiskunde, een bijzondere manier van rekenen uit eeuwenoude Indiase overlevering. Wil je meer uitleg over dit vermenigvuldigen met streepjes, klik dan op deze link.

Hoe fascinerend ook, in de dagelijkse praktijk is Japans vermenigvuldigen niet echt praktisch. Probeer het maar eens uit met getallen waar een 8 of 9 in komt (898×989, bijvoorbeeld): dat zijn een heleboel streepjes! Echt snel gaat het ook niet. In een fractie van de tijd waarin je alle lijnen hebt getrokken en alle kruispunten hebt geteld, reken je het antwoord ook op de gewone manier uit.

Is je zoon of dochter bezig het vermenigvuldigen onder de knie te krijgen, dan kan het erg leuk zijn om samen een keer naar deze alternatieve manier van uitrekenen te kijken. Al is het alleen maar om je kind te laten zien dat al dat tafels leren en keersommen oefenen echt wel ergens goed voor is.

Verder lezen

Kinderen tekenen slechter dan vroeger

Kinderen tekenen slechter dan vroeger

1 april 2017 | Reacties (0)

Kinderen anno nu maken minder goede tekeningen dan twintig jaar geleden. Ook weten ze minder van muziek dan hun leeftijdsgenoten twee decennia eerder. De Onderwijsinspectie heeft dat vastgesteld in een onderzoek naar de stand van het cultuuronderwijs op de basisschool.

De Onderwijsinspectie deed in het schooljaar 2015-2016 onderzoek onder achtstegroepers naar de kunstzinnige ontwikkeling. De kinderen kregen in de dit onderzoek dezelfde tekenopgave en muziekkennistest als twintig jaar eerder ook in groep 8 was afgenomen. De resultaten werden volgens dezelfde normering beoordeeld.

Wat bleek? Kinderen van nu maken minder gedetailleerde tekeningen dan kinderen twintig jaar eerder deden. Ze tekenen meer afzonderlijke elementen in plaats van het volledige verhaal en zijn ook schematischer gaan tekenen. Een verklaring zou kunnen zijn dat de kwaliteit van de kindertekeningen wordt beïnvloed door de snelheid van de hedendaagse beeldcultuur.

Kinderen van nu tekenen anders, maar slechter?

Anouk Custers is cultuurcoördinator bij SEP, de stichting Educatieve Projecten in Amsterdam. Zij merkt hierover op: “De digitalisering van ons leven heeft creativiteit vluchtiger gemaakt. Dat kan je als een verlies zien, maar ook als een andere vaardigheid. Dus er zijn andere criteria nodig, criteria die weerspiegelen wat de samenleving heeft doorgemaakt.” Ook

Ook Robert Knox stelt in het rapport de vraag of de criteria van twintig jaar geleden tegenwoordig nog wel gebruikt kunnen worden. Knox is afdelingshoofd Cultuureducatie bij het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst. Hij vindt dat meer naar de beeldcultuur moet worden gekeken dan naar het tekenen. “De beeldcultuur is veel breder. Kinderen spelen Minecraft. Aan de ene kant is dat een heel grofmazige verbeelding. Maar tegelijk stimuleert het het ruimtelijk denken enorm en vraagt het veel creativiteit. Dus dan zien leerlingen dat ze geen details nodig hebben om fantasierijk te werken.” Hij pleit ervoor de zaak om te draaien en de tekeningen uit 1996 te beoordelen met de criteria van nu om de trend in beeld te brengen.

Cultuurkennis varieert sterk

De Inspectie bekeek niet alleen kindertekeningen, maar nam de leerlingen ook een schriftelijke kennistoets af om te meten wat ze wisten van muziek, drama, dans en beeldende kunst. Zo werd bijvoorbeeld bij een muziekfragment gevraagd aan te geven uit welk land deze muziek komt. Ook vragen over de compositie van een schilderij of uit welke tijdsperiode een schilderij is, waren onderdeel van de kennistoets.

Van de kennisopgaven in de schriftelijke toets hadden de leerlingen in groep 8 gemiddeld iets meer dan de helft goed. Geen enkele leerling had alle opgaven goed of alle opgaven fout. Het verschil tussen hoog presterende en laag presterende leerlingen was groot. Hoog presterende leerlingen hadden ongeveer twee keer zoveel opgaven goed als laag presterende leerlingen. Ook bleek het uit te maken of een school een internet cultuurcoördinator heeft. Op de scholen met zo’n cultuurcoördinator werd de kennistoets beter gemaakt.

 

Wie geeft de kunstvakken op school?

Meestal is het de eigen leerkracht die de lessen voor kunstzinnige oriëntatie geeft. Op een kwart van de bevraagde basisscholen is een vakleerkracht voor een van de disciplines aangesteld. Driekwart van de scholen geeft aan een interne cultuurcoördinator te hebben. Dat is een leerkracht of schoolleider die zich heeft gespecialiseerd in cultuuronderwijs, het cultuuronderwijs op de school organiseert en soms ook de lessen op dit gebied verzorgt.

 

Muziekkennis is afgenomen

In de kennistoets zaten dertien opgaven over muziek die in 1997 ook zijn voorgelegd aan leerlingen in groep 8 van het basisonderwijs. Maar liefst elf van de dertien vragen werden slechter gemaakt dan twintig jaar geleden. Twee opgaven werden nu beter gemaakt.

Anderhalf uur per week aandacht voor kunstvakken

Gemiddeld krijgen de kinderen in groep 3 tot en met groep 8 anderhalf uur per week les kunstzinnige oriëntatie. De meeste tijd wordt besteed aan beeldende activiteiten, zoals tekenen: gemiddeld ruim een uur per week. De gemiddelde tijd die wordt besteed aan dans en cultureel erfgoed is het laagste, rond de tien minuten per week per vak.

 

 

 

 

 

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Douchen na gymles

Mag school douchen na gym verplichten?

9 maart 2017 | Reacties (16)

Mag de school je kind verplichten tot douchen na de gymles? En kan de school ook eisen dat er gedoucht wordt zonder onderbroek aan? Die vragen stellen veel ouders zich wanneer hun kinderen in de bovenbouw zitten en gaandeweg moeite krijgen met gezamenlijk- en zeker naakt -douchen.

Douchen na gymles

School kan douchen verplichten, maar naakt douchen niet.

“Mijn zoon Lars is tien en begint behoorlijk preuts te worden”, vertelt een moeder. “Om die reden weigert hij al een aantal maanden om na de gymles te douchen. Klasgenoten douchen in hun onderbroek. Nu hebben wij van school een brief gekregen dat alle kinderen na de gymles verplicht moeten douchen en dat het om hygiënische redenen niet de bedoeling is dat de onderbroek daarbij aanblijft.” In hoeverre mag de school dit van de kinderen eisen, zo de moeder zich af`z   .

Schaamdouches

Douchen na gymles, maar ook op sportclubs, is een actueel thema. Steeds meer kinderen en jongeren hebben grote moeite met naakt douchen in groepsverband. Ze douchen in hun ondergoed of bij voorkeur helemaal niet meer. Een aantal scholen heeft speciale ‘schaamdouches’ ingericht: afgeschermde cabines waar leerlingen kunnen douchen die niet willen dat klasgenoten hen naakt zien.

In het voortgezet onderwijs wordt er vrijwel niet meer gezamenlijk gedoucht na het gymmen. Even flink spuiten met deodorant (of rollen: veel scholen verbieden spuitbussen) en klaar is Kees. In het basisonderwijs wordt over het algemeen nog wel gedoucht, meestal vanaf groep 5.  Veel basisscholen vermelden op hun site of in hun schoolplan dat douchen vanaf een bepaalde groep verplicht is.

Wel verplicht douchen, niet verplicht naakt douchen

Als de school douchen verplicht stelt, heeft je kind zich daar aan te houden. Wat de school niet mag verplichten, is dat je kind naakt onder de douche gaat, zo stelde de Landelijke Klachtencommissie Onderwijsgeschillen eind 2011. De commissie deed die uitspraak in de behandeling van een klacht van de moeder van een 7-jarig meisje. De moeder had eerst bij de school gevraagd of haar dochter niet meer hoefde te douchen. Toen dat verzoek werd afgewezen, vroeg zij toestemming voor haar dochter om in haar ondergoed te douchen. Daarmee ging de school ook niet akkoord, waarna het meisje de school verliet om naar een islamitische school te gaan. De uitspraak van de Klachtencommissie is interessant, omdat op veel aspecten uitvoerig wordt ingegaan:

Mag een school douchen verplicht stellen?

“De Commissie stelt voorop dat het aanleren van gezond gedrag een van de belangrijkste uitgangspunten is van bewegingsonderwijs. Douchen na de gymles valt ook onder dergelijk gezond gedrag. In zoverre mag een school de leerlingen dan ook verplichten na afloop van de gymles te douchen.

Mag een school omwille van hygiëne naakt douchen verplicht stellen?

“Het je in bijzijn van anderen bloot tonen vergt bij vrijwel ieder mens het overwinnen van bepaalde schaamtegevoelens. Deze gevoelens ontstaan bij het ontdekken van de eigen lichamelijke grens ten opzichte van die van een ander en zullen zich – afhankelijk van tal van factoren – meer of minder krachtig ontwikkelen. De factoren die schaamtegevoel beïnvloeden kunnen van allerhande aard zijn, zoals culturele, sociale, religieuze of fysieke factoren. Vaststaat dat schaamtegevoelens nooit los van de omgeving kunnen worden beschouwd. Het – bewust of onbewust – voorbijgaan aan dergelijke gevoelens kan de grens van iemands lichamelijke integriteit overtreden.

Gelet op het voorgaande doet de vraag zich voor of er rechtvaardiging bestaat voor het dwingen van een leerling zich in de groep te ontbloten. Het nastreven van optimaal hygiënische omstandigheden is op zichzelf een goede reden om leerlingen na de gymles naakt te laten douchen. De Commissie meent echter dat het douchen met onderbroek aan niet zodanig minder hygiënisch is dat dit rechtvaardigt dat kinderen tegen hun wil of die van hun ouders hun schaamtegevoelens opzij moeten zetten. Overigens is de Commissie van oordeel dat een school wel bevoegd is aan het douchen in onderbroek nadere  – hygiënische – voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld dat de desbetreffende leerlingen geacht worden na het douchen met schoon droog ondergoed terug de klas in te gaan.”

Kan de school via de schoolgids en/of na instemming van de MR een doucheprotocol opstellen dat naakt douchen afdwingt?

“De Commissie acht het recht op lichamelijke integriteit van de leerling van zo fundamentele aard, dat geen schoolbeleid – door de MR onderschreven of niet – een uitzondering op dit recht zou rechtvaardigen.”

Verder lezen

Dossier: tafels leren en oefenen

Dossier: tafels leren en oefenen

6 maart 2017 | Reacties (0)

In groep 4 en 5 leert je kind de tafels van vermenigvuldiging. Voor sommige kinderen is dat een makkie, maar de meeste kinderen moeten flink oefenen voor ze alle tafels goed genoeg hebben geleerd. In ons dossier Tafels leren en oefenen vind je achtergrondinformatie over waarom die tafels zo belangrijk zijn en hoe het leerproces verloopt en heel veel tips om thuis de tafels te oefenen, van zingend en bewegend oefenen tot spelenderwijs tafels leren met een leuke app:

Verder lezen