Schoolvakken

7 redenen om je kind strips te laten lezen

7 redenen om je kind strips te laten lezen

16 oktober 2017 | Reacties (0)

“Ga nou eens een écht boek lezen!” Het was eruit voor je er erg in had. ’t Was alsof je je moeder hoorde praten toen je vroeger met de Donald Duck op de bank de hing, net zoals je negenjarige zoon nu.

kinderen lezen strips donald duck

Stripboeken zijn geen ‘echte boeken’. Het is een stemmetje dat bij veel ouders nog altijd in het achterhoofd zingt. Maar het is de hoogste tijd om dat stemmetje nu eens voor eens en voor altijd de mond te snoeren. Want met strips lezen is niets mis. Sterker: kinderen leren juist heel veel van strips lezen. Verderop in dit artikel geven we je zeven redenen (maar er zijn er meer) om je kind strips te laten lezen.

Taalarmoede en bederf van leeslust

Maar eerst duiken we de geschiedenis in om te bekijken waarom strips zo’n kwade reuk hebben gekregen, want dat is een interessant verhaal. Zeker als je bedenkt dat de geschiedenis zich min of meer heeft herhaald met achtereenvolgens de televisie, videogames, computerspellen en tablets… Allemaal werden ze weggezet als voor de jeugd verderfelijke uitvindingen van de nieuwe tijd. Totdat later het inzicht kwam dat ze best meevallen en, sterker nog, eigenlijk best een positieve invloed kunnen hebben, ook op educatief gebied.

Beeldverhalen bestaan er al langer, maar het eerste echte stripboek verschijnt in 1933 in Amerika: Famous Funnies. Het nieuwe genre wordt in korte tijd razend populair bij de jeugd. In jaren veertig leest 90 procent van de kinderen tussen 6 en 11 jaar gemiddeld vijftien stripboekjes per maand. Laat de cijfers even tot je doordringen: het is echt een indrukwekkende hoeveelheid (veel)lezende kinderen. Hedendaagse leesbevorderingsprojecten kunnen alleen maar dromen van dit soort cijfers.

Ook de Nederlandse jeugd omarmt het stripboek. Maar er is ook veel weerstand. Strips zouden de leeslust bederven (vertaal: het lezen van ‘echte boeken’), taalarmoede in de hand werken en de overmaat aan prikkelende beelden zou de fantasie afstompen. Dat er in strips in die tijd veel spelfouten staan, maakt het er niet beter op. In 1949 verbant de minister van Onderwijs strips uit het basisonderwijs. In 1952 verschijnt het overheidsrapport Maatschappelijke verwildering der jeugd, waarin de stripcultuur er stevig van langs krijgt.

‘Deze kinderen worden stripkinderen’

Amper vijf weken nadat schrijfster Annie M.G. Schmidt haar eerste Jip en Janneke-verhaaltje publiceert, komt in 1952 de eerste Nederlandse Donald Duck uit. Annie M.G. Schmidt moet er weinig van hebben:

“Het is een tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen erop af, omdat het kleur is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierkarikaturen lachen, ze vinden het allemaal erg lollig. Ze gieren om de banale grapjes, want ze hebben nooit iets beters waar ze om lachen kunnen. Ik kijk het prul even in en ik moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van meer dan honderdduizend exemplaren verspreid wordt in het land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen zullen behalve het stripblad ook nog de strips in de krant bekijken. En de strips in het damesblad van hun moe. En verder niets. Ze gaan later naar de film, of kijken naar de televisie, en zien daar ook een soort van strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen.”

(Uit: Van schuitje varen tot Schendel, 1954)

Stripmensen, zo veel moge duidelijk zijn, zijn geen ‘echte lezers’.

Verband tussen strips en geweld, drugs en homoseksulateit

Dat de Donald Duck-redactie zich bewust is van hoe negatief er naar strips werd gekeken, blijkt wel uit het voorwoord van dat eerste nummer. Oom Donald spreekt de lezertjes streng toe:

 “Ik ken jullie wel zo’n beetje en dus weet ik, dat de meesten van jullie allesbehalve brave Hendrikken en Henrina’s zijn. Jullie ouders en onderwijzers (om nog maar niet te spreken van politie-agenten!) hebben veel met jullie te stellen en dat is te begrijpen, want de jeugd van Nederland staat bekend als tamelijk baldadig en lastig. Er moet voortdurend op jullie gelet worden en nog veroorzaken jullie heel wat verdriet en narigheid.”

Het is in deze tijd dat de invloedrijke Amerikaans-Duitse psychiater Fredric Wertham zijn succesvolle kruistocht tegen het stripboek voert. Hij betoogt dat er een wetenschappelijk verband is tussen strips en misdadig gedrag, drugsgebruik en homoseksualiteit en publiceert daarover in 1954 de bestseller Secuding the Innocent.

Werthams boek leidt ertoe dat in Amerika de zogeheten Comics Code van kracht wordt, waardoor hoofdredacteuren aan zelfcensuur gaan doen, en dat de beweging die stripboeken voor de jeugd wil verbieden veel aanhang krijgt.

In 2010 werd het onderzoeksmateriaal van Werthams vrijgegeven: hij bleek er een nogal frauduleuze onderzoekersstijl op nagehouden te hebben. De ‘bewijzen’ die hij in zijn boek aanhaalde, bestonden helemaal niet. Maar dat blijkt pas een halve eeuw nadat de strip heel diep in het verdomhoekje terecht is gekomen.

Vergif voor de jeugd

Wertham heeft in Nederland minder invloed dan in Amerika. De Nederlandse strips zijn, het voorwoord uit de eerste Donald Duck getuigt daarvan, een stuk braver dan de typisch Amerikaanse comic books in de jaren veertig en vijftig. Maar de gedachte dat beeldverhalen ‘vergif voor de jeugd’ zijn (zoals toenmalig minister van onderwijs Theo Rutten in 1948 stelde), heeft wortel geschoten.

Een brochure van het Vlaamse ministerie van onderwijs uit 1955 vat de bezwaren als volgt samen:

“Bezwarend voor het merendeel der huidige geïllustreerde tijdschriften is echter het feit dat zij als het ware én het beeld én de taal van het beeld ontwaarden. Daarenboven gaat deze waardevermindering van het hedendaagse geïllustreerd kinderblad gepaard met de anarchistische aanwending van het beeld, dat de overhand heeft op de tekst. Deze is slechts een secundair element, een soort verbasterd taaltje, dat bestaat uit tussenwerpsels en geluidsnabootsingen, die eerder primitief instinct en brutale sensatie weergeven dan gevoeligheid suggereren.”

(Bron: Een land van waan en wijs, geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur)

In een degelijke boekwinkel of bibliotheek, laat stáán een school, is voor stripboeken in de jaren veertig en vijftig dan ook geen plek. Onder invloed van pedagogen, bibliothecarissen en leraren verbieden veel ouders hun kind om strips te lezen.

Dat alles is dus de culturele bagage die wij onbewust nog meedragen en waardoor dat stemmetje in ons hoofd begint te piepen dat onze kinderen beter iets anders zou kunnen lezen dan strips…

En dat terwijl in de jaren zestig bij deskundigen het beeld al begint te kantelen. Het educatief gebruik van het stripverhalen als onderdeel van het (taal)onderwijs komt vanaf dan sterk in opmars. Het begint leraren op te vallen dat leerlingen die strips lezen beter zijn in taal. Inmiddels liggen er stapels wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat het lezen van strips heel leerzaam is voor kinderen.


7 redenen om je kind strips te laten lezen

 

1. Strips geven leesplezier

Strips lezen doe je voor je plezier. Zo simpel is het. De lol die het lezen van een strip oplevert, merkt je kind dat lezen hartstikke leuk kan zijn. Voor veel kinderen is een boek lezen een hele opgave, die ze liever uit de weg gaan. Strips zijn een ideaal middel om de drempel tot lezen te verlagen en ook nog eens heel wat leeskilometers te maken.


2. Strips zijn goed voor de woordenschat

Strips staan vol met moeilijke woorden. De oogst uit een paar pagina’s Donald Duck: zilverpoets, zakeninstinct, gigantisch, zich wagen in, bij de reis inbegrepen, carillon, op voorwaarde dat, sokkel, hebzuchtig, gedachten uitbannen.

Vergeleken met bijvoorbeeld AVI-boekenschrijvers kunnen stripmakers veel gemakkelijker moeilijke woorden gebruiken. Je zou misschien denken dat kinderen woorden die ze niet kennen gewoon overslaan tijdens het lezen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Omdat de teksten in strips zo compact zijn, is elk woord belangrijk. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor een kind de betekenis gemakkelijk kan achterhalen.

Uit een onderzoek van de Journal of Child Language is dan ook gebleken dat een kind in een stripboek maar liefst twee keer zoveel nieuwe woorden leest als in een gemiddeld kinderboek. Het stripboek lijkt zelfs de educatieve waarde van een gemiddelde gesprek met een volwassene voorbij te streven, want een kind leert in een stripboek maar liefst vijf keer zoveel nieuwe woorden.


3. Strips helpen verhaalstructuren doorgronden

Of het nu om een stripboek gaat met één lang verhaal of met een verzameling losse verhaaltjes: strips hebben altijd een duidelijke verhaallijn. Oorzaak en gevolg en probleem en oplossing zijn duidelijk te herkennen. De personages zijn karikaturaal, waardoor ze voor kinderen heel gemakkelijk te duiden zijn.

Strips nemen lezers bij de hand wanneer sprongen in tijd of ruimte worden gemaakt. Er staan aanwijzigen als ‘Een week later…’  of ‘Weer thuis…’. Kinderen raken hierdoor vertrouwd met dit soort verteltechnieken, waardoor ze deze – ook in boeken waar ze minder expliciet worden uitgelegd – kunnen begrijpen.

 

4. Strips zijn goed voor de algemene kennis

Lezen is niet het enige wat kinderen leren van stripboeken. Ze doen ook een schat aan algemene kennis op. Neem alleen al Asterix en Obelix: generaties gymnasiasten hebben tijdens hun schoolcarrière profijt gehad van alle kennis over de Oudheid die ze via deze strip hadden opgedaan. Stripfiguren reizen de hele wereld over en beleven allerlei avonturen. Als Suske en Wiske naar Londen gaan, ziet je kind deze wereldstad voor zich in de plaatjes.

 

5. Strips dwingen tot scherp observeren

Sommige strips bevatten veel woordgrapjes, bij andere zit de humor juist vooral in de plaatjes. Om de grap te begrijpen, moet je kind overal goed op letten: woorden, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal. Daardoor leert je kind goed observeren.

 

6. Plaatjes helpen zwakke kinderen

In strips vullen tekst en beeld elkaar volledig aan. Zwakke lezers, maar ook beelddenkers, kunnen soms verzuipen in een pagina vol letters en woorden. Strips kunnen voor hen een verademing zijn. Het lezen wordt volledig ondersteund door plaatjes, waardoor het verhaal gemakkelijker te begrijpen is. De tekst wordt opgedeeld in korte stukjes, die ook voor zwakke lezers behapbaar zijn. Daarnaast zijn de zinnen over het algemeen kort.

 

7. Strips geven leeszelfvertrouwen

De meeste strips verschijnen in serievorm. Ze zijn daardoor min of meer hetzelfde. Wie met succes één deel heeft uitgelezen, kan erop vertrouwen dat het met een ander deel ook wel zal lukken. Gaandeweg ontdekken kinderen dat ze er steeds meer uit halen: ze begrijpen het verhaal beter, krijgen meer details mee, kunnen verhaallijnen voorspellen, doorzien de humor beter. Dat is een geweldige boost voor hun leeszelfvertrouwen.

 

Verder lezen

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

4 oktober 2017 | Reacties (2)

Naar de boekwinkel gaan om een nieuw boek uit te zoeken in de Kinderweek, is in veel gezinnen een vaste traditie. Maar hoe zoek je nu eigenlijk een boek uit?

Sommige kinderen weten precies welk boek ze willen lezen. Het tiende deel in de Leven van een loser-serie. Of De gorgels, van Jochem Myer, omdat iedereen in de klas dat heeft gelezen. Of Meester Kikker van Paul van Loon, want de film was zo leuk.

Kinderen die graag en veel lezen, kunnen bij het kiezen van een boek vaak aansluiten bij eerdere leeservaringen. Maar voor kinderen die minder lezen, die hun eigen leessmaak nog aan het ontdekken zijn of die toe zijn aan iets nieuws, kan het behoorlijk lastig zijn om een leuk boek te vinden. Het aanbod is zo groot: hoe vind je als kind een boek dat bij je past?

‘Kinderen die een hekel hebben aan lezen bestaan niet. Ze hebben alleen het juiste boek nog niet gevonden’ (Frank Serafini)

Gelukkig zijn de boeken in boekwinkels en bibliotheken al een beetje voorgesorteerd: ze zijn globaal ingedeeld op leeftijd. Maar dan nog blijft het aanbod overweldigend. Bij het kiezen kan je kind afgaan op titel, plaatjes, de tekst op de achterkant, of een stukje lezen in het boek. In zekere zin blijft het kiezen van een boek altijd een gokje: je weet pas of een boek leuk is, als je het hebt gelezen. En dat is spannend, maar maakt het kiezen tegelijkertijd ook juist zo leuk.

Vertel hoe je zelf een boek kiest

Deel als ouder je eigen ervaringen met het uitzoeken van een boek. Hoe ga jij te werk? Vraag je anderen om boekentips? Heb je een lijstje met boeken waarover je iets hebt gehoord of gelezen? Waar let jij op als je in de boekwinkel of in de bibliotheek staat? Maar ook: hoe ervaar jij het als een boek tegenvalt? Vind je dat erg, of ben je blij dat je het boek toch hebt geprobeerd? Kies jij de veilige weg bij het uitzoeken van boeken of durf jij je te laten verrassen door een onbekende schrijver of een nieuw genre? Heb je wel eens een boek gelezen dat je van tevoren eigenlijk niet zo leuk leek, maar juist geweldig bleek te zijn?

Ook leuk: praat eens met opa en oma over hoe het in hun tijd ging. Wat voor soort kinderboeken waren er in hun jeugd? Hoeveel vrijheid om te kiezen hadden zij? Hadden zij favoriete boeken of schrijvers en welke dan? Is er een kinderboek dat hen altijd is bijgebleven, of dat ze op volwassen leeftijd nog eens hebben herlezen?

Lezen is een individualistische bezigheid, maar ‘een lezer zijn’ is dat niet. Door ervaringen uit te wisselen, wordt het lezen leuker en krijgt je kind handvatten aangereikt die hem of haar als lezer verder kunnen vormen.

Online hulp bij het uitzoeken van een kinderboek

Voor wie graag wat meer houvast heeft bij het uitzoeken van een boek, zijn er handige websites die hulp bieden bij het zoeken naar geschikte kinder- of jeugdboeken. Een aantal ‘boekzoek-websites’ op een rij:

Boekenzoeker

boekenzoeker

Op de praktische en mooi vormgegeven website Boekenzoeker staan niet alle kinderboeken, maar een selectie. Deze wordt gemaakt door een Nederlands-Vlaamse redactie, waarin zowel mensen uit het onderwijs, de bibliotheek en boekhandels zitten, als recensenten en andere boekenliefhebbers/kenners. De redactie houdt bij haar keuze in de eerste plaats rekening met de aanbevelingswaarde van een boek en de kwaliteit ervan.

De site is opgedeeld in vier leeftijdscategorieën, met elk hun eigen vormgeving en mogelijkheden. Kinderen (of ouders) kunnen boeken zoeken door te selecteren op interesses, onderwerpen en stemmingen. Wie zich op de site registreert, kan een nog persoonlijker leesadvies krijgen.

Ik vind lezen leuk

Sinds eind 2013 verzamelt leesbevorderaar Mathilde Talens recensies over kinder- en jeugdboeken op de webstie Ikvindlezenleuk. Het leuke aan deze website is dat er veel recensies op staan van kinderen, die zelf een aantal sterren toekenen aan een boek. De boeken staan gerangschikt op leeftijdscategorie. Er wordt aan gewerkt om de recensies ook via genre-aanduidingen te ontsluiten, wat de site nog geschikter gaat maken om al grasduinend nieuwe boeken te ontdekken. Wie al een boek op het oog heeft en benieuwd is naar wat andere kinderen ervan vonden, kan met de zoekfunctie ook goed uit de voeten.

Jaap Leest

Jaap Friso is een lezer en zijn liefde voor lezen is voelbaar op zijn website JaapLeest. Hij bespreekt er nieuwe kinder- en jeugdboeken en brengt boekennieuws. De recensies staan handig gerubriceerd op leeftijd en geven aspirant-lezers van de boeken precies de informatie waarnaar ze op zoek zijn. Hoe ziet het boek eruit, wie is de schrijver, wat is de achtergrond van het boek, is het goed geschreven? De recensies zijn van hoge kwaliteit, maar niet specifiek geschreven voor kinderen.

website jaapleest

Mevrouw Kinderboek

Mevrouw Kinderboek geeft tips om boeken te kiezen voor kinderen tot twaalf jaar, van prentenboeken tot boeken die pasen bij een thema van school of thuis. De site is bedoeld voor (groot)ouders, leerkrachten en bibliotheekmedewerkers, maar is zeker ook leuk voor kinderen om eens rond te neuzen. Mevrouw Kinderboek zet kinderen (van 4 tot 12 jaar) in als testlezer, die hun eerlijke oordeel vellen over boeken.

website mevrouw kinderboek

 

Hoe weet je of een boek niet te moeilijk is?

Bij het kiezen van een boek is het vooral belangrijk dat je kind een boek uitzoekt dat hem of haar echt leuk lijkt om te lezen. Staar je dus niet blind op AVI-niveaus, die zijn echt niet zo belangrijk. Kinderen die zelf gemotiveerd zijn om een bepaald boek te lezen, redden zich ook met moeilijke boeken. Maar als een boek echt té moeilijk is, zal het niet gaan.

Een handige test waarmee je kind zelf kan controleren of een boek te moeilijk is, is de vijfvingertest. Je kind leest één bladzijde in het boek om het niveau te bepalen. Voor het lezen begint, steekt je zoon of dochter vijf vingers omhoog. Bij elk woord dat moeilijk te lezen of onbekend is, moet één vinger naar beneden. Als aan het eind van de bladzijde alle vingers naar beneden zijn, is het boek waarschijnlijk nog wat te moeilijk. Twee of drie vingers naar beneden is geen probleem.

 


Update: 9 oktober 2017

Verder lezen

Kinderboekenweeg 2017

Wel of niet gruwelen in de Kinderboekenweek?

2 oktober 2017 | Reacties (0)

Woensdag begint de kinderboekenweek. Het thema dit jaar is ‘Griezelen- Gruwelijk eng!’ Lekker griezelen met monsters, zombies, Grompel en draken. Maar ook sprookjes, avonturen, wilde dieren en spoken.

Leuk thema? Daar zijn veel christelijke basisscholen het niet mee eens. Honderden christelijke scholen boycotten de kinderboekenweek. Ze zijn overgestapt naar de Christelijke Kinderboekenmaand, die het thema ‘Bibbers in de Buik’ heeft, of zwakken het thema af tot ‘spannend’.

De scholen die niet meedoen vinden dat het thema ‘gruwelijk eng’ kinderen onnodig bang maakt. Ze vragen zich af of het verantwoord is om kinderen via boeken te laten griezelen. Boeken over spoken en geesten zouden bovendien niet bij het geloof passen.

Alle kinderboekenweektitels van dit jaar op een rijtje

De Kinderboekenweek duurt van 4 tot 15 oktober. Op school, in de bibliotheek en in boekwinkels wordt van alles georganiseerd in de Kinderboekenweek. Ben je op zoek naar een boek dat aansluit bij het thema? Hieronder vind je per groep de twintig titels die ook centraal staan in het lesmaterialen voor scholen.

                   

GROEP 1 & 2

GROEP 3 & 4

GROEP 5 & 6

GROEP 7 & 8

Kinderboekenweeklied Kinderen voor Kinderen

Zoals elk jaar is er weer een speciaal Kinderboekenweekliedje van Kinderen voor Kinderen:

Kinderen voor Kinderen – Gruwelijk eng – dansles

ABONNEREN = GRATIS & LEUK http://bit.ly/1Le2XSQ | Dans mee met onze nieuwe hit ‘Gruwelijk eng’! Demi legt je het dansje stap voor stap uit. Volg je ons al? http://instagram.com/KinderenvoorKinderen http://facebook.com/KinderenvoorKinderen http://twitter.com/varaKvK Kijk voor meer leuke programma’s op http://zapp.nl

Christelijke kinderboekenmaand

De Christelijke Kinderboekenmaand, georganiseerd door de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en muziekvak, wordt in oktober 2017 voor de 23ste keer gehouden. Het thema van dit jaar, ‘Bibbers in je buik’, heeft raakvlakken met het thema van de algemene Kinderboekenweek ‘Griezelen’. Daar is een positief christelijk motto aan toegevoegd: ‘Je hoeft niet bang te zijn, want God is bij je’.

Drie auteurs

Speciaal voor de Christelijke Kinderboekenmaand zijn er drie actieboeken uitgegeven die passen bij het thema.

ONDERBOUW

MIDDENBOUW

BOVENBOUW

Ter gelegenheid van de Christelijke Kinderboekenmaand 2017 is ook een nieuwe cd verschenen in de serie Oké4kids. De cd’s uit deze serie behoren al jarenlang tot de best verkochte christelijke kindercd’s in Nederland.

Verder lezen

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

18 september 2017 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (47) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

 

Lees ook de overige artikelen in dit dossier:

 

Verder lezen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

7 september 2017 | Reacties (2)

Wat moet je doen om een woord te kunnen lezen? De letters herkennen, weten welke klank erbij hoort en daarmee het woord vormen. Dat is een heel proces voor iets wat later – als het goed is – vanzelf gaat. Om het aan te leren, oefenen kinderen in groep 3 met ‘hakken en plakken’ of met ‘zoemend lezen’ of ‘zingend lezen’.

Welke manier er op de school van jouw kind wordt gebruikt, hangt af van de lesmethode en ook nog van de versie van die lesmethode. De meeste scholen gebruiken de methode Veilig Leren Lezen van Zwijsen. In de Maan-versie (tot 2014 te koop) wordt hakken en plakken gebruikt. In 2014 is een nieuwe versie van Veilig Leren Lezen op de markt gekomen. In deze zogeheten Kim-versie leren de kinderen woorden lezen door middel van zoemend lezen. Als jullie school net een nieuwe leesmethode heeft aangeschaft, kan het dus zijn dan je kind hiermee aan de slag gaat. Ook vrij nieuw is de leesmethode Lijn 3. Die pakt het leren lezen weer net een beetje ander aan en heeft het over zingend lezen.

Wat is hakken en plakken?

Hakken en plakken is eigenlijk precies wat het begrip al aangeeft: het woord wordt eerst in stukjes (klanken) gehakt en daarna weer aan elkaar geplakt. Dit gaat het makkelijkst bij zogeheten ‘klankzuivere’ woorden. Dat zijn woorden waarbij de letterklanken zonder vervorming van de klanken worden uitgesproken. Een woord als tak is klankzuiver (t-a-k, maar peer niet omdat de ee-klank een beetje vervormt naar een i-klank. Op de meeste scholen wordt in groep 2 al een begin gemaakt met hakken en plakken.

Bij het hakken en plakken horen vaste handgebaren. Bij het hakken maken de leerlingen met twee platte handen tegen elkaar een hakbeweging; de kinderen spreken de klanken één voor één uit. Bij het plakken worden de klanken met een veegbeweging (soms een klapbeweging) van beide handen bij elkaar gevoegd en wordt het woord in zijn geheel uitgesproken. Op dit YouTube-filmpje oefenen twee meisjes met maan hakken en plakken:

maan roos vis 1

No Description

Hakken en plakken wordt vrijwel overal gebruikt en is ook onderdeel van het lesmateriaal. Bij de filmpjes van de methode Veilig leren lezen (maan-roos-vis) wordt het nieuwe woord bijvoorbeeld standaard gehakt en geplakt. Zoals op dit filmpje bij het woordje maan. Na een maand of drie leesonderwijs verdwijnt hakken en plakken naar de achtergrond en gaan kinderen steeds meer vloeiend lezen.

Zoemend lezen en zingend lezen

Bij zoemend lezen en zingend lezen worden de klanken lang aangehouden. In die tijd kan het kind vooruitkijken naar de volgende klank. Bij ‘zoemen’  en ‘zingend lezen’ worden de klanken van het woord uitgesproken zonder ze op te breken in aparte stukjes. De eerste letterklank wordt lang aangehouden, waarna de volgende eraan vastgeplakt word: mmmaaaan (maan) of sssssiiiiiiip (sip).

In dit filmje wordt uitgelegd hoe zoemend lezen werkt:

Veilig leren lezen – zoemend lezen

Uploaded by Uitgeverij Zwijsen on 2015-02-02.

Het zingend lezen is eigenlijk een andere manier van ‘plakken’. Onderwijskundige José Schraven, auteur van de methode Zo leer je kinderen lezen en spellen, is er een voorstander van om het hakken van woorden (de auditieve analyse) los te koppelen van de het plakken (de auditieve synthese) en ook in de kleutergroepen al te oefenen met zingend lezen in plaats van met hakken en plakken. Dat zou veel verwarring bij kinderen voorkomen.

Meer weten over lezen? Zie ook:

Verder lezen

De eerste schooldag in groep 3: best spannend...

De eerste schooldag in groep 3: best spannend…

21 augustus 2017 | Reacties (0)

Schuchter stapt Laura (6) aan de hand van haar moeder het schoolplein op. Met grote ogen kijkt ze naar de oudere kinderen op het plein, die elkaar met high fives begroeten na de lange zomervakantie. Wat zijn ze gróót! Precies hetzelfde denkt haar moeder ook op deze eerste schooldag na de zomervakantie, waarop Laura in groep 3 start. “Het voelt bijna alsof Laura weer voor het eerst naar school gaat, zo onwennig allemaal.”

the-little-girl-277697_640

De eerste schooldag in groep 3 staat voor bijna alle kinderen én hun ouders synoniem aan wennen. Basisscholen proberen de overgang tussen de kleutergroepen en groep 3 zo soepel mogelijk te laten verlopen. Toch kun je er bijna niet omheen: groep 3 is anders. Naar binnen via de ingang van de ‘grote kinderen’ (als ouder mag je vaak niet meer mee de klas in, of alleen de eerste weken), minder speelgoed in de klas, minder of geen hoeken meer, zitten aan een tafeltje met een vak vol boeken en schriften en wennen aan een geheel nieuwe schoolroutine. Ga er maar aan staan.

De eerste schooldag in groep is vaak spannend

De start in groep 3 is vaak dan ook best spannend. Ook doordat er door de buitenwacht de nadruk op wordt gelegd dat nu het spelen voorbij is en het ‘echte werk’ begint. Sommige kinderen twijfelen of ze daar wel aan toe zijn. Of raken aan het eind van de zomervakantie in paniek omdat ze nog niet kunnen lezen: hoe moet dat nou in groep 3?

Gelukkig gebeurt er die eerste dag zo veel dat de aandacht opslokt, dat de zorgen al snel naar de achtergrond verdwijnen. Als je kind ’s middags naar buiten komt, heeft het zijn eerste woordje leren lezen. Een mijlpaal die het begin markeert van een nieuwe fase: je kind kan lezen.

Zie ook Leren lezen in groep 3, zó help je je kind

“Lot had het moeilijk aan het begin van het schooljaar. Ze vond het heerlijk dat ze nu in groep 3 zat en leerde lezen, maar tegelijkertijd miste ze het spelen ook heel erg. We twijfelden of ze wel toe was aan groep 3. Gelukkig wist de juf een oplossing: Lot deed ’s ochtends mee met groep 3, maar als zij dat wilde mocht ze ’s middags nog meedoen in groep 2. Uiteindelijk heeft ze daar maar een paar keer voor gekozen, maar alleen het idee dat het kón, gaf haar al rust.”

Jaap, vader van Lot (7), Tessa (6) en Ruben (9)

Het zelfvertrouwen groeit

Aan het begin van groep 3 zijn de kinderen nog maar net kleuter-af. Ze kunnen zich nog niet zo lang concentreren: 15 à 20 minuten is wel zo’n beetje het maximum. De leerkracht houdt daar rekening mee en zorgt voor voldoende afwisseling tussen de lessen en de werkjes. Ook is er op de meeste scholen nog volop gelegenheid om te spelen, al is dat wel beduidend minder dan bij in de kleutergroepen.

Gaandeweg kunnen kinderen langer achter elkaar geconcentreerd werken. Ze leren steeds beter taken te plannen en die zelfstandig uit te voeren. In de loop van groep 3 en 4 schudden ze hun schuchterheid en onwennigheid van zich af en groeien over het algemeen uit tot zelfbewuste schoolkinderen, die vol zelfvertrouwen in het leven staan.

Ook uiterlijk veranderen kinderen sterk in deze periode. Ze worden langer en dunner en krijgen een steeds soepeler motoriek. Op een dag zul je naar je kind kijken en – misschien verbaasd of zelfs een beetje weemoedig – vaststellen dat ook de laatste restjes kleuter nu echt zijn verdwenen.

Een handig overzicht van wat je kind precies leert in groep 3 vind je hier.

Tip!

Koop samen een mooie etui voor een pen, potlood en gum. Op de meeste scholen schrijven de kinderen in groep 3 met een potlood en in groep 4 met een (vul)pen. Er zijn speciale pennen en potloden voor kinderen die net leren schrijven op de markt, van diverse merken. Door hun vormgeving helpen deze je kind hun pen of potlood op de juiste manier vast te houden.

Op sommige scholen krijgen alle kinderen zo’n pen of potlood. Als dat op de school van jouw kind niet zo is, kun je overwegen er zelf eentje te kopen. Overigens zijn er ook scholen waar de kinderen zelf geen schrijfmateriaal mogen meenemen. Vraag dit dus even na op school als je het niet weet. Onthoud welke pen of potlood je kind op school gebruikt; veel kinderen vinden het fijn om thuis net zo’n pen of potlood te hebben als op school.

 

Verder lezen

Moet je doen: proefjes voor thuis

Moet je doen: proefjes voor thuis

21 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen!Vandaag aflevering 14: Proefjes voor thuis.

Kinderen leren zichzelf en de wereld kennen door te spelen, te observeren en met alles te experimenteren. Ze verkennen hun omgeving en de dingen om hen heen, stellen vragen, toetsen hun ervaringen in nieuwe situaties en leren zo beetje bij beetje hoe dingen werken. In het onderwijs heet dit ‘ontdekkend leren’, een term die de tegenwoordig erg in zwang is. Een goede manier om thuis actief in te spelen op ontdekkend leren is door proefjes te doen – en dat is ook nog eens een superleuke vakantie-activiteit.

Ontdekken = leren op je eigen manier

‘Ontdekkend leren’ sluit aan bij het concept van meervoudige intelligenties (MI), ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Howard Gardner. Het uitgangspunt is dat kinderen op verschillende manieren ‘knap’ zijn. De één houdt meer van taal, de ander is liever met rekenen bezig, of met muziek of bewegen. Garder onderscheidt acht soorten van intelligentie of knap-zijn. 

 

Bouw een raket of maak slijm

Thema: scheikunde
Leeftijd: 4-12 jaar
Om thuis scheikundige proefjes te doen, hoef je echt geen laboratorium aan huis te hebben of een scheikundedoos te kopen. Scheikunde is namelijk overal. En je kunt er superleuke proefjes meedoen (geen zorgen, ze zijn echt veilig!). Wat dacht je van zelf een echte, werkende raket maken, shampoo omtoveren tot slijm, je eigen frisdrank maken, of deegballen laten groeien?

Dit is slechts een kleine greep uit de scheikundige proefjes die je kunt vinden op de website Expeditie Chemistry, waarop ruim honderd chemieproefjes staan. Met een handig filter kun je gemakkelijk proefjes vinden die geschikt voor thuis en die passen bij de leeftijd van je kind. Zelfs voor kleuters zijn er al leuke experimentjes te vinden.

No Title

Met kinderen proeven of experimenten doen? Ga samen met kinderen op ontdekking thuis, op school, op de opvang of tijdens een open dag van je bedrijf. Vind hier gratis tips, ideeën en materiaal voor een (gast)les, activiteit of kinderfeest over wetenschap en scheikunde. Zoek je materialen voor natuur en techniek in het primair onderwijs?

Dansende wasknijpers en vliegende vuilniszakken

Thema: natuurkunde
Leeftijd: 4-12 jaar
Zeg je ‘natuurkunde’, dan breekt bij sommige mensen het zweet uit. Formules, middelpuntvliedende kracht… ellende! Maar vergeet die middelbareschooltrauma’s nou maar, want natuurkundeproefjes zijn tof! (Bijkomend voordeel: je kind ontdekt zo hoe leuk natuurkunde kan zijn. En zo’n positieve eerste indruk kan later dan weer helpen om te voorkomen dat je zoon of dochter óók een natuurkundetrauma oploopt ?)

De website Slimme handen is bedoeld als inspiratiebron voor leerkrachten in het basisonderwijs, maar je kunt er als ouder ook allerlei natuurkundige proefjes vinden die je thuis kunt doen. Met een elastiek en drie wasknijpers kun je bijvoorbeeld ontdekken dat wasknijpers elkaars gedrag na-apen. Leuk voor kinderen van alle leeftijden (en voor ouders met een natuurkundetrauma). Op dit filmpje zie je hoe dat werkt:

YouTube

No Description

Ook leuk is het werkblad waarop beschreven staat hoe je een vuilniszak of een theezakje kunt laten vliegen. Struin vooral ook zelf door de site om inspirerende experimenten te vinden die je samen met kind kunt doen.

Bouw een bom (van ijslolliestokjes)

Thema: kinetische energie
Leeftijd: 5-12 jaar
Stick bombs heten ze in het Engels en ze zijn zeer spectaculair: ‘bommen’ die je maakt door ijslolliestokjes in een speciaal patroon neer te leggen. Kijk maar hoe dat er uitziet:

Stickbomb.gif

En dat is nog maar een relatief simpele stick bomb. Het kan er ook zo uitzien:

13,654 stick bomb

This is an unofficial world record & personal world record! I wish i could have made it all cobra weave but as i have learned from the past i need more room thats why its mostly ortho weave. I counted the sticks 3 times to make sure i was correct there are exactly 13,654 sticks!

Om zo’n stick bomb als hierboven te maken, is de zomervakantie waarschijnlijk te kort (en je moet er ook wel héél veel ijsjes voor eten om aan voldoende stokjes te komen. O nee, toch niet. Die kun je ook kopen).

Maar eenvoudiger experimentjes met dansende stokjes zijn natuurlijk goed te doen. In zijn simpelste vorm kunnen ook kleuters ze al maken. Een beetje hulp zul je misschien wel moeten bieden, als de fijne motoriek van jouw kleuter nog niet goed genoeg is om de stokjes goed neer te leggen. Een beschrijving van een stick bomb van vijf stokjes vind je hier. Van andere patronen kun je tal van voorbeelden vinden op YouTube.

Zelf bliksem maken

Thema: elektriciteit
Leeftijd: 4-10
Elektriciteit klinkt ingewikkeld en misschien gevaarlijk, maar statische elektriciteit kennen we allemaal. Trek maar eens een trui over je hoofd in een droge kamer en de vonken springen eraf. Dat is eigenlijk niets anders dan een kleine bliksem. Met twee ballonnen en je eigen haar, kunnen kinderen ontdekken hoe dit werkt. Op de websites Proefjes.nl (een aanrader!) staat een beschrijving van hoe je dit verschijnsel met je kind kunt onderzoeken. Laat je niet misleiden door het woord ‘werkbladen’. Die zijn natuurlijk bedoeld voor schoolse situaties, maar de vragen zijn uitstekende uitgangspunten om thuis over te praten.

proefjes.nl – proefje bliksemballon

Ben je bang voor onweer? Of vind je de bliksem en de donder juist heel spannend? Je kunt de bliksem wel zien, maar niet van dichtbij bekijken. Dat zou erg gevaarlijk zijn. Toch kun je een kleine bliksem wel van dichtbij zien.

Naar het museum

Hebben jij en je kind de smaak van het proefjes doen te pakken? Plak er dan eens een dagje naar het museum aan vast. Er zijn diverse musea waar kinderen kunnen experimenteren en proefjes kunnen doen. Om er een paar te noemen

 

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: maak ’t zelf

Moet je doen: leer iets nieuws

Verder lezen

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: daar zit muziek in!

10 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 10: Daar zit muziek in.

Kinderen houden van muziek

Bijna alle kinderen zijn gek op muziek. Ze beluisteren hun favoriete hits of kinder-cd’s of spelen misschien zelf wel een instrument. Bezig zijn met muziek is dan ook een geweldige vakantie-activiteit. En wist je dat muziek heel goed is voor de ontwikkeling van je kind?

Muziek maken met kinderen (c) Cécile GraatInstrumenten knutselen met kleuters

In alles zit muziek. Een omgekeerde emmer is een trommel, een wc-rolletje gevuld met rijst doet dienst als sambabal, een sleutelbos rinkelt als een tamboerijn en postbode-elastieken om een schoenendoos gespannen maken een perfect snaarinstrument. Loop met je kind door het huis en verzamel materialen om zelf muziekinstrumenten van te knutselen. En daarna: muziek maken maar!

Muziek maken met Bennie Briljant

Bennie Briljant is een Nederlandse website waarmee kinderen vanaf 6 jaar muziek leren maken. Als ouder kun je meekijken, maar het is niet nodig, want er wordt precies vertelt wat er moet gebeuren. Als je kind nog niet zo goed kan lezen, is het wel handig om in de buurt te blijven om te helpen.
Op de website staan drie films van ongeveer een half uur. Ze bestaan uit verschillende delen, die afzonderlijk of alle na elkaar bekeken kunnen worden. In die delen leert je kind eerst de liedjes zingen, daarna ritmes klappen en tot slot kan het zelf meespelen met een slagwerkinstrument. Op de website worden een trommel, tamboerijn, sambabal en rasp gebruikt, maar met zelfgemaakte huis-tuin-en-keuken-instrumenten gaat het net zo goed.

Maak je eigen tophit met Garageband

Voor alles is een app, dus ook om muziek te maken. Er zijn apps die je smartphone of tablet omtoveren in een drumstel, een gitaar of een piano, óf je haalt gewoon een complete muziekstudio in huis. Want dat laatste is Garageband, de meest uitdagende app voor kinderen die echt met muziek aan de slag willen. In Garageband kun je zelf een instrument (piano, bas, strings, gitaar of drum) spelen of instrumenten automatisch laten spelen op basis van akkoorden die je ingeeft. Je kunt werken met versterkers, verschillende sporen, meerdere instrumenten, opname- en testmogelijkheden enzovoort, enzovoort. Tot slot het nummer inzingen en klaar is je tophit.
Garageband is beschikbaar als app voor de iPad en iPhone en draait ook als programma op Apple-computers. Er is geen Windows-versie van Garageband, maar er bestaan wel alternatieven voor Garageband voor Windows.

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Verder lezen

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: allemaal beestjes

8 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 9: Allemaal beestjes.

Als je je kind een beetje wilt sarren, moet je bij deze activiteit zeggen dat jullie naar de dierentuin gaan. Om vervolgens de achtertuin in te stappen en te zeggen: Zo, we zijn er! Flauw natuurlijk. Maar wel hartstikke waar. Want zelfs de kleinste achtertuin of het parkje om de hoek zit tjokvol dieren. Toegegeven, niet van het formaat olifant, maar het zijn vaak best bijzondere dieren. Een middagje dieren zoeken is dan ook een spannende vakantie-activiteit.

Hoeveel dieren zitten er in de tuin?

Sommige kinderen zijn er meteen voor te porren om bloempotten om te draaien en in donkere hoekjes te kijken op zoek naar beestjes. Andere vinden het maar eng. Of vies. Kijkt je kind nog een beetje bedenkelijk? Prikkel je zoon of dochter dan door te vragen hoeveel verschillende dieren hij of zij denkt dat er in jullie tuin te vinden zijn. Vlinders, de poes van de buren, het konijn, mieren en een vogel. Een stuk of vijf?

Plak daar maar gerust een nul of misschien wel twee nullen aan vast. In Nederlandse tuinen komen duizenden dierensoorten voor, van piepklein en met het blote oog bijna niet te zien tot dieren die je veel gemakkelijker kunt ontdekken, als vogels, padden en egels. Ter vergelijking: in Wildlands Emmen wonen maar honderd verschillende soorten dieren. Dus je hebt echt niets te veel gezegd met je ‘dierentuin’.

Speuren naar tuindieren

Op zoek naar alles wat kruipt, vliegt, loopt, fladdert, zoemt, piept en zingt. Als een mini-Freek Vonk op tuinsafari. Een glazen pot om kleine diertjes in te verzamelen is handig. Of een speciaal insectenbakje met een vergrootglas in het deksel. Maar ‘verzamelen’ met een fototoestel gaat ook prima. Dat is ook wel zo veilig als je kind allergisch is voor insectenbeten of -steken.

Laat je kind lekker zijn eigen gang gaan. Sommige kinderen lopen een vlug rondje door de tuin, kijken wat omhoog en omlaag en zeggen dat er maar twee dieren te vinden zijn. Anderen duiken gelijk bovenop een mierennest en proberen zo veel mogelijk mieren in hun bakje te doen. Het is leuk om te zien hoe je kind zoiets aanpakt. De snelle zoeker kun je verleiden om eens onder een tak of een tegel te kijken, de mierenverzamelaar kun je erop wijzen dat de tuin nog véél groter is en dat er ook nog andere dieren dan mieren te verzamelen zijn.

Jonge kinderen kun je zelf op weg helpen door een afstreepkaart te maken met bijvoorbeeld een vlinder, een slak, een vogel, een spin en een lieveheersbeestje. Lukt het je kleuter om alle dieren te vinden?

Ook Het Klokhuis vorig jaar op tuinsafari en maakt een documentaire over pissebedden:

YouTube

No Description

Welk dier heb ik gevonden?

Hoeveel dieren heeft je kind kunnen vinden in de tuin? Tien, twintig, zestig? Super! Maar… wat zijn dat nou eigenlijk precies voor dieren? Een mier en een slak zal je kind nog wel kunnen benoemen, maar een honderdpoot of een duizendpoot (weet jij het verschil; moet je echt pootjes tellen?) wordt al lastiger. Om nog maar te zwijgen van de groene struiksnuittor en de springkever. Dan biedt de website of app Dierenzoeker een uitkomst. Die kun je gebruiken om de meestvoorkomende dieren in de tuin te determineren. Dierenzoeker is ontwikkeld door tv-programma Het Klokhuis en natuurmuseum Naturalis.

Ook ’s nachts en ’s avonds op pad

Laat je kind ook eens ’s avonds als het donker is in de tuin op zoek gaan naar dieren (het is toch vakantie, dus een keertje laat opblijven kan best). Dan zijn er weer heel andere dieren actief dan overdag. Nachtvlinders bijvoorbeeld. Maar misschien zien jullie ook wel een vleermuis (in de schemering) of scharrelt er een egeltje rond!

Let op: controleer je kind na het dieren zoeken op teken. In het hoge gras of in de struiken kan je kind er gemakkelijk eentje oplopen. Teken moet je snel verwijderen om te voorkomen dat ze ziektes overbrengen.

Zomer 2017: Moet je doen!

Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Verder lezen