Taal

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

2 maart 2017 | Reacties (0)

Kinderen in groep 2 heten ook wel ‘oudste kleuters’. Dat is een term die hun positie mooi aangeeft. Aan de ene kant worden ze al echt groot, maar tegelijkertijd mogen ze ook nog lekker kleuter zijn. Ook tussen kinderen onderling zijn de verschillen vaak groot.

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Kinderen in groep 2 maken een enorme ontwikkeling door. Alleen al lichamelijk verandert er van alles: ze verliezen hun kleuterpostuur, wisselen wellicht al hun eerste tanden en zowel de grove als de fijne motoriek worden steeds beter. Maar ook geestelijk  en cognitief gaat het hard. De meeste kinderen kunnen zich steeds langere periodes achter elkaar concentreren, hun woordenschat groeit, het kortetermijngeheugen wordt steeds beter en ze gaan steeds nauwkeuriger waarnemen.

Schoolrijp

Deze ontwikkelingen maken samen dat de oudste kleuters aan het eind van het schooljaar klaar zijn om de overstap naar groep 3 te maken.  Het kind wordt ‘schoolrijp’, zoals dat heet, wat er kort gezegd op neer komt dat het kind eraan toe is om te leren lezen, schrijven en rekenen. In groep 2 worden de oudste kleuters op allerlei manieren uitgedaagd om die ontwikkeling te stimuleren en nieuwe vaardigheden te oefenen en verbeteren.

Voorbereidend lezen, rekenen en schrijven

Net als in groep 1 is spelend leren de manier waarop kinderen in groep 2 vaardigheden opdoen. Dat wil niet zeggen dat de leerkracht de kinderen lukraak wat laat doen. Je merkt er niet zo veel van, maar ook in groep 2 is er sprake van echte vakken: voorbereidend lezen, voorbereidend rekenen, voorbereidend schrijven. Het woord ‘voorbereidend’ is het sleutelwoord: kinderen leren in groep 2 nog niet lezen, schrijven en rekenen (daar zijn ze ook nog niet aan toe), maar spelenderwijs doen ze vaardigheden en kennis op die ze nodig hebben om in groep 3 wel met rekenen, schrijven en lezen te kunnen beginnen.

Voorbeelden

Voorbereidend lezen:

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord kabouter is groter dan het woord reus.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week’. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in.  Kinderen leren zo vertrouwd raken met de verschillende vormen van letters (al hoeven ze die nog niet echt te kennen), maar vooral ook met het gegeven dat een letter aan een klank is gekoppeld.

Voorbereidend rekenen:

  • Tellen van 0 tot 20 en weer terug.
  • Ordenen en sorteren.
  • Oefenen met erbij en eraf, meer en minder.

Voorbereidend schrijven

  • prikken
  • kralen rijgen
  • vingerverven
  • stoepkrijten
  • doolhoven maken
  • schrijfpatronen als lussen en golven overtrekken
  • etc.

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn natuulijk prima. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Voorlezen is elke dag een feest

Voorlezen is elke dag een feest

25 januari 2017 | Reacties (0)

Veel scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zijn vandaag gestart met het Nationale Voorleesontbijt. Talloze bekende én onbekende Nederlanders lazen voor aan peuters en kleuters om zo het voorlezen, aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, te stimuleren. Ze lazen de kinderen voor uit het Prentenboek van het Jaar: ‘De Kleine Walvis’ van Benji Davies.

Het voorleesontbijt is de start van de 14de editie van De Nationale Voorleesdagen.

Voorlezen is niet alleen leuk, het is ook nog eens heel goed voor de taalontwikkeling van kinderen. Op de website van de Nationale Voorleesdagen vind je tips om het meeste uit je dagelijkse voorleesmoment te halen. Ook staat daar de Prentenboeken top-10. Uit het overstelpende aanbod van prentenboeken maakte een jury van jeugdbibliothecarissen jaarlijks een selectie, die je helpen een leuk prentenboek te vinden.

Nationale Voorleesdagen

Voorlezen is elke dag een feest! Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt. Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip .

Verder lezen

Spelling, een ingewikkelde klus

Spelling, een ingewikkelde klus

24 januari 2017 | Reacties (0)

Er is een tijd in het leven van je kind dat spelling heerlijk overzichtelijk lijkt: aan het begin van groep 3, als je kind alleen nog maar klankzuivere woorden leest en schrijft. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Bleef het maar zo eenvoudig!

Het lastige aan de Nederlandse spelling is dat onze taal ongeveer veertig klanken kent, maar het alfabet maar 26 letters heeft. Sommige letters hebben meerdere klanken (denk maar aan de e in bel, Lego en praten) en sommige klanken kun je op verschillende manieren schrijven (met ij/ei, au/ou. g/ch, maar ook geluk en lelijk). En dan komen daar de ingewikkelde regels van de werkwoordspelling met zijn d’s, t’s en dt’s nog bij!

Luisterwoorden, weetwoorden en regelwoorden

Om goed te leren te spellen moet je kind weten welke strategie hij moet toepassen. Schrijf je het woord zoals het klinkt (‘luisterwoorden’) of is het een woord waarvan je domweg moet onthouden hoe je schrijft (‘weetwoorden’). Of is er wellicht een spellingsregel van toepassing (‘regelwoorden’): hond schrijf je met een -d want die hoor je als het woord langer maakt en hij houdt schrijf je met -dt want werkwoorden op -den krijgen in de derde persoon enkelvoud een -t achter de stam. Bij regelwoorden moet je kind eerst uitgoochelen om welke regel het gaat en dan nog wat de uitkomst is. Ga er maar aanstaan!

Het aanleren van de spellingsregels is in groep 5 en 6 dan ook vaste prik. Leerde je kind in groep 4 nog voornamelijk woorden van één lettergreep spellen, nu worden die regels verbreed naar woorden van twee of drie lettergrepen. Ook komen er nieuwe spellingcategorieën aan bod. In groep 6 wordt een begin gemaakt met het aanleren van de werkwoordspelling.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

In groep 5:

  • woorden met -je, -pje, -kje of -etje aan het eind: liedje, filmpje, kettinkje, karretje
  • samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar: broodplank
  • woorden waarbij in het meervoud de f in een v verandert of de s in een z: druif – druiven, kaas – kazen
  • woorden met -elen, -enen of -eren: wandelen, tekenen, hinderen
  • woorden met -lijk of -ig: lelijk, keurig

In groep 6:

  • meervoud op ‘s: taxi’s, piano’s, baby’s
  • woorden met een c: cel, actief
  • woorden op -atie,- itie, -tie: traktatie, politie, vakantie
  • tijdsaanduidingen met ‘s: ‘s morgens
  • hoofdletters bij landen, steden, inwoners: Nederland, Amsterdam, Duitser
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ven en -zen: geven – hij geeft, lezen – jij leest
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -den: houden – ik houd – hij houdt

In groep 7:

  • leenwoorden
  • woorden met ‘s
  • woorden met trema en koppelten
  • werkwoordspelling

In groep 8:

  • woorden met tussen-n
  • werkwoordspelling
  • 4000 woorden kunnen spellen

Veel scholen gebruiken taalmethodes waarbij kinderen op de computer spelling oefenen. Die oefeningen zijn verpakt in een leuke, kleurrijke vormgeving of in een spelletjesvorm. Ook de dictees worden vaak op de computer afgenomen. Het voordeel van deze manier van werken is dat kinderen oefenen op hun eigen niveau: zwakke spellers krijgen een programma met meer oefening dan sterke spellers en woorden die je kind al probleemloos kan spellen hoeven niet eindeloos herhaald te worden; die tijd kan beter worden besteed aan woorden die nog wel problemen geven.

 

Spelling is voor Britt echt een struikelblok. Ze moet thuis extra oefenen. Dat doet ze op de computer via een speciale site van school, maar ze krijgt ook een woordenlijst op papier mee. Britt moet elke dag vijf woorden van de lijst leren. Eerst schrijft ze de woorden twee keer over, daarna lezen wij de woorden voor en moet Britt ze opschrijven. Vijf woorden lijkt niet zo veel, maar het is best pittig, vooral op de dagen dat Britt naar de bso gaat en we allemaal pas laat thuis zijn.

 Ilse, moeder van Britt (9)

 

Dictees in soorten en maten

Een manier om spelling te toetsen, is het ‘dictee’. Er zijn verschillende soorten dictees:

Instapdictee: dictee aan het begin van het schooljaar om vast te stellen wat je kind nog weet van vorig jaar

Signaal- of signaleringsdictee: soort oefendictee om te kijken of je kind de woorden waarmee het momenteel oefent goed genoeg beheerst. Indien nodig gaat je kind hierna extra oefenen.

Controledictee: einddictee om vast te stellen of je kind de woorden nu goed genoeg kent. Scoort je kind onvoldoende, dan is nog meer herhaling nodig.

Parkeerweekdictee: dictee dat controleert of je kind alle tot nu toe behandelde spellingsproblemen beheerst. Het wordt afgenomen in de ‘parkeerweek’, waarin eerder behandelde stof nog eens wordt herhaald.<ek>

Dyslexie of gewoon niet zo goed in spelling?

Van kinderen die moeite hebben met spelling, wordt  al snel gedacht dat ze dyslectisch zijn. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ook kinderen zonder dyslexie kunnen slecht zijn in spelling.

Zwakke spellers hebben vaak moeite met de klank-letterkoppeling. Ze schrijven letterlijk op wat ze horen. Daarnaast willen ze vaak alle woorden die leren onthouden. Dat kan het geheugen gewoon niet goed aan. Door het onthouden van een woord in plaats van een regel lukt het niet om vergelijkbare woorden goed te schrijven

Spellingproblemen zie je vaak wanneer kinderen spontaan schrijven. Regels of bepaalde weetwoorden zijn niet goed genoeg geautomatiseerd. Of ze kennen de regel wel, maar weten niet goed hoe ze hem moeten toepassen.

Zwakke spellers hebben naast extra uitleg ook extra oefening nodig. Als ze elke dag actief met spelling bezig zijn, gaan ze beter spellen. Geef je kind, als je thuis oefent, zo snel mogelijk feedback. Zwakke spellers zijn vaak onzeker en vinden het fijn om te horen of ze woord goed hebben gespeld.

Thuis spelling oefenen

Als je kind moeite heeft met spelling, is het belangrijk om veel te oefenen. Ook thuis kun je dat doet. Het is best lastig om spelling op een speelse manier te oefenen, want het correct kunnen schrijven van woorden en regels toepassen is nu eenmaal niet zo speels van aard. Veel kinderen het leuk om te oefenen met een app. Wil je weten welke app voor jouw kind het meest geschikt is, lees dan ons artikel Populaire apps om spelling te oefenen. Maar wist je dat er ook spellen bestaan om te oefenen met spelling? Die maken van spelling oefenen een gezellige momentje van de dag.

Warrige woorden is zo’n spel. Misschien kent je kind het al, want veel scholen hebben het spel ook in de kast liggen. Er zijn verschilldne uitvoeringen, die aansluiten bij de lesstof van spelling in de diverse groepen van de basisschool. Warrige woorden is een kwartetspel, waarbij je kwartetten verzamelt door het woord goed te spellen. Met een speciale ‘magische kaart’ kun je controleren of je het woord wel goed spelt.

Ook erg leuk: Spellingtoren. Dit is een spelletje met kaarten waarmee je kind oefent in het opsporen van verkeerd gespelde woorden. Dat is handig, want ook bij de Cito-toetsen spelling wordt op deze manier getoetst hoe goed je kind is in spelling. Het spelletje is zelfcontrolerend; je kind kan dus zelf nagaan of hij of zij alles goed heeft gedaan. In dit filmpje zie je hoe dat gaat:

Spellingtoren

Een grote HIT op de N.O.T. 2015 (Nationale Onderwijs Tentoonstelling, Nederland) Maak kennis met het spiksplinternieuwe zusje van DraaiTaal… Spe(e)l je weg naar de top met Spellingtoren! Elk Spellingtoren-spel bevat 8 spellen van 6 kaarten om te leren spellen. Leerlingen zoeken spelfouten, terwijl ze Spellingtorens bouwen.

Ook van Spellingtoren zijn er verschillende versies, die horen bij een bepaalde groep op de basisschool.

Zowel Warrige woorden als Spellingtoren is te koop in de webshop van Heutink, de grootste leverancier van schoolmiddelen in Nederland. Hier kun je overigens ook terecht als je schoolboeken voor thuis wilt kopen om extra te oefenen. Maar ook een ‘golden oldie’ als Loco vind je hier. Loco ken je waarschijnlijk nog wel uit je eigen schooltijd. Het is al sinds jaar en dag een populair educatief product voor zowel school als thuis. Op het gebied van spelling heeft Loco per groep diverse oefensets.

Maxi loco | Spelling | Groep 6 kopen? | Heutink.nl

Maxi loco | Spelling | Groep 6 nodig? Heutink.nl is totaalleverancier op het gebied van educatie & ontwikkeling! ✓ Direct uit voorraad leverbaar

 

 

 

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (3)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie. Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

14 december 2016 | Reacties (0)

Nadat je kind heeft leren lezen, komt de volgende stap: lezen om te leren. Dat lukt alleen als je kind begrijpt wat hij leest. Begrijpend lezen heet dat en het is een vak waar veel kinderen best wat moeite mee hebben. Met de juiste aandacht en aanpak kun je je kind goed helpen zijn of haar leesbegrip te verbeteren.

Wat is begrijpend lezen?

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen.

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen. (NBB/Foto Klaske)

Eenvoudig gezegd: begrijpend lezen houdt in dat je snapt wat je leest. Dat klinkt logisch en dat is het ook, maar het betekent niet dat begrijpend lezen vanzelf gaat. Zoals beschreven in het artikel Leesbegrip, niet zo makkelijk als het lijkt zijn er drie succespijlers voor leesbegrip: een grote woordenschat, kennis van de wereld en voldoende technische leesvaardigheid (vlot kunnen lezen).

Toch zijn die drie succespijlers nog geen garantie dat je kind geen moeite heeft met begrijpend lezen. Begrijpend lezen vergt inspanning en moeite. Het vereist een bewust, actief en interactief proces vóór, tijdens en na het lezen van een stuk tekst. Geen wonder dat veel kinderen moeite hebben met begrijpend lezen.

Begrijpend lezen, een belangrijke vaardigheid

Begrijpend lezen is een heel belangrijk vak op de basisschool, dat dan ook in de Cito-toetsen uitgebreid wordt getoetst. Leesbegrip is immers een vaardigheid, waar je in het leven vaak mee te maken krijgt. De meeste Nederlandse kinderen hebben echter een hekel aan begrijpend lezen, zo is uit onderzoek gebleken. Dat is jammer, want kinderen die gemotiveerd zijn, gebruiken meer strategieën waardoor vervolgens hun leesprestatie verbetert.

Leesplezier helpt om begrijpend lezen te verbeteren

Leesplezier kun je dus beschouwen als de vierde succespijler onder goed begrijpend lezen. Kinderen die met plezier lezen, zullen meer gaan lezen en gaan er steeds meer van genieten (omdat ze er steeds beter in worden). Kinderen die met tegenzin lezen, bouwen minder leeservaring op en krijgen het steeds moeilijker.

Als je je kind thuis wilt helpen om beter begrijpend te lezen, moet je dus zorgen dat je leuke boeken en tijdschriften in huis hebt. Het is een bekend gegeven dat kinderen die thuis de beschikking hebben over allerlei verschillende leesmaterialen, beter scoren op Cito-toetsen begrijpend lezen.

Welke materialen zijn geschikt om begrijpend lezen te oefenen?

Het korte antwoord is: alle leesmaterialen. Van leesboeken en informatieve boeken tot Donald Duck, van recepten tot reclamefolders. Door veel te oefenen, leren kinderen steeds vloeiender lezen, bouwen ze hun woordenschat uit en leren ze over de wereld om hen heen (de drie succeselementen van begrijpend lezen, weet je nog?).

Het lange antwoord heeft te maken met het eerder genoemde actieve leesproces dat nodig is om teksten goed te kunnen begrijpen. In dit actieve leesproces past je kind bewust verschillende strategieën toe: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen stellen (meer hierover lees je in het artikel De 4 V’s voor beter begrijpend lezen). Op school krijgt je kind deze leesstrategieën aangeleerd, maar als je kind slecht is in begrijpend lezen kan het helpen om hier thuis ook tijd en aandacht aan te besteden.

Als je heel specifiek samen met je kind deze leesstrategieën wilt oefenen, of als je zelf wilt ontdekken hoe daar op school mee wordt omgegaan, kun je terecht op de website Leestrainer.nl. Deze site wordt ook op veel scholen gebruikt als voorbereiding op de Cito-toetsen begrijpend lezen. De site is schools van opzet; waardoor kinderen het niet altijd leuk vinden om hier thuis mee aan de slag te gaan. Hetzelfde geldt voor allerlei oefenboekjes die je op dit gebied kunt kopen.

Samen met een boekje op de bank

Veel leuker is het om gezellig met je kind en een boekje op de bank te kruipen. Door samen met je kind bezig te zijn met de verhaaltjes en de vragen en kom je erachter hoe je kind te werk gaat bij het lezen. Welke leesstrategieën past je zoon of dochter al toe en welke nog niet? Je helpt je kind door samen over de tekst te praten en bijvoorbeeld zelf hardop leesstrategieën toe te passen. “Goh, dit verhaaltje heet ‘zonder zwembroek’ en ik zie een plaatje van een jongen die met blote billen in het zwembad staat. Hij kijkt niet zo blij. Wat zou er gebeurd zijn? Zou zijn zwembroek zijn afgegleden toen hij van de duikplank sprong? Weet je nog dat jij dat op vakantie ook een keer had?”

Samen bezig zijn met een boekje op de bank is bovendien erg gezellig en creëert een fijne, intieme sfeer rond het lezen.

Verder lezen

Is jouw kind een 'risicolezer'?

Is jouw kind een ‘risicolezer’?

18 oktober 2016 | Reacties (0)

Problemen met lezen komen het meest voor in groep 3. Voor veel ouders is dat schrikken; zij vrezen dat hun kind misschien dyslexie heeft, een leerstoornis die blijvende problemen met lezen met zich meebrengt. Vaak is die angst voorbarig. Moeite met het leren lezen in groep 3 is een veelvoorkomend probleem.

moeite-met-leren-lezen-in-groep-3

Meer dan tien procent van de kinderen kan het normale tempo in groep 3 niet helemaal bijbenen omdat ze in hun ontwikkeling nog niet helemaal toe zijn aan leren lezen en schrijven. Met extra hulp gaan zij vaak goed vooruit, waardoor ze al snel weer kunnen ‘aanhaken’.

Lukt het beetje met leren lezen?

Een hulpmiddel voor de leerkracht om in groep 3 snel te kunnen ingrijpen als een kind achterblijft met lezen is de ‘herfstsignalering’. Na de eerste maanden leesonderwijs, rond de herfstvakantie, wordt per kind zorgvuldig bekeken of het een beetje lukt met leren lezen.

Door middel van toetsen wordt precies vastgesteld hoe je kind zich redt met klankherkenning, letters benoemen, letters schrijven, woordjes en zinnetjes lezen. Het is belangrijk om te weten of de kinderen de letters en woorden die tot nu toe zijn geleerd ook geautomatiseerd en onthouden hebben. Ook het leestempo (hoeveel woorden kan een kind lezen in een minuut) en het technisch lezen (kan een kind nieuwe woorden lezen met de aangeleerde letters) komen in deze toets aan bod.

Deze eerste toets brengt niet alleen de kinderen in beeld die moeite hebben met lezen, maar ook de goede lezers. Sommige kinderen blijken nu al alle letters te kennen en nieuwe woorden in snel tempo te kunnen lezen. Die kinderen kunnen op basis van deze toets in het vervolg met moeilijker lesjes aan de slag.

Vroeg ingrijpen voorkomt vastlopen bij leren lezen

De herfstsignalering heeft echter vooral een preventief doel. Door ‘risicolezers’ vroeg op te sporen, wordt voorkomen dat deze kinderen pas geholpen worden als ze echt zijn vastgelopen. Daarnaast helpt de herfstsignalering om kinderen die mogelijk dyslexie hebben snel in beeld te krijgen. Niet voor niets is de herfstsignalering onderdeel van het dyslexieprotocol van basisscholen.

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Schreuder

Mijn kind loopt achter in groep 3: wat nu?

In de meeste gevallen krijgen de kinderen extra hulp van hun groepsleerkracht in hun eigen klas, maar soms is het beter kinderen apart of in kleine groepjes te helpen. Er kan ook een onderwijsassistent, remedial teacher of intern begeleider worden ingeschakeld om extra hulp en begeleiding te geven. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Maakt je kind onvoldoende vorderingen, dan wordt een plan van aanpak opgesteld, waarin wordt beschreven hoe gedurende een bepaalde periode met je kind apart speciale vaardigheden worden geoefend.

Is al die extra aandacht niet een beetje overdreven?

Veel ouders voelen zich behoorlijk overdonderd als hun kind na een paar maanden in groep 3 al extra begeleiding moet krijgen. Is dat nu allemaal wel nodig? Komt het lezen niet vanzelf als het kind een beetje ‘rijpt’? Nee, zeggen onderwijsdeskundigen. Uit onderzoek blijkt dat leren lezen namelijk geen ‘natuurlijk leerproces’ is. Zonder extra inspanning komt het niet vanzelf goed. Sterker nog, hoe langer wordt gewacht met hulp bieden, hoe kleiner de kans op een goede ontwikkeling.

Mijn kind haalt de b en de d door elkaar. Is dat erg?

Veel kinderen halen in de eerste helft van groep 3 de letters b en d nog door elkaar. Dat is nu nog niet iets om je zorgen over te maken. Ga de letters niet los oefenen. Vraag je kind ook niet of een letter een b of een d is. Dat leidt namelijk alleen maar tot extra verwarring: je kind hoort beide klanken bij dezelfde letter. Iedere keer dat je kind twijfelt, wordt de verwarring groter. Je kunt beter de letter zeggen voordat je kind de kans krijgt om te twijfelen. Probeer de letters zo veel mogelijk in woorden te oefenen, in plaats van los.

Of heeft mijn kind misschien toch dyslexie?

Lang niet alle kinderen met leesproblemen in groep 3 hebben dyslexie. De meeste kinderen die moeite hebben met leren lezen, lukt het om met wat extra inspanning weer aan te haken. Ongeveer 2 tot 4 procent van de kinderen heeft dyslexie (jongens vaker dan meisjes). Bij dyslexie speelt erfelijkheid een grote rol. Als één van de ouders dyslexie heeft, dan heeft het kind 40 tot 50% kans op dyslexie. Als beide ouders dyslexie hebben, dan is de kans zelfs 80%. Als er in de hele familie geen dyslexie voorkomt, dan is de kans op dyslexie erg klein.

Ook bij kinderen met dyslexie geldt: hoe eerder het probleem wordt ontdekt, hoe beter. Door al vroeg extra te oefenen en een goede basis te leggen, kan de ernst van de problemen worden verminderd. Dit zorgt ervoor dat een kind beter kan meekomen in de klas.

Vlak voor de herfstvakantie belde de juf ’s avonds om een afspraak met ons te maken. Ze had geconstateerd dat Björn achterbleef met leren lezen. Ik vond dat ze ontzettend overdreef. Het schooljaar was immers nog maar net begonnen, hoe kon je dan al spreken van een achterstand? Hij had het hele schooljaar nog om te leren lezen. We zijn zelfs bij de directeur geweest om verhaal te halen. Zij heeft ons uitgelegd dat ze bewust zo vroeg al kijken naar kinderen die meer moeite hebben dan andere bij het leren lezen, zodat ze die extra kunnen begeleiden. Björn leest nu drie keer per week extra met de klasse-assistent en we oefenen ook thuis met hem. Hij gaat vooruit, maar heel langzaam. Het lijkt erop dat hij misschien dyslectisch is.

Dennis, vader van Björn (in: Hét Basisschoolboek)

Lees ook:

 

Bronnen:

(Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder en Freepik)

Verder lezen