Lezen

7 redenen om je kind strips te laten lezen

7 redenen om je kind strips te laten lezen

16 oktober 2017 | Reacties (0)

“Ga nou eens een écht boek lezen!” Het was eruit voor je er erg in had. ’t Was alsof je je moeder hoorde praten toen je vroeger met de Donald Duck op de bank de hing, net zoals je negenjarige zoon nu.

kinderen lezen strips donald duck

Stripboeken zijn geen ‘echte boeken’. Het is een stemmetje dat bij veel ouders nog altijd in het achterhoofd zingt. Maar het is de hoogste tijd om dat stemmetje nu eens voor eens en voor altijd de mond te snoeren. Want met strips lezen is niets mis. Sterker: kinderen leren juist heel veel van strips lezen. Verderop in dit artikel geven we je zeven redenen (maar er zijn er meer) om je kind strips te laten lezen.

Taalarmoede en bederf van leeslust

Maar eerst duiken we de geschiedenis in om te bekijken waarom strips zo’n kwade reuk hebben gekregen, want dat is een interessant verhaal. Zeker als je bedenkt dat de geschiedenis zich min of meer heeft herhaald met achtereenvolgens de televisie, videogames, computerspellen en tablets… Allemaal werden ze weggezet als voor de jeugd verderfelijke uitvindingen van de nieuwe tijd. Totdat later het inzicht kwam dat ze best meevallen en, sterker nog, eigenlijk best een positieve invloed kunnen hebben, ook op educatief gebied.

Beeldverhalen bestaan er al langer, maar het eerste echte stripboek verschijnt in 1933 in Amerika: Famous Funnies. Het nieuwe genre wordt in korte tijd razend populair bij de jeugd. In jaren veertig leest 90 procent van de kinderen tussen 6 en 11 jaar gemiddeld vijftien stripboekjes per maand. Laat de cijfers even tot je doordringen: het is echt een indrukwekkende hoeveelheid (veel)lezende kinderen. Hedendaagse leesbevorderingsprojecten kunnen alleen maar dromen van dit soort cijfers.

Ook de Nederlandse jeugd omarmt het stripboek. Maar er is ook veel weerstand. Strips zouden de leeslust bederven (vertaal: het lezen van ‘echte boeken’), taalarmoede in de hand werken en de overmaat aan prikkelende beelden zou de fantasie afstompen. Dat er in strips in die tijd veel spelfouten staan, maakt het er niet beter op. In 1949 verbant de minister van Onderwijs strips uit het basisonderwijs. In 1952 verschijnt het overheidsrapport Maatschappelijke verwildering der jeugd, waarin de stripcultuur er stevig van langs krijgt.

‘Deze kinderen worden stripkinderen’

Amper vijf weken nadat schrijfster Annie M.G. Schmidt haar eerste Jip en Janneke-verhaaltje publiceert, komt in 1952 de eerste Nederlandse Donald Duck uit. Annie M.G. Schmidt moet er weinig van hebben:

“Het is een tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen erop af, omdat het kleur is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierkarikaturen lachen, ze vinden het allemaal erg lollig. Ze gieren om de banale grapjes, want ze hebben nooit iets beters waar ze om lachen kunnen. Ik kijk het prul even in en ik moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van meer dan honderdduizend exemplaren verspreid wordt in het land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen zullen behalve het stripblad ook nog de strips in de krant bekijken. En de strips in het damesblad van hun moe. En verder niets. Ze gaan later naar de film, of kijken naar de televisie, en zien daar ook een soort van strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen.”

(Uit: Van schuitje varen tot Schendel, 1954)

Stripmensen, zo veel moge duidelijk zijn, zijn geen ‘echte lezers’.

Verband tussen strips en geweld, drugs en homoseksulateit

Dat de Donald Duck-redactie zich bewust is van hoe negatief er naar strips werd gekeken, blijkt wel uit het voorwoord van dat eerste nummer. Oom Donald spreekt de lezertjes streng toe:

 “Ik ken jullie wel zo’n beetje en dus weet ik, dat de meesten van jullie allesbehalve brave Hendrikken en Henrina’s zijn. Jullie ouders en onderwijzers (om nog maar niet te spreken van politie-agenten!) hebben veel met jullie te stellen en dat is te begrijpen, want de jeugd van Nederland staat bekend als tamelijk baldadig en lastig. Er moet voortdurend op jullie gelet worden en nog veroorzaken jullie heel wat verdriet en narigheid.”

Het is in deze tijd dat de invloedrijke Amerikaans-Duitse psychiater Fredric Wertham zijn succesvolle kruistocht tegen het stripboek voert. Hij betoogt dat er een wetenschappelijk verband is tussen strips en misdadig gedrag, drugsgebruik en homoseksualiteit en publiceert daarover in 1954 de bestseller Secuding the Innocent.

Werthams boek leidt ertoe dat in Amerika de zogeheten Comics Code van kracht wordt, waardoor hoofdredacteuren aan zelfcensuur gaan doen, en dat de beweging die stripboeken voor de jeugd wil verbieden veel aanhang krijgt.

In 2010 werd het onderzoeksmateriaal van Werthams vrijgegeven: hij bleek er een nogal frauduleuze onderzoekersstijl op nagehouden te hebben. De ‘bewijzen’ die hij in zijn boek aanhaalde, bestonden helemaal niet. Maar dat blijkt pas een halve eeuw nadat de strip heel diep in het verdomhoekje terecht is gekomen.

Vergif voor de jeugd

Wertham heeft in Nederland minder invloed dan in Amerika. De Nederlandse strips zijn, het voorwoord uit de eerste Donald Duck getuigt daarvan, een stuk braver dan de typisch Amerikaanse comic books in de jaren veertig en vijftig. Maar de gedachte dat beeldverhalen ‘vergif voor de jeugd’ zijn (zoals toenmalig minister van onderwijs Theo Rutten in 1948 stelde), heeft wortel geschoten.

Een brochure van het Vlaamse ministerie van onderwijs uit 1955 vat de bezwaren als volgt samen:

“Bezwarend voor het merendeel der huidige geïllustreerde tijdschriften is echter het feit dat zij als het ware én het beeld én de taal van het beeld ontwaarden. Daarenboven gaat deze waardevermindering van het hedendaagse geïllustreerd kinderblad gepaard met de anarchistische aanwending van het beeld, dat de overhand heeft op de tekst. Deze is slechts een secundair element, een soort verbasterd taaltje, dat bestaat uit tussenwerpsels en geluidsnabootsingen, die eerder primitief instinct en brutale sensatie weergeven dan gevoeligheid suggereren.”

(Bron: Een land van waan en wijs, geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur)

In een degelijke boekwinkel of bibliotheek, laat stáán een school, is voor stripboeken in de jaren veertig en vijftig dan ook geen plek. Onder invloed van pedagogen, bibliothecarissen en leraren verbieden veel ouders hun kind om strips te lezen.

Dat alles is dus de culturele bagage die wij onbewust nog meedragen en waardoor dat stemmetje in ons hoofd begint te piepen dat onze kinderen beter iets anders zou kunnen lezen dan strips…

En dat terwijl in de jaren zestig bij deskundigen het beeld al begint te kantelen. Het educatief gebruik van het stripverhalen als onderdeel van het (taal)onderwijs komt vanaf dan sterk in opmars. Het begint leraren op te vallen dat leerlingen die strips lezen beter zijn in taal. Inmiddels liggen er stapels wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat het lezen van strips heel leerzaam is voor kinderen.


7 redenen om je kind strips te laten lezen

 

1. Strips geven leesplezier

Strips lezen doe je voor je plezier. Zo simpel is het. De lol die het lezen van een strip oplevert, merkt je kind dat lezen hartstikke leuk kan zijn. Voor veel kinderen is een boek lezen een hele opgave, die ze liever uit de weg gaan. Strips zijn een ideaal middel om de drempel tot lezen te verlagen en ook nog eens heel wat leeskilometers te maken.


2. Strips zijn goed voor de woordenschat

Strips staan vol met moeilijke woorden. De oogst uit een paar pagina’s Donald Duck: zilverpoets, zakeninstinct, gigantisch, zich wagen in, bij de reis inbegrepen, carillon, op voorwaarde dat, sokkel, hebzuchtig, gedachten uitbannen.

Vergeleken met bijvoorbeeld AVI-boekenschrijvers kunnen stripmakers veel gemakkelijker moeilijke woorden gebruiken. Je zou misschien denken dat kinderen woorden die ze niet kennen gewoon overslaan tijdens het lezen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Omdat de teksten in strips zo compact zijn, is elk woord belangrijk. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor een kind de betekenis gemakkelijk kan achterhalen.

Uit een onderzoek van de Journal of Child Language is dan ook gebleken dat een kind in een stripboek maar liefst twee keer zoveel nieuwe woorden leest als in een gemiddeld kinderboek. Het stripboek lijkt zelfs de educatieve waarde van een gemiddelde gesprek met een volwassene voorbij te streven, want een kind leert in een stripboek maar liefst vijf keer zoveel nieuwe woorden.


3. Strips helpen verhaalstructuren doorgronden

Of het nu om een stripboek gaat met één lang verhaal of met een verzameling losse verhaaltjes: strips hebben altijd een duidelijke verhaallijn. Oorzaak en gevolg en probleem en oplossing zijn duidelijk te herkennen. De personages zijn karikaturaal, waardoor ze voor kinderen heel gemakkelijk te duiden zijn.

Strips nemen lezers bij de hand wanneer sprongen in tijd of ruimte worden gemaakt. Er staan aanwijzigen als ‘Een week later…’  of ‘Weer thuis…’. Kinderen raken hierdoor vertrouwd met dit soort verteltechnieken, waardoor ze deze – ook in boeken waar ze minder expliciet worden uitgelegd – kunnen begrijpen.

 

4. Strips zijn goed voor de algemene kennis

Lezen is niet het enige wat kinderen leren van stripboeken. Ze doen ook een schat aan algemene kennis op. Neem alleen al Asterix en Obelix: generaties gymnasiasten hebben tijdens hun schoolcarrière profijt gehad van alle kennis over de Oudheid die ze via deze strip hadden opgedaan. Stripfiguren reizen de hele wereld over en beleven allerlei avonturen. Als Suske en Wiske naar Londen gaan, ziet je kind deze wereldstad voor zich in de plaatjes.

 

5. Strips dwingen tot scherp observeren

Sommige strips bevatten veel woordgrapjes, bij andere zit de humor juist vooral in de plaatjes. Om de grap te begrijpen, moet je kind overal goed op letten: woorden, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal. Daardoor leert je kind goed observeren.

 

6. Plaatjes helpen zwakke kinderen

In strips vullen tekst en beeld elkaar volledig aan. Zwakke lezers, maar ook beelddenkers, kunnen soms verzuipen in een pagina vol letters en woorden. Strips kunnen voor hen een verademing zijn. Het lezen wordt volledig ondersteund door plaatjes, waardoor het verhaal gemakkelijker te begrijpen is. De tekst wordt opgedeeld in korte stukjes, die ook voor zwakke lezers behapbaar zijn. Daarnaast zijn de zinnen over het algemeen kort.

 

7. Strips geven leeszelfvertrouwen

De meeste strips verschijnen in serievorm. Ze zijn daardoor min of meer hetzelfde. Wie met succes één deel heeft uitgelezen, kan erop vertrouwen dat het met een ander deel ook wel zal lukken. Gaandeweg ontdekken kinderen dat ze er steeds meer uit halen: ze begrijpen het verhaal beter, krijgen meer details mee, kunnen verhaallijnen voorspellen, doorzien de humor beter. Dat is een geweldige boost voor hun leeszelfvertrouwen.

 

Verder lezen

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

4 oktober 2017 | Reacties (2)

Naar de boekwinkel gaan om een nieuw boek uit te zoeken in de Kinderweek, is in veel gezinnen een vaste traditie. Maar hoe zoek je nu eigenlijk een boek uit?

Sommige kinderen weten precies welk boek ze willen lezen. Het tiende deel in de Leven van een loser-serie. Of De gorgels, van Jochem Myer, omdat iedereen in de klas dat heeft gelezen. Of Meester Kikker van Paul van Loon, want de film was zo leuk.

Kinderen die graag en veel lezen, kunnen bij het kiezen van een boek vaak aansluiten bij eerdere leeservaringen. Maar voor kinderen die minder lezen, die hun eigen leessmaak nog aan het ontdekken zijn of die toe zijn aan iets nieuws, kan het behoorlijk lastig zijn om een leuk boek te vinden. Het aanbod is zo groot: hoe vind je als kind een boek dat bij je past?

‘Kinderen die een hekel hebben aan lezen bestaan niet. Ze hebben alleen het juiste boek nog niet gevonden’ (Frank Serafini)

Gelukkig zijn de boeken in boekwinkels en bibliotheken al een beetje voorgesorteerd: ze zijn globaal ingedeeld op leeftijd. Maar dan nog blijft het aanbod overweldigend. Bij het kiezen kan je kind afgaan op titel, plaatjes, de tekst op de achterkant, of een stukje lezen in het boek. In zekere zin blijft het kiezen van een boek altijd een gokje: je weet pas of een boek leuk is, als je het hebt gelezen. En dat is spannend, maar maakt het kiezen tegelijkertijd ook juist zo leuk.

Vertel hoe je zelf een boek kiest

Deel als ouder je eigen ervaringen met het uitzoeken van een boek. Hoe ga jij te werk? Vraag je anderen om boekentips? Heb je een lijstje met boeken waarover je iets hebt gehoord of gelezen? Waar let jij op als je in de boekwinkel of in de bibliotheek staat? Maar ook: hoe ervaar jij het als een boek tegenvalt? Vind je dat erg, of ben je blij dat je het boek toch hebt geprobeerd? Kies jij de veilige weg bij het uitzoeken van boeken of durf jij je te laten verrassen door een onbekende schrijver of een nieuw genre? Heb je wel eens een boek gelezen dat je van tevoren eigenlijk niet zo leuk leek, maar juist geweldig bleek te zijn?

Ook leuk: praat eens met opa en oma over hoe het in hun tijd ging. Wat voor soort kinderboeken waren er in hun jeugd? Hoeveel vrijheid om te kiezen hadden zij? Hadden zij favoriete boeken of schrijvers en welke dan? Is er een kinderboek dat hen altijd is bijgebleven, of dat ze op volwassen leeftijd nog eens hebben herlezen?

Lezen is een individualistische bezigheid, maar ‘een lezer zijn’ is dat niet. Door ervaringen uit te wisselen, wordt het lezen leuker en krijgt je kind handvatten aangereikt die hem of haar als lezer verder kunnen vormen.

Online hulp bij het uitzoeken van een kinderboek

Voor wie graag wat meer houvast heeft bij het uitzoeken van een boek, zijn er handige websites die hulp bieden bij het zoeken naar geschikte kinder- of jeugdboeken. Een aantal ‘boekzoek-websites’ op een rij:

Boekenzoeker

boekenzoeker

Op de praktische en mooi vormgegeven website Boekenzoeker staan niet alle kinderboeken, maar een selectie. Deze wordt gemaakt door een Nederlands-Vlaamse redactie, waarin zowel mensen uit het onderwijs, de bibliotheek en boekhandels zitten, als recensenten en andere boekenliefhebbers/kenners. De redactie houdt bij haar keuze in de eerste plaats rekening met de aanbevelingswaarde van een boek en de kwaliteit ervan.

De site is opgedeeld in vier leeftijdscategorieën, met elk hun eigen vormgeving en mogelijkheden. Kinderen (of ouders) kunnen boeken zoeken door te selecteren op interesses, onderwerpen en stemmingen. Wie zich op de site registreert, kan een nog persoonlijker leesadvies krijgen.

Ik vind lezen leuk

Sinds eind 2013 verzamelt leesbevorderaar Mathilde Talens recensies over kinder- en jeugdboeken op de webstie Ikvindlezenleuk. Het leuke aan deze website is dat er veel recensies op staan van kinderen, die zelf een aantal sterren toekenen aan een boek. De boeken staan gerangschikt op leeftijdscategorie. Er wordt aan gewerkt om de recensies ook via genre-aanduidingen te ontsluiten, wat de site nog geschikter gaat maken om al grasduinend nieuwe boeken te ontdekken. Wie al een boek op het oog heeft en benieuwd is naar wat andere kinderen ervan vonden, kan met de zoekfunctie ook goed uit de voeten.

Jaap Leest

Jaap Friso is een lezer en zijn liefde voor lezen is voelbaar op zijn website JaapLeest. Hij bespreekt er nieuwe kinder- en jeugdboeken en brengt boekennieuws. De recensies staan handig gerubriceerd op leeftijd en geven aspirant-lezers van de boeken precies de informatie waarnaar ze op zoek zijn. Hoe ziet het boek eruit, wie is de schrijver, wat is de achtergrond van het boek, is het goed geschreven? De recensies zijn van hoge kwaliteit, maar niet specifiek geschreven voor kinderen.

website jaapleest

Mevrouw Kinderboek

Mevrouw Kinderboek geeft tips om boeken te kiezen voor kinderen tot twaalf jaar, van prentenboeken tot boeken die pasen bij een thema van school of thuis. De site is bedoeld voor (groot)ouders, leerkrachten en bibliotheekmedewerkers, maar is zeker ook leuk voor kinderen om eens rond te neuzen. Mevrouw Kinderboek zet kinderen (van 4 tot 12 jaar) in als testlezer, die hun eerlijke oordeel vellen over boeken.

website mevrouw kinderboek

 

Hoe weet je of een boek niet te moeilijk is?

Bij het kiezen van een boek is het vooral belangrijk dat je kind een boek uitzoekt dat hem of haar echt leuk lijkt om te lezen. Staar je dus niet blind op AVI-niveaus, die zijn echt niet zo belangrijk. Kinderen die zelf gemotiveerd zijn om een bepaald boek te lezen, redden zich ook met moeilijke boeken. Maar als een boek echt té moeilijk is, zal het niet gaan.

Een handige test waarmee je kind zelf kan controleren of een boek te moeilijk is, is de vijfvingertest. Je kind leest één bladzijde in het boek om het niveau te bepalen. Voor het lezen begint, steekt je zoon of dochter vijf vingers omhoog. Bij elk woord dat moeilijk te lezen of onbekend is, moet één vinger naar beneden. Als aan het eind van de bladzijde alle vingers naar beneden zijn, is het boek waarschijnlijk nog wat te moeilijk. Twee of drie vingers naar beneden is geen probleem.

 


Update: 9 oktober 2017

Verder lezen

Kinderboekenweeg 2017

Wel of niet gruwelen in de Kinderboekenweek?

2 oktober 2017 | Reacties (0)

Woensdag begint de kinderboekenweek. Het thema dit jaar is ‘Griezelen- Gruwelijk eng!’ Lekker griezelen met monsters, zombies, Grompel en draken. Maar ook sprookjes, avonturen, wilde dieren en spoken.

Leuk thema? Daar zijn veel christelijke basisscholen het niet mee eens. Honderden christelijke scholen boycotten de kinderboekenweek. Ze zijn overgestapt naar de Christelijke Kinderboekenmaand, die het thema ‘Bibbers in de Buik’ heeft, of zwakken het thema af tot ‘spannend’.

De scholen die niet meedoen vinden dat het thema ‘gruwelijk eng’ kinderen onnodig bang maakt. Ze vragen zich af of het verantwoord is om kinderen via boeken te laten griezelen. Boeken over spoken en geesten zouden bovendien niet bij het geloof passen.

Alle kinderboekenweektitels van dit jaar op een rijtje

De Kinderboekenweek duurt van 4 tot 15 oktober. Op school, in de bibliotheek en in boekwinkels wordt van alles georganiseerd in de Kinderboekenweek. Ben je op zoek naar een boek dat aansluit bij het thema? Hieronder vind je per groep de twintig titels die ook centraal staan in het lesmaterialen voor scholen.

                   

GROEP 1 & 2

GROEP 3 & 4

GROEP 5 & 6

GROEP 7 & 8

Kinderboekenweeklied Kinderen voor Kinderen

Zoals elk jaar is er weer een speciaal Kinderboekenweekliedje van Kinderen voor Kinderen:

Kinderen voor Kinderen – Gruwelijk eng – dansles

ABONNEREN = GRATIS & LEUK http://bit.ly/1Le2XSQ | Dans mee met onze nieuwe hit ‘Gruwelijk eng’! Demi legt je het dansje stap voor stap uit. Volg je ons al? http://instagram.com/KinderenvoorKinderen http://facebook.com/KinderenvoorKinderen http://twitter.com/varaKvK Kijk voor meer leuke programma’s op http://zapp.nl

Christelijke kinderboekenmaand

De Christelijke Kinderboekenmaand, georganiseerd door de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en muziekvak, wordt in oktober 2017 voor de 23ste keer gehouden. Het thema van dit jaar, ‘Bibbers in je buik’, heeft raakvlakken met het thema van de algemene Kinderboekenweek ‘Griezelen’. Daar is een positief christelijk motto aan toegevoegd: ‘Je hoeft niet bang te zijn, want God is bij je’.

Drie auteurs

Speciaal voor de Christelijke Kinderboekenmaand zijn er drie actieboeken uitgegeven die passen bij het thema.

ONDERBOUW

MIDDENBOUW

BOVENBOUW

Ter gelegenheid van de Christelijke Kinderboekenmaand 2017 is ook een nieuwe cd verschenen in de serie Oké4kids. De cd’s uit deze serie behoren al jarenlang tot de best verkochte christelijke kindercd’s in Nederland.

Verder lezen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

7 september 2017 | Reacties (2)

Wat moet je doen om een woord te kunnen lezen? De letters herkennen, weten welke klank erbij hoort en daarmee het woord vormen. Dat is een heel proces voor iets wat later – als het goed is – vanzelf gaat. Om het aan te leren, oefenen kinderen in groep 3 met ‘hakken en plakken’ of met ‘zoemend lezen’ of ‘zingend lezen’.

Welke manier er op de school van jouw kind wordt gebruikt, hangt af van de lesmethode en ook nog van de versie van die lesmethode. De meeste scholen gebruiken de methode Veilig Leren Lezen van Zwijsen. In de Maan-versie (tot 2014 te koop) wordt hakken en plakken gebruikt. In 2014 is een nieuwe versie van Veilig Leren Lezen op de markt gekomen. In deze zogeheten Kim-versie leren de kinderen woorden lezen door middel van zoemend lezen. Als jullie school net een nieuwe leesmethode heeft aangeschaft, kan het dus zijn dan je kind hiermee aan de slag gaat. Ook vrij nieuw is de leesmethode Lijn 3. Die pakt het leren lezen weer net een beetje ander aan en heeft het over zingend lezen.

Wat is hakken en plakken?

Hakken en plakken is eigenlijk precies wat het begrip al aangeeft: het woord wordt eerst in stukjes (klanken) gehakt en daarna weer aan elkaar geplakt. Dit gaat het makkelijkst bij zogeheten ‘klankzuivere’ woorden. Dat zijn woorden waarbij de letterklanken zonder vervorming van de klanken worden uitgesproken. Een woord als tak is klankzuiver (t-a-k, maar peer niet omdat de ee-klank een beetje vervormt naar een i-klank. Op de meeste scholen wordt in groep 2 al een begin gemaakt met hakken en plakken.

Bij het hakken en plakken horen vaste handgebaren. Bij het hakken maken de leerlingen met twee platte handen tegen elkaar een hakbeweging; de kinderen spreken de klanken één voor één uit. Bij het plakken worden de klanken met een veegbeweging (soms een klapbeweging) van beide handen bij elkaar gevoegd en wordt het woord in zijn geheel uitgesproken. Op dit YouTube-filmpje oefenen twee meisjes met maan hakken en plakken:

maan roos vis 1

No Description

Hakken en plakken wordt vrijwel overal gebruikt en is ook onderdeel van het lesmateriaal. Bij de filmpjes van de methode Veilig leren lezen (maan-roos-vis) wordt het nieuwe woord bijvoorbeeld standaard gehakt en geplakt. Zoals op dit filmpje bij het woordje maan. Na een maand of drie leesonderwijs verdwijnt hakken en plakken naar de achtergrond en gaan kinderen steeds meer vloeiend lezen.

Zoemend lezen en zingend lezen

Bij zoemend lezen en zingend lezen worden de klanken lang aangehouden. In die tijd kan het kind vooruitkijken naar de volgende klank. Bij ‘zoemen’  en ‘zingend lezen’ worden de klanken van het woord uitgesproken zonder ze op te breken in aparte stukjes. De eerste letterklank wordt lang aangehouden, waarna de volgende eraan vastgeplakt word: mmmaaaan (maan) of sssssiiiiiiip (sip).

In dit filmje wordt uitgelegd hoe zoemend lezen werkt:

Veilig leren lezen – zoemend lezen

Uploaded by Uitgeverij Zwijsen on 2015-02-02.

Het zingend lezen is eigenlijk een andere manier van ‘plakken’. Onderwijskundige José Schraven, auteur van de methode Zo leer je kinderen lezen en spellen, is er een voorstander van om het hakken van woorden (de auditieve analyse) los te koppelen van de het plakken (de auditieve synthese) en ook in de kleutergroepen al te oefenen met zingend lezen in plaats van met hakken en plakken. Dat zou veel verwarring bij kinderen voorkomen.

Meer weten over lezen? Zie ook:

Verder lezen

De eerste schooldag in groep 3: best spannend...

De eerste schooldag in groep 3: best spannend…

21 augustus 2017 | Reacties (0)

Schuchter stapt Laura (6) aan de hand van haar moeder het schoolplein op. Met grote ogen kijkt ze naar de oudere kinderen op het plein, die elkaar met high fives begroeten na de lange zomervakantie. Wat zijn ze gróót! Precies hetzelfde denkt haar moeder ook op deze eerste schooldag na de zomervakantie, waarop Laura in groep 3 start. “Het voelt bijna alsof Laura weer voor het eerst naar school gaat, zo onwennig allemaal.”

the-little-girl-277697_640

De eerste schooldag in groep 3 staat voor bijna alle kinderen én hun ouders synoniem aan wennen. Basisscholen proberen de overgang tussen de kleutergroepen en groep 3 zo soepel mogelijk te laten verlopen. Toch kun je er bijna niet omheen: groep 3 is anders. Naar binnen via de ingang van de ‘grote kinderen’ (als ouder mag je vaak niet meer mee de klas in, of alleen de eerste weken), minder speelgoed in de klas, minder of geen hoeken meer, zitten aan een tafeltje met een vak vol boeken en schriften en wennen aan een geheel nieuwe schoolroutine. Ga er maar aan staan.

De eerste schooldag in groep is vaak spannend

De start in groep 3 is vaak dan ook best spannend. Ook doordat er door de buitenwacht de nadruk op wordt gelegd dat nu het spelen voorbij is en het ‘echte werk’ begint. Sommige kinderen twijfelen of ze daar wel aan toe zijn. Of raken aan het eind van de zomervakantie in paniek omdat ze nog niet kunnen lezen: hoe moet dat nou in groep 3?

Gelukkig gebeurt er die eerste dag zo veel dat de aandacht opslokt, dat de zorgen al snel naar de achtergrond verdwijnen. Als je kind ’s middags naar buiten komt, heeft het zijn eerste woordje leren lezen. Een mijlpaal die het begin markeert van een nieuwe fase: je kind kan lezen.

Zie ook Leren lezen in groep 3, zó help je je kind

“Lot had het moeilijk aan het begin van het schooljaar. Ze vond het heerlijk dat ze nu in groep 3 zat en leerde lezen, maar tegelijkertijd miste ze het spelen ook heel erg. We twijfelden of ze wel toe was aan groep 3. Gelukkig wist de juf een oplossing: Lot deed ’s ochtends mee met groep 3, maar als zij dat wilde mocht ze ’s middags nog meedoen in groep 2. Uiteindelijk heeft ze daar maar een paar keer voor gekozen, maar alleen het idee dat het kón, gaf haar al rust.”

Jaap, vader van Lot (7), Tessa (6) en Ruben (9)

Het zelfvertrouwen groeit

Aan het begin van groep 3 zijn de kinderen nog maar net kleuter-af. Ze kunnen zich nog niet zo lang concentreren: 15 à 20 minuten is wel zo’n beetje het maximum. De leerkracht houdt daar rekening mee en zorgt voor voldoende afwisseling tussen de lessen en de werkjes. Ook is er op de meeste scholen nog volop gelegenheid om te spelen, al is dat wel beduidend minder dan bij in de kleutergroepen.

Gaandeweg kunnen kinderen langer achter elkaar geconcentreerd werken. Ze leren steeds beter taken te plannen en die zelfstandig uit te voeren. In de loop van groep 3 en 4 schudden ze hun schuchterheid en onwennigheid van zich af en groeien over het algemeen uit tot zelfbewuste schoolkinderen, die vol zelfvertrouwen in het leven staan.

Ook uiterlijk veranderen kinderen sterk in deze periode. Ze worden langer en dunner en krijgen een steeds soepeler motoriek. Op een dag zul je naar je kind kijken en – misschien verbaasd of zelfs een beetje weemoedig – vaststellen dat ook de laatste restjes kleuter nu echt zijn verdwenen.

Een handig overzicht van wat je kind precies leert in groep 3 vind je hier.

Tip!

Koop samen een mooie etui voor een pen, potlood en gum. Op de meeste scholen schrijven de kinderen in groep 3 met een potlood en in groep 4 met een (vul)pen. Er zijn speciale pennen en potloden voor kinderen die net leren schrijven op de markt, van diverse merken. Door hun vormgeving helpen deze je kind hun pen of potlood op de juiste manier vast te houden.

Op sommige scholen krijgen alle kinderen zo’n pen of potlood. Als dat op de school van jouw kind niet zo is, kun je overwegen er zelf eentje te kopen. Overigens zijn er ook scholen waar de kinderen zelf geen schrijfmateriaal mogen meenemen. Vraag dit dus even na op school als je het niet weet. Onthoud welke pen of potlood je kind op school gebruikt; veel kinderen vinden het fijn om thuis net zo’n pen of potlood te hebben als op school.

 

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

3 mei 2017 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Hakken en plakken, zoemen en zingen

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.

Verder lezen

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

2 maart 2017 | Reacties (0)

Kinderen in groep 2 heten ook wel ‘oudste kleuters’. Dat is een term die hun positie mooi aangeeft. Aan de ene kant worden ze al echt groot, maar tegelijkertijd mogen ze ook nog lekker kleuter zijn. Ook tussen kinderen onderling zijn de verschillen vaak groot.

Kralen schuiven oefent de motoriek die nodig is voor het schrijven

Kinderen in groep 2 maken een enorme ontwikkeling door. Alleen al lichamelijk verandert er van alles: ze verliezen hun kleuterpostuur, wisselen wellicht al hun eerste tanden en zowel de grove als de fijne motoriek worden steeds beter. Maar ook geestelijk en cognitief gaat het hard. De meeste kinderen kunnen zich steeds langere periodes achter elkaar concentreren, hun woordenschat groeit, het kortetermijngeheugen wordt steeds beter en ze gaan steeds nauwkeuriger waarnemen.

Kleuters worden ‘schoolrijp’

Deze ontwikkelingen maken samen dat de oudste kleuters aan het eind van het schooljaar klaar zijn om de overstap naar groep 3 te maken.  Het kind wordt ‘schoolrijp’, zoals dat heet, wat er kort gezegd op neer komt dat het kind eraan toe is om te leren lezen, schrijven en rekenen. In groep 2 worden de oudste kleuters op allerlei manieren uitgedaagd om die ontwikkeling te stimuleren en nieuwe vaardigheden te oefenen en verbeteren.

Voorbereidend lezen, rekenen en schrijven

Net als in groep 1 is spelend leren de manier waarop kinderen in groep 2 vaardigheden opdoen. Dat wil niet zeggen dat de leerkracht de kinderen lukraak wat laat doen. Je merkt er niet zo veel van, maar ook in groep 2 is er sprake van echte vakken: voorbereidend lezen, voorbereidend rekenen, voorbereidend schrijven. Het woord ‘voorbereidend’ is het sleutelwoord: kinderen leren in groep 2 nog niet lezen, schrijven en rekenen (daar zijn ze ook nog niet aan toe), maar spelenderwijs doen ze vaardigheden en kennis op die ze nodig hebben om in groep 3 wel met rekenen, schrijven en lezen te kunnen beginnen.

Voorbeelden

Voorbereidend lezen:

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week’. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. Kinderen leren zo vertrouwd raken met de verschillende vormen van letters, maar vooral ook met het gegeven dat een letter aan een klank is gekoppeld. Aan het eind van groep 2 kennen kinderen ongeveer 15 letters.

Voorbereidend rekenen:

  • Tellen van 0 tot 20 en weer terug.
  • Ordenen en sorteren.
  • Oefenen met erbij en eraf, meer en minder.

Voorbereidend schrijven:

  • prikken
  • kralen rijgen
  • vingerverven
  • stoepkrijten
  • doolhoven maken
  • schrijfpatronen als lussen en golven overtrekken
  • etc.

Zie ook: Wat leert een kind in groep 2?

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn superleuk. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen