Dit leert je kind in groep 4

Groep 3 en 4 horen bij elkaar: in deze groepen wordt een stevig fundament gelegd, waarop in de hogere groepen wordt voortgebouwd. Qua lesstof is groep 4 dus een voortzetting en uitbreiding, maar ook veel herhaling, van groep 3.

Lezen en begrijpen wat je leest

In 4 worden taal, lezen en schrijven meer van elkaar gescheiden als ‘aparte’ vakken. Je kind bouwt verder aan zijn leesvaardigheid. De zinnen worden langer en de woorden worden ingewikkelder, waardoor je kind al leuke verhalen kan lezen. Ging het in groep 3 nog voornamelijk om het leesproces (het zogeheten technisch lezen), in groep 4 komt er ook aandacht bij voor wát je kind leest en het begrijpen van de teksten (begrijpend lezen). Door middel van vragen over de gelezen tekst wordt bekeken of je kind wel echt snapt wat hij of zij heeft gelezen. Ook leert je kind dit jaar het alfabet.

Goed spellen is best lastig!

In groep 4 wordt spelling steeds belangrijker. In groep 3 begon het spellingonderwijs met het aanleren van ‘klankzuivere’ woorden of ‘luisterwoorden’: dat zijn woorden die je net zo schrijft als je ze uitspreekt: kaas, raam, dop. Het spellen daarvan gaat eigenlijk vanzelf.

Lastiger wordt het bij woorden die niet klankzuiver zijn. Peer klinkt bijvoorbeeld als pir en mooi klinkt als mooj. Waarom schrijf je lopen en niet loopen? En dan zijn er nog die woorden waarvan je gewoon moet weten hoe je ze schrijft: woorden met ei/ij, au/ou, s/z, ch/g. Best ingewikkeld, maar je kind gaat het allemaal leren in groep 4.

Taal en lezen in groep 4

  • Lezen: AVI-E4, instructieve teksten (zoals een recept), naslagwerken, alfabet (groep 4)
  • Schrijven: Aan elkaar, hoofdletters (groep 4)
  • Stellen: korte (functionele) tekstjes, plezier in schrijven ontwikkelen
  • Spreken/luisteren: deelnemen aan gesprekken, meningen herkennen
  • Spelling: Woorden op –nk, -uw, -eeuw, -ieuw, -aai, -ooi, -oei; medeklinkerclusters als schr-, -mst, -cht; gebruik ei/ij, au/ou, c/k, g/ch; stomme e, open/gesloten lettergrepen (lopen/loop), gebruik hoofdletters, punt, vraagteken, uitroepteken (groep 4)
  • Woordenschat uitbreiden

Je kind leert de tafels: eerst inzicht, dan pas stampen

De belangrijkste rekenklus voor kinderen in groep 4 (en groep 5) is het aanleren van de tafels. Veel ouders schieten gelijk in de ‘stamp-modus’ zodra ze horen dat hun kind tafels moet leren. Zo ging het vroeger immers bij ons. Aangezien tegenwoordig wordt begonnen met inzicht kweken van wat tafelsommen eigenlijk zijn, is het niet nodig om direct met je kind rijtjes tafels te gaan leren. Als het zover is, hoor je het wel van school.

Rekenen in groep 4

  • Automatiseren t/m 20
  • +/- t/m 100
  • Getalbegrip: inzicht in getallenstructuur t/m 100
  • Inzicht: in x en : (verhaaltjessommen)
  • Meten: inzicht in centimeter, meter, kilometer
  • Klokkijken: kwartieren en soms 5 voor/over heel en half, kennismaking digitale klok
  • Kalender: dagen en datums
  • Inzicht en strategieën voor de tafels van 1 t/m 5 of 1 t/m 10 (afhankelijk van methode)

 

De buitenwereld wordt belangrijker

Op de meeste scholen krijgen kinderen in groep 4 nog geen geschiedenis of aardrijkskunde als apart vak. Toch gaat je kind dit schooljaar al gestructureerder aan de slag met wereldoriëntatie. Ook ter voorbereiding op de hogere groepen, waarin deze vakken een belangrijke plaats innemen. Je kind leert plattegronden begrijpen, maakt kennis met kaartlezen en ontwikkelt een tijdsbesef aan de hand van begrippen als dagen, maanden en jaren.

Wereldoriëntatie in groep 4

  • Verkeer: veilig oversteken, veilig fietsen, eenvoudige voorrangsregels
  • Godsdienst: verhalen, feesten, gebruiken
  • Natuur en techniek: indeling dieren in zoogdieren/vogels/vissen; voedsel van mens en dier; invloed van de seizoenen; van buitenaf waarneembare inwendige lichaamsdelen (hart, longen, spieren, botten, zintuigen); magnetisme; vorm van de maan, stand van de zon; gezondheid; milieu
  • Aardrijkskunde: bekijken van de kaarten van Nederland, Europa en de wereld via actualiteit en vakantie; eigen woonplaats; weer; verschil stad-dorp
  • Geschiedenis: werk en vrije tijd (vroeger en nu); beroepen; gezagsverhoudingen; hunebedden; ridders en kastelen; middeleeuwse stad; trekschuit, diligence, eerste trein; herdenking Tweede Wereldoorlog; maanlanding; samenleving met veel culturen; rol van televisie

Sociaal-emotionele ontwikkeling in groep 4

  • Ontdekken van de eigen mogelijkheden, kenmerken, wensen, gevoelens, beperkingen en voorkeuren
  • Oorzaken van conflicten doorgronden: tegenstellingen in belangen, opvattingen en gevoelens.
  • Inleven in gevoelens, wensen en opvattingen van anderen
  • Gelijktijdige deelname aan verschillende groepen met verschillende rollen

Ter info:
Dit overzicht is een afgeleide van de door de overheid opgestelde tussendoelen en geven een globale indicatie van wat op de meeste scholen wordt gehanteerd of in de meest gebruikte lesmethodes gangbaar is. Wat je kind precies leert in een bepaalde groep, varieert echter per school.
Vrijwel alle scholen houden aan het begin van het jaar een informatie-avond voor ouders waarin wordt verteld wat je kind dit schooljaar gaat leren. Probeer als het even kan om daar naartoe te gaan. Je hoort wat je kind leert en kunt vaak ook de materialen bekijken. Zo kun je je een goed beeld vormen van wat je kind doet op school.

Zie ook:

Dit leert je kind in groep 1
Dit leert je kind in groep 2
Dit leert je kind in groep 3

Dit leert je kind in groep 5
Dit leert je kind in groep 6
Dit leert je kind in groep 7
Dit leert je kind in groep 8