Groter dan mij
Mijn kinderen spraken van begin af aan behoorlijk correct Nederlands.
Zo zeiden ze bijvoorbeeld: ‘Jij bent groter dan ik’.
En dan zwol mijn taalkundig hart van trots.
Maar de laatste tijd begint het wat af te brokkelen.
Het ‘beter dan mij’, ‘leuker dan haar’ en ‘sneller dan hem’ vliegt me regelmatig om de oren. Steeds getergder roep ik uit: ‘Dan ik!’ ‘Dan zij!’ ‘Dan hij!’

Columniste Yvon Mekkring met haar kinderen Bo (10 jaar en op de kop), Loïs (3) en Merlijn (8).
Gisteren gebeurde er iets dat me totaal perplex deed staan.
Bo zei: ‘Ik ben niet meer het grootste meisje in de klas, mam, Olivia is nu groter dan mij.’
‘Dan ik!’ riep ik.
En toen kwam het: ‘Jaja,’ zei ze, ‘dat weet ik, maar dat ga ik dus écht niet zeggen hoor, want dat doet niemand op school.’
Waarbij ‘dat weet ik’ klonk als: ‘dat zeg jij nou wel altijd maar ik geloof er eerlijk gezegd niks van.’
Oef.
Ik ga mijn strijd verliezen.
Er is niks meer aan te doen.
Je ziet het al aan het Engels, waar ‘bigger than me’ inmiddels algemeen gangbaar taalgebruik is (terwijl ik me toch echt niet aan de overtuiging kan onttrekken dat het ‘bigger than I (am)’ moet zijn, maar ja).
Zucht.
Ik vind het vreselijk en zou het liefst de leerkrachten van mijn kinderen dwingen om er aandacht aan te besteden in de les! En ik denk dat ik dat binnenkort ook maar eens ga doen, maar het zal niet baten, ben ik bang.
Taal is een organisch ding, immers. Taal ontwikkelt zich voortdurend, onder aanvoering van de gesproken variant. En dat is maar goed ook, het zou gek zijn als we nog steeds Neerlandsch zouden spreecken. Zo bekeken is het dus eigenlijk heel onnatuurlijk, en ijdel bovendien, om zo’n taal op een bepaald moment tot stilstand te dwingen en te vangen in een ‘Grammatica’ en een boekje met een groen kaftje en daaraan vervolgens te onlenen hoe het hoort.
Boehoe! De taalpurist in mij en de realist voeren een bittere strijd. Moeten mijn kinderen worden uitgelachen op het schoolplein, omdat ze correct Nederlands moeten spreken van mij? Of moet ik het accepteren als de natuurlijke loop der dingen en zal ik er (gruwel) uiteindelijk in meegaan?
(Er is trouwens een lichtpuntje: ze had ook nog ‘groter als mij’ kunnen zeggen.)
Yvon Mekkring (40) schrijft maandelijks een column voor Thuisinonderwijs.nl. Ze is moeder van Bo (10), Merlijn (8) en Loïs (3) en heeft haar eigen tekstbureau Tekstief. Over haar leven schrijft Yvon op haar drukbezochte weblog Novy loopt over.
Gerelateerde artikelen:
Pff. Opvoeden is moeilijk. Daar was ik natuurlijk al voor gewaarschuwd door de mama-tijdschrifte ...
Daar ging ze. Voor het eerst naar school, op haar vierde verjaardag. Zonder slag of stoot. Voo ...
Ik ben van vóór de basisschool. Ik zat eerst twee jaar op de kleuterschool en deed daarna zes k ...
‘Wat zit je haar leuk,’ zei ik tegen een bevriende moeder op het schoolplein. En bedoelde eigenl ...
Ik liep laatst op de Grote Markt met mijn 11-jarige dochter. ‘Hoe laat is het?’ vroeg ze. En ik ...
Categorie: Columns










‘Dat zeg jij nou wel altijd maar ik geloof er eerlijk gezegd niks van.’
Ik ken je strijd. En je moedeloosheid.
Mijn zoon van negen zegt ook hardop tegen mij dat iedereen ‘groter dan mij’ zegt en dat ik het dus gewoon fout heb met mijn ‘groter dan ik’.
Bij de juf hoef ik niet aan te kloppen. Volgens Bas zegt die altijd ‘groter als mij’ en zelf heb ik haar wel eens betrapt op het fraaie ‘hun hebben’.
Brieven van school wemelen ook van de taalfouten, als ‘de inspectie heeft geconstateert’. In het begin was ik nog zo strijdvaardig dat ik die brieven met rode strepen weer inleverde bij de school. Daar heb ik me niet echt populair mee gemaakt
Jip en Nisse hoor ik anderen nog wel eens corrigeren, ik ben benieuwd wanneer ze in het stadium aankomen waar Bo al in beland is. Laten we het maar onder ogen zien, nog even en we zijn van taalpuristen veranderd in taalzeikerds.
Ik heb het zelf nooit goed geleerd. Ik zeg altijd groter als mij. Werkt prima hoor. Ik kan me niet herinneren dat er op school ooit aandacht aan is besteed. Zo veel is er dus niet veranderd. Mijn man doet het wel goed en ergert zich er groen en geel aan als de kinderen en ik het fout zeggen. Hij loopt ons de hele tijd te corrigeren. Misschien pikken de kinderen het op. Maar zo niet, dan niet. Ik ben 36 en heb er nooit last van. Behalve dan thuis
Ik ben het grondig met je eens. Ik verbeter mijn zonen ook de hele dag door. Oudste (16) kwam vanmiddag thuis met een werkstuk voor Nederlands. Ik had aangeboden het even te lezen alvorens hij het zou inleveren. Niet nodig natuurlijk. Een 7, omdat er teveel fouten inzaten, terwijl het anders een 8,5 wasgeweest zei de docent. Ik baalde er meer van dan hij:)
Zeg Novy, wil jij wel ‘s even uit mijn hoofd gaan!? Ik bedoel, ‘t is maar een column, maar toch. Zullen we samen op hoge poten naar school? Nee, doe maar niet. Want ik vond uitleg en rust bij een artikel van een collega van Henk. (Ja, ik heb toch niks beters te doen, ik belandde daar via je blog). Het kwam er op neer dat dat als/dan verhaal een bedenksel zou zijn van de gegoede burgerij/ intellectuelen. Zeg maar mensen die zich verheven voelen boven het klootjesvolk. Om te laten zien/horen dat zij wèl is wisten hoe het hoorde/ naar school waren geweest enz. Ze legde ook mooi uit hoe het ABN de Vlamingen door de strot is geduwd en hoe het zit met de (bedachte) mannelijkheid en vrouwelijkheid van woorden. Hoop dat ik het goed heb onthouden, en dat het geen lariekoek is. Heb helaas geen link. Ben ook geen echte taalpurist (zijn mijn ouders al) maar verbeter mijn jongens een stuk minder. Maar wil voortaan wèl een rapport zonder (meerdere) d-t fouten van de juf. Er zijn grenzen, nietwaar.