Meidenvenijn bij jouw dochter in de klas?

| 22 maart 2016 | Reacties (3)

Het drijft leerkrachten én ouders tot wanhoop. Het verziekt de sfeer in de klas van binnenuit. En het kan slachtoffers slopen. Meidenvenijn is de term die gegeven is aan het pesten van meisjes. Want meisjes pesten toch heel anders dan jongens. Wat is meidenvenijn nu eigenlijk? Welke rollen zijn er? Kun je er als ouder tegen optreden? Of is het iets voor de leerkracht? Die vragen worden in dit artikel beantwoord.

Wat is meidenvenijn?

Pesten buitengeslotenMeisjes pesten anders dan jongens. Dat is wat onderwijsspecialist Anke Visser, die in 2004 het begrip ‘meidenvenijn’ introduceerde, hierover heeft geconcludeerd. Waar jongens met elkaar op de vuist gaan en elkaar proberen te overtreffen op basis van (vaak sportieve) prestaties, voeren meisjes een strijd met elkaar om hun sociale positie. De gevolgen zijn niet mis: roddelen, schelden, steken onder water geven, buitensluiten, kleineren en elkaar zwart maken zijn aan de orde van de dag.
Vaak is er één meisje dat in de klas de leiding heeft. Zij gedraagt zich als de ‘queen’, waarop ook de Amerikaanse variant van dit probleem – ‘queen bee’ – al in de jaren zeventig van de vorige eeuw is gebaseerd. Hierin wordt de bijenkorf als metafoor gebruikt. De queen bee stuurt haar werksters aan en stelt alles in het werk om er zelf beter van te worden.
De queen bee doet serieus haar best om goed over te komen op anderen, zoals leerkrachten, ouders van klasgenoten en de andere kinderen in de klas of op school, maar haar slachtoffer moet het ontgelden.
Voor het slachtoffer kan dat desastreus zijn. Er zijn verhalen bekend van meisjes die tot diep in de nacht werden gestalkt met nare berichten op Whatsapp, dreigmails ontvingen of met opzet werden buitengesloten van Whatsapp-groepen, die – naar later bleek – speciaal in het leven waren geroepen om haar het gevoel van buitensluiten te geven.
Een sociale knauw is het gevolg, die kan leiden tot vereenzaming en zelfs depressies.
Meidenvenijn komt voor in alle leeftijdsgroepen, ook al bij kleuters. Maar hoe ouder de dames worden, hoe bewuster het gebeurt.

Rollen binnen meidenvenijn

Binnen meidenvenijn zijn verschillende rollen weggelegd, die veel overeenkomen met de ‘normale’ rollen binnen pesten: er zijn meelopers, de grijze middengroep, de flierefluiter die nergens last van heeft en met alle partijen goed op kan schieten en de zondebok.
Ouders zullen hier af en toe wel wat over horen. Kinderen vertellen immers honderduit over school. Toch kan het lastig zijn om de rollen te bepalen. Voor een leerkracht is het wel heel belangrijk om zicht te hebben op de hiërarchie. Hoe lopen de sociale lijntjes? Wie heeft welke rol?
De meelopers steunen de queen bee vaak uit angst om zelf het slachtoffer te worden, maar ook omdat ze het gevoel hebben nu ergens bij te horen. Dat is moeilijk te doorbreken, want de meeste kinderen hebben de behoefte om ergens bij te horen (net als veel volwassenen). De grijze middengroep houdt zich op de vlakte, brandt er liever de vingers niet aan en negeert het gepest en getreiter. Deze groep kan voor leerkrachten heel interessant zijn, want – ook al negeren ze het gedrag – ze zijn het er niet mee eens. De flierefluiter behoort niet tot de grijze middengroep, omdat hij net zo goed met de pestkoppen om kan gaan als met het slachtoffer en zich niet laat leiden door groepsprocessen of de angst om zelf slachtoffer te worden. Vaak is de flierefluiter zich niet eens bewust van een probleem in de klas.
Niet ieder geval van meidenvenijn heeft een flierefluiter, maar deze kan ook een grote rol geven bij het bestrijden van meidenvenijn.

Wie lost het op?

Voor een ouder is het verschrikkelijk om te moeten zien dat je dochter ongelukkig is op school, omdat ze gepest, buitengesloten of genegeerd wordt. Als ouder wil je ingrijpen, je wilt iets doen. Maar wat?
Het heeft geen zin om direct in te grijpen. Als de moeder van het slachtoffer de queen bee benadert, zal die weinig onder de indruk zijn. Het een bevestiging van de zwakte van het slachtoffer, hoe hard dat ook klinkt: ze kan het niet zelf oplossen, mama moet naar school komen.
Maar wat doe je dan? De moeder van de queen bee aanspreken zal doorgaans niet tot resultaat blijken. Dochterlief heeft het in negen van de tien gevallen niet van een vreemde.
Bewaar dus je rust en ga zo snel mogelijk het gesprek aan met de leerkracht. Het is te hopen dat deze het probleem herkent. Aangezien het zich op school voordoet, zal het op school moeten worden opgelost. En natuurlijk moet je er als ouder op toezien dat het in de vrije tijd van je dochter niet terugkomt.
Een goede verstandhouding tussen ouders en leerkracht is hierbij belangrijk. Informeer de leerkracht en vraag of deze het gedrag herkent. Wanneer dat niet het geval is, is het beter om daarover geen beschuldigingen te uiten. Je hebt de leerkracht immers nodig om het probleem aan te pakken.

Wat kan de leerkracht doen?

Als een leerkracht per ongeluk – en dus niet doelbewust – geconfronteerd wordt met een gevalletje meidenvenijn, lijkt het alsof akkefietjes snel gesust en opgelost kunnen worden. De queen en haar volgers knikken braaf en beloven beterschap – ‘Nee meester, het zal niet meer gebeuren’ –, maar de eerste blikken worden dan al geworpen. Het slachtoffer is erg gebaat bij een gedegen aanpak en niet bij af en toe eens ingrijpen.
Een leerkracht die op wil treden tegen meidenvenijn moet sterk in de schoenen staan, want die zal het zwaar te verduren krijgen. Neem bijvoorbeeld de ‘moms queen’, de moeder van de queen bee, die vaak hetzelfde gedrag vertoont als haar dochter en zich ‘echt niet herkent in dit probleem!’ Het kan tot conflicten leiden tussen ouders en de leerkracht, waarbij de moeder – in het ongunstigste geval – niet te beroerd is om haar eigen staaltje meidenvenijn tentoon te stellen.
Wanneer je het als ouder met de leerkracht hebt besproken, zal de intern begeleider erbij betrokken kunnen worden. Die vormt een buffer tussen de klas (de leerkracht en de ouder van het slachtoffer) en de achterbank van de queen bee. En dat is nodig, want zo kan de leerkracht goed aan het verschijnsel werken.
De leerkracht zal het in zijn klas moeten hebben van de grijze middengroep. Een gesprek met hen kan heel veel opleveren, zeker als de queen bee en haar directe volgers ergens anders vertoeven en er wordt afgesproken dat hetgeen besproken is in de klas blijft. Een enquête met doelgerichte vragen kan ook effectief zijn en de leerkracht al van tevoren wat inzicht geven in de machtsverhouding.
Vervolgens komt de wijze van behandelen, want oplossen is bijna onmogelijk. Immers, een queen bee is een karakter en karaktertrekjes laten zich moeilijk afleren. Maar er samen mee leren omgaan is in de praktijk wel heel goed mogelijk. De eenvoudigste en bovenal duidelijkste manier is om samen groepsregels op te stellen. Al het gedrag dat de dames laten zien moet aan banden worden gelegd in de vorm van nieuwe regels. Wordt er veel samengeklit? Dan kan de regel letterlijk zijn: we klitten niet samen. Wordt er veel geroddeld? Dan wordt de regel: we roddelen niet over elkaar.
Leerkrachten en ouders met een positieve benadering zullen zich wellicht storen aan de woordjes ‘niet’, maar het kan geen kwaad om negatief gedrag opzettelijk te ‘nieten’. Het kan maar beter duidelijk zijn welk gedrag niet geaccepteerd wordt.
Als ouder is het goed om op de hoogte te zijn van die regels, want dan kan er ook buiten schooltijd over gesproken worden. Het beste is als de nieuwe groepsregels naar huis worden gecommuniceerd. Dan mag het geen verrassing zijn als kinderen op het verbreken ervan worden aangesproken.
Door samen deze regels op te stellen wordt het probleem – zonder dat het noodzakelijk is om namen te noemen – opengebroken. Iedereen, ook de queen bee en haar volgers, hebben de kans om zonder gezichtsverlies naar de nieuwe regels te gaan leven. Gebeurt dat niet, dan is er de mogelijkheid tot het bestraffen van ongewenst gedrag door de leerkracht. De grijze middengroep kan helpen om de regels te bewaken, de leerkracht kan er streng op toezien dat het klimaat in de klas weer veilig wordt en de queen bee heeft ineens minder poten om op te staan.

Adequaat optreden

Zowel het slachtoffer, de volgers, de middengroep als de queen bee zijn gebaat bij een adequaat optreden. Als ouder van het slachtoffer kun je hier natuurlijk over in gesprek gaan met de leerkracht, maar als het niet jouw kind is dat slachtoffer is, kun je uiteraard ook van je laten horen. Pesten zou door geen enkele ouder geaccepteerd moeten worden. Dus wanneer je van je zoon of dochter hoort dat een bepaald kind in de klas het wel vaak moet ontgelden, steek je beter niet je hoofd in het zand, maar klop je toch even aan. Je zou er een slachtoffer ontzettend mee helpen.
Duidelijkheid en structuur vormen de basis bij een veilig klassenklimaat.
Wil je al ouder of als leerkracht nog meer in het probleem duiken en wil je zien hoe de bijenkorf van binnenuit onder controle te krijgen is, dan is het boek Een roze bril van Anke Visser een aanrader. Hierin wordt het probleem meidenvenijn perfect beschreven en er worden nog meer oplossingen aangedragen. Op Meidenvenijn.nl wordt het probleem ook duidelijk belicht. Deze website heeft tevens een methode ontwikkeld om met meidenvenijn om te gaan.
Daaruit mag blijken dat het verschijnsel zich op veel scholen laat zien en veel meisjes en hun ouders dagelijks te maken hebben met de gevolgen van deze vorm van pesten.

 

Bronnen:

 

Over de auteur:
Theo-Henk Streng is schrijver van diverse kinderboeken. Als leerkracht en gedragsspecialist is hij werkzaam in de bovenbouw van het basisonderwijs. Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. Meer info: www.theohenkstreng.nl

Beeld: stock.xchng

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , ,

Categorie: Contact met leerkracht, Pesten

Reacties (3)

Trackback URL | Comments RSS Feed

  1. anke visser schreef:

    beste meneer Streng,
    mevrouw Vos-van der Hoeven baseert zich op informatie die ik via APS, PPSI on line hebt gezet en op het boek ”Een roze bril” dat ik schreef. Niet deze mevrouw Vos is de bron van alle informatie over meidenvenijn, maar ondergetekende. Voordat ik in 2004 de term meidenvenijn lanceerde met bijbehorende informatie had in Nederland nog nooit iemand het verschijnsel geproblematiseerd.
    Ik stel het op prijs als u uw informatie aanpast
    Met vriendelijke groet,
    drs. anke-m. visser
    APS

    • redactie schreef:

      Beste mevrouw Visser, bedankt voor uw reactie en correctie. Zoals u kunt zien is het artikel inmiddels aangepast.

  2. anke visser schreef:

    Graag attendeer ik u op het boek ”Meidenvenijn in het basisonderwijs”,
    dat in september jl. bij http://www.uitgeverijpica.nl verscheen.

    Het boek ”Een roze bril” is uitverkocht en wordt niet meer herdrukt.

    Met vriendelijke groet,

    anke

Schrijf een reactie