Nederlandse leerling goed maar niet top

| 11 december 2012 | Reacties (1)

Nederlandse leerlingen uit groep 6 van het basisonderwijs hebben wederom goed gepresteerd op internationale lees-, reken- en natuuronderwijstoetsen. Dit blijkt uit Progress in International Reading Literacy Study (PIRLS-2011) en Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS-2011), waarvan de resultaten vandaag bekend zijn gemaakt. De lichte daling die bij eerdere metingen van PIRLS en TIMSS was gesignaleerd, lijkt tot stilstand te zijn gekomen. Vrijwel alle Nederlandse leerlingen, ook de zwak presterende, behalen minimaal het basisniveau, maar in vergelijking met andere landen heeft Nederland weinig excellerende leerlingen.

Internationale ranglijst

Nederland kent relatief weinig excellente leerlingen

In 2011 behoort Nederland tot één van de beter presterende landen voor zowel lezen, rekenen als natuuronderwijs. De Nederlandse toetsscores van PIRLS en TIMSS lieten tot 2006/2007 een lichte daling zien. In 2011 zijn de scores stabiel gebleven (lezen en rekenen) of toegenomen (natuuronderwijs).

Het verschil met de deelnemende Aziatische landen is groot. Zo hebben leerlingen uit Singapore een echte topprestatie geleverd met de eerste plaats voor rekenen, een tweede plek voor natuuronderwijs en een vierde plek voor lezen. De verschillen in scores tussen Nederland en de omringende landen zijn veelal klein. Wanneer wordt gekeken naar significante verschillen tussen de prestaties van de deelnemende landen, laat de internationale ranglijst zien dat Nederland zich op de tiende plaats bevindt bij lezen (samen met tien andere landen), achtste bij rekenen (samen met vijf andere landen) en eveneens achtste bij natuuronderwijs (samen met negen andere landen). Deze posities zijn minder hoog dan in de eerste PIRLS-meting van 2001 en de eerste TIMSS-meting van 1995 (respectievelijk een tweede, vierde en derde plaats).

De daling op de ranglijsten wordt voor een deel verklaard doordat er in de loop van de tijd verschillende nieuwe, hoog presterende landen (zoals Finland) aan PIRLS en TIMSS zijn gaan deelnemen. Maar het komt ook doordat het Nederlandse onderwijspeil er tot 2006/2007 op achteruit is gegaan, terwijl veel andere landen er op vooruit gingen. In de afgelopen jaren hebben Engeland en de VS bijvoorbeeld hetzelfde rekenniveau bereikt als Nederland. In leesvaardigheid is Nederland zelfs door een paar landen voorbijgestreefd.

Weinig excellentie

Een belangrijk kenmerk van het Nederlandse onderwijs is het relatief kleine verschil in prestaties tussen de zwakste en de sterkste leerlingen. Voor rekenen en natuuronderwijs behaalt 99% van de Nederlandse leerlingen minimaal het laagste, door TIMSS onderscheiden, kennis- en vaardigheidsniveau. Het laagste leesvaardigheidsniveau wordt door alle getoetste groep 6 leerlingen gehaald. Hierin is Nederland uniek.

Deze unieke positie van Nederland heeft echter een keerzijde want er zijn ook weinig excellerende leerlingen. Tussen de 3% en 7% van de getoetste leerlingen haalt het hoogste niveau voor de verschillende vakgebieden. Bovendien zijn de percentages in vergelijking met eerdere metingen alleen maar kleiner geworden. Nederland blijft hierin achter bij andere goed presterende landen. Zo haalt bijvoorbeeld in Engeland 18% van de leerlingen het hoogste niveau op zowel de lees- als de rekentoets. Dit duidt erop dat het Nederlandse onderwijs goed in staat is om zwak presterende leerlingen op het basisniveau te brengen, maar moeite lijkt te hebben om talentvolle leerlingen te laten excelleren.

Meisjes versus jongens

In groep 6 lezen meisjes beter dan jongens en zijn jongens beter in de exacte vakken dan meisjes. Voor rekenen zijn de sekseverschillen ten opzichte van 2007 wel iets kleiner geworden doordat meisjes er meer op vooruitgegaan zijn gegaan dan jongens. Bij lezen zijn de verschillen eveneens kleiner geworden, maar in dit geval doordat meisjes iets minder goed zijn gaan presteren terwijl de prestaties van jongens stabiel bleven.

Tevreden

Zowel leerlingen, ouders, leerkrachten als schoolleiders zijn positief over het leerklimaat en de veiligheid op hun school. Leerkrachten in Nederland zijn over het algemeen tevreden over de uitoefening van hun beroep en ervaren het leraarschap als belangrijk werk.

Over het onderzoek:

PIRLS en TIMSS worden beide geïnitieerd door de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) en worden in Nederland uitgevoerd in opdracht van de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO), onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De onderzoeken werden uitgevoerd in meer dan 45 verschillende landen onder 9- en 10-jarige leerlingen. In het voorjaar van 2011 hebben meer dan 7000 Nederlandse leerlingen van groep 6 meegewerkt aan PIRLS of TIMSS.

 

Over NWO

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is met een budget van ruim 500 miljoen euro per jaar een van de grootste wetenschapsfinanciers in Nederland. NWO stimuleert kwaliteit en vernieuwing in de wetenschap door het beste onderzoek te selecteren en te financieren. NWO beheert onderzoeksinstituten van (inter)nationaal belang, geeft mede richting aan het wetenschappelijk onderzoek in Nederland en brengt wetenschap en maatschappij dichter bij elkaar. Onderzoeksvoorstellen worden beoordeeld en geselecteerd door vooraanstaande wetenschappers uit binnen- en buitenland. Dankzij financiering van NWO kunnen meer dan vijfduizend wetenschappers onderzoek doen.

(Bron: NWO)

Beeld: stock.xchng

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , , ,

Categorie: Nieuws

Schrijf een reactie