‘Onderwijs is niet klaar voor de toekomst’

| 4 november 2013

Het Nederlandse onderwijs is niet klaar voor de toekomst. Er is te weinig visie op wat kinderen moeten leren, scholen hebben onvoldoende ruimte om eigen accenten te leggen en de eigenwaarde van leerlingen die minder goed leren loopt deuken op door de focus op de prestatiedruk. Dat schrijft de Onderwijsraad in een adviesrapport dat vandaag is gepubliceerd.

Basiskwaliteit is in orde

Volgens de Onderwijsraad levert het onderwijs met gemiddelde financiële inzet bovengemiddelde prestaties. Toch zijn er belemmeringen voor verdere verbetering en vernieuwing. Er worden drie risico’s in het huidige onderwijs benoemd:

  1. Er te weinig visie op wat het onderwijs leerlingen en studenten moet bijbrengen. In de afgelopen periode was de aandacht eenzijdig gericht op meetbare doelen, in het bijzonder op het verhogen van taal- en rekenprestaties. Veel minder beleidsaandacht was er voor het bredere vakkenaanbod, algemene vorming en beroepspraktijkvorming.
  2. Scholen hebben – door prestatieverhogende maatregelen – onvoldoende ruimte om accenten te leggen in hun onderwijsaanbod of om te vernieuwen. Dat leidt tot inhoudelijke verschraling.
  3. De eigenwaarde van leerlingen die niet goed presteren op basisvaardigheden staat onder druk. Het vroege keuzemoment voor vmbo, havo of vwo accentueerde al cognitieve verschillen tussen jongeren van verschillende sociale achtergronden, doordat afkomst nog steeds een rol speelt bij schoolkeuze. Door de toename van categorale klassen dreigen nu ook de sociale verschillen groter te worden.

Drie uitdagingen voor het onderwijs

Om deze risico’s te verkleinen, formuleert de Onderwijsraad drie uitdagingen voor het onderwijsbeleid:

  • Uitdaging 1: Maak brede kwaliteit inzichtelijk

De raad vindt dat beleidsmakers, onderwijsinstellingen, leraren en anderen gezamenlijk indicatoren moeten ontwikkelen voor de opbrengsten van brede vakken (geschiedenis, economie, filosofie, cultuureducatie), maar ook van burgerschapsvorming en aandacht voor vakoverstijgende ‘advanced skills’ (problemen oplossen, samenwerken, communiceren en ict-geletterdheid). Nodig zijn zowel getalsmatige indicatoren als graadmeters voor de gepleegde inspanningen. Instellingen zijn zelf aan zet bij het vormgeven van de eigen identiteit – ook een indicator voor onderwijskwaliteit.

  • Uitdaging 2: Stuur centraal op hoofdlijnen, vraag scholen een grotere professionele inbreng

De overheid moet beter sturen op hoofdlijnen. Ze moet meer regie nemen bij belangrijke bestuurlijke vraagstukken, maar voor de onderwijsinhoud instellingen juist meer ruimte geven. Daarvoor is meer kennis nodig bij bestuurders, schoolleiders en leraren. Werken in het onderwijs is niet eenvoudig. Niettemin – en juist ook daarom – vindt de raad het redelijk om van leraren te vragen dat zij zich verplicht bijscholen en zich inschrijven in een publiekrechtelijk lerarenregister. De raad vindt dat er ook meer eisen gesteld moeten worden aan schoolleiders en schoolbestuurders.

  • Uitdaging 3: Zorg voor meer waardering van niet-cognitieve capaciteiten

De samenleving heeft ook behoefte aan creativiteit, probleemoplossend vermogen, samenwerking, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap. Om de eigenwaarde van álle jongeren te bevorderen en iedereen optimale levenskansen te bieden, is hiervoor meer waardering nodig. De raad pleit voor aantrekkelijk en goed beroepsonderwijs, met voldoende ruimte voor de praktijk, zodat vakmanschap ruim baan krijgt. Er moet meer persoonlijke differentiatie mogelijk zijn in onderwijsprogramma’s. Tot slot doet de raad voorstellen om leerlingen van verschillende achtergronden elkaar in het onderwijs te laten treffen.

 

 

 

Beeld: stock.xchng

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , ,

Categorie: Nieuws

Reageren niet mogelijk.