‘Ouders dupe van nieuwe toeslagregels’

| 8 februari 2012 | Reacties (0)

Bijna de helft van de ouders (44,5 procent) die gebruik maken van buitenschoolse opvang ondervindt nadeel van de nieuwe regels voor de kinderopvangtoeslag. Dat blijkt uit een onderzoek gehouden door Radar. De nieuwe regels die in januari zijn ingegaan leiden ertoe dat veel ouders overwegen minder te gaan werken of zelfs te stoppen met werken.

Kinderopvangtoeslag gebonden aan maximumaantal uren

Radar peilde de gevolgen van de nieuwe regels onder 1918 ouders die gebruik maken van een kinderdagverblijf, en 852 ouders die buitenschoolse opvang afnemen. In de uitzending van afgelopen maandag presenteerde het Tros-consumentenprogramma de uitkomsten van dit onderzoek. Sinds 1 januari wordt de toeslag voor kinderopvang gebaseerd op het aantal uren dat de minst werkende ouder per maand werkt. Omdat kinderdagverblijven en BSO’s vaak gebruik maken van een verplicht aantal uren per dag (meestal 11 uur), moeten ouders veel niet-gewerkte uren bij betalen. Ouders zijn vorige week en in sommige gevallen pas midden deze week door de Belastingdienst per brief gewezen op de veranderingen.

Minder werken of stoppen met werken

Van de ouders die gebruik maken van een BSO zegt in het Radar-onderzoek 44,5% nadeel te ondervinden van de nieuwe regeling. Bij hen zegt 20% te overwegen minder te gaan werken, 14% zegt te zullen stoppen met werken. Van de ouders die een kind op het kinderdagverblijf hebben, gaf 28,5% aan dat de nieuwe regeling nadelig uitpakt voor hen. Van de mensen die nadeel (gaan) ondervinden, geeft 25% aan te overwegen minder te gaan werken, 14% zegt zelfs te zullen stoppen met werken. FNV Bondgenoten waarschuwde in november al, op basis van eigen onderzoek, dat ouders minder zouden gaan werken als gevolg van de nieuwe regels (zie: Dure kinderopvang: minder werken).

Kinderopvang honderden euro’s duurder

Uit onderzoek door de redactie van Radar blijkt dat ouders honderden tot duizenden euro’s extra per jaar kwijt zijn aan hun kinderopvang. Ook de Brancheorganisatie Kinderopvang probeert zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op de politieke besluitvorming door aan te tonen dat de bezuinigingen op de kinderopvang verstrekkende gevolgen hebben voor de arbeidsparticipatie in Nederland. Deze cijfers staan haaks op wat minister Kamp eerder in een brief de Tweede Kamer heeft beweerd, toen stelde hij het niet eens te zijn met de conclusie dat ouders fors minder gaan werken.  Het CPB gaat aanvullend onderzoek doen.

‘Gelukkig willen opa en oma oppassen’

Minder werken is voor Fenna en Dirk-Jan Bakker geen optie. Hun kinderen Bart (groep 3) en Fleur (groep 6) gingen tot 1 januari twee dagen per week naar de BSO. Fenna werkt drie dagen per week als afdelingshoofd in de zorg, Dirk-Jan is internationaal vrachtwagenchauffeur met maandag als vaste vrije dag.

“In november zagen we al aankomen dat de BSO een stuk duurder voor ons zou worden. Te duur, eigenlijk. Omdat geen van ons helemaal wilde stoppen  met werken, hebben we Fenna’s ouders gevraagd om te komen oppassen”, vertelt Dirk-Jan.

“Ze wonen tachtig kilometer bij ons vandaan en een van de oppasdagen valt ook nog eens samen met de vaste schaakmiddag van mijn schoonvader. Eigenlijk is het te gek voor woorden. We hebben er altijd bewust voor gekozen de kinderopvang niet op het bordje van opa en oma te leggen. Maar we zijn ontzettend blij dat ze het wél willen doen. Ik zou niet weten hoe we het anders hadden moeten oplossen.”

Voor de kinderen is de nieuwe regeling overigens wel zuur, vindt Fenna. “Op de BSO konden ze heerlijk spelen  met vriendjes en vriendinnetjes. Nu zitten ze met twee oude mensen opgescheept.”

 

Beeld: stock.xchng

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , ,

Categorie: Buitenschoolse opvang, Kinderopvang, Nieuws

Schrijf een reactie