54 nieuwe 'excellente scholen'

54 nieuwe ‘excellente scholen’

23 januari 2017 | Reacties (0)

Feest op 54 scholen vandaag. Zij mogen zich de komende drie jaar ‘excellente school’ noemen. Daarmee komt het totale aantal excellente scholen op 184. Een ‘excellente school’ is een school waar die uitblinkt in de manier waarop onderwijs wordt gegeven.

CBS de Akker – Yes!! We zijn excellente school! | Facebook

Yes!! We zijn excellente school!

Steeds meer excellente scholen

Sinds de uitreiking van het eerste predicaat in 2012 is het aantal excellente scholen behoorlijk gegroeid. In het basisonderwijs steeg het aantal scholen van 31 naar 69 en in het voorgezet onderwijs zelfs van 22 naar 93 scholen. In het speciaal onderwijs zijn 22 excellente scholen.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) is blij met de groei. “Scholen weten steeds vaker het onderwijs op een hoger niveau te brengen. Dat is een prachtige ontwikkeling.” Dekker zou nog wel meer excellente scholen willen zien: “We moeten geen genoegen nemen met voldoende. We moeten gaan voor excellent.’

Volgens Dekker is de eretitel excellent meer dan verdiend door de 54 nieuwe scholen. ‘Leraren, schoolleiding, ouders, bestuur en leerlingen: iedereen zorgt ervoor dat deze scholen kunnen uitblinken en hoge kwaliteit kunnen leveren. Dat is een compliment waard.”

Volgens Dekker is het ook goed dat alle verschillende schoolsoorten excelleren. ‘Het moet niet uitmaken op welk niveau je onderwijs krijgt: het moet overal goed zijn. Daarom is het mooi om te zien dat zoveel verschillende soorten scholen het predicaat hebben behaald.’

Welke scholen zijn excellent?

Op de webiste excellentescholen.nl is een kaartje te vinden waar alle excellente scholen in Nederland op staan:

Overzicht Excellente scholen

Bekijk het overzicht van alle scholen die het predicaat ‘Excellente School’ hebben.

 

 

 

 

 

Verder lezen

De regels voor het schooladvies

De regels voor het schooladvies

18 januari 2017 | Reacties (6)

In groep 8 krijgt je kind een schooladvies voor de overgang naar de middelbare school. Dat is een belangrijk moment in de schoolloopbaan. Sinds twee jaar gelden er nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating tot het voortgezet onderwijs. Daarover bestaat echter nog veel onduidelijkheid, ook bij scholen. De afgelopen jaren ging er bij de toepassing van de nieuwe wet veel mis. In dit artikel kun je lezen hoe het precies zit.

Wat zijn de nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating?

schooladvies

  • Het schooladvies van de basisschool moet voor 1 maart worden vastgesteld
  • Dit schooladvies is bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat wil zeggen: de middelbare school moet je kind toelaten op het niveau van het schooladvies. Een hoger niveau mag ook. Plaatsing op een lager niveau mag alleen als jullie als ouders daarom verzoeken.
  • Alle leerlingen maken in groep 8 een verplichte eindtoets. De uitslag daarvan geldt als een tweede gegeven:

Eindtoets en schooladvies

Doet je kind het beter op de eindtoets dan verwacht, dan moet de basisschool het advies heroverwegen. De basisschool kan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Maar let op: dit hoeft niet! De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. De school moet de ouders betrekken bij haar overwegingen. De afgelopen twee schooljaren is weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen. Slechts bij één op de vijf leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, is het schooladvies vorig schooljaar veranderd naar een hoger schoolniveau. Het jaar daarvoor gebeurde dat bij nog minder kinderen.

Als het advies naar boven wordt bijgesteld, moet je kind op dit niveau worden toegelaten. De middelbare school mag je kind dan dus niet weigeren omdat er twijfel is over of je zoon of dochter het niveau wel aankan. Het kan gebeuren dat er op de middelbare school van je keuze geen plaats meer is op het nieuwe niveau. Dan mag je kind wel geweigerd worden en zul je op zoek moeten gaan naar een andere school. Helaaas komt het vaak voor dat middelbare scholen aangeven geen plaats meer te hebben voor kinderen van wie het schooladvies naar boven is bijgesteld.

Indien je kind de eindtoets minder goed maakt dan verwacht, dan blijft het eerder gegeven schooladvies gewoon gelden. Bijstelling naar beneden is dus niet aan de orde.

Het schooladvies is voor alle betrokkenen hetzelfde

Sommige basisscholen hanteren twee schooladviezen: één voor de ouders en één voor de scholen in het voortgezet onderwijs. De ouders krijgen dan bijvoorbeeld te horen dat hun kind een havo/vwo-advies heeft, maar aan het voortgezet onderwijs wordt geadviseerd het kind op de havo te plaatsen. Deze werkwijze is niet toegestaan.

Een dubbel schooladvies is toegestaan

In sommige plaatsen hebben basisscholen en middelbare scholen afgesproken alleen nog maar met ‘enkelvoudige’ schooladviezen te werken. Een kind kan dan bijvoorbeeld geen vmbo-t/havo-advies krijgen, maar alleen een vmbo-t- óf havo-advies. De Onderwijsinspectie keurt deze afspraken af. “Het dubbele schooladvies is geschikt voor leerlingen van wie nog niet geheel helder is in welke schoolsoort de leerling het beste tot zijn recht komt. Afspraken tussen basisscholen en vo-scholen om alleen nog maar enkelvoudige schooladviezen op te stellen zijn niet in het belang van deze leerlingen”, zo stelt de inspectie. Een schooladvies met drie of meer schooltypes mag niet meer worden gegeven.

Dekker heeft aan basisscholen nog eens duidelijk verteld dat ze het recht hebben om kinderen een dubbel advies te geven. Hij deed dat omdat schoolbesturen nog steeds onderling afspraken geen dubbele adviezen te accepteren. Dekker vond dat onwenselijk en heeft aangekondigd de onderwijsinspectie af te sturen op scholen die de hand lichten met de wet.

Middelbare scholen mogen kinderen met een dubbel advies niet automatisch op het laagste niveau van de twee plaatsen. Heeft je kind een ‘dubbel’ schooladvies, dan mag het in principe dus naar beide schoolsoorten. Maar als de middelbare school slechts één van die schoolniveaus aanbiedt, mag de school je kind weigeren als ze van mening is dat je kind beter af is in de andere schoolsoort. Zo kan een categoriaal gymnasium bijvoorbeeld een kind met een havo/vwo-advies weigeren als de school denkt dat deze leerling beter af zou zijn op een school die ook havo aanbiedt.

‘Plaatsingswijzers’ mogen schooladvies niet overrulen

Lokaal en regionaal gelden er afgesproken procedures voor de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Die procedures worden ‘plaatsingswijzers’ genoemd. Plaatsingswijzers geven houvast bij het opstellen van het schooladvies.

Vaak wordt bij plaatsingswijzers gekeken naar de resultaten op de Cito-toetsen (leerlingvolgsysteem) vanaf groep 6 of 7. Vooral rekenen en begrijpend lezen wegen zwaar. Het is gebleken dat met deze resultaten een goede inschatting te maken valt van het succes in  het voortgezet onderwijs. Ze zijn zelfs een betere voorspeller dan de score op de Cito-Eindtoets. Bij plaatsingswijzers leiden bepaalde scores dan tot een bepaald schoolniveau. Daarnaast wordt bij het schooladvies rekening gehouden met aspecten zoals werkhouding, motivatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, studiehouding of studievaardigheden.

Het toepassen van zulke plaatsingswijzers is toegestaan en ze kunnen zowel voor scholen als ouders duidelijkheid bieden. Het is echter belangrijk om te weten dat de plaatsingswijzer een hulpmiddel is voor de basisschool en niet door de middelbare school als toelatingseis mag worden gebruikt. Met andere woorden: als de basisschool besluit om een ander schooladvies te geven dan je op grond van de plaatsingswijzer zou verwachten, dan heeft de middelbare school dat te accepteren. Ook mag het voortgezet onderwijs geen aanvullende toetsen eisen om leerlingen te kunnen selecteren. Dat is tegen de wet. Scholen die toch selecteren, riskeren korting op hun subsidie.

Loting bij te veel aanmeldingen

Sommige middelbare scholen zijn zo populair dat er geen plek is voor alle leerlingen die zich aanmelden. Voorheen werden er vaak harde en hoge eisen gesteld aan de behaalde Cito-scores om een schifting aan te brengen. Dat kan en mag nu dus niet meer. Wat nog wel steeds is toegestaan is dat scholen een systeem van loten toepassen om te bepalen welke leerlingen worden toegelaten tot een schoolsoort binnen de school. Als je kind extra ondersteuning nodig heeft op school, mag dat geen rol spelen bij de loting.

(Bronnen: Onderwijsinspectie, PO-raad/VO-raad)

Waar kun je terecht voor vragen of klachten over het schooladvies?

Als je merkt dat scholen zich niet houden aan de regels voor het schooladvies en toelating, kun je daarvan bij de onderwijsinspectie melding doen. Staatssecreatris Dekker heeft ouders natuurlijk opgeroepen dit ook daadwerkelijk te doen. Daarnaast kun je contact opnemen met de informatie- en adviesdienst van Ouders & Onderwijs (via mail of het gratis telefoonnumer 0800-5010) Ouders & Onderwijs kan je adviseren welke stappen je kunt nemen om het probleem opgelost te krijgen. Ook verzamelt de ouderorganisatie  signalen van ouders en geeft die door aan de onderwijssector. Ouders & Onderwijs deed dit eerder al met de signalen van vorig jaar.

Verder lezen

Breuken uitleggen aan je kind

Breuken uitleggen aan je kind

16 januari 2017 | Reacties (0)

Heeft jouw kind moeite met breuken? Je zoon of dochter is niet de enige. Breuken leren. Sommige kinderen snappen niet wat er lastig aan is, voor anderen zijn breuken echt een struikelblok. Om goed met breuken te kunnen rekenen, is het belangrijk dat je kind weet wat breuken precies zijn en hoe ze werken. Hier vind je uitleg en tips om je kind te helpen. Want met een beetje oefening zijn die breuken echt wel onder de knie te krijgen.

Breuken in groep 6

Op sommige scholen wordt in groep 5 al begonnen met eenvoudige breuken als halven, kwarten en derden (pizza’s verdelen!), andere rekenmethodes introduceren breuken in groep 6, waar ze ook voorkomen in de Cito-toets (van mei/juni). Vanaf dan zijn sommen met breuken vaste prik bij het rekenen en ook later bij de wiskundelessen op de middelbare school. Je kunt dus maar beter zorgen dat de basis goed is.

Wat is een breuk?

Om te kunnen rekenen met breuken, moet je kind eerst weten wat een breuk nu eigenlijk precies is. Bij breuken zijn twee concepten van belang: er wordt iets gebroken (vandaar het woord ‘breuk’) en er wordt iets verdeeld: het streepje in de breuk wordt niet voor niets ‘breukstreepje’ of ‘deelstreepje’ genoemd.

Een breuk is eigenlijk niets anders dan een deelsom, maar dan op een andere manier opgeschreven dan je kind tot nu toe gewend was.
Vier pannenkoeken verdeeld door twee kinderen is twee pannenkoeken per kind, oftewel 4: 2 = 2, oftewel 4/2 = 2.

Als je kind dit begrijpt, kun de stap maken naar één pannenkoek die verdeeld moet worden over twee kinderen. Want breuken ontstaan als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen dat een deel wil krijgen. Dat het antwoord in dit geval een halve pannenkoek is, weet een kind al jaren voordat de eerste breuk in de rekenboeken opduikt. Ook zal je kind op deze leeftijd al wel bekend zijn met de schrijfwijze van een halve als 1/2. Dus: 1 : 2 = een halve = 1/2.

Zolang het over het verdelen van pannenkoeken, koekjes en pizza’s gaat, lukt het vaak goed om dit concept in het achterhoofd te houden. Zodra het rekenen met breuken ingewikkelder wordt (breuken vergelijken, breuken versimpelen, breuken optellen en aftrekken), raken veel kinderen het zicht echter een beetje kwijt op waar ze nu eigenlijk precies mee aan het rekenen zijn en wat er nu eigenlijk concreet aan de hand is. Het is goed om dan te proberen terug te vallen op deze eerste basisuitleg.

Eerlijk delen!

Wel in vieren gedeeld, maar niet in kwarten.

Bij breuken gaat het altijd om een speciale man
ier van verdelen: de stukken of delen moeten even groot worden. Voor kinderen die net met breuken beginnen, is het soms nog lastig om een pizza of een taart eerlijk in vier stukken te verdelen. Zij snijden bijvoorbeeld van links naar rechts stroken af (of geven dit op een tekening aan).
Laat je kind ontdekken hoe je op een eerlijke manier deelt. Daarmee verkennen ze namelijk ook de relatie tussen breuken: Hé, als ik een half doormidden snijd, heb ik twee kwarten en als ik die weer door midden snijd, heb ik vier achtsten! Dus: 1/2 = 2/4 = 4/8.

‘Breukentaal’ leren

Door veel te oefenen met verdelen, maakt je kind kennis met allerlei verschillende breuken. Daarbij leert je kind stapje voor stapje de bijbehorende ‘breukentaal’: eerst heb je het over ‘een zesde deel van een appeltaart’, daarna over ‘1/6 appeltaart’. Later volgt een uitbreiding naar breuken met een teller die niet één is, zoals ‘5/6 appeltaart’. In eerste instantie ziet je kind dit voor zich als 5 keer 5/6 appeltaart. Als snel zal je kind leren 5/6 te zien als ‘5 van de 6’: de breuk is de verhouding tussen deel en geheel.

Voor veel kinderen is het belangrijk om de breuken fysiek te zien. Omdat je niet eindeloos appeltaarten en pizza’s kunt blijven snijden, kan het handig zijn om oefenmateriaal in huis te halen als je kind breuken lastig vindt. Kijk bijvoorbeeld eens in de webshop van Heutink, de leverancier waar de meeste scholen ook hun materialen kopen. Daar vind je diverse goede breukensets, bijvoorbeeld deze ‘breukenset rond‘:

In deze set zitten verschillende materialen om met breuken te oefenen, zoals gekleurde cirkels in stukken waaarmee je breuken kan leggen. Dat laatste kan met stukken van dezelfde grootte ( 1/2 + 1/2 maakt de cirkel vol) of met stukken van verschillende groottes ( 1/2 + 1/4 + 1/8 + 1/8 maakt de cirkel ook vol). Heutink verkoopt diverse breukensets. Laat je kind vooral ook even meekijken bij het uitzoeken. Sommige kinderen vinden het erg fijn om thuis met hetzelfde materiaal te oefenen als op school. Vaak is het echter ook goed om voor thuis juist een ander product te kopen. Zeker als je kind worstelt met breuken en daardoor een negatief gevoel heeft bij een bepaalde breukenset.

Vertrouwd raken met breuken

Waar het om gaat is dat je kind goed vertrouwd raakt met breuken. Hoe beter je zoon of dochter thuis is in de breukenwereld, hoe gemakkelijker daarna het ‘echte’ rekenen gaat. Bijna alle kinderen lukt het om in groep 7 en 8 te redeneren met derden en vierden. Dat zijn namelijk breuken waar de kinderen een heel concrete voorstelling van hebben.

Lastiger is het voor veel kinderen om te rekenen met bijvoorbeeld achtsten of negenden, omdat ze die breuken niet duidelijk voor zich zien. Toch moeten ze dit wel kunnen, omdat ze anders in het voortgezet onderwijs tegen problemen aanlopen (dit geldt met name voor kinderen die naar havo of vwo gaan).

Als je kind het lastig vindt om te rekenen met kleine breuken, is een lineaire breukenset een handig hulpmiddel:

De kleuren laten het verband tussen de verschillende breuken zien. De lineaire breukenset laat ook de relatie tussen de breuken, de procenten en de kommagetallen zien – want ook dat moet je kind in groep 7 en 8 allemaal begrijpen.

Alledaagse breuken

Breuken zijn lastige dingen, waar ook kinderen die goed kunnen rekenen over kunnen struikelen. Maar hoe meer je kind met breuken oefent, hoe beter het zal gaan. Laat je kind dus de taart aansnijden op een verjaardag, de rookworst verdelen bij de stamppot en een te klein aantal koekjes eerlijk verdelen met zijn vriendjes.

Verder lezen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

12 januari 2017 | Reacties (0)

Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt? Duizenden ouders van kinderen in groep 8 staan voor die vraag. Volg deze vijf stappen om tot een goede keuze te komen.

Stap 1: Welke scholen zijn er eigenlijk?

Waarschijnlijk heb je wel een aardig idee van de scholen die er in de buurt zijn. Als het goed is, heb je van de basisschool inmiddels een voorlopig schooladvies ontvangen. Je weet dus naar welk schoolniveau je kind waarschijnlijk zal gaan. Ga na op welke scholen je kind terecht kan. Beperk je niet tot scholen dicht in de buurt, maar kijk ook eens wat verder. Bekijk de websites en probeer te achterhalen waarin de scholen van elkaar verschillen.

Stap 2: Ga naar de open dagen

Ja duh… dat had zelf ook al wel bedacht. Vrijwel alle ouders en kinderen maken gebruik van de mogelijkheid die scholen in het voortgezet onderwijs bieden om open dagen bezoeken. Maar veel gezinnen laten ook kansen liggen en dat is jammer.

Wanneer zijn de open dagen?

Op de website VO-gids vind je een handige opendagenplanner. Je voert in in welke periode je open dagen wilt bezoeken, tot welke afstand je wilt zoeken en welk soort onderwijs je interesse heeft. De planner geeft dan een overzicht van alle open dagen die aan je selectiecriteria voldoen. Verder biedt deze website, die hoort bij de gratis VO Gids die vrijwel alle leerlingen van groep 8 via school ontvangen, ook een schat aan informatie over het voortgezet onderwijs en het uitzoeken van een middelbare school.

Ga niet alleen naar de school of scholen waar jij en je kind wel wat voor voelen, maar bezoek ook scholen waarvan je op voorhand denkt dat ze niet aanmerking komen. Tijdens een open dag kun je ontdekken dat zo’n school veel beter bij je kind past dan je had gedacht. Of kom je erachter dat er wel meer kinderen zijn die ver moeten reizen.

Had je het bij het goede eind en is zo’n school inderdaad niet geschikt, dan heb je jouw vermoedens bevestigd gekregen. Ook dat is wat waard bij zo’n ingewikkelde keuze als de schoolkeuze.

Stap 3: Ontdek wat ze je niet vertellen

Open dagen zijn één grote PR-machine voor middelbare scholen. De school wordt blinkend opgepoetst, in de toiletten wordt extra sterke luchtverfrisser gespoten en het onderwijs is er altijd fan-tas-tisch! In alle opwinding over deze nieuwe fase in het leven je kind, kun je je soms wat al te naïef laten overtuigen door prachtige brochures en inspirerende verhalen van docenten.

Koester echter ook een gezonde dosis achterdocht. Want er is altijd iets wat ze je niet vertellen. Hoe je daarachter komt? Heel simpel: vraag ernaar. Knoop eens een informeel gesprekje aan met de leraar die het praatje houdt. Vraag bijvoorbeeld waarom juist hij of zij op deze open dag is. Het levert vaak verrassende antwoorden en inzichten op.

Nog beter: vraag het de leerlingen. Bij elke open dag zijn leerlingen aanwezig. Dat is natuurlijk een mooi visitekaartje voor de school: jongelui die hun school zó leuk vinden dat ze er graag hun vrije middag of avond voor opofferen. Graag? Of omdat er iets mee te verdienen viel? Op veel scholen worden leerlingen voor hun aanwezigheid beloond met vrije dagen of een bioscoopbon. Als je dat weet, bekijk je ze toch anders.

Vraag de leerlingen eens waarom ze meehelpen. En praat dan niet alleen met die vrolijke extraverte meisjes, maar schiet ook eens een paar van die landerige puberjongens aan. Dan hoor je geheid dingen die je nog niet had gehoord. Dat de wc’s normaal altijd enorm stinken bijvoorbeeld. Dat de school helemaal niet helpt met leren plannen, zoals zojuist in dat mooie praatje werd verteld. En dat het wel leuk is dat iedereen op een laptop werkt, maar dat er veel te weinig stopcontacten zijn om computers op te laden en dat de wifi om de haverklap uitvalt.

Ken je kinderen die al langer op deze school zitten? Vraag dan ook aan hen en aan hun ouders wat er bevalt en wat er niet bevalt. Op die manier krijg je een realistischer beeld dan wat je tijdens de open dag te zien krijgt.

O ja, check ook even de site van de Onderwijsinspectie. Daarop kun je precies zien hoe de school presteert.

Stap 4: Zet een streep door vriendschappen

Niet letterlijk natuurlijk, maar wel op je lijstje met criteria. Kinderen zijn nogal eens geneigd om af te gaan op de keuze van vriendjes en vriendinnetjes. Ouders ook trouwens. Het lijkt zo fijn als je kind niet helemaal alleen die stap naar een nieuwe school moet maken. En dat is het ook wel. Maar laat je daar niet door leiden bij de keuze.

Eenmaal in de brugklas verandert de dynamiek razendsnel. Basisschoolvriendschappen kunnen in no time verwateren en nieuwe vriendschappen ontstaan snel. Tenslotte is je kind niet de enige die in een nieuwe situatie terechtkomt.

Natuurlijk zijn er best vriendschappen die moeiteloos doorlopen na de basisschool. Maar het is niet slim om keuze af te stemmen op anderen. Het draait om jóuw kid. Als de vriendschap echt zo sterk is, blijft die ook wel bestaan als de kinderen op verschillende scholen zitten.

Oudere broers of zussen? Die kun je ook wegstrepen. Ieder kind is anders en de school die bij het ene kind past, hoeft niet ook de beste school te zijn voor het andere kind in een gezin. Bij de basisschool is het om praktische redenen handig om op dezelfde school zitten, maar nu je kind lekker zelfstandig naar school gaat, vervalt die noodzaak.

Alleen als je op de grens van twee schoolregio’s woont, moet je opletten. De vakantieplanning wordt behoorlijk ingewikkeld als je kinderen in verschillende regio’s op school zitten en dus in verschillende weken vakantie hebben.

Stap 5: Luister naar je kind

Niet voor niets begon dit artikel met de zin: Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt. Want dat is waar het allemaal om draait. Dat weten we wel. En dat zeggen we ook. Hardop. Maar diep van binnen laten ouders zich soms toch door andere dingen leiden. Jij niet, natuurijk. (Maar lees voor de zekerheid toch maar even door.)

Wees eerlijk: vind je die ene school zo leuk omdat hij je doet denken aan jouw middelbare school? Of omdat het onderwijs zó leuk lijkt dat je er zelf haast wel naartoe zou willen? Omdat het een school met aanzien is, waarover je trots kunt vertellen? Of zie jij in deze school dé school die jouw kind het onderwijs kan bieden dat bij hem of haar past, in een sfeer waarin je zoon of dochter zich lekker zal voelen? Realiseer je dat het je kind is dat de komende vier tot zes jaar vijf dagen per week op deze school moet doorbrengen. Niet jij.

Observeer je kind tijdens open dagen. ‘Proef’ hoe hij of zij zich voelt. Praat erover. En luister. Je zult ontdekken dat jullie samen al snel tot dezelfde shortlist komen. Geef je kind ruimte om te kiezen. Het is verbazingwekkend hoe ‘volwassen’ kinderen in groep 8 tot een verstandige en goede keuze kunnen komen.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

Dit doet je kind in de tweede helft van het schooljaar

5 januari 2017 | Reacties (0)

Na de kerstvakantie breekt de tweede helft van het schooljaar aan. In sommige groepen betekent dit dat de bakens merkbaar verzet worden. Lees hier wat je kunt verwachten in de komende periode.

Groep 2: oudste kleuters op weg naar groep 3

Checklist hoofdluis

In groep 2 worden de kinderen langzaam voorbereid op de overgang naar het meer schoolse leren dat hen volgend jaar in groep 3 te wachten staat. Om na de zomervakantie succesvol te kunnen leren lezen, wordt in groep 2 al heel wat voorbereidend werk gedaan. Op veel scholen wordt in de tweede helft van het schooljaar in groep 2 nog intensiever geoefend met letters en klanken herkennen, hakken en plakken en rijmen.

Ook tellen en sorteren krijgen meer aandacht, net als voorbereidende schrijfoefeningen. Maar natuurlijk wordt er ook nog gewoon volop gespeeld. Kleuters leren immers spelenderwijs.

Lees meer over de ontwikkeling en leerproces van kleuters in groep 2 in het het artikel Oudste kleuters: van servet naar tafellaken

Groep 3: meer ruimte voor schrijven en rekenen

Tegen de tijd dat het kerstvakantie is, zijn kinderen in groep 3 vaak total loss. Ze hebben in een paar maanden tijd heel veel nieuwe dingen geleerd en de spanning en de drukte van Sinterklaas (waarin de meeste kinderen op deze leeftijd nog geloven) is daar nog eens overheen gekomen. Deze twee weken vakantie kon je kind goed gebruiken om bij te tanken. Je zult merken dat het schoolleven je kind in de tweede helft van het schooljaar minder energie kost. Je kind is er nu helemaal aan gewend.

Het proces van leren lezen gaat in de tweede helft van het schooljaar natuurlijk nog volop door, maar er komt nu ook meer ruimte voor andere vakken. Zo wordt met rekenen stapje voor stapje de overgang gemaakt van telvaardigheden naar echte sommen. Aan het eind van het schooljaar kan je kind probleemloos rekenen onder de tien en zijn ook sommen tot twintig voor de meeste kinderen gesneden koek.

In de loop van groep 3 zijn kinderen motorisch ver genoeg ontwikkeld om echt te leren schrijven. De meeste scholen beginnen daarmee dan ook na de kerstvakantie.Vaak begint schrijfonderwijs in groep 3 met het aanleren van losse (schrijf)letters. Vanaf eind groep 3 en in groep 4 leren de kinderen dan aan elkaar schrijven en komen ook de hoofdletters erbij. Er zijn ook scholen waar de kinderen direct het verbonden schrift (aan elkaar schrijven) leren.

Groep 7: het verkeersexamen komt eraan

In april of mei legt je kind op de fiets het verkeersexamen af . Dat is nog ver weg, maar er wordt nu al volop aandacht aan verkeerslessen gegeven. Je kind moet immers wel weten welke regels er allemaal gelden. Bovendien wordt het praktisch verkeersexamen vooraf gegaan door een theoretisch examen, waar je kind de komende maanden op wordt voorbereid.

Groep 8: het schooladvies en de eindtoets

Voor groep 8 breekt na de kerstvakantie een zeer intensieve periode aan: in januari en februari zijn er open dagen van middelbare scholen, voor eind maart formuleert de basisschool een schooladvies over het niveau van voortgezet onderwijs dat je kind aankan en in april moet je kind de verplichte eindtoets maken, die inzicht geeft in de reken- en taalvaardigheid van je kind. Alles staat in het teken van het afscheid van de basisschool. Het einde van het basisschooltijdperk komt ineens wel heel dichtbij. Sommige kinderen hebben het daar best moeilijk mee.

Zorg dat je kind goed uitgerust aan de tweede helft van het schooljaar begint en let er de komende maanden op dat je kind op tijd naar bed gaat en voldoende ontspanning krijgt. Probeer zelf ook relaxed en rustig te blijven, ook al is dit voor jou als ouder misschien ook best een spannende tijd.

Lees meer over de schoolkeuze in het artikel Hoe kies je een middelbare school?

Lees meer over het schooadvies in het artikel De regels voor het schooladvies

Alle groepen: hard werken en Cito-toetsen

In andere groepen zijn de verschillen met de eerste helft van het schooljaar minder duidelijk. Wel vormen deze rustige wintermaanden een periode waarin hard wordt gewerkt. Ook worden in januari of februari de Cito-toetsen van het leerlingvolgsysteem afgenomen in alle groepen (sommige scholen gebruiken andere toetsen). Mochten er twijfels zijn of je kind na de zomervakantie overgaat naar de volgende groep, dan wordt dit meestal in januari of februari al door de leerkracht bij de ouders aangekaart.

 

Verder lezen

10 Goede voornemens voor ouders

10 Goede voornemens voor ouders

2 januari 2017 | Reacties (0)

2017 is begonnen. Heb jij goede voornemens? Een paar kilo afvallen, gezonder leven… Thuisinonderwijs.nl heeft tien goede voornemens op een rijtje gezet speciaal voor ouders met schoolgaande kinderen.

1   Weg met de ochtendstress

  • Leg ’s avonds al spullen klaar en sta een kwartiertje eerder op
  • Gebruik een checklist om niets te vergeten
  • Zorg dat iedereen een goed ontbijt eet

gezonde lunch 2   Vul de broodtrommel met een gezonde lunch

  • Kies voor fruit en groente. Het Voedingscentrum geeft tips
  • Stop wat liefde in de broodtrommel met een leuk briefje. Schrijf ze zelf of download kant-en-klare broodtrommelbriefjes

3   Stimuleer zelfstandigheid

  • Kinderen kunnen meer zelf doen dan je denkt, dus stop met pamperen!
  • Geef je kind eenvoudige taken in huis

Leukedingen doen4   Gun je kind én jezelf vrije tijd

  • Eén sport of club  is voldoende
  • Houd bewust tijd vrij om met het hele gezin door te brengen
  • Ga samen leuke dingen doen

 5   Help mee op school

  • Bied af en toe je diensten aan als hulpouder
  • Doe niet meer dan waar je tijd voor hebt

 hardlopen6   Kom in beweging

  • Sporten geeft energie, die je als ouder goed kunt gebruiken
  • Door zelf te bewegen, geef je je kind het goede voorbeeld

7   Beperk de beeldschermtijd

  • Stel duidelijke limieten in voor de dagelijkste beeldschermtijd
  • Toon belangstelling voor de online activiteiten van je kind en praat er samen over
  • Zoek leuke en leerzame apps op

kinderbedtijd8   Hanteer strikte bedtijden

9   Praat vaker met je kind

  • … in plaats van tegen je kind
  • probeer minder te schreeuwen: positief opvoeden werkt beter en komt de sfeer ten goede

 10   Wel stimuleren, niet pushen

 

Verder lezen

Kerstvakantie – reken maar!

Kerstvakantie – reken maar!

21 december 2016 | Reacties (0)

De kerstvakantie komt eraan. De tijd om gezellige dingen te doen met je gezin. Maar ook om te leren! Want wist je dat kinderen thuis minstens zo veel leren als op school? ‘Informeel leren’ heet dat: kinderen leren uit alledaagse situaties. Door je hier als ouder bewust van te zijn, kun je je kind stimuleren thuis belangrijke vaardigheden en kennis op te doen en een brug te slaan met leren op school. Bovendien leggen kinderen door het ontwikkelen van het informeel leren de basis voor een leven lang leren*.

Informeel leren gaat vanzelf. Daar hoef je als ouder dus eigenlijk niets voor te doen. Wat je wel kunt doen, is zorgen dat je kind in leerzame situaties terechtkomt. Een bezoekje aan een museum is daarvan een voorbeeld. Maar je hoeft er de deur niet voor uit. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de manieren waarop je kind thuis van alles leert tijdens het kerstkransjes bakken of kerstkaartjes bekijken.

Kerstkransjes bakken

Stel, je gaat kerstkransjes bakken met je kind. Een leuke vakantie-activiteit. En heel leerzaam! Voor kleuters is dat een mooi moment om het begrip ‘cirkel’ te leren kennen. En misschien zijn er nog wel meer cirkels te vinden in de huis? Koekjes bakken is bovendien heel goed voor de ontwikkeling van de motoriek, het trainen van de ooghandcoördinatie en voor het oefenen van geconcentreerd met een ‘taak’ bezig zijn.

Je zou het misschien niet zeggen, maar kerstkransjes bakken vergroot ook de taalvaardigheid. Je zoon vergroot zijn woordenschat (bloem, zeef, mixer, deeg) en moet ‘begrijpend luisteren’ om te snappen wat hij moet doen als jij zegt dat hij 200 gram bloem moet afwegen. Leest je dochter zelf het recept, dan is ze bezig met ‘begrijpend lezen’.

Daarnaast oefent je kind tijdens het bakken allerlei rekenvaardigheden. Denk maar aan het wegen met een weegschaal en uitrekenen hoeveel gram er van een ingrediënt bij moet, of het afmeten van een liter melk, het tellen van de eieren of het toevoegen van een theelepel kaneel.

Koekjes bakken is eveneens een inzichtelijk lesje voedingsleer. Je kind ziet met eigen ogen hoeveel boter en suiker er in koekjes zit; een mooi aanknopingspunt om het eens over gezonde voeding te hebben.

Weet je kind al hoe meel wordt gemaakt? Vertel over het proces van graan en de molen, of bekijk er een filmpje over:

Graan malen – Zo wordt van graan meel gemaakt

Uploaded by Pamupus on 2016-10-31.

En wist je dat koekjes bakken eigenlijk gewoon keiharde scheikunde is? Als je de koekjes de oven inschuift, zet een je een chemisch proces in werking dat ene substantie (deeg) in een andere verandert (koekjes). Dit filmpje vertelt je er meer over:

The chemistry of cookies – Stephanie Warren

View full lesson: http://ed.ted.com/lessons/the-chemistry-of-cookies-stephanie-warren You stick cookie dough into an oven, and magically, you get a plate of warm, gooey cookies. Except it’s not magic; it’s science. Stephanie Warren explains via basic chemistry principles how the dough spreads out, at what temperature we can kill salmonella, and why that intoxicating smell wafting from your oven indicates that the cookies are ready for eating.

Kerstkaartjes gekregen?

Er worden niet meer zo kerstkaartjes verstuurd als vroeger, maar de kans is groot dat je er toch heel wat hebt ontvangen de afgelopen dagen. Hoeveel eigenlijk? Kleuters vinden het leuk om te tellen. Hebben ze allemaal dezelfde vorm? Vast niet. Welke vormen kent je kleuter al? Welke vorm komt het meest voor?

Door te praten over wie de kaarten heeft gestuurd, leert je kind over zijn eigen persoonlijke geschiedenis. Door te kijken waar ze vandaan komen, komt er ineens wat topografie om de hoek kijken. Welk kaartje heeft de verste afstand afgelegd?

 

Natuurlijk zijn er veel meer voorbeelden te noemen van hoe kinderen thuis kunnen leren. Want eigenlijk komt het erop neer: kinderen leren letterlijk van alles. Als je erop gaat letten, zie je het vanzelf. Je zult merken dat je er zelf ook meer op gaat inspelen, door nét even die vraag te stellen die je kind aan het denken zet, of een opdrachtje te geven dat je kind prikkelt om iets nieuws te leren. Daarmee benut je gouden kansen om je kind op een ongedwongen manier in zijn of haar ontwikkeling te stimuleren.

 

Informeel leren, Expertixecentrum Ontwikkeling, Opvang en Onderwijs

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (3)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie. Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen