Realistisch rekenen heeft voor- en nadelen

| 3 maart 2017 | Reacties (0)

Eindeloze rijen sommetjes in een schriftje. Met de hele klas opdreunen: 1 +1 = 2, 1 + 2 = 3, enzovoort. Zo leerden kinderen vroeger rekenen. Tegenwoordig gaat het er heel anders aan toe. De rekenoefeningen waarmee je kind aan de slag gaat, zijn het resultaat van het zogeheten realistisch rekenen dat in de jaren tachtig in zwang raakte.

Rekenen sluit aan bij het dagelijks leven

Drie manieren om de som ’95-37= ‘ uit te rekenen. Voorbeeld uit de rekenmethode ‘Wereld in getallen’.

De nadruk op mechanisch cijferen, met kale sommen zonder context, verdween en heeft maakt plaats gemaakt voor rekenlessen waarin rekeninzicht op de voorgrond staat. De kinderen oefenen met rekenbewerkingen die passen bij hun leeftijd en hun dagelijks leven. Stoeptegels tellen op het schoolplein, meten hoe lang hun tafeltje is, of knikkers verdelen in groepjes.

Een mooi voorbeeld is ook het gebruik van de woorden ‘erbij’ en ‘eraf’ in groep 3, in plaats van ‘plus’ en ‘min’: alledaagse woorden in plaats van rekenwoorden. Sommige ouders kijken vreemd aan tegen deze termen. ‘Hoezo erbij? Dat noem je toch gewoon plus?’ Realiseer je dat dit soort opmerkingen behoorlijk verwarrend kunnen zijn voor je kind, zeker als het rekenen moeilijk vindt.

Bussommen

Probeer voor de aardigheid eens een rekenboek van je kind in te kijken. Je ziet dan in een oogopslag hoe het rekenonderwijs er tegenwoordig aan toegaat. Een leuk voorbeeld zijn de bussommen in groep 3. De bus is een hulpmiddel voor sommen tot en met twintig.

Het is een concreet voorbeeld van een situatie waar sprake is van ‘erbij’ en ‘eraf’: er zitten drie mensen in de bus, bij de halte stapt er eentje uit, hoeveel mensen zitten er nu in de bus? Bij bussommen wordt ook echt een plaatje van een bus gebruikt. Gedurende groep 3 wordt de som steeds abstracter verbeeld tot een som met de gewone rekensymbolen aan het eind van het schooljaar.

Thuis realistisch rekenen

Het leuke van de realistische benadering van het rekenonderwijsis dat alledaagse dingen perfect aansluiten bij hoe je kind leert op school. Als je samen een cake bakt, oefent je kind met wegen. Geef je zakgeld, dan leert je kind geld tellen. Speel je een bordspel met twee dobbelstenen, dan oefent je kind optellen tot 12. En zeg je dat je kind tot half vijf moet wachten voordat de tv aan mag, dan wordt het ineens heel belangrijk om te kunnen klokkijken!

Realistisch rekenen is een typisch Nederlands fenomeen. In het buitenland werken ze vrijwel nooit met deze methode.

 Comeback van het traditionele rekenen

Sinds de jaren tachtig zijn bijna alle scholen in Nederland overgestapt op het realistisch rekenen. Met brede instemming van leerkrachten en ouders, overigens. In een enquête van bureau Inter/View in de jaren tachtig gaven de ondervraagde ouders aan rekenen toegepast in het dagelijks leven en hoofdrekenen belangrijker te vinden dan cijferen, kale sommen maken op papier.

Een jaar of tien gelegden kwam er echter ook kritiek op het realistisch rekenen. Leerkrachten merkten in de klas dat het realistisch rekenonderwijs voor de ‘betere rekenaars’ een fijne methode is. Deze kinderen kunnen hun intelligentie combineren met inzicht en creativiteit. De ‘zwakke rekenaars’ daarentegen raken soms verward door de aanbieding van meerdere strategieën voor één soort opgave.

’Kinderen kunnen niet meer rekenen’

Een van de grootste criticasters van het realistisch rekenonderwijs is Jan van de Craats, hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam. In 2007 schreef hij een zwartboek over het rekenonderwijs waarin hij stelde dat kinderen ‘niet meer kunnen rekenen’ omdat het realistisch rekenonderwijs volgens hem mank gaat op een aantal vooronderstellingen die niet kloppen.

Zo gaat inzicht volgens hem niet aan rekenvaardigheid vooraf, maar is het eerder andersom: juist tijdens het oefenen ontstaat geleidelijk het begrip. Van de Craats hekelt ook het aanbieden van meerdere oplossingsstrategieën. Liever voor elk type rekenbewerking één beproefd, eenvoudig en altijd werkend rekenrecept dan een ratjetoe aan handigheidjes, foefjes, trucs en hap-snapmethodes, betoogt hij.

’Kinderen zijn beter gaan rekenen’

Heeft hij gelijk? Volgens Marja van den Heuvel-Panhuizen, hoogleraar wiskundedidactiek aan de Universiteit van Utrecht, niet. Zij is verbonden aan het Freudenthal Instituut, dat aan de wieg stond van het realistisch rekenonderwijs. In haar oratie weersprak ze de kritiek van Van de Craats. Het realistisch rekenonderwijs heeft er volgens haar toe bijgedragen dat kinderen de afgelopen decennia veel beter zijn geworden in schattend rekenen, hoofdrekenen en rekenen met procenten. Ook hebben ze een beter getalinzicht. Dat dit soms ten koste gaat van het vermogen om op papier kale sommen te becijferen is volgens haar logisch. Er is immers bewust voor gekozen om sommen in de context van verhaaltjes en alledaagse situaties aan te bieden.

Herwaardering van ouderwets rekenen

De discussie over de voor- en nadelen van realistisch rekenen heeft geleid tot een voorzichtige herwaardering van het ouderwetse rekenen. Zo zijn er nieuwe rekenmethodes verschenen (Reken Zeker en Wizwijs) die elk op hun eigen manier en vanuit een eigen visie weer meer oog hebben voor de klassieke manier van rekenen. Uit onderzoeksgegevens van Cito blijkt dat de ouderwetse manier van rekenen de laatste jaren terrein heeft teruggewonnen, vooral in de hoogste groepen van de basisschool.

 

Beeld: Wereld in getallen

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , , ,

Categorie: HvT, Rekenen

Schrijf een reactie