Steeds minder leerlingen voor basisscholen

| 23 februari 2012 | Reacties (1)

Basisscholen in het hele land krijgen te maken met fors dalende leerlingenaantallen. De komende drie jaar daalt het aantal leerlingen met bijna 70.000. Over acht jaar zijn er naar verwachting zo’n 100.000 basisschoolleerlingen minder dan nu. Dit heeft de Algemene Onderwijsbond (AOb) vandaag bekend gemaakt.

Krimp bedreigt basisscholen in heel Nederland. Bron: AOb

Duizenden leerkrachten op straat

De gevolgen van de krimp zijn groot. Scholen krijgen minder geld van het Rijk. Landelijk gaat dat om zo’n 300 miljoen euro. Dat betekent dat leerkrachten op straat komen te staan. In totaal dreigen 3300 banen te verdwijnen. Aangezien veel leerkrachten in deeltijd werken gaat het om zo’n 4500 juffen en meesters. Het Onderwijsblad heeft de gevolgen van de leerlingdaling in kaart gebracht door de bevolkingsprognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), de kosten per leerling, leerlingenaantal per school en opheffingsnormen per gemeente te combineren.

Opvallend is dat de krimp niet alleen scholen treft in de bekende krimpregio’s, als Oost-Groningen, Zuid-Limburg en Zeeland. In driekwart van alle gemeenten lopen de leerlingenaantallen terug. In bijna de helft van de gemeenten krimpen de scholen met zo’n tien procent.

Help, de school krimpt!

Wat betekent dat voor mijn kind?

Kies je voor de kleine dorpsschool, met het risico dat die over een paar jaar de deuren moet sluiten, of ga je liever naar een grotere school in de stad of een naburig dorp? Voor ouders is het belangrijk om zich bewust te zijn van de mogelijke veranderingen die in het verschiet liggen als gevolg van krimp. Een aantal gevolgen op een rijtje:

    Duizend basisscholen worden met opheffing bedreigd, zo heeft Algemene Onderwijsbond becijferd.

  • De dorpsschool verdwijnt. Steeds meer kleine scholen zullen noodgedwongen hun deuren moeten sluiten omdat ze te weinig leerlingen hebben. Het aantal scholen dat de ‘opheffingsnorm’ niet meer haalt, loopt de komende jaren op tot duizend. De opheffingsnorm bepaalt het minimumaantal leerlingen dat een school moet hebben, op basis van de plaatselijke bevolkingsdichtheid. De opheffingsnormen variëren tussen minimaal 23 leerlingen per school in zeer dunbevolkte gebieden, tot 200 leerlingen per school in steden.
  • Groepen worden groter. Minder leerlingen, betekent minder geld, betekent minder groepsleerkrachten. Dat leidt onvermijdelijk tot grotere groepen. Door bijvoorbeeld van drie groepen met respectievelijk 21, 22 en 23 leerlingen twee groepen met 33 leerlingen te vormen, wordt één leerkracht ‘uitgespaard’.
  • Meer combinatiegroepen. Op kleinere scholen lukt het vergroten van de groepen alleen door combinatie groepen te maken van bijvoorbeeld groep 3 en 4 of 7 en 8. Combinatiegroepen hebben voor- en nadelen. Lesgeven aan een combinatiegroep vergt meer organisatorische inspanning van de meester of juf. “Zo nu en dan lijkt de leerkracht in de combinatieklas op een organist die tegelijkertijd ook nog de dirigent is”, aldus een Zwitserse pedagoog. Sommige kinderen worden in hun onzekerheid aangewakkerd doordat de oudere kinderen in de groep veel meer kunnen dan zij. Voor de oudste kinderen zijn sommige gezamenlijke activiteiten soms te kinderachtig. Maar er zitten ook positieve punten aan: het leeftijdsverschil heeft vaak een positieve invloed op de (sociale) ontwikkeling van kinderen. Jongere kinderen leren van de oudere kinderen, de oudere kinderen leren veel van het helpen van jongere kinderen. Bovendien leren kinderen in combinatiegroepen over het algemeen erg goed zelfstandig en geconcentreerd werken.
  • Minder jonge juffen en meesters voor de klas. Ontslagrondes in het onderwijs gaan over het algemeen ten koste van jonge leerkrachten. Het docentenkorps vergrijst.
  • Fusies en holdingconstructies. Om het hoofd boven water te houden, zullen naar verwachting steeds meer scholen de komende jaren fusies aangaan of kiezen voor samenwerking in een holdingsconstructie. Voor een fusie moet de medezeggenschapsraad, waarin ouders en leerkrachten vertegenwoordigd zijn, instemming geven. Bij vorming van holding is alleen adviesrecht van de medezeggenschapsraad vereist. Dalende leerlingenaantallen leiden op schoolniveau tot schaalverkleining, maar op bestuurlijk niveau tot schaalvergroting.
  • Te grote schoolgebouwen. Scholen komen te ruim in hun jas te zitten wat betreft hun huisvesting, terwijl de kosten voor onderhoud en verwarming niet afnemen. Dit betekent echter ook dat veel (verouderde) noodgebouwen die de afgelopen decennia naast basisscholen zijn verrezen overbodig worden en kunnen worden afgebroken. Ook versnippering van de school op dislocaties, voorheen vaak uit nood geboren, is wellicht niet meer nodig.
  • Strijd om de leerling. In het voortgezet onderwijs is de strijd om nieuwe leerlingen al jaren heel gewoon. Met gelikte promotieverhalen en leuke cadeautjes wordt geprobeerd zo veel mogelijk leerlingen binnen de school te krijgen. Die ontwikkeling begint zich ook voor te doen in het basisonderwijs. Denk bijvoorbeeld aan gratis toneelvoorstellingen voor 3-jarigen om peuters en hun ouders binnen te ‘lokken’. Elke nieuwe leerling betekent immers meer geld en meer formatie voor de school.

Beeld: stock.xchng, Aob

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , ,

Categorie: Nieuws

Schrijf een reactie