Tag: "cito"

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders heeft Thuisinonderwijs.nl het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het inforamtieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders dat Thuisinonderwijs.nl heeft opgesteld. Daarin wordt in heldere taal verteld wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Goede cijfers, tegenvallende Cito's

Goede cijfers, tegenvallende Cito’s

8 februari 2017 | Reacties (1)

Het komt geregeld voor dat kinderen die normaal gesproken hoge cijfers halen slechts matig scoren op Cito-toetsen. Ouders begrijpen vaak niet hoe dat kan – en scholen leggen het ook lang niet altijd goed uit. Toch laat het verschijnsel zich wel verklaren, al zal de exacte oorzaak per kind verschillen.

Cito-toetsen zijn anders dan methodetoetsen

De normale cijfers krijgt je kind voor de reguliere toetsen die horen bij de lesmethode, de zogeheten methodetoetsen. Deze methodetoetsen zijn bedoeld om te controleren of de leerlingen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het is dus moeilijker om een hoge Cito-score te halen dan een goed cijfer op een methodetoets.

De methodegebonden toetsen sluiten bovendien naadloos aan op de lesstof. Er worden precies díe kennis en vaardigheden getoetst die je kind in de weken eraan voorafgaand uitgelegd heeft gekregen en intensief heeft geoefend. Deze informatie en kennis ligt dus nog vers in het geheugen. Cito-toetsen worden eens per halfjaar gehouden. Daardoor kan sommige kennis wat zijn weggezakt. Soms komen er ook dingen aan de orde die je kind helemaal nog niet heeft geleerd in de klas; de Cito-toetsen lopen niet altijd helemaal parallel aan het aanbod in de lesmethodes.

margequote blauwDaarnaast kan de vraagstelling in Cito-toetsen de score beïnvloeden. Zo’n toets ziet er anders uit dan wat je kind gewend is en de leerlingen moeten zelf bedenken welke oplossingsstrategie ze moeten gebruiken. Dat is soms best lastig!

Faalangste en stress

Soms ligt de oorzaak van zo’n verschil in scores bij de leerlingen, of bij de manier waarop die Cito-toetsen ervaart. Faalangst kan een rol spelen, als er te veel nadruk wordt gelegd op het belang van de Cito-toets. Was Cito-stress in het verleden nog vooral een woord dat in verband werd gebracht met de Cito-eindtoets in groep 8, steeds vaker duikt het begrip nu ook op in de lagere groepen. Scholen moeten de toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem elk jaar verplicht aanleveren bij de Onderwijsinspectie. Die controleert nauwlettend of het niveau schoolbreed aan de verwachtingen voldoet. Dit legt druk op scholen om te zorgen voor goede Cito-scores.

Nu de uitslag van de eindtoets in groep 8 niet meer meetelt voor het schooladvies, wordt er op nogal wat scholen nadrukkelijker gekeken naar de scores uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 bij de vaststelling van het schooladvies. Probeer als ouder te voorkomen dat je daarvan in de stress schiet. Dat is het wel het laatste waar je kind bij gebaat is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie is gebleken dat de Cito-scores uit het leerlingvolgsysteem een heel goede voorspeller zijn voor het niveau van voortgezet onderwijs dat kinderen aankunnen.

Of andersom: slechte cijfers, hoge Cito’s

Sommige leerlingen maken hun methodetoetsen maar matig, maar scoren ineens in de hoogste schaal tijdens Cito-toetsen. Dat kan het gevolg zijn van een slechte werkhouding: je kind heeft niet zo’n zin om zich erg in te spannen of interesseert zich maar matig voor het schoolvak en doet op gewone toetsen niet bijzonder zijn best. Maar een Cito-toets is anders, belangrijker en interessanter. Daar gaat hij wel even voor zitten. Het kan ook zijn dat de leerling onderpresteert: de normale stof is te gemakkelijk en biedt geen uitdaging, maar bij de moeilijkere vragen in de Cito-toets leeft hij op.

Wat de oorzaak ook is van opvallende verschillen tussen de gewone toetsen en de Cito-toetsen, voor de leerkracht moet zo’n verschil altijd een signaal zijn om precies na te gaan wat er aan de hand is. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Of alleen bij heel grote verschillen. Of alleen bij leerlingen die helemaal aan de onderkant of helemaal aan de bovenkant van de schaal zitten.

Als je vindt dat de leerkracht de toetsresultaten onvoldoende kan verklaren of te veel blijft hangen in algemeenheden, laat je dan niet te snel met een kluitje in het riet sturen. Vraag of de leerkracht of intern begeleider er nogmaals naar wil kijken en spreek af om er op een later tijdstip op terug te komen. Uiteindelijk is dat de winst van een leerlingvolgsysteem: dat leerkracht en ouders samen de uitslagen bekijken en samen bepalen hoe het gaat met het kind en of er wat extra’s gedaan moet worden.

Verder lezen

Schoolkinderen met laptop

Zijn de gegevens van je kind veilig?

2 september 2016 | Reacties (0)

Steeds meer leermateriaal op school is digitaal. Je kind moet inloggen en wordt ‘persoonlijk’ herkend. Hartstikke handig natuurlijk, maar hoe zit het met de bescherming van de persoonsgegevens van je kind?

Schoolkinderen met laptop

Het is een terechte vraag. Want niet alleen de school weet nu van alles over je kind, maar ook de uitgeverij van het digitale lesmateriaal. Voor- en achternaam, geboortedatum en soms moeten ook het Cito-niveau en andere gegevens worden ingevoerd. Al met al wordt er zo een interessant datapakketje over je kind samengesteld.

Waarom is dat eigenlijk nodig? Digitale leermiddelen houden de vorderingen van je kind bij, passen eventueel het niveau en de oefenstof aan en slaan die op in een leerlingvolgsysteem voor de leerkracht. Zo sluit het leermateriaal precies aan bij de onderwijsbehoefte van je kind en profiteert de docent optimaal van de voordelen van het leerlingvolgsysteem. Dat is een groot voordeel van digitale leermiddelen. Maar je wilt natuurlijk wel dat de gegevens van je kind veilig zijn.

Uit onderzoek van het Nederlands Instituut van Psychologen bleek onlangs dat scholen te makkelijk omgaan met privé-gegevens van leerlingen. Gegevens worden zonder toestemming gedeeld en ouders worden niet goed geïnformeerd. Dit onderzoek ging niet zo zeer over digitale leermiddelen, maar het geeft wel aan dat een blind vertrouwen ‘dat de school het wel goed zal doen’ misschien niet altijd op zijn plaats is.

Goed om te weten

Scholen zijn verantwoordelijk voor de zorgvuldige omgang met de persoonsgegevens van de leerlingen. De school moet hierover goede afspraken maken met educatieve uitgevers en leveranciers van software. Een speciaal convenant, dat de Wet bescherming persoonsgegevens vertaalt naar de onderwijswereld, geeft hiervoor handvatten. Dit convenant bestaat al een paar jaar, maar is deze zomer aangescherpt omdat de digitale ontwikkelingen in het onderwijs razendsnel gaan.

Goed om te weten: educatieve uitgeverijen die gegevens van je kind hebben, geven deze niet door aan derden. Behalve als ze daartoe wettelijk verplicht zijn of als de school dit vraagt. Dat laatste kan bijvoorbeeld als de gegevens weer worden uitgewisseld met een leerlingadministratiesysteem. De school blijft altijd zeggenschap houden over de gegevens van de leerlingen.

Wat kun je als ouder zelf doen?

Weet jij als ouder hoe de school van je kind omgaat met persoonsgegevens? Waarschijnlijk niet. Toch moet je dit, als het goed is, wel ergens kunnen terugvinden op de schoolwebsite of in de schoolgids, of misschien heb je er een brief over ontvangen. De school is namelijk verplicht om ouders in begrijpelijke taal en vooraf te informeren over het gebruik van persoonsgegevens. Is dit niet gebeurd? Trek aan de bel!

Als je precies wilt weten welke gegevens van je kind zijn vastgelegd buiten de school, kun je dat bij de school opvragen. De school moet dan een volledig overzicht geven, met daarbij een duidelijk omschrijving welke gegevens met wie zijn gedeeld en waarom. Zo houdt je zicht op wat er met de gegevens van je kind gebeurt. Ben je het niet eens met de gang van zaken? Geef dit bij de school aan. Betrek zo nodig ook de medezeggenschapsraad erbij.

Verder lezen

Schooladvies niet verplicht omhoog na goede Cito-uitslag

Schooladvies niet verplicht omhoog na goede Cito-uitslag

23 mei 2016 | Reacties (5)

Nu van de meeste kinderen in groep 8 de score op de eindtoets bekend is, leggen scholen en ouders die uitslag naast het eerder afgegeven schooladvies. Bij een hogere Cito-score dan verwacht kan het schooladvies immers naar boven worden bijgesteld. Een hogere Cito-score geeft echter niet automatisch recht op een hoger schooladvies.

Heroverwegen schooladvies is verplicht bij hogere Cito-score, bijstellen niet

Nu de uitslag van de Cito-toets bekend is, klinken de eerste signalen van ouders die aankondigen ‘verhaal’ te gaan halen bij de basisschool. Ze menen dat hun kind door zijn of haar mooie Cito-score recht heeft op een hoger schooladvies. Dat is dus niet zo. Het enige waartoe de basisschool verplicht is, is om het schooladvies te heroverwegen als een kind een hogere score dan verwacht heeft gehaald op de eindtoets. In overleg met de leerling en zijn of haar ouders kan de school het advies dan naar boven bijstellen. Het sleutelwoord in de vorige zin is ‘kan’. De school kan namelijk ook, goed geargumenteerd, besluiten om het oude advies te handhaven.

Vorig school­jaar leidde een hoge Cito-score maar in 1 op de 6 gevallen tot een schooladvies. Als het aan Jet Busse­maker, min­is­ter van Onder­wijs, ligt, wordt de Cito-score lei­dend voor het schoolad­vies. Ze gaf ze onlangs aan nog voor vol­gend jaar de wet te willen wijzi­gen. Een Cito-score die hoger is dan het oordeel van de leraar moet dan zwaarder gaan wegen. Besluit de basiss­chool nu om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school ver­plicht om dit besluit te motiv­eren, bij voorkeur ook in een gesprek met de oud­ers en de leer­ling.

Middelbare school moet leerling toelaten op hoger niveau

Als het schooladvies naar aanleiding van de Cito-score naar boven wordt bijgesteld, is de middelbare school ook verplicht je kind te accepteren op het nieuwe niveau. De school mag je kind dus niet weigeren omdat er vanwege het oorspronkelijke schooladvies twijfel is of je zoon of dochter het niveau wel aankan.

Nooit een lager schooladvies

De uitslag van de Citotoets (of van de eindtoetsen IEP en Route8) geldt als een tweede gegeven bij het schooladvies dat in februari is afgegeven. De uitslag op de eindtoets mag niet gebruikt worden om het schooladvies naar beneden bij te stellen, ook niet als de score lager uitvalt dan verwacht. Het is nog niet bekend hoeveel toetsadviezen dit jaar hoger of juist lager zijn uitgevallen dan het schooladvies. Percentages kunnen pas gegeven worden als alle basisscholen hun toetsgegevens hebben ingevoerd in de registratiesysteem waarin ook de schooladviezen staan. In het schooljaar 2014-2015 sco­orde een kwart van alle leer­lin­gen hoger dan het advies dat de basiss­chool had gegeven.

Cito-score 2016 iets hoger, schooladvies gelijk

Dit jaar behaalden de leerlingen gemiddeld een standaardscore van 534,9 op de Centrale Eindtoets (de voortzetting van de oude Cito-toets). Het brugklastype dat het beste past bij deze standaardscore is gemengde/theoretische leerweg en havo. Hoewel de gemiddelde Cito-score in 2015 dus iets hoger was, is er geen hoger niveau-advies in de uitslagen te zien: ongeveer evenveel leerlingen hebben een advies voor vmbo, havo of vwo gekregen als in voorgaande jaren.

Gemiddelde Cito-score:

  • 2016: 534,9
  • 2015: 535,3
  • 2014: 534,9
  • 2013: 535,1
  • 2012: 535,5
  • 2011: 535,5

 

Ruim 143leerlingen hebben in 2016 de Centrale Eindtoets gemaakt. In totaal hebben ruim 6850 leerlingen de maximale standaardscore van 550 behaald. Niemand maakte de toets foutloos. Vier kinderen hadden slechts één fout. De Centrale Eindtoets is op ongeveer 80 procent van de basisscholen afgenomen. Op de andere scholen is de eindtoets van IEP of Route8 gemaakt. De gemiddelde uitslag van die toetsen is niet bekend gemaakt.

Verder lezen

Van Citoscore naar diploma

Geen foutloze Cito-eindtoets dit jaar

11 mei 2016 | Reacties (0)

Ruim 143.000 achtstegroepers maakten vorige maand de eindtoets van Cito. Geen van hen slaagde erin alle vragen goed te beantwoorden. Er waren wel vier kinderen die slechts één foutje hadden. Vorig waren er drie leerlingen die de Cito-toets foutloos maakten. Alle scholen waar de Cito-toets is afgenomen, hebben vandaag de uitslag per post ontvangen.

6.850 kinderen halen hoogste Cito-score van 550

Om de maximale Cit0-score van 550 te halen, is het niet nodig dat de toets foutloos wordt gemaakt. Er waren dit jaar 6.850 kinderen die de hoogste score haalden. De gemiddelde Cito-score was dit jaar 534,9, iets lager dan de afgelopen vier jaar. De adviezen voor het schoolniveau in het voortgezet onderwijs op basis van de Cito-toets laten vrijwel hetzelfde beeld zien als de adviezen in voorgaande jaren: ongeveer evenveel leerlingen hebben een advies voor vmbo, havo of vwo gekregen.

Hoe kan het dat deze uitslag al bekend is? Mijn kind moet de Cito-toets nog maken…

Dat kan kloppen. Je kind doet dan de digitale versie van de Cito-eindtoets, die nog steeds kan worden afgenomen. Toch heeft het College voor Toetsen en Examens (CvTE) de cijfers nu al bekend gemaakt, omdat de verwachting is dat de landelijk gemiddelde standaardscore amper zullen veranderen door nog lopende digitale toetsafnames.

Het toetsadvies is een second opinion op het schooladvies dat door de school voor 1 maart is gegeven. Als een leerling beter presteert op de Centrale Eindtoets dan het schooladvies aangeeft, dan moet de basisschool het eerder gegeven schooladvies van de leerling heroverwegen. De basisschool kan dan het schooladvies naar boven toe bijstellen, iets wat vorig schooljaar overigens maar in 1 op de 6 gevallen gebeurde. Besluit de basisschool om het advies niet naar boven bij te stellen, dan is de school verplicht om dit besluit te motiveren, bij voorkeur ook in een gesprek met de ouders en de leerling.

Wetswijzing om Cito-score leidend te maken

Als het aan Jet Bussemaker, minister van Onderwijs, ligt, wordt de Cito-score leidend voor het schooladvies. In het programma WNL Op Zondag gaf ze onlangs aan nog voor volgend jaar de wet te willen wijzigen. “Als de citoscore hoger is dan het oordeel van de leraar, laat ik de citoscore zwaarder wegen.”

De eindtoets van Cito is een van de drie eindtoetsen die in groep 8 mogen worden afgenomen. Zo’n 80 procent van de basisscholen heeft voor de Cito-toets gekozen.

 

 

Verder lezen

Cito-toets verliest terrein in groep 8

Cito-toets verliest terrein in groep 8

23 maart 2016 | Reacties (0)

Ruim een kwart van de basisscholen in Nederland kiest neemt dit jaar geen Cito-toets af. Deze scholen kiezen voor de eindtoets van ROUTE8 of de IEP Eindtoets, zo blijkt uit de inschrijvingen van deze toetsten. Vorig jaar koos 85 procent van de scholen nog de Cito-eindtoets.
Alle basisscholen moeten sinds vorig jaar verplicht een centrale eindtoets afnemen in groep 8. De scholen mogen zelf kiezen welke eindtoets ze willen gebruiken. Ze hebben de keuze uit drie verschillende eindtoetsen. De scholen die niet voor de Cito-toets kiezen, doen dit omdat ze de andere toetsen relaxter vinden voor de leerlingen en gemakkelijker af te nemen. Geen stress meer van drie dagen Cito-toets, maar afname op een tijd die school zelf goed uitkomt (IEP) en een toets die veel korter duurt (IEP en ROUTE8).

gratis ebook Alles over de eindtoets in groep 8De drie eindtoetsen hebben alle drie dezelfde functie: ze geven inzicht in de reken- en taalvaardigheid van een leerling aan het einde van de basisschool. Toch verschillen ze behoorlijk van elkaar. De manier van afnemen is anders, de eindscores zijn verschillend en ze worden ook niet allemaal op dezelfde tijd gehouden. ROUTE8 is een adpatieve toets, die niet alleen de verplichte onderdelen meet, maar ook kijkt naar zelfbeeld en werkhouding. De IEP Eindtoets is de enige eindtoets die naast multiple choice-vragen ook open vragen bevat.


In ons gratis ebook Alles over de eindtoets kun je precies lezen wat de toetsen in houden, hoe ze worden afgenomen en in welk opzicht ze van elkaar verschillen. Je vindt daarin ook uitleg over de eindscores en hoe je de uitslag moet interpreteren. Je kunt het boekje downloaden via deze link.

Wanneer maakt mijn kind de eindtoets?

Cito
15-29 april: digitale afname
19, 20, 21 april: papieren afname

IEP Eindtoets
19 en 20 april

ROUTE8
15 april – 15 mei, datum naar keuze

Verder lezen

Boerenzonen roepen 'boe' tegen shit-ossen

Boerenzonen roepen ‘boe’ tegen shit-ossen

17 maart 2016 | Reacties (0)

Vanaf groep 5 doet topografie zijn intrede in een kinderleven. En dat is niet voor iedereen een pretje. Van tijd tot tijd krijgt je kind een kaartje met topografische namen mee naar huis om te leren. Maar hoe pak je dat aan?

In dit artikel over topografie leren zetten we al eerder enkele tips op een rijtje. Daar voegen we nu nog een paar aan toe. De eerste staat (deels) als kop boven dit artikel: Boerenzonen roepen ‘boe’ tegen shit-ossen, echt Hema! Inderdaad, dat is klinkklare nonsens. Maar toch niet helemaal…

Ezelsbruggetjes voor topografie

Kijk maar eens naar dit kaartje van Noord-Brabant (afkomstig uit het boekje De junior boskabouter topo, waarover later meer):

topo leren groep 6 noord-brabant

In dit kaartje staan de plaatsen die kinderen (in groep 6) leren bij Noord-Brabant. Je ‘leest’ ze min of meer van links naar rechts:
Bergen op Zoom, Roosendaal, Breda, Tilburg, ‘s-Hertogenbosch, Oss.
Eindhoven, Helmond.

De zin ‘Boerenzonen roepen ‘boe’ tegen shit-ossen, echt Hema!’ is een ezelsbruggetje met de beginletters van de te leren plaatsen. Op deze manier vallen voor bijna alle plaatsen, of provincies of landen wel ezelsbruggetjes te bedenken. Hoe gekker de zin, hoe beter te onthouden. Een beetje grof werkt ook goed: ‘middelvinger tering!’ is bijvoorbeeld een prima ezelsbruggetje voor de Zeeuwse plaatsen Middelburg, Vlissingen en Terneuzen…

Een waarschuwing is hier op zijn plaats: hoewel topo leren voor een toets met dit soort ezelsbruggetjes een fluitje van een cent wordt, is deze methode niet voldoende om de topografische kennis echt goed en grondig in het langetermijngeheugen op te slaan. Om dat te bereiken, moet er intensiever met de stof worden geoefend.

Cito: 300 topografische begrippen in Nederland, Europa en de wereld

Op de basisschool moeten kinderen in totaal 300 topografische begrippen leren. 100 in Nederland (provincies, steden, wateren, gebieden), 100 in Europa en 100 in de rest van de wereld. Deze lijst is mede opgesteld door Cito. Alle aardrijkskundemethodes in Nederland houden rekening met deze drie lijsten van honderd. Sommige volgen precies de lijst, andere hebben er nog wat extra toponamen aan toegevoegd.

Nog altijd krijgen kinderen onduidelijke, zwart-wit gekopieerde kaartjes uit de lesmethode mee naar huis om hun topo te leren. Provinciegrenzen zijn amper zichtbaar, het hele land is een grote brij van verschillende tinten grijs, waarin steden en rivieren nauwelijks te onderscheiden zijn. Dat maakt het leren er niet gemakkelijker en zeker niet leuker op.

Een uitkomst is dan het boekje De junior boskabouter topo van Noordhoff Uitgevers (die van de Grote Bosatlas). In dit ‘kabouteratlasje’ staan alle toponamen van de basisschool op superduidelijke kaartjes. Het boekje is niet te koop in de winkel, maar wordt af en toe wel aangeboden op Marktplaats en door tweedehandsboekwinkels. Als je de kans krijgt het te kopen, is dat zeker aan te bevelen.

Topografieindeklas

Duidelijke kaarten op internet

Duidelijke kaarten vind je ook op de website Topografieindeklas.nl. Zoals de naam al aangeeft, maken scholen maken gebruik van deze website. Maar de site is ook bedoeld om thuis topo mee te oefenen. Je kunt er topografische kaarten downloaden in een mooi topo-oefenboekje of (tegen verzendkosten) een gedrukt exemplaar bestellen. Topografie in de Klas is gebouwd op basis van een duidelijk didactisch model met als belangrijkste doel het creëren van een duurzame ‘mental map’. Niet leren voor een toets maar voor de lange termijn. Het, met behulp van een atlas, invullen van een Topografieboekje is daar een essentieel onderdeel van.

Uiteraard is deze website ook bedoeld om de topografie mee te oefenen. Per provincie, land of werelddeel kan je kind precies leren waar de toets over gaat. Moeten alleen de steden in Drenthe worden geleerd, dan kun je dat instellen. Staat heel Nederland inclusief wateren en gebieden op het programma, dan kun je daarmee oefenen. Het programma is streng: ook de spelling moet precies goed zijn voordat het antwoord wordt goedgerekend – en dat is precies wat op school ook van je kind wordt verwacht. Staat er een spelfoutje in het ingetypte antwoord, dan wordt het echter niet direct fout gerekend, maar krijgt je kind de kans het antwoord aan te passen.

Deze topotrainer van Topografie in de Klas werkt op elke computer en laptop en is absoluut een aanrader als het om topo oefenen gaat. Een nadeel is dat je niet precies de leerstof afgebakend kunt instellen zoals het voor de toets moet worden geleerd. Wil je bijvoorbeeld alleen Zuid-Nederland of Oost-Europa leren, dan kan dit niet.

De makers van Topografie in de Klas hebben hier bewust voor gekozen: “Het is belangrijk dat een leerling een totaalbeeld ontwikkelt van Nederland, van Europa en van de Wereld. Wanneer er bijvoorbeeld gekozen wordt om Afrika en Zuid-Amerika apart te behandelen ontstaat er een risico dat een leerling wel in staat is alle landen in Afrika aan te wijzen, maar Afrika zelf niet op de kaart weet te vinden. Met andere woorden: er leerling ontwikkelt geen totaalbeeld en zijn mental map blijft geografisch beperkt tot regio’s.” Vanuit didactisch oogpunt is dat een uitstekende keuze, maar zolang scholen niet dezelfde keuze maken, beperkt het wel de gebruiksmogelijkheden.

Topografie in de Klas oefent met de 300 toponamen van de Cito-lijst. Let dus wel even goed op als de lesmethode op de school van je kind meer topografische begrippen bevat. Als je kind dan uitsluitend topo oefent op deze website, kan hij of zij bij de toetsen plaatsen en rivieren tegenkomen die niet geleerd zijn.

Heb jij goede tips om topografie te leren? Deel ze met andere ouders – schrijf hieronder je reactie.

Verder lezen