Tag: "featured"

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kinderen doe je met oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen wel een plezier. Als je kind het leuk vindt, prima. Zo niet, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders heeft Thuisinonderwijs.nl het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het inforamtieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders dat Thuisinonderwijs.nl heeft opgesteld. Daarin wordt in heldere taal verteld wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Goede cijfers, tegenvallende Cito's

Goede cijfers, tegenvallende Cito’s

8 februari 2017 | Reacties (1)

Het komt geregeld voor dat kinderen die normaal gesproken hoge cijfers halen slechts matig scoren op Cito-toetsen. Ouders begrijpen vaak niet hoe dat kan – en scholen leggen het ook lang niet altijd goed uit. Toch laat het verschijnsel zich wel verklaren, al zal de exacte oorzaak per kind verschillen.

Cito-toetsen zijn anders dan methodetoetsen

De normale cijfers krijgt je kind voor de reguliere toetsen die horen bij de lesmethode, de zogeheten methodetoetsen. Deze methodetoetsen zijn bedoeld om te controleren of de leerlingen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het is dus moeilijker om een hoge Cito-score te halen dan een goed cijfer op een methodetoets.

De methodegebonden toetsen sluiten bovendien naadloos aan op de lesstof. Er worden precies díe kennis en vaardigheden getoetst die je kind in de weken eraan voorafgaand uitgelegd heeft gekregen en intensief heeft geoefend. Deze informatie en kennis ligt dus nog vers in het geheugen. Cito-toetsen worden eens per halfjaar gehouden. Daardoor kan sommige kennis wat zijn weggezakt. Soms komen er ook dingen aan de orde die je kind helemaal nog niet heeft geleerd in de klas; de Cito-toetsen lopen niet altijd helemaal parallel aan het aanbod in de lesmethodes.

margequote blauwDaarnaast kan de vraagstelling in Cito-toetsen de score beïnvloeden. Zo’n toets ziet er anders uit dan wat je kind gewend is en de leerlingen moeten zelf bedenken welke oplossingsstrategie ze moeten gebruiken. Dat is soms best lastig!

Faalangste en stress

Soms ligt de oorzaak van zo’n verschil in scores bij de leerlingen, of bij de manier waarop die Cito-toetsen ervaart. Faalangst kan een rol spelen, als er te veel nadruk wordt gelegd op het belang van de Cito-toets. Was Cito-stress in het verleden nog vooral een woord dat in verband werd gebracht met de Cito-eindtoets in groep 8, steeds vaker duikt het begrip nu ook op in de lagere groepen. Scholen moeten de toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem elk jaar verplicht aanleveren bij de Onderwijsinspectie. Die controleert nauwlettend of het niveau schoolbreed aan de verwachtingen voldoet. Dit legt druk op scholen om te zorgen voor goede Cito-scores.

Nu de uitslag van de eindtoets in groep 8 niet meer meetelt voor het schooladvies, wordt er op nogal wat scholen nadrukkelijker gekeken naar de scores uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 bij de vaststelling van het schooladvies. Probeer als ouder te voorkomen dat je daarvan in de stress schiet. Dat is het wel het laatste waar je kind bij gebaat is. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie is gebleken dat de Cito-scores uit het leerlingvolgsysteem een heel goede voorspeller zijn voor het niveau van voortgezet onderwijs dat kinderen aankunnen.

Of andersom: slechte cijfers, hoge Cito’s

Sommige leerlingen maken hun methodetoetsen maar matig, maar scoren ineens in de hoogste schaal tijdens Cito-toetsen. Dat kan het gevolg zijn van een slechte werkhouding: je kind heeft niet zo’n zin om zich erg in te spannen of interesseert zich maar matig voor het schoolvak en doet op gewone toetsen niet bijzonder zijn best. Maar een Cito-toets is anders, belangrijker en interessanter. Daar gaat hij wel even voor zitten. Het kan ook zijn dat de leerling onderpresteert: de normale stof is te gemakkelijk en biedt geen uitdaging, maar bij de moeilijkere vragen in de Cito-toets leeft hij op.

Wat de oorzaak ook is van opvallende verschillen tussen de gewone toetsen en de Cito-toetsen, voor de leerkracht moet zo’n verschil altijd een signaal zijn om precies na te gaan wat er aan de hand is. In de praktijk gebeurt dat echter niet altijd. Of alleen bij heel grote verschillen. Of alleen bij leerlingen die helemaal aan de onderkant of helemaal aan de bovenkant van de schaal zitten.

Als je vindt dat de leerkracht de toetsresultaten onvoldoende kan verklaren of te veel blijft hangen in algemeenheden, laat je dan niet te snel met een kluitje in het riet sturen. Vraag of de leerkracht of intern begeleider er nogmaals naar wil kijken en spreek af om er op een later tijdstip op terug te komen. Uiteindelijk is dat de winst van een leerlingvolgsysteem: dat leerkracht en ouders samen de uitslagen bekijken en samen bepalen hoe het gaat met het kind en of er wat extra’s gedaan moet worden.

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

6 februari 2017 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Spelling, een ingewikkelde klus

Spelling, een ingewikkelde klus

24 januari 2017 | Reacties (0)

Er is een tijd in het leven van je kind dat spelling heerlijk overzichtelijk lijkt: aan het begin van groep 3, als je kind alleen nog maar klankzuivere woorden leest en schrijft. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Bleef het maar zo eenvoudig!

Het lastige aan de Nederlandse spelling is dat onze taal ongeveer veertig klanken kent, maar het alfabet maar 26 letters heeft. Sommige letters hebben meerdere klanken (denk maar aan de e in bel, Lego en praten) en sommige klanken kun je op verschillende manieren schrijven (met ij/ei, au/ou. g/ch, maar ook geluk en lelijk). En dan komen daar de ingewikkelde regels van de werkwoordspelling met zijn d’s, t’s en dt’s nog bij!

Luisterwoorden, weetwoorden en regelwoorden

Om goed te leren te spellen moet je kind weten welke strategie hij moet toepassen. Schrijf je het woord zoals het klinkt (‘luisterwoorden’) of is het een woord waarvan je domweg moet onthouden hoe je schrijft (‘weetwoorden’). Of is er wellicht een spellingsregel van toepassing (‘regelwoorden’): hond schrijf je met een -d want die hoor je als het woord langer maakt en hij houdt schrijf je met -dt want werkwoorden op -den krijgen in de derde persoon enkelvoud een -t achter de stam. Bij regelwoorden moet je kind eerst uitgoochelen om welke regel het gaat en dan nog wat de uitkomst is. Ga er maar aanstaan!

Het aanleren van de spellingsregels is in groep 5 en 6 dan ook vaste prik. Leerde je kind in groep 4 nog voornamelijk woorden van één lettergreep spellen, nu worden die regels verbreed naar woorden van twee of drie lettergrepen. Ook komen er nieuwe spellingcategorieën aan bod. In groep 6 wordt een begin gemaakt met het aanleren van de werkwoordspelling.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

In groep 5:

  • woorden met -je, -pje, -kje of -etje aan het eind: liedje, filmpje, kettinkje, karretje
  • samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar: broodplank
  • woorden waarbij in het meervoud de f in een v verandert of de s in een z: druif – druiven, kaas – kazen
  • woorden met -elen, -enen of -eren: wandelen, tekenen, hinderen
  • woorden met -lijk of -ig: lelijk, keurig

In groep 6:

  • meervoud op ‘s: taxi’s, piano’s, baby’s
  • woorden met een c: cel, actief
  • woorden op -atie,- itie, -tie: traktatie, politie, vakantie
  • tijdsaanduidingen met ‘s: ‘s morgens
  • hoofdletters bij landen, steden, inwoners: Nederland, Amsterdam, Duitser
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ven en -zen: geven – hij geeft, lezen – jij leest
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -den: houden – ik houd – hij houdt

In groep 7:

  • leenwoorden
  • woorden met ‘s
  • woorden met trema en koppelten
  • werkwoordspelling

In groep 8:

  • woorden met tussen-n
  • werkwoordspelling
  • 4000 woorden kunnen spellen

Veel scholen gebruiken taalmethodes waarbij kinderen op de computer spelling oefenen. Die oefeningen zijn verpakt in een leuke, kleurrijke vormgeving of in een spelletjesvorm. Ook de dictees worden vaak op de computer afgenomen. Het voordeel van deze manier van werken is dat kinderen oefenen op hun eigen niveau: zwakke spellers krijgen een programma met meer oefening dan sterke spellers en woorden die je kind al probleemloos kan spellen hoeven niet eindeloos herhaald te worden; die tijd kan beter worden besteed aan woorden die nog wel problemen geven.

 

Spelling is voor Britt echt een struikelblok. Ze moet thuis extra oefenen. Dat doet ze op de computer via een speciale site van school, maar ze krijgt ook een woordenlijst op papier mee. Britt moet elke dag vijf woorden van de lijst leren. Eerst schrijft ze de woorden twee keer over, daarna lezen wij de woorden voor en moet Britt ze opschrijven. Vijf woorden lijkt niet zo veel, maar het is best pittig, vooral op de dagen dat Britt naar de bso gaat en we allemaal pas laat thuis zijn.

 Ilse, moeder van Britt (9)

 

Dictees in soorten en maten

Een manier om spelling te toetsen, is het ‘dictee’. Er zijn verschillende soorten dictees:

Instapdictee: dictee aan het begin van het schooljaar om vast te stellen wat je kind nog weet van vorig jaar

Signaal- of signaleringsdictee: soort oefendictee om te kijken of je kind de woorden waarmee het momenteel oefent goed genoeg beheerst. Indien nodig gaat je kind hierna extra oefenen.

Controledictee: einddictee om vast te stellen of je kind de woorden nu goed genoeg kent. Scoort je kind onvoldoende, dan is nog meer herhaling nodig.

Parkeerweekdictee: dictee dat controleert of je kind alle tot nu toe behandelde spellingsproblemen beheerst. Het wordt afgenomen in de ‘parkeerweek’, waarin eerder behandelde stof nog eens wordt herhaald.<ek>

Dyslexie of gewoon niet zo goed in spelling?

Van kinderen die moeite hebben met spelling, wordt  al snel gedacht dat ze dyslectisch zijn. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ook kinderen zonder dyslexie kunnen slecht zijn in spelling.

Zwakke spellers hebben vaak moeite met de klank-letterkoppeling. Ze schrijven letterlijk op wat ze horen. Daarnaast willen ze vaak alle woorden die leren onthouden. Dat kan het geheugen gewoon niet goed aan. Door het onthouden van een woord in plaats van een regel lukt het niet om vergelijkbare woorden goed te schrijven

Spellingproblemen zie je vaak wanneer kinderen spontaan schrijven. Regels of bepaalde weetwoorden zijn niet goed genoeg geautomatiseerd. Of ze kennen de regel wel, maar weten niet goed hoe ze hem moeten toepassen.

Zwakke spellers hebben naast extra uitleg ook extra oefening nodig. Als ze elke dag actief met spelling bezig zijn, gaan ze beter spellen. Geef je kind, als je thuis oefent, zo snel mogelijk feedback. Zwakke spellers zijn vaak onzeker en vinden het fijn om te horen of ze woord goed hebben gespeld.

Thuis spelling oefenen

Als je kind moeite heeft met spelling, is het belangrijk om veel te oefenen. Ook thuis kun je dat doet. Het is best lastig om spelling op een speelse manier te oefenen, want het correct kunnen schrijven van woorden en regels toepassen is nu eenmaal niet zo speels van aard. Veel kinderen het leuk om te oefenen met een app. Wil je weten welke app voor jouw kind het meest geschikt is, lees dan ons artikel Populaire apps om spelling te oefenen. Maar wist je dat er ook spellen bestaan om te oefenen met spelling? Die maken van spelling oefenen een gezellige momentje van de dag.

Warrige woorden is zo’n spel. Misschien kent je kind het al, want veel scholen hebben het spel ook in de kast liggen. Er zijn verschilldne uitvoeringen, die aansluiten bij de lesstof van spelling in de diverse groepen van de basisschool. Warrige woorden is een kwartetspel, waarbij je kwartetten verzamelt door het woord goed te spellen. Met een speciale ‘magische kaart’ kun je controleren of je het woord wel goed spelt.

Ook erg leuk: Spellingtoren. Dit is een spelletje met kaarten waarmee je kind oefent in het opsporen van verkeerd gespelde woorden. Dat is handig, want ook bij de Cito-toetsen spelling wordt op deze manier getoetst hoe goed je kind is in spelling. Het spelletje is zelfcontrolerend; je kind kan dus zelf nagaan of hij of zij alles goed heeft gedaan. In dit filmpje zie je hoe dat gaat:

Spellingtoren

Een grote HIT op de N.O.T. 2015 (Nationale Onderwijs Tentoonstelling, Nederland) Maak kennis met het spiksplinternieuwe zusje van DraaiTaal… Spe(e)l je weg naar de top met Spellingtoren! Elk Spellingtoren-spel bevat 8 spellen van 6 kaarten om te leren spellen. Leerlingen zoeken spelfouten, terwijl ze Spellingtorens bouwen.

Ook van Spellingtoren zijn er verschillende versies, die horen bij een bepaalde groep op de basisschool.

Zowel Warrige woorden als Spellingtoren is te koop in de webshop van Heutink, de grootste leverancier van schoolmiddelen in Nederland. Hier kun je overigens ook terecht als je schoolboeken voor thuis wilt kopen om extra te oefenen. Maar ook een ‘golden oldie’ als Loco vind je hier. Loco ken je waarschijnlijk nog wel uit je eigen schooltijd. Het is al sinds jaar en dag een populair educatief product voor zowel school als thuis. Op het gebied van spelling heeft Loco per groep diverse oefensets.

Maxi loco | Spelling | Groep 6 kopen? | Heutink.nl

Maxi loco | Spelling | Groep 6 nodig? Heutink.nl is totaalleverancier op het gebied van educatie & ontwikkeling! ✓ Direct uit voorraad leverbaar

 

 

 

Verder lezen

54 nieuwe 'excellente scholen'

54 nieuwe ‘excellente scholen’

23 januari 2017 | Reacties (0)

Feest op 54 scholen vandaag. Zij mogen zich de komende drie jaar ‘excellente school’ noemen. Daarmee komt het totale aantal excellente scholen op 184. Een ‘excellente school’ is een school waar die uitblinkt in de manier waarop onderwijs wordt gegeven.

CBS de Akker – Yes!! We zijn excellente school! | Facebook

Yes!! We zijn excellente school!

Steeds meer excellente scholen

Sinds de uitreiking van het eerste predicaat in 2012 is het aantal excellente scholen behoorlijk gegroeid. In het basisonderwijs steeg het aantal scholen van 31 naar 69 en in het voorgezet onderwijs zelfs van 22 naar 93 scholen. In het speciaal onderwijs zijn 22 excellente scholen.

Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) is blij met de groei. “Scholen weten steeds vaker het onderwijs op een hoger niveau te brengen. Dat is een prachtige ontwikkeling.” Dekker zou nog wel meer excellente scholen willen zien: “We moeten geen genoegen nemen met voldoende. We moeten gaan voor excellent.’

Volgens Dekker is de eretitel excellent meer dan verdiend door de 54 nieuwe scholen. ‘Leraren, schoolleiding, ouders, bestuur en leerlingen: iedereen zorgt ervoor dat deze scholen kunnen uitblinken en hoge kwaliteit kunnen leveren. Dat is een compliment waard.”

Volgens Dekker is het ook goed dat alle verschillende schoolsoorten excelleren. ‘Het moet niet uitmaken op welk niveau je onderwijs krijgt: het moet overal goed zijn. Daarom is het mooi om te zien dat zoveel verschillende soorten scholen het predicaat hebben behaald.’

Welke scholen zijn excellent?

Op de webiste excellentescholen.nl is een kaartje te vinden waar alle excellente scholen in Nederland op staan:

Overzicht Excellente scholen

Bekijk het overzicht van alle scholen die het predicaat ‘Excellente School’ hebben.

 

 

 

 

 

Verder lezen

De regels voor het schooladvies

De regels voor het schooladvies

18 januari 2017 | Reacties (7)

In groep 8 krijgt je kind een schooladvies voor de overgang naar de middelbare school. Dat is een belangrijk moment in de schoolloopbaan. Sinds twee jaar gelden er nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating tot het voortgezet onderwijs. Daarover bestaat echter nog veel onduidelijkheid, ook bij scholen. De afgelopen jaren ging er bij de toepassing van de nieuwe wet veel mis. In dit artikel kun je lezen hoe het precies zit.

Wat zijn de nieuwe regels voor het schooladvies en de toelating?

schooladvies

  • Het schooladvies van de basisschool moet voor 1 maart worden vastgesteld
  • Dit schooladvies is bindend voor toelating tot het voortgezet onderwijs. Dat wil zeggen: de middelbare school moet je kind toelaten op het niveau van het schooladvies. Een hoger niveau mag ook. Plaatsing op een lager niveau mag alleen als jullie als ouders daarom verzoeken.
  • Alle leerlingen maken in groep 8 een verplichte eindtoets. De uitslag daarvan geldt als een tweede gegeven:

Eindtoets en schooladvies

Doet je kind het beter op de eindtoets dan verwacht, dan moet de basisschool het advies heroverwegen. De basisschool kan besluiten het advies naar boven bij te stellen. Maar let op: dit hoeft niet! De school kan ook besluiten het oude advies te handhaven. De school moet de ouders betrekken bij haar overwegingen. De afgelopen twee schooljaren is weinig gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het schooladvies naar boven bij te stellen. Slechts bij één op de vijf leerlingen die hiervoor in aanmerking kwamen, is het schooladvies vorig schooljaar veranderd naar een hoger schoolniveau. Het jaar daarvoor gebeurde dat bij nog minder kinderen.

Als het advies naar boven wordt bijgesteld, moet je kind op dit niveau worden toegelaten. De middelbare school mag je kind dan dus niet weigeren omdat er twijfel is over of je zoon of dochter het niveau wel aankan. Het kan gebeuren dat er op de middelbare school van je keuze geen plaats meer is op het nieuwe niveau. Dan mag je kind wel geweigerd worden en zul je op zoek moeten gaan naar een andere school. Helaaas komt het vaak voor dat middelbare scholen aangeven geen plaats meer te hebben voor kinderen van wie het schooladvies naar boven is bijgesteld.

Indien je kind de eindtoets minder goed maakt dan verwacht, dan blijft het eerder gegeven schooladvies gewoon gelden. Bijstelling naar beneden is dus niet aan de orde.

Het schooladvies is voor alle betrokkenen hetzelfde

Sommige basisscholen hanteren twee schooladviezen: één voor de ouders en één voor de scholen in het voortgezet onderwijs. De ouders krijgen dan bijvoorbeeld te horen dat hun kind een havo/vwo-advies heeft, maar aan het voortgezet onderwijs wordt geadviseerd het kind op de havo te plaatsen. Deze werkwijze is niet toegestaan.

Een dubbel schooladvies is toegestaan

In sommige plaatsen hebben basisscholen en middelbare scholen afgesproken alleen nog maar met ‘enkelvoudige’ schooladviezen te werken. Een kind kan dan bijvoorbeeld geen vmbo-t/havo-advies krijgen, maar alleen een vmbo-t- óf havo-advies. De Onderwijsinspectie keurt deze afspraken af. “Het dubbele schooladvies is geschikt voor leerlingen van wie nog niet geheel helder is in welke schoolsoort de leerling het beste tot zijn recht komt. Afspraken tussen basisscholen en vo-scholen om alleen nog maar enkelvoudige schooladviezen op te stellen zijn niet in het belang van deze leerlingen”, zo stelt de inspectie. Een schooladvies met drie of meer schooltypes mag niet meer worden gegeven.

Dekker heeft aan basisscholen nog eens duidelijk verteld dat ze het recht hebben om kinderen een dubbel advies te geven. Hij deed dat omdat schoolbesturen nog steeds onderling afspraken geen dubbele adviezen te accepteren. Dekker vond dat onwenselijk en heeft aangekondigd de onderwijsinspectie af te sturen op scholen die de hand lichten met de wet.

Middelbare scholen mogen kinderen met een dubbel advies niet automatisch op het laagste niveau van de twee plaatsen. Heeft je kind een ‘dubbel’ schooladvies, dan mag het in principe dus naar beide schoolsoorten. Maar als de middelbare school slechts één van die schoolniveaus aanbiedt, mag de school je kind weigeren als ze van mening is dat je kind beter af is in de andere schoolsoort. Zo kan een categoriaal gymnasium bijvoorbeeld een kind met een havo/vwo-advies weigeren als de school denkt dat deze leerling beter af zou zijn op een school die ook havo aanbiedt.

‘Plaatsingswijzers’ mogen schooladvies niet overrulen

Lokaal en regionaal gelden er afgesproken procedures voor de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Die procedures worden ‘plaatsingswijzers’ genoemd. Plaatsingswijzers geven houvast bij het opstellen van het schooladvies.

Vaak wordt bij plaatsingswijzers gekeken naar de resultaten op de Cito-toetsen (leerlingvolgsysteem) vanaf groep 6 of 7. Vooral rekenen en begrijpend lezen wegen zwaar. Het is gebleken dat met deze resultaten een goede inschatting te maken valt van het succes in  het voortgezet onderwijs. Ze zijn zelfs een betere voorspeller dan de score op de Cito-Eindtoets. Bij plaatsingswijzers leiden bepaalde scores dan tot een bepaald schoolniveau. Daarnaast wordt bij het schooladvies rekening gehouden met aspecten zoals werkhouding, motivatie, de sociaal-emotionele ontwikkeling, studiehouding of studievaardigheden.

Het toepassen van zulke plaatsingswijzers is toegestaan en ze kunnen zowel voor scholen als ouders duidelijkheid bieden. Het is echter belangrijk om te weten dat de plaatsingswijzer een hulpmiddel is voor de basisschool en niet door de middelbare school als toelatingseis mag worden gebruikt. Met andere woorden: als de basisschool besluit om een ander schooladvies te geven dan je op grond van de plaatsingswijzer zou verwachten, dan heeft de middelbare school dat te accepteren. Ook mag het voortgezet onderwijs geen aanvullende toetsen eisen om leerlingen te kunnen selecteren. Dat is tegen de wet. Scholen die toch selecteren, riskeren korting op hun subsidie.

Loting bij te veel aanmeldingen

Sommige middelbare scholen zijn zo populair dat er geen plek is voor alle leerlingen die zich aanmelden. Voorheen werden er vaak harde en hoge eisen gesteld aan de behaalde Cito-scores om een schifting aan te brengen. Dat kan en mag nu dus niet meer. Wat nog wel steeds is toegestaan is dat scholen een systeem van loten toepassen om te bepalen welke leerlingen worden toegelaten tot een schoolsoort binnen de school. Als je kind extra ondersteuning nodig heeft op school, mag dat geen rol spelen bij de loting.

(Bronnen: Onderwijsinspectie, PO-raad/VO-raad)

Waar kun je terecht voor vragen of klachten over het schooladvies?

Als je merkt dat scholen zich niet houden aan de regels voor het schooladvies en toelating, kun je daarvan bij de onderwijsinspectie melding doen. Staatssecreatris Dekker heeft ouders natuurlijk opgeroepen dit ook daadwerkelijk te doen. Daarnaast kun je contact opnemen met de informatie- en adviesdienst van Ouders & Onderwijs (via mail of het gratis telefoonnumer 0800-5010) Ouders & Onderwijs kan je adviseren welke stappen je kunt nemen om het probleem opgelost te krijgen. Ook verzamelt de ouderorganisatie  signalen van ouders en geeft die door aan de onderwijssector. Ouders & Onderwijs deed dit eerder al met de signalen van vorig jaar.

Verder lezen

Breuken uitleggen aan je kind

Breuken uitleggen aan je kind

16 januari 2017 | Reacties (0)

Heeft jouw kind moeite met breuken? Je zoon of dochter is niet de enige. Breuken leren. Sommige kinderen snappen niet wat er lastig aan is, voor anderen zijn breuken echt een struikelblok. Om goed met breuken te kunnen rekenen, is het belangrijk dat je kind weet wat breuken precies zijn en hoe ze werken. Hier vind je uitleg en tips om je kind te helpen. Want met een beetje oefening zijn die breuken echt wel onder de knie te krijgen.

Breuken in groep 6

Op sommige scholen wordt in groep 5 al begonnen met eenvoudige breuken als halven, kwarten en derden (pizza’s verdelen!), andere rekenmethodes introduceren breuken in groep 6, waar ze ook voorkomen in de Cito-toets (van mei/juni). Vanaf dan zijn sommen met breuken vaste prik bij het rekenen en ook later bij de wiskundelessen op de middelbare school. Je kunt dus maar beter zorgen dat de basis goed is.

Wat is een breuk?

Om te kunnen rekenen met breuken, moet je kind eerst weten wat een breuk nu eigenlijk precies is. Bij breuken zijn twee concepten van belang: er wordt iets gebroken (vandaar het woord ‘breuk’) en er wordt iets verdeeld: het streepje in de breuk wordt niet voor niets ‘breukstreepje’ of ‘deelstreepje’ genoemd.

Een breuk is eigenlijk niets anders dan een deelsom, maar dan op een andere manier opgeschreven dan je kind tot nu toe gewend was.
Vier pannenkoeken verdeeld door twee kinderen is twee pannenkoeken per kind, oftewel 4: 2 = 2, oftewel 4/2 = 2.

Als je kind dit begrijpt, kun de stap maken naar één pannenkoek die verdeeld moet worden over twee kinderen. Want breuken ontstaan als het aantal te verdelen dingen niet gelijk is aan het aantal personen dat een deel wil krijgen. Dat het antwoord in dit geval een halve pannenkoek is, weet een kind al jaren voordat de eerste breuk in de rekenboeken opduikt. Ook zal je kind op deze leeftijd al wel bekend zijn met de schrijfwijze van een halve als 1/2. Dus: 1 : 2 = een halve = 1/2.

Zolang het over het verdelen van pannenkoeken, koekjes en pizza’s gaat, lukt het vaak goed om dit concept in het achterhoofd te houden. Zodra het rekenen met breuken ingewikkelder wordt (breuken vergelijken, breuken versimpelen, breuken optellen en aftrekken), raken veel kinderen het zicht echter een beetje kwijt op waar ze nu eigenlijk precies mee aan het rekenen zijn en wat er nu eigenlijk concreet aan de hand is. Het is goed om dan te proberen terug te vallen op deze eerste basisuitleg.

Eerlijk delen!

Wel in vieren gedeeld, maar niet in kwarten.

Bij breuken gaat het altijd om een speciale man
ier van verdelen: de stukken of delen moeten even groot worden. Voor kinderen die net met breuken beginnen, is het soms nog lastig om een pizza of een taart eerlijk in vier stukken te verdelen. Zij snijden bijvoorbeeld van links naar rechts stroken af (of geven dit op een tekening aan).
Laat je kind ontdekken hoe je op een eerlijke manier deelt. Daarmee verkennen ze namelijk ook de relatie tussen breuken: Hé, als ik een half doormidden snijd, heb ik twee kwarten en als ik die weer door midden snijd, heb ik vier achtsten! Dus: 1/2 = 2/4 = 4/8.

‘Breukentaal’ leren

Door veel te oefenen met verdelen, maakt je kind kennis met allerlei verschillende breuken. Daarbij leert je kind stapje voor stapje de bijbehorende ‘breukentaal’: eerst heb je het over ‘een zesde deel van een appeltaart’, daarna over ‘1/6 appeltaart’. Later volgt een uitbreiding naar breuken met een teller die niet één is, zoals ‘5/6 appeltaart’. In eerste instantie ziet je kind dit voor zich als 5 keer 5/6 appeltaart. Als snel zal je kind leren 5/6 te zien als ‘5 van de 6’: de breuk is de verhouding tussen deel en geheel.

Voor veel kinderen is het belangrijk om de breuken fysiek te zien. Omdat je niet eindeloos appeltaarten en pizza’s kunt blijven snijden, kan het handig zijn om oefenmateriaal in huis te halen als je kind breuken lastig vindt. Kijk bijvoorbeeld eens in de webshop van Heutink, de leverancier waar de meeste scholen ook hun materialen kopen. Daar vind je diverse goede breukensets, bijvoorbeeld deze ‘breukenset rond‘:

In deze set zitten verschillende materialen om met breuken te oefenen, zoals gekleurde cirkels in stukken waaarmee je breuken kan leggen. Dat laatste kan met stukken van dezelfde grootte ( 1/2 + 1/2 maakt de cirkel vol) of met stukken van verschillende groottes ( 1/2 + 1/4 + 1/8 + 1/8 maakt de cirkel ook vol). Heutink verkoopt diverse breukensets. Laat je kind vooral ook even meekijken bij het uitzoeken. Sommige kinderen vinden het erg fijn om thuis met hetzelfde materiaal te oefenen als op school. Vaak is het echter ook goed om voor thuis juist een ander product te kopen. Zeker als je kind worstelt met breuken en daardoor een negatief gevoel heeft bij een bepaalde breukenset.

Vertrouwd raken met breuken

Waar het om gaat is dat je kind goed vertrouwd raakt met breuken. Hoe beter je zoon of dochter thuis is in de breukenwereld, hoe gemakkelijker daarna het ‘echte’ rekenen gaat. Bijna alle kinderen lukt het om in groep 7 en 8 te redeneren met derden en vierden. Dat zijn namelijk breuken waar de kinderen een heel concrete voorstelling van hebben.

Lastiger is het voor veel kinderen om te rekenen met bijvoorbeeld achtsten of negenden, omdat ze die breuken niet duidelijk voor zich zien. Toch moeten ze dit wel kunnen, omdat ze anders in het voortgezet onderwijs tegen problemen aanlopen (dit geldt met name voor kinderen die naar havo of vwo gaan).

Als je kind het lastig vindt om te rekenen met kleine breuken, is een lineaire breukenset een handig hulpmiddel:

De kleuren laten het verband tussen de verschillende breuken zien. De lineaire breukenset laat ook de relatie tussen de breuken, de procenten en de kommagetallen zien – want ook dat moet je kind in groep 7 en 8 allemaal begrijpen.

Alledaagse breuken

Breuken zijn lastige dingen, waar ook kinderen die goed kunnen rekenen over kunnen struikelen. Maar hoe meer je kind met breuken oefent, hoe beter het zal gaan. Laat je kind dus de taart aansnijden op een verjaardag, de rookworst verdelen bij de stamppot en een te klein aantal koekjes eerlijk verdelen met zijn vriendjes.

Verder lezen