Tag: "featured"

Luxeverzuim boete vakantie

Dagje eerder op vakantie kost 100 euro per kind

19 juni 2017 | Reacties (0)

Vakantie aan het plannen? Dan kan de verleiding groot zijn om een dag vóór de schoolvakantie te vertrekken. Lekker voor de drukte uit. Of nog net even een goedkopere vlucht meepikken. Aantrekkelijk? Bedenk dan dat een dagje eerder weg een duur grapje kan worden. Dit wordt luxeverzuim genoemd en kan je op een boete van 100 euro per kind (per dag) komen te staan.

 

‘Maar ze doen toch niets meer op de laatste schooldag…’

Het mag niet. Echt niet. Daar is de leerplichtwet heel duidelijk over. Dat er op zo’n laatste schooldag voor de vakantie vaak geen normale lessen zijn (“ze doen toch niets meer op school, die dag kunnen de kinderen ook wel missen”) maakt daarbij niet uit. En ook niet dat op het vakantiepark waar je naartoe gaat vrijdag de ‘wisseldag’ is. Sta er ook bij de stil dat de laatste voor je kind best belangrijk kan zijn: de laatste schooldag is een feestje; het schooljaar wordt gezamenlijk afgesloten en de klas begint samen aan de grote vakantie.

Ziekgemeld? Dat wordt gecontroleerd

Als de school vermoedt dat er sprake is van luxeverzuim, wordt er melding gemaakt bij de leerplichtambtenaar. Maar de afgelopen jaren zijn leerplichtambtenaren ook zelf steeds strenger gaan controleren op luxeverzuim. Met speciale acties op de laatste dag voor de vakantie gaan ze na of alle kinderen wel netjes op school zitten. Is een kind toevallig net die dag ziekgemeld? Dan controleert de leerplichtambtenaar of het kind wel echt ziek is.

Blijkt het gezin stiekem al op vakantie gegaan, dan wordt hier melding van gemaakt bij het Openbaar Ministerie. Zelfs een halve dag ongeoorloofd verzuim wordt al doorgegeven. Ook op Schiphol lopen leerplichtambtenaren rond om na te gaan of er geen leerplichtige kinderen inchecken op een tijdstip dat ze nog op school horen te zitten.

‘Die boete kan wel uit’

De boetes voor luxeverzuim zijn op 1 januari 2014 verdubbeld. Eerder namen vooral rijkere ouders de gok nog wel eens. En als je een beetje slimme vlucht boekte, kon de boete er nog wel van af. Met een boete van 100 euro per kind per dag ligt dat wel anders. In totaal kan het boetebedrag zelfs oplopen tot maximaal 1800 euro voor twee weken. Maken ouders het heel bont met luxeverzuim, dan kan zelfs een (voorwaardelijke ) hechtenis worden opgelegd.

‘Maar het mag van de directeur…’

Sommige schooldirecteuren geven vrij gemakkelijk toestemming om eerder op vakantie te gaan. Je kunt als ouders natuurlijk altijd om een verlofbriefje vragen. Nee heb je, ja kun je krijgen. Maar ook nu geldt: het mag niet en de leerplichtambtenaar controleert streng. Word je ‘betrapt’, dan heb je in dit geval als ouders geen probleem. De schooldirecteur die buiten de regels om verlofbriefjes heeft uitgeschreven, is wel de klos. Want er wordt melding van gemaakt bij de Onderwijsinspectie.

Controle op eerste schooldag

Ook een dag langer wegblijven van school mag niet. En ook dat controleren de leerplichtambtenaren steeds nauwgezetter. In veel plaatsen gaan ze op de eerste schooldag na de vakantie bij scholen langs om te checken of de leerlingen wel echt aanwezig zijn. Kinderen van wie de school aangeeft dat ze om onbekende reden niet op school zijn, worden thuis bezocht. Als er niemand thuis is, laat de leerplichtambtenaar een brief achter waarop ouders nog dezelfde dag moeten reageren.

In het schooljaar 2014-2015 waren er volgens het Nederlands Jeugdinstituut 6.429 gemelde gevallen van luxeverzuim. Dat is ongeveer negen procent van alle spijbelgevallen.

Verder lezen

Meisje zit moeizaam te leren

Zorgen over volgend schooljaar? Bespreek ze nu

12 juni 2017 | Reacties (0)

Als je kind niet zo’n lekker jaar gehad heeft op school, kijk je waarschijnlijk extra uit naar de zomervakantie. Na de vakantie, in een nieuwe groep, met een nieuwe leerkracht, zal het vast beter gaan. Hoop je. Maar wist je dat je daarvoor nu al de basis kunt leggen? Door nu alvast even te overleggen met de nieuwe leerkracht.

Meisje zit moeizaam te leren

Soms duurt een schooljaar lang. Je kind heeft moeite om mee te komen, zit niet lekker in zijn vel, of heeft juist behoefte aan extra uitdaging. Je hebt misschien al heel wat gesprekken gevoerd op school, of in het laatste tienminutengesprek komen zaken naar voren die aandacht verdienen. Niet meer dit schooljaar, natuurlijk. Want dat zit er bijna op (en eerlijk gezegd ben jij er als ouder er ook wel een beetje klaar mee). Maar volgend schooljaar. “Ik zal het doorgeven bij de overdracht”, zeggen leerkrachten vaak.

Mooi! Het probleem is gezien, de oplossing volgt. Vaak verlopen gesprekken met de leerkracht aan het eind van het schooljaar heel prettig. De leerkracht heeft je kind een heel jaar in de klas gehad, kent je kind inmiddels door en door en voelt zich enorm betrokken bij je kind. De toezegging om jouw kind goed over te dragen aan de volgende leerkracht is dan ook echt geen loze belofte. En de nieuwe leerkracht zal hier ook beslist voor open staan. Die wil ook het beste voor de kinderen die bij hem of haar in de klas komen.

Voorkom dat er tijd verloren gaan aan wennen en aftasten

Toch gaan er aan het begin van een schooljaar vaak kostbare weken verloren. Soms maken kinderen hierdoor zo’n valse start – zeker als ze met hoge verwachtingen aan het nieuwe schooljaar zijn begonnen – dat het de rest van het jaar maar moeilijk weer goed kan komen. Vaak worden de eerste weken van het schooljaar gebruikt om te wennen. De leerkracht moet de kinderen nog leren kennen en kijkt de zaken eerst eens een tijdje aan.

Van de beloftes en toezeggingen die voor de vakantie, door de oude leerkracht, zijn gedaan, merk je nog maar weinig. Als ouder gun je de nieuwe juf of meester ook vaak even de tijd om te wennen; je wilt niet meteen in de eerste weken al aan de bel trekken. Tegen de tijd dat er dan wel actie wordt ondernomen, is het alweer bijna herfstvakantie. Dan moet er vaak het een ander op papier worden gezet, wat ook weer tijd kost. Met een beetje pech worden pas tegen de kerstvakantie de afspraken nagekomen waar al voor de zomervakantie over is gesproken!

Overdreven? Helaas niet. Het hierboven geschetste scenario komt maar al te vaak voor. (Het hoeft niet, hoor! Soms gaat het allemaal ook prima.) Dat is geen onwil van de leerkrachten, het wil ook niet zeggen dat je kind op een slechte school zit, maar het is de weerbarstigheid van de dagelijkse schoolpraktijk. Waar goede bedoelingen kunnen sneuvelen in de drukte van alledag.

begin schooljaar, leerkracht leert kinderen kennen

Aan het begin van het schooljaar moet de leerkracht de kinderen nog leren kennen.

Overleg met de huidige en nieuwe leerkracht

De oplossing is simpel: probeer nog voor de zomervakantie een overlegje te plannen met de huidige leerkracht en de leerkracht van volgend jaar. Dat hoeft maar tien minuten te duren, maar kan enorm helpen om te voorkomen dat er kostbare schoolweken worden verspild. Ga heel even bij elkaar zitten om te bespreken wat jouw kind volgend schooljaar nodig heeft. Vraag om daar gelijk vanaf dag één oog voor te hebben. Laat de huidige leerkracht even kort vertellen wat zijn of haar bevindingen en aanbevelingen zijn. Spreek af om in het nieuwe schooljaar na een paar weken met de leerkracht te overleggen over hoe het gaat.

Zo’n gesprekje heeft heel veel voordelen:

  • Een prettige sfeer: er is nog een probleem of conflict; het gesprek wordt gevoerd omdat iedereen het beste voor heeft met je kind.
  • De huidige leerkracht kan zijn kennis over jouw kind goed overdragen en is nog volop betrokken (na de zomervakantie ligt zijn of haar focus bij de nieuwe groep).
  • De nieuwe leerkracht heeft jouw kind gelijk in de kijker en zal straks veel bewuster kijken naar je kind en zijn of haar specifieke behoeftes.
  • Je hebt de nieuwe leerkracht alvast leren kennen; elkaar aanspreken is straks veel gemakkelijker.
  • Er is al een vervolgafspraak gemaakt;

Gebruik dit gesprek om je zorgen over je kind te uiten. Spreek je vertrouwen uit in de nieuwe leerkracht en geef aan dat je er samen voor wilt zorgen dat je kind volgend jaar een goed schooljaar heeft. Vraag ook wat je zelf kunt doen en waar je op moet letten om tijdig signalen te herkennen dat het niet goed gaat. Het legt de basis voor een goede start van het nieuwe schooljaar.

 

‘De juf heeft een hekel aan mijn kind’

Soms botert het gewoon niet. Niet tussen kind en leerkracht, niet tussen leerkracht en ouders en vaak niet tussen leerkracht en kind plus ouders. Dan zul je extra blij zijn dat het schooljaar er bijna op zit. Eindelijk verlost van deze juf of meester!

Maar… wat gaat de huidige leerkracht aan de nieuwe leerkracht vertellen? Dat jouw kind zo vervelend, druk, storend, onoplettend, onaardig, enzovoort is? Dat wil je natuurlijk niet. Je wilt dat de nieuwe meester of juf met een frisse blik naar jouw kind kijkt en hopelijk wel ziet wat een lief en leuk kind het is. En wél begrijpt waaraan jouw kind behoefte heeft en daarop inspeelt. Wél een warme band krijgt met je kind.

Het is begrijpelijk dat je je zorgen maakt over welke informatie de huidige leerkracht gaat doorgeven over jouw kind. Toch blijkt vaak dat ouders zich voor niets zorgen maken. Ook een leerkracht die jouw kind niet zo erg mag, kan professioneel genoeg zijn om een goede, objectieve overdracht te verzorgen. En de nieuwe leerkracht zal beslist luisteren naar wat zijn collega te vertellen heeft, maar zal vooral zelf zijn mening willen vormen.

Vergeet niet dat leerkrachten dit soort situaties jaar in, jaar uit meemaken. Zij weten als geen ander dat de ene docent een betere klik kan hebben met een kind dan de andere. Sterker nog, veel juffen en meesters zien het als een uitdaging om de ‘moeilijke gevallen’ een goed schooljaar te bezorgen.

Toch kan ook in dit geval verstandig zijn om alvast eens even contact te leggen met de nieuwe leerkracht. Vertel dat je kind niet zo’n prettig schooljaar heeft gehad (hou het wat vaag, ga niet klagen over de huidige juf of meester). Vraag of je in het nieuwe schooljaar na een paar weken even kunt bespreken hoe het gaat. Zo’n gesprekje kan heel nuttig zijn.

Verder lezen

Zó bepalen scholen de groepsindeling

Zó bepalen scholen de groepsindeling

5 juni 2017 | Reacties (1)

In de laatste periode van het schooljaar wordt de groepsindeling voor het nieuwe schooljaar bekend gemaakt. Je krijgt te horen welke juf of meester je kind volgend jaar krijgt en of de groep intact blijft. Hoe komt die groepsindeling tot stand en welke criteria worden gevolgd?

Combinatiegroepen, splitsen en leerlingen husselen

De kleuters van groep 1 bereiken uiteindelijk allemaal groep 8. Maar op veel scholen is de kans groot dat de samenstelling van de groep gedurende de schoolloopbaan van je kind één of meerdere keren wisselt. Soms worden groepen gesplitst, of juist samengevoegd tot combinatiegroepen. Op sommige scholen is het beleid om de groepen van tijd tot tijd door elkaar te husselen. Andere kunnen niet anders, doordat de leerlingenaantallen dalen en ze moeten bezuinigen op personeel.

Hoe komt een nieuwe groep tot stand?

Er zijn geen voorgeschreven regels waaraan scholen zich moeten houden bij de groepsindeling. Veel scholen hebben echter wel op papier vastgelegd welke criteria ze aanhouden bij het maken van de groepsindeling. Zaken waarmee rekening wordt gehouden zijn bijvoorbeeld:

  • goede mix tussen kinderen die makkelijk leren en leerlingen die meer moeite hebben met de lesstof
  • de verdeling tussen jongens en meisjes
  • niet langer dan twee jaar bij dezelfde leerkracht
  • liever niet bij broertjes/zusjes in de klas

Bij vriendjes of vriendinnetjes in de klas?

Vriendschappen tussen kinderen staan soms wel en soms ook niet in dit lijstje. Het is waarschijnlijk het eerste waar jij en je kind naar kijken, maar voor de school niet het belangrijkste. Die heeft het leerproces als topprioriteit. Meestal wordt wel geprobeerd bevriende kinderen bij elkaar in de klas te houden, maar soms worden vriendjes bewust gescheiden omdat kinderen te afhankelijk van elkaar zijn of als de vriendschap een negatief effect heeft op de leerprestaties of de sfeer in de groep.

Groepsindeling niet altijd voor ieder kind ideaal

Kinderen indelen in nieuwe groepen is een ingewikkelde klus, waarbij de school het eigenlijk nooit goed kan doen. Natuurlijk kijkt de school als het goed is zorgvuldig naar de individuele belangen van de kinderen, maar uiteindelijk staat het totaalplaatje voorop. Er zullen dus altijd kinderen zijn voor wie de nieuwe groepsindeling niet de beste oplossing is.

Lees ook:
Niet eens met de groepsindeling? Do’s & don’ts
Wie staat er voor de klas? (En maakt dat wat uit)?
De voor- en nadelen van een combinatieklas
Hoe groot mag een klas zijn op de basisschool?

Verder lezen

4 jaar nog niet naar basisschool

‘Waarom mag mijn kleuter pas na de zomer naar school?’

29 mei 2017 | Reacties (0)

Je hebt het al vaak tegen je kind gezegd: “Als je straks vier bent, ga je naar school.” Maar als je kind in juni is geboren, is de kans groot dat het nog eventjes moet wachten. Veel basisscholen laten kinderen die in deze periode jarig zijn niet meer voor de zomervakantie in groep 1 beginnen. “Mag dat wel”, vraagt Marrit, moeder van Tom, zich af. “Nu mijn zoontje Tom vier is, heeft hij toch het recht om naar school te gaan?”

 

4 jaar nog niet naar basisschool

Volle klassen voor de zomer

Inderdaad, zodra kinderen vier jaar zijn mogen ze naar de basisschool. Toch is er een goede reden dat veel scholen in deze laatste weken van het schooljaar liever geen nieuwe kinderen meer toelaten. De kinderen die nu in groep 1 zitten, zitten na de zomervakantie in groep 2. Jouw kindje moet dan dus weer aan een nieuwe groep wennen. Bovendien zitten de instroomgroepen aan het eind van het schooljaar vaak erg vol. Voor je kind kan het prettiger zijn om dan na de zomervakantie te starten in de nieuwe instroomgroep. Dan heeft hij/zij de juf bijna voor zichzelf!

Wet: niet langer dan een maand wachten

Hoewel scholen vaak goede argumenten hebben om je kind nog even te laten wachten met naar school gaan, kan het natuurlijk dat je het er als ouder echt niet mee eens bent. Misschien vind jij dat jouw kind écht niet langer kan wachten omdat het zo aan de basisschool toe is. Of je vindt dat bezwaren van de school niet gelden voor jouw kind. Dan is het goed om te weten dat scholen verplicht zijn om kinderen minstens één keer per maand te laten starten. Moet jouw kind langer wachten en ben je het hier niet mee eens, dan zou je je kunnen beroepen op deze regel.

Na deze uitleg is Marrit niet van plan om de zaak op de spits te drijven. “Tom is wel teleurgesteld, maar het lijkt mij zelf voor hem eigenlijk ook fijner om gewoon na de zomervakantie te beginnen. Gelukkig mogen de nieuwe kindjes voor de vakantie wel alvast één middag samen proefdraaien. Zo weet Tom dan toch een beetje wat hij zich bij ‘school’ moet voorstellen.”

Extra kinderopvang regelen

Gaat je kind naar de kinderopvang, dan kun je tussen wal en schip belanden als je kind nog niet gelijk na zijn of haar vierde verjaardag op de basisschool kan starten. Het kind is immers te oud voor het kinderdagverblijf en heeft meer opvang nodig dan de paar uurtjes bso. Bij veel kinderopvangorganisaties zijn hierover goede afspraken te maken, mits het tijdig wordt aangekaart. Lukt dit niet, dan ben je aangewezen op informele kinderopvang van bijvoorbeeld opa’s en oma’s of je kunt proberen op je werk nog iets te regelen.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

3 mei 2017 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

letters leren groep 1 en groep 2

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.

Verder lezen

dyscalculie

Wat is dyscalculie?

18 april 2017 | Reacties (0)

Mara (11) zit in groep 7. Al vanaf groep 3 is rekenen voor haar een enorme opgave. De tafels heeft ze nooit onder de knie gekregen en de staartdelingen die ze nu moet oefenen voelen als een marteling. Mara heeft dyscalculie.

kind met dyscalculieDyscalculie staat voor hardnekkige problemen met (leren) rekenen. Kinderen met dyscalculie zijn slim genoeg om het rekenen te begrijpen, maar ze hebben ernstige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. Klokkijken, een routebeschrijving lezen, blokjes tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf, maar het lukt kinderen met dyscalculie niet.

Als een kind dyscalculie heeft, kent het bijvoorbeeld niet de namen van de getallen of lukt het ook na eindeloos oefenen niet om de tafels te leren. Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie en tijdsbesef. Ook plannen kost vaak veel moeite, omdat het inschatten van tijd erg lastig is.

Er zijn drie soorten dyscalculie:

  • moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen
  • cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten
  • de rekenregels niet (meer) beheersen
dyslectie dyscalculie

Dyscalculie komt vaak voor samen met dyslexie.

Net als dyslexie is dyscalculie voor een groot deel erfelijk, met een neurologische achtergrond. Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook nog een andere stoornis, zoals dyslexie en ADHD. Kinderen met dyscalculie hebben aan het eind van de basisschool vaak een rekenachterstand van minstens twee jaar.

Om vast te stellen of je kind daadwerkelijk dyscalculie heeft, is onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog nodig. Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyscalculieverklaring’, waardoor je kind bijvoorbeeld een tafelkaart of een rekenmachine mag gebruiken en extra tijd krijgt bij het maken van toetsen. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan.

Toen Mara in groep 3 en 4 ondanks veel oefenen moeite bleef houden met rekenen, is ze getest op dyscalculie. “Ze deed zo haar best, maar het rekenen automatiseerde ze totaal niet. We hebben al uren geoefend met eenvoudige sommetjes en de tafels, maar het lijkt wel alsof ze elke dag helemaal opnieuw moet beginnen”, vertelt haar moeder Laurentien. Toen de diagnose ‘dyscalculie’ werd gesteld, voelde dat als een opluchting. “Vooral voor Mara, die het gevoel had dat ze dom was en tekortschoot. Maar het probleem wordt er natuurlijk niet minder van.”

Bij toetsen mag Mara nu een tafelkaart gebruiken. Dat helpt wel, maar niet voldoende. Als de rekensom te complex wordt, raakt ze de kluts helemaal kwijt en weet ze bijvoorbeeld niet eens meer wat 9 min 7 is. “De staartdelingen die nu geoefend worden, overziet Mara helemaal niet”, zegt Laurentien. “Daar wordt ze zelf ook heel ongelukkig en gefrustreerd van. Het is best verdrietig om dat te zien en te beseffen dat ze dit altijd moeilijk zal blijven vinden.”

Hoe herken je dyscalculie?

dyscalculie tellen met vingersHoe eerder dyscalculie herkend wordt, hoe eerder je kind gericht kan worden geholpen. Bij kleuters kunnen de eerste signalen al worden opgepikt. Waar andere kleuters spelenderwijs leren over hoeveelheden en begrippen leren als ‘meer’ en ‘minder’, blijft dit bij deze kinderen achter. Vaak hebben ze ook geen zin om met tellen en cijfers aan de slag te gaan, maar kiezen ze liever voor een andere activiteit. In groep drie valt bijvoorbeeld op dat een kind moeite heeft om getallen goed te schrijven of lezen en zijn vingers blijft gebruiken waar de rest van de klas al met tientallen rekent.

Juist het vóórkomen van vroege rekenproblemen is belangrijk bij het vaststellen van dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben al voor ze zeven jaar oud zijn moeite met rekenen. Een uitzondering zijn hoogbegaafde kinderen met dyscalculie. Bij hun blijven de problemen vaak verborgen tot in groep 5 of later. Bij kinderen die pas in groep 6 voor het eerst tegen rekenproblemen aanlopen – ze struikelen bijvoorbeeld over breuken – zal geen sprake zal zijn van dyscalculie.

Vrijwel alle kinderen met dyscalculie hebben een hartsgrondige hekel aan rekenen. Veel kinderen ontwikkelen ook faalangst, omdat het ze maar niet lukt om op rekengebied succesjes te boeken.

Pas op voor doe-het-zelf-diagnoses. Niet ieder kind dat slecht is in rekenen, heeft dyscalculie. Dyscalculie komt slechts bij gemiddeld één op de 50 kinderen voor. Dat betekent dat de meeste kinderen die slecht zijn in rekenen geen dyscalculie hebben, maar gewoon zwak zijn in rekenen.

Wat kun je thuis doen?

Als jouw kind dyscalculie heeft, zal de school je misschien vragen om thuis extra te oefenen. Wellicht ben je daarom geneigd om verder alles wat met rekenen te maken heeft maar een beetje weg te houden bij je kind. Toch kun je thuis op een speelse manier veel doen om je kind te helpen met rekenen. Vraag je kind bij het koken om ingrediënten af te wegen met een maatbeker en keukenweegschaal. Praat over de datum op de kalender. Koop Lego en ander constructiespeelgoed, speel spelletjes met dobbelstenen

Samen met je kind kun je dit filmpje over dyscalculie bekijken van Het Klokhuis:

35-Het klokhuis-Wat is dyscalculie?

Het Klokhuis Dyscalculie 5-3-2015

Heeft je kind recht op het gebruik van rekenmachine of tafelkaart?

Zoals hiervoor al aangegeven, bepaalt de school zelf of en welke hulpmiddelen je kind mag gebruiken. Veel ouders vragen zich af hoe dat zit bij Cito-toetsen. Geeft een dyscalculieverklaring daarbij automatisch recht op het gebruik van hulpmiddelen? Het antwoord is: nee.

Sterker nog: Cito adviseert scholen juist om géén hulpmiddelen te laten gebruiken omdat de toets dan niet meer doet waarvoor hij is bedoeld: het meten van vaardigheden in vergelijking met leeftijdsgenoten en op basis van de uitkomsten het onderwijsaanbod aan de leerling afstemmen. Cito schrijft zelf in een advies aan de scholen: “Als een leerling bij het maken van de rekentoets een rekenmachine zou gebruiken, dan krijgt u daarover niet meer de juiste informatie: kan een leerling nu écht goed optellen over het tiental of kan hij dat goed uitrekenen met een rekenmachine?”

Meer informatie over dyscalculie

Als jouw kind extra zorg en aandacht nodig heeft, zul je behoefte hebben aan meer informatie. Er zijn veel organisaties die je kunnen voorlichten over de specifieke situatie van je kind. Hét startpunt is Oudervereniging Balans. Balans geeft een eigen magazine uit en heeft een uitstekende website met zeer uitgebreide, betrouwbare informatie over leer- en gedragsstoornissen, waar je ook allerlei brochures kunt downloaden. Ook (0800) 5010, het gratis informatienummer van de overheid, kan je goed verder helpen. Bijvoorbeeld met een verwijzing naar de goede organisatie of regelingen die in jullie situatie van toepassing zijn.www.balansdigitaal.nl, www.5010.nl

Bronnen:

Verder lezen

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

Scholen verschillen enorm in kwaliteit

12 april 2017 | Reacties (0)

Wil je je kind de beste kansen geven? Kijk dan goed uit de bij de keuze van een basisschool. De kwaliteitsverschillen tussen Nederlandse basisscholen zijn enorm. Ook als het gaat om scholen in dezelfde wijk en met vergelijkbare leerlingpopulaties. Leerlingen met dezelfde talenten kunnen op de ene school tot wel twee schoolniveaus lager uitkomen op de centrale eindtoets dan op een andere school. Dat concludeert in de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse publicatie De staat van het onderwijs.

‘Er gaat veel talent verloren’

Vorig jaar waarschuwde de inspectie voor kansongelijkheid voor kinderen van laagopgeleide ouders. Daarin is inmiddels al verbetering te zien, maar nu blijkt dus dat ook de schoolkeuze grote kansongelijkheid met zich meebrengt. “Nederland is koploper schoolverschillen”, zegt Monique Vogelzang, Inspecteur-generaal van het Onderwijs. “Het blijkt voor je kansen enorm uit te maken op welke school je zit. Het kan goed uitpakken of je kunt pech hebben. Er gaat veel talent verloren.”

De basiskwaliteit is op de meeste scholen wel aanwezig, maar het gaat volgens Vogelzang om ‘de onzichtbare kwaliteit boven de minimumnorm’ die het verschil maakt. “Bij succesvolle scholen staat het steeds willen verbeteren bovenaan. De leerkrachten gaan bij collega’s kijken in de les en zijn niet bang om feedback te geven. Of ze lopen stage op een andere school. Gerichte steun van het schoolbestuur en de overheid speelt hierbij een belangrijke rol.’

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Een van de belangrijkste bevindingen in de Staat van het Onderwijs 2017 is dat er te grote verschillen tussen scholen zijn. Wat betekent dit voor leerlingen?

Kwaliteitsverschillen tussen scholen zijn overal in Nederland

De kwaliteitsverschillen tussen scholen treden op bij alle schooltypen, in alle sectoren en in het hele land, concludeert de inspectie. Van kleine basisscholen op het platteland tot gymnasia in de Randstad, van grote vmbo’s tot hogescholen en universiteiten.

Door de bank genomen is het niveau van het onderwijs in Nederland volgens de inspectie nog steeds goed. “De gemiddelde prestaties zijn hoog, maar stabiel of dalend. Dit komt doordat onze top smaller wordt: het aantal leerlingen dat goed presteert is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen.”

‘Scholen moeten beter nadeken hoe ze hun geld besteden’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich ‘grote zorgen’ over de verschillen. ‘Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst’, laten ze in een schriftelijke reactie weten.

Bussemaker waarschuwt scholen dat ze hun budgetten niet ‘mechanisch’ moeten verdelen zonder na te denken over waar de grootste problemen zitten. “De grote vrijheid die scholen hebben, betekent ook dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben.”

‘Niets-aan-de-hand-scholen’

Staatssecretaris Sander Dekker zegt in een reactie dat de Onderwijsinspectie met dit rapport de mythe doorprikt dat ‘de scholen in Nederland allemaal wat kwaliteit betreft wel hetzelfde zijn’. “Het laat zien dat het wel degelijk uitmaakt naar welke school je je kind stuurt.” Vooral op ‘niets-aan-de-hand-scholen’ valt volgens hem veel winst te behalen. Dit zijn scholen die de minimumnormen vrij probleemloos halen, maar niet zich inspannen om een hoger niveau te bereiken.

Dekker wijst erop dat met gerichte keuzes scholen in vrij korte tijd hun kwaliteit enorm kunnen verbeteren. Zwakke en zeer zwakke scholen slagen er doorgaans binnen een of enkele jaren om een goede of zelfs een excellente school te worden. “De programma’s die we hebben ingesteld voor zwakke scholen, de vliegende brigades die deze scholen bijstaan, gaan we nu ook beschikbaar stellen voor de middelmaat”, kondigt hij Dekker aan. Maar scholen moeten daar niet op gaan zitten wachten, zo waarschuwt hij. “Wees niet te snel tevreden met hoe het nu gaat.”

 

 

Verder lezen