Tag: "featured"

7 redenen om je kind strips te laten lezen

7 redenen om je kind strips te laten lezen

16 oktober 2017 | Reacties (0)

“Ga nou eens een écht boek lezen!” Het was eruit voor je er erg in had. ’t Was alsof je je moeder hoorde praten toen je vroeger met de Donald Duck op de bank de hing, net zoals je negenjarige zoon nu.

kinderen lezen strips donald duck

Stripboeken zijn geen ‘echte boeken’. Het is een stemmetje dat bij veel ouders nog altijd in het achterhoofd zingt. Maar het is de hoogste tijd om dat stemmetje nu eens voor eens en voor altijd de mond te snoeren. Want met strips lezen is niets mis. Sterker: kinderen leren juist heel veel van strips lezen. Verderop in dit artikel geven we je zeven redenen (maar er zijn er meer) om je kind strips te laten lezen.

Taalarmoede en bederf van leeslust

Maar eerst duiken we de geschiedenis in om te bekijken waarom strips zo’n kwade reuk hebben gekregen, want dat is een interessant verhaal. Zeker als je bedenkt dat de geschiedenis zich min of meer heeft herhaald met achtereenvolgens de televisie, videogames, computerspellen en tablets… Allemaal werden ze weggezet als voor de jeugd verderfelijke uitvindingen van de nieuwe tijd. Totdat later het inzicht kwam dat ze best meevallen en, sterker nog, eigenlijk best een positieve invloed kunnen hebben, ook op educatief gebied.

Beeldverhalen bestaan er al langer, maar het eerste echte stripboek verschijnt in 1933 in Amerika: Famous Funnies. Het nieuwe genre wordt in korte tijd razend populair bij de jeugd. In jaren veertig leest 90 procent van de kinderen tussen 6 en 11 jaar gemiddeld vijftien stripboekjes per maand. Laat de cijfers even tot je doordringen: het is echt een indrukwekkende hoeveelheid (veel)lezende kinderen. Hedendaagse leesbevorderingsprojecten kunnen alleen maar dromen van dit soort cijfers.

Ook de Nederlandse jeugd omarmt het stripboek. Maar er is ook veel weerstand. Strips zouden de leeslust bederven (vertaal: het lezen van ‘echte boeken’), taalarmoede in de hand werken en de overmaat aan prikkelende beelden zou de fantasie afstompen. Dat er in strips in die tijd veel spelfouten staan, maakt het er niet beter op. In 1949 verbant de minister van Onderwijs strips uit het basisonderwijs. In 1952 verschijnt het overheidsrapport Maatschappelijke verwildering der jeugd, waarin de stripcultuur er stevig van langs krijgt.

‘Deze kinderen worden stripkinderen’

Amper vijf weken nadat schrijfster Annie M.G. Schmidt haar eerste Jip en Janneke-verhaaltje publiceert, komt in 1952 de eerste Nederlandse Donald Duck uit. Annie M.G. Schmidt moet er weinig van hebben:

“Het is een tijdschrift, dat hoofdzakelijk door strips wordt gevuld. Het is niet onzedelijk, het niet verderfelijk, het is alleen maar lelijk. Afschuwelijk lelijk, het is smakeloos, en het is lorrig. Maar alle kinderen vliegen erop af, omdat het kleur is en omdat het gek is. Ze moeten om de dierkarikaturen lachen, ze vinden het allemaal erg lollig. Ze gieren om de banale grapjes, want ze hebben nooit iets beters waar ze om lachen kunnen. Ik kijk het prul even in en ik moet niet lachen. Ik moet huilen. Huilen omdat dit blaadje in een oplaag van meer dan honderdduizend exemplaren verspreid wordt in het land, terwijl er geen geld is voor een goed kinderblad. Deze kinderen zullen behalve het stripblad ook nog de strips in de krant bekijken. En de strips in het damesblad van hun moe. En verder niets. Ze gaan later naar de film, of kijken naar de televisie, en zien daar ook een soort van strips, even smakeloos, even banaal, even harteloos, even cliché. Deze kinderen worden stripkinderen en later worden het stripmensen.”

(Uit: Van schuitje varen tot Schendel, 1954)

Stripmensen, zo veel moge duidelijk zijn, zijn geen ‘echte lezers’.

Verband tussen strips en geweld, drugs en homoseksulateit

Dat de Donald Duck-redactie zich bewust is van hoe negatief er naar strips werd gekeken, blijkt wel uit het voorwoord van dat eerste nummer. Oom Donald spreekt de lezertjes streng toe:

 “Ik ken jullie wel zo’n beetje en dus weet ik, dat de meesten van jullie allesbehalve brave Hendrikken en Henrina’s zijn. Jullie ouders en onderwijzers (om nog maar niet te spreken van politie-agenten!) hebben veel met jullie te stellen en dat is te begrijpen, want de jeugd van Nederland staat bekend als tamelijk baldadig en lastig. Er moet voortdurend op jullie gelet worden en nog veroorzaken jullie heel wat verdriet en narigheid.”

Het is in deze tijd dat de invloedrijke Amerikaans-Duitse psychiater Fredric Wertham zijn succesvolle kruistocht tegen het stripboek voert. Hij betoogt dat er een wetenschappelijk verband is tussen strips en misdadig gedrag, drugsgebruik en homoseksualiteit en publiceert daarover in 1954 de bestseller Secuding the Innocent.

Werthams boek leidt ertoe dat in Amerika de zogeheten Comics Code van kracht wordt, waardoor hoofdredacteuren aan zelfcensuur gaan doen, en dat de beweging die stripboeken voor de jeugd wil verbieden veel aanhang krijgt.

In 2010 werd het onderzoeksmateriaal van Werthams vrijgegeven: hij bleek er een nogal frauduleuze onderzoekersstijl op nagehouden te hebben. De ‘bewijzen’ die hij in zijn boek aanhaalde, bestonden helemaal niet. Maar dat blijkt pas een halve eeuw nadat de strip heel diep in het verdomhoekje terecht is gekomen.

Vergif voor de jeugd

Wertham heeft in Nederland minder invloed dan in Amerika. De Nederlandse strips zijn, het voorwoord uit de eerste Donald Duck getuigt daarvan, een stuk braver dan de typisch Amerikaanse comic books in de jaren veertig en vijftig. Maar de gedachte dat beeldverhalen ‘vergif voor de jeugd’ zijn (zoals toenmalig minister van onderwijs Theo Rutten in 1948 stelde), heeft wortel geschoten.

Een brochure van het Vlaamse ministerie van onderwijs uit 1955 vat de bezwaren als volgt samen:

“Bezwarend voor het merendeel der huidige geïllustreerde tijdschriften is echter het feit dat zij als het ware én het beeld én de taal van het beeld ontwaarden. Daarenboven gaat deze waardevermindering van het hedendaagse geïllustreerd kinderblad gepaard met de anarchistische aanwending van het beeld, dat de overhand heeft op de tekst. Deze is slechts een secundair element, een soort verbasterd taaltje, dat bestaat uit tussenwerpsels en geluidsnabootsingen, die eerder primitief instinct en brutale sensatie weergeven dan gevoeligheid suggereren.”

(Bron: Een land van waan en wijs, geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur)

In een degelijke boekwinkel of bibliotheek, laat stáán een school, is voor stripboeken in de jaren veertig en vijftig dan ook geen plek. Onder invloed van pedagogen, bibliothecarissen en leraren verbieden veel ouders hun kind om strips te lezen.

Dat alles is dus de culturele bagage die wij onbewust nog meedragen en waardoor dat stemmetje in ons hoofd begint te piepen dat onze kinderen beter iets anders zou kunnen lezen dan strips…

En dat terwijl in de jaren zestig bij deskundigen het beeld al begint te kantelen. Het educatief gebruik van het stripverhalen als onderdeel van het (taal)onderwijs komt vanaf dan sterk in opmars. Het begint leraren op te vallen dat leerlingen die strips lezen beter zijn in taal. Inmiddels liggen er stapels wetenschappelijk bewijs waaruit blijkt dat het lezen van strips heel leerzaam is voor kinderen.


7 redenen om je kind strips te laten lezen

 

1. Strips geven leesplezier

Strips lezen doe je voor je plezier. Zo simpel is het. De lol die het lezen van een strip oplevert, merkt je kind dat lezen hartstikke leuk kan zijn. Voor veel kinderen is een boek lezen een hele opgave, die ze liever uit de weg gaan. Strips zijn een ideaal middel om de drempel tot lezen te verlagen en ook nog eens heel wat leeskilometers te maken.


2. Strips zijn goed voor de woordenschat

Strips staan vol met moeilijke woorden. De oogst uit een paar pagina’s Donald Duck: zilverpoets, zakeninstinct, gigantisch, zich wagen in, bij de reis inbegrepen, carillon, op voorwaarde dat, sokkel, hebzuchtig, gedachten uitbannen.

Vergeleken met bijvoorbeeld AVI-boekenschrijvers kunnen stripmakers veel gemakkelijker moeilijke woorden gebruiken. Je zou misschien denken dat kinderen woorden die ze niet kennen gewoon overslaan tijdens het lezen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Omdat de teksten in strips zo compact zijn, is elk woord belangrijk. Nieuwe woorden die een kind tegenkomt in de tekst van een strip worden ondersteund door een plaatje en een context, waardoor een kind de betekenis gemakkelijk kan achterhalen.

Uit een onderzoek van de Journal of Child Language is dan ook gebleken dat een kind in een stripboek maar liefst twee keer zoveel nieuwe woorden leest als in een gemiddeld kinderboek. Het stripboek lijkt zelfs de educatieve waarde van een gemiddelde gesprek met een volwassene voorbij te streven, want een kind leert in een stripboek maar liefst vijf keer zoveel nieuwe woorden.


3. Strips helpen verhaalstructuren doorgronden

Of het nu om een stripboek gaat met één lang verhaal of met een verzameling losse verhaaltjes: strips hebben altijd een duidelijke verhaallijn. Oorzaak en gevolg en probleem en oplossing zijn duidelijk te herkennen. De personages zijn karikaturaal, waardoor ze voor kinderen heel gemakkelijk te duiden zijn.

Strips nemen lezers bij de hand wanneer sprongen in tijd of ruimte worden gemaakt. Er staan aanwijzigen als ‘Een week later…’  of ‘Weer thuis…’. Kinderen raken hierdoor vertrouwd met dit soort verteltechnieken, waardoor ze deze – ook in boeken waar ze minder expliciet worden uitgelegd – kunnen begrijpen.

 

4. Strips zijn goed voor de algemene kennis

Lezen is niet het enige wat kinderen leren van stripboeken. Ze doen ook een schat aan algemene kennis op. Neem alleen al Asterix en Obelix: generaties gymnasiasten hebben tijdens hun schoolcarrière profijt gehad van alle kennis over de Oudheid die ze via deze strip hadden opgedaan. Stripfiguren reizen de hele wereld over en beleven allerlei avonturen. Als Suske en Wiske naar Londen gaan, ziet je kind deze wereldstad voor zich in de plaatjes.

 

5. Strips dwingen tot scherp observeren

Sommige strips bevatten veel woordgrapjes, bij andere zit de humor juist vooral in de plaatjes. Om de grap te begrijpen, moet je kind overal goed op letten: woorden, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal. Daardoor leert je kind goed observeren.

 

6. Plaatjes helpen zwakke kinderen

In strips vullen tekst en beeld elkaar volledig aan. Zwakke lezers, maar ook beelddenkers, kunnen soms verzuipen in een pagina vol letters en woorden. Strips kunnen voor hen een verademing zijn. Het lezen wordt volledig ondersteund door plaatjes, waardoor het verhaal gemakkelijker te begrijpen is. De tekst wordt opgedeeld in korte stukjes, die ook voor zwakke lezers behapbaar zijn. Daarnaast zijn de zinnen over het algemeen kort.

 

7. Strips geven leeszelfvertrouwen

De meeste strips verschijnen in serievorm. Ze zijn daardoor min of meer hetzelfde. Wie met succes één deel heeft uitgelezen, kan erop vertrouwen dat het met een ander deel ook wel zal lukken. Gaandeweg ontdekken kinderen dat ze er steeds meer uit halen: ze begrijpen het verhaal beter, krijgen meer details mee, kunnen verhaallijnen voorspellen, doorzien de humor beter. Dat is een geweldige boost voor hun leeszelfvertrouwen.

 

Verder lezen

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

Kinderboekenweek: hoe kies je een boek?

4 oktober 2017 | Reacties (2)

Naar de boekwinkel gaan om een nieuw boek uit te zoeken in de Kinderweek, is in veel gezinnen een vaste traditie. Maar hoe zoek je nu eigenlijk een boek uit?

Sommige kinderen weten precies welk boek ze willen lezen. Het tiende deel in de Leven van een loser-serie. Of De gorgels, van Jochem Myer, omdat iedereen in de klas dat heeft gelezen. Of Meester Kikker van Paul van Loon, want de film was zo leuk.

Kinderen die graag en veel lezen, kunnen bij het kiezen van een boek vaak aansluiten bij eerdere leeservaringen. Maar voor kinderen die minder lezen, die hun eigen leessmaak nog aan het ontdekken zijn of die toe zijn aan iets nieuws, kan het behoorlijk lastig zijn om een leuk boek te vinden. Het aanbod is zo groot: hoe vind je als kind een boek dat bij je past?

‘Kinderen die een hekel hebben aan lezen bestaan niet. Ze hebben alleen het juiste boek nog niet gevonden’ (Frank Serafini)

Gelukkig zijn de boeken in boekwinkels en bibliotheken al een beetje voorgesorteerd: ze zijn globaal ingedeeld op leeftijd. Maar dan nog blijft het aanbod overweldigend. Bij het kiezen kan je kind afgaan op titel, plaatjes, de tekst op de achterkant, of een stukje lezen in het boek. In zekere zin blijft het kiezen van een boek altijd een gokje: je weet pas of een boek leuk is, als je het hebt gelezen. En dat is spannend, maar maakt het kiezen tegelijkertijd ook juist zo leuk.

Vertel hoe je zelf een boek kiest

Deel als ouder je eigen ervaringen met het uitzoeken van een boek. Hoe ga jij te werk? Vraag je anderen om boekentips? Heb je een lijstje met boeken waarover je iets hebt gehoord of gelezen? Waar let jij op als je in de boekwinkel of in de bibliotheek staat? Maar ook: hoe ervaar jij het als een boek tegenvalt? Vind je dat erg, of ben je blij dat je het boek toch hebt geprobeerd? Kies jij de veilige weg bij het uitzoeken van boeken of durf jij je te laten verrassen door een onbekende schrijver of een nieuw genre? Heb je wel eens een boek gelezen dat je van tevoren eigenlijk niet zo leuk leek, maar juist geweldig bleek te zijn?

Ook leuk: praat eens met opa en oma over hoe het in hun tijd ging. Wat voor soort kinderboeken waren er in hun jeugd? Hoeveel vrijheid om te kiezen hadden zij? Hadden zij favoriete boeken of schrijvers en welke dan? Is er een kinderboek dat hen altijd is bijgebleven, of dat ze op volwassen leeftijd nog eens hebben herlezen?

Lezen is een individualistische bezigheid, maar ‘een lezer zijn’ is dat niet. Door ervaringen uit te wisselen, wordt het lezen leuker en krijgt je kind handvatten aangereikt die hem of haar als lezer verder kunnen vormen.

Online hulp bij het uitzoeken van een kinderboek

Voor wie graag wat meer houvast heeft bij het uitzoeken van een boek, zijn er handige websites die hulp bieden bij het zoeken naar geschikte kinder- of jeugdboeken. Een aantal ‘boekzoek-websites’ op een rij:

Boekenzoeker

boekenzoeker

Op de praktische en mooi vormgegeven website Boekenzoeker staan niet alle kinderboeken, maar een selectie. Deze wordt gemaakt door een Nederlands-Vlaamse redactie, waarin zowel mensen uit het onderwijs, de bibliotheek en boekhandels zitten, als recensenten en andere boekenliefhebbers/kenners. De redactie houdt bij haar keuze in de eerste plaats rekening met de aanbevelingswaarde van een boek en de kwaliteit ervan.

De site is opgedeeld in vier leeftijdscategorieën, met elk hun eigen vormgeving en mogelijkheden. Kinderen (of ouders) kunnen boeken zoeken door te selecteren op interesses, onderwerpen en stemmingen. Wie zich op de site registreert, kan een nog persoonlijker leesadvies krijgen.

Ik vind lezen leuk

Sinds eind 2013 verzamelt leesbevorderaar Mathilde Talens recensies over kinder- en jeugdboeken op de webstie Ikvindlezenleuk. Het leuke aan deze website is dat er veel recensies op staan van kinderen, die zelf een aantal sterren toekenen aan een boek. De boeken staan gerangschikt op leeftijdscategorie. Er wordt aan gewerkt om de recensies ook via genre-aanduidingen te ontsluiten, wat de site nog geschikter gaat maken om al grasduinend nieuwe boeken te ontdekken. Wie al een boek op het oog heeft en benieuwd is naar wat andere kinderen ervan vonden, kan met de zoekfunctie ook goed uit de voeten.

Jaap Leest

Jaap Friso is een lezer en zijn liefde voor lezen is voelbaar op zijn website JaapLeest. Hij bespreekt er nieuwe kinder- en jeugdboeken en brengt boekennieuws. De recensies staan handig gerubriceerd op leeftijd en geven aspirant-lezers van de boeken precies de informatie waarnaar ze op zoek zijn. Hoe ziet het boek eruit, wie is de schrijver, wat is de achtergrond van het boek, is het goed geschreven? De recensies zijn van hoge kwaliteit, maar niet specifiek geschreven voor kinderen.

website jaapleest

Mevrouw Kinderboek

Mevrouw Kinderboek geeft tips om boeken te kiezen voor kinderen tot twaalf jaar, van prentenboeken tot boeken die pasen bij een thema van school of thuis. De site is bedoeld voor (groot)ouders, leerkrachten en bibliotheekmedewerkers, maar is zeker ook leuk voor kinderen om eens rond te neuzen. Mevrouw Kinderboek zet kinderen (van 4 tot 12 jaar) in als testlezer, die hun eerlijke oordeel vellen over boeken.

website mevrouw kinderboek

 

Hoe weet je of een boek niet te moeilijk is?

Bij het kiezen van een boek is het vooral belangrijk dat je kind een boek uitzoekt dat hem of haar echt leuk lijkt om te lezen. Staar je dus niet blind op AVI-niveaus, die zijn echt niet zo belangrijk. Kinderen die zelf gemotiveerd zijn om een bepaald boek te lezen, redden zich ook met moeilijke boeken. Maar als een boek echt té moeilijk is, zal het niet gaan.

Een handige test waarmee je kind zelf kan controleren of een boek te moeilijk is, is de vijfvingertest. Je kind leest één bladzijde in het boek om het niveau te bepalen. Voor het lezen begint, steekt je zoon of dochter vijf vingers omhoog. Bij elk woord dat moeilijk te lezen of onbekend is, moet één vinger naar beneden. Als aan het eind van de bladzijde alle vingers naar beneden zijn, is het boek waarschijnlijk nog wat te moeilijk. Twee of drie vingers naar beneden is geen probleem.

 


Update: 9 oktober 2017

Verder lezen

Kinderboekenweeg 2017

Wel of niet gruwelen in de Kinderboekenweek?

2 oktober 2017 | Reacties (0)

Woensdag begint de kinderboekenweek. Het thema dit jaar is ‘Griezelen- Gruwelijk eng!’ Lekker griezelen met monsters, zombies, Grompel en draken. Maar ook sprookjes, avonturen, wilde dieren en spoken.

Leuk thema? Daar zijn veel christelijke basisscholen het niet mee eens. Honderden christelijke scholen boycotten de kinderboekenweek. Ze zijn overgestapt naar de Christelijke Kinderboekenmaand, die het thema ‘Bibbers in de Buik’ heeft, of zwakken het thema af tot ‘spannend’.

De scholen die niet meedoen vinden dat het thema ‘gruwelijk eng’ kinderen onnodig bang maakt. Ze vragen zich af of het verantwoord is om kinderen via boeken te laten griezelen. Boeken over spoken en geesten zouden bovendien niet bij het geloof passen.

Alle kinderboekenweektitels van dit jaar op een rijtje

De Kinderboekenweek duurt van 4 tot 15 oktober. Op school, in de bibliotheek en in boekwinkels wordt van alles georganiseerd in de Kinderboekenweek. Ben je op zoek naar een boek dat aansluit bij het thema? Hieronder vind je per groep de twintig titels die ook centraal staan in het lesmaterialen voor scholen.

                   

GROEP 1 & 2

GROEP 3 & 4

GROEP 5 & 6

GROEP 7 & 8

Kinderboekenweeklied Kinderen voor Kinderen

Zoals elk jaar is er weer een speciaal Kinderboekenweekliedje van Kinderen voor Kinderen:

Kinderen voor Kinderen – Gruwelijk eng – dansles

ABONNEREN = GRATIS & LEUK http://bit.ly/1Le2XSQ | Dans mee met onze nieuwe hit ‘Gruwelijk eng’! Demi legt je het dansje stap voor stap uit. Volg je ons al? http://instagram.com/KinderenvoorKinderen http://facebook.com/KinderenvoorKinderen http://twitter.com/varaKvK Kijk voor meer leuke programma’s op http://zapp.nl

Christelijke kinderboekenmaand

De Christelijke Kinderboekenmaand, georganiseerd door de Brancheorganisatie voor het Christelijke Boeken- en muziekvak, wordt in oktober 2017 voor de 23ste keer gehouden. Het thema van dit jaar, ‘Bibbers in je buik’, heeft raakvlakken met het thema van de algemene Kinderboekenweek ‘Griezelen’. Daar is een positief christelijk motto aan toegevoegd: ‘Je hoeft niet bang te zijn, want God is bij je’.

Drie auteurs

Speciaal voor de Christelijke Kinderboekenmaand zijn er drie actieboeken uitgegeven die passen bij het thema.

ONDERBOUW

MIDDENBOUW

BOVENBOUW

Ter gelegenheid van de Christelijke Kinderboekenmaand 2017 is ook een nieuwe cd verschenen in de serie Oké4kids. De cd’s uit deze serie behoren al jarenlang tot de best verkochte christelijke kindercd’s in Nederland.

Verder lezen

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

18 september 2017 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (47) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

 

Lees ook de overige artikelen in dit dossier:

 

Verder lezen

Praten over je kind, niet over de cijfers

Praten over je kind, niet over de cijfers

15 september 2017 | Reacties (0)

Ken je dat? Je komt net terug van een oudergesprek op school. De leerkracht heeft van alles verteld. Je hebt grafieken gezien met Cito-scores. Je weet nu precies welke cijfers je kind heeft gehaald voor welke toetsen. Of dat het nog niet zo vlot met die ‘ontluikende geletterheid’ van je kleuter. Een bomvol gesprek. Maar voor je gevoel ging het nauwelijks over je kind.

omgekeerde-oudergesprekken

Niet over je zoon zoals jij hem kent van thuis: gevoelig, grappig en gek op het bedenken en uitvoeren van de meest fantastische timmerprojecten. En dan je dochter, die druk aan het rappen is en inspiratie put uit de dood van haar konijn, waar ze nog steeds erg verdrietig over is. En zou de juf eigenlijk wel beseffen dat je kind na drie jaar nog steeds moeite heeft met de scheiding van jou en je ex? Dat is toch ook belangrijk?

Ja, dat is het zeker. Maar in de traditionele oudergesprekken is vaak amper tijd voor dat soort zaken. Het is eenrichtingsverkeer vanuit de leerkracht die ouders bijpraat over de cognitieve ontwikkeling van hun kind: wat heeft je kind geleerd en hoe zijn de cijfers. En dat dan in tien minuten – die gesprekken heten niet voor niets tienminutengesprekken. Voor ouders, maar ook voor de school, zijn ze niet altijd even bevredigend…

Omgekeerde oudergesprekken: jij vertelt over je kind

Daarom gaan steeds meer scholen over op het houden van ‘omgekeerde oudergesprekken’ bij de start van het schooljaar. Tijdens die gesprekken staan niet de resultaten van je kind centraal – dat kan ook niet, want je kind is nog maar een paar weken bezig – maar het welbevinden van je kind. Welk karakter je kind heeft, waar hij of zij warm voor loopt, wie zijn vrienden zijn. Alles, kortom, wat je kind nodig heeft en wat de leerkracht moet weten om het schooljaar tot een succes te maken.

De opmars van het fenomeen omgekeerde oudergesprekken laat zien dat scholen ouders steeds meer serieus zijn gaan nemen als gesprekspartners. Dat is een goede zaak, want kinderen leren beter en gaan met plezier naar school wanneer hun ouders zich betrokken voelen bij de school. Als ouders krijg je zo de gelegenheid om samen met school op te trekken in het belang van je kind.

Bereid het gesprek goed voor

Net zoals een tienminutengesprek wat voorbereiding van je vraagt, is het verstandig om je ook goed voor te bereiden op een omgekeerd oudergesprek. Want ook daarin is de tijd beperkt. Door een goede voorbereiding zorg je dat je ook daadwerkelijk kunt vertellen wat jij belangrijk vindt. Het voorkomt bovendien dat je tijdens het gesprek niet goed weet wat je moet vertellen (en eenmaal thuis dan natuurlijk weer wel…).

Veel scholen geven vragenlijsten mee om het je als ouder wat gemakkelijker te maken. Zo’n vragenlijst kan een handig hulpmiddel zijn, maar voel je vrij om ervan af te wijken. Voor je het weet zit je uitsluitend de punten van de vragenlijst te bespreken en kom je er weer niet aan toe om te vertellen wat jíj echt belangrijk vindt en hoe jij je kind ziet.

Denk bijvoorbeeld na over:

  • Welk karakter heeft je kind? Probeer je kind te omschrijven in enkele kernwoorden als spontaan, behoedzaam, driftig, onrustig, verlegen, enzovoort.
  • Wat vind je kind makkelijk op school en wat juist moeilijk?
  • Waar ziet je kind tegenop en waar heeft hij/zij juist veel zin in?
  • Wat heeft je kind nodig om lekker in zijn vel te zitten?
  • Waar liggen de interesses van je kind, waar loopt je kind echt voor warm?
  • Wat heeft je kind nodig van de leerkracht om zich prettig te voelen?
  • Heeft je kind zich de afgelopen periode opvallend ontwikkeld? Nieuwe dingen geleerd, nieuwe interesses, ander gedrag?

Vergeet vooral ook niet om met je kind over het nieuwe schooljaar te praten. Vraag om input voor het gesprek. Of misschien mag je kind wel mee (op sommige scholen mag dat, afhankelijk van de leeftijd van het kind).

 

Verder lezen

Jongen leest boek, huiswerk

7 tips voor het helpen met huiswerk

12 september 2017 | Reacties (0)

Een A4-tje met topografie, een lijst moeilijke woorden, de tafel van 6, de eerste boekbespreking, een spreekbeurt over huisdieren. Op de meeste basisscholen krijgen kinderen huiswerk mee naar huis. Voor een deel omdat er geleerd moet worden voor en toets, maar ook om te wennen aan het fenomeen huiswerk maken. Door als ouder thuis actief betrokken te zijn bij het schoolwerk, stimuleer je de ontwikkeling van je kind enorm. Maar hoe pak je dat precies aan?

Jongen leest boek, huiswerk

Het is niet niet jóúw huiswerk

Vooropgesteld: het is niet jóúw huiswerk. Je kind is zelf verantwoordelijk voor het maken (of niet maken) van huiswerk. Je zult niet de eerste ouder zijn die vol goede bedoelingen zijn kind gaat helpen om er aan het eind van de middag achter te komen dat jij eigenlijk die hele spreekbeurt hebt geschreven, in plaats van je kind. Dat wil niet zeggen dat je je kind helemaal in zijn sop moet laten gaarkoken. De meeste kinderen kunnen echt wel wat hulp gebruiken bij hun huiswerk. Een goed uitgangspunt is dan ook: help je kind het zelf te kunnen doen.

 

Tips voor het helpen met huiswerk

1. Toon belangstelling

Vraag je kind wat het moet doen en bekijk het huiswerk.

2. Help je kind met het maken van een planning

Wat ga je eerst doen, hoe kun je het werk in overzichtelijke stukken opdelen, wat is een goede manier om een werkstuk te maken? Een goede planning kunnen maken, is misschien wel het allerlastigste onderdeel van huiswerk. Als je kind dit op de basisschool al leert, zal de overgang naar de middelbare school een stuk soepeler verlopen. Een volleerd planner zal je kind overigens nog lang niet zijn. Dat kan simpelweg niet. Het deel in de hersenen dat je gebruikt om te plannen, de frontale kwab, is pas rond het twintigste jaar uitontwikkeld.

3. Zorg voor een geschikte plek in huis waar je kind huiswerk kan doen

Dat hoeft niet de eigen slaapkamer van je kind te zijn. Vooral jongere kinderen vinden het vaak veel fijner om gewoon in de woonkamer met hun huiswerk bezig te gaan. Het hoeft niet muisstil te zijn, maar je kind moet wel ongestoord kunnen werken. Sommige kinderen vinden het prettig als er muziek aanstaat. De tv kun je echter beter uitzetten, want die leidt over het algemeen erg af.

4. Bepaal samen wat voor jouw kind de beste tijd is voor huiswerk

De persoonlijke voorkeur speelt hierbij een belangrijke rol. Wijs je kind erop dat je beter leert onthouden door herhaling: liever zes dagen achter elkaar tien minuten leren dan één dag een uur lang.

5. Overhoor je kind

Overhoren is niet alleen een manier om te testen of je kind de stof voldoende beheerst. Door te overhoren stimuleer je ook het zelfvertrouwen van je kind. Het geeft jou inzicht in de manier waarop je kind leert en de effectiviteit daarvan. Zo nodig kun je samen op zoek gaan naar nog betere manieren van werken. Tot slot is overhoren ook gewoon een extra herhaling van het geleerde.

6. Help het kind met praktische zaken

Laat je kind zien hoe je informatie op internet opzoekt en ga samen naar de bibliotheek. Zorg dat er inkt is voor de printer en help met het e-mailen van presentaties. Bezoek ook eens een museum dat aansluit bij de stof die je kind moet leren.

7. Moedig je kind aan

en zorg voor een positieve sfeer rond huiswerk.

Verder lezen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

Hakken en plakken, zoemen en zingen

7 september 2017 | Reacties (2)

Wat moet je doen om een woord te kunnen lezen? De letters herkennen, weten welke klank erbij hoort en daarmee het woord vormen. Dat is een heel proces voor iets wat later – als het goed is – vanzelf gaat. Om het aan te leren, oefenen kinderen in groep 3 met ‘hakken en plakken’ of met ‘zoemend lezen’ of ‘zingend lezen’.

Welke manier er op de school van jouw kind wordt gebruikt, hangt af van de lesmethode en ook nog van de versie van die lesmethode. De meeste scholen gebruiken de methode Veilig Leren Lezen van Zwijsen. In de Maan-versie (tot 2014 te koop) wordt hakken en plakken gebruikt. In 2014 is een nieuwe versie van Veilig Leren Lezen op de markt gekomen. In deze zogeheten Kim-versie leren de kinderen woorden lezen door middel van zoemend lezen. Als jullie school net een nieuwe leesmethode heeft aangeschaft, kan het dus zijn dan je kind hiermee aan de slag gaat. Ook vrij nieuw is de leesmethode Lijn 3. Die pakt het leren lezen weer net een beetje ander aan en heeft het over zingend lezen.

Wat is hakken en plakken?

Hakken en plakken is eigenlijk precies wat het begrip al aangeeft: het woord wordt eerst in stukjes (klanken) gehakt en daarna weer aan elkaar geplakt. Dit gaat het makkelijkst bij zogeheten ‘klankzuivere’ woorden. Dat zijn woorden waarbij de letterklanken zonder vervorming van de klanken worden uitgesproken. Een woord als tak is klankzuiver (t-a-k, maar peer niet omdat de ee-klank een beetje vervormt naar een i-klank. Op de meeste scholen wordt in groep 2 al een begin gemaakt met hakken en plakken.

Bij het hakken en plakken horen vaste handgebaren. Bij het hakken maken de leerlingen met twee platte handen tegen elkaar een hakbeweging; de kinderen spreken de klanken één voor één uit. Bij het plakken worden de klanken met een veegbeweging (soms een klapbeweging) van beide handen bij elkaar gevoegd en wordt het woord in zijn geheel uitgesproken. Op dit YouTube-filmpje oefenen twee meisjes met maan hakken en plakken:

maan roos vis 1

No Description

Hakken en plakken wordt vrijwel overal gebruikt en is ook onderdeel van het lesmateriaal. Bij de filmpjes van de methode Veilig leren lezen (maan-roos-vis) wordt het nieuwe woord bijvoorbeeld standaard gehakt en geplakt. Zoals op dit filmpje bij het woordje maan. Na een maand of drie leesonderwijs verdwijnt hakken en plakken naar de achtergrond en gaan kinderen steeds meer vloeiend lezen.

Zoemend lezen en zingend lezen

Bij zoemend lezen en zingend lezen worden de klanken lang aangehouden. In die tijd kan het kind vooruitkijken naar de volgende klank. Bij ‘zoemen’  en ‘zingend lezen’ worden de klanken van het woord uitgesproken zonder ze op te breken in aparte stukjes. De eerste letterklank wordt lang aangehouden, waarna de volgende eraan vastgeplakt word: mmmaaaan (maan) of sssssiiiiiiip (sip).

In dit filmje wordt uitgelegd hoe zoemend lezen werkt:

Veilig leren lezen – zoemend lezen

Uploaded by Uitgeverij Zwijsen on 2015-02-02.

Het zingend lezen is eigenlijk een andere manier van ‘plakken’. Onderwijskundige José Schraven, auteur van de methode Zo leer je kinderen lezen en spellen, is er een voorstander van om het hakken van woorden (de auditieve analyse) los te koppelen van de het plakken (de auditieve synthese) en ook in de kleutergroepen al te oefenen met zingend lezen in plaats van met hakken en plakken. Dat zou veel verwarring bij kinderen voorkomen.

Meer weten over lezen? Zie ook:

Verder lezen

Tips voor een goede start van het schooljaar

Tips voor een goede start van het schooljaar

28 augustus 2017 | Reacties (0)

Een nieuw schooljaar, nieuwe kansen. Zeker als het op school niet ‘vanzelf’ gaat met je kind, kan een nieuw schooljaar echt voelen als een frisse start. Daarom is het belangrijk dat die start geen valse start wordt.

Als je kind je je zorgen maakt of denkt dat je kind extra hulp of begeleiding nodig heeft, is het verstandig om al snel even met de leerkracht te overleggen.

Veel ouders hebben de neiging om het eerst een tijdje aan te kijken. Misschien loopt het dit jaar allemaal wel vanzelf met je kind. Of ziet de nieuwe leerkracht zelf al wat er nodig is. Tenslotte wil je niet gelijk als ‘zeurende ouder’ in de eerste week bij de juf of meester aan het bureau staan.

Toch is het verstandiger om gewoon wel al snel even een praatje te maken. Niet meteen in de eerste week inderdaad, maar in de tweede of derde week kan het wel.

Sterker nog, steeds meer scholen zelf al het initiatief al in de eerste schoolweken gespreken met álle ouders in te roosteren. Om kennis te maken met de ouders, om de kinderen snel te leren kennen dankzij de informatie van de ouders. Op de ene school heten dit ‘omgekeerde oudergesprekken’, andere scholen hebben het over ‘startgesprekken’ of ‘intake-gesprekken’.

(Meer informatie over deze gesprekken lees je het artikel Praten over je kind, niet over cijfers)

Vaak gebruikt de leerkracht de periode tot de herfstvakantie om de groep te leren kennen en om er achter te komen of een kind extra hulp of begeleiding nodig heeft. Als dat laatste het geval is, wordt er actie ondernomen.

Het punt is alleen: dan duurt het nog een hele poos voordat je kind daadwerkelijk die extra hulp krijgt. Want eerst moet er een plan van aanpak worden gemaakt. Met een beetje pech zal pas rond de kerstvakantie werkelijk begonnen worden met hulp voor je kind. Dan is het schooljaar al halverwege!

Wat kun je als ouder doen om het schooljaar goed te beginnen?

Als je voor het schooljaar begint al vermoedt dat je kind wellicht extra begeleiding nodig gaat hebben, is het slim om je als ouder alvast voor te bereiden op het nieuwe schooljaar.

  • Schrijf op waarom je je zorgen maakt. Wat kwam er naar voren in het vorige tienminutengesprek? Welke aanbevelingen deed de vorige leerkracht?
  • Zijn er dingen onduidelijk voor je? Zet dan ook deze op papier.
  • Wat heeft de afgelopen jaren goed gewerkt voor je kind en wat juist niet? Maak een lijstje.
  • Misschien ben je vóór de vakantie al een keer wezen praten over je kind. Weet je nog wat er toen is afgesproken? Is handig om dat voor het gesprek even weer helder op een rijtje te krijgen.

Door een lijstje te maken met punten die je wilt bespreken tijdens het eerste oudersprek, of dat nu een officieel gesprek is of een afspraak die je op eigen initiatief hebt gemaakt, krijg je overzicht.

Veel scholen geven ouders vragenlijsten mee naar huis om in te vullen voor de startgesprekken. Dat kan handig zijn voor wat houvast in het gesprek, maar als je zelf al heel goed weet wat je wilt bespreken en welke problemen je wilt aankaarten, is het verstandiger om je eígen lijstje aan te houden.

Ga open het gesprek in

Je kunt maar een keer een eerste indruk maken. Dat geldt ook in het contact met de leerkracht, zelfs al ken je de meester of juf misschien al langer. Probeer het gesprek daarom zo prettig mogelijk te laten verlopen. Laat blijken dat je samenwerking zoekt voor je kind. Samen kun je meer bereiken dan alleen. 

Er kunnen redenen zijn om regelmatig  contact te hebben met de leerkracht. Zeker als er zorgen zijn over de ontwikkeling van je kind. Dan is het fijn als de verstandhouding goed is en beide partijen elkaar vertrouwen. 

Praat altijd vanuit de zorgen die je hebt over je kind. Vraag ook aan de leerkracht of je zelf iets kunt doen om je kind te helpen. Het belangrijkste is immers dat je kind op tijd de hulp krijgt die het nodig heeft. Dat wil de leerkracht ook.

Als in het gesprek met de leerkracht naar voren komt dat je kind extra ondersteuning nodig heeft, is het goed om helder te krijgen wat die hulp precies inhoudt. Wat gaat de school doen (en wie en wanneer), wat kun je zelf doen, hoe worden jullie als ouders op de hoogte gehouden?

Zorg dat de afspraken op papier komen te staan en maak alvast een vervolgafspraak om na een tijdje samen te evalueren. Zo blijf je tijdens het schooljaar in gesprek.

 

Verder lezen

Moet je doen: doe 'ns gek!

Moet je doen: doe ‘ns gek!

28 augustus 2017 | Reacties (0)

Thuisinonderwijs.nl brengt ook deze vakantieperiode volop zomer-inspiratie in de rubriek Moet je doen! Vandaag aflevering 15: Doe ‘ns gek!

Neem vakantie van het normale

Vakantie? Dat is lekker uit de sleur, even weg uit de dagelijkse routine. Maar wist je dat je dat ook heel goed thuis kunt doen? Door de dingen net even anders te doen, of iets onverwachts te doen, geef je het leven schwung. Kom, doe eens gek! Thuisinonderwijs.nl helpt je op weg.

1. Vier een niet-jarig feestje

Vier een feestje met je gezin of met vriendjes en vriendinnetjes. Pannenkoeken bakken, slingers ophangen, een cadeautje geven – gewoon omdat je kind vandaag niet jarig is. Maar wel heel feestelijk!

2. Picknick op de slaapkamer

Het regent pijpenstelen en lekker naar buiten gaan zit er niet in? Ga dan eens binnenshuis picknicken, bijvoorbeeld op de slaapkamer van je kind. Picknickkleedje op de vloer, lekkere hapjes erbij en smikkelen maar. Misschien willen de poppen en knuffels van je kind ook wel een vorkje meeprikken?

3. Achterstevorendag

Doe de hele dag eens achterstevoren. Eet ’s ochtends een warme maaltijd (toetje eerst!) en eindig met het ontbijt. Loop achteruit in plaats van vooruit. Trek kleren achterstevoren aan. Volgorde omgekeerde in zinnen zeg. Zeg dankjewel als je iets aangeeft en alsjeblieft als je iets krijgt. Enzovoort.

4. Restaurant spelen

Een terrasje pakken, lekker uit eten met hele gezin. Op vakantie nemen we het ervan, maar waarom zouden we het thuis niet ook doen? Tover de huiskamer om in een restaurant en laat je kinderen het menu bereiden. Of organiseer een high tea, met je kinderen als hooggeëerde gasten.

5. Schuimgevecht met schuimmonsters

Spuit een flinke hoeveelheid badschuim in het zwembadje of op een groot stuk zeil in de tuin. Laat het met een sproeier schuimen tot een echte schuimboden. Wrijf elkaar in met schuim. Je kunt ook gekke kapsels maken. Ga het gevecht aan met het andere schuimmonster. Wie het langste blijft rechtstaan in de schuimpoel, wint.

6. Tart de modepolitie

Trek bizarre klerencombinaties aan. Kledingstukken die niet bij elkaar passen of die compleet afwijken van wat je kind (en jezelf, doe gewoon mee!) normaal draagt. Vloekende kleuren, ruitjes bij streepjes, alles mag vandaag. Durf je er ook mee de straat op? Of naar de winkel? Vraag eens aan je kind waarom dat wel of niet zo is. Voel je je anders nu je er anders uitziet? Prettiger, vrijer of juist onzekerder?

7. Vies worden moet!

Stuur je kinderen naar buiten en verbied hen schoon te blijven. Geen zwarte knieën? Buiten blijven. Geen grasvlekken op het T-shirt? De deur blijft dicht. Slechts een beetje smerig? Dat kan viezer! Geen blauwe plek of een schram op je arm? Hm, moet jij niet nog wat langer buiten spelen? In een boom klimmen misschien?

Kinderen hebben de ruimte nodig om te kunnen groeien, zowel fysiek als mentaal. Ze willen rennen, klimmen en klauteren. Ze leren door te experimenteren hun grenzen te verleggen en risico’s in te schatten. Die ervaringen zijn goed voor de ontwikkeling van kinderen. Maar veel ouders zijn bang dat hun kind zich bezeert of willen niet dat hun kleren vies worden.

Stuur die overbezorgde ouder in je op vakantie en geef je kind de ruimte en de vrijheid om te spelen. Dat geeft het zelfvertrouwen en het zelfvertrouwen van je kind een flinke oppepper. Door het verleggen van hun grenzen ontdekken kinderen zelf wat veilig is.

Zomer 2017: Moet je doen!

Dit was de laatste aflevering van Moet je doen! Hieronder vind je alle eerder verschenen artikelen van Moet je doen!

Moet je doen: coderen en programmeren

Moet je doen: naar buiten!

Moet je doen: creatief

Moet je doen: breinbrekers

Moet je doen: minute to win it

Moet je doen: ontdekken!

Moet je doen: naald en draad

Moet je doen: denksporten

Moet je doen: allemaal beestjes

Moet je doen: daar zit muziek in!

Moet je doen: maak ’t zelf

Moet je doen: leer iets nieuws

Moet je doen: proefjes voor thuis

Verder lezen