Tag: "featured"

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

Voorbereidend lezen in groep 1 en 2

16 mei 2013 | Reacties (0)

Kleuters in groep 1 en groep 2 zijn volop bezig met ‘voorbereidend lezen’ en ‘ontluikende geletterdheid’. Ze maken spelenderwijs kennis met geschreven taal en letters. Zo wordt de basis gelegd voor het leren lezen in groep 3. Maar wat doen ze nu eigenlijk bij ‘voorbereidend lezen’?

Taalonderwijs in groep 1 en groep 2

Voorlezen, rollenspellen, liedjes zingen, poppenkast, gedichtjes opzeggen, prentenboeken bekijken: kleuters vinden het heerlijk om met dit soort activiteiten bezig te zijn. In groep 1 en 2 is hier veel tijd en ruimte voor. Want het is niet alleen leuk, maar ook nog eens ontzettend leerzaam. In de kleutergroepen wordt gemiddeld een half uur tot een uur per dag gericht aandacht besteed aan taalonderwijs.

Voorbereidend lezen: kleuters in de startblokken

Veel activiteiten in groep 1 en 2 hebben als doel je kind voor te bereiden op het leren lezen in groep 3:

    letters leren groep 1 en groep 2 

  • Uitbreiding van de woordenschat, onder andere door veel voorlezen.
  • Oefenen van luistervaardigheid: de leerkracht leest een verhaal voor over de brandweer. Elke keer als de kinderen het woord ‘brand’ horen moeten ze in hun handen klappen, bij ‘brandweer’ stampen ze met hun voeten en bij ‘brandweerauto’ zeggen ze tu-ta-tu.
  • Oefenen met klankherkenning (‘auditieve discriminatie’) door spelletjes met eindrijm en beginrijm, liedjes zingen, lettergrepen klappen.
  • Trainen van het auditief geheugen: zinnen nazeggen van 4 tot 7 woorden (groep 1) of 7 tot 10 woorden (groep 2).
  • Inzicht krijgen in geschreven taal: wat zijn woorden, zinnen, letters? Wat is het verschil tussen de vorm van een woord en de betekenis: een reus is groter dan een kabouter, maar het woord ‘kabouter’ is groter dan het woord ‘reus’.
  • Letters leren. Op veel scholen wordt in groep 2 in de tweede helft van het schooljaar gewerkt met een ‘letter van de week‘. Een week lang staat een bepaalde letter centraal. In de kring verzinnen kinderen zo veel mogelijk woorden die met die letter beginnen, ze mogen spulletjes meenemen die met die letter beginnen, ze gaan stempelen met de letter of kleuren een kleurplaat in. In veel kleutergroepen is er een speciale ‘ABC-muur’ of ‘lettermuur’. Aan de wand (of aan een waslijn) worden kaarten met letters gehangen, soms met plaatjes erbij. Naar aanleiding van bijvoorbeeld een rijmpje, liedje of een prentenboekverhaal verzamelen de kinderen woorden voor de ABC-muur. Bij de woorden worden tekeningen of pictogrammen gemaakt. Natuurlijk zijn de letters ook te vinden op de stempeltafel. In het begin zal je kleuter lukraak wat letters op papier stempelen, na een tijdje volgt zijn eigen naam en aan het eind van groep 2 kan je kind al eenvoudige woordjes (na)stempelen!
  • Lettergrepen onderscheiden. Het kunnen opdelen van woorden in lettergrepen (en later afzonderlijke klanken) is een belangrijke stap naar het leren lezen. Je kind oefent dit soort woorden door te klappen (pop-pen-huis = drie klappen, ta-fel = twee klappen) of lekker hard te stampen.
  • Hakken (en plakken). In de tweede helft van groep 2 leert je kind eenlettergrepige woorden opdelen in afzonderlijke klanken. ‘Huis’ klinkt dan bijvoorbeeld als ‘huh-ui-sssss’. Zie ook Lezen met hakken en plakken

Fonologisch/fonemisch bewustzijn

In gesprekjes over de vorderingen van je kind, heeft de juf het misschien over ‘fonologisch’ of ‘fonemisch’ bewust zijn. Wat bedoelt ze daarmee? Fonemisch bewustzijn is het begrip dat gesproken woorden uit klanken bestaan. Fonemisch bewustzijn is een aspect van fonologisch bewustzijn, de vaardigheid om los van de inhoud te reflecteren op gesproken taal. Vaak worden de termen door elkaar gebruikt.


Verder lezen

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Opvoedstijl beïnvloedt kans op pesten

26 april 2013 | Reacties (4)

De manier waarop je je kind opvoedt, kan van invloed zijn of je kind wordt gepest of niet. Dat heeft een grootschalig Brits onderzoek aangetoond. Een te harde opvoeding is niet goed, maar een overbeschermende houding kan ook pesten in de hand werken.


Opvoedstijl ouders beïnvloed gepest worden

Kinderen met ouders die goed luisteren en meedenken, hebben minder last van pesten.

Wetenschappers van de universiteit van Warwick analyseerden 70 eerdere onderzoeken, waaraan in totaal meer dan 200.000 kinderen deelnamen. De resultaten zijn gepubliceerd in het tijdschrift Child Abuse & Neglect. Uit de analyse blijkt dat overbeschermde kinderen tussen 20 en 30 procent meer kans lopen om gepest te worden. Verwaarlozing verhoogt het risico met 40 procent, een strenge opvoeding met 28 procent.

Pesten: ook een probleem van thuis

De onderzoekers pleiten ervoor antipestprogramma’s niet binnen de schoolmuren te houden, maar ook nadruk te leggen op de invloed van positieve opvoedstijlen. Professor Dieter Wolke: “Er wordt vaak vanuit gegaan dat pesten alleen het probleem van scholen is. Dit onderzoek maakt duidelijk dat ouders ook een heel belangrijke rol spelen. We zouden hulpprogramma’s moeten opzetten waarin ouders worden gestimuleerd in een positieve opvoedstijl met warmte, genegenheid, communicatie en steun als kernwaarden.”

Te beschermend is ook niet goed

Wolke wijst er wel op dat het ook weer niet goed als ouders hun kinderen te veel willen beschermen. “Kinderen hebben betrokkenheid, steun en toezicht nodig van hun ouders. Daardoor lopen ze minder kans om gepest te worden. Als ouders daarin doorslaan en te beschermend zijn, verhoogt dat juist de kans dat hun kind het slachtoffer wordt van pesten. Hun kinderen leren niet omgaan met pestkoppen en dat maakt hen kwetsbaarder.”

Laat kinderen conflicten zelf oplossen

Welke opvoedstijl moet je kiezen om te voorkomen dat je kind wordt gepest? Volgens Wolke is het goed om duidelijke regels te stellen. Ouders moeten daarnaast betrokken zijn een warme emotionele band hebben met hun kinderen. “Laat je kinderen gerust wat onenigheid of ruzie hebben met leeftijdsgenoten. Daardoor leren ze hoe zelf conflicten kunnen oplossen. Dat leren ze niet als hun ouders bij het minste of geringste voor hen op de bres springen.”

Kunnen ouders pesten voorkomen?

De Britse onderzoekers leggen een zware nadruk op de opvoedstijl van ouders als het gaat om het verkleinden van het risico dat een kind pestslachtoffer wordt. Daarmee gaan ze verder dan de Nederlandse onderzoekster Mariëlle Bonnet, die vorig jaar promoveerde op de invloed van ouderschapsstijlen op pesten. Volgens haar moet de rol van opvoeding wel in perspectief worden gezien. Uit haar onderzoek bleek dat de klas de belangrijkste factor is bij het voorkomen van slachtofferschap. Daarna komen kenmerken van de school, buurt en de kinderen zelf.

 

Aanvulling, 28 april 2013

Hoe gevoelig pesten ligt, blijkt uit de reacties die de oorspronkelijke kop van dit artikel opleverde. ‘Kind gepest? Schuld van de ouders’, luidde de kop aanvankelijk. Bewust aangezet (wat ook in het artikel werd vermeld), want we wilden graag zo veel mogelijk ouders prikkelen om het artikel te lezen, opdat ze met de inhoud hun voordeel zouden kunnen doen. We hadden niet verwacht dat het woord ‘schuld’ zo letterlijk en zwaar zou worden opgevat. Het is nooit de bedoeling geweest om met een beschuldigende vinger richting ouders van gepeste kinderen te wijzen. Onze excuses aan iedereen die het zo heeft opgevat en zich daardoor gekwetst voelt. We hebben de kop en de tekst inmiddels aangepast.

– redactie Thuisinonderwijs.nl

 

Verder lezen

Een speciale planagenda helpt kinderen om te leren plannen. Foto: CitrusPers

Huiswerk maken begint met leren plannen

14 april 2013 | Reacties (4)

“Mam! Ik heb morgen al die lastige toets!” Paniek bij jouw kind en bij jou. Want hoe krijgt jouw kind nu zo snel al die informatie opgeslagen? Een goede planning voorkomt dat je kind op het laatste moment nog aan zijn huiswerk moet beginnen. Maar plannen is moeilijk. Speciaal voor Thuisinonderwijs.nl geeft leerbegeleidster Nienke Geessinck handige tips om te leren plannen.

Meer huiswerk

Een speciale planagenda helpt kinderen om te leren plannen. Foto: CitrusPers

Kinderen in de hoogste groepen van de basisschool krijgen geleidelijk meer huiswerk. Zo werken ze toe naar het voortgezet onderwijs, waar ze te maken krijgen met meer vakken en meer huiswerk. Het huiswerk wordt opgeschreven in een agenda op de dag wanneer het af moet zijn. Een agenda is onmisbaar voor scholieren, maar omdat ook huiswerk wordt opgegeven dat pas over een week of twee af moet zijn, is het overzicht al snel weg. Dit leidt tot stress en (onnodige) onvoldoendes.

Een planschema geeft overzicht

Voor sommige kinderen is het gebruik van alleen een agenda niet genoeg. Zij maken ook graag gebruik van planschema’s. In een planschema plan je op welke dag je welk huiswerk wil maken. Een voorbeeld van een planschema is te vinden op www.lereniseenmakkie.nl.

Het maken van een planning is voor kinderen erg moeilijk omdat hun hersenen nog niet volgroeid zijn. Ze zullen hierbij begeleiding van een volwassene nodig hebben.

Een goede planning heeft veel voordelen:

  • het huiswerk is overzichtelijk
  • er worden prioriteiten gesteld
  • het biedt houvast bij het maken van het werk
  • het werk kan opgedeeld worden in behapbare stukjes
  • bij ziekte wordt maar één onderdeel gemist
  • het resultaat is door plannen vaak beter, dit motiveert kinderen ermee door te gaan
  • het geeft ruimte in het hoofd, belangrijke zaken worden opgeschreven en hoeven niet meer onthouden te worden
  • het geeft ruimte voor activiteiten naast school; sport of afspreken met vrienden.

Speciale planagenda

Naast het planschema bestaat er ook planagenda’s. De planagenda werkt hetzelfde als het planschema. Je plant op welke dag je wat wilt gaan maken of leren. Het voordeel van een agenda is dat je planning in één boekje keurig bij elkaar zit. Geen losse blaadjes die spoorloos verdwijnen. De agenda waar ik zelf erg enthousiast over ben, is de agenda van CitrusPers. De agenda is eenvoudig in gebruik, is vrolijk, alles behalve saai en staat boordevol leuke weetjes, handige schema’s en tips om het leren makkelijker te maken. Deze agenda kan zowel in de bovenbouw van het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs gebruikt worden. Kijk voor een voorbeeld van deze agenda op www.citruspers.net.

Keuze in agenda’s die je kind leren plannen

Er zijn diverse agenda’s te koop die kinderen op een zeer gestructureerde manier helpen bij het plannen van huiswerk. Sommige zijn ontworpen met het oog op autistische kinderen of kinderen met ADHD of ADD, voor wie plannen extra moeilijk is. Deze agenda’s zijn ook zeer geschikt voor de hoogste groepen van het basisonderwijs. Want plannen is voor iederéén moeilijk.

In groep 7 gaan kinderen voor het eerst werken met een schoolagenda. Vaak krijgen ze die van school, soms moeten ze er zelf één kopen.

 

Over de auteur: Nienke Geessinck (1978) uit Eibergen (Gelderland) heeft negen jaar ervaring als groepsleerkracht in het basisonderwijs. Sinds april 2012 is ze voor zichzelf begonnen met de oprichting van Koppie Koppie . Koppie Koppie geeft bijles en huiswerkbegeleiding aan kinderen van de basisschool. Nienke is te volgen op Twitter en Facebook.

 


 

Verder lezen

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

Zwartboek: Druk op kleuters te groot

9 april 2013 | Reacties (0)

“Het roer moet radicaal om in het kleuteronderwijs”, vindt de werk- en steungroep kleuteronderwijs. De werkgroep, bestaande uit docenten en onderwijsdeskundigen, vindt de druk op kleuters om al heel jong te moeten presteren veel te groot. De werkgroep heeft een zwartboek over het kleuteronderwijs aangeboden aan de Tweede Kamer.

Een kleuter is geen schoolkind

“Een kleuter is geen schoolkind, maar wordt wel als zodanig getest, gelabeld en behandeld”, stelt de werkgroep. “Leerkrachten van de groepen 1 en 2 worden sinds de komst van het basisonderwijs niet meer speciaal opgeleid voor het begeleiden van kleuters en hebben geen kennis van de ontwikkelingspsychologie van het jonge kind. Dat behoort, net als de angst voor latere leer- en gedragsproblemen en taalachterstanden, tot de oorzaken van het te vroeg aanbieden van letters en cijfers.”

Ontwikkeling kleuters centraal

De Werk- en Steungroep kleuteronderwijs, waaronder veel leerkrachten die nog goed opgeleid zijn, zet zich in voor onderwijs dat aansluit bij de neurologische en psychologische ontwikkeling van kleuters.

Verder lezen

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

28 maart 2013 | Reacties (1)

In de tweede helft van het schooljaar gaat – vooral in groep 3 en 4 – het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af. Hun zoon Kas (6) zit in groep 3. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo kregen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competatief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestresst van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken Kas erg in mij. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan? Thuisinonderwijs.nl ging te rade bij ouders, leerkrachten en andere deskundigen en zet een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt.

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

  • Oefen elke dag 10 minuten. Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.
    Thuis oefenen met lezen

    Maak elke dag tijd vrij om te oefenen met lezen, ook als het je eigenlijk niet zo goed uitkomt.

  • Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”
  • Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”
  • Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.
  • Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.
  • Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.
  • ‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer onder de regel die wordt gelegd en de tekst eronder afdekt. Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen. Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.
  • Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.
  • Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle. Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”
  • Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.
  • Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.
  • Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.
  • Borden lezen langs de snelweg

    Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

    Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. “

  • Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.
  • Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.  Schrijver Roland Kalkman van het samenleesboek Poes in de klas legt hier uit hoe je zo’n samenleesboek het beste kunt gebruiken.

Heb jij zelf een goede tip voor andere ouders? Laat het weten door een reactie te schrijven onderaan deze pagina.

© Thuisinonderwijs.nl, 2012

Verder lezen

Scholen verplicht pesten aan te pakken

Scholen verplicht pesten aan te pakken

25 maart 2013 | Reacties (1)

Scholen worden bij wet verplicht om op effectieve wijze pesten tegen te gaan. Gepeste kinderen en hun ouders die op school geen gehoor vinden, kunnen in het uiterste geval terecht bij de Kinderombudsman. Nieuwe en zittende leraren worden ondersteund om pesten te voorkomen, te signaleren en aan te pakken. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) en Kinderombudsman Marc Dullaert hebben vandaag hun gezamenlijke plan van aanpak tegen pesten gepresenteerd. De afgelopen maanden hebben zij hierover gesproken met Tweede Kamerleden, leerlingen, ouders, leraren, schoolleiders, maatschappelijke organisaties en experts.

‘School nu niet altijd veilig’

Marc Dullaert: “Een op de tien basisschoolleerlingen wordt gepest. Dat is ontoelaatbaar. Kinderen hebben recht op een veilige en beschermde omgeving. Helaas kunnen we dit op scholen nu niet garanderen. Door scholen te verplichten met een effectieve anti-pestmethode aan de slag te gaan, kunnen we pesten terugdringen.”

Sander Dekker: “We zien dat scholen, met de beste bedoelingen, vaak maar wat doen als het om pesten gaat. Er gaat veel energie verloren met pestaanpakken waarvan zeer de vraag is of ze nut hebben. Sommige scholen hebben helemaal geen aanpak. We kunnen pesten alleen tegengaan als we duidelijke keuzes durven maken, als we kiezen voor methoden die werken en als alle scholen hun verantwoordelijkheid nemen.”

Pesten verplicht aanpakken

Het is een kerntaak van scholen om te zorgen voor een veilige school, waarbij de nadruk op preventie ligt. Staatssecretaris Dekker gaat een wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer waarmee de verantwoordelijkheid van de school voor het voorkomen van pesten in de wet wordt verankerd. Scholen worden verplicht om pesten aan te pakken en daarbij te kiezen voor een bewezen effectieve methode. Een commissie onder de vleugels van het Nederlands Jeugd Instituut gaat hiervoor criteria opstellen.

Leraren belangrijk bij aanpak pesten

De staatssecretaris en de Kinderombudsman vinden dat leraren een cruciale rol spelen in de aanpak van pesten. Leraren geven aan niet altijd goed zicht te hebben op wat er speelt tussen de leerlingen in hun klas en hoe te intervenieren bij ongewenst gedrag. Om leraren te helpen pesten beter aan te pakken, gaan lerarenopleidingen meer aandacht besteden aan pesten en wordt voor de huidige leraren een training ontwikkeld om hen bij te scholen. Voor de aanpak van cyberpesten door leraren is speciale aandacht. Scholen zijn zich minder bewust van de manier waarop kinderen elkaar via social media pesten. Niet alle scholen voelen zich hier ook verantwoordelijk voor. Dekker en Dullaert zullen scholen hierop aanspreken en ze praktische handvatten bieden om cyberpesten tegen te gaan.

Verbetering klachtenregeling

Klachten over pesten op school moeten in het onderwijs zelf worden opgelost, in eerste instantie door de leraar en in tweede instantie door de schoolleider of de vertrouwensinspecteur van de Inspectie van het Onderwijs. De Kinderombudsman staat klaar voor ouders of leerlingen, die zich niet gehoord voelen met de klachtenregeling.

Ouders, leerlingen en school op één lijn

Een essentiële basis om pesten aan te kunnen pakken is volgens Dekker en Dullaert dat school, ouders en leerlingen éénn lijn trekken: intimiderend of uitsluitend gedrag wordt niet getolereerd, en als deze norm overtreden wordt, heeft dat consequenties. Scholen en ouders kunnen aan het begin van de schoolcarrière van een leerling afspraken maken met elkaar over gewenst en ongewenst gedrag. De komende periode gaan Dekker en Dullaert in gesprek met ouders en leerlingen.

(Bron: Rijksoverheid, via Nieuwsbank)

Verder lezen

Eenderde jongens heeft belabberd handschrift

Eenderde jongens heeft belabberd handschrift

14 maart 2013 | Reacties (0)

Bijna eenderde van alle jongens heeft aan het einde van de basisschool een beroerd handschrift. Meisjes schrijven een stuk netter. Slechts 6 procent van de meisjes in groep 8 heeft een handschrift dat als slecht of onvoldoende moet worden aangemerkt, zo blijkt uit onderzoek van toetsenmaker Cito.

Meisjes schrijven netter dan jongens.

Niet slechter, wel groter

Cito onderzocht de handschriftkwaliteit van kinderen in de hoogste groep van de basisschool. In vergelijking met tien jaar eerder, toen dit ook is onderzocht, zijn kinderen op de basisschool niet slordiger gaan schrijven. Het toegenomen gebruik van laptops, computers en tablets in de klas heeft dus geen invloed op de kwaliteit van het handschrift. Wel zijn kinderen groter gaan schrijven, hanteren ze vaker  een (deels) onverbonden schrift en schrijven ze vaker rechtopstaand.

Groep 5 schrijft slecht leesbaar

Naast de handschriften in groep 8 zijn ook de schrijfkwaliteiten van leerlingen in groep 5 onder de loep genomen. Zijn in groep 8 de meeste handschriften matig of voldoende leesbaar, in groep 5 wordt het grootste deel van de handschriften beoordeeld als onvoldoende tot matig leesbaar. Daarnaast laat de verzorging van het schrift te wensen over: De meeste handschriften in groep 5 zijn beoordeeld als (zeer) slecht, onvoldoende of matig verzorgd.

Minder aandacht voor schrijven in de hoogste groepen

Bijna alle leerkrachten in groep 4, 5 en 6 geven minstens twee keer per maand schrijfles. In de hogere groepen wordt dat minder. In groep 8 krijgt nog maar 63% van de leerlingen minstens twee keer in de maand schrijfles. De meeste leerkrachten letten op aspecten van het schrijfproces zoals de pengreep, zit- en schrijfhouding, schrijfbewegingen, taakgerichtheid en het schrijftempo. In de hogere groepen neemt de aandacht hiervoor ook af.

Schrijftempo van 35 naar 53 letters per minuut

In de laatste drie jaar van de basisschool gaan kinderen steeds sneller schrijven. Wanneer leerlingen in hun eigen tempo schrijven, ligt het gemiddelde schrijftempo in groep 5 op 36 letters per minuut en de gemiddelde snelheid in groep 8 op 53 letters per minuut. Als leerlingen op hun snelst schrijven dan ziet Cito dat leerlingen uit groep 5 gemiddeld 10 (leesbare) woorden per minuut overschrijven en leerlingen uit groep 8 gemiddeld 19 (leesbare) woorden per minuut. Meisjes schrijven gemiddeld genomen wat sneller dan jongens.

Verder lezen

Buiten spelen is goed voor kinderen

Buiten spelen is goed voor kinderen

7 maart 2013 | Reacties (0)

Nu de winter voorbij is, wordt er weer volop buiten gespeeld door kinderen. Dat is niet alleen gezond, maar ook goed voor hun leerprestaties. Nienke Geessinck zet de vele voordelen van buiten spelen op een rijtje.

 

Het belang van buiten spelen

Heerlijk, de eerste zonnige lentedagen van het jaar! Ondanks dat ik het grootste gedeelte van de afgelopen dagen in mijn werkruimte zat, genoot ook ik van de zon. De wereld lijkt vriendelijker als de gele bol hoog aan de hemel staat.

De berichten van basisscholen op Twitter en Facebook zijn al even vrolijk als de mensen die bij mijn praktijk op de stoep staan. Wat is het toch fijn om als leerkracht de klas buiten te laten spelen na een lange winter. Ook na schooltijd zijn er weer kinderstemmen buiten te horen.

Buiten spelen heeft veel voordelen. Je wist vast al wel dat het een goed middel is tegen overgewicht. Ook voor het zelfvertrouwen van jouw kind is het heel goed als hij het vertrouwen krijgt van jou dat hij zelfstandig buiten mag spelen. Buiten spelen is een gezonde manier voor jouw kind om zijn energie kwijt te raken. Het is prettig om met andere kinderen te spelen. En misschien wel de mooiste reden om kinderen vaak buiten te laten spelen: kinderen worden er blij van.

Kinderen leren beter door beweging

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die een paar keer per dag in beweging komen beter leren. Echter veel scholen leveren speeltijd in om leertijd te creëren. Uit hetzelfde onderzoek is naar voren gekomen dat beweging juist positieve uitwerking heeft op de leertijd. (Klik hier en hier voor meer info)
Lichaamsbeweging verbetert de leerprestatie. Kinderen concentreren zich beter nadat ze bewogen hebben. Een actieve pauze is goed voor de concentratie.

Kinderen die lid zijn van een sportvereniging blijven minder vaak zitten dan kinderen die (bijna) niet sporten. Fitte kinderen scoren hoger op taakgerichtheid, planning, aandacht en zijn beter in staat problemen op te lossen.

Niet ieder kind is sportief aangelegd en dat hoeft ook niet. Op de fiets naar school of naar een vriendje is ook beweging. De speeltuin in de buurt of speelplaats van school is een mooie plek om te spelen en kinderen uit de buurt te ontmoeten. Op de kinderboerderij is vaak een mogelijkheid om te klimmen en te klauteren.
Kinderen vinden het leuk om samen met volwassenen te spelen; verstoppertje, tikkertje of touwtje springen. Het versterkt daarnaast ook nog eens de band tussen jou en je kind.

Laat de lente maar komen!

Over de auteur: Nienke Geessinck (1978) uit Eibergen (Gelderland) heeft negen jaar ervaring als groepsleerkracht in het basisonderwijs. Sinds april 2012 is ze voor zichzelf begonnen met de oprichting van Koppie Koppie . Koppie Koppie geeft bijles en huiswerkbegeleiding aan kinderen van de basisschool. Nienke is te volgen op Twitter en Facebook.

 

Verder lezen

Geen foutloze Cito-toetsen in 2013

Geen foutloze Cito-toetsen in 2013

6 maart 2013 | Reacties (0)

De Cito Eindtoets 2013 is door geen enkele leerling foutloos gemaakt. Wel waren er twee jongens die slechts één fout hadden in de tweehonderd opgaven op het gebied van taal, rekenen en studievaardigheden. Dat blijkt uit de landelijke uitslag van de Eindtoets, die Cito vandaag bekend heeft gemaakt. In totaal hebben 7.772 kinderen de hoogst haalbare score van 550 behaald. Deze leerlingen maakten 18 of minder fouten.

Landelijk gemiddelde lager

De gemiddelde Cito-score lag dit jaar op 535,1. Dat is iets langer dan voorgaande jaren. Cito vermoedt dat dit komt door een verschuiving in de populatie deelnemende leerlingen. Opvallend is dat in vergelijking met 2012 5% meer leerlingen (1.174) waarvan de leerkracht inschat dat ze doorstromen naar brugklastype basisberoepsgerichte leerweg en/of kaderberoepsgerichte leerweg, de toets hebben gemaakt. Het kan zijn dat leerlingen die eerder werden uitgesloten nu wel hebben deelgenomen, omdat zij dit jaar voor het eerst de Eindtoets Niveau (een makkelijker versie) op papier konden maken.

Verschillen jongens en meisjes dit jaar iets groter

Net als in voorgaande jaren halen jongens gemiddeld iets hogere standaardscores dan meisjes. Het verschil tussen de prestaties van jongens en meisjes is dit jaar iets groter dan vorig jaar. Vorig jaar werd dit verschil juist iets kleiner. Meisjes scoren gemiddeld hoger bij taal en jongens juist bij rekenen-wiskunde en studievaardigheden.

Recordaantal leerlingen

Een recordaantal leerlingen heeft de toets gemaakt. In totaal hadden 165.000 leerlingen zich ingeschreven. Dat is 3.000 meer dan het jaar daarvoor. Van het totaal aantal leerlingen maakte 86% de Eindtoets Basis (inschatting vmbo GL/TL, havo, vwo) en 14% Eindtoets Niveau (inschatting vmbo BB, KB).

Overzicht landelijk gemiddelde Cito-scores per jaar

2013 535,1
2012 535,5
2011 535,5
2010 534,4
2009 535,1
2008 534,8
2007 535,1
2006 534,8
2005 534,5
2004 535,2
2003 535,5

Bron: Cito

Verder lezen

Gepeste kinderen voelen zich vaak buitengesloten.

Meer kinderen voelen zich gepest

4 maart 2013 | Reacties (1)

Negen procent van de kinderen in groep 5 tot en met 8 wordt naar eigen zeggen dagelijks of wekelijks gepest. Vijf jaar geleden was dat nog acht procent. Tegelijkertijd is het aantal kinderen dat toegeeft zelf geregeld te pesten gedaald van 3,8 procent in 2008 naar 2,7 procent in 2012. Minder pesters dus, die meer slachtoffers maken.

Verbaal pesten en buitensluiten

Gepeste kinderen voelen zich vaak buitengesloten.

De cijfers zijn afkomstig uit een grootschalig onderzoek naar pesten door de School & Innovatie Groep uit Zwolle. Bijna honderd scholen en zo’n tienduizend leerlingen uit de groepen 5 tot en met 8 uit heel Nederland hebben aan het onderzoek deelgenomen. Het pesten is over het algemeen meer verbaal en mentaal dan fysiek. De kinderen die hebben aangegeven gepest te worden, zeggen dat dit gebeurt doordat ze de schuld krijgen van iets wat ze niet gedaan hebben, dat ze uitgescholden worden, er over hun wordt geroddeld, ze buitengesloten worden en dat er grapjes over ze wordt gemaakt. Ten opzichte van 2008 is met name het item ‘buitengesloten worden’ flink toegenomen.

Digitaal pesten verdubbeld

Het schoolplein is nog steeds de plek waar het meest wordt gepest, gevolgd door het eigen klaslokaal en na schooltijd de omgeving van de school. Daarnaast worden kinderen steeds vaker digitaal gepest. In 2008 ging het bij negen procent van de pesterijen om cyberpesten, nu is dat verdubbeld tot 18%.

Verdrietig en boos

Kinderen die gepest worden geven aan zich hierdoor vooral verdrietig te voelen, boos te zijn of zich alleen te voelen. 21% geeft zelfs aan zich bedreigd te voelen. Bijna de helft van de kinderen die gepest wordt reageert door weg te lopen. Minder dan de helft (39%) van de gepeste kinderen geeft aan dat ze naar de leerkracht of een andere volwassene gaat als ze worden gepest. Daarnaast blijkt dat meer dan de helft van de gepeste kinderen er niet met de leerkracht over praat als zij gepest wordt. Ook weet meer dan de helft van de gepeste kinderen niet (altijd) wat zij moet doen als ze gepest worden.

Veiligheid

Tot slot blijkt dat het gevoel van veiligheid op het schoolplein, de school, de groep en van en naar school in 2012 vrijwel hetzelfde is als in 2008. Een ruime meerderheid van de kinderen voelt zich veilig in en rondom school. Kinderen die gepest worden, voelen zich significant minder veilig in en rondom school dan kinderen die niet gepest worden. Dit geldt echter ook voor de kinderen die pesten.

Verder lezen