Tag: "groep 4"

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

18 september 2017 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (47) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

 

Lees ook de overige artikelen in dit dossier:

 

Verder lezen

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

Spiegelschrift: heel normaal voor kleuters

15 december 2016 | Reacties (4)

Schrijft jouw kleuter ook in spiegelbeeld? Letters, cijfers of zelfs hele woorden? Maak je geen zorgen, dat is doodnormaal bij jonge kinderen. Het heeft niets te maken met dyslexie of andere leerproblemen, maar hangt samen met de hersenontwikkeling van kleuters.

Hans kan sinds kort zijn eigen naam schrijven, in grote onhandige hanenpoten. Apetrots is hij. Maar gek genoeg schrijft hij de N en S consequent in spiegelbeeld. Soms schrijft hij ‘sNAH’, zijn eigen naam ook achterstevoren. Ik was bang dat dit misschien een vroege vorm van dyslexie was, maar toen zijn juf vertelde dat dit heel normaal is bij kinderen op deze leeftijd, herinnerde ik me weer dat Corné en Jaap het destijds inderdaad ook deden.
Agnes, moeder van Hans (5), Jaap (9) en Corné (11)

Het kleuterbrein doet niet aan links en rechts

Zoals de juf van Hans al vertelde, komt schrijven in spiegelbeeld heel veel voor bij kleuters. Je hoeft je daar absoluut geen zorgen over te maken. Bij het schrijven doe je een beroep op een deel van de hersenen dat gevoelig is voor gespiegelde informatie.

Bij kinderen tot een jaar of 7 is het zogeheten lateralisatieproces nog in volle gang. Ze zijn zich nog niet goed bewust van de verschillen tussen links en rechts en kunnen richtingen als van rechts naar links en van boven naar beneden nog niet goed herkennen en toepassen. Daardoor kunnen kleuters net zo gemakkelijk van links naar rechts schrijven als andersom en voelt het voor hen precies hetzelfde.

Verbeteren heeft geen zin

Grappig is ook dat het daardoor meestal geen zin heeft om je kleuter op zijn ‘fout’ te wijzen. Links, rechts, spiegelbeeld of niet, een kleuter ziet het verschil niet. Het brein van Hans geeft zijn hand de opdracht om zijn naam te schrijven, maar in welke richting dat gebeurt maakt het brein nog niet zo veel uit. Kleuterdeskundigen gebruiken dit gegeven dan ook als een van de argumenten om te onderbouwen waarom kleuters nog niet toe zijn aan echt schrijven. Pas als het Hans’ brein verder ontwikkeld is en Hans meer voorbeelden heeft gezien van hoe zijn naam er uit moet zien, zal hij op een gegeven moment denken ‘Hé, dat staat daar niet goed’ en later ‘Dat staat er in spiegelbeeld!’

Letters omdraaien in groep 3

Het omkeren van letters of vergissen in de schrijfrichting is niet van de ene op de andere dag verdwenen. Ook in groep 3 of zelfs 4 kan je kind omkeringen blijven schrijven, bijvoorbeeld bij de s-z, m-n, t-f, b-d-p en eu-ui-ou. Dit verschijnsel wordt vanzelf minder en verdwijnt naarmate je kind meer leeservaring heeft opgedaan. Dyslectische kinderen kunnen langer dan gemiddeld in spiegelbeeld blijven schrijven, doordat kinderen met dyslexie moeite hebben de koppeling tussen klank en letter te onthouden.

Verder lezen

Klokkijken: Hoe leert je kind dat?

Klokkijken: Hoe leert je kind dat?

21 april 2016 | Reacties (3)

Eind groep 5 moet je kind kunnen klokkijken. Zowel op een klok met wijzers als op een digitale klok en tot op de seconde. Voor sommige kinderen is dat ontzettend moeilijk. Niet zo gek, als je er bij stilstaat wat je allemaal wel niet moet kunnen en weten om de tijd correct te kunnen benoemen. In dit artikel leggen we uit hoe en wanneer je kind leert klokkijken. Met handige tips voor thuis.

Eerst tijdsbesef kijken, dan leren klokkijken

Klokkijken is niets wat je kind van de ene op de andere dag leert. Het is een proces dat op de basisschool maar liefst vijf jaren beslaat. Het begint in groep 1 – hoewel daar de klok nog buiten beeld blijft – met het ontwikkelen van een globaal tijdsbesef.

Wanneer leert een kind klokkijken op school?

KlokkijkenGroep 1 Kennismaken met seizoenen en dagen van de week Groep 2 Dagdelen benoemen en tijdsaanduidingen als eerder/later/gisteren gebruiken Groep 3 Hele en halve uren herkennen en benoemen op een analoge klok (wijzerklok) Groep 4 Kwartieren en soms (afhankelijk van de rekenmethode) 5 voor/over heel en half; kennismaken met een digitale klok (op sommige scholen) Groep 5 Uren, minuten en seconden op zowel een analoge als een digitale klok.

Leren klokkijken op een wijzerklok

Een analoge klok is een ingewikkeld ding. Er zijn twee wijzers, die hetzelfde rondje draaien, maar in een ander tempo en langs een andere schaalverdeling (minuten, uren) en die wijzers hebben dan onderling ook nog iets met elkaar te maken. Maar welke wijzer doet ook alweer wat? De schaalverdeling op de rand maakt het er niet gemakkelijker op: daar staan immers alleen de uren op aangegeven. Bij de minuten moeten we het met streepjes doen. Wat zou er ook moeten staan, 1 tot en met 60? Dan zou je geneigd zijn om te praten over ’34 over 2′, terwijl we die tijd toch echt ‘4 over half 3’ noemen. Om kinderen te helpen wordt op sommige scholen geoefend met klokken met alleen een uren- of alleen een minutenwijzer.

Leren klokkijken op een digitale klok

Een digitale klok telt door na 12 uur. Om te kunnen vertellen hoe laat het is moet je kind bij latere tijden dus rekenen (12 aftrekken van het uur in kwestie). Bij de minuten wordt het nog ingewikkelder: dan gaat het om rekenen tot 60, waarbij je kind in het achterhoofd de structuren van een kwartier (15 minuten), halfuur (30 minuten) of driekwartier (45 minuten) moet hebben.

Leon kreeg voor zijn verjaardag van ons een horloge. In de winkel vertelde de juwelier dat de meeste kinderen tegenwoordig digitale horloges kopen omdat ze niet meer leren klokkijken met analoge klokken. Jessica, moeder van Leon (9), in Hét basisschoolboek

Klokkijken – tips voor thuis

Maak je kind bewust van tijd en van de klok. Daarmee kun je al beginnen als je kind een peuter is. “Als de grote wijzer helemaal bovenaan staat, gaan we eten.” Of: “Je mag pas uit bed komen als zeven op de [digitale] klok staat.” Wijs je kind op de klok bij het naar bed gaan, op tijd school komen, enzovoort. Praat ook eens met je kind over ‘tijd’ in ruimere zin. Wat is tijd eigenlijk? Hoe deden mensen dat vroeger, toen er nog geen klokken waren? Waarom is het niet overal op de wereld even laat? Waarom lijkt de tijd sneller te gaan als je slaapt? Houd wedstrijdjes met een stopwatch, bak een cake en zet de kookwekker, enzovoort.

Veel kinderen vinden het ook leuk om een horloge te dragen. Ook al kunnen ze nog niet perfect klokkijken, ze raken hierdoor wel vertrouwd en geïnteresseerd in het fenomeen tijd. Oefen- en leerklokken bieden je kind de mogelijkheid om de werking van de klok en het aflezen van de tijd spelenderwijs te oefenen.

Een filmpje met basisuitleg over de functie van de wijzers op een analoge klok:

Klokkijkfilm1.wmv

Uitleg klokkijken (1). Gemaakt voor bassisschoolleerlingen. Productie: Citotrainer Nederland. Zie ook: uitleg klokkijken (2).

 

 

 

Verder lezen

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

6 januari 2016 | Reacties (0)

Veel ouders willen hun kind thuis laten oefenen voor de drieminutentoets (DMT). Ook op sommige scholen wordt er veel geoefend opdat de leerlingen in de DMT zo veel mogelijk woordjes zullen lezen. De vraag is echter: heeft oefenen voor de DMT zin?

In dit artikel lees je het verrassende antwoord op die vraag. En beantwoorden we nog meer vragen die te maken hebben met (oefenen voor) de DMT. Ook vind je aan het eind van het artikel voorbeelden van de drie leeskaarten van de drieminutentoets. Deze kaarten geven je een idee van hoe de woordenlijsten op de DMT eruit zien.

Wat is de drieminutentoets ook alweer voor een toets?

De drieminutentoets is een toets uit het leerlingvolgsysteem van Cito. De DMT wordt twee keer per jaar wordt afgenomen, in januari/februari en in mei/juni. De DMT meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten (drie keer één minuut) tijd hardop kan lezen. Hoe de toets precies in zijn werk gaat, lees je in ons artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets.

Het komt vaak voor dat kinderen die goede progressie boeken in de leestoetsen waarin ze een gewone tekst lezen, minder goede resultaten halen bij het lezen van losse woordjes in de drieminutentoets.

Wordt er echt zo veel geoefend voor de DMT?

Ja, oefenen in snel losse woordjes lezen is een wijdverbreid fenomeen. Sommige scholen geven de leerlingen oefenkaarten mee naar huis om thuis te trainen in het snel woordjes leren voor de drieminutentoets. Of de school koopt een duur oefenpakket om de DMT-resultaten op te krikken.

Ouders zijn al net zo hard op zoek naar oefenmaterialen voor de drieminutentoets. Even googlen op internet en de zoekresultaten leveren talloze oefensites op. Op sommige van deze sites kun je zelfs dure oefentoetskaarten bestellen waarmee je als ouder met je kind kunt gaan oefenen voor de Cito-DMT.

Is het erg als de score op de DMT lager uitvalt?

Nou, dat valt vaak wel mee. Als je kind verder goed leest en begrijpt wat hij of zij leest, is er meestal niet zo veel aan de hand. Sommige kinderen kunnen zich nu eenmaal slecht concentreren op losse woordjes, of articuleren niet zo snel, of er zijn andere factoren die de lagere score verklaren. Je zou het zelfs nog kunnen omdraaien: als je kind goed is in het lezen van teksten, maar een slechte DMT-score heeft, lukt het je zoon of dochter dus om ondanks enige moeite met losse woorden tóch goed te lezen. Dat is knap.

Dat scholen en ouders schrikken van slechtere resultaten in de drieminutentoets, heeft onder meer te maken met het feit dat de DMT een toets is uit het (Cito-)leerlingvolgsysteem. Dan worden we met z’n allen zenuwachtig. Want wat zal de Onderwijsinspectie ervan vinden? En welke gevolgen kan het hebben voor de schooladvies in groep 8?

Is de drieminutentoets dan een onzintoets?

Nee, dat zeker niet. De DMT helpt om het technisch leesniveau vast te stellen. Doordat de toets twee keer per schooljaar wordt afgenomen, valt de ontwikkeling van je kind goed te meten. Is je kind vooruit gegaan of niet?

De drieminutentoets maakt duidelijk bij welke leerlingen de technische leesvaardigheid nog niet voldoende is ontwikkeld: het ontsleutelen van de letters naar woorden kost bij hen te veel moeite en/of tijd, of kinderen leunen te zwaar op de context om een tekst te kunnen lezen. De uitslag attendeert de school op zwakkere lezers.

Dus als mijn kind een zwakke lezer is, is het wel verstandig om te oefenen voor de DMT?

Zwakke lezers moeten zo veel mogelijk oefenen met lezen. Maar het oefenen van tempolezen met losse woorden heeft niet of nauwelijks zin. Je kunt kinderen eindeloos laten oefenen met woordrijtjes lezen, maar dat heeft amper effect op de uitslag van de drieminutentoets. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van oefenen wel de geoefende woorden sneller gaan lezen, maar ongetrainde woorden niet.

Het snel kunnen lezen van losse woorden, zoals tijdens de DMT, wordt bepaald door twee factoren. Namelijk: hoe vaak heeft je kind het te lezen woord al eerder gezien en ontsleuteld en hoe vaak moet je kind het woord eerder gezien hebben om het goed en snel te kunnen lezen. Die tweede factor heeft te maken met een erfelijke aanleg om een zwakke lezer te zijn. Zwakkere lezers moeten een woord veel vaker zien om het te kunnen lezen dan goede lezers, waardoor hun leestempo achterblijft.

Een en ander wordt helder uitgelegd in het artikel Voortgezet lezen: Losse woorden oefenen of tekst? van Anneke Smits en Erna van Koeven. Beiden zijn als hoofddocent verbonden aan hogeschool Windesheim en de leerkring ‘Geletterdheid en schoolsucces’. In dat artikel vind je ook een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing van zaken die we hier aanstippen.

Mijn kind zit in groep 3 en moet elke week thuis oefenen met het lezen van rijtjes woorden. Heeft dat ook geen zin?

Volgens Smits en Van Koeven is het lezen van woordrijtjes in de eerste helft van groep 3 heel nuttig. Veel scholen gebruiken daarvoor de methode Veilig en vlot. Beginnende lezers krijgen hiermee de elementaire leeshandeling onder de knie: ze leren letters (klanken) om te zetten in woorden en maken steeds minder fouten in dat proces. Maar zodra kinderen in groep 3 erin slagen van de meeste woorden uit te goochelen wat er staat (tweede helft schooljaar), ook al gaat dat nog niet zo snel, heeft het oefenen van losse woorden al niet meer zo veel zin.

Hoe kan ik mijn kind wél helpen om sneller te gaan lezen?

Focus niet te veel op die DMT-score maar laat je kind zo veel mogelijk lezen – boeken, strips, ondertiteling. Het maakt niet uit wát je kind thuis leest, als je kind maar leest. Hoe meer leeskilometers, hoe beter. En vooral: zorg dat je kind je kind plezier krijgt in lezen (of in elk geval geen (grotere) hekel). Stimuleer je kind om teksten te lezen die hem of haar interesseren en focus daarbij niet te veel op het AVI-niveau. Kinderen die geïnteresseerd zijn in een onderwerp kunnen verhalen lezen die wel drie niveaus hoger liggen dan hun ‘eigen’ AVI-niveau.

Dat is ook de achterliggende gedachte van de door Anneke Smits ontworden Ralfi-methode, die veel scholen gebruiken om zwakke (langzame) lezers vooruit te helpen in hun leestempo. Dezelfde korte, maar relatief moeilijke tekst wordt in één week meerdere keren voorgelezen en – met hulp – zelf gelezen. Zie de website ralfilezen.nl voor meer uitleg. Daar is ook een schat aan geschikte teksten te vinden.

Als oefenen voor de DMT geen zin heeft, waarom bieden jullie bij dit artikel dan voorbeeldkaarten aan van de drieminutentoets?

We bieden deze voorbeeldkaarten niet aan als oefenmateriaal, maar ze zijn bedoeld om ouders een beeld te geven van wat zo’n drieminutentoets inhoudt. Bestaat de drieminutentoets echt alleen maar uit rijtjes woorden? Ja, het zijn echt alleen maar rijtjes woorden. De eerste leeskaart heeft alleen korte, makkelijk te lezen woordjes. Op kaart twee staan iets moeilijker woorden (één lettergreep) en op de derde kaart staan langere woorden. In het eerder genoemde artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets kun je lezen in welke groep welke leeskaart(en) worden afgenomen en hoeveel woorden je kind moet lezen voor een bepaalde score op de drieminutentoets.

Hoewel de woordkaarten dus nadrukkelijk niet zijn bedoeld als oefenmateriaal, zou je ze eventueel wel kunnen gebruiken om je kind een beetje voor te bereiden op de DMT. We formuleren dit bewust héél voorzichtig. Als het goed is, krijgt je kind op school voldoende uitleg over hoe de drieminutentoets in zijn werk gaat en wat precies de bedoeling is. Doordat kinderen de DMT vanaf groep 3 twee keer per schooljaar doen,  raken ze goed vertrouwd met de toets. Extra voorbereiding thuis is normaal gesproken dus echt niet nodig. Sterker nog: het kan averechts werken, bijvoorbeeld bij kinderen met faalangst, omdat kinderen spanning of druk gaan voelen.

Is je kind zelf heel onzeker over de DMT en vraagt je zoon of dochter om voorbereiding, of heb je goede aanwijzingen dat de school ergens tekort schiet, dan kun je onze voorbeeldkaarten op de volgende manier gebruiken. Vraag je zoon of dochter eens om in een minuut tijd zo veel mogelijk woordjes te lezen (maak er een soort spelletje van, leg er geen druk op) en kijk hoe hij of zij te werk gaat. Probeert je zoon té snel te lezen en struikelt hij over zijn eigen tong? Schiet je dochter steeds in de lach omdat ze associatief een soort verhaal vormt van de woordenopsomming? Probeert je kind mooi op toon te lezen? Is hij steeds kwijt bij welk woord hij ook alweer is?

Dat soort dingen zijn zaken waarin je kind zou kunnen bijsturen. Lees snel, maar niet té snel. Probeer er geen verhaal in te zien, maar lees écht alleen maar losse woorden. Houd een vinger bij het woord dat je leest. Probeer in een lekker leesritme te komen. Beaam dat het best een beetje mal is om zo maar een rij willekeurige woorden voor te lezen. Lees zelf ook eens kaart en ervaar welke problemen je zelf tegenkomt. Voor een kind kan het heel relativerend werken om erachter te komen dat zijn vader of zijn moeder zich ook steeds verspreekt of woorden verhaspeld. Voor jezelf trouwens ook 😉

Je kind kan baat hebben bij dit soort tips, maar het is een illusie om te denkten dat ze ineens zullen leiden tot een heel veel hogere DMT-score. Als je kind een zwakkere of langzame lezer is, kan de leerkracht het beste inschatten wat er precies aan de hand, of je kind ondersteuning nodig heeft en hoe dat dan moet worden aangepakt.

Voor thuis geldt – zeker zo lang je geen ander bericht krijgt van de school: gewoon lekker lezen omdat het leuk is!

Voorbeeld leeskaarten drieminutentoets 

Via onderstaande links kun je voorbeeld-leeskaarten van de drieminutentoets downloaden:

De leeskaarten bevatten hetzelfde type en hetzelfde aantal woorden als de leeskaarten van de officiële drieminutentoets. Uiteraard staan er niet dezelfde woorden op!

Klik hier voor uitleg over de drieminutentoets.

Verder lezen

10 tips om je kind te leren klokkijken

10 tips om je kind te leren klokkijken

20 oktober 2015 | Reacties (2)

Klokkijken is een essentiële vaardigheid in het leven. Voor kinderen is kunnen klokkijken een echte mijlpaal, maar om het te leren moeten ze heel wat stappen doorlopen. Door thuis volop oefenmogelijkheden te bieden en je kind vertrouwd te maken met de klok en de tijd, zal je zoon of dochter op school gemakkelijker leren klokkijken. Met deze tien tips kun je thuis op een leuke manier met je kind oefenen.

10 tips om je kind te leren klokkijken

1. Breng je kind tijdbesef bij

Leren klokkijken is een heel proces. Het begint op kleuterleeftijd met een globaal tijdbesef, met heel brede tijdsbegrippen: het eerste deel van de dag heet ‘ochtend’, aan het eind van de dag is het ‘bedtijd’. In een paar jaar tijd wordt het besef van tijd en mogelijkheden om tijd te meten en aan te geven steeds verder en dieper uitgewerkt. Aan eind van groep 5 kan je kind zowel op een digitale als op een analoge klok tot op de seconde nauwkeurig de tijd benoemen.

Jonge kinderen hebben nog geen tijdbesef. Ze hebben geen flauw idee hoe lang tien minuten duren, of een uur of een kwartier. Je helpt je kind om gevoel voor tijd te ontwikkelen door de tijd bij je dagelijkse activiteiten bewust te benoemen. ‘We gaan een kwartiertje fietsen’, ‘over vijf minuten gaan we weg’.

2. Geef je kind een klok als speelgoed

leerklok-houtKinderen houden ervan om in hun spel alledaagse situaties uit te beelden. Zodra ze zich een beetje bewust worden van de begrippen ‘tijd’ en ‘klok’ is het leuk om ze een klok te geven om mee te spelen. Dat kan een oude klok zijn die het niet meer doet, of een speciale speel- en leerklok, zoals ze ook op school gebruiken. Er zijn speciale oefenklokken verkrijgbaar waarop staat aangegeven hoe je een tijd ‘leest’: 5 over, 10 over half, etc. Dat is handig als je kind straks de stap maakt naar echt klokkijken.

Het is belangrijk dat je kind zelf de wijzers kan verzetten (ook al gebeurt dat nog op een volstrekt willekeurige manier). Kies voor een klok met duidelijke cijfers (geen Romeinse cijfers!) en met streepjes voor de minuten.

3. Benoem de tijd expliciet

Naarmate je kind ouder wordt en al een beetje leert klokkijken, kun je in gesprekjes over tijd ook naar de klok verwijzen. ‘Om kwart over acht moet je ontbijt op zijn, want de school begint om half negen.’ Of: ‘Je mag om drie uur pas televisiekijken, dus je moet nog een half uurtje wachten.’

4. Begin met de kleine wijzer

In groep 3 leren kinderen klokkijken in hele en halve uren. Eerst de uren, daarna de halve uren. Beperk je daarom ook thuis in het begin tot de hele uren. Leg uit dat die worden aangewezen door de kleine wijzer op de klok. Wat de grote wijzer precies doet, is nu nog niet zo belangrijk. In deze fase moet je kind alleen weten dat als de lange wijzer naar boven staat, het precies … uur is.

Ook nu komt een speelklok weer goed van pas. Houd de lange wijzer op 12 en draai de korte wijzer naar verschillende plekken op de klok. Laat je kind zien dat de wijzer steeds naar een ander cijfer op de klok wijst en vertel dat dit cijfer het uur aangeeft. Laat je kind ook zelf aan de klok draaien, net zolang tot hij door heeft hoe hij de uren kan aflezen.

5. Vertel dan wat de grote wijzer doet

Vertel je kind wat de functie is van de grote wijzer. Beperk je in het begin tot de halve uren. Later komen daar de kwartieren bij. Tot slot kun je je kind uitleggen dat de grote wijzer de minuten aangeeft. Omdat er 60 minuten in een uur zitten, is het belangrijk dat je kind tot 60 kan tellen. Ook is het handig als de tafel van 5 er goed inzit. Bij het benoemen van de tijd zijn we in het dagelijks leven doorgaans immers niet nauwkeuriger dan tot op 5 minuten.

Een van de moeilijkste dingen om te begrijpen in het proces van leren klokkijken, is inzicht krijgen in hoe de lange en de korte wijzer zich precies tot elkaar verhouden. Ook om die reden is handig om met de halve uren en kwartieren te beginnen, omdat je daar goed kunt zien hoe ver de kleine wijzer onderweg is naar zijn volgende uur. Het moeilijkste zijn tijden waar de kleine wijzer achter de grote wijzer verdwijnt, zoals vijf over één.

6. Altijd een klok bij de hand

Oefening baart kunst en dat geldt ook voor leren klokkijken. Geef je kind een eigen horloge en vraag geregeld hoe laat het is.

7. Leg het verschil uit tussen de digitale klok en een wijzerklok

Voor kinderen zijn digitale klokken de normaalste zaak van de wereld. Al onze apparaten geven de tijd immers digitaal weer: computers, smartphone, tablet, de oven in keuken. Omdat digitale klokken niet dat gedoe hebben van wijzers, kun je betrekkelijk simpel de tijd aflezen. ‘Het is zeven uur zesendertig.’

Lastiger wordt het als kinderen de digitale tijd moet vertellen op de ‘analoge’ manier. 7:36 is dan ‘zes minuten over half acht’. De digitale klok komt op de meeste scholen in groep 5 (soms al eind groep 4) aan de orde. Vooral de vertaalslag tussen digitaal en analoog – en andersom – is dan een aandachtspunt.

Sommige kinderen vinden dit heel moeilijk. Als je thuis met je kind wilt oefenen, kun je overwegen om de leerlingenklok van Educa aan te schaffen. Die ziet er zo uit:

digitale-tijd-gewone-klok-oefenen

Deze klok helpt je kind het digitale tijdsbeeld te vergelijken en te oefenen met de ‘gewone klok’.

8. Leer je kind de tijd schatten

Als een kind eenmaal goed kan klokkijken, wil dat nog niet zeggen dat hij hele begrip ‘tijd’ nu onder de knie heeft. Het is belangrijk dat je kind leert inschatten hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd hij kwijt is aan bepaalde activiteiten. Kun je nog een cake bakken als je over een uur naar voetbaltraining moet? Hoe lang is het fietsen naar opa en hoe laat moet je dan weg? Hoeveel tijd heb je nodig om je ’s ochtends klaar te maken voor school?

Denk niet dat je kind zulke dingen al weet als hij kan klokkijken, want die twee dingen lopen lang niet altijd synchroon in de ontwikkeling. Ook het besef dat de tijd soms sneller lijkt te gaan dan op andere momenten (bijvoorbeeld als je slaapt), dringt soms maar langzaam door. Zo kunnen kinderen in groep 7 soms nog bijna niet geloven dat het tijdsblok van 8 uur ’s avond tot 8 uur ’s ochtends echt even veel uren telt als van 8 tot 8 overdag, ook al begrijpen ze dat rationeel al wel.

Goed kunnen inschatten van hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd iets kost om te doen, is een heel belangrijke vaardigheid om later goed te kunnen plannen. Plannen is een van de moeilijkste dingen om te leren voor kinderen. Op de middelbare school blijkt het dan ook vaak een struikelblok. Een goed tijdsbesef en goed tijd kunnen inschatten zijn een onmisbare eerste stap voor het plannen.

9. Rekenen met de tijd

Vaste prik in het rekenonderwijs – en een onderdeel dat ook wordt getoetst in de Cito-toetsen – is rekenen met tijd. Hoeveel tijd zit er tussen 21:38 en 05:35? Hoe lang duurt het nog tot het middernacht is als het nu half zeven ’s avonds is? Het is nu kwart over één, hoe laat is het over drie uur?

Deze tijdrekenvragen sluiten direct aan op het dagelijks leven. Vaak worden ze ook nog verpakt in verhaaltjessommen, die een realistisch scenario uitwerken. Je kunt dit tijdrekenen thuis goed oefenen door veel te praten over dit soort dingen en je kind expliciet vragen over de tijd te stellen.

10. Tijd is super-interessant!

Over klokken en de tijd vallen ontzettend veel interessante dingen te vertellen. Wat heeft de stand van de zon en de maan ermee te maken? Hoe ontstaan zomer en winter? Hoe zit een kalender in elkaar en waarom hebben we eigenlijk een schrikkeldag? Wat deden de mensen voordat er klokken waren? Is het overal op de wereld even laat?

boek-de-klok-en-de-tijdEen echte aanrader is het boek De klok en de tijd, niet alleen voor kinderen (en ouders!) die al geïnteresseerd zijn in klokken en tijd, maar ook voor kinderen die nog geïnspireerd moeten raken. Het rijk geïllustreerde boek staat tjokvol weetjes en feitjes, die vaak verstopt zitten achter flapjes. Door de flapjes op te tillen ontdekt je kind weer iets nieuws of verandert de hele pagina. In het boek is ook een oefenklok opgenomen en is er uitleg die je kind bij alle stappen in klokkijk-leerproces helpt.

Verder lezen

Populaire apps om spelling te oefenen

Populaire apps om spelling te oefenen

4 mei 2015 | Reacties (3)

Spelling is een onderdeel van de Cito-toetsen in groep 4, 5, 6, 7 en 8. Als je thuis met je kind spelling wilt oefenen, zijn apps een uitkomst. Het aanbod is groot, voor zowel Android als iOS. Wij zetten de populairste spelling-apps voor je op een rijtje.

Spelling app Taal ActiefSpelling-app is een mooi vormgegeven educatieve app die hoort bij de lesmethode Taal Actief. Je kind speelt leuke woordspelletjes om punten te verdienen. Spelenderwijs wordt zo met spelling geoefend. Voor groep 4 en 5. Verkrijgbaar voor de iPad en android tablet.

bru-taalBru-Taal is een prachtig vormgegeven educatieve taalgame voor kinderen op de basisschool. Naast het oefenen van bijvoorbeeld werkwoordspelling, komen ook andere taaloefeningen aan bod, zoals woordenschat. Het spel bevat verschillende oefeningen die op elkaar zijn afgestemd, de oefeningen zijn oplopend in moeilijkheidsgraad waardoor het spel leerzaam blijft. Als ouder kun je statistieken inzien. Vanaf groep 6. Alleen voor iPad.

Spelling TestSpelling Test laat je oefenen met het op de juiste manier schrijven van woorden. Je kind (of de ouder) typt de woorden en spreekt ze zelf in. Zo stel je dus je eigen oefenpakket samen en is het niveau altijd precies goed, of het nu om groep 4 of 5 gaat, of om groep 8. Deze app is vooral erg handig om de zogeheten ‘weetwoorden’ te oefenen, woorden waarvan je spelling uit je hoofd moet leren omdat er geen specifieke spellingsregels voor gelden. Gratis app voor de iPad.

spellen en lezen nl

Spellen en lezen heeft verschillende taaloefeningen om Nederlandse woorden te leren spellen en lezen. Je kunt zelf de woordlengte van de te oefenen woorden instellen, waarmee je het niveau dus aanpast aan dat van je kind. Woorden van 2 tot 4 letters zijn geschikt voor kleuters en kinderen in groep 3, kies je voor langere woorden, dan zijn de oefeningen geschikt voor kinderen in groep 4 en 5 en zwakkere spellers in groep 6 en 7. De gratis versie bevat reclame, maar is inhoudelijk identiek aan de betaalde versie. Alleen verkrijgbaar in de Play Store.

Beter spellenBeter spellen is een zeer eenvoudig, maar zeer effectief concept. De app schotelt de gebruiker dagelijks een testje van vier opgaven voor. Je kunt kiezen uit vier niveaus, van basisschoolniveau tot hoger onderwijs. Je kunt dus als ouder ook mee doen, wat je kind enorm zal stimuleren. Direct na het maken van de test, krijg je te horen wat goed en fout was. Bij elk antwoord wordt ook uitleg gegeven. Door elke dag even een minuutje uit te trekken om de test te maken, biedt deze app de mogelijkheid op een effectieve manier beter te leren spellen. Beschikbaar in Google Play en App Store. Liever een boekje? Dat kan. De opgaven van Beter Spellen zijn ook verkrijgbaar in boekvorm.

grammatica en spellingGrammatica en spelling is een handige app voor kinderen in groep 7 en groep 8. Op spellinggebied behandelt deze app de werkwoordspelling: verleden tijd (is het nu ik ‘storte’ of ik ‘stortte’?), tegenwoordige tijd (-d, -t of -dt), voltooid deelwoorden (-d of -t). Voor veel kinderen zijn dat ontzettend lastige spellingkwesties. Niet voor niets vormt de werkwoordspelling in groep 8 een apart onderdeel van de Cito-toets en andere eindtoetsen. Naast spelling komt ook (zins)ontleden aan bod. Alleen voor de iPad.

taalzee

Taalzee is een webapp waarin je kind precies op zijn of haar eigen niveau kan oefenen met taal (en dus ook spelling). De oefeningen zijn ‘adaptief’: het niveau past zich automatisch aan je kind aan. Gaat het goed, dan worden de opgaven wat moeilijker, gaat het niet zo goed dan krijgt je kind gemakkelijker vragen. Taalzee is een compleet oefenprogramma voor alle taalonderdelen van groep 1 tot en met 8. Het is een webapplicatie, die zowel op de computer, op een tablet of iPad of op een smartphone, zoals de LG  G4, te gebruiken is.

 

Het overzicht hierboven is niet volledig. Er zijn nog meer apps om spelling te oefenen en er komen van tijd tot weer nieuwe apps bij.

Spelling in beeldEén app willen we hier ook nog noemen. Dat is de app Spelling in beeld. In het bovenstaande overzicht is de app niet opgenomen, omdat je hem niet meer kunt downloaden. Mocht je de app ooit al eens op je tablet hebben gezet, laat je kind er dan vooral mee oefenen. Het blijft een erg fijne, duidelijke app gedownload. Spelling in beeld is destijds uitgebracht als onderdeel van de gelijknamige lesmethode. In 23 thema’s komen alle spellingproblemen aan de orde die kinderen van groep 4 tot en met groep 8 moeten leren. Van d’s en t’s en ’t kofschip, tot tussen-n en trema’s. Mét uitleg, wat deze app tot een aanrader maakt om thuis spelling te oefenen.

 

Verder lezen

Tafels leren door te bewegen

Tafels leren door te bewegen

22 september 2014 | Reacties (0)

In groep 4 en 5 moet je kind de tafels leren. Best lastig, vooral omdat je kind de uitkomsten van de tafels ook nog eens in een flink tempo moet kunnen noemen. Dé tip om tafels te leren: gebruik de ‘afwasmethode’ – gebruik beweging tijdens het oefenen.

Keersommen tijdens de afwas

Tafels lerenSamen tafels oefenen tijdens de afwas. Dat was vroeger een beproefde methode om de tafels te leren. Tegenwoordig staat in de meeste huizen een afwasmachine, maar met een beetje fantasie bouw je de ‘afwasmethode’ zo om naar een andere variant. De truc is dat je kind met de tafels aan de slag gaat terwijl het fysiek iets anders aan het doen is. Kennis blijft namelijk beter hangen als je erbij beweegt, zo heeft Gronings bewegingsonderzoek aangetoond. En laten kinderen nou veel liever bewegen dan stilzitten!

Verbinding tussen hersenhelften

Op school wordt vooral de de linkerhersenhelft van kinderen gestimuleerd. Die linkerhersenhelft gebruik je bij rekenen, taal, logisch nadenken, verwoorden, redeneren, enzovoort. Bij het bewegen gebruik je juist de rechterhersenhelft. Door middel van bewegen leg je verbindingen tussen de linker- en de rechterhersenhelft. Je onthoudt de stof gemakkelijker en beter en kunt die bovendien langer onthouden.

Tafelspelletjes met beweging

Probeer het maar eens: ga tafels opzeggen tijdens het fietsen of traplopen of laat je zoon of dochter oefenen tijdens het springen op de trampoline of terwijl je samen aan het badmintonnen bent. In sommige klassen mogen de kinderen de tafels oefenen terwijl ze op een Wobbel heen en weer schommelen.

Nog een paar tafelspelletjes:

  • Tafels oefenen tijdens het overgooien met een bal. Jij gooit de bal naar je kind en geeft een som op. Je kind vangt de bal en moet tijdens het vangen het antwoord geven.
  • Hinkelen tijdens het tafelen. Maak een hinkelbaan en laat je kind naar het juiste antwoord toe hinkelen. Naarmate de tafel vaker is gehinkeld, moet dit steeds sneller gaan. Je kunt het meten met een stopwatch. Ook leuk is om zelf mee te doen, vooral als je niet zo goed kunt hinkelen. Door de tafels goed te berekenen heeft je kind dan de mogelijkheid om van je te winnen. Goed voor het zelfvertrouwen!
  • Nogmaals hinkelen: hinkelen op één been en bij het antwoord geven even op twee benen springen.
  • Diabolo de tafels: bij het zeggen van de som wordt vaart gemaakt, de diabolo wordt omhoog gegooid en het antwoord moet zijn gegeven voor de diabolo weer wordt opgevangen. (Dit kun je natuurlijk ook met een bal doen.)
  • Tafels en waterpistolen: neem twee waterpistolen. Laat je kind de tafels opzeggen. Gaat dit goed en binnen de (streef)tijd, dan mag je kind jou natspuiten. Bij fouten of als het te lang duurt, mag jij je kind natspuiten.
  • Tafels en springen: je kind moet net zo vaak springen als de uitkomst van de tafelsom. 3 x4 = 12 keer springen.
  • Bal hooghouden: kan je kind goed een voetbal hooghouden, dan is oefenen tijdens het hooghouden een goed idee. Bij een fout in de tafel is je kind ‘af’ met hooghouden.

Verder lezen

Beter rekenen door online spelletjes

Beter rekenen door online spelletjes

16 april 2014 | Reacties (0)

In groep 4 en 5 komen bij het rekenen de tafels en sommen met vermenigvuldigen en delen aan bod. Thuis rekenspelletjes spelen op de computer kan kinderen helpen, vooral als het spelen in de les wordt nabesproken, zo blijkt uit promotie-onderzoek aan de Universiteit Utrecht. Een gratis programma met online rekenspelletjes is vanaf vandaag beschikbaar.

Thuis oefenen met rekenspelletjes

Thuis oefenen met rekenen op de computer is zinvol.

Thuis oefenen met rekenen op de computer is zinvol, zo blijkt uit onderzoek.

In een grootschalige onderzoek vergeleek promovenda Marjoke Bakker het gewone onderwijs in tafels, vermenigvuldigen en delen met een aanpak waarbij ook online rekenspelletjes werden gespeeld. Hierbij werden verschillende manieren van werken met de spelletjes onderzocht. Het thuis spelen van de spelletjes en op school nabespreken, bleek de meest effectieve manier.

Zowel op vaardigheden als op inzicht in vermenigvuldigen en delen, leerden de kinderen meer dan met het gewone programma. Deze resultaten golden ongeacht het beginniveau van de leerlingen, en zowel voor meisjes als jongens. In totaal volgden 55 klassen van 47 basisscholen het hele programma, van eind groep 3 tot en met eind groep 5.

Voordelen van thuis oefenen

Promovenda Marjoke Bakker en haar promotor prof.dr. Marja van den Heuvel-Panhuizen, hoogleraar Didactiek van het Reken-Wiskundeonderwijs aan de Universiteit Utrecht, vermoeden dat deze aanpak drie voordelen heeft:

1. De kinderen oefenden in hun vrije tijd en dus meer dan de leerlingen die alleen op school met vermenigvuldigen en delen bezig waren.
2. Thuis zijn kinderen vrijer in het experimenteren in de spelletjes, waardoor ze mogelijk ook meer leren, zeker als het gaat om inzicht.
3. Door de nabespreking op school werd dit extra geleerde bovendien gedeeld en verdiept.

Nabespreking essentieel

De nabespreking op school bleek essentieel. Van de leerlingen op de scholen waar thuis werd gespeeld zonder aandacht op school, profiteerden alleen de bovengemiddeld goede rekenaars. Het spelen van de spelletjes op school, geïntegreerd in een les, was ook effectief, maar alleen voor het verbeteren van inzicht en alleen in groep 4.

Gratis programma met online rekenspelletjes

Voor het onderzoeksproject werd een speciaal programma ontwikkeld van online rekenspelletjes, gebaseerd op bestaande spellen van het Rekenweb van het Freudenthal Instituut van de Universiteit Utrecht. “Deze spelletjes zijn niet alleen gericht op tafelkennis, maar ook op het ontwikkelen van inzicht en vaardigheden. Uit ons onderzoek blijkt dat ze ook zo werken”, licht Bakker toe.

Het programma van online rekenspelletjes, inclusief instructies voor docenten en leerlingen, vind je hier

Verder lezen

Spelling in beeld: app om te oefenen

Spelling in beeld: app om te oefenen

13 december 2012 | Reacties (0)

Goed leren spellen is een hele opgave. Er zijn zoveel regeltjes, afspraken en uitzonderingen te onthouden, dat de meeste kinderen er een hele kluif aan hebben om zich dat eigen te maken. Om goed te leren spellen is heel veel oefening nodig. Dat kan sinds enige tijd met de app Spelling in beeld (voor Apple en android) van educatieve uitgeverij Zwijsen. In 23 thema’s komen alle spellingsproblemen aan de orde die kinderen van groep 4 tot en met groep 8 moeten leren. Mét uitleg, wat deze app tot een absolute aanrader maakt om thuis spelling te oefenen.

De eerste drie thema’s zijn gratis, voor het hele pakket betaal je € 3,59. Wil je je kind thuis echt gericht laten oefenen met spellingsproblemen op zijn of haar eigen niveau, dan zul je de uitbreiding moeten kopen. De drie gratis thema’s bieden namelijk spellingsoefeningen uit drie afzonderlijke leerjaren: groep 5, groep 7 en groep 8. Tenzij je meerdere kinderen hebt die nét in die groepen zitten en toevallig precies met de geboden stof moeite hebben… De gratis versie van de app is echter prima om een goed idee te krijgen van hoe Spelling in beeld werkt en of het iets voor jouw kind is.

Degelijke app om spelling te oefenen

Spelling in beeld heeft een rustige vormgeving en kent verder ook weinig toeters en bellen. Verwacht geen spectaculaire educatieve speelomgeving; dat biedt deze app niet. Wat Spelling in beeld wel biedt is een degelijke manier om de spellingsthema’s te oefenen die op de basisschool worden behandeld. Je kind oefent met spelling door letters te slepen en zo het woord te vormen. Niet spannend, wel overzichtelijk en waarschijnlijk een verstandige keuze van de makers: om spellingregels goed toe te passen en je helemaal eigen te maken, moet je je goed kunnen concentreren en in je eigen tempo kunnen werken en nadenken. Spelelementen en tijdsdruk leiden dan al snel af van het doel: oefenen om te leren.

Voordat je kind aan een oefening begint, wordt eerst uitleg gegeven over de spellingskwestie van de opgaven. Dat gebeurt in een verhelderend filmpje, waardoor ook kinderen die wat meer visueel of auditief zijn ingesteld en moeite hebben met een geschreven toelichting de uitleg sneller leren en beter onthouden. Volgens Zwijsen is de app hierdoor ook zeer geschikt voor dyslectische kinderen. Als je kind tijdens het oefenen een fout maakt, wordt die uitleg bovendien beknopt herhaald. Op die manier slijten de regels goed in en kan direct een nieuwe poging worden gedaan om bij de volgende opgave de regel wel goed toe te passen.

Sluit aan bij spellingsmethode

Spelling in beeld sluit aan bij de gelijknamige basisschoolmethode van uitgeverij Zwijsen. De uitleg in de app komt dan ook overeen met de manier waarop in de schoolmethode spellingregels worden uitgelegd. Als op de school van jouw kind een andere spellingmethode wordt gebruikt, kan het zijn dat de uitleg dus net een beetje anders is dan je kind gewend is. Dat is echter geen onoverkomelijk probleem (uiteindelijk leiden de regels tot dezelfde correcte spelling) en het kan zelfs een voordeel zijn: soms helpt het om iets wat je niet begrijpt even op een andere manier uitgelegd te krijgen en valt ineens het kwartje.

Gericht oefenen met spelling

De app Spelling in beeld biedt je kind de mogelijkheid om gericht te oefenen met 23 spellingkwesties die kinderen aan het eind van groep 8 allemaal moeten beheersen. Zit je kind in groep 8 en wil het extra spelling oefenen voor de Cito-eindtoets in februari (waarin standaard vragen zitten over spelling van werkwoorden en niet-werkwoorden), dan biedt deze app daarvoor dus alle mogelijkheden. Gaat een onderdeel goed, dan wordt dat beheerst en hoeft je kind niet verder te oefenen. Gaat het minder goed, dan kan je kind op die onderdelen verder oefenen met spelling. Na elk oefendeel is een reflectiemoment ingebouwd: je kind moet aangeven of het goed ging of moeilijk was. Doordat je meerdere spelers kunt aanmaken, houdt ieder kind overzicht van welke onderdelen hij of zij al begrijpt en welke nog niet.

Spellingsthema’s per groep

De spellingsthema’s zijn onderwerpen die aan de orde komen vanaf groep 4 tot en met groep 8. Jammer genoeg wordt in de app niet aangegeven welke onderdelen in welke groep aan de orde komen. Je kind moet dus zelf aangeven welke spellingproblemen het wil oefenen. In onderstaand overzicht zie je wel welke onderdelen bij welke groep horen:

Groep 4

  • Woorden die beginnen met ge~, be~, ver~
  • Woorden die eindigen op ~lf, ~lg, ~lk, ~lm, ~lp
  • Woorden die eindigen op ~rf, ~rg, ~rk, ~rm, ~rp
  • Samenstellingen
  • Een ~t of ~d?
  • Open lettergreep (molen)

Groep 5

  • Gesloten lettergreep (mollen)
  • Hoofdletters
  • Woorden die eindigen op ~eeuw, ~ieuw, ~uw (in gratis versie)

Groep 6

  • Meervoud op ~’s
  • Tegenwoordige tijd werkwoorden op ~ven en ~zen
  • Tegenwoordige tijd werkwoorden op ~den (in gratis versie)
  • Woorden die eindigen op ~atie, ~itie, ~tie


Groep 7

  • Woorden met c
  • Woorden met de klank /zj/ = g (horloge)
  • Verleden tijd – ’t kofschip
  • Verleden tijd werkwoorden op ~ven en ~zen
  • Verleden tijd werkwoorden op ~den
  • Tegenwoordige tijd werkwoorden met be~, ge~, her~, ver~, ont~
  • Trema’s (zeeën)
  • Struikelblokken
  • Samenstellingen met tussen-s

Groep 8

  • Samenstellingen met tussen-n (in gratis versie)

 

Specificaties: Spelling in beeld is beschikbaar in de App Store en via Google Play en is dus geschikt voor zowel Apple- als android-apparaten. De beknopte versie is gratis, de uitbreiding kost € 3,59.

Verder lezen