Tag: "groep 6"

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

6 januari 2016 | Reacties (0)

Veel ouders willen hun kind thuis laten oefenen voor de drieminutentoets (DMT). Ook op sommige scholen wordt er veel geoefend opdat de leerlingen in de DMT zo veel mogelijk woordjes zullen lezen. De vraag is echter: heeft oefenen voor de DMT zin?

In dit artikel lees je het verrassende antwoord op die vraag. En beantwoorden we nog meer vragen die te maken hebben met (oefenen voor) de DMT. Ook vind je aan het eind van het artikel voorbeelden van de drie leeskaarten van de drieminutentoets. Deze kaarten geven je een idee van hoe de woordenlijsten op de DMT eruit zien.

Wat is de drieminutentoets ook alweer voor een toets?

De drieminutentoets is een toets uit het leerlingvolgsysteem van Cito. De DMT wordt twee keer per jaar wordt afgenomen, in januari/februari en in mei/juni. De DMT meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten (drie keer één minuut) tijd hardop kan lezen. Hoe de toets precies in zijn werk gaat, lees je in ons artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets.

Het komt vaak voor dat kinderen die goede progressie boeken in de leestoetsen waarin ze een gewone tekst lezen, minder goede resultaten halen bij het lezen van losse woordjes in de drieminutentoets.

Wordt er echt zo veel geoefend voor de DMT?

Ja, oefenen in snel losse woordjes lezen is een wijdverbreid fenomeen. Sommige scholen geven de leerlingen oefenkaarten mee naar huis om thuis te trainen in het snel woordjes leren voor de drieminutentoets. Of de school koopt een duur oefenpakket om de DMT-resultaten op te krikken.

Ouders zijn al net zo hard op zoek naar oefenmaterialen voor de drieminutentoets. Even googlen op internet en de zoekresultaten leveren talloze oefensites op. Op sommige van deze sites kun je zelfs dure oefentoetskaarten bestellen waarmee je als ouder met je kind kunt gaan oefenen voor de Cito-DMT.

Is het erg als de score op de DMT lager uitvalt?

Nou, dat valt vaak wel mee. Als je kind verder goed leest en begrijpt wat hij of zij leest, is er meestal niet zo veel aan de hand. Sommige kinderen kunnen zich nu eenmaal slecht concentreren op losse woordjes, of articuleren niet zo snel, of er zijn andere factoren die de lagere score verklaren. Je zou het zelfs nog om kunnen draaien: als je kind goed is in het lezen van teksten, maar een slechte DMT-score heeft, lukt het je zoon of dochter dus om ondanks enige moeite met losse woorden tóch goed te lezen. Dat is knap.

Dat scholen en ouders schrikken van slechtere resultaten in de drieminutentoets, heeft onder meer te maken met het feit dat de DMT een toets is uit het (Cito-)leerlingvolgsysteem. Dan worden we met z’n allen zenuwachtig. Want wat zal de Onderwijsinspectie ervan vinden? En welke gevolgen kan het hebben voor de schooladvies in groep 8?

Is de drieminutentoets dan een onzintoets?

Nee, dat zeker niet. De DMT helpt om het technisch leesniveau vast te stellen. Doordat de toets twee keer per schooljaar wordt afgenomen, valt de ontwikkeling van je kind goed te meten. Is je kind vooruit gegaan of niet?

De drieminutentoets maakt duidelijk bij welke leerlingen de technische leesvaardigheid nog niet voldoende is ontwikkeld: het ontsleutelen van de letters naar woorden kost bij hen te veel moeite en/of tijd, of kinderen leunen te zwaar op de context om een tekst te kunnen lezen. De uitslag attendeert de school op zwakkere lezers.

Dus als mijn kind een zwakke lezer is, is het wel verstandig om te oefenen voor de DMT?

Zwakke lezers moeten zo veel mogelijk oefenen met lezen. Maar het oefenen van tempolezen met losse woorden heeft niet of nauwelijks zin. Je kunt kinderen eindeloos laten oefenen met woordrijtjes lezen, maar dat heeft amper effect op de uitslag van de drieminutentoets. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van oefenen wel de geoefende woorden sneller gaan lezen, maar ongetrainde woorden niet.

Het snel kunnen lezen van losse woorden, zoals tijdens de DMT, wordt bepaald door twee factoren. Namelijk: hoe vaak heeft je kind het te lezen woord al eerder gezien en ontsleuteld en hoe vaak moet je kind het woord eerder gezien hebben om het goed en snel te kunnen lezen. Die tweede factor heeft te maken met een erfelijke aanleg om een zwakke lezer te zijn. Zwakkere lezers moeten een woord veel vaker zien om het te kunnen lezen dan goede lezers, waardoor hun leestempo achterblijft.

Een en ander wordt helder uitgelegd in het artikel Voortgezet lezen: Losse woorden oefenen of tekst? van Anneke Smits en Erna van Koeven. Beiden zijn als hoofddocent verbonden aan hogeschool Windesheim en de leerkring ‘Geletterdheid en schoolsucces’. In dat artikel vind je ook een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing van zaken die we hier aanstippen.

Mijn kind zit in groep 3 en moet elke week thuis oefenen met het lezen van rijtjes woorden. Heeft dat ook geen zin?

Volgens Smits en Van Koeven is het lezen van woordrijtjes in de eerste helft van groep 3 heel nuttig. Veel scholen gebruiken daarvoor de methode Veilig en vlot. Beginnende lezers krijgen hiermee de elementaire leeshandeling onder de knie: ze leren letters (klanken) om te zetten in woorden en maken steeds minder fouten in dat proces. Maar zodra kinderen in groep 3 erin slagen van de meeste woorden uit te goochelen wat er staat (tweede helft schooljaar), ook al gaat dat nog niet zo snel, heeft het oefenen van losse woorden al niet meer zo veel zin.

Hoe kan ik mijn kind wél helpen om sneller te gaan lezen?

Focus niet te veel op die DMT-score maar laat je kind zo veel mogelijk lezen – boeken, strips, ondertiteling. Het maakt niet uit wát je kind thuis leest, als je kind maar leest. Hoe meer leeskilometers, hoe beter. En vooral: zorg dat je kind je kind plezier krijgt in lezen (of in elk geval geen (grotere) hekel). Stimuleer je kind om teksten te lezen die hem of haar interesseren en focus daarbij niet te veel op het AVI-niveau. Kinderen die geïnteresseerd zijn in een onderwerp kunnen verhalen lezen die wel drie niveaus hoger liggen dan hun ‘eigen’ AVI-niveau.

Dat is ook de achterliggende gedachte van de door Anneke Smits ontworden Ralfi-methode, die veel scholen gebruiken om zwakke (langzame) lezers vooruit te helpen in hun leestempo. Dezelfde korte, maar relatief moeilijke tekst wordt in één week meerdere keren voorgelezen en – met hulp – zelf gelezen. Zie de website ralfilezen.nl voor meer uitleg. Daar is ook een schat aan geschikte teksten te vinden.

Als oefenen voor de DMT geen zin heeft, waarom biedt Thuisinonderwijs.nl bij dit artikel dan voorbeeldkaarten aan van de drieminutentoets?

We bieden deze voorbeeldkaarten niet aan als oefenmateriaal, maar ze zijn bedoeld om ouders een beeld te geven van wat zo’n drieminutentoets inhoudt. Bestaat de drieminutentoets echt alleen maar uit rijtjes woorden? Ja, het zijn echt alleen maar rijtjes woorden. De eerste leeskaart heeft alleen korte, makkelijk te lezen woordjes. Op kaart twee staan iets moeilijker woorden (één lettergreep) en op de derde kaart staan langere woorden. In het eerder genoemde artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets kun je lezen in welke groep welke leeskaart(en) worden afgenomen en hoeveel woorden je kind moet lezen voor een bepaalde score op de drieminutentoets.

Hoewel de woordkaarten dus nadrukkelijk niet zijn bedoeld als oefenmateriaal, zou je ze eventueel wel kunnen gebruiken om je kind een beetje voor te bereiden op de DMT. We formuleren dit bewust héél voorzichtig. Als het goed is, krijgt je kind op school voldoende uitleg over hoe de drieminutentoets in zijn werk gaat en wat precies de bedoeling is. Doordat kinderen de DMT vanaf groep 3 twee keer per schooljaar doen,  raken ze goed vertrouwd met de toets. Extra voorbereiding thuis is normaal gesproken dus echt niet nodig. Sterker nog: het kan averechts werken, bijvoorbeeld bij kinderen met faalangst, omdat kinderen spanning of druk gaan voelen.

Is je kind zelf heel onzeker over de DMT en vraagt je zoon of dochter om voorbereiding, of heb je goede aanwijzingen dat de school ergens tekort schiet, dan kun je onze voorbeeldkaarten op de volgende manier gebruiken. Vraag je zoon of dochter eens om in een minuut tijd zo veel mogelijk woordjes te lezen (maak er een soort spelletje van, leg er geen druk op) en kijk hoe hij of zij te werk gaat. Probeert je zoon té snel te lezen en struikelt hij over zijn eigen tong? Schiet je dochter steeds in de lach omdat ze associatief een soort verhaal vormt van de woordenopsomming? Probeert je kind mooi op toon te lezen? Is hij steeds kwijt bij welk woord hij ook alweer is?

Dat soort dingen zijn zaken waarin je kind zou kunnen bijsturen. Lees snel, maar niet té snel. Probeer er geen verhaal in te zien, maar lees écht alleen maar losse woorden. Houd een vinger bij het woord dat je leest. Probeer in een lekker leesritme te komen. Beaam dat het best een beetje mal is om zo maar een rij willekeurige woorden voor te lezen. Lees zelf ook eens kaart en ervaar welke problemen je zelf tegenkomt. Voor een kind kan het heel relativerend werken om erachter te komen dat zijn vader of zijn moeder zich ook steeds verspreekt of woorden verhaspeld. Voor jezelf trouwens ook 😉

Je kind kan baat hebben bij dit soort tips, maar het is een illusie om te denkten dat ze ineens zullen leiden tot een heel veel hogere DMT-score. Als je kind een zwakkere of langzame lezer is, kan de leerkracht het beste inschatten wat er precies aan de hand, of je kind ondersteuning nodig heeft en hoe dat dan moet worden aangepakt.

Voor thuis geldt – zeker zo lang je geen ander bericht krijgt van de school: gewoon lekker lezen omdat het leuk is!

Voorbeeld leeskaarten drieminutentoets 

Via onderstaande links kun je voorbeeld-leeskaarten van de drieminutentoets downloaden:

De leeskaarten bevatten hetzelfde type en hetzelfde aantal woorden als de leeskaarten van de officiële drieminutentoets. Uiteraard staan er niet dezelfde woorden op!

Klik hier voor uitleg over de drieminutentoets.

Verder lezen

10 tips om je kind te leren klokkijken

10 tips om je kind te leren klokkijken

20 oktober 2015 | Reacties (2)

Klokkijken is een essentiële vaardigheid in het leven. Voor kinderen is kunnen klokkijken een echte mijlpaal, maar om het te leren moeten ze heel wat stappen doorlopen. Door thuis volop oefenmogelijkheden te bieden en je kind vertrouwd te maken met de klok en de tijd, zal het op school gemakkelijker leren klokkijken. Met deze tien tips kun je thuis op een leuke manier met je kind oefenen.

10 tips om je kind te leren klokkijken

1. Breng je kind tijdbesef bij

Leren klokkijken is een heel proces. Het begint op kleuterleeftijd met een globaal tijdbesef, met heel brede tijdsbegrippen: het eerste deel van de dag heet ‘ochtend’, aan het eind van de dag is het ‘bedtijd’. In een paar jaar tijd wordt het besef van tijd en mogelijkheden om tijd te meten en aan te geven steeds verder en dieper uitgewerkt. Aan eind van groep 5 kan je kind zowel op een digitale als op een analoge klok tot op de seconde nauwkeurig de tijd benoemen.

Jonge kinderen hebben nog geen tijdbesef. Ze hebben geen flauw idee hoe lang tien minuten duren, of een uur of een kwartier. Je helpt je kind om gevoel voor tijd te ontwikkelen door de tijd bij je dagelijkse activiteiten bewust te benoemen. ‘We gaan een kwartiertje fietsen’, ‘over vijf minuten gaan we weg’.

2. Geef je kind een klok als speelgoed

leerklok-houtKinderen houden ervan om in hun spel alledaagse situaties uit te beelden. Zodra ze zich een beetje bewust worden van de begrippen ‘tijd’ en ‘klok’ is het leuk om ze een klok te geven om mee te spelen. Dat kan een oude klok zijn die het niet meer doet, of een speciale speel- en leerklok, zoals ze ook op school gebruiken. Er zijn speciale oefenklokken verkrijgbaar waarop staat aangegeven hoe je een tijd ‘leest’: 5 over, 10 over half, etc. Dat is handig als je kind straks de stap maakt naar echt klokkijken.

Het is belangrijk dat je kind zelf de wijzers kan verzetten (ook al gebeurt dat nog op een volstrekt willekeurige manier). Kies voor een klok met duidelijke cijfers (geen Romeinse cijfers!) en met streepjes voor de minuten.

3. Benoem de tijd expliciet

Naarmate je kind ouder wordt en al een beetje leert klokkijken, kun je in gesprekjes over tijd ook naar de klok verwijzen. ‘Om kwart over acht moet je ontbijt op zijn, want de school begint om half negen.’ Of: ‘Je mag om drie uur pas televisiekijken, dus je moet nog een half uurtje wachten.’

4. Begin met de kleine wijzer

In groep 3 leren kinderen klokkijken in hele en halve uren. Eerst de uren, daarna de halve uren. Beperk je daarom ook thuis in het begin tot de hele uren. Leg uit dat die worden aangewezen door de kleine wijzer op de klok. Wat de grote wijzer precies doet, is nu nog niet zo belangrijk. In deze fase moet je kind alleen weten dat als de lange wijzer naar boven staat, het precies … uur is.

Ook nu komt een speelklok weer goed van pas. Houd de lange wijzer op 12 en draai de korte wijzer naar verschillende plekken op de klok. Laat je kind zien dat de wijzer steeds naar een ander cijfer op de klok wijst en vertel dat dit cijfer het uur aangeeft. Laat je kind ook zelf aan de klok draaien, net zolang tot hij door heeft hoe hij de uren kan aflezen.

5. Vertel dan wat de grote wijzer doet

Vertel je kind wat de functie is van de grote wijzer. Beperk je in het begin tot de halve uren. Later komen daar de kwartieren bij. Tot slot kun je je kind uitleggen dat de grote wijzer de minuten aangeeft. Omdat er 60 minuten in een uur zitten, is het belangrijk dat je kind tot 60 kan tellen. Ook is het handig als de tafel van 5 er goed inzit. Bij het benoemen van de tijd zijn we in het dagelijks leven doorgaans immers niet nauwkeuriger dan tot op 5 minuten.

Een van de moeilijkste dingen om te begrijpen in het proces van leren klokkijken, is inzicht krijgen in hoe de lange en de korte wijzer zich precies tot elkaar verhouden. Ook om die reden is handig om met de halve uren en kwartieren te beginnen, omdat je daar goed kunt zien hoe ver de kleine wijzer onderweg is naar zijn volgende uur. Het moeilijkste zijn tijden waar de kleine wijzer achter de grote wijzer verdwijnt, zoals vijf over één.

Oefening baart kunst en dat geldt ook voor leren klokkijken. Geef je kind een eigen horloge en vraag geregeld hoe laat het is.

7. Leg het verschil uit tussen de digitale klok en een wijzerklok

Voor kinderen zijn digitale klokken de normaalste zaak van de wereld. Al onze apparaten geven de tijd immers digitaal weer: computers, smartphone, tablet, de oven in keuken. Omdat digitale klokken niet dat gedoe hebben van wijzers, kun je betrekkelijk simpel de tijd aflezen. ‘Het is zeven uur zesendertig.’

Lastiger wordt het als kinderen de digitale tijd moet vertellen op de ‘analoge’ manier. 7:36 is dan ‘zes minuten over half acht’. De digitale klok komt op de meeste scholen in groep 5 (soms al eind groep 4) aan de orde. Vooral de vertaalslag tussen digitaal en analoog – en andersom – is dan een aandachtspunt.

Sommige kinderen vinden dit heel moeilijk. Als je thuis met je kind wilt oefenen, kun je overwegen om de leerlingenklok van Educa aan te schaffen. Die ziet er zo uit:

digitale-tijd-gewone-klok-oefenen

Deze klok helpt je kind het digitale tijdsbeeld te vergelijken en te oefenen met de ‘gewone klok’.

8. Leer je kind de tijd schatten

Als een kind eenmaal goed kan klokkijken, wil dat nog niet zeggen dat hij hele begrip ‘tijd’ nu onder de knie heeft. Het is belangrijk dat je kind leert inschatten hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd hij kwijt is aan bepaalde activiteiten. Kun je nog een cake bakken als je over een uur naar voetbaltraining moet? Hoe lang is het fietsen naar opa en hoe laat moet je dan weg? Hoeveel tijd heb je nodig om je ’s ochtends klaar te maken voor school?

Denk niet dat je kind zulke dingen al weet als hij kan klokkijken, want die twee dingen lopen lang niet altijd synchroon in de ontwikkeling. Ook het besef dat de tijd soms sneller lijkt te gaan dan op andere momenten (bijvoorbeeld als je slaapt), dringt soms maar langzaam door. Zo kunnen kinderen in groep 7 soms nog bijna niet geloven dat het tijdsblok van 8 uur ’s avond tot 8 uur ’s ochtends echt even veel uren telt als van 8 tot 8 overdag, ook al begrijpen ze dat rationeel al wel.

Onderstaande aflevering van Het Klokhuis laat goed zien hoe de tijdbeleving verschilt van persoon tot persoon:

Het Klokhuis – Tijdsbeleving – 20150715

De tijd kan snel gaan, maar ook langzaam. Tijdprofessor Tanja van der Lippe heeft dat onderzocht. Er is veel verschil in ‘tijdbeleving’.

Goed kunnen inschatten van hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd iets kost om te doen, is een heel belangrijke vaardigheid om later goed te kunnen plannen. Plannen is een van de moeilijkste dingen om te leren voor kinderen. Op de middelbare school blijkt het dan ook vaak een struikelblok. Een goed tijdsbesef en goed tijd kunnen inschatten zijn een onmisbare eerste stap voor het plannen.

9. Rekenen met de tijd

Vaste prik in het rekenonderwijs – en een onderdeel dat ook wordt getoetst in de Cito-toetsen – is rekenen met tijd. Hoeveel tijd zit er tussen 21:38 en 05:35? Hoe lang duurt het nog tot het middernacht is als het nu half zeven ’s avonds is? Het is nu kwart over één, hoe laat is het over drie uur?

Deze tijdrekenvragen sluiten direct aan op het dagelijks leven. Vaak worden ze ook nog verpakt in verhaaltjessommen, die een realistisch scenario uitwerken. Je kunt dit tijdrekenen thuis goed oefenen door veel te praten over dit soort dingen en je kind expliciet vragen over de tijd te stellen.

10. Tijd is super-interessant!

Over klokken en de tijd vallen ontzettend veel interessante dingen te vertellen. Wat heeft de stand van de zon en de maan ermee te maken? Hoe ontstaan zomer en winter? Hoe zit een kalender in elkaar en waarom hebben we eigenlijk een schrikkeldag? Wat deden de mensen voordat er klokken waren? Is het overal op de wereld even laat?

boek-de-klok-en-de-tijdEen echte aanrader is het boek De klok en de tijd, niet alleen voor kinderen (en ouders!) die al geïnteresseerd zijn in klokken en tijd, maar ook voor kinderen die nog geïnspireerd moeten raken. Het rijk geïllustreerde boek staat tjokvol weetjes en feitjes, die vaak verstopt zitten achter flapjes. Door de flapjes op te tillen ontdekt je kind weer iets nieuws of verandert de hele pagina. In het boek is ook een oefenklok opgenomen en is er uitleg die je kind bij alle stappen in klokkijk-leerproces helpt.

Verder lezen

De voor- en nadelen van een combinatieklas

De voor- en nadelen van een combinatieklas

15 juni 2015 | Reacties (0)

Op steeds meer basisscholen komen combinatieklassen voor. Bijvoorbeeld van groep 3 en 4 of groep 7 en 8. Veel ouders zijn huiverig als ze horen dat hun kind volgend schooljaar in een combinatiegroep komt. Over de voor- en nadelen van combinatiegroepen.

Steeds meer combinatieklassen

In Nederland worden steeds minder kinderen geboren. Daardoor dalen de leerlingenaantallen. Kleine scholen op het platteland merken daar het meest van, maar ook grotere scholen ondervinden de gevolgen. Scholen ontkomen er soms niet aan om groepen samen te voegen. Dan ontstaan combinatiegroepen met kinderen uit twee (of soms drie) verschillende leerjaren.

Wat is de invloed van een combiklas?

Leert mijn kind wel genoeg? Is het niet te onrustig in zo’n combinatiegroep? Zijn de jongere kinderen wel opgewassen tegen de ouderen? Het zijn allemaal logische vragen die ouders stellen als ze horen dat hun kind in een combinatieklas komt.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat kinderen in een combinatiegroep niet slechter af zijn dan in een homogene (‘gewone’) klas. Combinatiegroepen zijn niet nadelig voor de ontwikkeling van een kind. Leerlingen in een combinatiegroep leren net zo veel als andere kinderen. Ook lijdt het welbevinden van kinderen niet onder een combinatiegroep.

Nadelen van een combinatiegroep

Om een combinatiegroep succesvol te laten draaien, is het wel een voorwaarde dat de klas een leerkracht heeft die opgewassen tegen die taak. Lesgeven aan een combinatiegroep vergt meer organisatorische inspanning van de meester of juf. “Zo nu en dan lijkt de leerkracht in de combinatieklas op een organist die tegelijkertijd ook nog de dirigent is”, aldus een Zwitserse pedagoog.

Sommige kinderen worden in hun onzekerheid aangewakkerd doordat de oudere kinderen in de groep veel meer kunnen dan zij. Voor de oudste kinderen zijn sommige gezamenlijke activiteiten soms te kinderachtig.

Voordelen van een combinatiegroep

Maar er zitten ook positieve punten aan een combinatiegroep. Niet voor niets kiezen onderwijsvormen als montessori, jenaplan en dalton er heel bewust voor leerlingen van verschillende leeftijden in één groep te plaatsen. Het leeftijdsverschil heeft vaak een positieve invloed op de (sociale) ontwikkeling van kinderen. Jongere kinderen leren van de oudere kinderen, de oudere kinderen leren veel van het helpen van jongere kinderen. Bovendien leren kinderen in combinatiegroepen over het algemeen erg goed zelfstandig en geconcentreerd werken.
Combinatiegroepen kunnen ook een voordeel zijn voor kinderen die in één of meer vakken achterlopen of juist vooruit zijn. Ze kunnen gemakkelijker aanschuiven bij de instructie van het andere deel van de groep. Zwakke leerlingen uit de hoogste groep krijgen meer uitleg en herhaling, terwijl goede leerlingen uit de laagste groep in aanraking komen met meer uitdagende lesstof.

Melle heeft moeite met rekenen. Daarom schuift hij aan bij de uitleg van groep 5, zo krijgt het allemaal een keer extra mee. Doordat het een combinatiegroep 5/6 is, kan dat gemakkelijk. Zo is er ook een meisje in groep 5 dat met taal juist voorloopt; zij doet mee met de taallessen van groep 6.
Bart, vader van Melle (9)

Een combigroep 2/3, kan dat wel?

Steeds vaker worden op basisscholen combinatiegroepen gemaakt van groep 2 en groep 3. Dat lijkt in eerste instantie een moeilijke combinatie. Kinderen in groep 2 zijn immers nog vooral bezig met spelen, terwijl in groep 3 al echt wordt gewerkt met leren lezen, rekenen en schrijven.
Toch blijkt een combinatieklas 2/3 in de praktijk erg goed te werken. Tussen groep 2 en groep 3 lijkt soms een grote kloof te zitten, die al alleen overbrugt kan worden als een kind bijna van de ene op de andere dag verandert van een kleuter in een schoolkind. Door te kiezen voor een combinatiegroep 2/3 verloopt de overgang van spelen naar leren daarentegen heel natuurlijk. Kleuters die al graag wat willen weten van letters en cijfers, vinden voldoende aansluiting en groep 3-kinderen die nog heel graag spelen komen ook beter aan hun trekken.

Hoe werkt een combinatiegroep?

Kinderen die in een combinatiegroep zitten, moeten leren omgaan met situaties waarin de meester of juf even geen aandacht voor hen heeft. ‘Uitgestelde aandacht’ heet dat in onderwijsjargon. Soms krijgt het ene deel van de groep uitleg en moet de andere helft zelfstandig werken, dan weer zijn de rollen omgedraaid.
Bij nieuwe combinatiegroepen besteedt de leerkracht aan het begin van het schooljaar veel aandacht aan deze werkwijze, waardoor kinderen al snel vertrouwd raken met de situatie. Natuurlijk worden de twee helften van een combinatiegroep niet voortdurend opgesplitst. Er zijn ook veel klassikale lessen, waarbij alle kinderen hetzelfde doen.
Lesmethodes houden rekening met combinatiegroepen en geven in de lerarenboeken precies aan hoe de stof kan worden behandeld in de combinatiegroep.

Lees ook:
Zó bepalen scholen de groepsindeling
Niet eens met de groepsindeling? Do’s & don’ts
Wie staat er voor de klas? (En maakt dat wat uit)?
Hoe groot mag een klas zijn op de basisschool?

Verder lezen

Populaire apps om spelling te oefenen

Populaire apps om spelling te oefenen

4 mei 2015 | Reacties (3)

Spelling is een onderdeel van de Cito-toetsen in groep 4, 5, 6, 7 en 8. Als je thuis met je kind spelling wilt oefenen, zijn apps een uitkomst. Het aanbod is groot, voor zowel Android als iOS. Wij zetten de populairste spelling-apps voor je op een rijtje.

Spelling app Taal ActiefSpelling-app is een mooi vormgegeven educatieve app die hoort bij de lesmethode Taal Actief. Je kind speelt leuke woordspelletjes om punten te verdienen. Spelenderwijs wordt zo met spelling geoefend. Voor groep 4 en 5. Verkrijgbaar voor de iPad en android tablet.

bru-taalBru-Taal is een prachtig vormgegeven educatieve taalgame voor kinderen op de basisschool. Naast het oefenen van bijvoorbeeld werkwoordspelling, komen ook andere taaloefeningen aan bod, zoals woordenschat. Het spel bevat verschillende oefeningen die op elkaar zijn afgestemd, de oefeningen zijn oplopend in moeilijkheidsgraad waardoor het spel leerzaam blijft. Als ouder kun je statistieken inzien. Vanaf groep 6. Alleen voor iPad.

Spelling TestSpelling Test laat je oefenen met het op de juiste manier schrijven van woorden. Je kind (of de ouder) typt de woorden en spreekt ze zelf in. Zo stel je dus je eigen oefenpakket samen en is het niveau altijd precies goed, of het nu om groep 4 of 5 gaat, of om groep 8. Deze app is vooral erg handig om de zogeheten ‘weetwoorden’ te oefenen, woorden waarvan je spelling uit je hoofd moet leren omdat er geen specifieke spellingsregels voor gelden. Gratis app voor de iPad.

spellen en lezen nl

Spellen en lezen heeft verschillende taaloefeningen om Nederlandse woorden te leren spellen en lezen. Je kunt zelf de woordlengte van de te oefenen woorden instellen, waarmee je het niveau dus aanpast aan dat van je kind. Woorden van 2 tot 4 letters zijn geschikt voor kleuters en kinderen in groep 3, kies je voor langere woorden, dan zijn de oefeningen geschikt voor kinderen in groep 4 en 5 en zwakkere spellers in groep 6 en 7. De gratis versie bevat reclame, maar is inhoudelijk identiek aan de betaalde versie. Alleen verkrijgbaar in de Play Store.

Beter spellenBeter spellen is een zeer eenvoudig, maar zeer effectief concept. De app schotelt de gebruiker dagelijks een testje van vier opgaven voor. Je kunt kiezen uit vier niveaus, van basisschoolniveau tot hoger onderwijs. Je kunt dus als ouder ook mee doen, wat je kind enorm zal stimuleren. Direct na het maken van de test, krijg je te horen wat goed en fout was. Bij elk antwoord wordt ook uitleg gegeven. Door elke dag even een minuutje uit te trekken om de test te maken, biedt deze app de mogelijkheid op een effectieve manier beter te leren spellen. Beschikbaar in Google Play en App Store. Liever een boekje? Dat kan. De opgaven van Beter Spellen zijn ook verkrijgbaar in boekvorm.

grammatica en spellingGrammatica en spelling is een handige app voor kinderen in groep 7 en groep 8. Op spellinggebied behandelt deze app de werkwoordspelling: verleden tijd (is het nu ik ‘storte’ of ik ‘stortte’?), tegenwoordige tijd (-d, -t of -dt), voltooid deelwoorden (-d of -t). Voor veel kinderen zijn dat ontzettend lastige spellingkwesties. Niet voor niets vormt de werkwoordspelling in groep 8 een apart onderdeel van de Cito-toets en andere eindtoetsen. Naast spelling komt ook (zins)ontleden aan bod. Alleen voor de iPad.

taalzee

Taalzee is een webapp waarin je kind precies op zijn of haar eigen niveau kan oefenen met taal (en dus ook spelling). De oefeningen zijn ‘adaptief’: het niveau past zich automatisch aan je kind aan. Gaat het goed, dan worden de opgaven wat moeilijker, gaat het niet zo goed dan krijgt je kind gemakkelijker vragen. Taalzee is een compleet oefenprogramma voor alle taalonderdelen van groep 1 tot en met 8. Het is een webapplicatie, die zowel op de computer, op een tablet of iPad of op een smartphone, zoals de LG  G4, te gebruiken is.

 

Het overzicht hierboven is niet volledig. Er zijn nog meer apps om spelling te oefenen en er komen van tijd tot weer nieuwe apps bij.

Spelling in beeldEén app willen we hier ook nog noemen. Dat is de app Spelling in beeld. In het bovenstaande overzicht is de app niet opgenomen, omdat je hem niet meer kunt downloaden. Mocht je de app ooit al eens op je tablet hebben gezet, laat je kind er dan vooral mee oefenen. Het blijft een erg fijne, duidelijke app gedownload. Spelling in beeld is destijds uitgebracht als onderdeel van de gelijknamige lesmethode. In 23 thema’s komen alle spellingproblemen aan de orde die kinderen van groep 4 tot en met groep 8 moeten leren. Van d’s en t’s en ’t kofschip, tot tussen-n en trema’s. Mét uitleg, wat deze app tot een aanrader maakt om thuis spelling te oefenen.

 

Verder lezen

Topografie op de basisschool

Topografie: de wereld wordt steeds groter

3 november 2014 | Reacties (5)

Weet je het nog: Groningen – Hoogezand-Sappemeer – Winschoten – Veendam – Stadskanaal… Topografie. Op veel basisscholen beginnen kinderen in groep 5 met het leren van de provincies. Per groep wordt de wereld groter: in groep 6 wordt Nederland aangeleerd. In groep 7 is Europa aan de beurt en in groep 8 de rest van de wereld.

Topografie op de basisschool

Een kaart in je hoofd

Topografie is een onderdeel van het vak Wereldoriëntatie. De lestijd voor aardrijkskunde (wat meer omvat dan alleen topografie) bedraagt in groep 6, 7 en 8 gemiddeld ongeveer één uur per week. Doel van het topografieonderwijs op de basisschool is het ontwikkelen van een kaartbeeld van Nederland, Europa en de wereld. Het gaat om de ligging van in totaal 300 steden, rivieren, provincies, landen en andere gebieden.

Wat moet je kind kennen aan topografie?

De standaardlijst van 300 topografisch begrippen (100 in Nederland, 100 in Europa en 100 in de rest van de wereld) die je kind moet leren op de basisschool, kun je downloaden via deze link. De lijst is opgesteld door Cito, in samenwerking met het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG).

 Topografische kennis blijkt struikelblok

Het doel wordt echter lang niet altijd gehaald. Uit wetenschappelijk onderzoek (Joop van der Schee, 2007) blijkt dat topografische kennis bij de meeste leerlingen niet of nauwelijks blijft hangen. Leerlingen slaan de gegevens op in hun kortetermijngeheugen. Voor het toetsmoment kunnen zij deze informatie nog raadplegen, maar snel daarna zijn ze de geleerde informatie ‘kwijt’. Dat blijkt aan het eind van groep 8.

Uit Cito-onderzoek is gebleken dat de gemiddelde leerling er slechts bij 133 van de 300 namen in slaagt om deze op een blinde kaart aan te wijzen. Bij zwakke leerlingen blijft de kaart vrijwel leeg. Vooral de kaart van Nederland kennen kinderen slecht. Van de 100 namen kan de gemiddelde leerling er maar 32 aanwijzen. Wellicht komt dit doordat Nederland als eerste wordt aangeleerd en groep 7 en 8 bijna niet meer aan bod komen. Dit gebrek aan kennis in deze ontwikkelingsfase kan op de middelbare school nauwelijks meer opgehaald worden, omdat er meer aandacht is voor mondiale vraagstukken dan voor topografie, zo waarschuwden onderzoekers van de Universiteit Utrecht in 2008.

Rijtjes stampen? Het kan ook anders

Groningen – Hoogezand-Sappemeer – Winschoten… Topografie is rijtjes leren. Dat was vroeger al zo en dat is op veel scholen nog steeds zo. Topografie is weliswaar ingebed in het grotere geheel van Wereldoriëntatie, maar het aanleren van de meeste landen, steden en rivieren lijkt nog steeds een kwestie van stampen.

Toch is er de afgelopen jaren wel wat veranderd in de manier waarop topografie wordt behandeld. De Utrechtse onderzoekers adviseerden om tijd en aandacht te besteden aan het geven van achtergrondinformatie bij steden, omdat plaatsnamen met context beter blijven hangen. Ook Cito heeft die aanbeveling gedaan. Het is een raad die ter harte wordt genomen. In methodes als Da Vinci, Argus Clou en Topografie in de klas krijgt topografie veel meer context. Toch is het een onmogelijke opgave is om bij alle 300 topografische namen achtergrondinformatie te geven. Een beetjes stampen blijft dus wel.

Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker…

Het ene kind leert makkelijker rijtjes dan het andere. Zelfs al gaat het makkelijk, leuk vindt vrijwel geen enkel kind het. Voor de meeste kinderen is thuis topografie leren tegelijkertijd de eerste kennismaking met huiswerk. Probeer het leren van topo voor je kind leuker te maken dan saai rijtjes stampen. De kans is groot dat de kennis daardoor nog beter (én langer) blijft hangen ook.

Een paar tips om het leuker te maken:

App voor topografie Nederland

Topo leren wordt een stuk leuker met de app Top NL

  • De website Cyberkidz.nl biedt onder de knop Topografie topospelletjes toegespist op groep 6, 7 en 8. Een leuk spel is bijvoorbeeld het helicopterspel: met een helicopter moet je pakjes bezorgen in steden in heel Nederland.
  • Vergelijkbaar zijn de (betaalde) apps Topo NL, Topo Europa en varianten voor andere landen: hier vlieg je met een vliegtuig van plaats naar plaats.  Je kunt het zo moeilijk maken als je zelf wilt door de vliegsnelheid aan te passen, wel of niet gebruik te maken van het hulpvenstertje dat laat zien waar de plaats van bestemming ligt, door een tijdslimiet in te stellen of te kiezen voor ‘kleine plaatsen’ in plaats van ‘grote plaatsen’, ‘hoofdsteden’ of ‘provincies’. Andere prima apps om topo mee te oefenen zijn: GoTopo (gratis) en Topo Test Nederland (gratis)
  • Voor kinderen die de landen van Europa moeten leren, is het bordspel ‘Landen van Europa’ een idee. Het is mogelijk om te spelen met een eigen selectie van de landen, wat ideaal is als je kind een bepaald deel van Europa moet leren.
  • Kijk ook eens hier: topomania, spelletjesplein, TopoSite (spelen met blinde kaarten), onlineklas (topo-diploma halen). Het aanbod spelletjes om topografie te oefenen op internet is enorm. Ga vooral zelf op zoek om spelletjes te vinden die jouw kind aanspreken.

Verder lezen

Nieuw behang

Nieuw behang

15 oktober 2014 | Reacties (0)

“Beste ouders, besef dat groep 6 anders wordt. In groep 6 gaat het écht beginnen. De kinderen zullen hard moeten werken. Het gaat sneller, het wordt meer en we gaan dus se-ri-eus aan het werk!”  Er valt een stilte.

De ouders in de klas zitten er roerloos bij. Verschillende ouders lopen rood aan. Blikken kruizen elkaar voorzichtig. Hier en daar een zucht. Sommige ouders staan op het punt om iets te zeggen, maar houden zich toch maar stil. Bijna als een groep kinderen, schiet er door me heen.

Mijn moederhart steigert, mijn onderwijshart ook. Toetsen, overhoringen, werkstukken, weektaken, het houdt niet op. Het gevoel van moeten neemt toe.
De sfeer is bijzonder te noemen.

Columniste Martine Huurman is 41 jaar en moeder van een zoon van bijna 11 en dochter van bijna 8. Martine heeft jarenlang in het speciaal onderwijs gewerkt. Ze heeft er als leerkracht, intern begeleider en behandelcoördinator veel ervaring opgedaan. Tegenwoordig runt ze een zelfstandige praktijk waarin ze kinderen, ouders en leerkrachten begeleidt. Martine is gedragsdeskundige en geregistreerd remedial teacher. Als gecertificeerd KIES-coach biedt ze hulp aan kinderen en ouders in echtscheidingssituaties.

Columniste Martine Huurman is 41 jaar en moeder van een zoon van bijna 11 en dochter van bijna 8. Martine heeft jarenlang in het speciaal onderwijs gewerkt. Ze heeft er als leerkracht, intern begeleider en behandelcoördinator veel ervaring opgedaan. Tegenwoordig runt ze een zelfstandige praktijk waarin ze kinderen, ouders en leerkrachten begeleidt. Martine is gedragsdeskundige en geregistreerd remedial teacher. Als gecertificeerd KIES-coach biedt ze hulp aan kinderen en ouders in echtscheidingssituaties.

Na afloop vang ik gesprekken van ouders op. “Zo zielig dat ze in groep 6 zitten”. “Mijn zoon had vorig jaar al moeite met het tempo, dat wordt wat”, “Ik ben blij dat ik niet naar school hoef”.
En weer steigert mijn hart.

Inmiddels is mijn dochter redelijk gewend in die échte groep 6. Ze werkt hard, doet erg haar best en af en toe hoor ik geluiden van de hoeveelheden werk die ze moet doen. Maar klagen heeft ze nog niet gedaan. Tot vandaag.
Met tranen in haar ogen komt ze binnen. Een blaadje opgerold in haar hand. “Dit gaat echt niet lukken hoor!! Weet je wel hoeveel het is?! En op zo’n klein priegellandje”.
Tijd om het papiertje uit te rollen heb ik niet, want ze doet het zelf al.
“Dit moeten we al-le-maal leren!!” Het duizelt ook mij even voor de ogen. Een andere manier van toetsen. Topo en informatie in één. Een klein kaartje van Nederland met plaatsnamen, rivieren en een gebergte. Het komt me niet bekend voor.
Ze zit verslagen aan tafel. “Dat gaat me nóóóóóóit lukken !!”.  Even overweeg ik om te zeggen dat ze het niet hoeft te doen. Dat het inderdaad veel is en dat ik het er niet mee eens ben.
Maar daar zit de oplossing niet.
Ik vraag haar wat ze nodig heeft. De toets blijkt samen te vallen met een andere toets. Dat is wennen. Dus plan ik met haar de week in. Het is nog niet genoeg. “Hoe kan ik nou al die namen onthouden? Het zijn er veel meer dan vorig jaar en zo klein”.
We gaan op zoek op internet en ik vind er grotere kaarten. Die print ik uit. We vinden zelfs een site, Topomania, waar je op een speelse manier kunt oefenen. Dat geeft haar weer moed. Dat vindt ze leuk.
“Oefenen is toch wel leuk mam, net schooltje spelen”.

’s avonds kom ik naar haar kamer. Ik wil mijn hardwerkende dochter lekker in stoppen. Maar wat is dat? Haar muur heeft nieuw behang. Wit met rood. Ze heeft alle informatie die ze nodig heeft voor de toetsen op grote vellen papier geschreven en opgehangen.
Dat noem ik inventief. “Ja mam, dan ga ik er elke keer naar kijken en vergeet ik het niet. Mooi he?!”
Ik zucht. Van trots, maar ook van opluchting. Opluchting over het feit dat ik een dochter heb die zelf het lef heeft om maniertjes te bedenken om al die informatie te onthouden. Dan zucht ik nog een keer, want er zijn zoveel kinderen waarbij dit niet lukt.
Misschien zit de oplossing in nieuw behang….

Verder lezen

EnToenNu helpt je kind met geschiedenis

EnToenNu helpt je kind met geschiedenis

7 oktober 2014 | Reacties (0)

De meeste kinderen vinden geschiedenis een leuk vak. Totdat ze een samenvatting mee naar huis krijgen om te leren voor een toets. Hoe boeiend de lessen op school ook waren en hoe mooi de meester ook vertelde, die samenvattingen zijn vaak gortdroog. Nu is het allemaal nog niet zo moeilijk, dus onoverkomelijk is dat niet. Maar er zijn ook leuke manieren om geschiedenis te leren: laat het verleden tot leven komen. Dat kan door filmpjes of tv-series te bekijken, een museum te bezoeken of een kinderboek over de tijdsperiode te lezen.

Tips EnToenNuWebsite en app over geschiedenis op de basisschool

Ken je de website Entoen.nu al? Dat is een handige site waar alles op staat wat kinderen bij geschiedenis leren in groep 5 tot en met groep 8. De website volgt exact de indeling in tijdvakken van het onderwijs en geeft per periode tips voor uitstapjes, leuke websites, filmpjes en boeken om te lezen. Je kunt zelf kiezen op welk niveau (groep 5-6, groep 7-8, voortgezet onderwijs) je de informatie gepresenteerd wilt krijgen op de website. Afhankelijk van je keuze is het taalgebruik moeilijker of makkelijker en wordt er uitgebreider of juist minder uitgebreid op de stof in gegaan. Ook worden andere boeken en filmpjes aangeraden.

App EnToenNu: hetzelfde in app-vorm

Er bestaat ook een (betaalde) app van EnToenNu, voor zowel Android als iOS. Ten opzichte van de website voegt die eigenlijk niets toe. Het is precies dezelfde informatie, maar dan ontsloten via een app. De enige extra feature van de app is een ‘opdrachtenwiel’ waar je kind aan kan ‘draaien’. Dat is echter meer geschikt voor gebruik op school dan voor thuisgebruik en bevat onder andere opdrachten als ‘maak een knipselkrant’ en ‘geef een presentatie’, die al dan niet een groepje moeten worden uitgevoerd.

App EnToenNu

Geschiedenis in tien tijdvakken

tijdvak3Bij geschiedenis wordt uitgegaan van tien tijdvakken:

  • Jagers en boeren
  • Grieken en Romeinen
  • Monniken en ridders
  • Steden en staten
  • Ontdekkers en hervormers
  • Regenten en vorsten
  • Pruiken en revoluties
  • Burgers en stoommachines
  • Wereldoorlogen en Holocaust
  • Televisie en computer

Verdeeld over de bovenbouwjaren komen deze tijdvakken allemaal voorbij. De meerderheid van de scholen werkt de tijdvakken in drie (groep 6, 7, 8) of vier (groep 5, 6, 7, 8) groepen in chronologische volgorde af: van de prehistorie tot het heden. Sommige scholen gaan juist terug in de tijd: ze beginnen in het heden en trekken steeds verder het verleden in. Tot slot zijn er ook nog scholen waar de leerlingen in groep 6, 7 en 8 drie keer de hele geschiedenis doorlopen, waarbij ze steeds een beetje dieper op de stof ingaan.

Canon van Nederland

Naast de indeling in tijdvakken geldt sinds 2010 een andere richtlijn: de canon van Nederland. Die telt vijftig onderwerpen die behandeld móeten worden: belangrijke personen (Anne Frank, Hugo de Groot), kunstwerken (De Nachtwacht) en gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis (de watersnoodramp van 1953).

Verder lezen

Peter Pan's topo-stamppot

Peter Pan’s topo-stamppot

1 oktober 2014 | Reacties (1)

‘Ja, volgend jaar zou ik toch maar alvast wat middelbare scholen gaan bekijken, hoor.’ Zo sprak Olivia’s juf laatst op een ouder-info-avond. Ik verslikte me in mijn Mariakaakje. Ho ho ho, wacht eens even. Middelbare scholen? Mijn dochter? Kan niet. Ik kom er zélf net van af hè?!

Susanne van der Poel

Columniste Susanne van der Poel, met haar zoon Tijl en dochter Olivia. Foto: Rein van Koppenhagen

Nu heeft dat laatste meer met mijn verjaringsvrees en mijn PeterPan-complex (Never Ever Grow Up!) te maken, maar dat ik daadwerkelijk met mijn meisjesbaby over middelbare scholen moet gaan nadenken; kan niet. Impóssible.

School heeft lak aan mijn Peter Pan-complex en stoomt mijn dochter langzaam maar gestaag klaar voor het middelbaar onderwijs. In groep 4 was huiswerk nog interessant en werd het meteen bij thuiskomst gemaakt. Tegenwoordig heeft ze een agenda nodig om de taken te kunnen overzien. Zo hadden we vorige week de toets Aardrijkskunde en Verkeer achter de rug, voor komende week staat de toets Geschiedenis en een flinke homp Topografie op het programma. Tussendoor komt natuurlijk nog het reguliere huiswerk en daarnaast heeft Olivia zichzelf ook nog even een spreekbeurt opgelegd, die natuurlijk óók voorbereid moet worden. Groep 6 hè, mensen, groep 6.

Die spreekbeurt maken is dan wel iets leuks, vindt ze. En zo trof ik haar aan op zolder, fanatiek rammend op het toetsenbord en er stond niet eens ILR4YHII;KAZK,l;jrgui;90tqa/! Neen. Het waren goedlopende zinnen, met… rélatief weinig taalfouten; ja, het was zowaar een prima stuk. Wederom een teken dat die kinderen maar ouder worden en groeien en leren! ‘Ja, ik zet dit nu hier, maar ik moet het nog even in PowerPoint zetten, hoor’, zei ze met een volwassen frons en appte ondertussen haar vader die beneden zat, of ie even naar haar SB*kwam kijken. Welja.

Maar vanavond staat er topo-stamppot op het menu. Haha. Zelf verzonnen. Nu net. Topo-stamp-pot. Ja? Topografie. Stampen. Nee, eigenlijk is het niet zo heel grappig, maar goed. Die topografie (de Nederlandse provincies, hoofdsteden, wateren en achterlijk kleine dorpjes) is voor mezelf ook wel een geinig opfrissertje. Daarbij ben ik de Master of Donkeybridges**, dus ik heb overal wel een handigheidje voor om dingen beter te onthouden (TVTAS uiteraard voor de Waddeneilanden, DOG voor de drie Oostelijke provincies, wilde armbewegingen bij Arnhem, enzovoort).

‘Ik vind maar dat ik veel moet doen’, klaagde ze vanochtend vanonder de dekens. Ik wilde dingen roepen zoals het opmonterende: ‘Wacht maar tot je op de middelbare school zit!’ Of het geruststellende ‘Weet je wel wat IK elke dag moet doen? Een werkende moeder, die moet pas veel doen!’ Haha! Deed ik niet natuurlijk. Want ik vind het eigenlijk ook wel een beetje veel wat ze moet doen. Kan ik óók niet zeggen, natuurlijk. Nee, schouders eronder en helpen waar ik kan.

Nu, if you’ll excuse me; ik moet even wat topo voorbereiden. En werken. En koken. En m’n sociale contacten onderhouden. En in vorm blijven. En deze column versturen. En de tijd stopzetten, want middelbare scholen bekijken?! Tss. Gekke, gekke juf.

*Spreekbeurt ‘Duh’.
**Ezelsbruggetjes

Columniste Susanne van der Poel is 39 jaar, getrouwd en moeder van Olivia (9) en Tijl (7). Susanne schrijft sinds 2005 op haar eigen weblog Susyschrijft en heeft jarenlang columns geschreven voor de tijdschriften Kinderen en Kek Mama. Je kunt Susanne ook volgen op Twitter en Facebook.

Verder lezen