Tag: "groep 7"

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

De entreetoets in groep 7: onderdelen en uitslag

22 mei 2017 | Reacties (0)

De Entreetoets is een toets van Cito die in de laatste maanden van het schooljaar wordt afgenomen. Op sommige scholen is in groep 5 of 6 ook al een Entreetoets geweest. De meeste scholen laten hun leerlingen echter alleen in de groep 7 de Entreetoets maken.  De Entreetoets in groep 7 levert alvast een adviesrichting op voor het voortgezet onderwijs. Een belangrijke toets dus.

entreetoets groep 7

Modulaire toets

De Entreetoets is opgebouwd uit drie modules. De basistoets bevat 180 vragen, verdeeld over de onderdelen rekenen, lezen en taalverzorging. De scores op de basistoets geven de school inzicht in het niveau van de leerlingen in vergelijking met landelijke gemiddeldes. De tweede module, Verdieping, bevat 130 extra opgaven van rekenen, lezen en taalverzorging. Doordat er meer opgaven worden gemaakt, krijgt de school nauwkeuriger inzicht in hoe goed kinderen verschillende deelonderwerpen beheersen. Door de module Verdieping af te nemen, is het niet meer nodig dat de kinderen ook nog eens de reguliere Cito-toetsen van groep 7 maken. Dat scheelt dus ‘toetsdruk’, zoals dat in onderwijsjargon heet.

In de derde module, Verbreding, is ruimte voor andere vaardigheden. Hierin komen bijvoorbeeld de extra taalonderdelen luisteren, schrijven en woordenschat aan bod. Sinds 2016 bevat de Entreetoets (in de module Verbreding) ook het onderdeel wereldoriëntatie. Daarin staan vragen over aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek.

Entreetoets, een pittig weekje

De opbouw in modules betekent dat de Entreetoets in groep 7 van school tot school kan verschillen. Scholen kunnen zelf kiezen of de leerlingen naast de basistoets ook de modules Verdieping en Verbreding moeten maken. Bij de module Verbreding mag de school ook nog eens zelf bepalen welke onderdelen ze wil toetsen. Kinderen die alle modules van de Entreetoets in groep 7 maken, zijn daarmee acht dagdelen bezig. Een pittig weekje dus!

In de basis is de Entreetoets bedoeld om inzichtelijk te maken waar je kind staat eind groep 7. Waar is je dochter of zoon goed in en welke onderdelen hebben nog wat extra aandacht nodig. De Entreetoets als een hulpmiddel voor de school dus. De laatste jaren wordt er echter steeds meer waarde aan de Entreetoets gehecht. En dat is niet zo vreemd. Niet alleen in opzet – één toets die een totaalplaatje van het niveau oplevert – maar ook in de manier waarop de score tot uiting komt – een (voorlopig) schooladvies van een externe instantie – is de Entreetoets behoorlijk officieel.

IJkpunt voor het schooladvies

Sinds de eindtoets in groep 8 niet meer in februari maar pas in april wordt afgenomen, is de score van de Entreetoets het laatste grote ijkpunt voor de formulering van het schooladvies. Cito voorziet de school per leerling van een rapport (het rapport Vooruitzicht) dat voorspelt welk brugklastype het beste bij de leerling past, op basis van zijn totaalscore op de Entreetoets groep 7. De toetsinstantie geeft aan dat scholen dit rapport kunnen gebruiken bij het opstellen van het schooladvies en aan ouders kunnen meegeven. Het onderdeel Verbreding telt niet mee voor het rapport Vooruitzicht. De school kan wel zelf beslissen om ze de scores op deze module te laten meewegen in het schooladvies; scholen bepalen zelf waarop ze het schooladvies baseren.

Scholen zijn overigens helemaal vrij om te beslissen of ze de Entreetoets überhaupt laten meewegen voor het schooladvies. Het kán een hulpmiddel, maar het hoeft niet! (Net zoals afname van de Entreetoets niet verplicht is.) Het is de school die het schooladvies bepaalt, niet Cito. De regels voor het schooladvies bepalen dat scholen voor voortgezet onderwijs de uitslagen op de Entreetoets niet mogen opvragen om over toelating te beslissen.

Uitleg bij het uitslagformulier van de Entreetoets

Drie weken na het maken de Entreetoets krijgt de school de uitslagen toegestuurd. Het uitslagformulier van de Entreetoets is voor ouders vaak erg onduidelijk te lezen en interpreteren. Het formulier staat vol met cijfers, sterretjes, percentielen en termen die je als ouder meestal weinig tot niets zeggen. Op de website van Cito is speciaal voor ouders een document te downloaden waarin wordt uitgelegd hoe je het leerlingprofiel moet lezen. Daar vind je ook een ouderfolder over Entreetoets, waarin je ook voorbeeldvragen kunt bekijken.

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

freeimages.com/Phanuphong Paothong

Schoolkamp: leuk, maar ook spannend

25 april 2016 | Reacties (0)

Voor veel kinderen is het schoolkamp hét hoogtepunt van het schooljaar. De meeste scholen gaan in groep 7 voor het eerst een paar dagen met de klas op pad. In groep 8 duurt het kamp vaak iets langer en is de bestemming nog weer iets verder van huis.

Op de fiets of met de bus naar een kampeerboerderij, camping of jeugdherberg. Zonder ouders of andere vertrouwde familieleden, maar met de juf of meester en alle klasgenoten. Wie slaapt bij wie? Ben ik de enige die nog een knuffel meeheeft, of die last heeft van heimwee? Blijven we echt tot ná middernacht bij het kampvuur zitten, zoals groep 8 van vorig jaar vertelde? Houd ik dat wel vol? Kamp is een topervaring, maar kamp is ook best spannend!

Dat is dan ook gelijk een achterliggende gedachte van op kamp gaan: zo’n meerdaagse schoolreis is een sociaal-emotionele uitdaging waar je kind ontzettend veel van leert. Samenzijn met een grote groep mensen, in een vreemde omgeving en zonder je ouders. Saamhorigheid, samenwerking en de eigen verantwoordelijkheid worden behoorlijk op de proef gesteld: hoe sta ik in de groep, hoe gaan we met elkaar om, welke rol speel ik in het geheel? Het schoolkamp is als een snelkookpan aan ervaringen. Na een paar dagen kamp lijkt je kind ineens een stukje ouder.

Sommige scholen gaan bewust aan het begin van het schooljaar op kamp. De groep groeit enorm naar elkaar toe: een fijne basis voor de rest van het schooljaar. Op de meeste scholen staat het schoolkamp echter aan het slot van schooljaar op het programma. In groep 7 als opmaat naar het laatste turbulente jaar, in groep 8 als onvergetelijke afsluiting van de basisschooltijd. Want reken maar dat je kind herinneringen opbouwt die hem de rest van zijn leven bijblijven.

Gun je kind bij thuiskomst de tijd om rustig bij te komen en bij te slapen. Vertellen komt later wel, als je kind daar nu geen zin in heeft. Het is soms best even omschakelen van die geweldige tijd met je klasgenoten, waarin je groots en meeslepend leefde, naar de saaiheid van het dagelijks leven en de alledaagsheid van je ouders.

Kamp en…

Heimwee. Er zijn elk jaar wel kinderen die last hebben van heimwee. Sommigen een beetje, anderen behoorlijk erg. In de klas zal de juf of meester hier van tevoren ook aandacht aan schenken. Het helpt soms al een stuk als je zoon of dochter weet dat er meer kinderen zijn met heimwee. Als ouder kun je je kind helpen het vertrouwen uit te stralen dat je kind een leuke tijd gaat hebben. Laat je kind een knuffel of foto van thuis meenemen, bespreek de heimwee met de leerkracht en stel een noodplan op voor als het écht niet gaat. Best kans trouwens dat je kind zich wel redt en het veel te druk heeft om heimwee te hebben.

Medicijngebruik. Geef van tevoren aan de leerkracht door welke medicijnen je kind gebruikt en wat het gebruik is. Over het algemeen bewaart de meester of juf de medicijnen voor de kinderen en houdt in de gaten wanneer de medicijnen ingenomen moeten worden.

Allergie. Bespreek allergieën vooraf met de meester of juf. Geef schriftelijk aan waar je kind precies allergisch voor is.

Bedplassen. In bijna elke groep zit wel een leerling, meestal een jongen, die nog regelmatig in bed plast. Waarschijnlijk zul je al van alles hebben geprobeerd om je kind van het bedplassen af te helpen. Als het kamp nog een aantal maanden weg ligt, kan het zin hebben je kind met een plaswekker te laten trainen. Lukt dat niet (meer), dan kun je de huisarts vragen medicijnen voor te schrijven die de nachtelijke plasproductie stilleggen. Probeer ze wel eerst thuis uit om de dosering goed te krijgen. Geef je kind zo nodig uit voorzorg een bedzeiltje en reservelaken mee. Bespreek het bedplassen ook met de leerkracht. Op veel scholen wordt bedplassen, net als heimwee, in de klas besproken als een van de problemen waar kinderen last van kunnen hebben op kamp. Je hebt trouwens grote kans dat je kind op kamp droog zal blijven. De nachten zijn korter en kinderen slapen vaak veel lichter dan thuis.

Verder lezen

Foto volgend jaar naar het voortgezet onderwijs

Tips bij het kiezen van een middelbare school

11 januari 2016 | Reacties (0)

Het opendagenseizoen van het voortgezet onderwijs is begonnen. Als jouw kind in groep 7 of 8 zit kan dat een drukke tijd zijn. Elke week kun je wel een school bezoeken om wat van de sfeer te proeven. Maar waar let je nu echt op bij de keuze van een middelbare school?

Allereerst is het echt aan te raden om je alvast te oriënteren vanaf groep 7. In (middel)grote steden staan veel scholen voor voortgezet onderwijs en zo kun je alvast wat scholen wegstrepen, wat de keuze voor het jaar erop een beetje beperkt.

Wanneer zijn de open dagen?

Op de website VO-gids vind je een handige opendagenplanner. Je voert in in welke periode je open dagen wilt bezoeken, tot welke afstand je wilt zoeken en welk soort onderwijs je interesse heeft. De planner geeft dan een overzicht van alle open dagen die aan je selectiecriteria voldoen. Verder biedt deze website, die hoort bij de gratis VO Gids die vrijwel alle leerlingen van groep 8 via school ontvangen, ook een schat aan informatie over het voortgezet onderwijs en het uitzoeken van een middelbare school.

Profilering van de school

Tegenwoordig kiezen veel scholen voor een profilering. Zo zijn er sportieve scholen, scholen met veel aandacht voor cultuur of scholen met tweetalig onderwijs. Dit kan al helpen in de keuze. De profilering van de school is best bepalend voor de sfeer. Een school met veel aandacht voor sport trekt bijvoorbeeld veel sportieve leerlingen. Daar moet jouw kind zich maar net thuis tussen voelen. Ook bestaat er nog bijzonder onderwijs, bijvoorbeeld Christelijk of Katholiek onderwijs. Is dit belangrijk voor je, of juist niet? Vraag gerust op aan de docenten wat er in de praktijk mee gedaan wordt. Iedere docent zal hier antwoord op moeten kunnen geven.

Grote of kleine school?

Scholen kunnen ook enorm in grootte verschillen. Sommige scholen kiezen ervoor om alle richtingen in een gebouw samen te brengen, terwijl andere scholen voor kleinere locaties kiest. Een aparte onderbouw kan prettig voelen, maar vergeet niet dat je kind uiteindelijk weer aan een ander gebouw zal moeten wennen.

Loop ook eens binnen onder schooltijd. In een lege school is het moeilijker om de sfeer te proeven.

Loop ook eens binnen onder schooltijd. In een lege school is het moeilijker om de sfeer te proeven.

Sfeer en pedagogische visie

Het belangrijkste in een school is natuurlijk de sfeer. Die is best goed te voelen op een open dag, zelfs al zet de school die dag zijn beste beentje voor. Sfeer is persoonlijk, maar u kunt gerust vragen naar de pedagogische visie van de school. Dat houdt in wat de school doet tegen pesten, wat er tijdens mentoruren gebeurd en welke voorzieningen er zijn voor leerlingen die hun verhaal kwijt willen.

Zittenblijven of afstromen

Waar middelbare scholen onderling ook in verschillen, is de manier waarop ze omgaan met leerlingen die de overgangsnormen niet halen. Blijven deze kinderen zitten of stromen ze automatisch af naar een lager onderwijsniveau? Vraag tijdens de open dag gerust wat het beleid is en welke visie daarachter schuil gaat.

Vakken en begeleiding

Het kan ook handig zijn om vooraf te bedenken welke vakken voor jouw kind aandachtspunt zijn. Dat kan een vak zijn waar hij of zij niet zo goed in is, of juist iets waar jouw kind in uitblinkt. Zoek dat vak op en maak een praatje met de docenten. Je kunt bijvoorbeeld vragen wat het beleid is als een kind niet zo goed mee kan komen en je kunt vragen of er RT (remedial teaching) is.

Het wordt natuurlijk een flinke klus om alle docenten van alle vakken te willen spreken, maar let bijvoorbeeld op hoe ze jouw kind aanspreken en hoe ze onderling met elkaar omgaan. Dit kan al een goed beeld geven van de sfeer binnen de school. Een school wordt immers gemaakt door leraren.

Het kan ook handig zijn om te vragen naar de lestabel. Hier staat in hoeveel uur per vak jouw kind les zal krijgen. Het aantal uren Nederlands, wiskunde en engels zijn best belangrijk, omdat het kernvakken zijn. Kijk bijvoorbeeld naar het aantal uren gym en staan taal en rekenen apart op het rooster? U kunt ook gerust vragen hoeveel mentorbegeleiding er is, daar verschillen scholen onderling nogal eens in.

Vraag naar de kosten

Onderwijs is gratis in Nederland en ook voor de schoolboeken hoef je niet te betalen. Toch kunnen de kosten voor de middelbare school best hoog oplopen. Als je kiest voor een school met laptop- of tabletonderwijs, is het verstandig om na te gaan welke kosten dit met zich meebrengt. Vraag ook naar de bestemmingen van de schoolreizen (meestal in de derde klas). Hoewel de meeste scholen wel proberen de schoolreiskosten in de hand te houden, zijn er ook scholen die twee weken met hun leerlingen naar Australië gaan.

Meer lezen?

Foto volgend jaar naar het voortgezet onderwijs

  • Kies je een school op je gevoel of met je verstand?
  • In hoeverre laat je je kind meebeslissen bij de keuze van een middelbare school?
  • Een checklist voor de schoolkeuze?

Lees het artikel Hoe kies je een middelbare school voor de antwoorden

 

Verder lezen

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

6 januari 2016 | Reacties (0)

Veel ouders willen hun kind thuis laten oefenen voor de drieminutentoets (DMT). Ook op sommige scholen wordt er veel geoefend opdat de leerlingen in de DMT zo veel mogelijk woordjes zullen lezen. De vraag is echter: heeft oefenen voor de DMT zin?

In dit artikel lees je het verrassende antwoord op die vraag. En beantwoorden we nog meer vragen die te maken hebben met (oefenen voor) de DMT. Ook vind je aan het eind van het artikel voorbeelden van de drie leeskaarten van de drieminutentoets. Deze kaarten geven je een idee van hoe de woordenlijsten op de DMT eruit zien.

Wat is de drieminutentoets ook alweer voor een toets?

De drieminutentoets is een toets uit het leerlingvolgsysteem van Cito. De DMT wordt twee keer per jaar wordt afgenomen, in januari/februari en in mei/juni. De DMT meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten (drie keer één minuut) tijd hardop kan lezen. Hoe de toets precies in zijn werk gaat, lees je in ons artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets.

Het komt vaak voor dat kinderen die goede progressie boeken in de leestoetsen waarin ze een gewone tekst lezen, minder goede resultaten halen bij het lezen van losse woordjes in de drieminutentoets.

Wordt er echt zo veel geoefend voor de DMT?

Ja, oefenen in snel losse woordjes lezen is een wijdverbreid fenomeen. Sommige scholen geven de leerlingen oefenkaarten mee naar huis om thuis te trainen in het snel woordjes leren voor de drieminutentoets. Of de school koopt een duur oefenpakket om de DMT-resultaten op te krikken.

Ouders zijn al net zo hard op zoek naar oefenmaterialen voor de drieminutentoets. Even googlen op internet en de zoekresultaten leveren talloze oefensites op. Op sommige van deze sites kun je zelfs dure oefentoetskaarten bestellen waarmee je als ouder met je kind kunt gaan oefenen voor de Cito-DMT.

Is het erg als de score op de DMT lager uitvalt?

Nou, dat valt vaak wel mee. Als je kind verder goed leest en begrijpt wat hij of zij leest, is er meestal niet zo veel aan de hand. Sommige kinderen kunnen zich nu eenmaal slecht concentreren op losse woordjes, of articuleren niet zo snel, of er zijn andere factoren die de lagere score verklaren. Je zou het zelfs nog kunnen omdraaien: als je kind goed is in het lezen van teksten, maar een slechte DMT-score heeft, lukt het je zoon of dochter dus om ondanks enige moeite met losse woorden tóch goed te lezen. Dat is knap.

Dat scholen en ouders schrikken van slechtere resultaten in de drieminutentoets, heeft onder meer te maken met het feit dat de DMT een toets is uit het (Cito-)leerlingvolgsysteem. Dan worden we met z’n allen zenuwachtig. Want wat zal de Onderwijsinspectie ervan vinden? En welke gevolgen kan het hebben voor de schooladvies in groep 8?

Is de drieminutentoets dan een onzintoets?

Nee, dat zeker niet. De DMT helpt om het technisch leesniveau vast te stellen. Doordat de toets twee keer per schooljaar wordt afgenomen, valt de ontwikkeling van je kind goed te meten. Is je kind vooruit gegaan of niet?

De drieminutentoets maakt duidelijk bij welke leerlingen de technische leesvaardigheid nog niet voldoende is ontwikkeld: het ontsleutelen van de letters naar woorden kost bij hen te veel moeite en/of tijd, of kinderen leunen te zwaar op de context om een tekst te kunnen lezen. De uitslag attendeert de school op zwakkere lezers.

Dus als mijn kind een zwakke lezer is, is het wel verstandig om te oefenen voor de DMT?

Zwakke lezers moeten zo veel mogelijk oefenen met lezen. Maar het oefenen van tempolezen met losse woorden heeft niet of nauwelijks zin. Je kunt kinderen eindeloos laten oefenen met woordrijtjes lezen, maar dat heeft amper effect op de uitslag van de drieminutentoets. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van oefenen wel de geoefende woorden sneller gaan lezen, maar ongetrainde woorden niet.

Het snel kunnen lezen van losse woorden, zoals tijdens de DMT, wordt bepaald door twee factoren. Namelijk: hoe vaak heeft je kind het te lezen woord al eerder gezien en ontsleuteld en hoe vaak moet je kind het woord eerder gezien hebben om het goed en snel te kunnen lezen. Die tweede factor heeft te maken met een erfelijke aanleg om een zwakke lezer te zijn. Zwakkere lezers moeten een woord veel vaker zien om het te kunnen lezen dan goede lezers, waardoor hun leestempo achterblijft.

Een en ander wordt helder uitgelegd in het artikel Voortgezet lezen: Losse woorden oefenen of tekst? van Anneke Smits en Erna van Koeven. Beiden zijn als hoofddocent verbonden aan hogeschool Windesheim en de leerkring ‘Geletterdheid en schoolsucces’. In dat artikel vind je ook een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing van zaken die we hier aanstippen.

Mijn kind zit in groep 3 en moet elke week thuis oefenen met het lezen van rijtjes woorden. Heeft dat ook geen zin?

Volgens Smits en Van Koeven is het lezen van woordrijtjes in de eerste helft van groep 3 heel nuttig. Veel scholen gebruiken daarvoor de methode Veilig en vlot. Beginnende lezers krijgen hiermee de elementaire leeshandeling onder de knie: ze leren letters (klanken) om te zetten in woorden en maken steeds minder fouten in dat proces. Maar zodra kinderen in groep 3 erin slagen van de meeste woorden uit te goochelen wat er staat (tweede helft schooljaar), ook al gaat dat nog niet zo snel, heeft het oefenen van losse woorden al niet meer zo veel zin.

Hoe kan ik mijn kind wél helpen om sneller te gaan lezen?

Focus niet te veel op die DMT-score maar laat je kind zo veel mogelijk lezen – boeken, strips, ondertiteling. Het maakt niet uit wát je kind thuis leest, als je kind maar leest. Hoe meer leeskilometers, hoe beter. En vooral: zorg dat je kind je kind plezier krijgt in lezen (of in elk geval geen (grotere) hekel). Stimuleer je kind om teksten te lezen die hem of haar interesseren en focus daarbij niet te veel op het AVI-niveau. Kinderen die geïnteresseerd zijn in een onderwerp kunnen verhalen lezen die wel drie niveaus hoger liggen dan hun ‘eigen’ AVI-niveau.

Dat is ook de achterliggende gedachte van de door Anneke Smits ontworden Ralfi-methode, die veel scholen gebruiken om zwakke (langzame) lezers vooruit te helpen in hun leestempo. Dezelfde korte, maar relatief moeilijke tekst wordt in één week meerdere keren voorgelezen en – met hulp – zelf gelezen. Zie de website ralfilezen.nl voor meer uitleg. Daar is ook een schat aan geschikte teksten te vinden.

Als oefenen voor de DMT geen zin heeft, waarom bieden jullie bij dit artikel dan voorbeeldkaarten aan van de drieminutentoets?

We bieden deze voorbeeldkaarten niet aan als oefenmateriaal, maar ze zijn bedoeld om ouders een beeld te geven van wat zo’n drieminutentoets inhoudt. Bestaat de drieminutentoets echt alleen maar uit rijtjes woorden? Ja, het zijn echt alleen maar rijtjes woorden. De eerste leeskaart heeft alleen korte, makkelijk te lezen woordjes. Op kaart twee staan iets moeilijker woorden (één lettergreep) en op de derde kaart staan langere woorden. In het eerder genoemde artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets kun je lezen in welke groep welke leeskaart(en) worden afgenomen en hoeveel woorden je kind moet lezen voor een bepaalde score op de drieminutentoets.

Hoewel de woordkaarten dus nadrukkelijk niet zijn bedoeld als oefenmateriaal, zou je ze eventueel wel kunnen gebruiken om je kind een beetje voor te bereiden op de DMT. We formuleren dit bewust héél voorzichtig. Als het goed is, krijgt je kind op school voldoende uitleg over hoe de drieminutentoets in zijn werk gaat en wat precies de bedoeling is. Doordat kinderen de DMT vanaf groep 3 twee keer per schooljaar doen,  raken ze goed vertrouwd met de toets. Extra voorbereiding thuis is normaal gesproken dus echt niet nodig. Sterker nog: het kan averechts werken, bijvoorbeeld bij kinderen met faalangst, omdat kinderen spanning of druk gaan voelen.

Is je kind zelf heel onzeker over de DMT en vraagt je zoon of dochter om voorbereiding, of heb je goede aanwijzingen dat de school ergens tekort schiet, dan kun je onze voorbeeldkaarten op de volgende manier gebruiken. Vraag je zoon of dochter eens om in een minuut tijd zo veel mogelijk woordjes te lezen (maak er een soort spelletje van, leg er geen druk op) en kijk hoe hij of zij te werk gaat. Probeert je zoon té snel te lezen en struikelt hij over zijn eigen tong? Schiet je dochter steeds in de lach omdat ze associatief een soort verhaal vormt van de woordenopsomming? Probeert je kind mooi op toon te lezen? Is hij steeds kwijt bij welk woord hij ook alweer is?

Dat soort dingen zijn zaken waarin je kind zou kunnen bijsturen. Lees snel, maar niet té snel. Probeer er geen verhaal in te zien, maar lees écht alleen maar losse woorden. Houd een vinger bij het woord dat je leest. Probeer in een lekker leesritme te komen. Beaam dat het best een beetje mal is om zo maar een rij willekeurige woorden voor te lezen. Lees zelf ook eens kaart en ervaar welke problemen je zelf tegenkomt. Voor een kind kan het heel relativerend werken om erachter te komen dat zijn vader of zijn moeder zich ook steeds verspreekt of woorden verhaspeld. Voor jezelf trouwens ook 😉

Je kind kan baat hebben bij dit soort tips, maar het is een illusie om te denkten dat ze ineens zullen leiden tot een heel veel hogere DMT-score. Als je kind een zwakkere of langzame lezer is, kan de leerkracht het beste inschatten wat er precies aan de hand, of je kind ondersteuning nodig heeft en hoe dat dan moet worden aangepakt.

Voor thuis geldt – zeker zo lang je geen ander bericht krijgt van de school: gewoon lekker lezen omdat het leuk is!

Voorbeeld leeskaarten drieminutentoets 

Via onderstaande links kun je voorbeeld-leeskaarten van de drieminutentoets downloaden:

De leeskaarten bevatten hetzelfde type en hetzelfde aantal woorden als de leeskaarten van de officiële drieminutentoets. Uiteraard staan er niet dezelfde woorden op!

Klik hier voor uitleg over de drieminutentoets.

Verder lezen

10 tips om je kind te leren klokkijken

10 tips om je kind te leren klokkijken

20 oktober 2015 | Reacties (2)

Klokkijken is een essentiële vaardigheid in het leven. Voor kinderen is kunnen klokkijken een echte mijlpaal, maar om het te leren moeten ze heel wat stappen doorlopen. Door thuis volop oefenmogelijkheden te bieden en je kind vertrouwd te maken met de klok en de tijd, zal het op school gemakkelijker leren klokkijken. Met deze tien tips kun je thuis op een leuke manier met je kind oefenen.

10 tips om je kind te leren klokkijken

1. Breng je kind tijdbesef bij

Leren klokkijken is een heel proces. Het begint op kleuterleeftijd met een globaal tijdbesef, met heel brede tijdsbegrippen: het eerste deel van de dag heet ‘ochtend’, aan het eind van de dag is het ‘bedtijd’. In een paar jaar tijd wordt het besef van tijd en mogelijkheden om tijd te meten en aan te geven steeds verder en dieper uitgewerkt. Aan eind van groep 5 kan je kind zowel op een digitale als op een analoge klok tot op de seconde nauwkeurig de tijd benoemen.

Jonge kinderen hebben nog geen tijdbesef. Ze hebben geen flauw idee hoe lang tien minuten duren, of een uur of een kwartier. Je helpt je kind om gevoel voor tijd te ontwikkelen door de tijd bij je dagelijkse activiteiten bewust te benoemen. ‘We gaan een kwartiertje fietsen’, ‘over vijf minuten gaan we weg’.

2. Geef je kind een klok als speelgoed

leerklok-houtKinderen houden ervan om in hun spel alledaagse situaties uit te beelden. Zodra ze zich een beetje bewust worden van de begrippen ‘tijd’ en ‘klok’ is het leuk om ze een klok te geven om mee te spelen. Dat kan een oude klok zijn die het niet meer doet, of een speciale speel- en leerklok, zoals ze ook op school gebruiken. Er zijn speciale oefenklokken verkrijgbaar waarop staat aangegeven hoe je een tijd ‘leest’: 5 over, 10 over half, etc. Dat is handig als je kind straks de stap maakt naar echt klokkijken.

Het is belangrijk dat je kind zelf de wijzers kan verzetten (ook al gebeurt dat nog op een volstrekt willekeurige manier). Kies voor een klok met duidelijke cijfers (geen Romeinse cijfers!) en met streepjes voor de minuten.

3. Benoem de tijd expliciet

Naarmate je kind ouder wordt en al een beetje leert klokkijken, kun je in gesprekjes over tijd ook naar de klok verwijzen. ‘Om kwart over acht moet je ontbijt op zijn, want de school begint om half negen.’ Of: ‘Je mag om drie uur pas televisiekijken, dus je moet nog een half uurtje wachten.’

4. Begin met de kleine wijzer

In groep 3 leren kinderen klokkijken in hele en halve uren. Eerst de uren, daarna de halve uren. Beperk je daarom ook thuis in het begin tot de hele uren. Leg uit dat die worden aangewezen door de kleine wijzer op de klok. Wat de grote wijzer precies doet, is nu nog niet zo belangrijk. In deze fase moet je kind alleen weten dat als de lange wijzer naar boven staat, het precies … uur is.

Ook nu komt een speelklok weer goed van pas. Houd de lange wijzer op 12 en draai de korte wijzer naar verschillende plekken op de klok. Laat je kind zien dat de wijzer steeds naar een ander cijfer op de klok wijst en vertel dat dit cijfer het uur aangeeft. Laat je kind ook zelf aan de klok draaien, net zolang tot hij door heeft hoe hij de uren kan aflezen.

5. Vertel dan wat de grote wijzer doet

Vertel je kind wat de functie is van de grote wijzer. Beperk je in het begin tot de halve uren. Later komen daar de kwartieren bij. Tot slot kun je je kind uitleggen dat de grote wijzer de minuten aangeeft. Omdat er 60 minuten in een uur zitten, is het belangrijk dat je kind tot 60 kan tellen. Ook is het handig als de tafel van 5 er goed inzit. Bij het benoemen van de tijd zijn we in het dagelijks leven doorgaans immers niet nauwkeuriger dan tot op 5 minuten.

Een van de moeilijkste dingen om te begrijpen in het proces van leren klokkijken, is inzicht krijgen in hoe de lange en de korte wijzer zich precies tot elkaar verhouden. Ook om die reden is handig om met de halve uren en kwartieren te beginnen, omdat je daar goed kunt zien hoe ver de kleine wijzer onderweg is naar zijn volgende uur. Het moeilijkste zijn tijden waar de kleine wijzer achter de grote wijzer verdwijnt, zoals vijf over één.

Oefening baart kunst en dat geldt ook voor leren klokkijken. Geef je kind een eigen horloge en vraag geregeld hoe laat het is.

7. Leg het verschil uit tussen de digitale klok en een wijzerklok

Voor kinderen zijn digitale klokken de normaalste zaak van de wereld. Al onze apparaten geven de tijd immers digitaal weer: computers, smartphone, tablet, de oven in keuken. Omdat digitale klokken niet dat gedoe hebben van wijzers, kun je betrekkelijk simpel de tijd aflezen. ‘Het is zeven uur zesendertig.’

Lastiger wordt het als kinderen de digitale tijd moet vertellen op de ‘analoge’ manier. 7:36 is dan ‘zes minuten over half acht’. De digitale klok komt op de meeste scholen in groep 5 (soms al eind groep 4) aan de orde. Vooral de vertaalslag tussen digitaal en analoog – en andersom – is dan een aandachtspunt.

Sommige kinderen vinden dit heel moeilijk. Als je thuis met je kind wilt oefenen, kun je overwegen om de leerlingenklok van Educa aan te schaffen. Die ziet er zo uit:

digitale-tijd-gewone-klok-oefenen

Deze klok helpt je kind het digitale tijdsbeeld te vergelijken en te oefenen met de ‘gewone klok’.

8. Leer je kind de tijd schatten

Als een kind eenmaal goed kan klokkijken, wil dat nog niet zeggen dat hij hele begrip ‘tijd’ nu onder de knie heeft. Het is belangrijk dat je kind leert inschatten hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd hij kwijt is aan bepaalde activiteiten. Kun je nog een cake bakken als je over een uur naar voetbaltraining moet? Hoe lang is het fietsen naar opa en hoe laat moet je dan weg? Hoeveel tijd heb je nodig om je ’s ochtends klaar te maken voor school?

Denk niet dat je kind zulke dingen al weet als hij kan klokkijken, want die twee dingen lopen lang niet altijd synchroon in de ontwikkeling. Ook het besef dat de tijd soms sneller lijkt te gaan dan op andere momenten (bijvoorbeeld als je slaapt), dringt soms maar langzaam door. Zo kunnen kinderen in groep 7 soms nog bijna niet geloven dat het tijdsblok van 8 uur ’s avond tot 8 uur ’s ochtends echt even veel uren telt als van 8 tot 8 overdag, ook al begrijpen ze dat rationeel al wel.

Onderstaande aflevering van Het Klokhuis laat goed zien hoe de tijdbeleving verschilt van persoon tot persoon:

Het Klokhuis – Tijdsbeleving – 20150715

De tijd kan snel gaan, maar ook langzaam. Tijdprofessor Tanja van der Lippe heeft dat onderzocht. Er is veel verschil in ‘tijdbeleving’.

Goed kunnen inschatten van hoe snel de tijd gaat en hoeveel tijd iets kost om te doen, is een heel belangrijke vaardigheid om later goed te kunnen plannen. Plannen is een van de moeilijkste dingen om te leren voor kinderen. Op de middelbare school blijkt het dan ook vaak een struikelblok. Een goed tijdsbesef en goed tijd kunnen inschatten zijn een onmisbare eerste stap voor het plannen.

9. Rekenen met de tijd

Vaste prik in het rekenonderwijs – en een onderdeel dat ook wordt getoetst in de Cito-toetsen – is rekenen met tijd. Hoeveel tijd zit er tussen 21:38 en 05:35? Hoe lang duurt het nog tot het middernacht is als het nu half zeven ’s avonds is? Het is nu kwart over één, hoe laat is het over drie uur?

Deze tijdrekenvragen sluiten direct aan op het dagelijks leven. Vaak worden ze ook nog verpakt in verhaaltjessommen, die een realistisch scenario uitwerken. Je kunt dit tijdrekenen thuis goed oefenen door veel te praten over dit soort dingen en je kind expliciet vragen over de tijd te stellen.

10. Tijd is super-interessant!

Over klokken en de tijd vallen ontzettend veel interessante dingen te vertellen. Wat heeft de stand van de zon en de maan ermee te maken? Hoe ontstaan zomer en winter? Hoe zit een kalender in elkaar en waarom hebben we eigenlijk een schrikkeldag? Wat deden de mensen voordat er klokken waren? Is het overal op de wereld even laat?

boek-de-klok-en-de-tijdEen echte aanrader is het boek De klok en de tijd, niet alleen voor kinderen (en ouders!) die al geïnteresseerd zijn in klokken en tijd, maar ook voor kinderen die nog geïnspireerd moeten raken. Het rijk geïllustreerde boek staat tjokvol weetjes en feitjes, die vaak verstopt zitten achter flapjes. Door de flapjes op te tillen ontdekt je kind weer iets nieuws of verandert de hele pagina. In het boek is ook een oefenklok opgenomen en is er uitleg die je kind bij alle stappen in klokkijk-leerproces helpt.

Verder lezen

Naar de schoolarts in groep 2 en groep 7

Naar de schoolarts in groep 2 en groep 7

9 september 2015 | Reacties (0)

Tijdens de hele basisschoolperiode gaat je kind twee keer naar de schoolarts. De eerste keer is in groep 2, de tweede keer in groep 7. Wat gebeurt er precies tijdens die schoolartsbezoeken?

De schoolarts in groep 2

schoolartsIn groep 2 krijgen kinderen een oproep voor een consult bij de schoolarts. Dat bezoekje moet je zien als een voortzetting van de bezoeken aan het consultatiebureau in de baby- en peutertijd. De schoolarts controleert lengte en gewicht, let op de spraak, houding en motoriek, controleert of je kind goed hoort en ziet en gaat meestal na of je kind mogelijk kleurenblind is.

Ook vraagt de schoolarts van tevoren bij de ouders via een schriftelijke vragenlijst allerlei informatie op over gedrag, ontwikkeling en eventuele problemen. Meestal mag je als ouder niet mee naar het onderzoek.

De schoolarts in groep 7

In groep 7 gaat je kind voor de tweede keer naar de schoolarts, of accurater: de schoolartsassistente. Zij meet en weegt je kind, test het gehoor en zo nodig ook het gezichtsvermogen. Je kind hoeft zich niet uit te kleden voor het onderzoek. Na afloop krijgt je kind de resultaten van het onderzoekje in een gesloten envelop mee naar huis.

Ook deze keer krijg je een vragenlijst over je kind die je thuis moet invullen. Als je vragen of zorgen hebt over je kind, kun je dit aangeven. Dan wordt een aparte afspraak bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige gepland. Ook de leerkracht vult een vragenlijst in.

Tijdens het onderzoek heeft de assistente een gesprekje met je kind, waarbij ze ook kijkt naar de ingevulde vragenlijsten. Als de assistente daar aanleiding toe ziet, kan ze een vervolgafspraak met de jeugdarts plannen.

Vaker naar de schoolarts

Soms krijgt je kind een uitnodiging om een extra keer naar de schoolarts te komen, bijvoorbeeld als de schoolarts het gewicht of de groei van je kind extra in de gaten wil houden. Ook een ogentest of gehoortest die in groep 2 niet helemaal goed ging, kan bijvoorbeeld in groep 3 nog een keertje worden overgedaan.

Goed om te weten

Bezoek aan de schoolarts is niet verplicht. Sterker nog, je kind kan niet zonder jouw toestemming worden onderzocht door de schoolarts. Zo’n tien procent van de ouders weigert hun kind naar de schoolarts te laten gaan, zo blijkt uit onderzoek van Ouders Online.

Verder lezen

De voor- en nadelen van een combinatieklas

De voor- en nadelen van een combinatieklas

15 juni 2015 | Reacties (0)

Op steeds meer basisscholen komen combinatieklassen voor. Bijvoorbeeld van groep 3 en 4 of groep 7 en 8. Veel ouders zijn huiverig als ze horen dat hun kind volgend schooljaar in een combinatiegroep komt. Over de voor- en nadelen van combinatiegroepen.

Steeds meer combinatieklassen

In Nederland worden steeds minder kinderen geboren. Daardoor dalen de leerlingenaantallen. Kleine scholen op het platteland merken daar het meest van, maar ook grotere scholen ondervinden de gevolgen. Scholen ontkomen er soms niet aan om groepen samen te voegen. Dan ontstaan combinatiegroepen met kinderen uit twee (of soms drie) verschillende leerjaren.

Wat is de invloed van een combiklas?

Leert mijn kind wel genoeg? Is het niet te onrustig in zo’n combinatiegroep? Zijn de jongere kinderen wel opgewassen tegen de ouderen? Het zijn allemaal logische vragen die ouders stellen als ze horen dat hun kind in een combinatieklas komt.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat kinderen in een combinatiegroep niet slechter af zijn dan in een homogene (‘gewone’) klas. Combinatiegroepen zijn niet nadelig voor de ontwikkeling van een kind. Leerlingen in een combinatiegroep leren net zo veel als andere kinderen. Ook lijdt het welbevinden van kinderen niet onder een combinatiegroep.

Nadelen van een combinatiegroep

Om een combinatiegroep succesvol te laten draaien, is het wel een voorwaarde dat de klas een leerkracht heeft die opgewassen tegen die taak. Lesgeven aan een combinatiegroep vergt meer organisatorische inspanning van de meester of juf. “Zo nu en dan lijkt de leerkracht in de combinatieklas op een organist die tegelijkertijd ook nog de dirigent is”, aldus een Zwitserse pedagoog.

Sommige kinderen worden in hun onzekerheid aangewakkerd doordat de oudere kinderen in de groep veel meer kunnen dan zij. Voor de oudste kinderen zijn sommige gezamenlijke activiteiten soms te kinderachtig.

Voordelen van een combinatiegroep

Maar er zitten ook positieve punten aan een combinatiegroep. Niet voor niets kiezen onderwijsvormen als montessori, jenaplan en dalton er heel bewust voor leerlingen van verschillende leeftijden in één groep te plaatsen. Het leeftijdsverschil heeft vaak een positieve invloed op de (sociale) ontwikkeling van kinderen. Jongere kinderen leren van de oudere kinderen, de oudere kinderen leren veel van het helpen van jongere kinderen. Bovendien leren kinderen in combinatiegroepen over het algemeen erg goed zelfstandig en geconcentreerd werken.

Combinatiegroepen kunnen ook een voordeel zijn voor kinderen die in één of meer vakken achterlopen of juist vooruit zijn. Ze kunnen gemakkelijker aanschuiven bij de instructie van het andere deel van de groep. Zwakke leerlingen uit de hoogste groep krijgen meer uitleg en herhaling, terwijl goede leerlingen uit de laagste groep in aanraking komen met meer uitdagende lesstof.

Melle heeft moeite met rekenen. Daarom schuift hij aan bij de uitleg van groep 5, zo krijgt het allemaal een keer extra mee. Doordat het een combinatiegroep 5/6 is, kan dat gemakkelijk. Zo is er ook een meisje in groep 5 dat met taal juist voorloopt; zij doet mee met de taallessen van groep 6.
Bart, vader van Melle (9)

Een combigroep 2/3, kan dat wel?

Steeds vaker worden op basisscholen combinatiegroepen gemaakt van groep 2 en groep 3. Dat lijkt in eerste instantie een moeilijke combinatie. Kinderen in groep 2 zijn immers nog vooral bezig met spelen, terwijl in groep 3 al echt wordt gewerkt met leren lezen, rekenen en schrijven.

Toch blijkt een combinatieklas 2/3 in de praktijk erg goed te werken. Tussen groep 2 en groep 3 lijkt soms een grote kloof te zitten, die alleen overbrugt kan worden als een kind bijna van de ene op de andere dag verandert van een kleuter in een schoolkind. Door te kiezen voor een combinatiegroep 2/3 verloopt de overgang van spelen naar leren daarentegen heel natuurlijk. Kleuters die al graag wat willen weten van letters en cijfers, vinden voldoende aansluiting en groep 3-kinderen die nog heel graag spelen komen ook beter aan hun trekken.

Hoe werkt een combinatiegroep?

Kinderen die in een combinatiegroep zitten, moeten leren omgaan met situaties waarin de meester of juf even geen aandacht voor hen heeft. ‘Uitgestelde aandacht’ heet dat in onderwijsjargon. Soms krijgt het ene deel van de groep uitleg en moet de andere helft zelfstandig werken, dan weer zijn de rollen omgedraaid.

Bij nieuwe combinatiegroepen besteedt de leerkracht aan het begin van het schooljaar veel aandacht aan deze werkwijze, waardoor kinderen al snel vertrouwd raken met de situatie. Natuurlijk worden de twee helften van een combinatiegroep niet voortdurend opgesplitst. Er zijn ook veel klassikale lessen, waarbij alle kinderen hetzelfde doen.

Lesmethodes houden rekening met combinatiegroepen en geven in de lerarenboeken precies aan hoe de stof kan worden behandeld in de combinatiegroep.

 

Lees ook:
Zó bepalen scholen de groepsindeling
Niet eens met de groepsindeling? Do’s & don’ts
Wie staat er voor de klas? (En maakt dat wat uit)?
Hoe groot mag een klas zijn op de basisschool?

Verder lezen

Populaire apps om spelling te oefenen

Populaire apps om spelling te oefenen

4 mei 2015 | Reacties (3)

Spelling is een onderdeel van de Cito-toetsen in groep 4, 5, 6, 7 en 8. Als je thuis met je kind spelling wilt oefenen, zijn apps een uitkomst. Het aanbod is groot, voor zowel Android als iOS. Wij zetten de populairste spelling-apps voor je op een rijtje.

Spelling app Taal ActiefSpelling-app is een mooi vormgegeven educatieve app die hoort bij de lesmethode Taal Actief. Je kind speelt leuke woordspelletjes om punten te verdienen. Spelenderwijs wordt zo met spelling geoefend. Voor groep 4 en 5. Verkrijgbaar voor de iPad en android tablet.

bru-taalBru-Taal is een prachtig vormgegeven educatieve taalgame voor kinderen op de basisschool. Naast het oefenen van bijvoorbeeld werkwoordspelling, komen ook andere taaloefeningen aan bod, zoals woordenschat. Het spel bevat verschillende oefeningen die op elkaar zijn afgestemd, de oefeningen zijn oplopend in moeilijkheidsgraad waardoor het spel leerzaam blijft. Als ouder kun je statistieken inzien. Vanaf groep 6. Alleen voor iPad.

Spelling TestSpelling Test laat je oefenen met het op de juiste manier schrijven van woorden. Je kind (of de ouder) typt de woorden en spreekt ze zelf in. Zo stel je dus je eigen oefenpakket samen en is het niveau altijd precies goed, of het nu om groep 4 of 5 gaat, of om groep 8. Deze app is vooral erg handig om de zogeheten ‘weetwoorden’ te oefenen, woorden waarvan je spelling uit je hoofd moet leren omdat er geen specifieke spellingsregels voor gelden. Gratis app voor de iPad.

spellen en lezen nl

Spellen en lezen heeft verschillende taaloefeningen om Nederlandse woorden te leren spellen en lezen. Je kunt zelf de woordlengte van de te oefenen woorden instellen, waarmee je het niveau dus aanpast aan dat van je kind. Woorden van 2 tot 4 letters zijn geschikt voor kleuters en kinderen in groep 3, kies je voor langere woorden, dan zijn de oefeningen geschikt voor kinderen in groep 4 en 5 en zwakkere spellers in groep 6 en 7. De gratis versie bevat reclame, maar is inhoudelijk identiek aan de betaalde versie. Alleen verkrijgbaar in de Play Store.

Beter spellenBeter spellen is een zeer eenvoudig, maar zeer effectief concept. De app schotelt de gebruiker dagelijks een testje van vier opgaven voor. Je kunt kiezen uit vier niveaus, van basisschoolniveau tot hoger onderwijs. Je kunt dus als ouder ook mee doen, wat je kind enorm zal stimuleren. Direct na het maken van de test, krijg je te horen wat goed en fout was. Bij elk antwoord wordt ook uitleg gegeven. Door elke dag even een minuutje uit te trekken om de test te maken, biedt deze app de mogelijkheid op een effectieve manier beter te leren spellen. Beschikbaar in Google Play en App Store. Liever een boekje? Dat kan. De opgaven van Beter Spellen zijn ook verkrijgbaar in boekvorm.

grammatica en spellingGrammatica en spelling is een handige app voor kinderen in groep 7 en groep 8. Op spellinggebied behandelt deze app de werkwoordspelling: verleden tijd (is het nu ik ‘storte’ of ik ‘stortte’?), tegenwoordige tijd (-d, -t of -dt), voltooid deelwoorden (-d of -t). Voor veel kinderen zijn dat ontzettend lastige spellingkwesties. Niet voor niets vormt de werkwoordspelling in groep 8 een apart onderdeel van de Cito-toets en andere eindtoetsen. Naast spelling komt ook (zins)ontleden aan bod. Alleen voor de iPad.

taalzee

Taalzee is een webapp waarin je kind precies op zijn of haar eigen niveau kan oefenen met taal (en dus ook spelling). De oefeningen zijn ‘adaptief’: het niveau past zich automatisch aan je kind aan. Gaat het goed, dan worden de opgaven wat moeilijker, gaat het niet zo goed dan krijgt je kind gemakkelijker vragen. Taalzee is een compleet oefenprogramma voor alle taalonderdelen van groep 1 tot en met 8. Het is een webapplicatie, die zowel op de computer, op een tablet of iPad of op een smartphone, zoals de LG  G4, te gebruiken is.

 

Het overzicht hierboven is niet volledig. Er zijn nog meer apps om spelling te oefenen en er komen van tijd tot weer nieuwe apps bij.

Spelling in beeldEén app willen we hier ook nog noemen. Dat is de app Spelling in beeld. In het bovenstaande overzicht is de app niet opgenomen, omdat je hem niet meer kunt downloaden. Mocht je de app ooit al eens op je tablet hebben gezet, laat je kind er dan vooral mee oefenen. Het blijft een erg fijne, duidelijke app gedownload. Spelling in beeld is destijds uitgebracht als onderdeel van de gelijknamige lesmethode. In 23 thema’s komen alle spellingproblemen aan de orde die kinderen van groep 4 tot en met groep 8 moeten leren. Van d’s en t’s en ’t kofschip, tot tussen-n en trema’s. Mét uitleg, wat deze app tot een aanrader maakt om thuis spelling te oefenen.

 

Verder lezen