Tag: "leeskaarten"

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

Oefenen voor de DMT, heeft dat zin?

6 januari 2016 | Reacties (0)

Veel ouders willen hun kind thuis laten oefenen voor de drieminutentoets (DMT). Ook op sommige scholen wordt er veel geoefend opdat de leerlingen in de DMT zo veel mogelijk woordjes zullen lezen. De vraag is echter: heeft oefenen voor de DMT zin?

In dit artikel lees je het verrassende antwoord op die vraag. En beantwoorden we nog meer vragen die te maken hebben met (oefenen voor) de DMT. Ook vind je aan het eind van het artikel voorbeelden van de drie leeskaarten van de drieminutentoets. Deze kaarten geven je een idee van hoe de woordenlijsten op de DMT eruit zien.

Wat is de drieminutentoets ook alweer voor een toets?

De drieminutentoets is een toets uit het leerlingvolgsysteem van Cito. De DMT wordt twee keer per jaar wordt afgenomen, in januari/februari en in mei/juni. De DMT meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten (drie keer één minuut) tijd hardop kan lezen. Hoe de toets precies in zijn werk gaat, lees je in ons artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets.

Het komt vaak voor dat kinderen die goede progressie boeken in de leestoetsen waarin ze een gewone tekst lezen, minder goede resultaten halen bij het lezen van losse woordjes in de drieminutentoets.

Wordt er echt zo veel geoefend voor de DMT?

Ja, oefenen in snel losse woordjes lezen is een wijdverbreid fenomeen. Sommige scholen geven de leerlingen oefenkaarten mee naar huis om thuis te trainen in het snel woordjes leren voor de drieminutentoets. Of de school koopt een duur oefenpakket om de DMT-resultaten op te krikken.

Ouders zijn al net zo hard op zoek naar oefenmaterialen voor de drieminutentoets. Even googlen op internet en de zoekresultaten leveren talloze oefensites op. Op sommige van deze sites kun je zelfs dure oefentoetskaarten bestellen waarmee je als ouder met je kind kunt gaan oefenen voor de Cito-DMT.

Is het erg als de score op de DMT lager uitvalt?

Nou, dat valt vaak wel mee. Als je kind verder goed leest en begrijpt wat hij of zij leest, is er meestal niet zo veel aan de hand. Sommige kinderen kunnen zich nu eenmaal slecht concentreren op losse woordjes, of articuleren niet zo snel, of er zijn andere factoren die de lagere score verklaren. Je zou het zelfs nog kunnen omdraaien: als je kind goed is in het lezen van teksten, maar een slechte DMT-score heeft, lukt het je zoon of dochter dus om ondanks enige moeite met losse woorden tóch goed te lezen. Dat is knap.

Dat scholen en ouders schrikken van slechtere resultaten in de drieminutentoets, heeft onder meer te maken met het feit dat de DMT een toets is uit het (Cito-)leerlingvolgsysteem. Dan worden we met z’n allen zenuwachtig. Want wat zal de Onderwijsinspectie ervan vinden? En welke gevolgen kan het hebben voor de schooladvies in groep 8?

Is de drieminutentoets dan een onzintoets?

Nee, dat zeker niet. De DMT helpt om het technisch leesniveau vast te stellen. Doordat de toets twee keer per schooljaar wordt afgenomen, valt de ontwikkeling van je kind goed te meten. Is je kind vooruit gegaan of niet?

De drieminutentoets maakt duidelijk bij welke leerlingen de technische leesvaardigheid nog niet voldoende is ontwikkeld: het ontsleutelen van de letters naar woorden kost bij hen te veel moeite en/of tijd, of kinderen leunen te zwaar op de context om een tekst te kunnen lezen. De uitslag attendeert de school op zwakkere lezers.

Dus als mijn kind een zwakke lezer is, is het wel verstandig om te oefenen voor de DMT?

Zwakke lezers moeten zo veel mogelijk oefenen met lezen. Maar het oefenen van tempolezen met losse woorden heeft niet of nauwelijks zin. Je kunt kinderen eindeloos laten oefenen met woordrijtjes lezen, maar dat heeft amper effect op de uitslag van de drieminutentoets. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen van oefenen wel de geoefende woorden sneller gaan lezen, maar ongetrainde woorden niet.

Het snel kunnen lezen van losse woorden, zoals tijdens de DMT, wordt bepaald door twee factoren. Namelijk: hoe vaak heeft je kind het te lezen woord al eerder gezien en ontsleuteld en hoe vaak moet je kind het woord eerder gezien hebben om het goed en snel te kunnen lezen. Die tweede factor heeft te maken met een erfelijke aanleg om een zwakke lezer te zijn. Zwakkere lezers moeten een woord veel vaker zien om het te kunnen lezen dan goede lezers, waardoor hun leestempo achterblijft.

Een en ander wordt helder uitgelegd in het artikel Voortgezet lezen: Losse woorden oefenen of tekst? van Anneke Smits en Erna van Koeven. Beiden zijn als hoofddocent verbonden aan hogeschool Windesheim en de leerkring ‘Geletterdheid en schoolsucces’. In dat artikel vind je ook een uitgebreide wetenschappelijke onderbouwing van zaken die we hier aanstippen.

Mijn kind zit in groep 3 en moet elke week thuis oefenen met het lezen van rijtjes woorden. Heeft dat ook geen zin?

Volgens Smits en Van Koeven is het lezen van woordrijtjes in de eerste helft van groep 3 heel nuttig. Veel scholen gebruiken daarvoor de methode Veilig en vlot. Beginnende lezers krijgen hiermee de elementaire leeshandeling onder de knie: ze leren letters (klanken) om te zetten in woorden en maken steeds minder fouten in dat proces. Maar zodra kinderen in groep 3 erin slagen van de meeste woorden uit te goochelen wat er staat (tweede helft schooljaar), ook al gaat dat nog niet zo snel, heeft het oefenen van losse woorden al niet meer zo veel zin.

Hoe kan ik mijn kind wél helpen om sneller te gaan lezen?

Focus niet te veel op die DMT-score maar laat je kind zo veel mogelijk lezen – boeken, strips, ondertiteling. Het maakt niet uit wát je kind thuis leest, als je kind maar leest. Hoe meer leeskilometers, hoe beter. En vooral: zorg dat je kind je kind plezier krijgt in lezen (of in elk geval geen (grotere) hekel). Stimuleer je kind om teksten te lezen die hem of haar interesseren en focus daarbij niet te veel op het AVI-niveau. Kinderen die geïnteresseerd zijn in een onderwerp kunnen verhalen lezen die wel drie niveaus hoger liggen dan hun ‘eigen’ AVI-niveau.

Dat is ook de achterliggende gedachte van de door Anneke Smits ontworden Ralfi-methode, die veel scholen gebruiken om zwakke (langzame) lezers vooruit te helpen in hun leestempo. Dezelfde korte, maar relatief moeilijke tekst wordt in één week meerdere keren voorgelezen en – met hulp – zelf gelezen. Zie de website ralfilezen.nl voor meer uitleg. Daar is ook een schat aan geschikte teksten te vinden.

Als oefenen voor de DMT geen zin heeft, waarom bieden jullie bij dit artikel dan voorbeeldkaarten aan van de drieminutentoets?

We bieden deze voorbeeldkaarten niet aan als oefenmateriaal, maar ze zijn bedoeld om ouders een beeld te geven van wat zo’n drieminutentoets inhoudt. Bestaat de drieminutentoets echt alleen maar uit rijtjes woorden? Ja, het zijn echt alleen maar rijtjes woorden. De eerste leeskaart heeft alleen korte, makkelijk te lezen woordjes. Op kaart twee staan iets moeilijker woorden (één lettergreep) en op de derde kaart staan langere woorden. In het eerder genoemde artikel Woordjes lezen in de drieminutentoets kun je lezen in welke groep welke leeskaart(en) worden afgenomen en hoeveel woorden je kind moet lezen voor een bepaalde score op de drieminutentoets.

Hoewel de woordkaarten dus nadrukkelijk niet zijn bedoeld als oefenmateriaal, zou je ze eventueel wel kunnen gebruiken om je kind een beetje voor te bereiden op de DMT. We formuleren dit bewust héél voorzichtig. Als het goed is, krijgt je kind op school voldoende uitleg over hoe de drieminutentoets in zijn werk gaat en wat precies de bedoeling is. Doordat kinderen de DMT vanaf groep 3 twee keer per schooljaar doen,  raken ze goed vertrouwd met de toets. Extra voorbereiding thuis is normaal gesproken dus echt niet nodig. Sterker nog: het kan averechts werken, bijvoorbeeld bij kinderen met faalangst, omdat kinderen spanning of druk gaan voelen.

Is je kind zelf heel onzeker over de DMT en vraagt je zoon of dochter om voorbereiding, of heb je goede aanwijzingen dat de school ergens tekort schiet, dan kun je onze voorbeeldkaarten op de volgende manier gebruiken. Vraag je zoon of dochter eens om in een minuut tijd zo veel mogelijk woordjes te lezen (maak er een soort spelletje van, leg er geen druk op) en kijk hoe hij of zij te werk gaat. Probeert je zoon té snel te lezen en struikelt hij over zijn eigen tong? Schiet je dochter steeds in de lach omdat ze associatief een soort verhaal vormt van de woordenopsomming? Probeert je kind mooi op toon te lezen? Is hij steeds kwijt bij welk woord hij ook alweer is?

Dat soort dingen zijn zaken waarin je kind zou kunnen bijsturen. Lees snel, maar niet té snel. Probeer er geen verhaal in te zien, maar lees écht alleen maar losse woorden. Houd een vinger bij het woord dat je leest. Probeer in een lekker leesritme te komen. Beaam dat het best een beetje mal is om zo maar een rij willekeurige woorden voor te lezen. Lees zelf ook eens kaart en ervaar welke problemen je zelf tegenkomt. Voor een kind kan het heel relativerend werken om erachter te komen dat zijn vader of zijn moeder zich ook steeds verspreekt of woorden verhaspeld. Voor jezelf trouwens ook 😉

Je kind kan baat hebben bij dit soort tips, maar het is een illusie om te denkten dat ze ineens zullen leiden tot een heel veel hogere DMT-score. Als je kind een zwakkere of langzame lezer is, kan de leerkracht het beste inschatten wat er precies aan de hand, of je kind ondersteuning nodig heeft en hoe dat dan moet worden aangepakt.

Voor thuis geldt – zeker zo lang je geen ander bericht krijgt van de school: gewoon lekker lezen omdat het leuk is!

Voorbeeld leeskaarten drieminutentoets 

Via onderstaande links kun je voorbeeld-leeskaarten van de drieminutentoets downloaden:

De leeskaarten bevatten hetzelfde type en hetzelfde aantal woorden als de leeskaarten van de officiële drieminutentoets. Uiteraard staan er niet dezelfde woorden op!

Klik hier voor uitleg over de drieminutentoets.

Verder lezen