Tag: "oefenen"

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats. Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven. Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites (zie: Populaire apps om spelling te oefenen), maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn natuulijk prima. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders heeft Thuisinonderwijs.nl het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het inforamtieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders dat Thuisinonderwijs.nl heeft opgesteld. Daarin wordt in heldere taal verteld wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

13 februari 2017 | Reacties (0)

Steeds meer kinderen in Nederland krijgen de diagnose dyslexie. Het gaat tegenwoordig om zo’n 15 procent van de kinderen. Al langer rijst de vraag hoe terecht die diagnose is. Een aantal hoogleraren heeft daar een schepje bovenop gedaan door in het AD te stellen dat de leesproblemen van veel kinderen het gevolg zijn van slecht onderwijs.

Hoogleraar Anna Bosman (Radboud Universiteit Nijmegen) doet al sinds 2007 onderzoek naar dyslexie. Ze wijt de dyslexie-epidemie aan één oorzaak: “Er wordt gewoon te weinig geoefend”, zegt ze. “Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Wat is dyslexie?

Dyslexie betekent letterlijk ‘niet kunnen lezen’. Dyslexie is een leerstoornis die ervoor zorgt dat je kind hardnekkige problemen heeft met lezen, spellen en ook schrijven. Ook het snel kunnen verwerken van informatie en bijvoorbeeld de tafels leren of iets opzoeken in een woordenboek kunnen moeizaam gaan.

Voordat gesproken wordt over dyslexie, wordt eerst nagegaan of er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen van je kind kunnen verklaren. Dyslexie kan alleen door een orthopedagoog of een psycholoog worden vastgesteld.

Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyslexieverklaring’. Kinderen met zo’n verklaring krijgen meer faciliteiten. Ze mogen bijvoorbeeld langer over proefwerken of toetsen doen en krijgen opgaven in een groter lettertype. Ook zijn er (ict-)hulpmiddelen die kinderen met dyslexie kunnen helpen.

Bij dyslexie sprake is van een erfelijke factor. Als jij dyslexie hebt, of je partner, is de kans veertig tot vijftig procent dat jullie kind ook dyslectisch is. Zijn jullie beiden dyslectisch, dan is de kans zelf tachtig procent.

Kinderen met ernstige enkelvoudie dyslexie kunnen een dyslexiebehandelinge volgen: ze gaan dan 1,5 jaar lang 5 keer per week oefenen. Dat is intensief, maar ze boeken wel vooruitgang.

Zorgelijk stijging

Op grond van onderzoek hebben wetenschappers vastgesteld dat in Nederland bij 3,6 procent van de kinderen sprake is van ‘ernstige enkelvoudige dyslexie’. Volgens internationaal onderzoek is een dyslexiepercentage van rond de 10 normaal.

In 2011 kreeg nog zo’n 10 procent van de leerlingen een dyslexieverklaring, in 2015 was dat al bijna 15 procent. Het aantal kinderen dat de eindtoets in groep 8 doet met een dyslexieverklaring wordt steeds hoger. Eind vorig jaar gaven minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker al aan die ontwikkeling zorgelijk te vinden. Ze houden er rekening mee dat sommige leerlingen ten onrechte het etiket dyslexie hebben gekregen.

Daar lijkt de recente stellingname van de hoogleraren hen gelijk in te geven. Volgens Anna Bosman wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht als er leerproblemen zijn. “We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.” Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen met sprongen vooruitgaan. “Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat”, zegt ze in het AD.

Zo ver wil haar collega-hoogleraar Ben Maassen, ook een autoriteit op het gebied van dyslexie, niet gaan. Volgens bestaat erfelijke dyslexie wel degelijk, maar dat heeft maar minder dan 5 procent van de kinderen.

Niet minder lezen, maar juist méér

Er bij kinderen met een dyslexieverklaring sprake van een vreemde paradox. Ze hoeven op school juist minder te lezen en spellen, terwijl bekend is dat oefenen veel problemen oplost of verkleint. Dyslexie-expert en hoogleraar Kees Vernooy begeleidde in 2006 het Leesverbeterplan op 45 Enschedese basisscholen. Dyslexie en laaggeletterdheid verdwenen onder de 10.000 leerlingen als sneeuw voor de zon. “De scheiding tussen laaggeletterdheid en dyslexie is flinterdun”, zegt Kees Vernooy in dagblad Tubantia.

Vernooy wijst erop dat dyslexieverklaringen vooral voorkomen bij kinderen van hoogopgeleide ouders. Die zijn vaak mondig en dus in staat om zo’n dyslexieverklaring te verkrijgen.” Vernooy heeft het over ‘pseudodyslecten’.

 

 

Verder lezen

Spelling, een ingewikkelde klus

Spelling, een ingewikkelde klus

24 januari 2017 | Reacties (0)

Er is een tijd in het leven van je kind dat spelling heerlijk overzichtelijk lijkt: aan het begin van groep 3, als je kind alleen nog maar klankzuivere woorden leest en schrijft. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Bleef het maar zo eenvoudig!

Het lastige aan de Nederlandse spelling is dat onze taal ongeveer veertig klanken kent, maar het alfabet maar 26 letters heeft. Sommige letters hebben meerdere klanken (denk maar aan de e in bel, Lego en praten) en sommige klanken kun je op verschillende manieren schrijven (met ij/ei, au/ou. g/ch, maar ook geluk en lelijk). En dan komen daar de ingewikkelde regels van de werkwoordspelling met zijn d’s, t’s en dt’s nog bij!

Luisterwoorden, weetwoorden en regelwoorden

Om goed te leren te spellen moet je kind weten welke strategie hij moet toepassen. Schrijf je het woord zoals het klinkt (‘luisterwoorden’) of is het een woord waarvan je domweg moet onthouden hoe je schrijft (‘weetwoorden’). Of is er wellicht een spellingsregel van toepassing (‘regelwoorden’): hond schrijf je met een -d want die hoor je als het woord langer maakt en hij houdt schrijf je met -dt want werkwoorden op -den krijgen in de derde persoon enkelvoud een -t achter de stam. Bij regelwoorden moet je kind eerst uitgoochelen om welke regel het gaat en dan nog wat de uitkomst is. Ga er maar aanstaan!

Het aanleren van de spellingsregels is in groep 5 en 6 dan ook vaste prik. Leerde je kind in groep 4 nog voornamelijk woorden van één lettergreep spellen, nu worden die regels verbreed naar woorden van twee of drie lettergrepen. Ook komen er nieuwe spellingcategorieën aan bod. In groep 6 wordt een begin gemaakt met het aanleren van de werkwoordspelling.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

In groep 5:

  • woorden met -je, -pje, -kje of -etje aan het eind: liedje, filmpje, kettinkje, karretje
  • samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar: broodplank
  • woorden waarbij in het meervoud de f in een v verandert of de s in een z: druif – druiven, kaas – kazen
  • woorden met -elen, -enen of -eren: wandelen, tekenen, hinderen
  • woorden met -lijk of -ig: lelijk, keurig

In groep 6:

  • meervoud op ‘s: taxi’s, piano’s, baby’s
  • woorden met een c: cel, actief
  • woorden op -atie,- itie, -tie: traktatie, politie, vakantie
  • tijdsaanduidingen met ‘s: ‘s morgens
  • hoofdletters bij landen, steden, inwoners: Nederland, Amsterdam, Duitser
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ven en -zen: geven – hij geeft, lezen – jij leest
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -den: houden – ik houd – hij houdt

In groep 7:

  • leenwoorden
  • woorden met ‘s
  • woorden met trema en koppelten
  • werkwoordspelling

In groep 8:

  • woorden met tussen-n
  • werkwoordspelling
  • 4000 woorden kunnen spellen

Veel scholen gebruiken taalmethodes waarbij kinderen op de computer spelling oefenen. Die oefeningen zijn verpakt in een leuke, kleurrijke vormgeving of in een spelletjesvorm. Ook de dictees worden vaak op de computer afgenomen. Het voordeel van deze manier van werken is dat kinderen oefenen op hun eigen niveau: zwakke spellers krijgen een programma met meer oefening dan sterke spellers en woorden die je kind al probleemloos kan spellen hoeven niet eindeloos herhaald te worden; die tijd kan beter worden besteed aan woorden die nog wel problemen geven.

 

Spelling is voor Britt echt een struikelblok. Ze moet thuis extra oefenen. Dat doet ze op de computer via een speciale site van school, maar ze krijgt ook een woordenlijst op papier mee. Britt moet elke dag vijf woorden van de lijst leren. Eerst schrijft ze de woorden twee keer over, daarna lezen wij de woorden voor en moet Britt ze opschrijven. Vijf woorden lijkt niet zo veel, maar het is best pittig, vooral op de dagen dat Britt naar de bso gaat en we allemaal pas laat thuis zijn.

 Ilse, moeder van Britt (9)

 

Dictees in soorten en maten

Een manier om spelling te toetsen, is het ‘dictee’. Er zijn verschillende soorten dictees:

Instapdictee: dictee aan het begin van het schooljaar om vast te stellen wat je kind nog weet van vorig jaar

Signaal- of signaleringsdictee: soort oefendictee om te kijken of je kind de woorden waarmee het momenteel oefent goed genoeg beheerst. Indien nodig gaat je kind hierna extra oefenen.

Controledictee: einddictee om vast te stellen of je kind de woorden nu goed genoeg kent. Scoort je kind onvoldoende, dan is nog meer herhaling nodig.

Parkeerweekdictee: dictee dat controleert of je kind alle tot nu toe behandelde spellingsproblemen beheerst. Het wordt afgenomen in de ‘parkeerweek’, waarin eerder behandelde stof nog eens wordt herhaald.<ek>

Dyslexie of gewoon niet zo goed in spelling?

Van kinderen die moeite hebben met spelling, wordt  al snel gedacht dat ze dyslectisch zijn. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ook kinderen zonder dyslexie kunnen slecht zijn in spelling.

Zwakke spellers hebben vaak moeite met de klank-letterkoppeling. Ze schrijven letterlijk op wat ze horen. Daarnaast willen ze vaak alle woorden die leren onthouden. Dat kan het geheugen gewoon niet goed aan. Door het onthouden van een woord in plaats van een regel lukt het niet om vergelijkbare woorden goed te schrijven

Spellingproblemen zie je vaak wanneer kinderen spontaan schrijven. Regels of bepaalde weetwoorden zijn niet goed genoeg geautomatiseerd. Of ze kennen de regel wel, maar weten niet goed hoe ze hem moeten toepassen.

Zwakke spellers hebben naast extra uitleg ook extra oefening nodig. Als ze elke dag actief met spelling bezig zijn, gaan ze beter spellen. Geef je kind, als je thuis oefent, zo snel mogelijk feedback. Zwakke spellers zijn vaak onzeker en vinden het fijn om te horen of ze woord goed hebben gespeld.

Thuis spelling oefenen

Als je kind moeite heeft met spelling, is het belangrijk om veel te oefenen. Ook thuis kun je dat doet. Het is best lastig om spelling op een speelse manier te oefenen, want het correct kunnen schrijven van woorden en regels toepassen is nu eenmaal niet zo speels van aard. Veel kinderen het leuk om te oefenen met een app. Wil je weten welke app voor jouw kind het meest geschikt is, lees dan ons artikel Populaire apps om spelling te oefenen. Maar wist je dat er ook spellen bestaan om te oefenen met spelling? Die maken van spelling oefenen een gezellige momentje van de dag.

Warrige woorden is zo’n spel. Misschien kent je kind het al, want veel scholen hebben het spel ook in de kast liggen. Er zijn verschilldne uitvoeringen, die aansluiten bij de lesstof van spelling in de diverse groepen van de basisschool. Warrige woorden is een kwartetspel, waarbij je kwartetten verzamelt door het woord goed te spellen. Met een speciale ‘magische kaart’ kun je controleren of je het woord wel goed spelt.

Ook erg leuk: Spellingtoren. Dit is een spelletje met kaarten waarmee je kind oefent in het opsporen van verkeerd gespelde woorden. Dat is handig, want ook bij de Cito-toetsen spelling wordt op deze manier getoetst hoe goed je kind is in spelling. Het spelletje is zelfcontrolerend; je kind kan dus zelf nagaan of hij of zij alles goed heeft gedaan. In dit filmpje zie je hoe dat gaat:

Spellingtoren

Een grote HIT op de N.O.T. 2015 (Nationale Onderwijs Tentoonstelling, Nederland) Maak kennis met het spiksplinternieuwe zusje van DraaiTaal… Spe(e)l je weg naar de top met Spellingtoren! Elk Spellingtoren-spel bevat 8 spellen van 6 kaarten om te leren spellen. Leerlingen zoeken spelfouten, terwijl ze Spellingtorens bouwen.

Ook van Spellingtoren zijn er verschillende versies, die horen bij een bepaalde groep op de basisschool.

Zowel Warrige woorden als Spellingtoren is te koop in de webshop van Heutink, de grootste leverancier van schoolmiddelen in Nederland. Hier kun je overigens ook terecht als je schoolboeken voor thuis wilt kopen om extra te oefenen. Maar ook een ‘golden oldie’ als Loco vind je hier. Loco ken je waarschijnlijk nog wel uit je eigen schooltijd. Het is al sinds jaar en dag een populair educatief product voor zowel school als thuis. Op het gebied van spelling heeft Loco per groep diverse oefensets.

Maxi loco | Spelling | Groep 6 kopen? | Heutink.nl

Maxi loco | Spelling | Groep 6 nodig? Heutink.nl is totaalleverancier op het gebied van educatie & ontwikkeling! ✓ Direct uit voorraad leverbaar

 

 

 

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

14 december 2016 | Reacties (0)

Nadat je kind heeft leren lezen, komt de volgende stap: lezen om te leren. Dat lukt alleen als je kind begrijpt wat hij leest. Begrijpend lezen heet dat en het is een vak waar veel kinderen best wat moeite mee hebben. Met de juiste aandacht en aanpak kun je je kind goed helpen zijn of haar leesbegrip te verbeteren.

Wat is begrijpend lezen?

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen.

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen. (NBB/Foto Klaske)

Eenvoudig gezegd: begrijpend lezen houdt in dat je snapt wat je leest. Dat klinkt logisch en dat is het ook, maar het betekent niet dat begrijpend lezen vanzelf gaat. Zoals beschreven in het artikel Leesbegrip, niet zo makkelijk als het lijkt zijn er drie succespijlers voor leesbegrip: een grote woordenschat, kennis van de wereld en voldoende technische leesvaardigheid (vlot kunnen lezen).

Toch zijn die drie succespijlers nog geen garantie dat je kind geen moeite heeft met begrijpend lezen. Begrijpend lezen vergt inspanning en moeite. Het vereist een bewust, actief en interactief proces vóór, tijdens en na het lezen van een stuk tekst. Geen wonder dat veel kinderen moeite hebben met begrijpend lezen.

Begrijpend lezen, een belangrijke vaardigheid

Begrijpend lezen is een heel belangrijk vak op de basisschool, dat dan ook in de Cito-toetsen uitgebreid wordt getoetst. Leesbegrip is immers een vaardigheid, waar je in het leven vaak mee te maken krijgt. De meeste Nederlandse kinderen hebben echter een hekel aan begrijpend lezen, zo is uit onderzoek gebleken. Dat is jammer, want kinderen die gemotiveerd zijn, gebruiken meer strategieën waardoor vervolgens hun leesprestatie verbetert.

Leesplezier helpt om begrijpend lezen te verbeteren

Leesplezier kun je dus beschouwen als de vierde succespijler onder goed begrijpend lezen. Kinderen die met plezier lezen, zullen meer gaan lezen en gaan er steeds meer van genieten (omdat ze er steeds beter in worden). Kinderen die met tegenzin lezen, bouwen minder leeservaring op en krijgen het steeds moeilijker.

Als je je kind thuis wilt helpen om beter begrijpend te lezen, moet je dus zorgen dat je leuke boeken en tijdschriften in huis hebt. Het is een bekend gegeven dat kinderen die thuis de beschikking hebben over allerlei verschillende leesmaterialen, beter scoren op Cito-toetsen begrijpend lezen.

Welke materialen zijn geschikt om begrijpend lezen te oefenen?

Het korte antwoord is: alle leesmaterialen. Van leesboeken en informatieve boeken tot Donald Duck, van recepten tot reclamefolders. Door veel te oefenen, leren kinderen steeds vloeiender lezen, bouwen ze hun woordenschat uit en leren ze over de wereld om hen heen (de drie succeselementen van begrijpend lezen, weet je nog?).

Het lange antwoord heeft te maken met het eerder genoemde actieve leesproces dat nodig is om teksten goed te kunnen begrijpen. In dit actieve leesproces past je kind bewust verschillende strategieën toe: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen stellen (meer hierover lees je in het artikel De 4 V’s voor beter begrijpend lezen). Op school krijgt je kind deze leesstrategieën aangeleerd, maar als je kind slecht is in begrijpend lezen kan het helpen om hier thuis ook tijd en aandacht aan te besteden.

Als je heel specifiek samen met je kind deze leesstrategieën wilt oefenen, of als je zelf wilt ontdekken hoe daar op school mee wordt omgegaan, kun je terecht op de website Leestrainer.nl. Deze site wordt ook op veel scholen gebruikt als voorbereiding op de Cito-toetsen begrijpend lezen. De site is schools van opzet; waardoor kinderen het niet altijd leuk vinden om hier thuis mee aan de slag te gaan. Hetzelfde geldt voor allerlei oefenboekjes die je op dit gebied kunt kopen.

Samen met een boekje op de bank

Veel leuker is het om gezellig met je kind en een boekje op de bank te kruipen. Door samen met je kind bezig te zijn met de verhaaltjes en de vragen en kom je erachter hoe je kind te werk gaat bij het lezen. Welke leesstrategieën past je zoon of dochter al toe en welke nog niet? Je helpt je kind door samen over de tekst te praten en bijvoorbeeld zelf hardop leesstrategieën toe te passen. “Goh, dit verhaaltje heet ‘zonder zwembroek’ en ik zie een plaatje van een jongen die met blote billen in het zwembad staat. Hij kijkt niet zo blij. Wat zou er gebeurd zijn? Zou zijn zwembroek zijn afgegleden toen hij van de duikplank sprong? Weet je nog dat jij dat op vakantie ook een keer had?”

Samen bezig zijn met een boekje op de bank is bovendien erg gezellig en creëert een fijne, intieme sfeer rond het lezen.

Verder lezen

Reken op de basisschool

Hoe kleuters (echt) leren tellen

24 oktober 2016 | Reacties (0)

Veel kleuters kunnen al een beetje tellen als ze in groep 1 komen. “Eén, twee, drie, veel!” Wat die magische telwoorden precies betekenen, snappen ze meestal nog niet echt. Door op school én thuis veel te oefenen, leert je kleuter gaandeweg écht tellen.

Tellen is de basis van rekenen

Rekenen begint voor kinderen met leren tellen – eieren, potloden, speelgoedautootjes… het maakt niet uit wat, als je ’t maar kunt tellen.

Een van de eerste ervaringen die kinderen hebben met getallen is tellen. Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden (in onderwijsjargon: de telrij), alsof het een opzegversje is. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, beginnen ze het verband te leggen tussen telwoorden en een aantal ‘dingen’.

Hoe leren kinderen tellen en getallen gebruiken

Kinderen leren het principe van tellen door telwoorden te herhalen. In het begin kunnen er nog gaten in hun telrij zitten, of ze verzinnen er zelf een getal bij. Kijk dus niet vreemd op als je kind ‘drie-tien’ zegt in plaats van ‘dertien’.

Het onthouden en opzeggen van de getallen in de telrij (1-2-3) is slechts het begin van leren tellen. Van echt tellen is pas sprake als kleuters daadwerkelijk getalbegrip hebben en dus waarde aan de getallen toekennen. Met andere woorden: ze kunnen het juiste getal koppelen aan een aantal ‘dingen’, bijvoorbeeld ‘3’ voor drie auto’s.

Voor tellen en het ontwikkelen van getalbegrip is veel aandacht in groep 1 en 2. Kleuters gaan volop bezig met het oefenen en experimenten met tellen, groepjes herkennen en groepjes vormen. Ook leren ze cijfers herkennen en benoemen.

Thuis oefenen met tellen

Voor kleuters is tellen een spelletje, dat ze vaak eindeloos kunnen herhalen. Door vragen te stellen bij het tellen, maak je je kleuter ongemerkt bewust van de betekenis van getallen.

  • Samen tellen, bijvoorbeeld hoeveel bomen of lantaarnpalen er staan op de route van huis naar school.
  • Dek samen de tafel. Hoeveel borden zijn er nodig en hoeveel messen en vorken?
  • Hoeveel aardappels liggen er op je bord? En als je er eentje opeet?
  • Vriendjes op bezoek? Laat de kinderen samen snoepjes, pepernoten of paaseitjes verdelen. Ze zullen al snel driftig aan het tellen slaan (en elkaar corrigeren bij een foutje) om te garanderen dat iedereen een eerlijk deel krijgt. Of verdeel ze zelf en maak daarbij opzettelijk foutjes. Het ene kind krijgt vier pepernoten, de ander vijf. Zien ze meteen dat dit niet klopt? Dan kunnen ze dus al heel goed groepjes van vijf herkennen!
  • Neem de lift en laat je kind op de knopjes drukken. Welk cijfer hoort er bij de ‘zesde verdieping’?
  • Tel hoe vaak je samen een bal kunt overgooien voordat iemand de bal laat vallen.
  • Zing telliedjes als Er zaten zeven kikkertjes en Hoedje van papier.
  • Laat je kind proberen hoe ver hij komt met tellen. Ga zelf verder waar je kind het niet meer weet en stimuleer je kind om mee te tellen.
  • Tel zelf hardop, ook al zit je kind aan de andere kant van de kamer te spelen. ‘Even kijken… ik heb nu één, twee, drie, vier , vijf boterhammen gesmeerd.’ Of: ‘Er moeten vier scheppen koffie in: één, twee, drie, vier!’ Ongemerkt pikt je kleuter de telrij op en begint hij te begrijpen waartoe tellen dient.
  • Speel bordspelletjes met een dobbelsteen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die dat veel doen, naar verhouding beter rekenen in groep 3.

Verder lezen