Tag: "oefenen"

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

18 september 2017 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (47) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

 

Lees ook de overige artikelen in dit dossier:

 

Verder lezen

Meisjes leest boek tijdens vakantie

Zomer? Voorkom een vakantiedip!

3 juli 2017 | Reacties (2)

De zomervakantieperiode komt eraan: zes weken lang lekker uitslapen, buitenspelen en niet naar school. Maar ook zes weken waarin het niveau van je kind een flinke terugval kan maken. Dat verschijnsel, bekend als een zomerdip of vakantiedip, krijgt de laatste jaren steeds meer aandacht.

Meisjes leest boek tijdens vakantie

Lezen en rekenen in de vakantie

Iedere juf of meester op de basisschool kent het verschijnsel wel. Kinderen die na de zomervakantie ineens de tafels niet meer kennen, of slechter lezen dan aan het eind van het schooljaar. Het klinkt gek, maar de zomervakantie is een heel belangrijke periode. Want wist je dat niveauverschillen tussen leerlingen voor een groot deel ontstaan in de grote vakantie?

Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die bijvoorbeeld niet lezen tijdens de zomervakantie in niveau gelijk blijven of zelfs achteruit gaan, terwijl kinderen die veel lezen na de vakantie een hoger leesniveau hebben. Hetzelfde verschijnsel doet zich voor bij rekenen. Steeds meer scholen geven ouders dan ook de opdracht mee ervoor te zorgen dat hun kind in de zomervakantie blijft oefenen met rekenen en lezen.

Moet dan nou, leren in de vakantie?

ZomervakantieMoet dat echt, in de vakantie ook nog met leren bezig zijn? Je zult het misschien bezwaarlijk vinden, zeker als je kind tijdens het schooljaar al op zijn tenen moet lopen om het bij te benen. Maar misschien is het nog wel vervelender voor je kind om steeds verder achterop te raken. Dat kan een reden zijn om je kind te stimuleren in de vakantie bezig te blijven met lezen en rekenen. Maar een kind met tegenzin dwingen om te oefenen, werkt alleen maar averechts. Als ouder maak je zelf de afweging, waarbij je goed moet kijken naar de behoeftes je kind. Waarbij energie tanken voor het nieuwe schooljaar natuurlijk een heel belangrijke behoefte is!

Hoogleraar en orthopedagoog Sieneke Goorhuis-Brouwer wees in een opiniestuk in het Parool op dat veel kinderen veel kinderen juist in de lange zomervakantie een flinke ontwikkelingssprong maken. “De hersenen worden op een andere manier gestimuleerd. In de vakantie kunnen kinderen, juist door andere activiteiten dan die van de school, op hun eigen manier het geleerde van de afgelopen schoolperiode verwerken.” Goorhuis wijst erop dat lezen en rekenen nooit helemaal uit beeld zijn. “Een kind dat vertrouwd is gemaakt met lezen en rekenen past de opgedane kennis toe, ook in spel en tijdens uitstapjes.”

Tips om te lezen en rekenen in de vakantie

Leren in de vakantie gaat bijna ongemerkt. Wordt er op school veel gelezen volgens de leesmethode of in verhalende of informatieve boeken, als ouder heb je tijdens de vakantie een veel bredere verzameling leesmateriaal tot je beschikking. Denk aan vakantiefolders, het activiteitenprogramma op de camping, brochures van pretparken en bezienswaardigheden, de menukaart op het terrasje. Zo krijgt een ‘leesoefening’ een echt vakantietintje.

Als je je een beetje openstelt voor de mogelijkheden, kom je onderweg tal van dingen tegen waar je kind ongemerkt wat van opsteekt. Speel woordspelletjes met nummerborden, doe telspelletjes in de auto De plattegrond van de camping is perfect oefenmateriaal om te leren kaartlezen, de autotocht naar Italië is een lesje aardrijkskunde on the road. Ga niet de schoolmeester of -juf uithangen, maar wijs je kind terloops en ontspannen op zaken die hem of haar interesseren.

rekenen met croissantjes zomerdip

Probeer je kind in de vakantie te verlokken om te blijven schrijven en rekenen. Laat je zoon ansichtkaarten schrijven aan zijn vriendjes of een vakantiedagboek bijhouden. Laat je dochter uitrekenen hoe ver het nog is naar de volgende camping als je van de 80 kilometer er 25 hebt afgelegd. En hoeveel croissantjes moeten er gekocht worden in de kampwinkel als ieder gezinslid er twee wil eten? Een spelletje Yahtzee oefent de tafels en optellen, tellen doe je bij een potje badminton op de camping, enzovoort enzovoort!

Doeboeken voor de vakantie

Veel kinderen vinden het geweldig om in de vakantie een doeboek te krijgen. Doeboeken bieden een aantrekkelijk mix van strips, puzzeltjes, moppen en spelletjes. Er zijn tientallen verschillende doeboeken te koop, zodat je er altijd wel een kan vinden die bij je kind in de smaak valt. Neem je kind mee naar de boekwinkel en laat het zelf een leuk doeboek uitzoeken. Er zijn ook speciale vakantieleesboeken op de markt met leuke verhalen en opdrachtjes.

Zomerlezen en Vakantiebieb

vakantiebiebappOok de bibliotheken besteden veel aandacht aan lezen in de zomervakantie. Zo geven sommige bibliotheken een rugzakje met boeken weg aan kinderen in groep 3 in het kader van het project Vakantielezen. Natuurlijk kun je altijd bij de bibliotheek terecht om een leuke stapel vakantielectuur voor je kind bij elkaar te zoeken. Krijg je je kind niet geïnteresseerd in leesboeken? Probeer dan eens of informatieve boeken misschien wel in de smaak vallen. Of leen stripboeken. Het gaat er niet om wát je kind leest, maar dát je kind leest. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen tot 18 jaar.

In de vakantie is ook de app VakantieBieb actief. Daarin kun je gratis e-books downloaden, die je kunt lezen op een tablet of smartphone. Voor jeugd is er een selectie e-books beschikbaar voor de volgende leeftijden: 6-9 jaar, 9-12 jaar en 12-18 jaar. Bij de e-books wordt het avi-niveau vermeld, zodat je makkelijk een geschikt e-book kunt vinden. De Vakantiebieb App is gratis te downloaden via de iTunes App Store en in Google Play Store.

Oefenen met apps

Het aanbod aan leerzame apps is enorm. Vrijwel alle app-ontwikkelaars proberen hun educatieve apps zo vorm te geven, dat ze niet alleen leerzaam zijn, maar ook een hoge fun factor hebben. Download in de vakantie af en toe een nieuw app en je kind zal met veel plezier aan het spelen (= oefenen) gaan. Op zoek naar leuke apps? In de categorie web & app worden geregeld nieuwe eduactieve apps voor kinderen in groep 1 tot en met 8 besproken. Kinderen die na de zomervakantie naar groep 3 gaan, vinden het bijvoorbeeld vaak leuk om al wat spelletjes te spelen waarmee ze kennismaken met leren lezen.

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

18 mei 2017 | Reacties (8)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

aanleren van de juiste pengreep

Ouders vinden leren schrijven nog steeds belangrijk

15 mei 2017 | Reacties (0)

Leren schrijven? Met een pen? Dat is toch achterhaald in deze digitale tijd! Als het gaat om leren schrijven, hoor je dit soort opmerkingen vaak. Toch vinden ouders het tegenwoordig nog steeds belangrijk dan hun kind goed met de hand leert schrijven. Dat blijkt uit een onderzoek van pennenfabrikant Stabilo, die in Duitsland 1700 ouders en ruim 500 kinderen naar hun mening vroeg.

aanleren van de juiste pengreep

De online enquête, uitgevoerd door het Duitse communicatiebureau Rabach Kommunikation in november 2016, wijst uit dat het handschrift geen aflopende zaak is, maar een belangrijke basisvaardigheid in het dagelijks leven. Weliswaar is de digitalisering al jaren niet meer weg te denken, toch schrijft bijna 80% van de 1.187 ondervraagde volwassenen en meer dan 93% van de 536 ondervraagde kinderen in de leeftijd van 6 tot 10 jaar dagelijks meerdere keren met de hand.

Bovendien is een handschrift veel meer dan alleen maar een aaneenschakeling van letters en cijfers. Het biedt de mogelijkheid je persoonlijkheid te tonen of uitdrukking te geven aan je emoties. Bijna 90% van de ondervraagde ouders en kinderen denkt dat aan een handgeschreven tekst meer waarde wordt gehecht. Bovendien is 91% van zowel de ondervraagde ouders als de ondervraagde kinderen het met de stelling eens dat ze baat hebben bij het afvinken en wegstrepen van handgeschreven taken op een to-do-lijst.

Verband tussen schoolprestaties en vloeiend schrijven

Op de vraag wat voor de ondervraagde ouders en kinderen bij het handmatig schrijven het belangrijkste is, staat bij beide groepen het verlangen om pijnloos en zonder verkramping te kunnen schrijven op de eerste plaats. Ook wordt belang gehecht aan het moeiteloos en vloeiend kunnen schrijven en de leesbaarheid van het handschrift. Mooi kunnen schrijven komt voor zowel de ouders als de kinderen op de laatste plaats.

Ook werd de relatie tussen het beheersen van een vloeiend handschrift en de schoolprestaties onderzocht. Ongeveer 90% van de ouders en kinderen zijn ervan overtuigd dat een vloeiend handschrift de schoolprestaties sterk tot zeer sterk beïnvloedt. Wetenschappers en pedagogen beschouwen de elementaire schrijfvaardigheid al langer als een doorslaggevende factor, naast rekenen en lezen.

Aanvullende schrijfoefeningen voor thuis of op school

Oefenboekje leren schrijven StabiloUit onderzoek blijkt dat kinderen die in totaal slechts een uur per week spelenderwijs oefenen met schrijfmotoriek, aantoonbaar sneller en beter leren schrijven.

Om kinderen, ouders en pedagogen bij het leren schrijven te ondersteunen, biedt STABILO Education verschillende oefenboekjes aan waarmee kinderen vanaf 4 jaar spelenderwijs de belangrijkste vaardigheden op het gebied van schrijfmotoriek kunnen oefenen. De kleurrijk geïllustreerde oefenboekjes met de titels ‘Klaar om te leren schrijven’ (groep 1 en 2) en ‘Makkelijker leren schrijven’ (groep 3 en 4) zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en samen met leerkrachten ontwikkeld. De kinderen gaan in de boekjes mee op een spannend avontuur met ‘De 4 Avontuurlijke Vrienden’. Zij helpen de 4 vrienden door het uitvoeren van uitdagende opdrachten en oefenen tegelijkertijd de belangrijkste vaardigheden van de schrijfmotoriek: druk, tempo, vorm en ritme. De oefeningen worden afgewisseld met leuke verhaaltjes en creatieve knutselopdrachten.

De boekjes zijn verkrijgbaar bij Heutink.

 

 

Verder lezen

Op weg naar het verkeersexamen

Op weg naar het verkeersexamen

15 april 2017 | Reacties (0)

In 2011 luidde Veilig Verkeer Nederland de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Het bericht haalde bijna alle kranten en nieuwsuitzendingen. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Gebrek aan vrijwilligers om het verkeersexamen in goede banen te leiden, is een andere bedreiging voor dit oer-Nederlandse fenomeen, dat al sinds 1932 bestaat.

Alle somberheid ten spijt is het verkeersexamen van Veilig Verkeer Nederland op het overgrote deel van de basisscholen vaste prik. In april of mei fietsen leerlingen van groep 7 of 8 met gekleurde hesjes voorzien van een rugnummer door het dorp of de stad om te laten zien dat ze de verkeersregels kennen. Een hele happening, die – als alles goed gaat – wordt afgesloten met het verkeersdiploma.

Verkeersexamen: theorie en praktijk

Het fietsexamen is het tweede deel van het verkeersexamen. Het wordt vooraf gegaan door het theoretisch verkeersexamen. Om je kind goed voor te bereiden op de examens wordt in de klas veel aandacht besteed aan het aanleren van voorrangsregels en de betekenis van verkeersborden. Verkeer is in groep 7 (of 8) een belangrijk vak!

Weetjes

  • Het verkeersexamen wordt op zeventig procent van de deelnemende scholen gedaan in groep 7. De rest doet het in groep 8.
  • Het praktisch verkeersexamen wordt per gemeente georganiseerd; er is geen vaste landelijke datum. Het schriftelijke verkeersexamen (theorie) wordt door scholieren in heel Nederland op dezelfde datum (half april) gemaakt.
  • 95 Procent van de kinderen slaagt voor het schriftelijke examen. Het praktijkexamen wordt nog succesvoller afgelegd: 97 procent van de kinderen slaagt. Van de gezakte kinderen doet zestig procent een jaar later een nieuwe poging.

Bron: VVN

Het theoretisch verkeersexamen

Veilig Verkeer Nederland hanteert de volgende uitgangspunten:

  • Het veilig toepassen van regels staat centraal; de kinderen moeten rekening houden met hun eigen veiligheid en die van andere verkeersdeelnemers.
  • De verkeerseducatie gaat uit van hoe de weg er in de praktijk uitziet en hoe daar veilig te handelen, ongeacht of de wegconstructies aan de wettelijke eisen voldoen.
  • Het uitgangspunt van verkeerseducatie is altijd de situatie zoals kinderen die in de praktijk tegenkomen. Ook bijvoorbeeld buitenspelen op straat is daar onderdeel van, ook al is dat formeel verboden. In het lesmateriaal wordt besproken hoe kinderen zich in alledaagse verkeerssituaties moeten gedragen. In het schriftelijk verkeersexamen wordt dat getoetst.
  • Kinderen wordt geleerd rekening te houden met fouten en vergissingen van anderen. Dat speelt vooral bij voorrang verlenen en voor laten gaan. Kinderen wordt geleerd altijd bedacht te zijn op andere weggebruikers die zich niet aan de regels houden.

Gezakt? De dag na het schriftelijk Verkeersexamen staat er op de website een herexamen voor leerlingen die in eerste instantie zijn gezakt voor het schriftelijk verkeersexamen. Kinderen die het theorie-examen niet halen, mogen in principe wel meedoen aan het praktijkexamen, al zijn er scholen die daarvan afwijken.

Oefenen voor het verkeersexamen

Omdat steeds meer basisschoolleerlingen zakten voor het praktisch verkeersexamen (het fietsexamen), heeft Veilig Verkeer Nederland een paar jaar geleden de Verkeersexamenapp uitgebracht, een gratis app waarmee kinderen kunnen oefenen.

Met de app kunnen kinderen zich op verschillende manieren voorbereiden. Er wordt begonnen met het oefenen van theorievragen. Als het theoriegedeelte gehaald is, kan je kind checken of zijn of haar fiets geschikt geschikt is om het examen mee af te leggen. Ook is het mogelijk om routes te kiezen en voor te bereiden, zoals de route naar school of de route van het praktische verkeersexamen. Het is de bedoeling dat de routes daarna ook echt gefietst worden. De app bevat specifieke tips voor ouders zodat zij hun kinderen beter kunnen coachen in het verkeersexamen. Dat kan handig zijn, zeker als je zelf vooral in de auto rijdt. Als automobilist kijk je vaak anders tegen verkeerssituaties aan dan als fietser.

Veel fietsen is natuurlijk beter

De app heeft een frisse vormgeving, die goed is afgestemd op de doelgroep. Ook de informatie is helder en to-the-point en de app is makkelijk te begrijpen. De app op zich is prima dus. Toch is het wat merkwaardig om een app te gebruiken ter voorbereiding op het praktisch verkeersexamen. Want waarom zou je niet gewoon gaan fietsen met je kind? Voor kinderen die regelmatig zelf fietsen, is het praktisch verkeersexamen nooit een struikelblok en is de route naar school al jarenlang gesneden koek.

De app lijkt dan ook vooral bedoeld voor ‘achterbankkinderen’, kinderen die zelden of nooit fietsen. Drie jaar geleden luidde Veilig Verkeer Nederland al de noodklok: steeds meer kinderen van elf en twaalf jaar kunnen niet goed fietsen, doordat ze altijd met de auto worden vervoerd. Omdat de leerlingen niet goed genoeg kunnen fietsen of zelfs helemaal geen fiets hebben, zien scholen soms af van deelname aan het (praktisch) verkeersexamen. Voor kinderen die wel regelmatig fietsen is de app gewoon een leuke manier om nog wat extra te oefenen.

En dan… het fietsexamen

Het praktisch verkeersexamen, de dag waarop je kind al fietsend gaat laten zien hoe goed hij of zij zich redt in het verkeer, is natuurlijk het spannendste onderdeel van het verkeersexamen. Dit examen wordt georganiseerd door vrijwilligrs van de plaatselijke afdeling van VVN, waarbij doorgaans ook de hulp van ouders nodig is. Je kind mag alleen meedoen aan het fietsexamens als zijn fiets in orde is. Alle fietsen worden vooraf gekeurd. Controleer de fiets van je kind dus tijdig. Pomp de banden stevig op, monteer de bel weer die je zoon van zijn stuur heeft gesloopt, controleer of het stuur en het zadel van je dochter goed vastzitten, ga na of de remmen het goed doen en of de fiets voldoende reflectoren heeft.

De meeste scholen maken enkele weken voor het praktijkexamen de te fietsen route bekend. Het is verstandig om de route, die meestal door de eigen wijk voert, een aantal keren samen te fietsen om lastige situaties te oefenen. Tijdens het examen is de route gemarkeerd met pijlen. Ook staan er overal controleposten, aan wie je kind mag vragen welke kant hij op moet fietsen.

De uitslag van het verkeersexamen volgt meestal na één of enkele weken. Heeft je kind het verkeersdiploma op zak, dan weet je dat je zoon of dochter zich goed kan redden in alledaagse verkeerssituaties in een min of meer vertrouwde omgeving. Dat geldt niet voor nieuwe of ingewikkelde verkeersituaties. Die kunnen kinderen op deze leeftijd meestal nog niet snel genoeg beoordelen. Daarvoor hebben ze nog niet voldoende verkeerservaring.

Verder lezen

dt uitleggen

Werkwoordspelling valt écht te leren

30 maart 2017 | Reacties (0)

Werkwoordspelling is voor veel kinderen het lastigste spellingonderdeel om te leren. Het is in elk geval het belangrijkste. In iedere zin staat immers een werkwoord! In groep 6 leert je kind de eerste beginselen van werkwoordspelling, in groep 7 en 8 wordt net zo lang geoefend tot de fijne kneepjes ook onder de knie zijn.

Het is althans de bedóeling dat alle leerlingen aan het eind van de basisschool de werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen. Daarom is het ook een vast onderdeel in de verplichte eindtoets in groep 8. In de praktijk echter blijft werkwoordspelling voor veel kinderen (én volwassenen) een struikelblok: is het nou met een d, een t of toch dt…? Schrijf je -dde of -tte…?

Toch valt het allemaal best te leren. Het is een zaak van de regels kennen en weten hoe je die moet toepassen. De regels zijn niet zo moeilijk, maar het juist toepassen wel. Dat laatste is vooral een kwestie van oefenen. Als je kind moeite heeft met werkwoordspelling, is het een goed idee om thuis ook wat te oefenen. Doe dat niet te lang achter elkaar, maximaal een kwartiertje per dag, en doe vooral zelf ook mee als jouw d’s en t’s wel een opfrisbeurtje kunnen gebruiken.

Stam +t en ’t ex-kofschip

De werkwoordspelling kent slechts twee hoofdregels. De regel van stam +t (groep 6) en de regel van ’t ex-kofschip (of ’t sexy fokschaap, zo je wilt) (groep 7 en 8).  En dan moet je ook nog eens het verschil weten tussen de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Uiteraard worden deze regels op school uitgebreid behandeld en herhaald en misschien kun je ze zelf ook nog wel uit je geheugen opdiepen om aan je kind uit te leggen.

Als je even niet meer weet hoe het precies zit, dan bieden onderstaande educatieve clipjes van Het Klokhuis en de NTR een uitkomst. Ze zijn kort, grappig en je vergeet de uitleg nooit meer.

Snapje? ft. De Staat – D en dt | Het Klokhuis

Wanneer schrijf je een werkwoord met een d, en wanneer met dt? muziek: De Staat // tekst: Jan Beuving // video: Mascha Halberstad en Sverre Fredriksen Meer Snapjes èn alle songteksten op: http://schooltv.nl/programma/snapje/

 

Wat is ’t kofschip?

Is het ‘geschilderd’ of ‘geschildert’? Met ’t kofschip kun je heel makkelijk checken of een werkwoord in de verleden tijd een ‘d’ of een ‘t’ krijgt.

 

Hoe kun je werkwoordspelling oefenen?

Heeft je kind de regels eenmaal door, dan zal hij of zij met wat oefenen goed leren spellen. Gelukkig is er tegenwoordig leuk oefenmateriaal waar kinderen zowel op school als thuis mee aan de slag kunnen.

Er zijn tal van apps en websites, maar ook een spel als Warrige woorden is heel leuk om de werkwoordspelling met te oefenen. Dit is een kwartetspel waarmee je de spelling van werkwoordsvormen (d, t, of dt in de o.v.t.) kunt oefenen. Met behulp van een ‘magische envelop’ kun je zelf controleren of je een woord goed hebt gespeld.

 

Non scholae, sed vitae discimus

Of je met je kind gaat oefenen en op welke manier, is iets wat je als ouder zelf zult moeten beslissen. Sommige kinderen hebben genoeg aan het intensieve oefenen van werkwoordspelling in groep 6, 7 en 8. Andere kunnen best wat extra oefening gebruiken. Als je advies wilt, overleg dan vooral ook even met de leerkracht.

Schrijven zonder d/t-fouten is een waardevolle vaardigheid. Niet eens zo zeer voor een goed rapport of een mooie Cito-score, maar vooral ook voor de rest van het leven. Non scholae, sed vitae discimus, zei de Romeinse wijsgeer Seneca: niet voor de school, maar voor het leven leren wij. Iedereen die wel eens twijfelt over een -d of -t in een e-mailtje of sollicitatiebrief begrijpt hoe zeer die uitspraak van toepassing is op werkwoordspelling.

 

Verder lezen

Realistisch rekenen heeft voor- en nadelen

Realistisch rekenen heeft voor- en nadelen

3 maart 2017 | Reacties (0)

Eindeloze rijen sommetjes in een schriftje. Met de hele klas opdreunen: 1 +1 = 2, 1 + 2 = 3, enzovoort. Zo leerden kinderen vroeger rekenen. Tegenwoordig gaat het er heel anders aan toe. De rekenoefeningen waarmee je kind aan de slag gaat, zijn het resultaat van het zogeheten realistisch rekenen dat in de jaren tachtig in zwang raakte.

Rekenen sluit aan bij het dagelijks leven

Drie manieren om de som ’95-37= ‘ uit te rekenen. Voorbeeld uit de rekenmethode ‘Wereld in getallen’.

De nadruk op mechanisch cijferen, met kale sommen zonder context, verdween en heeft maakt plaats gemaakt voor rekenlessen waarin rekeninzicht op de voorgrond staat. De kinderen oefenen met rekenbewerkingen die passen bij hun leeftijd en hun dagelijks leven. Stoeptegels tellen op het schoolplein, meten hoe lang hun tafeltje is, of knikkers verdelen in groepjes.

Een mooi voorbeeld is ook het gebruik van de woorden ‘erbij’ en ‘eraf’ in groep 3, in plaats van ‘plus’ en ‘min’: alledaagse woorden in plaats van rekenwoorden. Sommige ouders kijken vreemd aan tegen deze termen. ‘Hoezo erbij? Dat noem je toch gewoon plus?’ Realiseer je dat dit soort opmerkingen behoorlijk verwarrend kunnen zijn voor je kind, zeker als het rekenen moeilijk vindt.

Bussommen

Probeer voor de aardigheid eens een rekenboek van je kind in te kijken. Je ziet dan in een oogopslag hoe het rekenonderwijs er tegenwoordig aan toegaat. Een leuk voorbeeld zijn de bussommen in groep 3. De bus is een hulpmiddel voor sommen tot en met twintig.

Het is een concreet voorbeeld van een situatie waar sprake is van ‘erbij’ en ‘eraf’: er zitten drie mensen in de bus, bij de halte stapt er eentje uit, hoeveel mensen zitten er nu in de bus? Bij bussommen wordt ook echt een plaatje van een bus gebruikt. Gedurende groep 3 wordt de som steeds abstracter verbeeld tot een som met de gewone rekensymbolen aan het eind van het schooljaar.

Thuis realistisch rekenen

Het leuke van de realistische benadering van het rekenonderwijsis dat alledaagse dingen perfect aansluiten bij hoe je kind leert op school. Als je samen een cake bakt, oefent je kind met wegen. Geef je zakgeld, dan leert je kind geld tellen. Speel je een bordspel met twee dobbelstenen, dan oefent je kind optellen tot 12. En zeg je dat je kind tot half vijf moet wachten voordat de tv aan mag, dan wordt het ineens heel belangrijk om te kunnen klokkijken!

Realistisch rekenen is een typisch Nederlands fenomeen. In het buitenland werken ze vrijwel nooit met deze methode.

 Comeback van het traditionele rekenen

Sinds de jaren tachtig zijn bijna alle scholen in Nederland overgestapt op het realistisch rekenen. Met brede instemming van leerkrachten en ouders, overigens. In een enquête van bureau Inter/View in de jaren tachtig gaven de ondervraagde ouders aan rekenen toegepast in het dagelijks leven en hoofdrekenen belangrijker te vinden dan cijferen, kale sommen maken op papier.

Een jaar of tien gelegden kwam er echter ook kritiek op het realistisch rekenen. Leerkrachten merkten in de klas dat het realistisch rekenonderwijs voor de ‘betere rekenaars’ een fijne methode is. Deze kinderen kunnen hun intelligentie combineren met inzicht en creativiteit. De ‘zwakke rekenaars’ daarentegen raken soms verward door de aanbieding van meerdere strategieën voor één soort opgave.

’Kinderen kunnen niet meer rekenen’

Een van de grootste criticasters van het realistisch rekenonderwijs is Jan van de Craats, hoogleraar wiskunde en maatschappij aan de Universiteit van Amsterdam. In 2007 schreef hij een zwartboek over het rekenonderwijs waarin hij stelde dat kinderen ‘niet meer kunnen rekenen’ omdat het realistisch rekenonderwijs volgens hem mank gaat op een aantal vooronderstellingen die niet kloppen.

Zo gaat inzicht volgens hem niet aan rekenvaardigheid vooraf, maar is het eerder andersom: juist tijdens het oefenen ontstaat geleidelijk het begrip. Van de Craats hekelt ook het aanbieden van meerdere oplossingsstrategieën. Liever voor elk type rekenbewerking één beproefd, eenvoudig en altijd werkend rekenrecept dan een ratjetoe aan handigheidjes, foefjes, trucs en hap-snapmethodes, betoogt hij.

’Kinderen zijn beter gaan rekenen’

Heeft hij gelijk? Volgens Marja van den Heuvel-Panhuizen, hoogleraar wiskundedidactiek aan de Universiteit van Utrecht, niet. Zij is verbonden aan het Freudenthal Instituut, dat aan de wieg stond van het realistisch rekenonderwijs. In haar oratie weersprak ze de kritiek van Van de Craats. Het realistisch rekenonderwijs heeft er volgens haar toe bijgedragen dat kinderen de afgelopen decennia veel beter zijn geworden in schattend rekenen, hoofdrekenen en rekenen met procenten. Ook hebben ze een beter getalinzicht. Dat dit soms ten koste gaat van het vermogen om op papier kale sommen te becijferen is volgens haar logisch. Er is immers bewust voor gekozen om sommen in de context van verhaaltjes en alledaagse situaties aan te bieden.

Herwaardering van ouderwets rekenen

De discussie over de voor- en nadelen van realistisch rekenen heeft geleid tot een voorzichtige herwaardering van het ouderwetse rekenen. Zo zijn er nieuwe rekenmethodes verschenen (Reken Zeker en Wizwijs) die elk op hun eigen manier en vanuit een eigen visie weer meer oog hebben voor de klassieke manier van rekenen. Uit onderzoeksgegevens van Cito blijkt dat de ouderwetse manier van rekenen de laatste jaren terrein heeft teruggewonnen, vooral in de hoogste groepen van de basisschool.

 

Verder lezen

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn superleuk. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders hebben het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het informatieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders. Hierin lees je in heldere taal wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen