Tag: "oefenen"

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kleuters vinden speelgoed, oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen geweldig. Als jouw kind graag met letters bezig is, is zo spelenderwijs met leren lezen bezig zijn natuulijk prima. Maar vindt jouw kind er niets aan, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

Gratis gids voor ouders over de eindtoets

15 februari 2017 | Reacties (0)

Zit je kind in groep 8? Dan maakt je zoon of dochter dit voorjaar de verplichte eindtoets. Speciaal voor ouders heeft Thuisinonderwijs.nl het informatieve boekje Alles over de eindtoets samengesteld , dat antwoord geeft op al je vragen. Het boekje is gratis te lezen en downloaden.

Wat houdt de eindtoets in groep 8 in?

De verplichte eindtoets wordt afgenomen tussen half april en half mei. Er zijn zes officiële eindtoetsen die de school mag gebruiken. Op de meeste scholen worden de Centrale Eindtoets (Cito-toets) afgenomen, maar steeds meer scholen kiezen voor een van de andere toetsen.

Veel ouders weten niet precies wat ze zich moeten voorstellen bij de verplichte eindtoets en zitten vol vragen. Hoe gaat zo’n eindtoets in zijn werk? Wat voor soort vragen worden er gesteld? Wat zijn de verschillen tussen de zes toetsen. Waarom is de ene toets ‘adaptief’ en de ander niet en hoe werkt zo’n ‘adaptieve toets’ eigenlijk? Wanneer komt de uitslag en wat vertelt die je precies? Hoe vergelijk je de Cito-score met de scores van Route8 , IEP of de andere eindtoetsen? Heeft de uitslag gevolgen voor het schooladvies? En heeft het zin om nog wat te oefenen voor de eindtoets?

Informatief boekje voor ouders

Het antwoord op al die vragen vind je in het inforamtieve e-boek Alles over de eindtoets. Handige gids voor ouders dat Thuisinonderwijs.nl heeft opgesteld. Daarin wordt in heldere taal verteld wat de verschillen zijn tussen de zes eindtoetsen, zowel inhoudelijk als wat betreft de manier van afnemen. Je kunt precies vinden wanneer de uitslag komt, hoe de scores worden gepresenteerd en hoe je die moet interpreteren. En er wordt uitgelegd hoe er wordt omgegaan met kinderen die bijvoorbeeld dyslectisch of kleurenblind zijn. Natuurlijk krijg je ook tips over hoe je kind zich het beste kan voorbereiden op de eindtoets en wat je als ouder kunt doen.

 

Lees of download Alles over de eindtoets

Alles over de eindtoets – Thuis in onderwijs

Handige gids voor ouders groep 8. Een uitgave van Thuisinonderwijs.nl.

Verder lezen

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

Dyslexie, bestaat dat nou wel of niet?

13 februari 2017 | Reacties (0)

Steeds meer kinderen in Nederland krijgen de diagnose dyslexie. Het gaat tegenwoordig om zo’n 15 procent van de kinderen. Al langer rijst de vraag hoe terecht die diagnose is. Een aantal hoogleraren heeft daar een schepje bovenop gedaan door in het AD te stellen dat de leesproblemen van veel kinderen het gevolg zijn van slecht onderwijs.

Hoogleraar Anna Bosman (Radboud Universiteit Nijmegen) doet al sinds 2007 onderzoek naar dyslexie. Ze wijt de dyslexie-epidemie aan één oorzaak: “Er wordt gewoon te weinig geoefend”, zegt ze. “Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Wat is dyslexie?

Dyslexie betekent letterlijk ‘niet kunnen lezen’. Dyslexie is een leerstoornis die ervoor zorgt dat je kind hardnekkige problemen heeft met lezen, spellen en ook schrijven. Ook het snel kunnen verwerken van informatie en bijvoorbeeld de tafels leren of iets opzoeken in een woordenboek kunnen moeizaam gaan.

Voordat gesproken wordt over dyslexie, wordt eerst nagegaan of er geen andere oorzaken zijn die de leesproblemen van je kind kunnen verklaren. Dyslexie kan alleen door een orthopedagoog of een psycholoog worden vastgesteld.

Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyslexieverklaring’. Kinderen met zo’n verklaring krijgen meer faciliteiten. Ze mogen bijvoorbeeld langer over proefwerken of toetsen doen en krijgen opgaven in een groter lettertype. Ook zijn er (ict-)hulpmiddelen die kinderen met dyslexie kunnen helpen.

Bij dyslexie sprake is van een erfelijke factor. Als jij dyslexie hebt, of je partner, is de kans veertig tot vijftig procent dat jullie kind ook dyslectisch is. Zijn jullie beiden dyslectisch, dan is de kans zelf tachtig procent.

Kinderen met ernstige enkelvoudie dyslexie kunnen een dyslexiebehandelinge volgen: ze gaan dan 1,5 jaar lang 5 keer per week oefenen. Dat is intensief, maar ze boeken wel vooruitgang.

Zorgelijk stijging

Op grond van onderzoek hebben wetenschappers vastgesteld dat in Nederland bij 3,6 procent van de kinderen sprake is van ‘ernstige enkelvoudige dyslexie’. Volgens internationaal onderzoek is een dyslexiepercentage van rond de 10 normaal.

In 2011 kreeg nog zo’n 10 procent van de leerlingen een dyslexieverklaring, in 2015 was dat al bijna 15 procent. Het aantal kinderen dat de eindtoets in groep 8 doet met een dyslexieverklaring wordt steeds hoger. Eind vorig jaar gaven minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker al aan die ontwikkeling zorgelijk te vinden. Ze houden er rekening mee dat sommige leerlingen ten onrechte het etiket dyslexie hebben gekregen.

Daar lijkt de recente stellingname van de hoogleraren hen gelijk in te geven. Volgens Anna Bosman wordt de oorzaak bijna altijd bij het kind gezocht als er leerproblemen zijn. “We vergeten te checken of er wel goed onderwijs is gegeven.” Uit haar studies blijkt dat met wetenschappelijk onderbouwde methodes kinderen met sprongen vooruitgaan. “Ik vraag me zelfs af of dyslexie wel bestaat”, zegt ze in het AD.

Zo ver wil haar collega-hoogleraar Ben Maassen, ook een autoriteit op het gebied van dyslexie, niet gaan. Volgens bestaat erfelijke dyslexie wel degelijk, maar dat heeft maar minder dan 5 procent van de kinderen.

Niet minder lezen, maar juist méér

Er bij kinderen met een dyslexieverklaring sprake van een vreemde paradox. Ze hoeven op school juist minder te lezen en spellen, terwijl bekend is dat oefenen veel problemen oplost of verkleint. Dyslexie-expert en hoogleraar Kees Vernooy begeleidde in 2006 het Leesverbeterplan op 45 Enschedese basisscholen. Dyslexie en laaggeletterdheid verdwenen onder de 10.000 leerlingen als sneeuw voor de zon. “De scheiding tussen laaggeletterdheid en dyslexie is flinterdun”, zegt Kees Vernooy in dagblad Tubantia.

Vernooy wijst erop dat dyslexieverklaringen vooral voorkomen bij kinderen van hoogopgeleide ouders. Die zijn vaak mondig en dus in staat om zo’n dyslexieverklaring te verkrijgen.” Vernooy heeft het over ‘pseudodyslecten’.

 

 

Verder lezen

Spelling, een ingewikkelde klus

Spelling, een ingewikkelde klus

24 januari 2017 | Reacties (0)

Er is een tijd in het leven van je kind dat spelling heerlijk overzichtelijk lijkt: aan het begin van groep 3, als je kind alleen nog maar klankzuivere woorden leest en schrijft. Het klinkt zoals het er staat en je schrijft het zoals het klinkt. Bleef het maar zo eenvoudig!

Het lastige aan de Nederlandse spelling is dat onze taal ongeveer veertig klanken kent, maar het alfabet maar 26 letters heeft. Sommige letters hebben meerdere klanken (denk maar aan de e in bel, Lego en praten) en sommige klanken kun je op verschillende manieren schrijven (met ij/ei, au/ou. g/ch, maar ook geluk en lelijk). En dan komen daar de ingewikkelde regels van de werkwoordspelling met zijn d’s, t’s en dt’s nog bij!

Luisterwoorden, weetwoorden en regelwoorden

Om goed te leren te spellen moet je kind weten welke strategie hij moet toepassen. Schrijf je het woord zoals het klinkt (‘luisterwoorden’) of is het een woord waarvan je domweg moet onthouden hoe je schrijft (‘weetwoorden’). Of is er wellicht een spellingsregel van toepassing (‘regelwoorden’): hond schrijf je met een -d want die hoor je als het woord langer maakt en hij houdt schrijf je met -dt want werkwoorden op -den krijgen in de derde persoon enkelvoud een -t achter de stam. Bij regelwoorden moet je kind eerst uitgoochelen om welke regel het gaat en dan nog wat de uitkomst is. Ga er maar aanstaan!

Het aanleren van de spellingsregels is in groep 5 en 6 dan ook vaste prik. Leerde je kind in groep 4 nog voornamelijk woorden van één lettergreep spellen, nu worden die regels verbreed naar woorden van twee of drie lettergrepen. Ook komen er nieuwe spellingcategorieën aan bod. In groep 6 wordt een begin gemaakt met het aanleren van de werkwoordspelling.

Spelling: wat leert je kind in welke groep?

In groep 5:

  • woorden met -je, -pje, -kje of -etje aan het eind: liedje, filmpje, kettinkje, karretje
  • samengestelde woorden met twee medeklinkers na elkaar: broodplank
  • woorden waarbij in het meervoud de f in een v verandert of de s in een z: druif – druiven, kaas – kazen
  • woorden met -elen, -enen of -eren: wandelen, tekenen, hinderen
  • woorden met -lijk of -ig: lelijk, keurig

In groep 6:

  • meervoud op ‘s: taxi’s, piano’s, baby’s
  • woorden met een c: cel, actief
  • woorden op -atie,- itie, -tie: traktatie, politie, vakantie
  • tijdsaanduidingen met ‘s: ‘s morgens
  • hoofdletters bij landen, steden, inwoners: Nederland, Amsterdam, Duitser
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -ven en -zen: geven – hij geeft, lezen – jij leest
  • tegenwoordige tijd van werkwoorden op -den: houden – ik houd – hij houdt

In groep 7:

  • leenwoorden
  • woorden met ‘s
  • woorden met trema en koppelten
  • werkwoordspelling

In groep 8:

  • woorden met tussen-n
  • werkwoordspelling
  • 4000 woorden kunnen spellen

Veel scholen gebruiken taalmethodes waarbij kinderen op de computer spelling oefenen. Die oefeningen zijn verpakt in een leuke, kleurrijke vormgeving of in een spelletjesvorm. Ook de dictees worden vaak op de computer afgenomen. Het voordeel van deze manier van werken is dat kinderen oefenen op hun eigen niveau: zwakke spellers krijgen een programma met meer oefening dan sterke spellers en woorden die je kind al probleemloos kan spellen hoeven niet eindeloos herhaald te worden; die tijd kan beter worden besteed aan woorden die nog wel problemen geven.

 

Spelling is voor Britt echt een struikelblok. Ze moet thuis extra oefenen. Dat doet ze op de computer via een speciale site van school, maar ze krijgt ook een woordenlijst op papier mee. Britt moet elke dag vijf woorden van de lijst leren. Eerst schrijft ze de woorden twee keer over, daarna lezen wij de woorden voor en moet Britt ze opschrijven. Vijf woorden lijkt niet zo veel, maar het is best pittig, vooral op de dagen dat Britt naar de bso gaat en we allemaal pas laat thuis zijn.

 Ilse, moeder van Britt (9)

 

Dictees in soorten en maten

Een manier om spelling te toetsen, is het ‘dictee’. Er zijn verschillende soorten dictees:

Instapdictee: dictee aan het begin van het schooljaar om vast te stellen wat je kind nog weet van vorig jaar

Signaal- of signaleringsdictee: soort oefendictee om te kijken of je kind de woorden waarmee het momenteel oefent goed genoeg beheerst. Indien nodig gaat je kind hierna extra oefenen.

Controledictee: einddictee om vast te stellen of je kind de woorden nu goed genoeg kent. Scoort je kind onvoldoende, dan is nog meer herhaling nodig.

Parkeerweekdictee: dictee dat controleert of je kind alle tot nu toe behandelde spellingsproblemen beheerst. Het wordt afgenomen in de ‘parkeerweek’, waarin eerder behandelde stof nog eens wordt herhaald.<ek>

Dyslexie of gewoon niet zo goed in spelling?

Van kinderen die moeite hebben met spelling, wordt  al snel gedacht dat ze dyslectisch zijn. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ook kinderen zonder dyslexie kunnen slecht zijn in spelling.

Zwakke spellers hebben vaak moeite met de klank-letterkoppeling. Ze schrijven letterlijk op wat ze horen. Daarnaast willen ze vaak alle woorden die leren onthouden. Dat kan het geheugen gewoon niet goed aan. Door het onthouden van een woord in plaats van een regel lukt het niet om vergelijkbare woorden goed te schrijven

Spellingproblemen zie je vaak wanneer kinderen spontaan schrijven. Regels of bepaalde weetwoorden zijn niet goed genoeg geautomatiseerd. Of ze kennen de regel wel, maar weten niet goed hoe ze hem moeten toepassen.

Zwakke spellers hebben naast extra uitleg ook extra oefening nodig. Als ze elke dag actief met spelling bezig zijn, gaan ze beter spellen. Geef je kind, als je thuis oefent, zo snel mogelijk feedback. Zwakke spellers zijn vaak onzeker en vinden het fijn om te horen of ze woord goed hebben gespeld.

Thuis spelling oefenen

Als je kind moeite heeft met spelling, is het belangrijk om veel te oefenen. Ook thuis kun je dat doet. Het is best lastig om spelling op een speelse manier te oefenen, want het correct kunnen schrijven van woorden en regels toepassen is nu eenmaal niet zo speels van aard. Veel kinderen het leuk om te oefenen met een app. Wil je weten welke app voor jouw kind het meest geschikt is, lees dan ons artikel Populaire apps om spelling te oefenen. Maar wist je dat er ook spellen bestaan om te oefenen met spelling? Die maken van spelling oefenen een gezellige momentje van de dag.

Warrige woorden is zo’n spel. Misschien kent je kind het al, want veel scholen hebben het spel ook in de kast liggen. Er zijn verschilldne uitvoeringen, die aansluiten bij de lesstof van spelling in de diverse groepen van de basisschool. Warrige woorden is een kwartetspel, waarbij je kwartetten verzamelt door het woord goed te spellen. Met een speciale ‘magische kaart’ kun je controleren of je het woord wel goed spelt.

Ook erg leuk: Spellingtoren. Dit is een spelletje met kaarten waarmee je kind oefent in het opsporen van verkeerd gespelde woorden. Dat is handig, want ook bij de Cito-toetsen spelling wordt op deze manier getoetst hoe goed je kind is in spelling. Het spelletje is zelfcontrolerend; je kind kan dus zelf nagaan of hij of zij alles goed heeft gedaan. In dit filmpje zie je hoe dat gaat:

Spellingtoren

Een grote HIT op de N.O.T. 2015 (Nationale Onderwijs Tentoonstelling, Nederland) Maak kennis met het spiksplinternieuwe zusje van DraaiTaal… Spe(e)l je weg naar de top met Spellingtoren! Elk Spellingtoren-spel bevat 8 spellen van 6 kaarten om te leren spellen. Leerlingen zoeken spelfouten, terwijl ze Spellingtorens bouwen.

Ook van Spellingtoren zijn er verschillende versies, die horen bij een bepaalde groep op de basisschool.

Zowel Warrige woorden als Spellingtoren is te koop in de webshop van Heutink, de grootste leverancier van schoolmiddelen in Nederland. Hier kun je overigens ook terecht als je schoolboeken voor thuis wilt kopen om extra te oefenen. Maar ook een ‘golden oldie’ als Loco vind je hier. Loco ken je waarschijnlijk nog wel uit je eigen schooltijd. Het is al sinds jaar en dag een populair educatief product voor zowel school als thuis. Op het gebied van spelling heeft Loco per groep diverse oefensets.

Maxi loco | Spelling | Groep 6 kopen? | Heutink.nl

Maxi loco | Spelling | Groep 6 nodig? Heutink.nl is totaalleverancier op het gebied van educatie & ontwikkeling! ✓ Direct uit voorraad leverbaar

 

 

 

Verder lezen

Woordjes lezen in de drieminutentoets

Woordjes lezen in de drieminutentoets

9 januari 2017 | Reacties (7)

Vaste prik op het programma van de Cito-toetsen is – vanaf groep 3 – de ‘drieminutentoets’ (DMT). De drieminutentoets meet hoe nauwkeurig en hoe snel je kind kan lezen door vast te stellen hoeveel losse woorden je kind in drie minuten tijd kan lezen. Maar hoe gaat de DMT nu precies in zijn werk?

Zo veel mogelijk woordjes lezen

De drieminutentoets wordt bij ieder kind individueel afgenomen door de leerkracht, de onderwijsassistent of de intern begeleider. Samen zoeken ze een rustig plekje op voor de test. Dat kan op de gang zijn of in een aparte kamer, maar soms wordt de toets ook gewoon in de klas afgenomen terwijl de andere kinderen bezig zijn met zelfstandig werken. Dat laatste lijkt misschien een wat onrustige setting, maar de ervaring leert dat sommige kinderen het in de klas juist beter doen dan in een aparte ruimte. Misschien komt dat omdat het dan minder officieel lijkt en daardoor minder spannend is.

De leerling krijgt een kaart waarop vijf of vier rijen van dertig losse woorden staan. Het kind moet proberen om in één minuut zo veel mogelijk van die woorden hardop te lezen. De woorden moeten per rij, van boven naar beneden, worden gelezen. Tijdens het lezen noteert de leerkracht op een scoreformulier welke woorden fout gelezen worden. Als de tijd om is, wordt gekeken hoeveel woorden je kind heeft gelezen. Fout gelezen woorden worden van de score afgetrokken. Een verkeerde klemtoon geldt niet als een fout, maar andere uitspraakfouten wel. Woorden die klank voor klank worden gelezen (s-a-p [of beter sss-ah-puh] in plaats van sap) worden foutgerekend, behalve als daarna het woord alsnog helemaal wordt uitgesproken. Als je kind tijdens het lezen uit zichzelf een fout verbetert, wordt dit woord ook goed gerekend.

Drie leeskaarten – steeds een beetje moeilijker

Per drieminutentoets kan je kind drie verschillende kaarten te lezen krijgen, waarvoor steeds één minuut leestijd is. Eigenlijk zou drie-keer-één-minuut-toets dus een betere naam zijn voor de DMT! De leeskaarten worden steeds een beetje moelijker. Het niveau van de drie kaarten is als volgt:

  • Leeskaart 1: vijf rijen van dertig ´klankzuivere´ woorden van één lettergreep. Het gaar hier om woorden die bestaan uit klinker-medeklinker (KM, bijvoorbeeld: as en oom); medeklinker-klinker (MK: fee, bui) en medeklinker-klinker-medeklinker (MKM: vak, wit). Klankzuiver betekent dat het woord wordt geschreven zoals je het uitspreekt.
  • Leeskaart 2: vijf rijen van dertig andere eenlettergrepige woorden. Deze woorden zijn nog steeds kort, maar al wel wat lastiger om te lezen. Het gaat om woorden van het type MMK (plooi, vlaai), MMKM (smid, bloem), MKMM (tand, jurk), MMKMM (grond, vlecht), MMMKM (strik, spreeuw) en MKMMM (barst, dienst).
  • Leeskaart 3: vier rijen van dertig woorden met twee lettergrepen (banden, geluid), drie lettergrepen (dromerig, aarzelen) of vier lettergrepen (keukentafel, puntenslijper).

Van elke kaart zijn er drie versies die afwisselend worden gebruikt om te voorkomen dat een leerling de woorden gaat onthouden. In ons artikel Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin? kun je voorbeelden vinden van de drie woordkaarten.

 

Welke kaart in welk groep?

Zoals aangeven wordt de DMT afgenomen in groep 3 tot en met groep 8. Dat gebeurt twee keer per jaar: halverwege (januari/februari) en – behalve in groep 8 – aan het einde (mei/juni) van het schooljaar. Hoe verder je kind komt op de basisschool, hoe meer en hoe moeilijker woorden het zal kunnen lezen.

De drieminutentoets wordt voor het eerst afgenomen halverwege groep 3. De meeste leerlingen kunnen dan nog geen woorden lezen die langer zijn dan één lettergreep. Leeskaart 3 wordt deze eerste keer dan ook nog niet gebruikt (tenzij een kind echt een grote leesvoorsprong heeft). Sommige scholen kiezen ervoor om bij de eerste DMT in groep 3 ook de tweede leeskaart nog niet te gebruiken. In groep 4 leest je kind elke keer alle kaarten. In groep 5 tot en met 8 begint elk kind met het lezen van kaart 3. Wordt hier een voldoende score behaald, dan is het niet nodig ook kaart 1 en 2 te lezen. Is de score op kaart 3 onvoldoende dan worden beide andere kaarten wel gelezen.

Hoeveel woorden moet je kind kunnen lezen?

Sommige kinderen lezen sneller dan andere, net zoals dat bij volwassenen het geval is. Alleen de supersnelle lezers zal het lukken om in groep 8 alle woorden van een kaart binnen een minuut te lezen. Stel je kind dan ook gerust door te vertellen dat absoluut niet van hem wordt verwacht dat hij alle woorden leest! Het Cito heeft tabellen opgesteld waarin de leerkracht precies kan aflezen welke Cito-niveaus (I, II, III, IV, V of A, B, C, D, E) bij welke scores horen. Om je een beetje een idee te geven, kun je in onderstaand overzichtje zien welke score per groep als ondergrens wordt beschouwd:

Groep 3
midden groep 3: 21 woorden
eind groep 3: 33 woorden
Groep 4
midden groep 4: 48 woorden
eind groep 4: 56 woorden
Groep 5
midden groep 5: 66 woorden
eind groep 5: 71 woorden
Groep 6
midden groep 6: 78 woorden
eind groep 6: 83 woorden
Groep 7
midden groep 7: 85 woorden
eind groep 7: 90 woorden
Groep 8
midden groep 8: 93 woorden

Waarom losse woorden lezen?

Bij de drieminutentoets moet je kind zo veel mogelijk losse woorden zien te lezen binnen een beperkte tijd. Dat is natuurlijk een wat rare, onnatuurlijke manier van lezen, want wanneer lees je in het dagelijks leven nu losse woorden? En ook nog eens met een stopwatch in de hand… En is het niet veel belangrijker dat een kind een tekst kan lezen én begrijpen (en dat het plezier beleeft aan lezen!) dan dat het in hoog tempo woorden opdreunt? Toch zit er wel een gedachte achter deze manier van toetsen.

Een van de doelen van de DMT is om eventuele leesproblemen vast te stellen en daarvoor is het lezen van losse woorden heel geschikt. Bij het lezen van losse woorden kan je kind namelijk geen gebruik maken van de context om een woord te voorspellen. Dat is iets wat vooral zwakkere lezers doen om te compenseren als het ‘decoderen’ van letters tot woorden nog niet zo goed lukt. Goede lezers ontsleutelen woorden bijna altijd zonder gebruik te maken van de context. Door de test uit te voeren met losse woorden, wordt dus gelijk duidelijk of je kind de context nodig heeft bij het lezen of niet. Deze informatie kan de leerkracht vervolgens gebruiken om je kind beter te leren lezen.

De twee andere doelstellingen van de DMT zijn het bepalen van het niveau van technisch lezen en het vaststellen van de progressie van je kind. Ook daarbij is het lezen van losse woorden handig; het levert een gemakkelijk te turven score op.

Hoe belangrijk is de drieminutentoets?

Het toetsen van losse woorden geeft informatie over de vraag of je kind de elementaire leeshandeling al beheerst. Dat is vooral belangrijk in groep 3 en groep 4. De meeste kinderen hebben het decoderen van letters tot woorden vanaf dat moment goed onder de knie. Vanaf dat moment wordt het veel belangrijker dat een tékst vlot wordt gelezen en goed begrepen.

Voor dyslectische kinderen en zwakke lezers blijft het echter belangrijk om van tijd tot tijd na te gaan of zij al in staat zijn om woorden te lezen zonder context. Niet met ‘snel losse woorden kunnen lezen’ als doel op zich, maar als hulpmiddel om leesproblemen in kaart te brengen. Herhaalde toetsing met de DMT is bijvoorbeeld een belangrijke component in het proces om tot een dyslexieverklaring te kunnen komen.

Lees ook: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?

Verder lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

Zó leert je kind beter begrijpend lezen

14 december 2016 | Reacties (0)

Nadat je kind heeft leren lezen, komt de volgende stap: lezen om te leren. Dat lukt alleen als je kind begrijpt wat hij leest. Begrijpend lezen heet dat en het is een vak waar veel kinderen best wat moeite mee hebben. Met de juiste aandacht en aanpak kun je je kind goed helpen zijn of haar leesbegrip te verbeteren.

Wat is begrijpend lezen?

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen.

Vanaf groep 3 is begrijpend lezen een vast onderdeel in de Cito-toetsen. (NBB/Foto Klaske)

Eenvoudig gezegd: begrijpend lezen houdt in dat je snapt wat je leest. Dat klinkt logisch en dat is het ook, maar het betekent niet dat begrijpend lezen vanzelf gaat. Zoals beschreven in het artikel Leesbegrip, niet zo makkelijk als het lijkt zijn er drie succespijlers voor leesbegrip: een grote woordenschat, kennis van de wereld en voldoende technische leesvaardigheid (vlot kunnen lezen).

Toch zijn die drie succespijlers nog geen garantie dat je kind geen moeite heeft met begrijpend lezen. Begrijpend lezen vergt inspanning en moeite. Het vereist een bewust, actief en interactief proces vóór, tijdens en na het lezen van een stuk tekst. Geen wonder dat veel kinderen moeite hebben met begrijpend lezen.

Begrijpend lezen, een belangrijke vaardigheid

Begrijpend lezen is een heel belangrijk vak op de basisschool, dat dan ook in de Cito-toetsen uitgebreid wordt getoetst. Leesbegrip is immers een vaardigheid, waar je in het leven vaak mee te maken krijgt. De meeste Nederlandse kinderen hebben echter een hekel aan begrijpend lezen, zo is uit onderzoek gebleken. Dat is jammer, want kinderen die gemotiveerd zijn, gebruiken meer strategieën waardoor vervolgens hun leesprestatie verbetert.

Leesplezier helpt om begrijpend lezen te verbeteren

Leesplezier kun je dus beschouwen als de vierde succespijler onder goed begrijpend lezen. Kinderen die met plezier lezen, zullen meer gaan lezen en gaan er steeds meer van genieten (omdat ze er steeds beter in worden). Kinderen die met tegenzin lezen, bouwen minder leeservaring op en krijgen het steeds moeilijker.

Als je je kind thuis wilt helpen om beter begrijpend te lezen, moet je dus zorgen dat je leuke boeken en tijdschriften in huis hebt. Het is een bekend gegeven dat kinderen die thuis de beschikking hebben over allerlei verschillende leesmaterialen, beter scoren op Cito-toetsen begrijpend lezen.

Welke materialen zijn geschikt om begrijpend lezen te oefenen?

Het korte antwoord is: alle leesmaterialen. Van leesboeken en informatieve boeken tot Donald Duck, van recepten tot reclamefolders. Door veel te oefenen, leren kinderen steeds vloeiender lezen, bouwen ze hun woordenschat uit en leren ze over de wereld om hen heen (de drie succeselementen van begrijpend lezen, weet je nog?).

Het lange antwoord heeft te maken met het eerder genoemde actieve leesproces dat nodig is om teksten goed te kunnen begrijpen. In dit actieve leesproces past je kind bewust verschillende strategieën toe: voorkennis gebruiken, voorspellen, visualiseren en vragen stellen (meer hierover lees je in het artikel De 4 V’s voor beter begrijpend lezen). Op school krijgt je kind deze leesstrategieën aangeleerd, maar als je kind slecht is in begrijpend lezen kan het helpen om hier thuis ook tijd en aandacht aan te besteden.

Als je heel specifiek samen met je kind deze leesstrategieën wilt oefenen, of als je zelf wilt ontdekken hoe daar op school mee wordt omgegaan, kun je terecht op de website Leestrainer.nl. Deze site wordt ook op veel scholen gebruikt als voorbereiding op de Cito-toetsen begrijpend lezen. De site is schools van opzet; waardoor kinderen het niet altijd leuk vinden om hier thuis mee aan de slag te gaan. Hetzelfde geldt voor allerlei oefenboekjes die je op dit gebied kunt kopen.

Samen met een boekje op de bank

Veel leuker is het om gezellig met je kind en een boekje op de bank te kruipen. Door samen met je kind bezig te zijn met de verhaaltjes en de vragen en kom je erachter hoe je kind te werk gaat bij het lezen. Welke leesstrategieën past je zoon of dochter al toe en welke nog niet? Je helpt je kind door samen over de tekst te praten en bijvoorbeeld zelf hardop leesstrategieën toe te passen. “Goh, dit verhaaltje heet ‘zonder zwembroek’ en ik zie een plaatje van een jongen die met blote billen in het zwembad staat. Hij kijkt niet zo blij. Wat zou er gebeurd zijn? Zou zijn zwembroek zijn afgegleden toen hij van de duikplank sprong? Weet je nog dat jij dat op vakantie ook een keer had?”

Samen bezig zijn met een boekje op de bank is bovendien erg gezellig en creëert een fijne, intieme sfeer rond het lezen.

Verder lezen

Reken op de basisschool

Hoe kleuters (echt) leren tellen

24 oktober 2016 | Reacties (0)

Veel kleuters kunnen al een beetje tellen als ze in groep 1 komen. “Eén, twee, drie, veel!” Wat die magische telwoorden precies betekenen, snappen ze meestal nog niet echt. Door op school én thuis veel te oefenen, leert je kleuter gaandeweg écht tellen.

Tellen is de basis van rekenen

Rekenen begint voor kinderen met leren tellen – eieren, potloden, speelgoedautootjes… het maakt niet uit wat, als je ’t maar kunt tellen.

Een van de eerste ervaringen die kinderen hebben met getallen is tellen. Tellen begint met het aanleren en opzeggen van een vast rijtje (tel)woorden (in onderwijsjargon: de telrij), alsof het een opzegversje is. Naarmate kinderen zich verder ontwikkelen, beginnen ze het verband te leggen tussen telwoorden en een aantal ‘dingen’.

Hoe leren kinderen tellen en getallen gebruiken

Kinderen leren het principe van tellen door telwoorden te herhalen. In het begin kunnen er nog gaten in hun telrij zitten, of ze verzinnen er zelf een getal bij. Kijk dus niet vreemd op als je kind ‘drie-tien’ zegt in plaats van ‘dertien’.

Het onthouden en opzeggen van de getallen in de telrij (1-2-3) is slechts het begin van leren tellen. Van echt tellen is pas sprake als kleuters daadwerkelijk getalbegrip hebben en dus waarde aan de getallen toekennen. Met andere woorden: ze kunnen het juiste getal koppelen aan een aantal ‘dingen’, bijvoorbeeld ‘3’ voor drie auto’s.

Voor tellen en het ontwikkelen van getalbegrip is veel aandacht in groep 1 en 2. Kleuters gaan volop bezig met het oefenen en experimenten met tellen, groepjes herkennen en groepjes vormen. Ook leren ze cijfers herkennen en benoemen.

Thuis oefenen met tellen

Voor kleuters is tellen een spelletje, dat ze vaak eindeloos kunnen herhalen. Door vragen te stellen bij het tellen, maak je je kleuter ongemerkt bewust van de betekenis van getallen.

  • Samen tellen, bijvoorbeeld hoeveel bomen of lantaarnpalen er staan op de route van huis naar school.
  • Dek samen de tafel. Hoeveel borden zijn er nodig en hoeveel messen en vorken?
  • Hoeveel aardappels liggen er op je bord? En als je er eentje opeet?
  • Vriendjes op bezoek? Laat de kinderen samen snoepjes, pepernoten of paaseitjes verdelen. Ze zullen al snel driftig aan het tellen slaan (en elkaar corrigeren bij een foutje) om te garanderen dat iedereen een eerlijk deel krijgt. Of verdeel ze zelf en maak daarbij opzettelijk foutjes. Het ene kind krijgt vier pepernoten, de ander vijf. Zien ze meteen dat dit niet klopt? Dan kunnen ze dus al heel goed groepjes van vijf herkennen!
  • Neem de lift en laat je kind op de knopjes drukken. Welk cijfer hoort er bij de ‘zesde verdieping’?
  • Tel hoe vaak je samen een bal kunt overgooien voordat iemand de bal laat vallen.
  • Zing telliedjes als Er zaten zeven kikkertjes en Hoedje van papier.
  • Laat je kind proberen hoe ver hij komt met tellen. Ga zelf verder waar je kind het niet meer weet en stimuleer je kind om mee te tellen.
  • Tel zelf hardop, ook al zit je kind aan de andere kant van de kamer te spelen. ‘Even kijken… ik heb nu één, twee, drie, vier , vijf boterhammen gesmeerd.’ Of: ‘Er moeten vier scheppen koffie in: één, twee, drie, vier!’ Ongemerkt pikt je kleuter de telrij op en begint hij te begrijpen waartoe tellen dient.
  • Speel bordspelletjes met een dobbelsteen. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die dat veel doen, naar verhouding beter rekenen in groep 3.

Verder lezen

Is jouw kind een 'risicolezer'?

Is jouw kind een ‘risicolezer’?

18 oktober 2016 | Reacties (0)

Problemen met lezen komen het meest voor in groep 3. Voor veel ouders is dat schrikken; zij vrezen dat hun kind misschien dyslexie heeft, een leerstoornis die blijvende problemen met lezen met zich meebrengt. Vaak is die angst voorbarig. Moeite met het leren lezen in groep 3 is een veelvoorkomend probleem.

moeite-met-leren-lezen-in-groep-3

Meer dan tien procent van de kinderen kan het normale tempo in groep 3 niet helemaal bijbenen omdat ze in hun ontwikkeling nog niet helemaal toe zijn aan leren lezen en schrijven. Met extra hulp gaan zij vaak goed vooruit, waardoor ze al snel weer kunnen ‘aanhaken’.

Lukt het beetje met leren lezen?

Een hulpmiddel voor de leerkracht om in groep 3 snel te kunnen ingrijpen als een kind achterblijft met lezen is de ‘herfstsignalering’. Na de eerste maanden leesonderwijs, rond de herfstvakantie, wordt per kind zorgvuldig bekeken of het een beetje lukt met leren lezen.

Door middel van toetsen wordt precies vastgesteld hoe je kind zich redt met klankherkenning, letters benoemen, letters schrijven, woordjes en zinnetjes lezen. Het is belangrijk om te weten of de kinderen de letters en woorden die tot nu toe zijn geleerd ook geautomatiseerd en onthouden hebben. Ook het leestempo (hoeveel woorden kan een kind lezen in een minuut) en het technisch lezen (kan een kind nieuwe woorden lezen met de aangeleerde letters) komen in deze toets aan bod.

Deze eerste toets brengt niet alleen de kinderen in beeld die moeite hebben met lezen, maar ook de goede lezers. Sommige kinderen blijken nu al alle letters te kennen en nieuwe woorden in snel tempo te kunnen lezen. Die kinderen kunnen op basis van deze toets in het vervolg met moeilijker lesjes aan de slag.

Vroeg ingrijpen voorkomt vastlopen bij leren lezen

De herfstsignalering heeft echter vooral een preventief doel. Door ‘risicolezers’ vroeg op te sporen, wordt voorkomen dat deze kinderen pas geholpen worden als ze echt zijn vastgelopen. Daarnaast helpt de herfstsignalering om kinderen die mogelijk dyslexie hebben snel in beeld te krijgen. Niet voor niets is de herfstsignalering onderdeel van het dyslexieprotocol van basisscholen.

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Schreuder

Mijn kind loopt achter in groep 3: wat nu?

In de meeste gevallen krijgen de kinderen extra hulp van hun groepsleerkracht in hun eigen klas, maar soms is het beter kinderen apart of in kleine groepjes te helpen. Er kan ook een onderwijsassistent, remedial teacher of intern begeleider worden ingeschakeld om extra hulp en begeleiding te geven. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Maakt je kind onvoldoende vorderingen, dan wordt een plan van aanpak opgesteld, waarin wordt beschreven hoe gedurende een bepaalde periode met je kind apart speciale vaardigheden worden geoefend.

Is al die extra aandacht niet een beetje overdreven?

Veel ouders voelen zich behoorlijk overdonderd als hun kind na een paar maanden in groep 3 al extra begeleiding moet krijgen. Is dat nu allemaal wel nodig? Komt het lezen niet vanzelf als het kind een beetje ‘rijpt’? Nee, zeggen onderwijsdeskundigen. Uit onderzoek blijkt dat leren lezen namelijk geen ‘natuurlijk leerproces’ is. Zonder extra inspanning komt het niet vanzelf goed. Sterker nog, hoe langer wordt gewacht met hulp bieden, hoe kleiner de kans op een goede ontwikkeling.

Mijn kind haalt de b en de d door elkaar. Is dat erg?

Veel kinderen halen in de eerste helft van groep 3 de letters b en d nog door elkaar. Dat is nu nog niet iets om je zorgen over te maken. Ga de letters niet los oefenen. Vraag je kind ook niet of een letter een b of een d is. Dat leidt namelijk alleen maar tot extra verwarring: je kind hoort beide klanken bij dezelfde letter. Iedere keer dat je kind twijfelt, wordt de verwarring groter. Je kunt beter de letter zeggen voordat je kind de kans krijgt om te twijfelen. Probeer de letters zo veel mogelijk in woorden te oefenen, in plaats van los.

Of heeft mijn kind misschien toch dyslexie?

Lang niet alle kinderen met leesproblemen in groep 3 hebben dyslexie. De meeste kinderen die moeite hebben met leren lezen, lukt het om met wat extra inspanning weer aan te haken. Ongeveer 2 tot 4 procent van de kinderen heeft dyslexie (jongens vaker dan meisjes). Bij dyslexie speelt erfelijkheid een grote rol. Als één van de ouders dyslexie heeft, dan heeft het kind 40 tot 50% kans op dyslexie. Als beide ouders dyslexie hebben, dan is de kans zelfs 80%. Als er in de hele familie geen dyslexie voorkomt, dan is de kans op dyslexie erg klein.

Ook bij kinderen met dyslexie geldt: hoe eerder het probleem wordt ontdekt, hoe beter. Door al vroeg extra te oefenen en een goede basis te leggen, kan de ernst van de problemen worden verminderd. Dit zorgt ervoor dat een kind beter kan meekomen in de klas.

Vlak voor de herfstvakantie belde de juf ’s avonds om een afspraak met ons te maken. Ze had geconstateerd dat Björn achterbleef met leren lezen. Ik vond dat ze ontzettend overdreef. Het schooljaar was immers nog maar net begonnen, hoe kon je dan al spreken van een achterstand? Hij had het hele schooljaar nog om te leren lezen. We zijn zelfs bij de directeur geweest om verhaal te halen. Zij heeft ons uitgelegd dat ze bewust zo vroeg al kijken naar kinderen die meer moeite hebben dan andere bij het leren lezen, zodat ze die extra kunnen begeleiden. Björn leest nu drie keer per week extra met de klasse-assistent en we oefenen ook thuis met hem. Hij gaat vooruit, maar heel langzaam. Het lijkt erop dat hij misschien dyslectisch is.

Dennis, vader van Björn (in: Hét Basisschoolboek)

Lees ook:

 

Bronnen:

(Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder en Freepik)

Verder lezen

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

Leren schrijven begint met goede potloodgreep

26 september 2016 | Reacties (0)

Bij het leren schrijven op school wordt veel aandacht besteed aan het aanleren van een goede potloodgreep of pengreep. Om vloeiend en makkelijk te kunnen schrijven is het belangrijk dat een kind het potlood of de pen op de juiste manier vasthoudt. Voor sommige kinderen blijkt het echter behoorlijk moeilijk om deze potlood- of pengreep goed onder de knie te krijgen. Ruim dertig procent van de kinderen heeft er moeite mee.

kinderen kleuren samen

Wat wordt bedoeld met ‘potloodgreep’?

Met het woord potloodgreep of pengreep/pennengreep wordt de manier aangeduid waarop kinderen hun potlood of pen vasthouden. Het aanleren van de juiste potloodgreep is een van de belangrijkste motorische vaardigheden die kleuters onder de knie moeten krijgen. Het is belangrijk een goede pengreep aan te leren op kleuterleeftijd of op zijn laatst in groep 3, want zodra de pengreep is ingesleten, is hij nog moeilijk te corrigeren. Maar het op de juiste manier vasthouden van de pen blijft gedurende de hele basisschoolperiode een belangrijk punt van aandacht in het schrijfonderwijs.

Waarom is de juiste pengreep zo belangrijk?

Schrijven is een belangrijk vak op de basisschool.

Wie zich als kind aanwent om een pen/potlood op de juiste manier vast te houden, heeft daar zijn/haar hele leven profijt van. Een juiste pengreep voorkomt kramp en vermoeidheid (de bekende ‘lamme arm van het schrijven’) en zorgt bovendien voor een netter handschrift.

Hoewel steeds vaker stemmen opgaan dat goed kunnen schrijven tegenwoordig niet meer zo erg belangrijk is – we gebruiken immers voor heel veel zaken de computer – is het belang van een net handschrift en een soepele manier van schrijven nog altijd groot zolang schrijven een rol speelt in ons onderwijssysteem en onze maatschappij.

Voor kinderen is vlot en krampvrij kunnen schrijven van wezenlijk belang voor een succesvolle schoolcarrière. Zonder de juiste schrijftechniek kunnen kinderen in de hogere groepen van de basisschool vaak niet het benodigde schrijftempo halen (of ze beginnen in hun haast zo slordig te schrijven dat het haast onleesbaar wordt). Op de middelbare school en het hoger onderwijs geldt dat nog veel sterker. Daar ligt het tempo nog hoger, zodat ze het helemaal niet meer kunnen volgen en soms een zware leerachterstand oplopen of onleesbare antwoorden opschrijven bij proefwerken en tentamens.

Kinderen met schrijfmotorische problemen worden soms – onterecht – als lui en slordig omschreven, “Hij doet zijn best niet”, “Ze is gewoon wat trager dan de anderen…” Ook faalangst is een regelmatig voorkomend probleem bij kinderen met schrijfproblemen.

Hoe ziet een goede potloodgreep of pengreep eruit?

De juiste potloodgreep

Deze afbeelding uit de schrijfmethode ‘Schrijven leer je zo’ toont hoe een goede potloodgreep eruit ziet.

Bij een goede potloodgreep pakken duim en wijsvinger samen het potlood vast, de middelvinger ondersteunt het potlood: de driepuntsgreep. Sommige kinderen houden hun potlood maar net boven de punt vast. Daardoor buigen ze zich tijdens het schrijven te ver voorover omdat ze graag de potloodpunt willen zien. Ze moeten leren het potlood boven het afgeslepen gedeelte vast te houden: rechtshandigen ongeveer 2 centimeter boven het puntje, linkshandigen zo’n 2,5 à 3 centimeter. Veelvoorkomende fouten: wijsvinger én middelvinger op het potlood, meerdere vingers op het potlood of de duim gaat over de wijsvinger heen.

Natuurlijk kan je met een andere pennengreep ook schrijven, maar het is eenvoudigweg niet de beste en vlotste manier om te schrijven. Je kunt het vergelijken met technieken die in sport worden aangeleerd. Je kunt bijvoorbeeld ook best met je tenen tegen een voetbal stampen, maar het is niet de beste voetbaltechniek en het geeft dus ook niet het beste resultaat.

Waarom is het aanleren van de juiste potloodgreep/pengreep voor sommige kinderen zo moeilijk?

Voorop gesteld: het aanleren van de juiste manier om potlood/pen vast te houden is voor álle kinderen moeilijk. Het vergt jarenlange en regelmatige oefening om het helemaal onder de knie te krijgen.

Voor sommige kinderen (vooral jongens) is het echter nog moeilijker dan voor anderen. Volgens (Belgisch) wetenschappelijk onderzoek ondervindt 1 op 3 kinderen kleine of grote problemen bij het leren schrijven en maar liefst 1 op 10 kinderen ondervindt zware schrijfproblemen. Het is goed om te weten dat dit onderzoek werd gefinancierd door pennen- en schrijfhulpmiddelenfabrikant Pelikan; de uitkomsten zijn echter in overeenstemming met bevindingen ‘uit het veld’: een meerderheid van de kinderfysiotherapeuten en leerkrachten ondersteunt de stelling dat steeds meer kinderen schrijfproblemen hebben.

Minder beweging: slechtere motorische vaardigheden

Een van de oorzaken daarvan zou zijn dat kinderen steeds minder beweging krijgen, waardoor hun motorische vaardigheden achterblijven. Met name de fijne motoriek blijft achter. “Ook de grootmotoriek en de coördinatie zijn zwakker bij de kinderen en dit heeft ook zijn gevolgen voor het schrijven, want schrijven is geen fijnmotoriek, maar veel meer. Dit heeft ook een invloed op het welzijn van kinderen en op het zich handhaven op de speelplaats, in de gymles en de sportclub”, stelt schrijftherapeut Marc Litière. Litière is auteur van het standaardwerk Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen? (uitgeverij Lannoo).

Er is natuurlijk al veel aandacht voor het belang van lichaamsbeweging voor kinderen. Maar vaak gaat het daarbij alleen om het aanpakken van overgewicht. Beweging om calorieën te verbranden. Dat is een erg eenzijdige kijk op beweging. Bij kinderen staat beweging synoniem aan ontwikkeling, zoals wel blijkt het verband tussen lichaamsbeweging en goed kunnen schrijven.

Kind met schrijfproblemen? Fysiotherapie kan helpen

Heeft jouw kind veel last van schrijfproblemen? Overleg dan eens met de leerkracht of het zinvol is hulp te zoeken bij een  (kinder)fysiotherapeut. Deze kan aan de hand van een schrijf- en motorisch onderzoek beoordelen of er alleen sprake is van een schrijfprobleem of dat er ook problemen zijn in de fijne motoriek. (Goed om te weten: voor kinderen tot 18 jaar wordt fysiotherapie vergoed door de basisverzekering. Een verwijzing van de huisarts is niet nodig.)

De fysiotherapeut leert je kind een goede zithouding en pengreep en denkt mee over de keuze van de juiste pen. Ook wordt bekeken je kind voldoende afwisseling tussen spanning en ontspanning van de pols en vingers heeft. Natuurlijk blijft het niet alleen maar bij kijken, maar worden er ook gedaan ter ondersteuning van de hand-oogcoördinatie en fijne motoriek. Dat gebeurt in de vorm van spelletjes, die de meeste kinderen erg leuk vinden. Het is gangbaar dat de fysiotherapeut de schrijfmethode van school hanteert en zo nodig contact onderhoudt met de juf of meester.

Hoe help je je kind de juiste potloodgreep aan te leren?

  • Laat jonge kinderen veel knutselen en tekenen. Knippen, plakken, kleurplaten inkleuren – het helpt allemaal bij het verbeteren van de fijne motoriek en oog-handcoördinatie. Geschikt oefenmateriaal voor driejarigen: hamertje tik, kralen rijgen, zandtafel, magneetjes, playmaïs, rijgkaarten, vingerpopjes. Vul dat voor vierjarigen aan met: krijtbord, stiften, kleurtjes, sjablonen, gum en puntenslijper, (vinger)verf, schaar, zand, nietmachine, perforator, scheerschuim, prikpen.
  • Stimuleer kinderen vanaf zo jong mogelijke leeftijd om de juiste potloodgreep te gebruiken. Wat je niet verkeerd aanleert, hoef je ook niet af te leren. Jonge kinderen zijn vaak erg ontvankelijk voor de suggestie ‘het goed te doen’ en ‘te leren schrijven’; maak daar gebruik van. Blijf ook de jaren erna kritisch op de manier waarop je kind zijn/haar pen vasthoudt en leg zo veel mogelijk uit waarom je er zo over ‘zeurt’.
  • Geef kleuters altijd potloden en waskrijt om mee te tekenen en ‘schrijven’. Deze geven een goede weerstand op het papier en maken dat het kind de bewegingen als het ware in zijn geheugen ‘grift’. Zodra de bewegingen beter zijn ingesleten, kan worden overgestapt naar bijvoorbeeld een fijnschrijver of vulpen. Een balpen is nooit geschikt voor kinderen met schrijfproblemen, om de eenvoudige reden dat op de punt een balletje zit. Dit balletje rolt en draait bij het schrijven en geeft het kind geen standvastige schrijfervaring. Bovendien geeft een balpen bijna geen weerstand op het papier zodat het kind niet kan voelen wat het neerschrijft.
  • Doe spelletjes of oefeningen om de fijne en grove motoriek te verbeteren. Bijvoorbeeld: afwisselend voor je buik en achter je rug klappen (afwisselen met harder/zachter, of gelijktijdig een liedje zingen); vuisten in de lucht steken en vervolgens losjes op de schouders laten neerkomen; polsen losdraaien; met de hand (met gestrekte arm) een denkbeeldige schroef indraaien; duimen draaien; handen afwisselend met de palm naar boven en naar beneden plat op de tafel leggen; of met de vingers op tafelen roffelen.
  • Laat kinderen extra oefenen met schrijfpatronen als lussen, krullen, kronkels, slingers en doolhoven. In de boekhandel en speelgoedwinkel zijn tal van (goedkope) boekjes te vinden met oefeningen die de meeste kleuters en jonge schoolkinderen ook nog eens heel erg leuk vinden. Ook op internet zijn tal van schrijfpatronen en schrijfwerkbladen te vinden. Zoek bij Google maar eens op ‘schrijfpatronen’ of ‘schrijfwerkbladen’ en je vindt een schat aan (gratis) oefenmateriaal. Bijvoorbeeld de werkbladen op huiswerkweb of de themawerkbladen van de schrijfmethode Pennenstreken.
  • Geef je kind schrijfhulpmiddelen die een goede driepuntsgreep afdwingen. Er zijn heel wat verschillende schrijfhulpmiddelen te koop die een goede potlood- of pennengreep afdwingen. Van potloden met speciale inkepingen, tot voorgevormde pennen en blokjes die je om een potlood of pen kunt schuiven. Het simpelste hulpmiddel: een elastiekje dat je rond het potlood schuift ter hoogte van de pengreep. Een voordeel hiervan is dat het teveel aan kracht deels door het rubber wordt geabsorbeerd. Een nadeel is dat kinderen de verdikking en het materiaal vaak niet prettig vinden aanvoelen.

Verder lezen