Tag: "tips"

5 Tips - Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

5 Tips – Zo wordt je kleuter vanzelf een lezer

20 februari 2017 | Reacties (0)

Als je kind in groep 2 zit, kun je soms het idee krijgen dat jouw zoon of dochter de enige kleuter is die nog níet kan lezen. Fabian leest alsof hij nooit anders heeft gedaan, Lisa kan al eenvoudige boekjes lezen en ook Jelmer, die je nooit bijster snugger had ingeschat, hakt en plakt inmiddels dat het een lieve lust is. Jouw kind heeft nog helemaal niets met letters. Prima, laat maar lekker spelen, denk je. Maar soms begin je toch te twijfelen. Moet je met je kind oefenen?

Het aanbod aan leesmateriaal voor kleuters is overweldigend. Boekjes over de letters, kleutermagazines met letterspelletjes en de wereld aan kleuterapps om te leren lezen. Ze lijken allemaal dezelfde boodschap te hebben: als je nu niet als de wiedeweerga met je kleuter gaat oefenen, loopt je kind een achterstand op die het nooit meer inhaalt. Onzin!

Push je kleuter niet

Laat je niet meeslepen. Je hoeft je kleuter echt niet te pushen om te gaan lezen. Veel kinderen doe je met oefenboekjes en apps waarmee ze spelenderwijs de letters, lettervormen en klanken kunnen oefenen wel een plezier. Als je kind het leuk vindt, prima. Zo niet, ook geen probleem. Sterker nog, volgens ontwikkelingspsycholoog Ewald Vervaet kan het een averechts effect hebben om je kind te vroeg te laten beginnen met leren lezen (zie kader ‘Baadt het niet, dan schaadt het wel’). Dit soort dingen komen op school allemaal wel aan de orde. Voor een deel al in groep 2 en anders wel in groep 3.

Baadt het niet dan schaadt het wel

Ontwikkelingspsycholoog Ewalt Vervaet, die diverse boeken over het onderwerp schreef, hekelt al langere tijd het vroege leesonderwijs op de basisschool. Volgens hem zijn vier- en vijfjarigen nog niet toe aan het leren van letters, omdat ze domweg nog niet de juiste ontwikkelingsfase hebben bereikt. Ook een baadt-het-niet-dan-schaadt-het-niethouding is volgens hem uit den boze: te vroeg beginnen met leren lezen zou volgens Vervaet zelfs kunnen leiden tot dyslexie. Niet ieder kind is op hetzelfde moment ‘leesrijp’. Sommigen zijn in groep 2 al zo ver, anderen pas wanneer ze in groep 4 zitten.

Vervaet heeft een methode ontwikkeld waarmee leesrijpheid kan worden vastgesteld. Zodra een kind zo ver is, kan het beginnen met leren lezen en zal dat proces heel snel gaan. Kinderen die nog niet leesrijp zijn, kunnen worden gestimuleerd. Heel kort uitgelegd: een kleuter die de letters het woordje kat leest als ‘k-a-t’ is nog niet leesrijp. Een kleuter die kat leest als ‘k-a-t, kat’ is wel leesrijp. Meer uitleg over leesrijpheid en de leesmethode die Vervaet heeft ontwikkeld, staat in dit artikel in de Psychosociale Courant.

Lezen: 5 tips voor thuis

Het beste wat je thuis kunt doen, is zorgen dat je kind plezier gaat beleven aan boeken. Dan krijgt je kind vanzelf zin om zelf te leren lezen. Hoe? Deze vijf tips helpen je op weg:

  1. Haal boeken in huis.  Zorg dat er altijd boeken in huis zijn. Ga met je kind naar de bibliotheek en laat het zelf boeken uitzoeken. Het lidmaatschap van de bibliotheek is gratis voor kinderen, dus om de kosten hoef je het niet laten. Haal ook boeken voor jezelf in huis en ga geregeld zitten lezen waar je kind bij is. Zo toon je je kind hoeveel plezier een boek kan geven.
  2. Lees elke dag 15 minuten voor. Voorlezen is een geweldige manier om je kind leeservaring te geven. Ook als je kind al kan lezen, blijft voorlezen ontzettend belangrijk. Voorlezen is leuk en gezellig en helpt beginnende lezers om te ontdekken hoe woorden en zinnen tot stand komen uit de letterbrij.
  3. Bekijken en voorspellen. Begin niet meteen met lezen. Bekijk het boek eerst eens samen met je kind. Wat staat er op de cover? Hoe zien de illustraties eruit? Wat is de titel van het boek? Laat je kind raden en voorspellen waar het boek over gaat en wat er allemaal in gebeurt en ontdek daarna tijdens het lezen of dit klopte. Dit is een ‘leesstrategie’ die je kind in de bovenbouw op school ook gaat gebruiken bij begrijpend lezen, maar die voor kleuters en beginnende lezers ook al heel waardevol is.
  4. Praat over het boek. Klap het boek niet dicht na de laatste pagina met een ‘zo en nu slapen!’ Neem nog even de tijd om na te praten over het verhaal. Wat gebeurde er eerst? En daarna? Heb jij wel eens zoiets mee gemaakt? Zou jij hetzelfde doen als de hoofdpersoon? Hoe zou jij je voelen als dit gebeurde? Napraten is niet alleen een manier om te achterhalen of je kind het verhaal wel heeft begrepen, maar levert ook ontzettend leuke en vaak verrassende gesprekken op met je kind.
  5. Stel niet te hoge eisen. Laat het plezier in lezen voorop staan, ook als je kind begint met zelf lezen. Vaak kiezen kinderen voor gemakkelijke boeken, ook als hun leesniveau eigenlijk al wat hoger is. Push je kind niet om een moeilijker boek te lezen en slik dat ‘joh, dat boek is toch veel te makkelijk voor jou’ in. Jij denkt misschien dat je kind stagneert in zijn ontwikkeling als het wéér dat ene makkelijke boekje kiest, maar kinderen vinden het vaak heerlijk om een boek dat ze goed kunnen lezen meerdere keren te herlezen. Ze leggen daarmee een solide basis voor moeilijker leeswerk.

Kortom: leesplezier staat voorop, dan volgt de rest vanzelf.

Verder lezen

Leren lezen in groep 3

Oefenen met lezen, hoe houd je het leuk?

14 februari 2017 | Reacties (7)

In de loop van het schooljaar – vooral in groep 3 en 4 – gaat het leestempo steeds meer een rol spelen. Blijft dit achter, dan wordt ouders vaak gevraagd specifiek met hun kind op snelheid te gaan oefenen. Oefening baart kunst en dat is met lezen zeker het geval. Hoe meer ‘leeskilometers’ een kind maakt, hoe beter het zal gaan lezen. Maar hoe pak je dat aan op een manier die werkt en ook nog een beetje leuk is om te doen?

Dat vragen ook Marieke en Roelof van den Berg zich af als hun zoon Kas (6) in groep 3 zit. Hij leest op zich goed, maar nog wel erg langzaam. Te langzaam, zo krijgen Marieke en Roelof tijdens het tienminutengesprek in februari te horen van Kas’ juf. “Om over te gaan naar groep 4 moet zijn leestempo de komende maanden flink omhoog, zei de juf. We moeten elke dag met hem oefenen”, vertelt Marieke.

‘Slecht voor zijn zelfvertrouwen’

stopwatchDat dagelijkse oefenen vindt ze lastig. “Niet voor ons hoor, natuurlijk willen we hem graag helpen, maar Kas vind het afschuwelijk. We moeten hem steeds een week lang dezelfde tekst laten lezen en dan met een stopwatch klokken of hij zijn tijd kan verbeteren. Dat werkt misschien bij kinderen die competitief zijn ingesteld, maar Kas raakt er zo gestrest van dat hij eerder slechter gaat lezen dan beter. Op deze manier geeft het oefenen hem een deuk in zijn zelfvertrouwen.”

Waarom is het leestempo zo belangrijk?

Hoe belangrijk is het eigenlijk dat Kas sneller gaat lezen, vraagt Marieke zich af. “Ik lees zelf ook vrij langzaam en herken dat bij Kas. Hij gaat met alles heel bedachtzaam te werk en dus ook met lezen. Hij begrijpt overigens heel goed wat hij leest, dat bleek ook uit zijn Cito-scores. Is dat niet het allerbelangrijkste?”

Avi-boeken

Om goed en vlot te leren lezen, is veel oefening nodig.

Ja en nee, antwoordt Kim Claster, die als juf veel ervaring heeft met lesgeven aan groep 3. “Natuurlijk moet een kind allereerst begrijpen wat hij leest, anders heeft het lezen niet zo veel zin. Het tempo lijkt misschien minder relevant, maar kinderen die te langzaam lezen, komen in een hogere groep in de problemen. Niet alleen bij lezen, maar bij alle vakken. Denk maar aan aardrijkskunde, geschiedenis en ook rekenen: kinderen moet gewoon heel veel lezen om de stof tot zich te nemen. Wie te veel tijd kwijt is met lezen, houdt te weinig tijd over om te leren of na te denken over de opgave. Daardoor zakken hun schoolprestaties over de gehele linie in, allemaal terug te voeren op dat lezen. Niet voor niets blijft tempolezen dus ook in de bovenbouw continu een punt van aandacht.”

Oefenen dus, maar hoe?

Kinderen die thuis extra moeten oefenen, zijn doorgaans niet de kinderen die uit zichzelf met een boekje op de bank kruipen. Als ouder loop je daardoor al snel het risico dat je met je kind in een strijd terechtkomt. Dat werkt bijna per definitie averechts. Maar hoe pak je het dan wel aan?

We zetten een aantal tips op een rijtje om het thuis oefenen met lezen leuk te houden. Dé tip is er niet, want je zult zelf naar je kind moeten kijken om te bepalen welke manier van oefenen bij hem of haar het beste werkt. (Heeft jouw kind specifiek problemen met de drieminutentoets? Lees dan eerst: Oefenen voor de drieminutentoets (DMT), heeft dat zin?)

Tips om thuis te oefenen met (sneller) lezen

Oefen elke dag 10 minuten

Geef hier altijd voorrang aan, ook als andere dingen om je aandacht vragen. Als je het oefenen laat schieten omdat het even slecht uitkomt, geef je de boodschap mee dat het lezen eigenlijk niet zo belangrijk is.

 

Laat lezen leuk zijn

Motivatie is de belangrijkste factor voor succes, schrijft Erik Billiaert in het boek Lezen en spellen. Soms is het volgens hem goed om teksten te laten lezen die eigenlijk te makkelijk zijn, omdat een kind daar snel succes bij voelt. Andere kinderen zien de lol van lezen pas in als de tekst hen interesseert; daarbij gaat het dan vaak om teksten die juist te moeilijk zijn. Of, zoals een vader vertelde: “Ik krijg mijn kind met geen tien paarden aan een boek. Maar lezen is lezen, dus heb ik op de rommelmarkt een aantal oude jaargangen van Donald Duck gekocht. Die heeft Niels inmiddels zo veel gelezen dat ze bijna uit elkaar vallen. Niet alleen zijn leestempo is er enorm door omhoog gegaan, ook zijn woordenschat blijkt sterk verbeterd.”

Vertel de voordelen van snel(ler) kunnen lezen

Niet alleen motivatie om te lezen, maar ook motivatie om sneller te leren lezen is belangrijk. Leg uit waaróm het belangrijk is dat je kind wat sneller leert lezen. Wijs niet alleen op de schoolse aspecten, maar zoek ook voordelen die direct aanspreken: “Als je sneller kunt lezen, kan je de ondertiteling lezen bij die-en-die film. Die wilde je toch zo graag zien?”

Herhaald lezen en belonen

Bij Kas (zie hierboven) werkte het niet, maar ‘herhaald lezen’ is wel een beproefde methode om het leestempo op te krikken: enkele dagen achter elkaar dezelfde tekst laten lezen en bijhouden hoe lang je kind erover doet. Gecombineerd met een beloningsstysteem (stickers, lievelingseten koken, wat langer opblijven) is dit voor veel kinderen een effectieve methode.

Lees samen: in een vlot tempo

Lees de tekst samen met je kind hardop en zorg als ouder dat het tempo wat hoger ligt dan het normale leestempo van je kind. Zo ‘sleur’ je je kind mee.

Lees samen: om en om

Lees samen een boekje: eerst jij een pagina, dan je kind een pagina; of eerst jij een zin, dan je kind een zin.

Vingerlezen

‘Meelezen’ met de vinger is voor veel kinderen die moeite hebben met lezen een grote steun. Hetzelfde geldt voor gebruik van een bladwijzer die de tekst afdekt onder of juist boven de regel (veel kinderen willen weten wat er komt en dekken liever de al gelezen tekst af). Soms wordt hier wat afkeurend over gedaan, waardoor kinderen die er baat bij hebben niet meer durven vingerlezen.

Probeer eens uit of je kind makkelijker leest als hij de woorden aanwijst. Je kunt overigens ook zelf de woorden aanwijzen om een wat hoger leestempo af te dwingen. Doe dat met een pen of potlood en wijs bovenlangs aan, zodat je niet in het gezichtsveld van je kind zit.

Lezen van een scherm

Laat je kind eens lezen op de iPad of een e-reader, als je die hebt. Sommige kinderen vinden dit prettiger (of leuker) dan lezen in een boek, mede omdat lettergrootte en verlichting naar eigen voorkeur zijn aan te passen.

Lezen en bewegen

Als je kind moeite heeft met stilzitten, is het volgende spel het proberen waard. Het is een tip van moeder met een zoon met ADHD. “Schrijf op een stuk papier allerlei woorden die je kind zou moeten kunnen lezen (kies bijvoorbeeld voor woorden of lettercombinaties waar je kind moeite mee heeft) en knip die woorden uit zodat woordkaartjes ontstaan. Schrijf de woorden ook op een aparte lijst, voor je eigen controle.

Gooi de woordkaartjes in de lucht en laat ze op de grond vallen. Noem nu een woord van je lijst en vraag je kind het kaartje met dat woord zo snel mogelijk aan jou te geven. Ga zo door tot alle kaartjes op zijn. Het is even chaos, maar je bent zo op een heel andere manier met lezen bezig.”

Doe leesspelletjes

Zit je kind in groep 3 en leert het lezen via de methode Veilig Leren Lezen? Op het oudergedeelte van de website van uitgeverij Zwijsen staan gratis spelletjes die aansluiten bij de methode van school.

Leerkracht Kees Versteeg van basisschool De Regenboog in Gorichem ontwikkelde het computerspelletje WoordenTrainer om te oefenen met het lezen van woorden. In een schermpje verschijnen woorden van onder naar boven, die je kind hardop moet lezen voordat ze weer uit beeld verdwijnen. WoordenTrainer kan worden ingesteld op 7 niveaus en drie tempo’s. Je kunt het spel dus precies op maat maken voor jouw kind, of het nu in groep 3 zit of in groep 8. Ga er zelf bijzitten, zodat je je kind kunt verbeteren als het de woorden niet goed leest.

Avi-lezen in het aangegeven tempo

Op deze website worden teksten behorend bij een bepaald Avi-niveau aangeboden, mét het tempo waarin de tekst gelezen moet worden. De te lezen tekst krijgt woord voor woord een andere kleur. Voor je kind is het een sport om de kleur bij te kunnen houden. Let wel op dat het niet té snel gaat, anders ligt frustratie op de loer. Helaas werkt bij een aantal teksten de tempo-indicatie niet of niet goed.

Lezen on the road

Borden lezen langs de snelweg is een mooie oefening in vlot lezen.

Borden lezen langs de snelweg

Veel kinderen vinden het leuk om tijdens lange autoritten de borden te ontcijferen. Wijs je zoon of dochter op de borden langs de snelweg en vraag of hij of zij kan lezen welke plaatsnamen er opstaan (of alleen de bovenste, afhankelijk van het leesniveau). De auto rijdt door, dus het lezen móet snel gaan. Lukt het niet (helemaal), vertel dan welke plaatsnaam er op het bord stond. Langs de snelweg worden afritborden een keer herhaald. Lukt het de tweede keer wel om de plaatsnaam te lezen? “Toen in mijn kinderen in groep 3 zaten, vonden ze dat helemaal geweldig”, herinnert tweelingvader Kees de Vos zich. “Het was echt een sport voor hen om als eerste alle plaatsnamen gelezen te hebben. ”

Digitaal voorlezen

Op de website Leesmevoor.nl worden digitale prentenboeken voorgelezen. De tekst staat daarbij ook in beeld. Je kind kan meelezen met de voorleesstem en proberen het tempo bij te houden.

Samenleesboeken

Ga in de boekhandel of bibliotheek op zoek naar ‘samenleesboeken’. Dat zijn boeken die speciaal geschreven zijn om door een ouder samen met een kind gelezen te worden. Stukjes makkelijke tekst die je kind leest, worden afgewisseld met moeilijker tekst die jij als ouder voor je rekening neemt.

Gamend lezen: help de aliens

Begin 2017 is de serious game WordSpeed gelanceerd, een interactieve game waarmee kinderen spelenderwijs oefenen met woordjes lezen. In de game is je kind een superheld die Aliens gaat helpen om onze taal beter te begrijpen. Het programma past zich automatisch aan het niveau van je kind aan en is geschikt voor alle kinderen die moeite hebben met lezen (ook kinderen met dyslexie). Je kunt WordSpeed drie dagen lang gratis uitproberen; daarna kost het € 12,50 per maand. Niet goedkoop, maar het is wel een erg leuke manier voor kinderen om dagelijks te oefenen met lezen.

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

WordSpeed, spelenderwijs technisch lezen

© Thuisinonderwijs.nl, 2012. Bijgewerkt: februari 2017

Verder lezen

Checklist voor het 10-minutengesprek

Checklist voor het 10-minutengesprek

6 februari 2017 | Reacties (1)

Het tienminutengesprek op school is het moment waarop je als ouder wordt bijgepraat over hoe het met je kind gaat op school. En waarop je zelf informatie uitwisselt met de leerkracht. Tien minuten zijn voorbij voor je er erg in hebt. Het is dus zaak de beschikbare tijd zo goed mogelijk te benutten.

Tien tips voor een succesvol tienminutengesprek:

1. Bereid het gesprek voor

Praat met je kind en met je partner. Welke zaken moeten aan de orde komen. Wat gaat goed en wat gaat minder goed? Maak eventueel een lijstje met punten die je wilt bespreken.

Ik vraag altijd van tevoren aan de kinderen wat ze verwachten dat de juf of meester over hen gaat zeggen tijdens het tienminutengesprek. Twan weet het meestal heel goed in te schatten. Iris dacht de vorige keer dat de juf zou zeggen dat ze te veel praatte in de klas. Toen haar juf zei dat Iris juist heel rustig is, hadden we echt iets om even over door te praten.
Ilonka, moeder van Iris (7) en Twan (10)

2. Voer het gesprek vanuit een positieve grondhouding

Zorg voor een goede sfeer door een positieve opmerking te maken of de leerkracht een complimentje te geven. Verplaats je in het standpunt van de leerkracht en toon waardering voor diens werk en deskundigheid. Benoem wat goed gaat en vraag de leerkracht dat ook te doen. Door je eigen houding kun je een prettige sfeer afdwingen.

3. Schroom niet, stel vragen

Als je niet oppast, verzuip je tijdens het tienminutengesprek in onderwijskundig vakjargon. Veel leerkrachten zijn zich niet eens bewust van de kenniskloof tussen henzelf en de ouders. Vraag gerust om uitleg als je iets niet begrijpt. Stel ook vragen als je vindt dat de leerkracht te vaag is. Wat verstaat de juf er precies onder als je zoon ‘heel druk’ is?

4. Iedereen is deskundig

Een tienminutengesprek is tweerichtingsverkeer. De leerkracht vertelt vanuit zijn of haar deskundigheid over je kind, jij doet hetzelfde vanuit jouw deskundigheid als ouder. Jij kent je kind als geen ander. Hoe gedraagt je dochter zich thuis? Wat vertelt je zoon over school? Is je kind heel visueel ingesteld, erg perfectionistisch of raakt het in de war van onverwachte situaties? Vertel het. Laat de leerkracht meedelen in jouw kennis, daardoor weet hij of zij beter waaraan jouw kind behoefte heeft. In de hoogste groepen mag je kind soms zelf aanwezig bij de tienminutengesprekken, net zoals dat op de middelbare school gebruikelijk is. Je kind is immers zelf ook deskundige!

5. Beschouw de leerkracht als bondgenoot

Ouders en leerkrachten hebben hetzelfde belang voor ogen: dat van jouw kind. Luister naar elkaar en voorkom dat je tegenover elkaar komt te staan, ook als je het oneens bent met wat de leerkracht zegt. Praat mét elkaar, niet tegen elkaar. Eenzelfde opstelling mag je ook van de leerkracht verwachten.

6. Blijf uit de sfeer van verwijten

Ga bij problemen niet op zoek naar een schuldige, maar zoek samen een oplossing. Waak ervoor dat je je door de leerkracht in de hoek laat zetten als het gaat om de opvoeding thuis, maar stel je wel open voor suggesties om je kind thuis te ondersteunen. Probeer kritiek te zien als een communicatieve onhandigheid van de leerkracht. Achter de kritiek schuilt als het goed is iets anders: de wens om tot een oplossing te komen, of de behoefte aan meer informatie over de thuissituatie. Formuleer ook je eigen kritiek als een vraag of observatie: “Kan het zo zijn dat…?”, “het valt me op dat…”, “ik kan me vergissen, maar…”

7. Reageer niet vanuit emoties

Loopt het gesprek moeizaam of voel je dat je erg boos of verdrietig wordt door wat je over je kind te horen krijgt, probeer dan niet te veel vanuit je emoties te reageren. Te heftige emoties kunnen een gesprek blokkeren of uit de hand laten lopen en daar schiet niemand iets mee op. Maak in zo’n geval liever een afspraak voor een vervolggesprek, eventueel met een derde gesprekspartner erbij.

Of de juf had haar dag niet, of ze vindt mijn kind echt niet leuk. Ik ben met een katterig gevoel teruggekomen van het tienminutengesprek. Ze had het steeds over ‘puntjes in het gedrag van Jesse’, maar als ik haar dan vroeg wat hij dan fout deed, deed ze heel vaag. Ik weet echt niet wat ik daarmee moet. Als alleenstaande ouder zit ik daar dan ook helemaal alleen. De volgende keer neem ik mijn moeder mee, denk ik.
Mara, moeder van Jesse (7)

8. Wees realistisch

Als ouder wil je graag zo veel mogelijk details te weten komen over je kind, maar voor een leerkracht die in een week tijd dertig kinderen moet bespreken is het onmogelijk om alles over iedereen paraat te hebben. Bovendien is de beschikbare tijd maar beperkt. Toon hier begrip voor, maar blijf wel kritisch. Een goede leraar heeft het gesprek goed voorbereid, heeft materialen van je kind klaarliggen en weet iets persoonlijks te vertellen over je kind. Hetzelfde geldt wanneer er problemen zijn. In de meeste gevallen is het niet realistisch om te verwachten dat een probleem morgen is opgelost, maar je mag wél verwachten dat er op korte termijn een plan van aanpak komt.

9. Maak duidelijke afspraken

Zorg dat afspraken die gemaakt worden duidelijk zijn en zet ze eventueel op papier.

10. Vertel je kind over het gesprek

Kinderen vinden het vaak reuze spannend wat hun ouders en hun leerkracht samen allemaal bespreken. Vertel je kind over het gesprek, leg uit wat er is besproken en waarom dat belangrijk voor hem of haar is.

We gaan er altijd braaf heen, maar die tienminutengesprekken voegen weinig toe. Alleen het eerste gesprek met een nieuwe leerkracht is even spannend, maar daarna hoor je elke keer ongeveer hetzelfde.
Tamara, moeder van Lindy (6) en Björn (10)

Samen of alleen naar het tienminutengesprek?

Het is fijn om met z’n tweeën naar het tienminutengesprek te gaan, ook al betekent het dat je oppas moet regelen. Als je echt geen bijzonderheden verwacht, kan één ouder alleen het ook wel af. Als het nodig is, kun je altijd nog een vervolgafspraak maken waarbij je partner ook aanwezig kan zijn. Sla de tienminutengesprekken niet helemaal over. Komt de tijd waarop je bent ingeroosterd je niet uit? Vraag dan of je op een ander tijdstip kunt komen. Zorg dat je op tijd bent voor het tienminutengesprek, anders loopt het hele tijdsschema in het honderd.

Verder lezen

Voorlezen is elke dag een feest

Voorlezen is elke dag een feest

25 januari 2017 | Reacties (0)

Veel scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven zijn vandaag gestart met het Nationale Voorleesontbijt. Talloze bekende én onbekende Nederlanders lazen voor aan peuters en kleuters om zo het voorlezen, aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen, te stimuleren. Ze lazen de kinderen voor uit het Prentenboek van het Jaar: ‘De Kleine Walvis’ van Benji Davies.

Het voorleesontbijt is de start van de 14de editie van De Nationale Voorleesdagen.

Voorlezen is niet alleen leuk, het is ook nog eens heel goed voor de taalontwikkeling van kinderen. Op de website van de Nationale Voorleesdagen vind je tips om het meeste uit je dagelijkse voorleesmoment te halen. Ook staat daar de Prentenboeken top-10. Uit het overstelpende aanbod van prentenboeken maakte een jury van jeugdbibliothecarissen jaarlijks een selectie, die je helpen een leuk prentenboek te vinden.

Nationale Voorleesdagen

Voorlezen is elke dag een feest! Of je nu voor het slapen gaat een mooi verhaal voorleest in bed of overdag samen een prentenboek bekijkt, er worden herinneringen voor het leven gemaakt. Daarnaast heeft voorlezen een positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip .

Verder lezen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

Een middelbare school kiezen in 5 stappen

12 januari 2017 | Reacties (0)

Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt? Duizenden ouders van kinderen in groep 8 staan voor die vraag. Volg deze vijf stappen om tot een goede keuze te komen.

Stap 1: Welke scholen zijn er eigenlijk?

Waarschijnlijk heb je wel een aardig idee van de scholen die er in de buurt zijn. Als het goed is, heb je van de basisschool inmiddels een voorlopig schooladvies ontvangen. Je weet dus naar welk schoolniveau je kind waarschijnlijk zal gaan. Ga na op welke scholen je kind terecht kan. Beperk je niet tot scholen dicht in de buurt, maar kijk ook eens wat verder. Bekijk de websites en probeer te achterhalen waarin de scholen van elkaar verschillen.

Stap 2: Ga naar de open dagen

Ja duh… dat had zelf ook al wel bedacht. Vrijwel alle ouders en kinderen maken gebruik van de mogelijkheid die scholen in het voortgezet onderwijs bieden om open dagen bezoeken. Maar veel gezinnen laten ook kansen liggen en dat is jammer.

Wanneer zijn de open dagen?

Op de website VO-gids vind je een handige opendagenplanner. Je voert in in welke periode je open dagen wilt bezoeken, tot welke afstand je wilt zoeken en welk soort onderwijs je interesse heeft. De planner geeft dan een overzicht van alle open dagen die aan je selectiecriteria voldoen. Verder biedt deze website, die hoort bij de gratis VO Gids die vrijwel alle leerlingen van groep 8 via school ontvangen, ook een schat aan informatie over het voortgezet onderwijs en het uitzoeken van een middelbare school.

Ga niet alleen naar de school of scholen waar jij en je kind wel wat voor voelen, maar bezoek ook scholen waarvan je op voorhand denkt dat ze niet aanmerking komen. Tijdens een open dag kun je ontdekken dat zo’n school veel beter bij je kind past dan je had gedacht. Of kom je erachter dat er wel meer kinderen zijn die ver moeten reizen.

Had je het bij het goede eind en is zo’n school inderdaad niet geschikt, dan heb je jouw vermoedens bevestigd gekregen. Ook dat is wat waard bij zo’n ingewikkelde keuze als de schoolkeuze.

Stap 3: Ontdek wat ze je niet vertellen

Open dagen zijn één grote PR-machine voor middelbare scholen. De school wordt blinkend opgepoetst, in de toiletten wordt extra sterke luchtverfrisser gespoten en het onderwijs is er altijd fan-tas-tisch! In alle opwinding over deze nieuwe fase in het leven je kind, kun je je soms wat al te naïef laten overtuigen door prachtige brochures en inspirerende verhalen van docenten.

Koester echter ook een gezonde dosis achterdocht. Want er is altijd iets wat ze je niet vertellen. Hoe je daarachter komt? Heel simpel: vraag ernaar. Knoop eens een informeel gesprekje aan met de leraar die het praatje houdt. Vraag bijvoorbeeld waarom juist hij of zij op deze open dag is. Het levert vaak verrassende antwoorden en inzichten op.

Nog beter: vraag het de leerlingen. Bij elke open dag zijn leerlingen aanwezig. Dat is natuurlijk een mooi visitekaartje voor de school: jongelui die hun school zó leuk vinden dat ze er graag hun vrije middag of avond voor opofferen. Graag? Of omdat er iets mee te verdienen viel? Op veel scholen worden leerlingen voor hun aanwezigheid beloond met vrije dagen of een bioscoopbon. Als je dat weet, bekijk je ze toch anders.

Vraag de leerlingen eens waarom ze meehelpen. En praat dan niet alleen met die vrolijke extraverte meisjes, maar schiet ook eens een paar van die landerige puberjongens aan. Dan hoor je geheid dingen die je nog niet had gehoord. Dat de wc’s normaal altijd enorm stinken bijvoorbeeld. Dat de school helemaal niet helpt met leren plannen, zoals zojuist in dat mooie praatje werd verteld. En dat het wel leuk is dat iedereen op een laptop werkt, maar dat er veel te weinig stopcontacten zijn om computers op te laden en dat de wifi om de haverklap uitvalt.

Ken je kinderen die al langer op deze school zitten? Vraag dan ook aan hen en aan hun ouders wat er bevalt en wat er niet bevalt. Op die manier krijg je een realistischer beeld dan wat je tijdens de open dag te zien krijgt.

O ja, check ook even de site van de Onderwijsinspectie. Daarop kun je precies zien hoe de school presteert.

Stap 4: Zet een streep door vriendschappen

Niet letterlijk natuurlijk, maar wel op je lijstje met criteria. Kinderen zijn nogal eens geneigd om af te gaan op de keuze van vriendjes en vriendinnetjes. Ouders ook trouwens. Het lijkt zo fijn als je kind niet helemaal alleen die stap naar een nieuwe school moet maken. En dat is het ook wel. Maar laat je daar niet door leiden bij de keuze.

Eenmaal in de brugklas verandert de dynamiek razendsnel. Basisschoolvriendschappen kunnen in no time verwateren en nieuwe vriendschappen ontstaan snel. Tenslotte is je kind niet de enige die in een nieuwe situatie terechtkomt.

Natuurlijk zijn er best vriendschappen die moeiteloos doorlopen na de basisschool. Maar het is niet slim om keuze af te stemmen op anderen. Het draait om jóuw kid. Als de vriendschap echt zo sterk is, blijft die ook wel bestaan als de kinderen op verschillende scholen zitten.

Oudere broers of zussen? Die kun je ook wegstrepen. Ieder kind is anders en de school die bij het ene kind past, hoeft niet ook de beste school te zijn voor het andere kind in een gezin. Bij de basisschool is het om praktische redenen handig om op dezelfde school zitten, maar nu je kind lekker zelfstandig naar school gaat, vervalt die noodzaak.

Alleen als je op de grens van twee schoolregio’s woont, moet je opletten. De vakantieplanning wordt behoorlijk ingewikkeld als je kinderen in verschillende regio’s op school zitten en dus in verschillende weken vakantie hebben.

Stap 5: Luister naar je kind

Niet voor niets begon dit artikel met de zin: Hoe kies je een middelbare school waar je kind gelukkig wordt. Want dat is waar het allemaal om draait. Dat weten we wel. En dat zeggen we ook. Hardop. Maar diep van binnen laten ouders zich soms toch door andere dingen leiden. Jij niet, natuurijk. (Maar lees voor de zekerheid toch maar even door.)

Wees eerlijk: vind je die ene school zo leuk omdat hij je doet denken aan jouw middelbare school? Of omdat het onderwijs zó leuk lijkt dat je er zelf haast wel naartoe zou willen? Omdat het een school met aanzien is, waarover je trots kunt vertellen? Of zie jij in deze school dé school die jouw kind het onderwijs kan bieden dat bij hem of haar past, in een sfeer waarin je zoon of dochter zich lekker zal voelen? Realiseer je dat het je kind is dat de komende vier tot zes jaar vijf dagen per week op deze school moet doorbrengen. Niet jij.

Observeer je kind tijdens open dagen. ‘Proef’ hoe hij of zij zich voelt. Praat erover. En luister. Je zult ontdekken dat jullie samen al snel tot dezelfde shortlist komen. Geef je kind ruimte om te kiezen. Het is verbazingwekkend hoe ‘volwassen’ kinderen in groep 8 tot een verstandige en goede keuze kunnen komen.

Verder lezen

6 Tips om veilig Sint Maarten te lopen

6 Tips om veilig Sint Maarten te lopen

8 november 2016 | Reacties (2)

11 November is de dag dat ik mijn lichtje branden mag – althans in de delen van Nederland. Gaat jouw kind ook Sint Maarten lopen? Misschien wel voor het eerst zonder ouders erbij? Met de tips uit dit artikel zul je je kind met een gerust gevoel op pad laten gaan.

Normaal gesproken stel je als ouder duidelijke grondregels op voor de veiligheid van je kind: voor het donker thuis zijn, geen snoep aannemen van onbekenden, niet bij vreemde mensen aanbellen… Tot het 11 november is en je kind nou net díe dingen gaat doen die normaal in het ‘verboden rijtje’ staan.

Bij jonge kinderen loop je zelf als ouder nog mee. Maar zo in groep 4 of 5 komt het moment dat je kind zonder ouder erbij wil  ‘lichtje lopen’, gezellig met een groepje vriendjes of vriendinnetjes. Veel ouders vinden dat die eerste keer best een beetje eng. Maar met goede afspraken valt dat allemaal wel mee. Bovendien is het goed om je te realiseren dat er waarschijnlijk geen andere avond in het jaar is waarop de sociale controle ’s avond op straat zo groot is als op 11 november. Er zijn immers heel veel kinderen en volwassenen op pad.

De do’s en don’t voor een geslaagde Sint Maarten:

  • Maak duidelijke afspraken over de route die wordt gelopen. Stippel een route uit langs goed verlichte straten, waar normaal gesproken meer kinderen met lampionnetjes op pad zijn. Natuurlijk probeer je zoveel mogelijk bekenden van jouw kind en van de andere kinderen in het groepje op te nemen in de route. Spreek af in welke richting de route wordt gelopen. Op die manier kun je je kind gemakkelijk vinden als dat nodig is. Het hangt natuurlijk sterk van je woonomgeving af hoe strikt je deze afspraken wilt maken. Soms is ‘aan deze kant van de grote weg blijven’ al voldoende.
  • Spreek af hoe je kind en de rest van de groep zich dienen te gedragen. Kinderen in een groepje, vooral als ze stijf staan van suikers, kleurstoffen en adrenaline, gedragen zich soms net even wat anders dan je als ouder zou willen. Het kan geen kwaad om van te voren even te benadrukken dat Sint Maarten geen snoeprooftocht is met snelafgeraffelde liedjes en stukgescheurde lampions: er moet netjes gezongen worden en keurig worden bedankt. Uiteraard krijgen kleinere kinderen alle ruimte en rust om hun liedje te zingen. Bewoners van huizen waar niet wordt opengedaan, worden met rust gelaten. Dus niet op ramen bonzen of respectloze liedjes zingen (al vinden sommigen dat dit juíst ook bij de traditie hoort).
  • Geef je kind een mobiele telefoon mee, dan kan het jou bereiken om te overleggen als er toch van de route wordt afgeweken en jij kunt een keertje bellen om te vragen hoe het gaat.
  • Neem van tevoren een aantal ‘wat doe je als’-scenario’s door met je kind en het liefst met het hele groepje. Wat doe je als je binnen gevraagd wordt omdat daar het snoep ligt? Niet doen. Wat doen jullie als jullie onderweg ruzie krijgen? Toch bij elkaar blijven. Wat doe je als je nodig moet plassen? Niet bij vreemden vragen of je naar het toilet mag, maar altijd bij een goede bekende (en natuurlijk niet stiekem tegen een heg aanplassen!).
  • Geef je kind reservebatterijen mee voor in de lampion. Controleer ook even of de constructie van de lampion voldoende weers- en gebruiksbestendig is. Er worden soms prachtige lampions geknutseld op school, maar de ontwerpen zijn helaas niet altijd even gebruiksvriendelijk. Als je denkt dat de lampion het eind van de straat niet haalt, kun je overwegen een kant-en-klare (reverse)lampion mee te geven. Het is sneu voor je kind als het helemaal zonder lampion verder moet lopen (bovendien wordt dat ook niet altijd op prijs gesteld door de mensen bij wie wordt aangebeld).
  • Wens je kind veel plezier! Sint Maarten is een hartstikke leuk feest en voor veel kinderen is met een groepje langs deuren gaan in het donker, met het licht van de lampionnetjes en een steeds verder uitpuilende zak snoep een geweldige ervaring.

Tot welke leeftijd kan je kind Sint Maarten lopen?

Er komt een moment dat je kind te oud is om Sint Maarten te lopen. Die grens ligt zo rond een jaar of elf, tot en met groep 7. Groep 8 kan vaak nog nét, mits de kinderen niet voordringen, keurig zingen, netje bedanken en een lampion bij zich hebben. Brugklasser zijn echt te oud.

Er zijn wel verschillen per wijk of plaats. In de ene plaats kan het heel normaal zijn dat alle kinderen van de basisschool lampionnetje lopen, ergens anders kun je zomaar van de buurvrouw te horen krijgen dat ze je dochter van tien eigenlijk te oud vindt voor Sint Maarten.

Verder lezen

Als rood en groen hetzelfde zijn

Als rood en groen hetzelfde zijn

10 oktober 2016 | Reacties (0)

Kleur speelt een heel belangrijke rol op school, vooral in de laagste groepen. Niet alleen bij de expressievakken, maar ook bij leeractiviteiten. Maar wat als je kind kleurenblind is en de kleuren niet goed ziet?

Links: gewoon. Rechts: zo ziet een kind dat kleurenblind is dit plaatje.

 

Vooral jongens zijn kleurenblind

Kleurenblindheid is een aandoening die veel voorkomt, maar waar erg weinig aandacht voor is. Vraag je aan een leerkracht welke kinderen in de klas dyslectisch zijn, dyscalculie hebben of ADHD, dan wijst deze hen probleemloos aan. Vraag je wie er kleurenblind is, dan blijven veel leerkrachten het antwoord schuldig. Laat staan dat de meester of juf paraat heeft met wélke kleuren de leerling precies problemen heeft. En dat terwijl zo’n acht procent van alle jongens kleurenblind is (meisjes zijn bijna nooit kleurenblind) – een veel hoger percentage dan bij andere leerproblemen!

Kleurenblindheid is vooral lastig

Voor een deel zal het ermee te maken hebben dat kleurenblindheid meestal geen onoverkomelijke obstakels voor het leren oplevert. Het is echter wel een ontzettend lastige aandoening, vooral omdat kleurenblinde kinderen vaak zelf niet door hebben dat ze iets missen of iets anders zien.

Weinig kennis over kleurenblindheid

Helaas is op de meeste basisscholen weinig kennis over kleurenblindheid; een leerkracht die er niet bewust op let, zal het vaak niet herkennen, maar eerder concluderen dat je kind de kleuren nog niet herkent of bepaalde taakjes niet begrijpt. Een paar voorbeelden van welke misverstanden er kunnen ontstaan:

  • Je kleuter moet een ketting rijgen van twee rode gevolgd door drie groene kralen en bakt er helemaal niets van. Veel leerkrachten denken in zo’n situatie niet gelijk aan kleurenblindheid: ‘Hij zal de kleurennamen nog wel niet kennen…’ Of ‘het tellen is nog te moeilijk…’ Of ‘hij heeft nog niet voldoende concentratie om taakgericht bezig te zijn’. Terwijl jouw kleurenblinde zoon het taakje met blauwe en gele knikkers misschien wel probleemloos zou uitvoeren.
    Rode en groene kralen?

    Rode en groene kralen?

  • Je zoon doet in groep 4 een begrijpendlezenlesje over kabouters met rode en groene mutsen. Hij komt in de problemen als hij op de plaatjes met antwoorden die hij moet onderstrepen uitsluitend kabouters met bruinige mutsjes ziet – omdat rood, groen en bruin voor hem nu eenmaal één pot nat zijn. Hij zet op de gok een streep en heeft het fout. Als de juf of meester niet weet dat hij kleurenblind is, zal de conclusie al snel zijn dat dat je kind de tekst niet heeft begrepen. Als ze zich van zijn kleurenprobleem bewust is, kan ze door even met hem te praten achterhalen of hij de tekst wel of niet heeft begrepen.
  • Je zoon in groep 8 maakt een taak met ontleden. Hij moet een rode streep zetten onder de persoonsvorm en een groene streep onder de werkwoorden. Misschien vraagt de juf, heel alert, nog even aan je zoon of het kleurgebruik problemen voor hem opleverden. ‘Nee hoor’, antwoordt jouw prepuber, die vooral niet wil opvallen, met een puberaal staaltje zelfoverschatting, ‘déze rood en groen kan ik wel uit elkaar houden’. Tja, dan komen al die fouten dus toch doordat hij het ontleden niet begrijpt, concludeert de juf. Ze schrijft hem op de lijst van kinderen die extra moeten oefenen met ontleden. Als hij dat nodig heeft, prima natuurlijk. Maar misschien had ze je zoon eerst nog even een herkansing moeten geven zonder de invloed van kleuren.

Als de leerkracht niet voldoende gespitst is op kleurenblindheid (en je kind geeft het zelf ook niet goed aan), kunnen problemen of misverstanden die worden veroorzaakt door kleurenblindheid blijven bestaan. Terwijl ze vaak heel eenvoudig op te lossen zijn als iedereen zich bewust is van het probleem.

Schoolarts test op kleurenblindheid

In groep 2 wordt je kind bij de schoolarts meestal getest op kleurenblindheid. Vraag specifiek om zo’n onderzoek als je vermoedt dat je kind kleurenblind is, want sommige schoolartsen voeren het onderzoek niet meer.

Kleurenblindheid is een erfelijke aandoening, die verschillende vormen kent. Als je kind kleurenblind is, wil dit niet zeggen dat hij helemaal geen kleuren kan zien, maar wel zal hij moeite hebben met het onderscheid tussen bepaalde kleuren. Welke kleuren dat zijn en in welke mate, verschilt van persoon tot persoon, wat kleurenblindheid voor niet-kleurenblinden nog ingewikkelder maakt om te begrijpen.

De meeste kleurenblinden hebben moeite met rood en groen, maar soms ook met roze en grijs of blauw en paars. Probeer erachter te komen hoe jouw kind de kleuren ziet en geef eventueel een lijstje aan de leerkracht zodat die er alert op kan zijn.

Zelf testen?

Heb je het vermoeden dat je kind kleurenblind is? Dan kan de huisarts of het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) je kind testen. Dat kan pas vanaf 4 jaar, omdat het voor peuters nog moeilijk is om kleuren van elkaar te onderscheiden.
Vaak wordt kleurenblindheid vastgesteld door middel van de Ishihara-test. Die test bestaat uit een set kaarten met gekleurde stippen, waarin in een afwijkende kleur voor niet-kleurenblinden een cijfer of plaatje te zien is, zoals deze

test-kleurenblindheid-ishihara

Deze test (en andere testen) kun je online ook vinden, bijvoorbeeld op kleurenblindheid.nl. Hoewel zo’n test op internet je goed kan helpen om na te gaan of je vermoeden dat je kind kleurenblind is ergens op gestoeld is, is het geen helemaal waterdicht bewijs. Wil je het echt zeker weten en wil je ook inzicht in de mate en vorm van kleurenblindheid van je kind, dan is het verstandig om de test bij een arts te herhalen.

Ongeveer acht procent van de jongens (en 0,4 procent van de meisjes) is kleurenblind, wat inhoudt dat ze moeite hebben met het onderscheid tussen bepaalde kleuren als rood-bruin-groen en blauw-roze-grijs. Kleurenblindheid is erfelijk. Wees dus extra alert als kleurenblindheid in je familie voorkomt.

Kleuren en school: 5 tips voor als je kind kleurenblind is

1. Vertel de leerkracht dat je kind kleurenblind is

Vraag de juf of meester om alert te zijn op problemen die kleurenblindheid kan opleveren. Ga na wat de leerkracht weet van kleurenblindheid. Geef voorbeelden van problemen waar je kind tegenaan kan lopen. Vertel ook dat je kind zelf niet altijd de meest betrouwbare persoon is om aan te geven of de kleuren een probleem zijn: als kleurenblinde kan je kind soms immers helemaal niet doorhebben dat hij of zij iets niet ziet. Heel verduidelijkend zijn foto’s waarin het beeld van een kleurenblinde wordt gesimuleerd:

Zo (rechts) ziet een bak kraaltjes eruit voor een kleurenblinde die moeite heeft met rood en groen.

Zo (rechts) ziet een bak kraaltjes eruit voor een kleurenblinde die moeite heeft met rood en groen.

En zo kunnen die kraaltjes eruit zien bij een kind blauwtinten anders ziet

En zo kunnen die kraaltjes eruit zien bij een kind blauwtinten anders ziet

Hoewel elke kleurenblinde de kleuren anders ziet, en zo’n foto dus slechts het beeld is van één kleurenblinde, geven dit soort foto’s wel een heel goed idee van hoe een kind dat kleurenblind is de wereld ziet. Voor veel leerkrachten is dit een echte eye-opener.

Herhaal dit gesprekje elk schooljaar. Een aantekening ‘is kleurenblind’ in het leerlingdossier is vaak niet voldoende om de leerkracht op scherp te krijgen.

2. Praat erover met je kind

Veel kinderen die kleurenblind zijn, ontwikkelen allerlei trucjes om met hun kleurenblindheid om te gaan. Hoewel dit op zich natuurlijk hartstikke slim is, is het nog veel gemakkelijker – en vaak ook verstandiger – om het ook gewoon hardop te zeggen als je de kleuren niet kan zien…

3. Plak stickertjes op kleurpotloden

Koop een doos met kleurpotloden voor je kind en plak op de potloden een stickertje met de naam van de kleur. Kan je kind nog niet lezen? Dan kun je samen kleine tekeningetjes afspreken die als kleur-icoontjes dienst kunnen doen. Denk aan: een boompje voor donkergroen, grassprieten voor lichtgroen, een zonnetje voor geel, golfjes water voor blauw en een varkentje voor roze.

4. Laat je kind een spreekbeurt houden over kleurenblindheid

Kinderen die kleurenblind zijn, worden door klasgenoten vaak voortdurend uitgedaagd om kleuren te benoemen. Omdat ze niet met alle kleuren moeite hebben, geloven klasgenootjes vaak niet dat ze kleurenblind zijn. Of ze denken ten onrechte dat je kind dom is omdat het de kleuren nog niet ‘kent’. Een spreekbeurt waarin je kind uitlegt wat kleurenblindheid inhoudt, maakt veel duidelijk.

5. Speciale versie van de eindtoets in groep 8

Bij de eindtoets in groep 8 wordt rekening gehouden met kinderen die kleurenblind zijn. Herinner de leerkracht er tijdig nog even aan dat je kind kleurenblind is, dan weet je zeker dat je kind geen boekje voor zijn neus krijgt met kleuren die hij niet goed kan zien.
Van de papieren editie van de centrale eindtoets (Cito) is een speciale zwart-wit versie voor kinderen die kleurenblind zijn. De online Cito-eindtoets geeft geen problemen voor kleurenblinden. Hetzelfde geldt voor de eindtoets van ROUTE8. Van de IEP Eindtoets is een
zwart-wit uitgave van de opgavenboekjes beschikbaar.

Heeft jouw kind last van zijn/haar kleurenblindheid?

Loopt jouw kind door kleurenblindheid ook tegen dingen aan op school? Of heb je er zelf ervaring mee? Wordt je zoon of dochter ermee gepest of heb je juist grappige dingen meegemaakt door de kleurenblindheid? Deel je verhaal hieronder en help andere ouders met jouw tips en tricks.

Verder lezen

Waarom tafels leren een blijvertje is

Waarom tafels leren een blijvertje is

21 september 2016 | Reacties (1)

Binnen drieënhalve minuut honderd keersommen van een tafelblad maken. Dat moeten kinderen kunnen om hun tafeldiploma te halen. Oftewel, om te voldoen aan de norm die aan het eind van groep 5 gehaald moet zijn. Voordat dat niveau is bereikt, gaat er heel wat aan vooraf.

In welke groep worden de tafels geleerd?

Het aanleren van de tafels speelt zich hoofdzakelijk af in groep 4 en 5. Op de meeste scholen wordt in groep 4 begonnen met inzicht geven in hoe de tafels werken en wat er eigenlijk gebeurt bij keersommen. Ook leren de leerlingen in de groep 4 hun eerste tafels uit het hoofd (‘automatiseren’ heet dat in onderwijsjargon). In groep 5 volgen de overige tafels en wordt hard aan het tempo gewerkt. Aan het eind groep 5 moet de norm gehaald zijn, maar in de praktijk blijkt dat dit veel leerlingen niet lukt of dat de kennis van de tafels in de zomervakantie weer is weggezakt. Kijk dus niet vreemd op als je zoon of dochter in groep 6 nog steeds tafels moet oefenen.

Volgorde waarin de tafels worden geleerd

Er is geen standaardvolgorde waarin de kinderen de tafels aanleren. De volgorde verschilt van methode tot methode. Meestal wordt begonnen met de tafels van 1, 2, 5 en 10 (of 10 en 5) in groep 4 en volgen in groep 5 de tafels van 3, 4, 6, 7, 8 en 9 (de volgorde kan wisselen). Sommige scholen voegen hier de tafels van 11, 12, 15 en 20 nog aan toe.

Tafels stampen is geen doel op zich

De tafels van vermenigvuldiging vormen de basis voor vrijwel alle rekenhandelingen in de bovenbouw. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen ze goed kennen. Hoe belangrijk het aanleren van tafels ook is, tafels stampen zonder dat je kind weet wat het aan het doen is, is een vrij zinloze bezigheid.  Voor veel kinderen is het ook ondoenlijk om alleen via memoriseren tot beheersing van de tafels te komen. Daarom vindt uitbreiding van de kennis van tafels plaats door het leggen van relaties (denkstrategieën) tussen gekende en nieuw te leren tafels. Als je thuis met je kind gaat oefenen, is het goed om hier ook aandacht voor te hebben.

Een paar voorbeelden:

  • Je dochter moet het antwoord geven op 7 x 8 maar weet dat niet. Ze begint de tafel van 8 op te zeggen in de hoop dat ze zo op het goede antwoord komt. Je hebt eerder gemerkt dat ze bij 8 x 8 direct het goede antwoord (64) kon noemen. Wijs haar erop dat 7 x 8 eigenlijk gewoon ‘8’ minder is dan het antwoord op ‘8 x 8’; ze komt sneller op het juiste antwoord door 64 – 8 uit te rekenen dan door de bijna de hele tafel van 8 op te dreunen. Als ze op deze manier het antwoord een aantal keren heeft uitgevogeld, zal ze het vanzelf onthouden en dus alsnog automatiseren.
  • Je dochter weet niet hoeveel 5 x 4 is. Vraag eens of ze misschien wel weet hoeveel 4 x 5 is (omkering)
  • Je dochter heeft moeite om 6 x 7 te onthouden, maar 3 x 7 vindt ze makkelijk. Wijs haar erop dat 6 x 7  het dubbele is van 3 x 7. Voor haar is misschien makkelijker om 21 + 21 op te tellen dan heel lang na te denken over de som 6 x 7. Als ze dit trucje vaker toepast, volgt automatisering vanzelf.

Uit het hoofd leren of niet?

Sommige rekenmethodes gaan zo ver dat ze aangeven dat de kinderen de tafels niet meer hoeven te leren, maar dat ze moeten weten hoe ze ze kunnen uitrekenen. Kennis van de tafels is dan niet meer het resultaat van stampen, maar het resultaat van een proces van steeds verdergaande verkorting van handig rekenen. De meeste leerkrachten kiezen er echter toch voor om de tafels te laten leren; voor de meeste kinderen is dat nu eenmaal een stuk makkelijker en voor alle kinderen geldt dat er later veel tijdwinst mee gehaald kan worden.

‘Dom dreunen in rijen van twee’

“Vroeger ging het bij tafels leren om dom stampen. Ik zie ons nog zitten in de derde klas bij meester Bakker. In rijen van twee en dreunen maar”, herinnert Minke Visser (43) zich uit haar eigen schooltijd. Visser is groepsleerkracht in groep 5. Volgens haar is het uit het hoofd leren van tafels nog altijd ontzettend belangrijk. “Het grote verschil met vroeger is dat we tegenwoordig de kinderen wijzen op de relaties tussen de tafelsommen. Op die manier begrijpen ze beter wat ze leren en onthouden ze de uitkomsten beter. Maar dat onthouden is nog steeds ontzettend belangrijk”, vindtVisser.

Maak van je hoofd een rekenmachine

Er komen wel eens ouders bij haar die het ‘tafelen’ maar onzin vinden. Iedereen gebruikt toch rekenmachines tegenwoordig, zeggen die. “Ik stel dan altijd een tegenvraag”, vertelt Visser. “Vind je zo’n rekenmachine handig? Als ze dan ‘ja’ zeggen, leg ik uit dat je door tafels te oefenen van je eigen hoofd een soort rekenmachine maakt. Je voert een som in en – hup –  het antwoord rolt eruit. Als je het zo vertelt, begrijpt iedereen de meerwaarde. Zo leg ik het ook uit aan mijn leerlingen. Die vinden dat supercool, hun eigen hoofd als rekenmachine.”

Verder lezen

5 tips om tekeningen leuk ten toon te stellen

5 tips om tekeningen leuk ten toon te stellen

13 juli 2016 | Reacties (0)

Je kent het vast wel, je kind komt vol trots met een hele stapel (knutsel)werkjes en tekeningen uit school. Vooral aan het eind van het schooljaar of als een thema afgelopen is, is het vaak veel in één keer. Daar moet je als ouder iets mee, maar wat? Het prikbord is al snel gauw vol en om nu de hele kamer vol te hangen, gaat te ver. Hieronder 5 tips om een leuke, in elk huis passende ‘tentoonstelling’ te maken. Trotse kinderen en een opgeruimd huis!

tips kindertekeningen ophangen 2

  1. Knip van alle werkjes en tekeningen het allermooiste stukje af, plak ze op een A3 of A4 en doe ze in een wissellijst.
  2. Koop doorzichtig tafelzeil voor op de eettafel (voor enkele euro’s per meter te koop bij woonwarenhuizen) en leg de tekeningen eronder. Als placemat voor ieder gezinslid of kris kras door elkaar.
  3. Doe de tekeningen in posterkokers, laat de kokers versieren door je kind(eren) en leg ze op een plank. Neemt niet veel ruimte in en ziet er erg leuk en uitnodigend uit om ze nog eens te bekijken.
  4. Doe de werkjes en tekeningen in een mandje en zet het mandje op de w.c. Kan je ze in alle rust nog eens bekijken.
  5. Maak van de tekeningen en werkjes een foto voor thuis en deel ze uit in het bejaardenhuis om de hoek. Leer je je kind ook meteen goed burgerschap.

Verder lezen