Tips om je kind te helpen met concentreren

| 22 november 2016 | Reacties (0)

Je dochter is een dromer. Je zoon kan niet stilzitten.  Je kind is door het minste of geringste afgeleid. Misschien heb je tijdens het tienminutengesprek te horen gekregen dat je kind moeite heeft om zich te concentreren. Is dat erg? Hoe kun je je kind helpen? In dit artikel zetten we het voor je op een rijtje.

hoe-leert-een-kind-zich-concentreren

”De juf gaf aan dat Jayden moeite heeft om zich te concentreren. Tijdens het zelfstandig werken kan zijn aandacht niet vasthouden. Hij bemoeit zich met alles en iedereen behalve zijn eigen taakjes. Ik herken het wel van thuis. Jayden doet uren over een bord eten omdat zij druk is met alles om zich heen. Maar als hij met Lego speelt of aan het gamen is, kan hij zich urenlang concentreren. Hoe kan dat?”

 

Wat is concentratie?

Concentratie wordt vaak omschreven als aandacht of focus. Aandacht is een mechanisme dat de enorme hoeveelheid aan prikkels die op ons afkomt filtert. Het richten van de aandacht valt daarbij te vergelijken met de werking van een vergrootglas.* Het wordt ook wel ‘selectiviteit in de waarneming’ genoemd.** Daarbij spelen ook de factoren ‘tijd’ en ‘intensiteit’ een rol. We hebben het pas over concentratie als je gedurende wat langere tijd met een zekere intensiteit met iets bezig bent.

‘Concentratievermogen’ is geen in beton gegoten waarde. Dat blijkt wel uit het verhaal van Jayden. Bij zijn schooltaakjes kan hij moeilijk de aandacht vasthouden, maar als hij aan het spelen is, is hij langere tijd volledig gefocust.

Vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie

Dat de concentratie varieert is een verschijnsel dat iedereen vertoont. Denk maar aan jezelf. Stel, je wordt op een feestje aangesproken door een aardige, maar ook nogal saaie persoon. Hij steekt een ellenlang verhaal af over een van zijn hobby’s. Omdat je het sneu vindt om niet even met hem te praten, probeer je op gepaste momenten ‘ja’ en ‘nee’ te zeggen en een vraag te stellen. Dat lukt matig. Zodra twee vrienden van je pal achter je een gesprek beginnen waaraan je dolgraag zou willen meedoen, is je concencratie helemaal weg. “Eh… sorry, wat zei je….?”

Als het gaat om concentratie, is er een onderscheid in vrijwillige concentratie en gedwongen concentratie. Als je iets doet wat je leuk vindt en waar je zelf voor kiest (vrijwillige concentratie), komt de concentratie vanzelf en kun je je dieper en langer focussen. Moet je je verplicht op een bepaalde taak richten (gedwongen concentratie), dan is dit een stuk moeilijker.

Dat een kind op school vaak dingen moet doen waar hij of zij niet zelf voor kiest, wil niet zeggen dat er bij schoolwerk alleen maar sprake is van gedwongen concentratie. Bij een kind dat het taakje met plezier en motivatie doet, vallen gedwongen concentratie en vrijwillige concentratie samen.

Leeftijd en concentratie

Ook leeftijd speelt een belangrijke rol bij concentratie. Jonge kinderen hebben een veel kortere aandachtsboog dan oudere kinderen. Hun aandacht wordt al snel door iets anders opgeëist. Ze kunnen zich bij het uitvoeren van een taak veel moeilijker afsluiten voor afleidende prikkels dan oudere kinderen. Als richtlijn geldt:

  • 6 jaar: 10 minuten
  • 10 jaar: 20 minuten
  • 13 jaar en ouder: 30 minuten

Kán je kind zich niet concentreren of lúkt het concentreren niet?

Daarnaast is aanleg een factor. De één kan zich van nature nu eenmaal makkelijker afsluiten voor prikkels en invloeden van buitenaf dan de ander. Bij kinderen met ADD of ADHD zijn de concentratieproblemen groter dan gemiddeld. Dit betekent echter niet dat je kind ‘dus’ ADD of ADHD ‘heeft’.

Concentratieproblemen zijn onder te verdelen in twee soorten:

  1. je kind heeft wel het vermogen om zich te concentreren, maar het lukt niet. Bijvoorbeeld doordat er de omstandigheden zijn die dit moeilijk maken. Dit worden concentratiebelemmeringen genoemd. Belemmeringen kunnen zijn: de leerstof is te moeilijk, de les is saai, de klas is rumoerig of je kind heeft te weinig geslapen.
  2. er is sprake van een concentratiestoornis: het concentratievermogen ontbreekt. Bij een concentratiestoornis kan het gaan om de tijdsduur van concentratie (slechts heel kort), om snel afgeleid zijn of om niet efficiënt kunnen focussen.

Bij de meeste kinderen met concentratieproblemen is er geen sprake van een stoornis.

Concentreren is iets wat je in je ontwikkeling moet leren. Het is een vaardigheid die je kind kan (en moet) oefenen. Meestal gebeurt dat vanzelf. Maar er zijn ook dingen die je kunt doen om te helpen zolang je kind zich uit zichzelf nog niet goed genoeg kan concentreren.

 

Hoe verbeter je de concentratie?

Laten we beginnen met wat niet werkt, maar wat – gek genoeg – de eerste methode is die meestal wordt geprobeerd. Namelijk zeggen tegen het kind dat het zich moet concentreren:

  • “Houd je hoofd er nu eens bij.”
  • “Concentreer je nou eens.”

Of, in een variant: “Zit eens stil. Als je zo beweegt kun je je toch niet concentreren?”

Hoewel de eerste twee opmerkingen wel kunnen helpen om een kind eraan te herinneren dat dit een situatie is die om zijn concentratievaardigheden vraagt, helpen ze niet om die vaardigheden daadwerkelijk te vergroten. Zonder de ‘skills’ om te focussen, valt er maar weinig te concentreren.

Beweging helpt kinderen om zich te concentreren

Wiebelen en friemelen

De tweede opmerking (‘zit eens stil’) berust op een ouderwetse opvatting die door modern onderzoek is verworpen. Tegenwoordig is bekend dat beweging juist goed is voor de concentratie. Kinderen die tijdens de reken- en taallessen bewegen, leren veel meer dan kinderen die stilzitten, zo ontdekten wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze leren met meer aandacht en zijn beter bij de les.

Dat geldt niet alleen voor ‘grote’ bewegingen, maar ook voor ‘kleine’. Denk maar aan de tekeningetjes die je zelf maakt tijdens een vergadering of telefoongesprek. Ze helpen om je aandacht erbij te houden. Ook kinderen gebruiken (onbewust) die techniek: ze friemelen aan hun kleren, kauwen op hun pen, wippen heen en weer op hun stoel, draaien een haarlok om hun vingers of neuriën een liedje.

Als volwassene vinden we dat gedrag vaak irritant en vragen we het kind ermee op te houden. Dat is jammer, want daarmee maken we het voor een kind moeilijker om zich te concentreren. Soms kan het niet anders. Want het gedrag dat het ene kind helpt om zich te concentreren, kan voor klasgenoten zó storend zijn dat zij zich juist niet meer kunnen concentreren.

Als jouw kind zo’n stoorzendertje is, kan het een goed idee zijn om op zoek te gaan naar een manier waarop jouw kind kan friemelen of bewegen zonder dat het anderen stoort. Er zijn allerlei attributen te koop die kunnen helpen, zoals een wiebelkussen voor beweeglijke kinderen, een tangle waarmee je kind kan friemelen of speciale sieraden om op te kauwen of sabbelen. Bespreek het vooral ook even met de leerkracht voordat je iets aanschaft. Op school is soms al materiaal aanwezig en soms hebben scholen een duidelijke voorkeur voor producten.

Regelmatig sporten en bewegen

Beweging tijdens het concentreren helpt, maar ook gewoon sporten en bewegen verbeteren het concentratievermogen. Jongeren die veel bewegen kunnen zich beter concentreren op school, zo bleek vorig jaar uit promotieonderzoek aan de Open Universiteit. Alleen al met de fiets of lopend naar school gaan in plaats van met de auto bleek – opvallend genoeg specifiek voor meisjes – te helpen om zich op school beter te kunnen concentreren.

De gunstige werking van beweging op het concentratievermogen is ook wat kinderen en leerkrachten ontdekken die op school meedoen met de Daily Mile: elke dag een kwartier hardlopen tijdens schooltijd om kinderen voldoende te laten bewegen. Het verschijnsel begon in Engeland en krijgt sinds dit schooljaar ook in Nederland voet aan de grond: als de concentratie inzakt, gaat de hele klas een kwartiertje hardlopen en iedereen kan weer fris en gefocust aan de slag.

Leerlingen groep 6 De Bakelgeert rennen elke dag The Daily Mile

De kinderen van groep 6 van basisschool De Bakelgeert in Boxmeer gaan iedere doordeweekse dag 1,5 kilometer hardlopen. Tussen de lessen door lopen ze rondjes in het park. Het project heet The Daily Mile en is overgewaaid vanuit Schotland.

‘Laat je niet afleiden’

“Laat je toch niet zo afleiden.” Een andere dooddoener om tegen een snel afgeleid kind te zeggen. Het kind kiest er immers niet voor om afgeleid te raken, het gebeurt gewoon… Je kind weet wel dat er aandacht nodig is om iets te leren, maar het lukt nog niet om de nieuwsgierigheid naar al het andere om hem heen lang genoeg te onderdrukken. Jonge basisschoolkinderen hebben hiervoor nog niet genoeg zelfdiscipline.

concentratie-werkplek-kids-f-type-1-_-tbv-tafel-70-x-50-cm-kopen_-_-heutink-nlZolang het je kind nog niet lukt om zich af te sluiten voor prikkels die zijn of haar aandacht vragen, kan het helpen om te zorgen dat de prikkels je kind niet bereiken. Geluidsdempende koptelefoons zijn op de basisschool al helemaal ingeburgerd. Ze houden niet alle geluiden tegen, maar dempen stemmen van klasgenoten net genoeg om ze te kunnen negeren.
Op veel scholen mogen de kinderen zelf kiezen waar ze gaan zitten tijdens het zelfstandig werken. Kinderen die van rust houden, kiezen een rustig plekje. Kinderen die juist gedijen bij wat reuring (voor sommigen is dat juist goed voor de concentratie!) kiezen een wat rumoeriger omgeving. Heeft jouw kind op school geen keuze over de werkplek, of laat je zoon of dochter zich ook op een rustige plek nog te veel afleiden, dan kan een speciaal scherm op het tafeltje een uitkomst zijn. Die houdt visuele prikkels tegen: je kind heeft geen uitzicht meer en moet dus wel naar het taakje kijken.

 

Concentreren kun je leren

Trucjes en hulpmiddelen kunnen je kind helpen, maar uiteindelijk is het doel natuurlijk dat je kind zich op eigen kracht kan concentreren. Dat is een vaardigheid waar je kind levenslang de vruchten van zal plukken.

Train het werkgeheugen

Uit onderzoek blijkt dat problemen in de aandacht en concentratie vaak te maken hebben met problemen met het werkgeheugen. Het werkgeheugen is de plek waar informatie tijdelijk wordt opgeslagen in de hersenen. Door het werkgeheugen te trainen, wordt het groter.

Kleuters kunnen al heel goed oefeningetjes doen. Geef je kind bijvoorbeeld kleine opdrachtjes waarin je de uiteindelijke taak even uitstelt: “Loop eerst naar de voordeur, ga dan naar de keuken, haal twee mandarijntjes op en bouw daarna een legotoren van vijf blokjes.” Je kunt de reeks steeds langer maken. Daarmee traint je kind zijn werkgeheugen. Kleuters vinden dit vaak erg leuke spelletjes om te doen.

Wat helpt om de concentratie beter vast te houden: leer je kind om een grote opdracht in kleinere taakjes op te delen. ‘Ruim je kamer op’ kan een te grote opdracht zijn. De kans is groot dat je kind na een minuut op de grond zit te spelen met speelgoed dat eigenlijk had moeten worden opgeruimd. Door zo’n taak op te delen leert je kind niet alleen naar een doel toe te plannen, maar wordt het werk ook opgedeeld in kleine brokjes die concentratie vragen, waarna er even gepauzeerd kan worden. Eerst de verkleedkleren in de la doen. Dan alle knuffels in de mand stoppen. De stiften moeten in het pennenbakje. Tot slot alleen nog even alle Playmobil opruimen en klaar is Kees.

 

Spelletjes spelen om beter te leren concentreren

schaken kinderen

Een van de leukste manieren om je concentratie te trainen is spellen spelen. Bij heel veel spellen speelt het vermogen om de aandacht erbij te houden een rol. Neem maar eens een kijkje in de spelletjeskast; je komt daarin vast spellen tegen waarbij concentreren belangrijk is, zoals Memory, Stratego, Halli Galli, Dokter Bibber, etcetera. Of haal het schaakbord uit de kast. Kinderen die regelmatig schaken kunnen zich duidelijk merkbaar beter concentreren.

Ook belangrijk voor de concentratie

  • Voldoende slaap
  • Een gezond ontbijt
  • Voldoende water drinken
  • Goede balans tussen concentreren en ontspannen
  • Geen zorgen, angst of spanningen of last van veranderingen

 

Of is het toch een concentratiestoornis?

Zoals gezegd: er zijn veel kinderen die concentratieproblemen hebben. Maar concentratieproblemen kunnen ook een dieperliggende oorzaak hebben. Vermoed je dat er bij jouw kind meer aan de hand is? Bespreek dit dan met de leerkracht of met je huisarts. Vertel waarover je je zorgen maakt en waarom. Samen kunnen jullie bepalen of er extra hulp nodig is en wat dan de beste aanpak is.

 

* Liesbeth van Beemen, Ontwikkelingspsychologie, Wolters-Noordhoff (2006), p.102

** Jacques Soonius, Psychologie in hoofdlijnen, Boom Lemma (2014), p. 36

Beeld: Freepik, Harry Gielen

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , ,

Categorie: Leerproblemen, Ontwikkeling, Thuis

Schrijf een reactie