Versnellen pakt meestal goed uit

| 7 april 2015 | Reacties (0)

Er zijn steeds meer kinderen die korter dan 8 jaar over de basisschool doen. Ongeveer 10 procent van alle kinderen ‘versnelt’ en is klaar met de basisschool voor hun twaalfde. Versnellen heeft in Nederland een vrij slecht imago, maar over het algemeen pakt zo’n versnelling goed uit.

Vooral ‘herfstkinderen’ versnellen

Het zijn vooral ‘herfstkinderen’ die versnellen, zo blijkt uit cijfers van de nieuwe overheidswebsite Onderwijsincijfers. Herfstkinderen zijn kinderen die zijn geboren in oktober, november of december. Zij gaan vaak eerder naar groep 3. Van kinderen die vervroegd naar het voortgezet onderwijs gaan, is 85 procent herfstkind. Meisjes versnellen iets vaker dan jongens. De overige versnelde kinderen zijn over het algemeen hoogbegaafde kinderen die een klas overslaan omdat ze niet voldoende uitdaging en/of aansluiting vinden in hun eigen groep.

Versnellen pakt voor veel leerlingen goed uit

Kinderen die minder dan 8 jaar over hun basisschool hebben gedaan, zitten vaker op havo of vwo dan kinderen die de basisschool in 8 jaar of meer hebben gedaan. Herfstkinderen die versneld in het voortgezet onderwijs zijn ingestroomd, zitten vooral op havo of vwo. Voor de versnelde niet-herfstkinderen geldt dat ze vooral op het vwo zitten.

Positieve effecten van versnellen

Veel wetenschappelijke onderzoeken (zie hier) tonen positieve korte en lange termijn effecten van versnellen in het onderwijs aan. Deze leerlingen behalen hogere prestaties op school dan niet versnelde leeftijdsgenoten, iets wat ook zichtbaar is bij de versnelde leerlingen in Nederland.

Wanneer wordt nagedacht over wel of niet versnellen, speelt vaak de zorg mee dat kinderen die versnellen hier sociaal-emotioneel nog niet klaar voor zijn. Zij zouden in een groep met oudere kinderen te maken krijgen met bijvoorbeeld sociale isolatie, stress of elitisme. Er is echter geen sterk wetenschappelijk bewijs voor deze bezorgdheid.

Maar niet met alle versnellers gaat het goed

Ofschoon versnellen voor de meeste kinderen goed uitpakt, blijven versnelde niet-herfstkinderen vaker zitten en verlaten ze ook vaker zonder diploma het voortgezet onderwijs dan reguliere leerlingen en/of versnelde herfstkinderen. Een mogelijke verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat deze leerlingen niet voldoende versnellen en dat ze zijn gaan onderpresteren omdat ze nog steeds niet voldoende werden uitgedaagd. Ze hadden misschien nog een keer moeten versnellen. Ook na een versnelling blijft het namelijk belangrijk dat kinderen op hun eigen niveau kunnen leren.

Wel of niet versnellen?

De beslissing om een kind te laten versnellen kan lastig zijn, zowel voor ouders als voor de school. Een instrument voor het beslissen voor versnellen (een klas overslaan) kan handvatten bieden om op de juiste criteria te beslissen. Criteria om mee te laten wegen zijn:

  • aanleg en vaardigheden
  • behoeften van de leerling
  • werkhouding
  • sociale en emotionele ontwikkeling
  • fysieke ontwikkeling

Deze criteria, uitgewerkt naar deelgebieden, zijn opgenomen in de versnellingswijzer van School aan zet.
Op elk van deze criteria kan een score worden behaald, die een indicatie geeft welke onderwijsbehoeften een kind heeft. De samenhang van deze criteria is uiteindelijke doorslaggevend voor de beslissing: het kan dus zijn dat een van de kenmerken ontbreekt of niet zo sterk aanwezig is, en dat versnellen toch het beste lijkt.

(Bron: Onderwijsincijfers,nl)

Beeld: stock.xchng

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , ,

Categorie: Groep 1-2, Ontwikkeling, Ouders en school

Schrijf een reactie