Is jouw kind een ‘risicolezer’?

| 18 oktober 2016 | Reacties (0)

Problemen met lezen komen het meest voor in groep 3. Voor veel ouders is dat schrikken; zij vrezen dat hun kind misschien dyslexie heeft, een leerstoornis die blijvende problemen met lezen met zich meebrengt. Vaak is die angst voorbarig. Moeite met het leren lezen in groep 3 is een veelvoorkomend probleem.

moeite-met-leren-lezen-in-groep-3

Meer dan tien procent van de kinderen kan het normale tempo in groep 3 niet helemaal bijbenen omdat ze in hun ontwikkeling nog niet helemaal toe zijn aan leren lezen en schrijven. Met extra hulp gaan zij vaak goed vooruit, waardoor ze al snel weer kunnen ‘aanhaken’.

Lukt het beetje met leren lezen?

Een hulpmiddel voor de leerkracht om in groep 3 snel te kunnen ingrijpen als een kind achterblijft met lezen is de ‘herfstsignalering’. Na de eerste maanden leesonderwijs, rond de herfstvakantie, wordt per kind zorgvuldig bekeken of het een beetje lukt met leren lezen.

Door middel van toetsen wordt precies vastgesteld hoe je kind zich redt met klankherkenning, letters benoemen, letters schrijven, woordjes en zinnetjes lezen. Het is belangrijk om te weten of de kinderen de letters en woorden die tot nu toe zijn geleerd ook geautomatiseerd en onthouden hebben. Ook het leestempo (hoeveel woorden kan een kind lezen in een minuut) en het technisch lezen (kan een kind nieuwe woorden lezen met de aangeleerde letters) komen in deze toets aan bod.

Deze eerste toets brengt niet alleen de kinderen in beeld die moeite hebben met lezen, maar ook de goede lezers. Sommige kinderen blijken nu al alle letters te kennen en nieuwe woorden in snel tempo te kunnen lezen. Die kinderen kunnen op basis van deze toets in het vervolg met moeilijker lesjes aan de slag.

Vroeg ingrijpen voorkomt vastlopen bij leren lezen

De herfstsignalering heeft echter vooral een preventief doel. Door ‘risicolezers’ vroeg op te sporen, wordt voorkomen dat deze kinderen pas geholpen worden als ze echt zijn vastgelopen. Daarnaast helpt de herfstsignalering om kinderen die mogelijk dyslexie hebben snel in beeld te krijgen. Niet voor niets is de herfstsignalering onderdeel van het dyslexieprotocol van basisscholen.

Foto: Nationale Beeldbank/Klara Schreuder

Mijn kind loopt achter in groep 3: wat nu?

In de meeste gevallen krijgen de kinderen extra hulp van hun groepsleerkracht in hun eigen klas, maar soms is het beter kinderen apart of in kleine groepjes te helpen. Er kan ook een onderwijsassistent, remedial teacher of intern begeleider worden ingeschakeld om extra hulp en begeleiding te geven. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders.

Maakt je kind onvoldoende vorderingen, dan wordt een plan van aanpak opgesteld, waarin wordt beschreven hoe gedurende een bepaalde periode met je kind apart speciale vaardigheden worden geoefend.

Is al die extra aandacht niet een beetje overdreven?

Veel ouders voelen zich behoorlijk overdonderd als hun kind na een paar maanden in groep 3 al extra begeleiding moet krijgen. Is dat nu allemaal wel nodig? Komt het lezen niet vanzelf als het kind een beetje ‘rijpt’? Nee, zeggen onderwijsdeskundigen. Uit onderzoek blijkt dat leren lezen namelijk geen ‘natuurlijk leerproces’ is. Zonder extra inspanning komt het niet vanzelf goed. Sterker nog, hoe langer wordt gewacht met hulp bieden, hoe kleiner de kans op een goede ontwikkeling.

Mijn kind haalt de b en de d door elkaar. Is dat erg?

Veel kinderen halen in de eerste helft van groep 3 de letters b en d nog door elkaar. Dat is nu nog niet iets om je zorgen over te maken. Ga de letters niet los oefenen. Vraag je kind ook niet of een letter een b of een d is. Dat leidt namelijk alleen maar tot extra verwarring: je kind hoort beide klanken bij dezelfde letter. Iedere keer dat je kind twijfelt, wordt de verwarring groter. Je kunt beter de letter zeggen voordat je kind de kans krijgt om te twijfelen. Probeer de letters zo veel mogelijk in woorden te oefenen, in plaats van los.

Of heeft mijn kind misschien toch dyslexie?

Lang niet alle kinderen met leesproblemen in groep 3 hebben dyslexie. De meeste kinderen die moeite hebben met leren lezen, lukt het om met wat extra inspanning weer aan te haken. Ongeveer 2 tot 4 procent van de kinderen heeft dyslexie (jongens vaker dan meisjes). Bij dyslexie speelt erfelijkheid een grote rol. Als één van de ouders dyslexie heeft, dan heeft het kind 40 tot 50% kans op dyslexie. Als beide ouders dyslexie hebben, dan is de kans zelfs 80%. Als er in de hele familie geen dyslexie voorkomt, dan is de kans op dyslexie erg klein.

Ook bij kinderen met dyslexie geldt: hoe eerder het probleem wordt ontdekt, hoe beter. Door al vroeg extra te oefenen en een goede basis te leggen, kan de ernst van de problemen worden verminderd. Dit zorgt ervoor dat een kind beter kan meekomen in de klas.

Vlak voor de herfstvakantie belde de juf ’s avonds om een afspraak met ons te maken. Ze had geconstateerd dat Björn achterbleef met leren lezen. Ik vond dat ze ontzettend overdreef. Het schooljaar was immers nog maar net begonnen, hoe kon je dan al spreken van een achterstand? Hij had het hele schooljaar nog om te leren lezen. We zijn zelfs bij de directeur geweest om verhaal te halen. Zij heeft ons uitgelegd dat ze bewust zo vroeg al kijken naar kinderen die meer moeite hebben dan andere bij het leren lezen, zodat ze die extra kunnen begeleiden. Björn leest nu drie keer per week extra met de klasse-assistent en we oefenen ook thuis met hem. Hij gaat vooruit, maar heel langzaam. Het lijkt erop dat hij misschien dyslectisch is.

Dennis, vader van Björn (in: Hét Basisschoolboek)

Lees ook:

 

Bronnen:

(Foto: Nationale Beeldbank/Klara Scheuder en Freepik)

Beeld: Freepik, Nationale Beeldbank/ Klara Schreuder

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , , , ,

Categorie: Dyslexie, Groep 3-4, Lezen

Schrijf een reactie