Wat is dyscalculie?

| 18 april 2017 | Reacties (0)

Mara (11) zit in groep 7. Al vanaf groep 3 is rekenen voor haar een enorme opgave. De tafels heeft ze nooit onder de knie gekregen en de staartdelingen die ze nu moet oefenen voelen als een marteling. Mara heeft dyscalculie.

kind met dyscalculieDyscalculie staat voor hardnekkige problemen met (leren) rekenen. Kinderen met dyscalculie zijn slim genoeg om het rekenen te begrijpen, maar ze hebben ernstige problemen met het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. Klokkijken, een routebeschrijving lezen, blokjes tellen. Het gaat bij de meeste leerlingen vanzelf, maar het lukt kinderen met dyscalculie niet.

Als een kind dyscalculie heeft, kent het bijvoorbeeld niet de namen van de getallen of lukt het ook na eindeloos oefenen niet om de tafels te leren. Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie en tijdsbesef. Ook plannen kost vaak veel moeite, omdat het inschatten van tijd erg lastig is.

Er zijn drie soorten dyscalculie:

  • moeite met het lezen en opschrijven van cijfers en getallen
  • cijfers en getallen op de verkeerde plek zetten
  • de rekenregels niet (meer) beheersen
dyslectie dyscalculie

Dyscalculie komt vaak voor samen met dyslexie.

Net als dyslexie is dyscalculie voor een groot deel erfelijk, met een neurologische achtergrond. Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook nog een andere stoornis, zoals dyslexie en ADHD. Kinderen met dyscalculie hebben aan het eind van de basisschool vaak een rekenachterstand van minstens twee jaar.

Om vast te stellen of je kind daadwerkelijk dyscalculie heeft, is onderzoek door een orthopedagoog of psycholoog nodig. Als die de diagnose stelt, krijgt je kind een ‘dyscalculieverklaring’, waardoor je kind bijvoorbeeld een tafelkaart of een rekenmachine mag gebruiken en extra tijd krijgt bij het maken van toetsen. De school bepaalt zelf welke voorzieningen worden toegestaan.

Toen Mara in groep 3 en 4 ondanks veel oefenen moeite bleef houden met rekenen, is ze getest op dyscalculie. “Ze deed zo haar best, maar het rekenen automatiseerde ze totaal niet. We hebben al uren geoefend met eenvoudige sommetjes en de tafels, maar het lijkt wel alsof ze elke dag helemaal opnieuw moet beginnen”, vertelt haar moeder Laurentien. Toen de diagnose ‘dyscalculie’ werd gesteld, voelde dat als een opluchting. “Vooral voor Mara, die het gevoel had dat ze dom was en tekortschoot. Maar het probleem wordt er natuurlijk niet minder van.”

Bij toetsen mag Mara nu een tafelkaart gebruiken. Dat helpt wel, maar niet voldoende. Als de rekensom te complex wordt, raakt ze de kluts helemaal kwijt en weet ze bijvoorbeeld niet eens meer wat 9 min 7 is. “De staartdelingen die nu geoefend worden, overziet Mara helemaal niet”, zegt Laurentien. “Daar wordt ze zelf ook heel ongelukkig en gefrustreerd van. Het is best verdrietig om dat te zien en te beseffen dat ze dit altijd moeilijk zal blijven vinden.”

Hoe herken je dyscalculie?

dyscalculie tellen met vingersHoe eerder dyscalculie herkend wordt, hoe eerder je kind gericht kan worden geholpen. Bij kleuters kunnen de eerste signalen al worden opgepikt. Waar andere kleuters spelenderwijs leren over hoeveelheden en begrippen leren als ‘meer’ en ‘minder’, blijft dit bij deze kinderen achter. Vaak hebben ze ook geen zin om met tellen en cijfers aan de slag te gaan, maar kiezen ze liever voor een andere activiteit. In groep drie valt bijvoorbeeld op dat een kind moeite heeft om getallen goed te schrijven of lezen en zijn vingers blijft gebruiken waar de rest van de klas al met tientallen rekent.

Juist het vóórkomen van vroege rekenproblemen is belangrijk bij het vaststellen van dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben al voor ze zeven jaar oud zijn moeite met rekenen. Een uitzondering zijn hoogbegaafde kinderen met dyscalculie. Bij hen blijven de problemen vaak verborgen tot in groep 5 of later. Bij kinderen die pas in groep 6 voor het eerst tegen rekenproblemen aanlopen – ze struikelen bijvoorbeeld over breuken – zal geen sprake zal zijn van dyscalculie.

Vrijwel alle kinderen met dyscalculie hebben een hartsgrondige hekel aan rekenen. Veel kinderen ontwikkelen ook faalangst, omdat het ze maar niet lukt om op rekengebied succesjes te boeken.

Pas op voor doe-het-zelf-diagnoses. Niet ieder kind dat slecht is in rekenen, heeft dyscalculie. Dyscalculie komt slechts bij gemiddeld één op de 50 kinderen voor. Dat betekent dat de meeste kinderen die slecht zijn in rekenen geen dyscalculie hebben, maar gewoon zwak zijn in rekenen.

Wat kun je thuis doen?

Als jouw kind dyscalculie heeft, zal de school je misschien vragen om thuis extra te oefenen. Wellicht ben je daarom geneigd om verder alles wat met rekenen te maken heeft maar een beetje weg te houden bij je kind. Toch kun je thuis op een speelse manier veel doen om je kind te helpen met rekenen. Vraag je kind bij het koken om ingrediënten af te wegen met een maatbeker en keukenweegschaal. Praat over de datum op de kalender. Koop Lego en ander constructiespeelgoed, speel spelletjes met dobbelstenen

Samen met je kind kun je dit filmpje over dyscalculie bekijken van Het Klokhuis:

Heeft je kind recht op het gebruik van rekenmachine of tafelkaart?

Zoals hiervoor al aangegeven, bepaalt de school zelf of en welke hulpmiddelen je kind mag gebruiken. Veel ouders vragen zich af hoe dat zit bij Cito-toetsen. Geeft een dyscalculieverklaring daarbij automatisch recht op het gebruik van hulpmiddelen? Het antwoord is: nee.

Sterker nog: Cito adviseert scholen juist om géén hulpmiddelen te laten gebruiken omdat de toets dan niet meer doet waarvoor hij is bedoeld: het meten van vaardigheden in vergelijking met leeftijdsgenoten en op basis van de uitkomsten het onderwijsaanbod aan de leerling afstemmen. Cito schrijft zelf in een advies aan de scholen: “Als een leerling bij het maken van de rekentoets een rekenmachine zou gebruiken, dan krijgt u daarover niet meer de juiste informatie: kan een leerling nu écht goed optellen over het tiental of kan hij dat goed uitrekenen met een rekenmachine?”

Meer informatie over dyscalculie

Als jouw kind extra zorg en aandacht nodig heeft, zul je behoefte hebben aan meer informatie. Er zijn veel organisaties die je kunnen voorlichten over de specifieke situatie van je kind. Hét startpunt is Oudervereniging Balans. Balans geeft een eigen magazine uit en heeft een uitstekende website met zeer uitgebreide, betrouwbare informatie over leer- en gedragsstoornissen, waar je ook allerlei brochures kunt downloaden. www.balansdigitaal.nl

Ook (0800) 5010, het gratis informatienummer van de overheid, kan je goed verder helpen. Bijvoorbeeld met een verwijzing naar de goede organisatie of regelingen die in jullie situatie van toepassing zijn. www.5010.nl

Bronnen:

Beeld: Pixabay

Gerelateerde artikelen:

Tags: , , , , , , , , , ,

Categorie: Dyscalculie, Groepen, HvT2, Leerproblemen

Schrijf een reactie